VOLEINDING

1. Na een lange, saaie schooldag liepen Dennis Harberts en Trudy Schouws hand in hand naar het huis van Dennis. Het zestienjarige stelletje, beiden waren knap, blond, lang en slank, had sinds n dag verkering. De aanloop tot die verkering had drie maanden geduurd, maar was eigenlijk probleemloos verlopen. In hun omgeving had ook niemand over de totstandkoming van deze verkering getwijfeld.
Het stelletje had sinds hun vertrek van school overigens nog geen woord met elkaar gewisseld, maar toen ze na een wandeling van anderhalve kilometer voor zijn huis stonden, verbrak Dennis dat genoeglijke stilzwijgen:
"Wil je zometeen niet naar de rotzooi kijken?"
"Welke rotzooi? Die van jou of die van je vader?"
"Die van ons beiden. Je moet je namelijk op het allerergste voorbereiden. Dit huis wordt al vijftien jaar alleen maar door mannen bewoond en dat is aan het interieur van het huis dus heel goed te zien."
"Hm, ik ben benieuwd."
Bovengekomen nam Trudy de rommelige huiskamer met een peinzend gezicht in ogenschouw. Dennis zag het gelaten aan en wachtte, zonder al teveel illusies te koesteren, op haar oordeel.
"Je hebt volkomen gelijk", zei zij, met een langzaam doorbrekende glimlach, "Het is inderdaad een hele gezellige bende hier."
"Erg, h? Ik heb er meestal helemaal geen oog voor. Maar nu jij hier bent..."
"Wat geeft dat nou, jh? Ik ben hier in de eerste plaats voor jou en niet voor je huis. Het huis zou echt niets voor mij betekenen als jij er niet woonde."
"Ah, dank je wel", zei hij mompelend.
"Waar slaap jij?"
"Hiernaast."
"Laat eens zien."
Hij ging haar voor naar zijn slaapkamer en gooide de deur van die kamer met een weids gebaar open.
"Dit is de kamer, waar ik slaap, droom en lees", zei hij, "Het is tevens de kamer, waar ik ben verwekt en geboren."
"Ah, een echt heiligdom dus. En wat een gezellige..."
"Bende. Ik ga trouwens dit weekend verhuizen. Naar een kamertje op zolder."
"O, ja?", riep zij verrukt, "Mag ik dat eens zien? Ik ben gek op zolders!"
"Ja, natuurlijk!"
Ze bestegen de zoldertrap en inspecteerden daarna zijn toekomstig slaapvertrek: een smal kamertje, afgezet door een wand van hardboard. Het kamertje was vier meter lang en twee meter breed en was vrijwel leeg, op een uit, een paar planken opgebouwde klerenkast na. De achterste helft van het kamertje lag onder het schuin aflopende dak.
"Leuk studeerkamertje, h?", vroeg hij.
"Ja, nou! En zo knus!"
"Het is anders ook wel weer een rotzooi, h?", zei hij, op zalvende toon.
"Ja, nou!"
"In het weekend ga ik het opruimen en schoonmaken."
"Dat is niet genoeg."
"O, nee?"
"Nee, want het moet ook nodig worden geschilderd. De wanden en planken wit bijvoorbeeld en de balken rood. Lijkt je dat niet leuk?"
"Wil je helpen?"
"Ja, natuurlijk!"
"Meen je dat?"
"Ja, schatje, dat meen ik echt. Sterker nog: ik wil er zometeen al aan beginnen. Ik wil, dat we van dit kamertje ons eigen holletje gaan maken. Een verblijf, waarin het goed toeven..."
"En minnekozen is. Dat is een citaat van mijzelf, malle meid. Wil je dat zometeen niet tegen mijn vader zeggen? Daar is zijn hart waarschijnlijk niet sterk genoeg voor."
"Goed, liefje. Ik zal echt heel braaf zijn als ik je vader zie."
"Dat is fijn! Hij is overigens vreselijk nieuwsgierig naar je. Het komende etentje was dan ook zijn idee." "Oh, wat leuk!"
"Ja, h? Maar hij zal er natuurlijk wel een bijbedoeling mee hebben."
"Welke dan?"
"Ik denk, dat hij ons heel erg snel getrouwd wil zien."
"Denk je dat echt?"
"Zeker weten! Die ouwe zit namelijk heel erg op een kleindochter te spinzen."
"Kleindochter?"
"Ja, die heeft hij namelijk nog niet."
"Hm, ik snap wat je bedoelt", zei zij lachend, "Maar lijkt het je niet verstandiger om eerst maar even een kop thee te gaan drinken?"
"Hm, vooruit dan maar."
Ze verlieten het kamertje en liepen in ganzenpas naar de zoldertrap. Voordat ze aan de afdaling van die zoldertrap begonnen, sneed Dennis nog even een ander, pikant gespreksonderwerp aan.
"Dit is overigens alweer de tweede keer, dat ik jou in zo'n mooie, strakke spijkerbroek zie rondlopen", zei hij grinnikend.
"Dank je! Ik hou eigenlijk helemaal niet zo van broeken, maar ik moest vandaag wel een broek aantrekken, omdat jij gisteravond tijdens die vrijpartij in de keuken mijn laatste panty hebt kapotgemaakt."
"Het spijt mij vreselijk."
"Ach, ik ben er helemaal niet boos om, hoor!"
"Echt niet?"
"Nee, als ik echt boos op je zou zijn, zou ik niet van die leuke cadeautjes voor je hebben gekocht."
"Cadeautjes?", vroeg hij gretig.
"Ja, cadeautjes!"
Zij diepte twee lange, blauwe T-shirts uit haar tas op en duwde die met enige overreding en de woorden, "Hier, imbeciel! Pak aan!", in zijn handen.
"Zijn die echt voor mij?", vroeg hij hijgend.
"Ja, ze zijn mooi, h? Ik heb ze dinsdag op de markt gekocht."
"Heb je die T-shirts van je eigen geld gekocht?"
"Ja, min of meer wel, ja. Ik heb mijn moeder wijs gemaakt, dat ik panty`s ging kopen en dat is heel aardig van mij, want daardoor sta ik nu wel voor een paar dagen op rantsoen, wat panty's betreft. Maar dat is niet zo heel..."
De rest van haar betoog werd op een voor de hand liggende manier in de kiem gesmoord. Een en ander gebeurde met een vurigheid, die haar aangenaam scheen te verrassen.
"Ben je er blij mee?", vroeg zij lachend.
"Ja, ik ben er ontzettend blij meer en ik vind het ook ontzettend lief van je. Maar het betekent wel, dat ik nu genoodzaakt ben om voor jou panty`s te gaan kopen. Besef je wel, wat je mij daarmee aandoet?"
"Nee, niet doen, idioot! Besteed jij je geld maar aan je eigen garderobe. Dat lijkt mij veel en veel beter."
"Hm, vind je mij echt zo slecht gekleed?"
"Ja, maar je knappe koppie maakt veel goed, hoor!"
"Ah, dank je."
Na de thee begon Dennis meteen met het schoonschuren van de dakplanken in het zolderkamertje. Hij deed dat karwei vooralsnog zonder de hulp van Trudy. Zij was druk bezig met stoffer en blik en was niet karig met haar raadgevingen, maar daar bleef het dan ook bij. Ze werden overigens al vrij snel gestoord: door de vader van Dennis, die na zijn thuiskomst vrijwel onmiddellijk de zoldertrap beklom en die zich vervolgens met een wat vage grijs in de deuropening posteerde.
"Gaat het?", vroeg hij.
"Ach, het gaat!", antwoordde Dennis lachend, "Ik moet het helaas in mijn eentje doen en dat zou helemaal niet zo erg zijn als dat stomme trutje niet steeds van die stomme opmerkingen maakte."
"Oh, smeerlap!", riep Trudy.
"Zou je mij onderwijl niet even aan dat stomme trutje willen voorstellen?", vroeg meneer Harberts grinnikend.
"Och, natuurlijk! Pa, dit is Trudy. Trudy, dit is pa. Mijn vader, mijn verloofde."
"Verloofde?"
"Ja, ik heb haar gisteren ten huwelijk gevraagd."
"Ja, leuk, h?", zei Trudy lachend, terwijl zij meneer Harberts een hand gaf, "Op zijn knien nog wel."
"Eh, Trudy?", zei Dennis, "Wil je de beschamende details even achterwege laten? Die doen dus helemaal niet ter zake."
"Vind je?"
"Ja, dat vind ik. En je moet nu helemaal even je mond houden, want ik wil van Pa weten, wat hij vanavond voor ons gaat brouwen."
"Ik denk, dat ik vanavond maar iets speciaals ga klaarmaken", zei meneer Harberts/
"Speciaals?", vroeg Dennis, ineens heel bleek wordend, "U gaat toch geen garnalengehakt maken, h?"
"Garnalengehakt?", vroeg Trudy verbaasd.
"Ja, afschuwelijk, h? Pa heeft de afschuwelijke gewoonte om bij dit soort gelegenheden garnalen door zijn gehakt te strooien. Als je tijdens het eten zo'n gehaktbal dan opensnijdt, zie je er aan weerszijden een heleboel halve garnalenlijkjes uitsteken. Dat is een vies gezicht, jh! Niet doen, pa! Anders zoeken Trudy en ik een ander kosthuis, hoor!"
"Okay", verzuchtte meneer Harberts, "Ik zal wel zuurkool maken. Stamppot zuurkool. Met lekker veel spek."
"Ja, lekker!" riep Trudy verheugd.
"Voor mij geen spek, pa", zei Dennis koeltjes, "Anders kots ik straks weer alles onder."
"Jeetje", zei Trudy lachend, "Is hij altijd zo moeilijk met eten?"
"Ja, nou! Daar krijg je later nog heel wat mee te stellen."
"Denkt u?"
"Ik weet het wel zeker."
"Ach, dat zal waarschijnlijk wel meevallen. Ik denk, dat ik hem voor die tijd wel dusdanig zal hebben afgericht, dat hij zelf ons potje kookt."
"Ik help het je hopen."
Na het eten bleef Trudy haar beoogde schoonvader gezelschap houden en wist Dennis de schoonmaakwerkzaamheden in het zolderkamertje zonder moeite te voltooien. Het schilderen, een karwei waaraan zij wel zou deelnemen, zou op de eerstvolgende zaterdag plaatsvinden.
2. Op de ochtend van die zaterdag werd Dennis op een wat sinistere manier gewekt. Hij hoorde zijn slaapkamerdeur piepend opengaan en verkeerde even in de veronderstelling, dat het zijn vader was, die hem een kop thee kwam brengen. Hij vergiste zich deerlijk: het was Trudy.
"Dennis! Dennis!", riep zij, terwijl zij zich over hem heenboog en hem meedogenloos heen en weer schudde, "Hee, word-es wakker! Hee, imbeciel, wakker worden! Het is al over achten!"
"Hoe kom jij hier?", mompelde hij.
"Je vader heeft mij binnengelaten."
"Was die ouwe al wakker dan?"
"Nee, die ouwe sliep ook nog. Maar hij was heel vriendelijk, hoor! Hij heeft mij een nat washandje in de handen gedrukt en is daarna, gemeen gniffelend, weer naar bed gegaan."
"Een nat washandje?"
"Ja, hij zei, dat ik je daarmee te lijf moest gaan als je er niet uit wilde komen. Dus, hoe zit het? Kom je er nu uit, of niet?"
Zij haalde het washandje, dat zij tot dat moment in haar jaszak had verborgen gehouden, tevoorschijn en hield hem op een nogal suggestieve manier boven zijn hoofd. Zijn antwoord op haar laatste vraag kwam dan ook snel:
"Ik kom al! Ik kom al! Als jij tenminste nu even het vertrek wilt verlaten. Ik wens mij op mijn gemak aan te kunnen kleden."
"Waarom mag ik er niet bij zijn als je je aankleedt?", vroeg zij lachend.
"Omdat ik graag wil, dat jij nu even een ontbijt voor mij klaar gaat maken."
"Ach, dat kan ik eigenlijk wel even doen. Hoe eet je je eieren?"
"Eh, zachtgekookt, graag."
"Ik had het kunnen weten."
Na vijf minuten wankelde Dennis, gekleed in een blauw T-shirt en een spijkerbroek, zijn kamer uit. Hij keek met een wat broeierige blik de keuken in en liep daarna naar de deur van zijn vaders slaapkamer, die hij vervolgens met twee vuisten begon te bewerken.
"Pa!", brulde hij, "Opstaan! Rise and shine! Het ontbijt staat klaar!"
"O, wat gemeen van je!", pruttelde Trudy, vanuit de keuken, "Laat die arme man toch slapen!"
"Niks arme man. Ik zal hem leren, met zijn stomme washandjes."
Hij liep de keuken binnen, kuste haar op de wang en stak zonder omhaal zijn hoofd onder de kraan.
"Ben je blij, dat ik er ben?", vroeg zij.
"Ja, nou! Ik heb je gisteravond erg gemist."
"Kun je nou al niet meer zonder mij?"
"Nee", mompelde hij, met een diepe zucht, "Zonder jou kan ik niet eten, niet drinken en niet slapen. En als je er wel bent trouwens ook niet."
"Waarom laat je mij dan een ontbijt maken, idioot?"
"Omdat het je plicht is."
"O, ja?"
"Ja, vrouwen hebben de plicht een ontbijt voor hun mannen klaar te maken en mannen hebben het recht dat ontbijt op te eten dan wel te weigeren. Dat was vroeger al zo en dat is ook... Hee! Blijf met je fikken van die heetwaterkraan af!"
Tien minuten later werkte hij in een bedaard tempo twee koppen thee, twee boterhammen en maar liefst drie, perfect gekookte, eieren naar binnen. Trudy bladerde onderwijl door de Panorama, waarin zij na een poosje een foto van een meisje in tamelijk gewaagde kledij aantrof.
"Wat vind je hiervan?", vroeg zij.
"Jij bent veel mooier!", antwoordde hij prompt.
"Nee, malle jongen, die kousen, bedoel ik! Nylons zijn veel leuker dan die stomme panty's, vind je niet?"
"Eh, ja...", antwoordde hij, met een enigszins blozend gezicht.
"Ja, h?", riep zij schaterend, "Zal ik ook nylons gaan dragen? Die zwarte naadkousen lijken mij wel leuk!"
"Nee! Nee! Niet doen! Niet doen!"
"Waarom niet?"
"Omdat het idee alleen al mij helemaal gek maakt!"
"Waarom dan, gekkie? Ik zou ze toch alleen maar voor jou dragen? Alleen jij zou ze helemaal mogen zien. En wat belangrijker is: alleen jij zou ze uit mogen trekken."
"Ah, nee!", zei hij, met een doffe stem, "Kwel mij nou niet zo! Ik vind je verschrikkelijk lief, ik vind je ongelooflijk knap en ik vind je ongelooflijk sexy en ik zal tot aan mijn dood heel erg verliefd op je blijven."
"Ah, meen je dat?"
"Ja, natuurlijk! Je hebt die nylons dus echt niet meer nodig, hoor!"
"Weet je dat zeker?"
"Heel zeker!"
Er viel een stilte. Zij keek hem zeer vertederd aan en trok hem daarbij plagend aan zijn lange lokken.
"Hou je echt zoveel van mij?" vroeg zij.
"Ik aanbid en kus...", antwoordde hij hijgend, "de grond waarop je loopt... En gezien... je grote schoenmaat... heb ik daar toch echt wel een dagtaak aan!"
"Oh, vuilak!", kraaide zij uit, "Ik heb helemaal geen grote voeten! Ik heb schoenmaat 38! En dat is, gezien de enorme lengte van mijn benen, een heel klein maatje!"
"Ssst! Stil maar... Het was... Het was... maar een geintje."
Zij trok zijn gezicht naar zich toe en gaf hem datgene, waar hij recht op had...
Ze besteedden de hele dag aan het schilderen en na het eten brachten ze Dennis' spullen naar boven. Het resultaat van al hun inspanningen mocht er zijn: het kamertje zag er ineens heel gezellig uit, al stonden er niet meer dan een bed, een bureau, een stoel en al eerder genoemde klerenkast in. Na de voltoong van de werkzaamheden keek het stelletje voldaan in het rond.
"Het is mooi geworden!", zei Dennis. "Dus ik mag hier vannacht blijven slapen?", vroeg zij lachend.
"Ja, natuurlijk!"
"Echt waar?"
"Echt waar! Ik zou mij heel erg ongelukkig hebben gevoeld als ik hier vannacht alleen had moeten slapen."
"Zullen we hier blijven? Of zullen we om de verflucht te ontlopen bij mij thuis gaan slapen?"
"Zullen we het eerst hier proberen? Als het niet gaat, kunnen we vannacht alsnog naar je moeder gaan."
"Dat is goed, liefje. Maar dan ga ik nu iets doen, waar ik al de hele dag naar uit heb gekeken."
Zij ging op de stoel zitten en trok onder de ogen van haar vriendje haar broek uit. Hij bekeek dat tafereel met een onrustig gemoed.
"Wat ga je doen?", vroeg hij.
"Mij omkleden! Ik heb gisteren van mijn moeder een paar panty's afgebietst en nu we klaar zijn met schilderen, kan die rotbroek dus eindelijk uit."
Dat omkleden geschiedde met een zekere traagheid. De broek en het truitje waren snel uitgetrokken, maar zij talmde lang met het aantrekken van de panty en voor zij een wit, wollen jurkje aantrok, haalde zij ook nog een paar zwarte en tamelijk doorzichtige nachthemden uit haar boodschappentas tevoorschijn.
"Wat zijn dat voor dingen?", vroeg hij kleintjes.
"Dit zijn de nachthemden, die ik een tijdje geleden van mijn moeder heb gekregen. Ze zijn ook echt voor deze nacht bestemd."
"Is dat echt zo?"
"Ja, het zal vanavond waarschijnlijk nog niet meteen tot seks komen" zei zij, een van de nachthemden voor haar lichaam houdend, "Maar dat betekent natuurlijk niet, dat ik mij voor het slapen gaan niet een tikje ondeugend mag aankleden."
"Vind je dat echt?", vroeg hij, met een iel stemmetje.
"Ja, en aangezien ik ze heb gekregen om jou te imponeren, mag jij dus zeggen, welke je de mooiste vindt."
"Ik vind ze allemaal even mooi", zei hij, een tikje sullig.
Dat had hij beter niet kunnen zeggen, want nu werden de nachthemden n voor n uitgeprobeerd. Hij bezag dat schouwspel met de nodige schroom en slaakte dan ook een zucht van verlichting, toen zij de nachthemden in de kast hing en met zichtbare tegenzin het jurkje aantrok.
Een paar minuten later, toen zij, op zoek naar details, die in een later stadium nog een 'finishing touch' behoefden, op bijzonder lieftallige kousevoetjes door het kamertje begon te drentelen, was hij echter alweer snel de wanhoop nabij. Uiteindelijk vielen ze dan toch samen op het bed neer. Hij sloeg zijn arm om haar heen en vond na enige aarzeling een paar weinig opzienbarende woorden:
"Bedankt, h?"
"Waarvoor dan, jochie?"
"Voor alles wat je de afgelopen dagen voor mij hebt gedaan."
Zij kroop dicht tegen hem aan, met haar gezicht naar hem toegekeerd.
"Nou, zeg", zei zij fluisterend, "Het is nu toch zeker ook mijn kamertje? Ik zal hier vanaf nu heel vaak zijn, hoor!"
"Ah, prima."
"Vond jij het ook zo leuk?"
"Wat?"
"Die verkleedpartij van mij."
"Ja, het was adembenemend."
"Ik vond het ook wel leuk om mijzelf een beetje te showen."
"Het was je aan te zien."
"En je keek ook zo lief, toen je mij eerst in mijn beha en mijn panty en daarna in die nachthemden zag staan. Je zag er zo hulpeloos uit! Je was echt om op te vreten, op dat moment."
"Ik voel mij nog steeds hulpeloos", kreunde hij.
"Dat weet ik. Daar voel ik mij ook heel erg gelukkig om."
"Ah, dat is een hele troost."
"Weet je aan wie je mij trouwens doet denken?"
"Nou?"
"Aan Rosemary uit 'Love grows` van Edison Lighthouse. Ken je dat?"
"Ja!", riep hij, "Daar was ik toen helemaal weg van!"
"Ja, het is een leuk nummer, h? Het nummer was begin vorig jaar een Alarmschijf bij Veronica. Ik heb het gekocht in de week, voordat mijn vader overleed, maar ik kon het na de dood van mijn vader nooit meer draaien, omdat het mij natuurlijk heel erg sterk aan mijn vaders dood deed denken, maar laatst bedacht ik mij ineens, dat de beginregels van 'Love grows' eigenlijk helemaal op jou slaan. En sindsdien draai ik het echt helemaal grijs..."
"Wat zijn die beginregels dan?"
"Eh, even denken! O, ja ik weet het weer: 'She ain't got no money, her clothes are kind of funny, her hair is kind of wild and free. Oh, but love grows, where my Rosemary goes and nobody knows like me'. Het enige wat je hoeft te doen, is 'she' in 'he' te veranderen and 'her` in 'his' en als je dat doet, zul je horen, dat het nummer je echt op het lijf geschreven is."
Hij wilde iets zeggen, maar zijn stem weigerde dienst. Hij nam haar hand en drukte daar vol eerbied een kus op.
"Je mag je nagels wel eens knippen, jh", zei zij gemoedelijk, "Ik moet ook overal op letten, h?"
"Knip jij ze maar. Maar niet te kort, graag."
Het duurde even, voordat hij zijn nagelschaartje had gevonden, maar uiteindelijk voltrok zich op de rand van het bed een heuse manicure-sance.
"Zal ik de komende week maar aan de pil gaan?", vroeg zij, "Ik geloof, dat... Hee, jh, stilzitten! Anders neem ik een vinger mee, hoor!"
"Ik eh..."
"Eh, zou je een iets duidelijker antwoord kunnen geven?"
"Wacht er nog maar een maandje mee!", antwoordde hij, op een verbazend ferme toon, "We moeten eerst die scriptie nog afmaken. En als we daar dan minimaal een acht voor halen, vind ik, dat we het wel hebben verdiend."
"Okay", zei zij, met een wat vreemd vertrokken mond.
"Lach niet!"
Zijn verzoek was echter aan dovemansoren gericht: zij lachte hard en langdurig. Hij hoorde het aan, probeerde haar tevergeefs tot bedaren te brengen, maar besefte uiteindelijk maar al te goed, dat hem nog maar een redmiddel restte. Hij nam het nagelschaartje uit haar hand en trok haar weer op het bed.
"O, Dennis, Dennis! Je bent echt volslagen gest...", begon Trudy.
Verder kwam zij niet, want zijn lippen hadden doel getroffen. Op dat ene speciale plekje in haar hals, dat hij twee avonden daarvoor al had ontdekt. Het lachen stopte onmiddellijk en de woorden, die zij daarna zachtjes prevelde, waren verre van samenhangend.
3. De logeerpartij kreeg al vrij snel een vervolg en in de dagen daarna namen ze de zolderkamer ook als studeervertrek in gebruik. Vrijwel elke avond en nacht waren ze samen en als ze studeerden, deden ze dat steevast in dezelfde houding: met Trudy zittend op het voeteneind van het bed en Dennis daar lang op uitgestrekt, met zijn hoofd op haar schoot. Meer en meer trokken ze zich in hun eigen, lieve, zelfgeschapen wereldje terug, waarin verder eigenlijk alleen nog maar plaats voor de beide ouders was.
Op de volgende zaterdagochtend werd Dennis opnieuw op een nogal ruwe wijze uit de slaap gehaald: door een roffel op de deur van zijn zolderkamer. Ditmaal was het wel zijn vader.
"Dennis!", riep meneer Harberts, "Wakker worden!"
"Pa, ga weg! Verdomme! Ik wil verder slapen."
"Ja, maar ik heb thee voor je."
"Ah, pa! Moet dat nou? Ik droomde net zo lekker!"
"Van Trudy zeker?"
"Ja, van wie anders?"
"Waar ging die droom over?"
"Dat gaat u niets aan!"
"Mag Trudy het dan misschien wel weten?"
"O, verdomme!", mompelde Dennis geschokt, "Ik had het kunnen weten."
Op dat moment kwam zij ook inderdaad met een dienblad het kamertje binnenlopen. Haar onverwachte en o zo lieflijke verschijning - zij was gekleed in een zwart, wollen jurkje en een donkerbruine panty - sloeg Dennis bijna met stomheid. Het enige wat hij uit kon brengen, was een wat timide klinkend "Hoi!". Trudy zelf zei niets. Zij kuste hem op zijn voorhoofd, plaatste het dienblad op zijn schoot en ging met een stralend gezichtje op de rand van het bed zitten.
"Dag, lieveling!", zei zij.
"Hoi! Is dit mijn ontbijt?"
"Ja, vind je dat niet lief van mij? Dat ik je zomaar je ontbijt op bed kom brengen?"
"Ja, nou! Al hoop ik natuurlijk wel, dat het niet de laatste keer zal zijn."
"Dat zal echt heel vaak gaan gebeuren, hoor", zei zij glimlachend.
"Echt waar?"
"Ja, lieverd. Vanaf nu zul je echt elke zaterdagochtend je ontbijt op bed krijgen. Tot de dood ons scheidt."
"Ah, prima", murmelde hij tevreden.
"Goed, dat is dus afspraak nummer n. En dan wil ik nu afspraak nummer twee met je maken: wat doen we vanavond? Was het niet zo, dat je vader vanavond nog ergens heengaat?"
"Ja, hij gaat naar de verjaardag van een ouwe tante. Maar ik ga niet mee, hoor! Ik heb een beetje een hekel aan dat mens. Ik blijf dus lekker hier."
"Zal ik dan ook maar hiernaartoe komen?"
"Jaaaah! Dan kopen we een heleboel flesjes bier en drinken we ons helemaal lazarus!"
"Ik had eigenlijk een ander tijdverdrijf in gedachten."
"Wat, dan?"
"Ik ben donderdagochtend toch maar naar de dokter geweest."
Hij begreep onmiddellijk, wat zij op doelde en liet als gevolg daarvan een beschuitje met hagelslag uit zijn handen vallen.
"Lijkt je dat geen beter idee?", vroeg zij glimlachend.
Hij keek naar de ravage op en rond zijn bord, maar gaf uiteindelijk toch het enige, mogelijke antwoord:
"Eh, ja, dat lijkt mij toch wel leuk, ja. Dan drinken we ons daarna helemaal lazarus!"
"Ik denk niet, dat je daar dan nog de fut voor hebt", zei zij droogjes.
Daar reageerde hij niet meer op. Hij boog het hoofd, als een verdachte, die zijn doodvonnis te horen heeft gekregen.
"Nou, ik ga weer naar huis", zei zij, met een voldaan glimlachje, "Mijn moeder gaat vandaag proberen, of zij toch nog een lief huisvrouwtje van mij kan maken. Zometeen gaat zij mij bijvoorbeeld leren, hoe zij die overheerlijke slaatjes van haar klaarmaakt."
"Ah, toe! Blijf nog even! Ik wil je nog wat over mijn droom vertellen."
"Nee, het is mij veel te koud hier."
"Vind je? Maar daar weet ik wel wat op, hoor!"
"Ik geloof het graag", zei zij lachend, "Maar eet eerst maar eens als een grote jongen je ontbijt op."
"Maar hoe laat kom je dan hierheen?"
"Om acht uur."
"Waarom zo laat?"
"Omdat ik je eerst een beetje in je sop wil laten gaar koken."
"Wel, in dat geval zal ik reikhalzend naar je komst uitzien."
"Dat is je geraden ook."
Zij glipte met een bijzonder olijke glimlach het kamertje uit en verliet even later ook het huis.
Zij hield woord: na een voor Dennis lange en zenuwslopende dag keerde zij pas om acht uur naar zijn huis terug. Hij zat in de woonkamer naar de televisie te kijken, toen zij met haar eigen sleutel de voordeur opende. Hij hoorde, hoe zij de voordeur weer dichtgooide en langzaam de trap opliep. Even overwoog hij om naar het portaal te lopen en haar daar op een wilde manier te verwelkomen, maar uiteindelijk durfde hij dat toch niet aan. In plaats daarvan ging hij in een kleermakerszit voor de gashaard zitten, waar hij met een hevig kloppend hart de komende ontwikkelingen afwachtte.
Bij haar binnenkomst in de huiskamer ging er een siddering door zijn lichaam, hetgeen haar niet scheen te ontgaan.
"Hoi!", zei zij, met een wat geniepig glimlachje.
"Dag, liefje."
Hij staarde peinzend voor zich uit en durfde haar nauwelijks aan te kijken. Zij zag het ontroerd aan, maar wilde schijnbaar geen seconde meer verliezen. Zij liep naar hem toe, schopte haar schoenen uit en liet zich met een zucht van verlichting in zijn armen vallen.
"Oh, wat heb ik hier naar uitgekeken!", zei zij fluisterend.
"Echt?"
"Ja, er is vandaag geen land met mij te bezeilen geweest."
"Hoezo?"
"Ik kon geen moment stilzitten. Mama werd echt helemaal gek van mij."
"Voor mij en mijn vader gold hetzelfde. Ik was vanochtend zelfs zo nerveus, dat ik het hier maar een beetje ben gaan opruimen."
"Dat zie ik. Je hebt goed je best gedaan. Ik kan zelfs geen enkele snipper op de vloer vinden. En dat wil heel wat zeggen."
"Ik heb ook nog de ramen gelapt", snoefde hij.
"Netjes, hoor!", zei zij, met een wat mysterieus glimlachje, "Wat vond je vader ervan?"
"Die vond het maar niks. Die ouwe heeft mij zelfs nog even staan uitfoeteren."
"Wat zei hij dan?"
"Hij zei, dat ik een 'achterlijke uitslover' was."
"Maar dat ben je toch ook?"
"Dat is waar. Maar jij bent dus ook al zo gemeen!"
"O, schatje, waarom dan?"
"Je draagt hetzelfde jurkje als op die eerste avond bij jou thuis. Je geeft mij ook echt geen enkele kans, h?"
"Nee, maar het is ook niet de bedoeling, dat ik hem de hele avond aan hou, hoor. Laat je dat tot troost zijn."
"Is dat een stille wenk?"
"Ja, want ik heb daarnet een bijzonder moedig besluit genomen."
"Wat voor besluit?"
"Ik heb daarnet besloten, dat je mij nu mag uitkleden."
"Echt waar?"
"Ja, je mag het echt gaan doen, mits je kalm met mijn kleren omgaat en ze allemaal ook netjes opvouwt."
"Waarmee moet ik beginnen?"
"Dat mag je helemaal zelf uitmaken! Doe maar wat je het leukst vind en neem er maar de tijd voor. Het is per slot van rekening nog vroeg."
Na een laatste aarzeling begon hij aan het lieflijke karweitje, dat hem was opgedragen. Hij maakte de knopen van haar jurkje los, trok het over haar hoofd en begon zich vervolgens met haar panty bezig te houden. De manier, waarop hij dat kledingstuk uittrok, was veelzeggend: hij deed het aarzelend, langzaam en met hevig trillende handen. Trudy zag zijn gepruts glimlachend aan en liet zich, toen uiteindelijk ook de beha op de vloer was terechtgekomen, zoetjes door hem bewonderen.
"Is het zo naar je zin?", vroeg zij liefjes.
"Ja, je bent echt volmaakt."
"Prima, en dan moet je nu ook maar mijn slipje uittrekken."
Hij deed het en zag haar daarbij enigszins verbleken. Hij vond het een pijnlijke aanblik.
"Ben je bang?", vroeg hij.
"Een heel klein beetje maar."
"Ik zal mij wel beheersen."
"Nee, dat hoeft niet."
"Ja, dat hoeft wel. Ik denk, dat ik het ook niet zal kunnen."
"Vouw nou eerst mijn kleren maar eens op!", zei zij gniffelend.
Hij legde het slipje op haar andere kleren, die hij vervolgens met een lachwekkende precisie begon op te vouwen. Pas toen hij daarmee klaar was, nam hij haar heel schuchter in zijn armen. Zij liet het glimlachend toe, al viel het toch niet helemaal in goede aarde bij haar.
"Je bent heel lief", zei zij, "Maar het zal toch echt boven moeten gebeuren. En niet hier."
"Goed, liefje."
Hij tilde haar op en droeg haar naar de zolder, naar hun eigen hok. Hoewel dat hem niet al te makkelijk afging, wist hij haar uiteindelijk toch het kamertje in te loodsen. Daar bleef hij even stilstaan. Hij keek naar het bureau met de door Trudy gerangschikte boeken en naar het bed, dat nu altijd was opgemaakt. Hij zag, dat Trudy ook naar het bed keek en vroeg zich af, wat er precies in haar omging.
"Waar denk je aan?", vroeg hij.
"Aan mijn vader", antwoordde zij, terwijl zij met een zekere joligheid haar benen heen en weer liet bungelen, "Aan wat er op dit moment door die arme man heen moet gaan."
Die opmerking drong niet meer tot hem door. Zijn lieflijke last was hem te zwaar geworden en ze vielen giechelend op het bed neer. Toen zij haar armen weer om hem heen had geslagen, begon hij zich ineens heel erg gelukkig te voelen... In de daaropvolgende minuten wist Trudy hem verder over de streep te trekken. Zij kleedde hem zonder veel omhaal uit en zij nam bij elke volgende stap het initiatief. Hun gevrij en geknuffel van de laatste week vloeiden naadloos in een fantasierijk en succesvol uitgevoerd voorspel over, dat daarna een al even bevredigend vervolg kreeg. Ze ontpopten zich allebei als een natuurtalent. Ze vulden elkaar ook perfect aan: Trudy gedroeg zich als het wilde katje van het stel en de op het oog zo bedaagde Dennis wist eigenlijk moeiteloos aan al haar eisen te voldoen.
Het was hen al snel duidelijk, dat ze hiermee de hele nacht zouden doorgaan, maar na een uur maakte hij zich voor even van haar los: om een fles Cola voor haar uit de keuken te halen. Hij viste zijn slipje van de vloer, trok het aan en liep in een toch wel zeer opgewekte stemming naar beneden. Bij zijn terugkeer zag hij, dat zij, rillend van de kou, door het zolderraampje naar buiten stond te kijken. Hij zette de fles en de glazen op het bureau neer en drentelde bezorgd naar haar toe.
"Heb je het koud, liefje?", vroeg hij, nogal overbodig.
"Ja, maar alleen van buiten hoor!"
Hij lachte, pakte zijn trui van de vloer en trok hem over haar hoofd. Zij leek zich die goede zorgen met enige verbazing te laten welgevallen.
"Maar we gaan zo toch weer verder?", vroeg zij.
"Ja, maar dat betekent toch niet, dat je het in de tussentijd koud hoeft te hebben?"
"Ja, dat is zo. Mag ik hem aanhouden, tot we zometeen weer aan de gang gaan?"
"Ja, hoor!"
"Ah, dat is lief van je."
Zij trok hem lachend naar zich toe, hetgeen hij bepaald niet als onaangenaam ervoer. Hier had hij al weken van gedroomd. Niet van de seks zelf, maar van dit in elkaar verstrengeld zijn na de seks, en van het nagenieten van die seks.
"Was het daarnet een beetje plezierig?", vroeg zij.
"Ja, het was heerlijk!"
"Dat is mooi!"
"Heb ik je..."
"Heb je mij wat?"
"Heb ik je daarnet trouwens pijn gedaan?"
"Nee, niet echt. Ik heb er bijna niets van gevoeld. En wat ik voelde, maakte mij nog geiler dan ik al was."
"Poeh, dat is een hele opluchting!"
"Wat vond jij het fijnste moment?"
"Het moment, waarop we op het bed waren gaan liggen. Het moment, waarop je mij in je armen sloot. Dat was voor mij het moment, waarop ik eindelijk een punt achter mijn ongelukkige jeugd kon zetten. Het klinkt heel stom, maar op dat moment voelde ik mij net een schip, dat na een lange, woelige zeereis een veilige haven kon binnenvaren..."
Daarna stokte hij even. Hij meende elk woord wat hij had gezegd, maar hij geneerde zich een beetje voor zijn welsprekendheid.
"Begrijp je het?", vroeg hij, "Begrijp je het, waarom ik juist dat moment het fijnste vond?"
"Ik begrijp het, schatje", antwoordde zij, met een heel ernstig gezichtje.
"Echt? En je bent er niet door beledigd?"
"Nee, integendeel!"
"Ah, gelukkig! Dat was ook precies de bedoeling."
"Ik heb datzelfde gevoel trouwens ook gehad. Maar dan iets eerder."
"Wanneer dan?"
"Vorige week zaterdag. Toen we klaar waren met het schilderen en op bed waren gevallen en ik zo lekker tegen je aan kon kruipen. Toen ik eindelijk zeker wist, dat ik helemaal over de dood van mijn vader heen was."
"Echt?"
"Ja, echt! En dat kwam ook helemaal door jou! Omdat ik toen helemaal zeker wist, dat jij wel altijd bij mij zult blijven."
"Ik snap het."
"En omdat ik je voor dat heerlijke gevoel opnieuw op gepaste wijze wil belonen, moeten we nu maar weer snel onder de dekens gaan."
"Dat is goed, liefje."
Zij trok hem weer op het bed, maar de schermutselingen werden al snel onderbroken. Op het moment dat hij de zoom van de trui tot boven haar taille had geschoven, werd hij door de dichtvallende voordeur gestoord.
"O, verdomme!", mompelde hij.
"Stil nou maar!", zei zij lachend.
"Je bent zeker vergeten, dat we je kleren voor de kachel hebben laten liggen?"
"Hou je nou maar rustig! Het komt allemaal best wel goed."
Ze hoorden, hoe meneer Harberts de trap opliep en neurind het huis binnenging. Dennis kreunde zachtjes voor zich heen, maar het bulderende gelach, dat daarna vanuit de huiskamer weerklonk, stelde hem onmiddellijk weer gerust. Morgen zouden ze bij het ontbijt wel het een ander te horen krijgen, maar dat was van later zorg...

BERT HARBERTS


Terug


Amsterdam, 5 februari 1988. © Bert Harberts