MEDIA RESULTANT


1. Danny hoorde het nieuws van de op handen zijnde oprichting van PCM Ellips op dinsdag 29 oktober 1996, precies één week na zijn eenenveertigste verjaardag. Hij had die dag avonddienst en na zijn aankomst op zijn afdeling, de documentatie van Het Parool, Trouw en Weekmedia, vond hij de notulen van een vergadering, waarin op voorzichtige wijze gewag werd gemaakt van de plannen om de documentaties van PCM Uitgevers in een nieuw bedrijfsonderdeel onder te brengen en een gedeelte van de afdeling naar het Utrechtse Houten te verplaatsen.

Zijn chef Peter Klinkhamer gaf op Danny's verzoek een toelichting op de plannen. De afdeling zou inderdaad een dependance in Houten krijgen en Danny was een van de belangrijkste gegadigden om naar die dependance te verhuizen. Dat was een nogal schokkende mededeling voor Danny en tijdens het daaropvolgende gesprek deed Klinkhamer zijn uiterste best om de schok een beetje voor Danny te verzachten. Op die verhuizing na zou er namelijk niets voor hem veranderen. Hij zou hetzelfde salaris houden en hetzelfde soort werk kunnen blijven doen en als het daadwerkelijk tot een overplaatsing zou komen, dan zou het bedrijf de reiskosten geheel voor zijn rekening blijven nemen en kon de in Zandvoort woonachtige Danny in de eerste klasse van de trein blijven reizen.

Toch was Danny's eerste reactie er een van afwijzing: hij wilde dit niet. Hij liep al tweeëntwintig jaar in het gebouw aan de Amsterdamse Wibautstraat rond en hij was volkomen met zijn afdeling, het gebouw en het bedrijf als geheel vergroeid geraakt. Gedurende de rest van de avond was hij tamelijk uit zijn doen en in de dagen daarna liep hij ook met een fikse aversie tegen die 'eikel van een Klinkhamer' rond.

De afdeling was overigens wel iets meer dan een krantenarchief. De afdeling droeg de zorg voor de digitale archivering van Trouw, Het Parool, Weekmedia, de bladen van de Weekbladpers, HP/De Tijd, De Groene Amsterdammer, Quote en Elle en verzorgde de informatievoorziening voor een groot aantal tv-programma's van een bedenkelijk allooi, zoals het altijd boeiende 'Koffietijd', het spirituele 'Peter R. de Vries' en het diepgravende 'Mariska'. Voeg daarbij het feit, dat de afdeling regelmatig door het nasale stemgeluid van Frank Awick, de aankomende showbizz-reporter van AT5, werd lastiggevallen en men krijgt een beeld van een afdeling voor ogen, die voor een archief een hooglijk dynamisch karakter had.

Klinkhamer, het prototype van de welgedane, rondborstige Amsterdammer, was de architect van de afdeling. Sinds zijn aantreden als chef in de lente van 1977 was de afdeling beetje bij beetje van een stoffig knipselarchief in een modern elektronisch archief veranderd. Danny's verhouding met hem was weinig gecompliceerd. Ze hadden veel respect voor elkaar en ze vulden elkaar ook goed aan. Klinkhamer was de man van de visie en de wilde ideeën, Danny was door de jaren heen de slimme en energieke uitvoerder van die ideeën geweest.

Als het erop aankwam, kon hij dus uitstekend met Klinkhamer opschieten, al waren er in de twintig jaar van hun samenwerking best wel eens momenten geweest, waarop hij 'hem graag op zijn bek had willen rammen.' Dat was er gelukkig nooit van gekomen: het was altijd bij verbaal geweld gebleven. De enige keren, dat de altijd bedaarde Danny zijn stem had verheven, was uit woede over het eeuwige gedram van Klinkhamer geweest.

Hoewel ze altijd wel hadden geholpen, keek hij met weinig voldoening op die inmiddels fameuze woede-uitbarstingen terug. Hij peinsde ook al een poosje op een manier om daar op een elegante wijze zijn excuses voor aan te bieden. Het komende jubileum van Klinkhamer - hij was al vijfentwintig jaar bij PCM Uitgevers werkzaam - leek daar een uitgelezen gelegenheid voor te zijn.

De festiviteiten ter gelegenheid van dat jubileum vielen in twee delen uiteen. Het eerste gedeelte was een korte receptie voor genodigden op de afdeling. Die begon vanzelfsprekend met de aankomst van de jubilaris en zijn gezin en de eerste plechtigheid was de uitreiking van een door de collega's vervaardigd jubileumkrantje.

Danny had de eindredactie over het krantje gevoerd en had ook zelf de langste bijdrage geleverd. Een wonderlijk stukje met een veelzeggende titel: 'Een beminnelijke bulldozer.' De toon van het stukje was mild ironisch en bepaald niet van zelfspot gespeend. Danny gaf niet zozeer hoog op van de managementkwaliteiten van zijn chef, als wel van diens verkooptalenten. Die konden met recht legendarisch worden genoemd en Danny kon daar voluit over meepraten: Klinkhamer had door de jaren heen een heleboel tweedehandsgoederen aan Danny verkocht, waaraan de arme Danny niet altijd behoefte had gehad.

Danny was wel tevreden over zijn stukje en vooral over de slotalinea: "Mocht de lezer uit het voorgaande tot de conclusie komen dat de jubilaris slechts een streberige handelaar in tweedehandsgoederen is, dan moet ik die conclusie tegenspreken: hij is oneindig veel meer dan dat. Zijn verdiensten voor de afdeling zijn groot. Hij vindt het niet echt prettig om bewierookt te worden, maar over een aspect van zijn chefschap wil ik toch nog wel even de loftrompet steken. En wel over de wijsheid, waarmee hij door de jaren heen met mijn gelukkig spaarzame woedeaanvallen heeft weten om te gaan. Die wijsheid verdient mijn diepste respect en bewondering en doet mijn schaamte en spijt over die woedeaanvallen dan ook voor een belangrijk deel teniet."

Ondanks zijn grote aandeel in het vervaardigen van het op tabloidformaat gedrukte jubileumkrantje liet Danny de uitreiking van het krantje aan zijn collega Rik Schaapsma over. Deze Schaapsma, een klein, gedrongen en extravert ventje, deed dat met een hele korte toespraak, waarin toch wel wat venijnige kritiek op het reilen en zeilen op de afdeling was te horen.

De tweede helft van de jubileumfestiviteiten voltrok zich in restaurant 'Sancerre', een gerenommeerd restaurant aan de Reestraat. Het merendeel van de collega's ging er met de auto naartoe. Danny stapte met Maarten Spoor, een in de vut verkommerende ex-collega, op de tram. Het was koud geworden, hetgeen de met een hevige hoofdpijn kampende Danny als weldadig ervoer. Ze stapten in de Marnixstraat uit en liepen in een kalm tempo naar het bovengenoemde restaurant toe.

Eenmaal in dat restaurant aangekomen konden ze al vrij snel aan tafel. Danny, als altijd diep ongelukkig bij dit soort gelegenheden, wist zijn hoofdpijn en zijn onrust met veel rode wijn weg te werken en amuseerde zich vervolgens kostelijk met de geintjes van zijn collega Peter Smit. Smit, een vlot van de tongriem gesneden salesjongen, die samen met Klinkhamer al jaren bezig was om zoveel mogelijk commerciële activiteiten voor de afdeling te ontplooien, ouwehoerde aan één stuk door over de meest uiteenlopende zaken, en haalde, onder andere met behulp van een laserpen, een paar practical jokes met de jubilaris uit, die bij Danny en de kinderen van die jubilaris tot veel hilariteit aanleiding gaven.

Tijdens het diner werden er nog een drietal toespraken gehouden. Maarten deed zijn uiterlijke gelijkenis met John Updike eer aan door een geestig verhaal af te steken, Jeannette Geels, de struise en niet op haar mondje gevallen nestor van de afdeling, deed hetzelfde en de laatste toespraak was van Klinkhamer zelf. Diens laatste zin was een zonderlinge combinatie van dreiging en geruststelling: "Wat de 'Affaire-Houten' betreft, wil ik alleen nog dit zeggen: er zullen bij de komende reorganisatie de nodige spaanders gaan vallen, maar vertrouw op mij, zoals jullie dat altijd hebben gedaan, en dan zal alles wel weer op zijn pootjes terechtkomen."

2. Een van de activiteiten van Zoutewelle, het Houtense multimediabedrijfje, dat eind 1996 door PCM Uitgevers was overgenomen en dat door de Raad van Bestuur was voorbestemd om de documentaties van PCM Uitgevers over te nemen, was het geven van diverse internet-cursussen.

Met het oog op de internet-hype van de laatste jaren leek het Klinkhamer wel zinvol om alle medewerkers aan een van die cursussen te laten deelnemen. In de tweede week van januari was het de beurt aan Danny om daar in dat verre Houten op cursus te gaan. Hij zag daar als een berg tegen op en had zich, om zich wat zekerder te voelen, voor de cursus 'Internet voor beginners' opgegeven.

Vreemd genoeg begon hij in het boemeltje naar Houten, waar hij gezelschap van zijn collega's Jeannette Geels en Dora de Lange had gekregen, voor het eerst een beetje zin in het 'Houten'-avontuur te krijgen. Hij had in de laatste jaren wel eens het gevoel gehad, dat hij in de Wibautstraat was vastgeroest en dat hij nu toch echt wel aan iets nieuws toe was, en zoals het zich nu liet aanzien, zou hij binnenkort daadwerkelijk aan iets nieuws kunnen beginnen.

Na hun aankomst in station Houten duurde het even, voordat de cursisten doorhadden in welke richting ze moesten lopen. Ze moesten in een straat zijn, die De Molen heette en die straat bleek zich aan de andere kant van de spoorlijn te bevinden. Danny vond Houten wel iets charmants hebben. Het nieuwe centrum was overduidelijk een product van de jaren '80. Het Onderdoor, het straatje tussen het station en Het Rond, het hoofdplein van het nieuwe centrum van Houten, had iets popperigs; dat Het Rond zelf had dezelfde kneuterige charme.

Na een wandeling van een minuut of tien kwamen de cursisten bij De Molen 43-45 aan. Het was een nieuw gebouw met twee verdiepingen en een gifgroen, koperen dak. Dora belde aan en meldde via de intercom aan de geaffecteerd sprekend receptioniste wie ze waren. De receptioniste, een sexy geklede schoonheid van Marokkaanse afkomst, liet hen binnen en begeleidde hen naar een tot kantine omgebouwde kamer, waar ze zichzelf aan koffie konden helpen en waar ze al snel gezelschap kregen van hun cursusleider, twee uit Rotterdam afkomstige medecursisten en een van hun eigen collega's, Johan van Tilburg.

De cursisten raakten vrijwel meteen met elkaar in gesprek. Jeannette, Dora en Johan uitten hun zorg over de komende ontwikkelingen; Jo de Waal, werkzaam op de documentatie van het NRC/Handelsblad, hield het er maar op, dat het gros van de documentalisten in hun huidige standplaats zou kunnen blijven en dat alleen de op te richten Data-inputafdeling in Houten zou worden gevestigd. Danny nam niet aan het gesprek deel. Hij had daar een redelijk excuus voor: zijn vrouw Carry, in seksuele zin een wild katje met het uithoudingsvermogen van een kameel, had hem de voorbije nacht langdurig uit de slaap gehouden en hij voelde zich niet al te fit.

Hij wierp een korte blik uit het raam en keek naar de eengezinshuizen achter het kantoor. Ze stonden hem niet tegen. De kantorenwijk Molenzoom was tegen een uitloper van het oude dorp aangebouwd en de aanblik van dat wijkje was heel wat plezieriger dan het uitzicht op de Wibautstraat, waaraan hij door de jaren heen was gewend geraakt.

De cursus viel ook al mee. De cursusleider, Ron Spelbos geheten, was een vaardige en beminnelijke cursusleider en Danny's kennis van het reilen en zeilen op het internet bleek al ruim voldoende te zijn.

Tijdens een van de pauzes verliet hij de cursusruimte en ging hij op zoek naar Klinkhamer, die hier al een kamer had. In de gang werd hij door een roodharige 'Zoutewelliaan' staande gehouden.

"Zoek je iemand?", vroeg de roodharige.

Danny antwoordde met een zekere aarzeling, waarover hij onmiddellijk het land had:

"Nee, ik kijk een beetje rond."

"Dat hebben we toch liever niet."

''Oh."

Danny, beledigd tot in zijn haarwortels, keerde op zijn schreden terug en dook schielijk de cursusruimte weer in.

"Wat een teringhufter!", dacht hij, met stijgende woede.

Hij nam weer achter zijn pc plaats en besefte, dat zijn animo om naar Houten te verkassen voor even tot ver onder het nulpunt gezakt. Hij voelde zich bedreigd...

Het afdelingsbrede verzet tegen 'Houten' werd in de weken daarna steeds sterker. Het gros van de collega's was zeer aan het werken voor de krant verknocht geraakt en het idee om die krant los te moeten laten deed hen gruwen. Danny had daar dus een wat genuanceerder standpunt over, maar hij deed vooralsnog geen moeite om zijn collega's tot andere gedachten te brengen. Klinkhamer scheen wel te vermoeden, hoe de vlag ervoor stond en bracht het merendeel van zijn werkdagen nu in Houten door. Zijn pas aangestelde sous-chef, Kees Ritsma, een vrolijke, bebrilde Zaankanter, nam de leiding van de afdeling soepeltjes van Klinkhamer over, hetgeen de sfeer op de afdeling al snel ten goede kwam.

Begin februari kwam Klinkhamer weer een keer naar de afdeling: voor een presentatie over het 'Houten-project'. Hij stak een schokkend verhaal af. Wat stond te gebeuren, was een heuse opsplitsing, zo niet liquidatie van de afdeling. De medewerkers, die zich met data-input bezig hielden, zouden samen met de medewerkers, die zich met de verschillende vormen van serviceverlening bezig hielden, naar Houten moeten verhuizen. Wat in de Wibautstraat zou achterblijven, waren twee kleine redactie-units, een voor Trouw, en een voor Het Parool.

De reacties op dit scenario - een woord, dat Klinkhamer telkens weer op een pesterig toontje als 'skenario' uitsprak - varieerden van lauw tot ronduit vijandig. De meest op de voorgrond tredende tegenstanders waren Jeannette Geels, Hendrikje Daans, een felle Friezin en de voormalige sous-chef van de afdeling, en Rik Schaapsma. Het drietal legde Klinkhamer het vuur na aan de schenen, maar hij gaf vooralsnog geen krimp en wees alle mogelijke alternatieven resoluut van de hand. De fusie van de documentaties moest en zou zijn beslag gaan krijgen en het merendeel van de medewerkers moest en zou naar Houten gaan verhuizen.

Hij besloot zijn presentatie met de mededeling, dat Fred Maassen, de pas aangestelde directeur van PCM Ellips, een presentatie voor alle Amsterdamse medewerkers zou komen geven. Die mededeling kon de gemoederen niet echt tot bedaren brengen.

Die presentatie werd om onduidelijke redenen tot tweemaal toe uitgesteld; toen die op vrijdag 28 februari uiteindelijk toch plaatsvond, bleek het bedrijf meer kanonnen in stelling te hebben gebracht dan alleen de bovengenoemde Fred Maassen. De bijeenkomst werd door twee personeelsfunctionarissen ingeleid, Arie Beemsterboer, de huidige personeelschef van de afdeling en Nico Koning, de beoogde personeelschef van de nieuwe onderneming, en de beide personeelsfunctionarissen deden hun uiterste best om het een en ander recht te zetten. De komende reorganisatie was geen bezuinigingsoperatie, zoals al meermalen was gesuggereerd. Voor iedere werknemer bleven alle opgebouwde rechten, zoals salaris, dienstjaren en vakantierechten, onverkort gehandhaafd en iedere werknemer bleef, de goede sociale regels van PCM Uitgevers indachtig, verzekerd van een baan. Het bedrijfsplan van PCM Ellips, zo stipte Fred Maassen minzaam aan, voorzag zelfs in een lichte uitbreiding van de werkgelegenheid.

Het was op dit punt, waarop Danny definitief overstag ging: een reorganisatie, waarbij banen werden geschapen in plaats van geschrapt, kon in zijn ogen geen slechte reorganisatie zijn. Het vlotte, enigszins gelikte betoog van Fred Maassen, een blonde, plomp gebouwde man, trok Danny nog verder over de streep. De nieuwe onderneming zou bovenal een onderneming met een platte bedrijfsstructuur gaan worden, met korte lijnen van het management naar de werknemer. Dat klonk Danny als muziek in de oren. Het idee om over te kunnen stappen naar een afdeling, die in tegenstelling tot zijn huidige afdeling vrijwel hiërarchieloos door het leven zou gaan, sprak zeer tot zijn verbeelding.

De rest van de presentatie beviel hem ook wel. PCM Ellips zou de Nederlandse Persdatabank, waarin de kranten van PCM Uitgevers al waren ondergebracht, gaan overnemen en zou de content, oftewel de inhoud van die NPD, op een commerciële manier gaan uitbaten. Ook dat streven onderschreef Danny van ganser harte. PCM Uitgevers had veel geld moeten uitgeven om de Dagbladunie over te nemen en had zich daarvoor diep in de schulden moeten steken. Het zou heel lang gaan duren, voordat het bedrijf weer wat 'vlees op de botten had' en het zou dus heel mooi zijn als de nieuwe onderneming daaraan een steentje zou kunnen gaan bijdragen.

Na afloop van de presentatie zag hij, dat Klinkhamer bijzonder opgelucht was en dat hij Maassen, in wie hij niet zo bar veel vertrouwen had, zelfs een schouderklopje gaf. Danny zag het verbaasd aan. Gezien het blufferige zelfvertrouwen, waarmee Klinkhamer zijn opponenten doorgaans tegemoet trad, kon dat schouderklopje wel wonderbaarlijk worden genoemd. Maassen nam de dankbetuiging echter hautain in ontvangst, alsof het de gewoonste zaak van de wereld was.

3. Op de eerste vrijdag van april begon Danny, vermoeid, maar in een blijmoedige stemming, aan zijn thuisreis naar Zandvoort. Na het vertrek uit Overveen wist hij het werk uit zijn hoofd te zetten en tijdens het laatste stukje van zijn reis dacht hij alleen nog aan zijn vrouw en wat ze het komend weekend zouden gaan doen. Hij was zeer aan dit traject gehecht; als hij naar Zandvoort reed, bracht het altijd weer een sterk geluksgevoel in hem teweeg. Hij kende de omgeving inmiddels op zijn duimpje door de vele wandelingen en fietstochtjes, die hij met Carry had gemaakt en aan elk weggetje, elke boom, elke struik, elk bankje en elke wegwijzer leek wel een gekke, tedere of mooie herinnering aan haar vast te zitten.

Zandvoort kwam al snel in zicht en bij de aanblik van de eerste flats slaakte hij een zucht van verlichting. Hij snakte naar een 'Duveltje': de smakelijke beloning, waarmee hij elke werkdag altijd op gepaste wijze afsloot. De trein minderde vaart, passeerde de laatste spoorwegovergang, waarvoor een paar natgeregende fietsers stonden te wachten en stopte in het station, dat op slechts driehonderd meter van zijn huis stond.

Bij zijn thuiskomst werd hij tot zijn leedwezen niet door Carry verwelkomd, omdat ze nog in bad bleek te zitten. Hij drentelde naar de badkamer en begroette zijn vrijwel geheel onder het badschuim schuilgaande echtgenote met een amicaal 'Ha, die dikke Carry!'. Dat viel niet helemaal in goede aarde bij haar.

"Dat neem je terug, mispunt!", riep zij.

"Waarom zou ik dat terugnemen?"

"Omdat je anders een fikse sloot badwater naar je hoofd krijgt gesmeten."

"Nou, zeg! Je wilt, als rasechte nazaat van Obelix, toch niet zeggen dat je slan.... Hee, niet doen!"

Het was al te laat. Zij had haar handen vol met water geschept en de inhoud daarvan over zijn rode sweater geworpen.

"Jezus!", riep hij, terwijl hij langzaam naar haar toeliep, "Wat ben jij een gemeen, doortrapt loeder!"

"Eigen schuld. Had je maar niet... Hee! O, nee! Niet dat!"

Hij had haar grijnzend bij de bovenarmen gegrepen en dreigde haar nu onder water te duwen.

"O, nee!", smeekte zij, "Niet doen!"

"Ik zal het niet doen, maar alleen als je zegt, dat ik je terecht met 'Dikke Carry' heb aangesproken."

"Nooit!"

"Tja, dan moet je het zelf maar weten!"

"Nee! Nee!"

"Eerst zeggen!"

''Nou, goed dan! Het is volstrekt terecht, dat je mij met 'Dikke Carry' hebt aangesproken.

"Ach, welnee!", zei hij, eindelijk haar armen loslatend, "Je bent helemaal niet dik!"

"Maar waarom moest ik het dan zeggen?"

"Omdat ik je even lekker wilde pesten."

"Dat staat je mooi!"

Hij gaf haar een kus op haar voorhoofd, waarmee hij natuurlijk alles weer goedmaakte en liep terug naar de keuken, waar hij zijn 'Duveltje' uit de koelkast pakte.

Eenmaal in de huiskamer keek hij een poosje naar een infantiel quizspelletje op de televisie tot Carry, een knappe, ietwat mollige blondine van tweeëndertig, in haar badjas de kamer kwam binnenlopen en met een stralend gezicht op zijn schoot plaatsnam. Haar haren waren nog nat en onder haar openvallende badjas waren twee prachtige borsten, twee zwarte nylonkousen en een paar zwarte jarretelles zichtbaar.

"Heb je een leuke dag gehad?", vroeg zij, met een wat meewarige glimlach.

"Ja, hoor!"

"Hoe is het nou op het werk?"

"Rustig! Het woord 'Houten' is vandaag niet één keer ter sprake gekomen."

"Hoe is het mogelijk!"

"Ja, ik sta er zelf ook versteld van!"

"Weet je nou al zeker, wat je zelf gaat doen?"

"Ja, hoor! Ik ga lekker naar Houten."

"Ben je daar echt helemaal zeker van?"

"Ja, ik ben echt helemaal om. Het lijkt mij heerlijk om tot aan mijn vut alleen maar met data-input bezig te zijn en niets meer met die trutjes van 'Koffietijd' en 'Mariska' te maken te hoeven hebben."

"Het lijkt mij zo afstompend."

"Ach, welnee, malle meid! Het zal alleen maar rustgevend voor mij zijn. Als ik niet voortdurend door die klotetelefoon word gestoord, heb ik er helemaal niets op tegen om de hele dag achter een pc te zitten. Je weet niet half, hoe slopend die telefoontjes zijn."

"Is dat echt zo?"

''Ja, natuurlijk! Ik weet ook zeker, dat het de kwaliteit van het werk niet ten goede komt. Als je twee dingen tegelijk moet doen, doe je altijd twee dingen fout. Als ik door die stomme aanvragen voortdurend van mijn werk wordt gehaald, krijg ik de neiging om zowel mijn werk als die stomme aanvragen af te raffelen. En dat is natuurlijk niet goed."

"Maar besef je eigenlijk wel, dat je - als je eenmaal in Houten zit - zeker vier uur per dag in de trein moet gaan zitten?"

"Ja."

"En dat je in totaal vier keer - en als het tegenzit - zelfs zes keer zult moeten overstappen?"

"Ja, maar daar staat tegenover, dat ik dicht bij een station woon en dicht bij een station werk. Het valt eigenlijk allemaal wel mee. Ik ga om zes uur van huis weg en ik ben om zes uur thuis. Dat is wel te overzien."

"Maar vind je het dan niet vervelend om in je eentje naar Houten te moeten gaan?"

''Denk je, dat het daarop neer zal komen?"

"Als ik die verhalen over die collega's van je hoor, denk ik, dat er niets anders voor je opzit."

''Tja, dat zal een hard gelag zijn. Maar ik denk, dat ik geen andere keus heb. Peter heeft vanaf het begin al aangegeven, dat hij mij per se in Houten wil hebben en het is maar de vraag, of hij iets anders voor mij heeft als ik die baan in Houten afwijs."

"Hm, zou er eigenlijk nog een leuke loonsverhoging voor je inzitten?"

"Ha, dat denk ik niet", riep hij grinnikend, "PCM Uitgevers en loonsverhogingen!

''Dat zijn twee volstrekt onverenigbare grootheden."

"Hm, dat is toch wel jammer."

"Waarom? Ik verdien toch genoeg."

"Nou, zeg! Als ik mijn salaris met het jouwe vergelijk, dan..."

"Is dat verschil best wel redelijk", vulde hij gniffelend aan.

"Stoort het je dan helemaal niet, dat ik veel meer verdien dan jij?"

"Nee, natuurlijk niet, malle meid! Je hebt een betere opleiding dan ik, je doet verantwoordelijker werk dan ik en je maakt langere dagen dan ik."

"Dat is toch wel een erg politiek-correct standpunt, lieverd!", zei zij treiterend.

"Dat neem je terug!"

"Dat neem ik niet terug."

"Dat neem je wel terug!"

"Nee, dat neem ik niet terug!"

"Wel, in dat geval zie ik mij genoodzaakt om je weer eens flink te tuchtigen."

"Ha, zie maar, dat je mij te pakken krijgt!", riep zij, terwijl zij van zijn schoot gleed en behoedzaam in de richting van hun slaapkamer liep.

"Dat laat ik mij geen twee keer zeggen."

Hij zette zijn flesje bier neer, stond op en zette de achtervolging op haar in. Hij achterhaalde haar pas in de slaapkamer.

4. In de week daarna kwam er weer wat beweging in het 'Houten-project' en wel toen Kees een serie van intake-gesprekken aankondigde. Die intake-gesprekken tussen de medewerkers enerzijds en Frits Campagne, de adjunct-hoofdredacteur van Het Parool, en Arie Beemsterboer anderzijds, waren vooral als wederzijdse informatieronde bedoeld. De medewerkers zouden over de voortgang van het project worden ingelicht en de medewerkers zouden in dat gesprek zijn of haar mening over de komende reorganisatie kunnen geven en daarbij ook zijn of haar voorkeur voor een komende standplaats mogen uitspreken.

Danny zou de spits afbijten en de ochtend, waarop dat zou gaan gebeuren, verliep tamelijk rustig. De bezetting op de afdeling was karig, het aantal aanvragen gelukkig ook. Tjeerd Touw, de researcher van de afdeling, Kees Ritsma, Jeannette Geels, Danny, Ruud Franks, de coördinator van de weekbladen, en Rik Schaapsma waren aanwezig, de rest was ziek, of had vrijgenomen.

Danny was tamelijk nerveus over het komende gesprek; hij had het gevoel, alsof hij na tweeëntwintig jaar trouwe dienst weer in een sollicitatieprocedure was verzeild geraakt. Ter bestrijding van zijn stress begon hij maar weer hevig aan zijn vrouw te denken. Die gedachten en de daarmee gepaard gaande beelden waren niet wild van aard. Het waren beelden van Carry, die zich 's avonds voor het slapen gaan in zijn armen nestelde, beelden van Carry, die na het opstaan slaapdronken door het huis wankelde, beelden van Carry, die zich met zichtbare tegenzin aankleedde en die vervolgens met een nog grotere tegenzin afscheid van hem nam.

Tegen elven liep hij naar de kamer van Campagne. Hij was wat te vroeg, maar toen hij door de aimabele Beemsterboer werd binnengeroepen, zou hij ook snel weer buiten staan. Hij onderbrak het aarzelende beginbetoog van Campagne met de mededeling, dat hij 'Houten' als een hele leuke uitdaging zag, en hij zei verder, dat hij een uitgesproken voorkeur voor de op te richten Data-inputafdeling in Houten had, dat hij er geen been inzag om elke dag langer te moeten reizen, dat hij daarbij wel alle begrip voor de ontstane commotie op de afdeling had en dat hij hoopte en verwachtte, dat het bedrijf daar omzichtig mee om zou gaan.

Zijn gesprekspartners leken zijn positieve houding als een warme douche te ervaren. Zijn wensen en voorkeuren werden door Beemsterboer opgetekend en bij het afscheid kreeg hij een ferme handdruk van zijn beide gesprekspartners.

Na zijn terugkeer op de afdeling werd hij door Rik naar de rookruimte bij het trappenhuis gedirigeerd.

"Hoe was het?", vroeg Rik.

''Het was een gezellig gesprek. Ze wilden vooral mijn mening over 'Houten' weten."

"En hoe is die ook alweer?", vroeg Rik grijnzend.

"Dat ik wel graag naar Houten wil."

"En dat was dus precies, wat ze wilden horen!"

"Ze sprongen een gat in de lucht."

"Wil je nou echt zo graag naar Houten?"

"Ja, en ik denk, dat jullie daar heel blij om moeten zijn."

"Hoezo?"

"Omdat ik zo het pad effen voor degenen, die hier willen blijven."

"Leg dat eens uit."

"Ik denk, dat Peter er diep in zijn hart maar een paar naar Houten wil meenemen. Ik, jij, Kees en Ruud. Als dat viertal eenmaal over de brug komt, zal hij de anderen wel met rust gaan laten."

"O, dat denk ik ook, maar ik vind toch, dat je niet moet gaan. Al is het alleen maar uit solidariteit met mij."

"Ach, man! Lul niet zo! In the long run verandert er helemaal niets voor ons tweeën. Degene, die aan data-input willen blijven doen, blijven dat doen, en degene, die graag bij de redacties willen blijven, blijven bij de redacties."

"Met dit verschil dat de data-inputters naar Houten zullen moeten."

"Ja, ik heb daar geen problemen mee en als jij daar wel problemen mee hebt, dan moet je dat tijdig aangeven en aan Peter melden, dat je iets anders wilt gaan doen."

''Dat kan ik toch niet, man!", was de kwade repliek, "Ik heb een contract en ik ben dus niet in vaste dienst. En ik zie al aankomen, wat er gaat gebeuren."

"Wat dan?"

"Klinkhamer zal mij die vaste aanstelling pas geven als ik naar Houten ga."

Danny reageerde daar niet meteen op; Rik had inderdaad nog steeds geen vaste aanstelling. Zijn contract was op miraculeuze wijze al viermaal verlengd en elke verlenging was met een hoop stress en heisa gepaard gegaan.

''Ik snap je probleem!", begon hij aarzelend.

"En wat ga je daar aan doen?"

"Sorry, maar daar kan ik niets aan doen. Je weet heel goed, dat ik het al heel vaak met Peter over jou heb gehad. Ik heb hem al heel vaak gezegd, dat je, mits goedgeluimd, heel belangrijk en waardevol voor de afdeling bent. En ik heb hem al heel vaak gezegd, dat ik dat gelazer met die contracten maar niks vind. Maar als hij daar niks mee doet, dan houdt het voor mij op. En wat 'Houten' betreft: ik denk, dat ik, als ik hier blijf, op mijn vijftigste dood achter mijn pc zal zitten en ik denk, dat ik in Houten met gemak mijn vut zal kunnen gaan halen. Dat is de reden, waarom ik ga en daarom ga ik dus ook! En of jij dat nou leuk vindt of niet, doet voor mij nu even niet ter zake."

"Bij ons op voetbal hebben we daar een heel mooi woord voor."

"Ik ben geen matennaaier!", riep Danny kwaad, "Ik ben er alleen maar van overtuigd, dat we beter wel aan deze reorganisatie kunnen meewerken."

"Waarom?"

"Omdat de tijd er nu heel gunstig voor is. De economie floreert, het bedrijf doet het, ondanks die immense schuldenlast, heel erg goed en dat zijn nou precies de redenen, waarom deze reorganisatie geen verkapte bezuinigingsoperatie is en waarom er bij deze reorganisatie dus helemaal geen ontslagen hoeven te vallen. Als we er vijf jaar mee wachten, kan het er allemaal wel eens heel anders uitzien."

"Hm."

"En aangezien er in dit bedrijf volgens het principe van 'last in-first out' wordt gewerkt, ben jij bij een eventuele ontslaggolf dus als eerste de klos."

"Waarom ik?", sputterde Rik.

"Omdat jij onze jongste bediende bent."

"Dat neem je terug!", riep Rik, met geveinsde kwaadheid.

"Dat neem ik niet terug: het is de waarheid. Jij bent als laatste binnengekomen en jij vliegt er om die reden dus ook als eerste uit."

"Ga je mond spoelen!"

"Schreeuw niet zo!"

"Dat maak ik zelf wel uit!"

Deze litanie van stopwoorden - de laatste drie zinnen waren vaste uitdrukkingen, waarmee ze elkaar regelmatig om de oren sloegen - werd onderbroken door de komst van een andere roker: Kees Ritsma.

"Wordt er vandaag nog gewerkt?", vroeg hij op quasi-autoritaire toon.

"Bemoei er niet mee!", riep Rik.

"O, sorry! Hee, Danny, moest je eigenlijk niet naar Frits en Arie toe?"

"Ik ben al geweest."

"Danny heeft een gezellig gesprek gehad", gniffelde Rik.

"Hadden ze genoeg bier in huis?", vroeg Kees.

"Dat viel niet tegen!", antwoordde Danny grinnikend.

"Maar hoe was het?"

"Het was een prettig gesprek met twee verstandige mannen."

"Ja, shit! Nou weet ik nog niks!"

"Dat kun je toch wel op je vingers natellen?", zei Rik gemelijk, "Die eikel is de enige, die graag naar Houten wil, dan kun je zelf toch wel nagaan, hoe zo'n gesprek is verlopen?"

"Positief?", opperde Kees, met een domme gelaatsuitdrukking.

"Allicht!", antwoordde Rik, daarmee een stopwoord van Kees gebruikend.

"Hi, guy's!", zei een nieuwe roker.

"Jan-Dirk!", riep Rik veel te luid.

"Rik!", riep de aangesprokene, Jan-Dirk van den Dunnen, de databasemanager van de afdeling.

"Goed weekend gehad?", vroeg Rik aan Jan-Dirk.

"Het is pas donderdag, imbeciel!", gniffelde Jan-Dirk.

"O, sorry! Ik ben even de draad kwijt."

"Was het maar een draad!", zei Danny zwartgallig.

"Ga je mond spoelen!", was de voorspelbare reactie.

Danny schoot in de lach, stond op en liep in gedachten verzonken naar de afdeling terug. Hij had een wat gemengd gevoel over hetgeen er deze ochtend was voorgevallen. Hij stond nog steeds achter zijn positieve woorden over het 'Houten'-project, maar hij besefte maar al te goed, wat de implicaties van die woorden zouden kunnen zijn. Over een half jaar zou hij misschien ergens anders werken en voor het eerst voelde hij iets van weemoed in zich opkomen. Weemoed over dit oude, morsige gebouw en weemoed over de mensen, die hij hier zou moeten achterlaten.

5. De tweede zaterdag in juli was een kille, sombere dag. De zon scheen af en toe, maar ging verder voornamelijk achter een fors wolkendek schuil. Danny en Carry hadden omstreeks het middaguur bij het Amsterdamse Centraal Station een fiets gehuurd en fietsten nu op hun gemak langs de weilanden van Landelijk Noord. Ransdorp lag al een kilometer achter hen en in de verte zagen ze hun reisdoel liggen: Holysloot, het meest noordelijke dorpje van Amsterdam. Daar in dat o zo pittoreske Holysloot zou het bandje van Danny en zijn beroemde neef, ex-voetballer Maarten Harberts, een kort concert gaan geven.

Het bandje, de 'The Maarten Harberts Band' geheten, telde buiten de twee bandleiders drie andere leden: Ruud Franks, Danny's aimabele collega, bespeelde de bas, Randy Harberts, een verre en steenrijke neef van Maarten en Danny, had zich tot een bedreven drummer en een begenadigd zanger ontpopt en Hans Inniger, een oude schoolvriend van Danny, was de toetsenist van de band.

De band had door een paar optredens in tv-programma's over Maarten een zekere bekendheid en faam verworven en trad regelmatig in café's en danszaaltjes op. Omdat Maarten nogal lui was aangelegd en nooit lang van zijn vrouw en twee zoontjes weg wilde zijn, gebeurde dat meestal alleen in locaties in de omgeving van Amsterdam en Waterland. Danny vond dat wel prima zo; hij vond het leuk om als gitarist een beetje aan de weg te timmeren, maar het moest natuurlijk niet op werk gaan lijken.

Ze naderden inmiddels Holysloot. Danny ging even op de pedalen staan en liet daarbij een welgevallig oog op zijn vrouw rusten. En niet onrechte: zij zag er vandaag weer uitzonderlijk lief uit. Zij droeg een rood jackje, een wit bloesje, een zwart-leren rokje, zwarte nylonkousen en korte, zware laarzen en zij bloosde een beetje, zoals wel vaker gebeurde als hij zijn begerige 'laserstraalogen' op haar liet rusten.

Ze reden Holysloot binnen en sloegen daarna rechtsaf, in de richting van Uitdam. Het huis van Maarten en Wendy lag aan de andere kant van het dorp; hun plek van bestemming was echter een schuur, die Maarten al sinds jaren van een oude, gepensioneerde boer huurde. Ze zetten hun fietsen tegen de muur van de schuur en liepen de schuur binnen.

Daar bleek, dat ze de eersten waren. Op het nogal gammel ogende podium probeerde Maarten wat gitaarimprovisaties uit; zijn lieftallige echtgenote zat aan de tafel in het midden van het schuurtje en hield zich met hun twee zoontjes bezig.

"Ha, die gekke Danny!", riep Maarten amicaal.

Wendy keek op en schonk haar gasten een charmante glimlach; haar kinderen, Jelle en Yaran, waren wat directer in hun reactie en liepen joelend in de richting van Carry, die hen liefdevol in de armen sloot. Danny zag dat even glimlachend aan, maar voegde zich toen bij zijn neef.

"Hoe is het met je?", vroeg Maarten grijnzend.

"Ik ben gezond, gelukkig en verliefd", antwoordde Danny, tijdens het omhangen van zijn gitaar.

"Jezus! Ben jij nou nog steeds verliefd?"

"Ja, natuurlijk!"

"Mooi zo! En hoe is het op je werk?"

"Rustig. Het is weer komkommertijd. Dus we zitten de grootste deel van de tijd uit ons neus te vreten."

"Prima! Gaat die verhuizing naar Houten eigenlijk nog door?"

"Ik weet het niet. We horen er al een hele tijd niets meer van. We weten absoluut niet, wat ze daar aan het doen zijn. De stilte uit Houten is werkelijk oorverdovend."

"Dat is misschien ook maar beter, hè?"

"Tja, het gekke is, dat ik het, sinds de 'Houten-affaire' speelt, weer vreselijk naar mijn zin heb op mijn werk. Ik heb daar een poosje met de pest in mijn lijf rondgelopen, maar nu het einde lijkt te naderen, maak ik ineens het leukste jaar uit mijn carrière mee."

"Hoe komt dat?"

"Ach, mensen, die ten dode zijn opgeschreven, gaan ook ineens als een gek van het leven genieten. Iets dergelijks zal nu ook wel met mij aan de hand zijn."

"Maar dan wel op een iets ander niveau, neem ik aan."

"Natuurlijk, natuurlijk!"

Ze keken naar Yaran, die op Carry's schoot was gaan zitten en wisselden een blik van verstandhouding met elkaar uit.

"Het is een echte vrouwenverslinder, die jongste zoon van mij", zei Maarten monter.

"Ik zie het", was het gemoedelijke antwoord.

"Beginnen jullie er ook nog aan?"

"Aan wat?"

"Kinderen?"

"Neuh."

"Dat is jammer, jôh!"

"Waarom?"

"Volgens mij zou Carry echt een fantastische moeder zijn."

"Ik weet het wel zeker."

"Maar?"

"Ik wil haar met niemand delen."

"Zij heeft aan jou haar handen meer dan vol, bedoel je?"

"Precies."

In de daaropvolgende minuten kwamen de andere bandleden en hun publiek het zaaltje binnendruppelen en begon de band vol goede moed aan zijn concert.

Juli bleef aan de koele kant, in augustus daarentegen werd het ineens erg warm. Danny had het daar moeilijk mee. Hij was niet zo goed tegen de hitte bestand en het reizen per trein was in die bijna tropische augustusdagen bepaald geen pretje. Hij vroeg zich ook af, hoe het zou zijn als hij over een jaar in die warme zomermaanden van Zandvoort naar Houten zou moeten reizen, maar voor die gedachte sloot hij zich maar even af. De hitte bleef aanhouden tot en met het eerste weekend van zijn vakantie. Het zou ditmaal een wat kortere vakantie worden dan gebruikelijk. Op verzoek van Kees zou hij wegens personele problemen zijn vakantie dit jaar in tweeën gaan splitsen. In normale omstandigheden ging hij de eerste drie weken van september op vakantie. Nu zou hij er de eerste twee weken van september en de eerste twee weken van november tussenuit gaan.

De eerste vakantiedag van die eerste vakantieperiode bracht hij samen met Carry op de veranda door en ze verlieten die veranda pas, toen de avond viel en de zon op een wel zeer clichématige manier in de zee begon te zinken. Ze wandelden via het strand naar het dorp, aten een pizza in een pizzeria op het Kerkplein, dronken nog een biertje of twee op een terrasje in de Haltestraat en liepen daarna op hun gemak via het strand naar hun huis terug.

Wat volgde, was een tamelijk wilde nacht, die zich gedeeltelijk op het strand, gedeeltelijk op hun veranda en gedeeltelijk in hun slaapkamer afspeelde en die tot een uur of drie duurde. Ondanks die vermoeiende nacht werd Danny de volgende dag weer vrij vroeg wakker. Hij maakte zich langzaam uit Carry's armen los, stond op en liep met een wat onzekere tred naar de badkamer, eerst om te plassen en daarna om een douche te nemen. Na die korte douche begon hij zich met weinig animo aan te kleden. Hij beperkte zich daarbij tot een rood T-shirt, een hagelwit slipje en een niet-meer-zo-hagelwit voetbalbroekje.

Na het aankleden liep hij terug naar de slaapkamer en keek hij met een met geilheid aangelengde tederheid op zijn vrouw neer. Zij lag half op haar buik, met haar rechterbeen half opgetrokken. Haar hoofd steunde op haar rechterhand, haar volle en fraai gevormde rechterborst raakte het laken licht aan en om haar kleine voeten zaten twee afgezakte, zwarte nylonkousen. Even overwoog hij om haar te wekken, maar zijn beter ik won het van zijn seksuele driften; per slot van rekening hadden ze het vannacht ook al tamelijk bont gemaakt.

Hij repte zich dus maar naar de keuken om koffie te zetten. Hij was van plan om in zijn eentje op de veranda te ontbijten, een tijdverdrijf, waar hij zich als altijd zeer op verheugde. Op vrijen en gitaarspelen na was dat eigenlijk zijn favoriete vrijetijdsbesteding. Nooit was zijn vakantiegevoel sterker als hij in alle rust op zijn eigen veranda met uitzicht op de zee kon ontbijten.

Hij dekte het ontbijttafeltje op de veranda dan ook met zorg. Het bevatte een bord, een mes, een kuipje Becel, hagelslag, een flink stuk kaas, een kaasschaaf, een leeg theekopje en een inmiddels gevulde koffiekan. Hij schonk zichzelf een kop koffie in en liep daarna nog even de huiskamer binnen. Voor hij ging ontbijten, wilde hij eerst nog wel even zien, of er in de wereld nog schokkende dingen waren gebeurd. Hij zette de televisie aan, wierp een blik op de berichten van Tekst-tv en liet toen een langgerekt en luid 'Jeeeemig!' horen.

"Wat is er?", riep Carry vanuit de slaapkamer.

"Prinses Diana is dood!", riep hij terug, onderwijl doorzappend naar de BBC.

"Wie is dood?"

"Prinses Diana!", blèrde hij, "Het is net op het nieuws. Haar vriendje is ook de pijp uit."

Er volgde een korte stilte, gevolgd door een licht gestommel, waarbij hij haar "Dat meen je niet!", hoorde roepen. Een paar seconden later kwam zij de kamer binnenlopen. Met een tred, die ook al niet zo zeker oogde.

"Wat is er gebeurd?", vroeg zij, met een strakke blik op de televisie, die beelden uit Parijs toonde.

"Zij en haar vriend hebben in Parijs een auto-ongeluk gehad."

''Wanneer is het gebeurd?"

"Vannacht."

Ze keken een poosje naar het nieuwsbulletin, dat om de zoveel minuten werd herhaald, en kregen daardoor een redelijk inzicht in wat er in Parijs was voorgevallen. De foto van Diana op de achtergrond was goed gekozen: zij was geheel in het zwart gekleed en zij keek zeer treurig voor zich uit.

"Ach, wat een nare tragedie!", zei Carry mompelend.

"Is dat alles, wat je kunt zeggen?", vroeg hij, op een plagerige toon.

"Tja, wat moet ik er anders van zeggen? Het was een lief mens en een mooie meid en het is dus hartstikke zonde, maar het is natuurlijk niet iets om wakker van te liggen."

"Hm, daar zit wat in."

"Ja, hè? Dus laten we ons maar gelukkig prijzen, dat wij nog leven en maar weer gezellig naar bed gaan."

Hij reageerde daar niet meteen op. Hij liet zijn ogen over haar poezelige lichaam glijden, telde tot tien en besloot om zich toch maar even schrap te zetten.

"Zullen we eerst maar eens gaan ontbijten?", vroeg hij, "Ik heb net koffie gezet en het tafeltje op de veranda is al gedekt."

"O, dat is ook goed."

Zij zette koers naar de veranda, maar toen zij over de drempel wilde stappen, trok hij haar op het allerlaatste moment aan haar arm terug.

"Wat is er?", vroeg zij, zich onderwijl op slinkse wijze in zijn armen nestelend.

"Wil je wel eerst iets aantrekken?"

"Waarom?"

"Omdat ik dat zeg!", antwoordde hij lachend.

"Ja, maar..."

"Niks 'ja, maar...'! Je doet wat aan, of je blijft maar van de veranda weg."

"Nou, goed dan! Maar dan onder één voorwaarde!"

"Welke dan?"

"Dat je zometeen niet naar de Wibautstraat afreist!"

"Waarom zou ik dat moeten doen?", vroeg hij, een tikje schijnheilig.

"Ach, kom! Je gaat mij toch niet vertellen, dat je niet beseft, dat het nu een gekkenhuis op de krant zal zijn?"

"Tja, dat denk ik ook wel, maar dat moet die gekke Klinkhamer maar gaan oplossen!"

"En als hij nu zometeen belt, met de vraag, of je effe een uurtje kunt komen bijspringen?"

"Dan zal ik hem zeggen, dat hij zelf maar moet gaan. Hij woont dichter bij het werk dan ik."

"Ha, en jij denkt echt, dat je hem dat ronduit in zijn gezicht zult durven zeggen?"

"Ja, dat denk ik echt", antwoordde hij lachend, "Maar als je mij niet gelooft, wil ik de hoorn wel van de haak liggen, hoor!"

"Dat is een prima idee! En aangezien de telefoon in de slaapkamer staat, zal ik dat karweitje wel even op mij nemen."

Zij maakte zich van hem los en rende naar de slaapkamer terug. Twee minuten later liep zij dan toch de veranda op. Gekleed in niets meer dan een kort, wit nachthemd, met een wat nuffige gelaatsuitdrukking en met twee opgerolde, bruine nylonkousen in de rechterhand. Hij was inmiddels al begonnen met eten. Hij had het gevoel, dat ze zometeen toch wel in bed zouden belanden en het zou dan wel prettig zijn als hij een bodempje in zijn maag zou hebben.

6. Danny's tweeënveertigste verjaardag viel op de donderdag in een van zijn laatste avonddienst-weken. Jan-Dirk van den Dunnen viel die dag voor hem in, zodat hij vrij kon nemen en een dag later zat hij, na een kortstondig tandartsbezoek, weer op zijn post. Hij had een hekel aan die tweemaandelijkse avonddiensten. Ze duurden namelijk van zondagavond tot en met vrijdagavond. Ze vraten dus twee weekenden aan en hij vond het ook een zware opgave om zes avonden achter elkaar te moeten werken.

Voor die afkeer kon hij, behalve de twee aangevreten weekenden en de lange werkweek, nog twee oorzaken aanwijzen. De eerste was het feit, dat hij Carry te weinig zag. Zij bleef altijd wel een uurtje langer op als hij avonddienst had, zodat ze nog een beetje konden bijpraten, maar dat was eigenlijk toch veel te weinig voor hem. De tweede oorzaak was het werk zelf. Hij moest tijdens die avonddiensten het 'winkeltje' in zijn eentje runnen en die wetenschap riep soms een hevige faalangst in hem wakker. Daar was overigens geen enkele reden voor aan te wijzen. Hij kende het archief als zijn broekzak. Hij was net zo bedreven in het opzoeken van de artikelen als in het archiveren daarvan. Bovendien was het zelden druk tijdens die avonddiensten: hij kreeg meestal een à twee aanvragen per avond, maar meer ook niet. Toch was die faalangst elke avonddienst weer aanwezig en was hij altijd weer dolblij, als het eenmaal vrijdag was.

Op deze vrijdag was zijn humeur al helemaal niet stuk te krijgen, omdat hij de behandeling bij de tandarts met redelijk gemak had doorstaan, en het werk verliep dan ook tamelijk vlot: om acht uur was hij al klaar met zijn krant. Hij keek de krant nog eenmaal na en gooide hem vervolgens in zijn papiermand. Daarna bleef hij even gedachteloos voor zich uitkijken. Tot het tot hem doordrong, dat hij honger had. Een oplossing daarvoor was voor handen: de kantine zou tot half twaalf openblijven. Hij verliet dus zijn afdeling en liep naar de kantine op de begane grond.

Het assortiment aldaar was divers en varieerde van redelijk gezonde salades tot junkfood van een uitmuntende kwaliteit. Zijn keus viel op twee witte, zachte broodjes, een 'Van Dobbe'-kroket, een Cola Light en een Chipolata-puddinkje. Hij rekende af bij Richard, organisator van menig zaalvoetbaltoernooi bij PCM Uitgevers, en drentelde terug naar zijn afdeling, waar hij welgemoed zijn soupeetje begon te nuttigen.

Tijdens het eten bladerde hij met een vleugje weemoed door zijn 'codeboek', een trefwoordenlijst, waarmee de afdeling werkte, sinds Annie M.G. Schmidt de scepter over de afdeling had gezwaaid. Dat codeboek was door de jaren heen natuurlijk wel aangepast. De laatste aanpassingen, die meestal ook een fikse uitbreiding hadden ingehouden, waren door Danny zelf verricht. Hij kende inmiddels vrijwel alle codes en trefwoorden uit zijn hoofd en beschouwde het codeboek min of meer als zijn geestelijk eigendom. Hij had jaren moeten knokken om het codeboek in stand te houden, want Klinkhamer had regelmatig van zijn afkeer van dat gedoe met die cijfertjes en die trefwoordjes blijk gegeven.

Onder de rest van de collega's waren de meningen daarover ook al verdeeld. De oude garde, Jeannette en Hendrikje voorop, stond aan Danny's kant, Tjeerd en Jan-Dirk, de aanstormende nieuwelingen op de afdeling, stonden aan Klinkhamers kant en gebruikten het codeboek slechts mondjesmaat. Het codeboek had hoe dan ook zijn laatste tijd gehad. In de afgelopen maanden was er uit de gelederen van de vijf documentaties een thesauruscommissie gevormd, die de opdracht had gekregen om voor het 'Houten-project' een gezamenlijke trefwoordenlijst te ontwerpen.

Het hele 'Houten-project' begon dus toch langzaam van de grond te komen. Klinkhamer zat nu definitief in Houten, als manager van de afdeling Sales van PCM Ellips, zijn opvolger Ritsma zou hem spoedig volgen en bracht al elke dinsdag in Houten door en het was juist deze dag bekend geworden, dat er voor de rest van de afdeling een aantal aanbiedingsgesprekken op de rol stonden.

Danny keek daar met een zekere nuchterheid naar uit. Hij genoot van zijn huwelijk, hij genoot van het spelen in het bandje en het werk? Ach, het werk was maar werk. Een middel om leuk te kunnen leven en de verveling uit dat leven te kunnen bannen. Hij had zich al twintig jaar met veel inzet van zijn taken gekweten en hoopte daar nog twintig jaar mee door te kunnen gaan. Op meer durfde hij niet meer te rekenen.

Het aanbiedingsgesprek vond plaats op een donderdagochtend, in het gebouw van de Volkskrant aan de overkant van de Wibautstraat. Bij dat gesprek waren drie personen aanwezig: Nico Koning, Frits Campagne, Tinus Keefman, de pasbenoemde manager van de sectie Documentaire Dienstverlening van PCM Ellips en Danny. Hij was opnieuw de eerste, die aan de bak moest en hij had daar opnieuw geen problemen mee. Voor Keefman aan zijn praatje begon, opende Koning het gesprek:

"Er staat hier, dat je in het gesprek met Arie en Frits hebt gezegd, dat je graag naar Houten wilt en dat je het hele project als een hele leuke uitdaging ziet."

''Tja, dat klopt", beaamde Danny grinnikend, "En nu zit ik er zeker aan vast, hè?"

"Dat denk ik wel, ja!", zei Koning, met een bemoedigende glimlach.

Op dit punt nam Keefman de leiding van het gesprek over. Hij vertelde, dat op te richten Data-inputafdeling in Houten uit ongeveer vijf man zou gaan bestaan en dat Danny tot die vijf man zou gaan behoren. Aan het eind van het praatje kreeg Danny van Keefman een door Bureau Berenschot opgesteld functie-profiel van de functie documentalist Data-input overhandigd. Daarop stond, behalve een aantal nietszeggende zinnen over de functie, ook de salarisschaal vermeld: E. Danny keek naar dat lettertje en besefte onmiddellijk, dat ze daar beter een tekening van een bom met een snel brandende lont hadden kunnen neerzetten. Op de afdeling was F namelijk de laagste schaal en Kees, Jan-Dirk, Tjeerd, Jeannette en Hendrikje zaten zelfs in G.

Het afsluitende praatje van Koning bevestigde zijn bange vermoeden voor zover het zijn salarisindeling betrof: zijn nieuwe functie was inderdaad in salarisschaal E ingedeeld. Qua salaris zou hij er echter niet op achteruitgaan: zijn E-salaris zou door middel van een persoonlijke toeslag tot het peil van zijn huidige salaris worden aangevuld. Danny's reactie daarop was neutraal. Hij wist niet precies, wat hij ervan moest denken en liet dus niets van instemming of afkeuring blijken.

De rest van Konings betoog was een bevestiging van zijn relaas tijdens de presentatie van Fred Maassen: het dienstverband bleef voor onbepaalde tijd gelden, de datum van indiensttreding, 1 april 1975, bleef ongewijzigd, hetzelfde gold voor de werktijden en Danny had het recht om tegen de salarisindeling in beroep te gaan. Hij hoorde dat welwillend aan. Zijn gezond verstand had hem inmiddels ingegeven, dat zijn nieuwe functie van alle stresselementen zou zijn ontdaan en hij was daarom ook zeker niet van plan om tegen de salarisindeling in beroep te gaan. Het afscheid met de drie heren verliep dan ook in een zekere harmonie.

Op de terugweg naar zijn afdeling bereidde hij zich echter op het ergste voor. Zijn relaas zou daar vermoedelijk niet in goede aarde gaan vallen en die verwachting kwam meer dan uit. Vooral Rik ontstak in woede over de Danny's 'degradatie' naar E. Danny liet hem en de anderen rustig uitrazen zonder verder het achterste van zijn tong te laten zien.

Maar toen Hendrikje van haar gesprek terugkeerde met de mededeling, dat zij een baan bij de Lezersservice in Houten had aangeboden gekregen en dat zij van salarisgroep G naar salarisgroep D zou worden teruggezet, legde hij het moede hoofd in de schoot. Hij zat hopeloos in de val. Het zou niet met een sisser gaan aflopen, zoals hij in stilte had gehoopt: deze reorganisatie zou een serie van afzichtelijke rellen gaan inluiden, waarin hijzelf op een gruwelijke manier zou komen klem te zitten tussen zijn loyaliteit jegens zijn werkgever en zijn loyaliteit jegens zijn collega's.

Hij was dan ook heel blij, toen Carry hem 's middags even belde. Omdat Rik, met wie hij sinds kort in een werkhok voor twee personen zat, even aan het roken was, kon hij vrijuit praten. Zijn antwoord op haar "Hoe is het gegaan?" liet dan ook niets aan de verbeelding over:

"Klote!!!"

"Wat is dan gebeurd?", vroeg zij ongerust.

"O, ze hebben het heel goed geregeld, hoor. Ze hebben mij een aanbieding gedaan, die ik eigenlijk niet kan weigeren, omdat die bijna geheel conform mijn wensen is, maar zij gaan de anderen waarschijnlijk allemaal over de kling jagen."

"Leg dat eens uit."

Dat deed hij en na een paar zinnen ontplofte zij al. Om een reden, die Nicolien Koning zou hebben verafschuwd, maar op een manier, waarop dezelfde Nicolien Koning jaloers zou zijn geweest.

"Gaan ze je naar E terugzetten?!?", riep zij, buiten zichzelf van woede, "Zijn ze nou helemaal van de pot gerukt?"

"Eh... ja!", beaamde hij, met een zekere aarzeling.

"Dat neem je toch zeker niet?"

"Ik eh... kan niet anders."

"Waarom?"

"Omdat ik in mijn nieuwe functie een aantal taken kwijtraak, waarvan ikzelf heb aangegeven, dat ik er gruwelijk de pest aan heb. Begrijp je, wat ik bedoel? Ze geven mij precies de uitgeklede functie, waarom ik zelf heb gevraagd en ze zijn daarbij ook nog zo vriendelijk om mijn salaris in tact te laten. Dat kan ik met geen mogelijkheid weigeren."

"En je staat van dienst dan? Telt die niet meer mee?"

"Tja", zei hij, een beetje vermoeid, "Daar zullen ze waarschijnlijk geen boodschap aan hebben. Ik weet heus wel, dat ik in het verleden best wel het een en ander heb gepresteerd, maar aangezien dat niet dus niet uit mijn huidige salaris of functieomschrijving valt op te maken, kan ik ze het eigenlijk niet kwalijk nemen, dat ze dat niet in hun aanbieding hebben meegenomen."

"Komt dit uit de koker van Klinkhamer?"

"Ik weet het niet. Officieel heeft Peter niets meer met ons te maken."

"Ha! En gij geleuft dat?"

"Och..."

"Denk je nou echt, dat hij hier niet de hand in heeft gehad?"

"Hij is volgens mij niet de kwade genius achter dit plan", zei hij aarzelend, "Hoogstens een wat ongenuanceerd adviseur achter de schermen."

"Een rancuneus adviseur zul je bedoelen!"

"De tijd zal het leren."

"Precies! Ik eh... zou hier graag een poosje over door willen gaan, maar ik moet je ophangen: ik moet om twee uur in Velsen zijn."

"Rij je voorzichtig?"

"Natuurlijk! En we zullen er vanavond nog wel verder over praten, hoor. Doe je de groeten aan Rik?"

"Ik zal het doen! Dag!"

"Dag, lieverd."

Hij hing op en zag hoe Rik met twee espresso's het werkhok kwam binnenlopen.

"Wie was dat?", vroeg hij.

"Carry! Je moet de groeten van haar hebben!"

"Ah! Heb je het haar al verteld?"

"In geuren en kleuren..."

"Wat vindt zij ervan?"

"Zij is het met je eens: zij is razend over dat E-gedoe."

"Mooi zo! En zij vindt dus ook, dat je het niet moet pikken?"

"Min of meer."

"Ha, dan zal alles toch wel op zijn pootjes terecht komen."

"Wie weet...", zei Danny grijnzend.

Het gesprek tussen Danny en Carry had echter een ander resultaat dan Rik had gehoopt. Zij onderschreef Danny's conclusie, dat hij eigenlijk geen kant op kon. De volgende aanbiedingsgesprekken verliepen ook wat anders dan hij had vermoed. Het voor de redactie-units uitverkoren zestal, Tjeerd, Jan-Dirk, Johan, Joop van Pijnacker, Jop van Ravenswaay en Hans Krijgsman, bleef keurig in F zitten en kon dus in Amsterdam blijven werken en, behalve Hendrikje, werden alleen Jeannette en Dora naar D teruggezet en kregen ook zij een baan bij de Houtense Lezersservice aangeboden.

Rik, die voortdurend op de barricaden bleef staan, was als laatste aan de beurt en hij belandde uiteindelijk wel degelijk op de pijnbank. Voor het aanbiedingsgesprek was hij door Keefman tijdens een voorgesprekje lekker gemaakt met opmerkingen als 'je bent heel belangrijk voor ons' en 'er ligt een mooie toekomst voor je in Houten', tijdens het gesprek bleek daar helemaal niets meer van. Hij kreeg dezelfde baan als Danny aangeboden, maar de persoonlijke toeslag zou in Riks geval achterwege blijven en hij zou, behalve een salarisgroep, ook nog circa fl. 200,- per maand moeten inleveren. Netto wel te verstaan en dus niet bruto. Danny hoorde zijn relaas geschokt aan; hij kon zich niet aan de conclusie onttrekken, dat Carry gelijk had gekregen en dat 'die eikel van een Klinkhamer' een paar oude rekeningen had vereffend.

Inmiddels was er ook een vervanger voor de vertrekkende Kees gearriveerd: Peter Paardekoper, tweeënvijftig jaar, voormalig eigenaar van de NPD, inmiddels onderdeel van PCM Ellips, een flamboyante, luidruchtige Hagenaar, met een voorliefde voor het goede leven en het dragen van mooie kleren. Zijn komst op 1 december betekende een zoveelste schok voor de afdeling; ditmaal was het ook wel een leuke schok. De overgang tussen de lankmoedige Kees en de alomtegenwoordige Paardekoper was groot, maar gaf de lamgeslagen afdeling ook wel de nodige Schwung en afleiding.

Vlak voor kerst kwam er een schokkend bericht uit Houten overwaaien: Keefman had ontslag genomen en diens plaats zou tijdelijk door Klinkhamer worden overgenomen. Over de redenen van dat vertrek - Keefman ging bij de ING werken - werd druk gespeculeerd. De twee mensen, die regelmatig met Keefman te maken hadden gehad, Kees en Paardekoper, verschilden van mening over deze kwestie. Volgens Paardekoper vloeide het een en ander uit een gebrek aan ruggengraat en daadkracht voort, volgens Kees was het puur een geldkwestie: de ING betaalde nu eenmaal hogere salarissen dan PCM Uitgevers.

Na afloop van de vergadering werd er verwoed over Klinkhamers tijdelijke terugkeer gediscussieerd. Danny juichte het in stilte toe en ook Jeannette en Hendrikje leken er wel verguld mee te zijn. Het was natuurlijk een bandiet, zeiden ze tot elkaar, maar je kon best wel zaken met hem doen. De rest van de afdeling, Paardekoper voorop, nam daarentegen een hele sceptische houding aan.

Op de laatste dag voor kerst zat Danny in zijn eentje in het werkhok. Paardekoper had Rik een paar dagen vrij gegeven en Danny moest in die dagen zowel Het Parool als Trouw archiveren. Het ging hem redelijk makkelijk af. Hij had zich door de jaren heen tot een snelle en efficiënte werkkracht ontwikkeld en was zonder veel moeite in staat om twee kranten per dag te archiveren.

Na een halfuur, toen hij al zeker vier Trouw-pagina's had verwerkt, kwam Jan-Dirk het werkhok binnenlopen. Hij eigende zich zwijgend een aantal Trouw-pagina's toe, spreidde die naast Riks pc uit en zette met een nors gezicht de pc aan.

"Ik kom hier zitten", zei hij, onderwijl ook daadwerkelijk achter de pc plaatsnemend.

"Wat gezellig!", riep Danny, "Is daar een speciale reden voor?"

"Ik word helemaal gek van die Paardekoper!"

"Waarom?"

"Omdat die gek zich overal mee bemoeit."

"Is dat zo erg?"

"Ja, dat is echt heel erg."

"Maar het is toch een hele aardige vent?"

"Dat is hij inderdaad, maar dat maakt zijn gedrag er niet minder irritant op."

"Wel, in dat geval heet ik je hartelijk welkom!", zei Danny hartelijk.

Gedurende een poosje werkten ze zwijgend door. Om half twaalf was Danny met zijn werk klaar. Hij borg de laatste pagina op en begon zich vervolgens met de controlelijst van Het Parool van de vorige dag bezig te houden.

"Hoe is het met Carry?", vroeg Jan-Dirk opeens.

"Prima! We hebben het nog steeds heel gezellig met elkaar."

"Hoelang zijn jullie nu bij elkaar?"

"Zeven jaar, negen maanden en drieëntwintig dagen."

"Jôh!"

"Lang, hè?"

"Och, er zullen op deze aarde echt wel vele mensen rondlopen, die al wat langer bij elkaar zijn."

"Tja, dat is natuurlijk zo, maar voor mij is het een record."

"Is het waar, dat je in je eerste jaren met Carry nog een andere vriendin hebt gehad?"

"Ja", antwoordde Danny zuinigjes.

"Hoe was dat?"

"Saai."

"Saai?"

"Ja, dat was uitermate saai", was het vaderlijke antwoord, "Elke avond neuken is ook niet alles, hoor."

Jan-Dirk schoot in de lach. Het was een bulderende lach, die hoogst aanstekelijk was.

"Dat meen je niet!", riep hij uit.

"Dat meen ik wel. Ik was altijd zeer in mijn nopjes als een van de dames ongesteld was geworden. Ik zal niet zeggen, dat ik dat als een feest ervoer, maar..."

"Hou op, man! Je maakt mij stikjaloers!"

"Dat mag je zijn... Maar alleen waar het Carry betreft."

"Je bent echt stapelgek op haar, hè?"

"Ja, ik denk wel eens over wat ik zou doen als zij er op een kwade dag niet meer zou zijn en ik kom altijd dan weer op dezelfde conclusie uit."

"Welke dan?"

"Dat ik - als zij dood gaat - op de dag na de begrafenis de zee zal inlopen en dat ik dan niet meer zal terugkeren."

"Zou je dat echt doen?"

"O, ja! Zonder haar zou ik echt niet verder kunnen leven."

Jan-Dirk keek zijn collega geschokt aan, maar er was niets, wat erop wees, dat Danny het niet serieus meende.

"Jezus, man!", riep Jan-Dirk ineens uit, "Dat zou toch helemaal niet nodig zijn. Je bent het type man, waar elke vrouw van droomt. Je zou binnen de kortste keren een ander hebben."

"Ach, dat valt wel mee."

"Nee, dat valt helemaal niet mee. Die twee piepjonge grietjes, die hier laatst rondliepen, die Eva en dat andere meisje, waren bijvoorbeeld echt helemaal weg van je. En je weet net zo goed als ik, dat ik de lijst moeiteloos met een heleboel anderen zou kunnen aanvullen. Als jij nu dood zou gaan, zouden we om al jouw aanbidsters naar je begrafenis te kunnen vervoeren een dubbelgelede bus van de GVB moeten inhuren."

"Tja, dat mag misschien wel zo zijn, maar toch zou het verlies van Carry noodlottige gevolgen voor mij hebben. Zij is nu eenmaal mijn enige, echte wederhelft en als ik haar ooit zal verliezen, zal het dus echt met mij gedaan zijn."

"Ik blijf het volstrekt idioot vinden."

"Tja, het is trouwens een familietrekje. Ik zie bij mijn neven dezelfde noodlottige reflexen. Een Harberts, die de grote Ene, oftewel zijn grote liefde, vindt, is verliefd voor het leven. Ook als de vrouw in kwestie bij hem weggaat, sterft of hem alleen maar een blauwtje laat lopen."

"Tja, dan wordt het lastig."

"Ach, welnee! Wacht maar tot het jou overkomt, dan zul je wel anders piepen."

Jan-Dirk schoot opnieuw in de lach, hetgeen ditmaal de aandacht van Paardekoper trok. Hij drentelde het hok binnen, keek met een verbaasde blik in de ogen in de richting van Jan-Dirk en richtte toen zonder omhaal het woord tot Danny:

"Jacqueline Krijnen van Het Parool! Ken je die?"

"Jawel! Jacqueline is een lieve, knappe meid, die op de 'PR en Promotie'-afdeling werkt."

"Wel, dat is tenminste iets!"

"Wat?"

"Dat zij lief en knap is."

"Waarom?"

"Omdat ik iets moeilijks voor haar moet opzoeken."

"Jemig! En wat dan wel?"

"Zij wil alles zien, wat we van de 'Witte Bedjesacties' van Het Parool hebben."

"Jemig! Dat had ik toch niet achter haar gezocht!"

"Ik ook niet, maar ik wil toch graag het codenummer van je weten."

"852.03!", antwoordde Danny prompt, "En dan op de 'W' van 'Witte Bedjes'"

"Het is ziekelijk!", zei Paardekoper, terwijl hij hoofdschuddend het hok verliet.

"Doe je voorzichtig?", riep Danny hem na, daarmee weer een van zijn vele idiote stopwoorden gebruikend.

"Jaah!", brulde Paardekoper terug.

7. De feestdagen gingen kalm voorbij en op vrijdag 8 januari kondigde zich alweer een nieuw feest aan. In Houten nog wel. Daar was ook wel een goede reden voor: PCM Ellips was op 1 januari officieel een bedrijf geworden en wilde dat feit met alle medewerkers, die op die datum in dienst van PCM Ellips waren getreden, gaan vieren.

Danny voelde een vage onrust over de overgang naar PCM Ellips; het avontuur was nu daadwerkelijk begonnen. De onrust op de afdeling was er ook niet minder op geworden. Vooral Rik bleef de trom roeren. Hij had min of meer zijn gelijk gehaald en had nu exact dezelfde aanbieding gekregen als Danny, maar hij bleef over allerlei onduidelijke randvoorwaarden hardnekkig dwarsliggen.

Danny zag ook als een berg tegen het feest in Houten op. De afdeling zou er in een touringcar naartoe gaan en aangezien hij aan een hardnekkige grote-wegfobie leed - hij kreeg regelmatig darmstoornissen als hij in een auto of bus over de grote weg reed - was hij veel liever op de trein naar Zandvoort gestapt. Toch was er niet aan het feest te ontkomen. Hij kon het niet maken om weg te blijven; de opkomst vanuit zijn afdeling was toch al vrij laag. Paardekoper, Hans Krijgsman, Jop van Ravenswaay, Danny en Rik waren van hun afdeling de enigen, die om kwart over drie in de bus plaatsnamen. Dat betekende overigens niet, dat ze met hun vijven in de bus zaten: er reisde ook een groepje van vier Volkskrant-documentalisten mee.

De beide groepjes bleven gedurende de hele reis min of meer gescheiden. De Volkskranters namen achterin de bus plaats, Danny en zijn collega's schaarden zich rond Paardekoper, qua uitstraling de onbetwistbare leider van het groepje. Hij had zich naast de chauffeur geposteerd en keek met zijn Borsalino op het hoofd vergenoegd voor zich uit.

De busrit verliep zonder problemen. Om vijf uur reden ze Houten binnen en om tien over vijf stopte de bus voor De Molen 43-45. Daar bleek, dat de opkomst uit Rotterdam en Houten beduidend hoger lag dan die uit Amsterdam: het was heel druk. De driedelige kostuums en de modieuze mantelpakjes overheersten; iets wat met name Rik al onmiddellijk in het verkeerde keelgat schoot. Hij ging moederziel alleen aan een tafeltje staan en begon zijn aversie tegen die 'enge salesjongens' met veel bravoure weg te drinken.

Het verschil met een jaar geleden was groot. In januari 1997 had Zoutewelle alleen de begane grond in gebruik gehad, nu had het bedrijf ook de eerste verdieping gehuurd. Daar stond de immense server opgesteld, daar waren de kamers voor Systeembeheer, de applicatieontwikkelaars en de webmasters al volledig ingericht en daar leek ook de toekomstige afdeling van Danny al helemaal bedrijfsklaar te zijn. Er stonden zes bureaus en evenzovele pc's op de gebruikers te wachten, vier langs het raam en twee in een hoek bij de deur. De kamer oogde verder leeg; buiten die zes bureaus stond er alleen nog maar een wandkast in het vertrek.

Danny zwierf een poosje door het gebouw, eerst alleen, daarna in gezelschap van Jop, een kale Bourgondiër uit Hardinxveld-Giessendam, die, behalve als redactie-documentalist, ook als chauffeur bij PCM Uitgevers werkzaam was geweest. Ze zagen, hoe Paardekoper voor even op zijn oude stekkie was teruggekeerd en met een zelfvoldane gelaatsuitdrukking achter de pc's van de oude NPD zat en ze maakten kennis met een drietal nieuwe Data-inputcollega's, met wie Danny in de komende maanden en jaren veel te maken zou krijgen. De eerste was Daan Smits, een joviale, forsgebouwde en in Tiel woonachtige Brabander en de opvolger van Paardekoper bij de NPD, de tweede was Dorien de Ruijter, een bedaarde vrouw van zesendertig met kort, grijs haar, die was voorbestemd om de afdeling Data-input te gaan leiden, en de derde was Rinze Kamminga, een al even bedaarde, en enigszins corpulente Fries van Doriens leeftijd.

Aan het slot van hun zwerftocht lieten ze zich door Raymond, een ook al strak in het kostuum gestoken systeembeheerder de finesses van de server uitleggen, maar uiteindelijk trokken Danny en Jop zich schielijk met een paar Volkskrant-documentalisten op de Data-inputafdeling terug. Het was de hoogste tijd voor een biertje en de kamer van de Data-inputafdeling bleek veruit het meest rustige vertrek te zijn.

De onvrede op de documentatie van de Volkskrant bleek al even hardnekkig te zijn als de onvrede op de documentatie van Het Parool en Trouw. Bert de Vries, een grijzende en besnorde man van Jops en Danny's leeftijd, deed op een beschaafde manier kond van de problemen op zijn afdeling. Die problemen vloeiden, hoe kon het ook anders, voornamelijk uit een tekort aan arbeidskrachten voort.

"Hoe staat het er, wat dat betreft, bij jullie voor?", vroeg Bert aan Jop.

"Hetzelfde!", was het beminnelijke antwoord.

"Wat voor werk doe jij precies?"

"Ik draag zorg voor de verwerking van Weekmedia."

"Is dat leuk werk?"

"Neuh..."

''Nee?"

"Nee, het is veel, het is bewerkelijk en de zin van het archiveren van een bericht over de wekelijkse diefstal van een fiets in Uithoorn ontgaat mij wel eens."

"Daar kan ik mij iets bij voorstellen, ja!"

"Maar ik doe het niet in mijn eentje, hoor. Eens in de week komt er een wat oudere dame van Weekmedia langs, die een groot deel van het werk voor haar rekening neemt. En in noodgevallen kan ik altijd op de geniale Danny terugvallen. Zolang hij bij ons blijft, zullen we het wel redden."

"Is hij echt zo goed als ze allemaal zeggen?", vroeg Bert, met een goedmoedige grijns.

"Ja, hoor! Hij is toch echt de kurk, waarop de hele afdeling drijft."

"Is dat zo, Danny?", vroeg Bert lachend.

"Ach, wat zal ik zeggen. Ik werk snel, ik werk efficiënt, maar ik laat echt wel eens wat spaanders vallen, dus geniaal is een wat te groot woord."

Bert kon daar niet meer op reageren. Maria Vogel, de vriendelijke secretaresse van Frans Maassen, kwam de afdeling oplopen met de mededeling, dat Maassen een toespraak ging houden en dat iedereen zich naar het trappenhuis diende te begeven.

"Mogen we het bier meenemen?", vroeg Jop grinnikend.

"Natuurlijk! Het zal ook niet lang duren!"

"Dat is tenminste iets."

Ze slenterden naar het trappenhuis, waar Maassen al klaarstond. Hij had zich voor de trap geposteerd en keek met een wat nerveus gezicht zijn aantekeningen nog eens na. Het was voor zijn toespraak eigenlijk onnodig, want die kwam er weer vlekkeloos uit. Hij gaf een kort resumé van het afgelopen jaar, gaf zijn visie op de te verwachten ontwikkelingen in het nieuwe jaar en deed zowel het een als het ander met de spreekvaardigheid van een rasverkoper.

Na afloop van zijn toespraak, waarvoor een beschaafd applausje opklonk, sprak hij ook nog even de vertrekkende Keefman toe. Dat ging vreemd genoeg een stuk moeizamer: hij hakkelde een paar keer en wat hij vertelde, kwam niet erg overtuigend over. De volgende spreker, Peter Klinkhamer, deed dat een stuk beter. Wat hij zei, had Danny met geen mogelijkheid kunnen navertellen, maar hij sprak met flair en had een paar keer de lachers op zijn hand.

Na het eten had Danny er al snel genoeg van. In normale omstandigheden zou hij nu al lang en breed met Carry samen zijn geweest en die gedachte maakte hem zeer onrustig. Hij haalde een kop koffie en trok zich terug in de Data-inputafdeling. Drinkend van zijn koffie keek hij gedachteloos voor zich uit, tot hij zijn ogen op de telefoon liet rusten. De aanvechting om Carry even te bellen was sterk en uiteindelijk ook niet te weerstaan. De telefoon was gelukkig al aangesloten; het duurde niet lang, voordat de telefoon aan de andere kant werd opgenomen.

"Met Carry Harberts!", klonk het vrolijk.

"Met mij!", was de montere reactie.

"Dag, liefje! Hoe is het met je?"

"Goed!"

"Heb je het een beetje gezellig?"

"Nou! Ik ben in de wondere wereld van het ICT-wezen verzeild geraakt en ik ben daar helemaal ondersteboven van."

"Zo!"

"Ha, dat had je niet gedacht, hè?"

"Nee, dus het is wel leuk daar?"

"Ja, het ziet er allemaal heel nieuw en heel luxe uit. Brede en ergonomisch verantwoorde bureaus, grote beeldschermen. Ik kan echt zo aan de gang."

"Hoe was het eten?"

"Indisch en heet!"

"En lekker?"

"Ja, heel lekker! Maar ik heb niet teveel genomen. Ik heb per slot van rekening nog een hele busrit voor de boeg."

"Hebbie dan nog last van je darmen gehad?", vroeg zij, met een onvervalst Rotterdams accent.

"Nee, maar je mag de goden natuurlijk nooit verzoeken."

"Ach, wat een lief, bang poppetje ben je toch!"

"Vind je?", vroeg hij lachend.

"Ja, dat vind ik! En ik vind ook, dat het de hoogste tijd is, dat je weer naar huis komt."

"Tja, dat wil ik ook heel graag. Maar ik ben, wat dat betreft, geheel afhankelijk van Paardekoper. Pas als hij het vertreksein geeft, kunnen we hier weg."

"Kun je er dan niet stiekem tussenuit knijpen?"

"Ik ben bang van niet."

"Hm, flauw, hoor!"

"Waarom?"

"Omdat ik een vreselijke zin in seks heb!"

"Ach, jee! Is het weer zover?"

"Ja, het is weer zover! En ik vind het maar niks, dat jij maar liefst tachtig kilometer van mij verwijderd bent en dus niet in staat bent om je echtelijke verplichtingen te vervullen."

"Tja, in dat geval zouden we ons natuurlijk een poosje met een vorm van telefoonseks kunnen gaan bezighouden."

"Ja, leuk!"

Helaas voor haar werd hij in zijn snode plannen gedwarsboomd: door de binnenkomst van Dorien en Maria, die hem kwamen waarschuwen, dat de bus op punt van vertrekken stond. Hij was blij met die mededeling, maar hij begon een beetje te blozen, toen hij het gevoel kreeg, dat de dames zijn oneerbare voorstel aan Carry hadden opgevangen.

"Hoera!", riep hij tegen Carry, "We mogen weg!"

"He, wat jammer nou! Ik stond net op het punt om mijn kousen los te maken."

"Laat dat maar aan mij over!", gniffelde hij, "Dat kan ik veel beter."

"Goed, lieverd! Dan zal ik nog even op je wachten."

"Graag, ja!"

"Hoe laat kun je hier zijn?"

"Wel, ik denk, dat de bus er een uur over doet, dus als ik in Amsterdam de trein van 22.04 uur haal, kan ik om 22.34 uur in Zandvoort zijn."

"Hm, als jij echt de trein van 22.04 uur haalt, kun je ook om 22.14 uur in het station van Haarlem zijn."

"Waarom zou ik om 22.14 uur in het station van Haarlem willen zijn?"

"Omdat ik van plan ben om je daar op te halen."

"O, wat leuk!"

"Hetgeen dus weer betekent, dat jij om 22.15 uur bij mij in de auto kunt stappen."

"Zul je dat prettig vinden?", vroeg hij grijnzend.

"Ja, want dat betekent weer, dat we om 22.21 uur op ons favoriete plekje in de Overveense duinen zullen staan en dat we om 22.22 uur op onze uitgeklapte banken zullen liggen rollebollen."

"Hm, dat is inderdaad wel een hele goede reden om de trein van 22.04 uur te halen!"

"Dat dacht ik ook! Dus ga nu maar gauw, voordat de bus voor je neus wegrijdt."

"Okay! Tot zo!"

"Doei!"

Ze hingen op en Danny nam afscheid van de breeduit voor zich uit grijnzende Dorien en Maria. Het vertrek van de bus liep nog enige vertraging op, omdat de benevelde Rik geheel ten onrechte het idee had, dat hij iets belangrijks was vergeten, maar tien minuten later reed de bus dan toch eindelijk de weg naar Utrecht op.

8. In de daaropvolgende weken begon het Danny een beetje te lang te duren: hij wilde zo snel mogelijk in Houten gaan werken en liet dat via Paardekoper ook aan Klinkhamer weten. Het hielp hem niet. Het was ditmaal juist Klinkhamer, die hem nog even tegenhield. Klinkhamer wilde wachten, tot hij met Rik overeenstemming over diens overgang had bereikt. Danny was daar laaiend over en overwoog serieus om zich maar een paar maanden ziek te melden.

De sfeer op de afdeling was er na de overgang naar PCM Ellips ook niet beter op geworden. Iedereen, op Danny na, had geweigerd om zijn nieuwe contract te tekenen en de reacties daarop uit Houten waren weinig hoopgevend. Frans Maassen, voor wie het allemaal veel te lang begon te duren, had over het uitblijven van die handtekeningen een fikse ruzie met Nico Koning gekregen. Koning, ook niet voor een kleintje vervaard, had om die reden de pijp aan Maarten gegeven en had zich als personeelschef van PCM Ellips teruggetrokken.

Na het bekend worden van dat nieuws brak op de afdeling de pleuris uit. Danny zag dat even aan en wist toen samen met Rik een gesprek met Marc Laan, de voorzitter van de centrale ondernemingsraad, te arrangeren. Het was eigenlijk bedoeld om met name Jeannette en Hendrikje hun zegje te laten doen, maar uiteindelijk draaide het erop uit, dat alleen hij en Rik naar dat gesprek gingen.

Rik voerde tijdens het gesprek het hoogste woord; Danny beperkte zich het plaatsen van een paar genuanceerde opmerkingen. Laan hoorde de beide documentalisten welwillend aan. Volgens hem zat de afdeling niet echt zonder personeelschef; Beemsterboer, de vorige personeelschef, had zich als interim-personeelschef opgeworpen. Bij hem stond de deur elke dag open voor iedereen, die met problemen kampte. Het belangrijkste, wat uit het gesprek voortvloeide, was een afspraak voor een gesprek van de hele afdeling met Laan, zodat iedereen dus alsnog zijn zegje zou kunnen doen.

Een paar dagen later vond dat gesprek plaats en het werd een heuse lynchpartij, met Klinkhamer als het voornaamste slachtoffer. Vrijwel iedereen had iets negatiefs over hem te melden en men nam daarbij bepaald geen blad voor de mond. Danny hoorde de almaar voortdurende klaagzangen geschokt aan. Zelf hield hij zich een beetje op de vlakte en aan het einde van de bijeenkomst gaf hij aan, dat hij nog steeds graag naar Houten wilde gaan, maar dat hij nu zo langzamerhand wel een beetje de moed begon te verliezen.

Er kwam verder weinig concreets uit de bijeenkomst voort en drie dagen later kwam Klinkhamer een uurtje op bezoek. Hij kreeg een normaal onthaal. Hij keuvelde een poosje met de weer poeslieve Jeannette en Hendrikje, onderhield zich langdurig met Paardekoper en kwam ook even in het werkhok van Danny en Rik zitten.

Ditmaal kwam hij wel met goed nieuws voor Danny: hij zou begin maart in Houten kunnen gaan beginnen. Klinkhamer had zelfs een speciaal voor hem gereserveerd klusje op het oog: het maken van concordantielijsten, lijsten, die de codesystemen van de vijf documentaties met de nieuwe trefwoordenlijst zouden gaan verbinden, zodat ook het oude materiaal in de NPD met behulp van die trefwoordenlijst raadpleegbaar zou zijn. Danny was opgetogen over het goede nieuws, maar Rik zat er onderwijl wat sip bij. Hij zou Danny na diens vertrek moeten gaan vervangen en hij leek daar niet al teveel zin in te hebben.

Aan het einde van die veel te warme februarimaand werden Danny en Rik voor een werkbespreking met de rest van de toekomstige collega's naar Houten ontboden. Juist op die dag was het weer helemaal omgeslagen: bij hun aankomst op het station van Houten viel de regen met bakken uit de hemel. Danny, een fanatieke regenliefhebber, was daar bijzonder blij mee en hij was ook zo slim geweest om een paraplu mee te nemen, in tegenstelling tot Rik, die de regen in een kort, leren jackje moest trotseren. Dat ging hem niet al te best af en tijdens het korte wandelingetje over de Molenzoom was zijn geweeklaag over 'Houten' dan ook niet van de lucht.

"Ach, wat heb ik toch een rotleven!", riep hij, toen zij hun toekomstige werkplek naderden.

"Ah, jôh!", zei Danny gemoedelijk, "Zeur niet zo! We zijn er nou toch bijna?"

"Dat maakt het alleen maar erger."

Ze gingen het pand binnen en troffen bij de balie Frans Maassen aan. Hij had iets schichtigs over zich en Danny kreeg de stellige indruk, dat hij bang voor hen was. Danny vond dat nogal aandoenlijk en vroeg zich af, hoe Maassen over zijn Amsterdamse en Rotterdams ondergeschikten moest denken. Weinig positief, vreesde hij. In het afgelopen jaar had hij vermoedelijk toch iets teveel bagger over zich heen gehad.

Danny en Rik liepen de gang door en stapten bij de afdeling Sales naar binnen, waar het tot Danny's verbazing een volle bak was: Klinkhamer, Kees en de inmiddels ook in Houten werkzame Peter Smit zaten alle drie achter hun bureaus en ze verwelkomden de twee documentalisten met een wat spottende grijns.

"Ha, daar hebben we de kampioenen!", riep Smit.

"Kampioenen?", vroeg Rik gemelijk.

"Ja, natuurlijk!", antwoordde Smit, met het hem typerende aplomb, "Jullie worden hier door iedereen als de sleutelfiguren gezien. Als jullie niet naar Houten komen, zal het met de Data-inputafdeling en dus met PCM Ellips nooit wat worden."

"Dat had je beter niet kunnen zeggen", zei Rik zuinigjes.

Er viel een stilte. Klinkhamer keek Rik peinzend aan. Hij en Rik hadden in de afgelopen weken vele gesprekken over Riks toekomst gehad, maar Rik wist de boel nog steeds op een meesterlijke wijze te traineren door voor elk van Klinkhamers oplossingen een probleem te bedenken. Klinkhamer moest daar zo langzamerhand stapelgek van worden, al liet hij daarvan weinig tot niets blijken. Hij schonk Danny en Rik een kop koffie in en keuvelde onderwijl met Kees over de kampioenskansen van Ajax.

Kees, die er een eigenaardige voorkeur voor Feyenoord op nahield, bleef stug volhouden, dat de koers in de kampioensrace met PSV nog niet was gelopen; Klinkhamer verkondigde het tegendeel. Ajax ging voor de 'Double', doceerde hij, en zou het komend seizoen weer heel gewoon in de Champions League gaan uitkomen.

"Waar ze na het vertrek van De Boertjes dan helemaal niets meer te zoeken zullen hebben", mompelde Rik zwartgallig.

"Die gaan helemaal niet weg!", riep Danny fel.

"Ik denk het wel."

"Ik weet zeker van niet. Die gasten horen bij Ajax thuis! En als ze wel naar het buitenland gaan, zullen ze binnen een paar jaar met hangende pootjes terugkeren."

"Dat denk ik ook wel", beaamde Klinkhamer, "Ronald is te lief en kan niet verdedigen, en Frank kan wel verdedigen, maar is weer veel te langzaam. Maar buiten dat horen ze natuurlijk ook niet in het buitenland thuis. Het zijn types, die zomers met hun gezinnetje op een caravan in Bakkum zitten en daar zielsgelukkig zijn en ik zie ze ook absoluut niet met zijn tweeën over La Rambla flaneren."

De levendige discussie over de toekomst van de gebroeders De Boer werd wreed onderbroken: door de binnenkomst van Dorien.

"Zullen we maar beginnen?", vroeg zij, met een wat stuurs gezicht.

"Dat is goed", antwoordde Klinkhamer goedgemutst.

Danny en Rik dronken hun koffie op en liepen naar de bovenverdieping. Daar keek Danny nieuwsgierig om zich heen. Er was inmiddels een soort kantine aanwezig en de bureaus op de afdelingen Systeemmanagement en Ontwikkeling waren vrijwel allemaal tot de laatste stoel bezet.

Danny zag geen bekenden tussen de medewerkers zitten. Ron Spelbos, zijn oude cursusleider, en de roodharige vent, die hem eens de toegang tot de gang op de benedenverdieping had ontzegd, waren niet meer aanwezig en naar alle waarschijnlijkheid ook niet meer in dienst van PCM Ellips. Waar het Spelbos betrof, vond hij dat jammer; waar het de ander betrof, kon hij een vaag gevoel van voldoening niet onderdrukken.

Aan het einde van de gang, in het tweede trappenhuis, dat ook als nooduitgang dienst deed, stonden twee mannen een shaggie te roken. Danny herkende er één, dat was Rinze, de ander, een gedrongen man met een bril, moest Frits Goud zijn, de data-inputdocumentalist van de Volkskrant. Frits had van de twee het hoogste woord en Rinze hoorde de, met de flair van een Amsterdamse marktkoopman orerende Frits een beetje bedeesd aan.

De afdeling Data-input was nog leeg, in de kamer daar schuin tegenover was een man met een onvervalst Rotterdams accent aan het oreren. Dat moest de documentalist van het NRC/Handelsblad zijn: Joris Lambregts. Hij was eigenlijk de enige onbekende voor Danny, met de anderen had hij wel eens gesproken, hetzij onder vier ogen, zoals met Rinze, hetzij via de telefoon.

Danny en Rik namen op een van de gereedstaande stoelen plaats en wachtten in een wat gespannen stilzwijgen de komende vergadering af. Die liet niet zo lang op zich wachten: een voor een druppelden de toekomstige medewerkers binnen en ook Daan Smits gaf acte de présence. De vergadering kwam al snel na de binnenkomst van Klinkhamer en Dorien op gang. Klinkhamer verzocht Daan om de notulen op te nemen en ging vervolgens meteen van start. Hij gaf een kort overzicht van alles wat er zich in de afgelopen maanden was voorgevallen, maar kwam toen met de ietwat schokkende mededeling, dat de productie in de tweede week van maart naar Houten zou worden overgeplaatst. De uiteenzetting over de details van die overgang liet hij aan Dorien over.

Dorien stak een nuchter verhaal af voor haar toekomstige collega's. Voorlopig zou alleen de productie worden overgeplaatst: iedere krant zou voorlopig volgens de oude vertrouwde werkwijze worden gearchiveerd. Het gelijkschakelen van die verschillende werkwijzen en het in het gebruik nemen van de nieuwe 'NPD-trefwoordenlijst' zou vermoedelijk nog wel een paar maanden op zich laten wachten.

De werkverdeling lag al min of meer vast: Danny en Rik zouden samen Het Parool en Trouw blijven doen, Frits zou de Volkskrant-sectie blijven bemannen en Rinze en Joris kregen gezamenlijk het Algemeen Dagblad en het NRC/Handelsblad toebedeeld. Technisch was alles in kannen en kruiken. De digitale krantenfiles konden met behulp van WS-FTP van de dataservers in Amsterdam en Rotterdam worden gehaald en de aanlevering van de papieren kranten was ook al geregeld: sinds het begin van de week werden van elk van de vijf titels tien exemplaren in Houten bezorgd.

Bij de rondvraag bleef het even stil. Uiteindelijk was het Frits, die iets te berde bracht. Iets, wat zonder meer als een vriendelijke steunbetuiging aan zijn toekomstige cheffin kon worden uitgelegd:

"Het lijkt mij allemaal volkomen duidelijk: jullie hebben het perfect voor elkaar."

"Ik wil nog wel iets zeggen over de bezetting", zei Rik nors.

"Wat dan?", vroeg Dorien, met een brede glimlach, die al snel tot haar handelsmerk zou gaan uitgroeien.

"Ik heb het al vaker gezegd en ik zeg het nog maar een keer: vijf man voor vijf kranten lijkt mij toch echt iets te weinig."

"Je hebt gelijk, Rik", antwoordde Klinkhamer, met een gekmakende gelijkmoedigheid, "Vijf is veel te weinig. We hebben, wat dat betreft, te maken met een niet zo leuke erfenis van Tinus Keefman, die vijf man meer dan genoeg leek te vinden, maar ik kan je verzekeren, dat Dorien en ik al een poosje druk aan het werven zijn. Er komen op hele korte termijn zeker twee man bij en dat zullen zeker niet de minsten zijn."

"Dat is mooi!", was Riks, weinig enthousiaste reactie.

"Verder nog iets?"

"Ja, ik heb gehoord, dat Danny binnen twee weken naar Houten vertrekt en dat ik dan een paar weken in mijn eentje voor de archivering van Het Parool en Trouw opdraai."

"Ja, dat klopt."

"In dat geval lijkt het mij beter, dat ik nog een paar weken in Amsterdam blijf werken."

"Waarom?"

"Omdat ik dan beter in staat zal zijn om op eventuele missers in de aanlevering in te spelen. Er gaat de laatste tijd weer heel veel mis, en als ik in Amsterdam blijf, zal ik nog wat dichter bij het vuur kunnen zitten."

"Ach, we zullen wel zien", zei Klinkhamer grijnzend, "Als Danny daadwerkelijk hier in Houten met de concordantielijsten gaat beginnen, valt er misschien wel over te praten."

Joris bracht nog iets naar voren over het late tijdstip van de bezorging van het NRC/Handelsblad, iets wat Dorien onmiddellijk tot aandachtspunt bestempelde, maar daarna was de vergadering afgelopen en ging ieder zijns weegs.

Rinze drentelde terug naar zijn rookhok, Daan ging met zijn notulen naar zijn kamer terug, Frits vertrok naar Amsterdam, Joris vertrok naar Rotterdam, Dorien en Klinkhamer verdwenen voor een nabespreking naar Klinkhamers kamer en Danny en Rik drentelden naar de kantine, waar ze, behalve een aantal, in vrijetijdskleding gehulde systeembeheerders, ook een bijzonder spraakzame Peter Smit en een al even luidruchtige Kees aantroffen.

Tijdens de lunch hoorde Danny het gebabbel van dat tweetal welgemoed aan; hij had dat grenzeloze geouwehoer de laatste weken erg gemist. Het zou hier best wel gezellig gaan worden. Daar was hij nu vast van overtuigd geraakt.

9. Begin maart kreeg Danny van Klinkhamer de datum te horen, waarop hij en Rik in Houten konden gaan beginnen. Het zou maandag 9 maart gaan worden. Op de donderdag ervoor was er nog een afdelingsvergadering in Houten. Dorien en Klinkhamer hadden daarbij niets nieuws te melden; op de aankomende overplaatsing van Danny en Rik na dan. Rik bracht daarna nogmaals zijn voornaamste bezwaar tegen die overplaatsing naar voren. Een bezwaar, dat door Klinkhamer weer luchtig werd weggewuifd.

Aan het einde van de vergadering kreeg Danny zijn bureau toegewezen. Het was een van de twee bureaus, die niet langs de raamzijde maar links van de deur stonden. Hij was er wel tevreden mee. Zijn bureau was, zoals al eerder gemeld, groot en breed en achter zijn stoel bevond zich een wand, waardoor hij zich enigszins beschut kon voelen.

Met Doriens hulp logde hij in op het netwerk van PCM Ellips en een paar minuten later kregen ze gezelschap van een knappe, enigszins corpulente man van een jaar of veertig. Hij gaf Danny een hand, voegde hem glimlachend toe, dat hij Bas van Bommel heette en manager van de IT-afdeling was, ging achter Danny's pc zitten en maakte een Access-file voor hem aan, waarmee Danny vanaf maandag aan de slag zou kunnen gaan. Na het creëren van die file legde Bas hem uit, hoe hij de concordantielijsten zou moeten gaan invullen. Danny had al vrij snel door, hoe de vork in de steel zat. Bas verzekerde hem, dat hij vanaf maandag op elk moment van de dag stand-by zou zijn voor het geval Danny vragen en/of problemen had en liep, na Danny's dankbetuigingen te hebben weggewuifd, met een energieke tred de afdeling af.

Een halfuur later stapten Danny en Rick op de trein naar Amsterdam. Tijdens de treinrit probeerde Danny voor zichzelf uit te maken, wat hij de komende dagen nog moest doen. Zijn eerste klus was van logistieke aard: zijn trajectabonnement van Zandvoort tot Amsterdam-Centraal duurde nog tot het eind van de maand. Het was dus zaak om een aanvullend abonnement voor het traject Amsterdam-Houten te kopen.

Wat hij de volgende ochtend ook moest doen, was banketbakkerij Blommestein bellen. Morgen was zijn laatste dag in de Wibautstraat; hij zou dus zeker moeten trakteren. Het leek hem overigens wel wat schraal om na een dienstverband van bijna drieëntwintig jaar bij zijn afscheid alleen op gebak te trakteren, maar voor zijn gevoel ging hij ook niet echt weg: hij zou zijn werk alleen maar op een andere plek gaan uitvoeren.

Rik was onderwijl met andere dingen bezig; hij bleef tegen die snelle overgang naar Houten aanhikken. Hij bleef daar ook de hele thuisreis over doorzeuren en na hun aankomst in Amsterdam-Amstel hakte hij de knoop door: hij zou alles op alles gaan zetten om nog een paar weken in de Wibautstraat te kunnen blijven werken. Tot Danny's verbazing kreeg hij Paardekoper direct mee. Paardekoper greep de telefoon, belde Dorien en bracht haar Riks wens over. Zij ging meteen overstag, vooral nadat Paardekoper haar had verzekerd, dat Danny wel naar Houten zou komen. Ook bij Danny viel Riks rebellie eigenlijk wel in goede aarde: hij wist natuurlijk maar al te goed, hoe Rik over 'Houten' dacht en er zat onmiskenbaar iets heroïsch in om uiteindelijk alleen naar Houten te vertrekken.

De laatste dag in het werkhok aan de Wibautstraat had daarentegen iets weemoedigs. Het zou er nu uiteindelijk toch van komen. Maandag zou hij hier niet meer werken en hij had daar zelf voor het overgrote deel de hand in gehad. Als hij er zelf wat minder achteraan had gezeten, had hij nog wel een paar maanden in de Wibautstraat kunnen blijven zitten.

Het gebak van Blommestein arriveerde pas laat in de middag. Paardekoper riep alle medewerkers bij elkaar en trakteerde Danny op een kort speechje, waarmee de aankomende Houten-ganger het niet al te gemakkelijk had. Aan het einde van het speechje overhandigde Paardekoper een ansichtkaart, waarop een tamelijk ontroerend tekstje stond: 'Succes op je nieuwe werkplek en bedenk dat ook in Houten geldt: the sky is the limit', en een cadeautje, waarin niets anders dan een cd kon zitten. Het bleek 'Pilgrim' te zijn, de gloednieuwe cd van Eric Clapton. Danny, een fervente Clapton-fan, slaakte een juichkreet, waarmee hij bij Johan van Tilburg, verantwoordelijk voor de keuze en de aankoop van de cd, een zucht van verlichting ontlokte.

Danny beperkte zich tot een kort dankwoordje en benadrukte daarbij, dat er van een afscheid geen sprake was: hij zou altijd hun collega blijven en hij zou minstens één keer per week langskomen. Verder kwam hij niet en Paardekoper had de fijnzinnigheid van geest om de samenkomst op te heffen en iedereen weer met luide stem aan het werk te zetten.

Tijdens het laatste uurtje had hij het tamelijk moeilijk. Hij wilde zo snel mogelijk naar huis om zich in de armen van Carry te kunnen storten, maar hij had buiten Rik gerekend. Die wilde met alle geweld nog een kop koffie met hem drinken en hij had daarvoor al een passend etablissement uitgezocht: de troosteloze restauratie van het Amstelstation. Danny kwam er niet onderuit en zeker niet nadat de geraadpleegde Carry hem grootmoedig haar toestemming had gegeven om een halfuurtje later thuis te komen.

Zijn afscheid verliep snel. Hij kreeg een ferme handdruk van Paardekoper en hij was al weg, voordat de rest van de collega's er goed notie van had kunnen nemen. Danny verliet samen met Rik het gebouw, waar zoveel herinneringen van hem lagen en was ineens blij, dat Rik bij hem was. Zonder hem zou het vermoedelijk wel een zeer emotionele aangelegenheid zijn geworden. Tijdens het daaropvolgende verblijf in de restauratie was er sprake van een eenzijdige conversatie. Rik kletste aan een stuk door, waarbij zijn frustraties over de gang van zaken rond 'Houten' vanzelfsprekend de boventoon voerde en Danny deed er voornamelijk het zwijgen toe.

Na een half uur het geweeklaag van Rik te hebben aangehoord, vond Danny het welletjes: hij stond bruusk op, schoof de verbouwereerde Rik een tientje toe en liep met een langgerekt 'Daaag, Rik!' van hem weg. Hij sloeg geen acht op de protesten van Rik; hij keek zelfs niet meer naar hem om. Hij rende naar het perron, waarvandaan de trein naar Haarlem vertrok en haalde die trein op het allerlaatste nippertje.

Bij het passeren van gebouwen van PCM Uitgevers aan de Wibautstraat ging er toch wel het een ander door hem heen. Hij zou er voortaan elke dag langs rijden en hij wist niet, hoe lang dat treurige gevoel, dat hij nu onmiskenbaar voelde, zou aanhouden. Zijn eigen schatting varieerde van een paar weken tot een paar maanden.

Op de ochtend van zijn eerste werkdag in Houten, na een weekend waarin het echtpaar Carry's drieëndertigste verjaardag én hun vijfde trouwdag had gevierd, werd hij stipt om vijf uur wakker. Carry had tijdens haar slaap haar armen om hem heen geslagen en hij moest enige moeite doen om zich van haar los te maken, zonder haar te wekken. Dat lukte hem; toen hij de dekens weer over haar heen legde, bleef zij rustig doorslapen. Hij graaide zijn kleren bijeen, verliet de slaapkamer en liep de badkamer binnen.

Tijdens het douchen viel zijn nervositeit een beetje van hem af. Het zou misschien wel mee gaan vallen. Hij had in ieder geval een leuke, twee uur durende treinreis voor de boeg en hij nam zich voor om van elk moment van die treinreis te genieten. Hij had zich na lang nadenken toch maar geen trajectabonnement voor het traject Amsterdam-Houten aangeschaft. Afgelopen donderdag had hij in plaats daarvan drie 5-retourkaarten gekocht. Dat bleek toch nog net iets voordeliger te zijn en aan het einde van de maand zou hij op dringend advies van Carry een jaarnetkaart van de NS gaan kopen.

Na vijf minuten draaide hij de kranen dicht. Hij droogde zich af, trok een rood T-shirt, een wit slipje, een blauwe spijkerbroek, een oranje sweater, witte tennissokken en lichtbruine mocassins aan en verliet de badkamer om in de keuken te ontbijten. Eenmaal in de keuken beperkte hij zich tot het eten van drie witte boterhammen met kaas en het drinken van een sterke kop Moccona-koffie. Een paar weken geleden had hij ontdekt, dat twee theelepels Moccona en een nog niet voor de helft gevulde mok een sterke en opbeurende kop koffie opleverde en tijdens het drinken van dat brouwsel voelde hij een vaag geluksgevoel in zich opkomen.

De binnenkomst van een vrijwel naakte Carry - er zaten alleen twee afgezakte, zwarte nylonkousen om haar voeten - deed aan dat geluksgevoel bepaald geen afbreuk. Zij maakte een hele slaperige indruk en zij leek het helemaal niet zo prettig te vinden om hem al zo vroeg in de keuken te zien zitten.

"Wat doe jij hier?", vroeg zij, onderwijl op zijn schoot plaatsnemend.

"Ontbijten!"

"Waarom doe je dat zo vroeg?"

"Omdat ik zometeen naar mijn werk moet."

"O, shit! Je moet naar Houten, hè?"

"Ja, mijn lief, ik moet naar Houten."

''Besef je eigenlijk wel, dat we nog een uurtje in bed hadden kunnen blijven stoeien als je gewoon in de Wibautstraat was blijven werken?"

"Ja, dat besef ik. Al vind ik het niet zo lief van je, dat je mij uitgerekend nu daaraan herinnert."

"Sorry, lieverd!", zei zij zacht, "Dat is inderdaad niet zo aardig van mij."

"Het zij je hierbij vergeven."

Hij vlijde zijn gezicht tegen haar schouder en slaakte een diepe zucht.

"Denk je echt, dat je om zes uur thuis bent?", vroeg zij.

"Ja, dat denk ik wel."

"Je hebt er niet veel zin in, hè?"

"Nee, niet echt. Ik zou het heel erg plezierig vinden als het twaalf uur later was."

Ach, het zal wel meevallen, jôh."

Ze zwegen even. Hij nipte van zijn koffie en zij trok met een peinzend gezicht de kousen van haar voeten. Dat gaf hem een wat triest gevoel. Het weekend was nu echt ten einde en daar in dat verre Houten lag een lange werkweek voor hem in het verschiet.

"Zul je vandaag een beetje aan mij denken?", vroeg hij.

"Ja, hoor! En zul je vandaag ook aan mij denken?"

"Natuurlijk!"

"Ook met die mooie Houtense vrouwen in de buurt?"

"Ha, de enige mooie vrouw, die ik tot nu toe in Houten heb gezien, was die bloedmooie, Marokkaanse receptioniste."

"Precies! En wil je daar vanaf vandaag met een grote boog omheen gaan lopen?"

"Dat zal niet zo moeilijk zijn."

"Waarom niet?"

"Omdat zij niet meer voor PCM Ellips werkt."

"Ha! En jij denkt zeker, dat zij geen mooie opvolgster zal krijgen?"

"Dat is geen wet van Meten of Persen, volgens mij."

"Dat dacht ik dus wel! Je zei het laatst zelf laatst al: je begeeft je nu in de wondere en vooral snelle wereld van het ICT-wezen en daar horen bloedmooie receptionistes bij."

"Als die er komt, zal ik haar koeltjes negeren, hoor!"

"En daar moet ik dan maar op vertrouwen?"

Hij zuchtte diep. Zij maakte het hem op deze ochtend niet echt gemakkelijk en hij voelde zich daar toch wel een tikkeltje mismoedig over.

"Als je nog een keer zoiets gemeens zegt, meld ik mij ziek", zei hij, met een briljant geacteerde norsheid.

"Mooi zo!"

"En dan meld ik jou dus ook ziek!"

"Waarom?"

"Omdat ik je na het ziek melden dan over mijn schouder zal gooien en naar het bed zal dragen."

"Waar ik dan voor de rest van de dag niet meer uitkom?"

''Precies."

"Je snapt toch zeker wel, dat ik dat in het geheel niet als een bedreiging ervaar."

"Daar was ik al bang voor", verzuchtte hij.

''O, stil maar! Ik zal je niet meer plagen. Sterker nog: ik zal nu gaan douchen en je in alle rust je koffiemok leeg laten drinken."

Zij voegde de daad bij het woord door zich van zijn schoot te laten glijden en hij gaf haar uit balorigheid een tik op haar vorstelijke billen. Die tik kwam veel harder dan hij had voorzien en kwam hem dan ook op een fikse oorvijg te staan. Hij incasseerde de afstraffing met een ontuchtige grijns en een luidkeels 'Sorry!'.

Toen zij eenmaal luid galmend onder de douche stond - zij slaagde erin om een hele valse versie van 'Zij gelooft in mij' van André Hazes voor het voetlicht te brengen - dronk hij zijn laatste restje koffie op en wierp hij een snelle blik op de klok boven de deur. Het was tijd om te gaan; de trein zou over zeven minuten vertrekken.

Hij stond op, liep naar het portaal, waar hij zijn rode ski-jack en zijn schoenen aantrok en controleerde of hij zijn treinabonnement en zijn retourkaartje naar Houten bij zich had en werd vervolgens door een nu in haar badjas geklede Carry om de hals gevlogen.

"Moet je echt weg?", vroeg zij fluisterend.

"Ja, ik moet echt weg!", antwoordde hij, tamelijk ontroerd.

"Zul je niet te hard werken?"

"Ik zal niet te hard werken."

''En zul je aan die eikel van een Klinkhamer mijn hartelijke groeten overbrengen?"

"Ik zal aan die eikel van een Klinkhamer je hartelijke groeten overbrengen."

"Doen, hoor!"

"Ik zal het echt doen."

Hij liet haar slechts node los en hij had het moment van afscheid best nog wel even uit willen stellen. Toch moest hij er nu echt vandoor. Hij haalde de deur van het nachtslot, trok de deur open en liep na haar een laatste kus op het voorhoofd te hebben gegeven de galerij op. Zij bleef hem nazwaaien tot hij de straat was uitgelopen.

Hij haalde de trein zonder moeite. Na het vertrek van de trein liet hij het nog donkere duinlandschap met een zeker welbehagen aan zich voorbijtrekken. De trein zat niet vol en het eerste-klassecompartiment, waarin hij zat, was zelfs helemaal leeg. Na het korte oponthoud in Overveen kwamen er maar weinig passagiers bij. Danny zag dat voldaan aan; hij had het toch wel goed uitgekiend. Als hij op deze tijd zou blijven reizen, zou hij de ochtendspits kunnen ontwijken en hetzelfde gold in iets minder mate voor de middagspits. Hij zou inderdaad vier uur per dag moeten reizen, maar zoals het nu naar uitzag, zou hij dat in een relatieve rust kunnen gaan doen.

Een paar minuten later reed de trein station Haarlem binnen. Hij stapte uit en kon op zijn gemak naar de 'Maastricht'-trein lopen. Tot zijn genoegen bevonden de eerste-klasserijtuigen zich aan de achterzijde van de trein. In de eerste twee rijtuigen zaten een paar reizigers; het laatste was echter nog helemaal leeg. Hij koos de achterste duozitplaats in het compartiment uit en ging met een opgewekt gemoed op de raamplaats zitten. Tot Utrecht zat hij goed en na een paar minuten viel hij in slaap.

Hij slaagde er in om tot vlak voor Utrecht te blijven slapen. Tijdens het passeren van de brug over het Amsterdam-Rijnkanaal begaf hij zich naar de uitgang en hij deed dat met een onzekere tred. Hij was er zich ineens van bewust geworden, dat de confrontatie met zijn nieuwe werkplek nu toch echt aanstaande was. Die gedachte liep een hevig gevoel van heimwee in hem op. Hij verlangde naar Carry, naar hun huis en naar hun bed en wilde eigenlijk maar een ding: dat het heel snel vrijdagmiddag zou zijn.

Hij had met zijn overplaatsing om rationele redenen ingestemd, zijn gevoel had op dit moment echter de overhand en dat vertelde een heel ander verhaal. Eigenlijk had hij helemaal geen trek meer in dit avontuur; eigenlijk had hij nu veel liever op zijn gemak in de Amsterdamse metro willen plaatsnemen. Misschien zou hij er verstandig aan doen om maar snel ontslag te nemen en zichzelf vervolgens tot een soort van huisman te transformeren. Voor het geld hoefde hij niet te werken; Carry verdiende genoeg voor hun tweeën en hij had als luie, op zijn rust gestelde kustbewoner eigenlijk niet veel meer nodig dan 'his baby, his blanket and his beer'. Het was heerlijk om in de zomerweekenden lang op bed te blijven liggen en tot diep in de nacht met Carry, zijn gitaar en een paar flesjes bier op het strand te kunnen bivakkeren. Het was de meest pure en ook een nogal voordelige manier van leven.

Toch twijfelde hij niet over wat hij in komende maanden zou gaan doen: hij zou in Houten zijn beste beentje gaan voorzetten. Dat zat nu eenmaal in zijn aard. Hij was ook veel ambitieuzer dan hij zich voordeed. Niet eens zozeer voor zichzelf, maar wel voor zijn werkgever. Ondanks de stress van de afgelopen maanden sprak het idee om 'met zijn allen' een bedrijfsonderdeel van de grond af op te bouwen zeer tot zijn verbeelding en de mogelijkheid om uiteindelijk voor een bedrijfsonderdeel te kunnen werken, dat naar alle waarschijnlijkheid winst zou gaan maken, vormde 'the icing on the cake' voor hem.

De trein kwam precies op tijd in Utrecht Centraal aan. Hij hoefde er dan ook hoegenaamd geen moeite voor te doen om het boemeltje naar Houten te halen. Het duurde even, voordat de trein vertrok; het wachten was op de trein, die hij net had verlaten. Twee minuten later, toen hij die trein langzaam in beweging zag komen, voelde hij zich weer wat treurig worden. Tegen de tijd dat de trein in Maastricht zou arriveren, zou hij al twee uur aan het werk zijn. Hij nam zich voor om binnenkort weer eens met Carry naar Maastricht te gaan en dat vooruitzicht gaf hem toch weer een vaag geluksgevoel.

Na het vertrek van de trein keek hij nieuwsgierig uit het raam. De trein passeerde een oude woonwijk, de restanten van een fort, een park en reed daarna langs station Utrecht-Lunetten, het station van de meest zuidelijke nieuwbouwwijk van Utrecht. Na dat station ging de bebouwing in een tuinbouwgebied over en na het passeren van een viaduct over de spoorbaan reed hij, zonder het te beseffen, de gemeente Houten binnen.

Het landschap rondom zijn nieuwe standplaats was zeker niet van pittoreske trekjes ontbloot. Op een paar honderd meter afstand zag hij een aardig landweggetje liggen, waarlangs een lange rij van oude knotwilgen en ook een paar boerderijen en huizen stonden. Het weggetje leek zo op het oog een aardig begin voor een fietstochtje in de omgeving te zijn en hij nam zich voor om zo snel mogelijk twee fietsen te kopen en die in Houten te stallen. Het idee was minder raar dan het leek; Houten was door zijn centrale ligging een prima uitvalsbasis voor uitstapjes naar IJsselstein, Vianen en de Utrechtse Heuvelrug.

Helaas voor hem lag er voor hem nu een wat prozaïscher tijdverdrijf in het verschiet. De trein stopte op het station. Hij drentelde, met lood in de schoenen en met 'Pilgrim' in zijn walkman, naar het balkon, stapte uit en daalde de trap af. Er waren niet veel mensen uit zijn trein gestapt, maar op het andere perron was het druk. Het waren voor het merendeel schoolkinderen van een jaar of dertien en hun gekwetter had iets vrolijks, waaraan hij zich een beetje kon optrekken. Het was ook goed om nu eindelijk eens in Houten aan de slag te kunnen gaan. Hij was nu voor een poosje van de stress van het dagelijkse productiewerk verlost en hij nam zich voor om daar maar zoveel mogelijk van te genieten.

Bij het naderen van Molenzoom 43-45 versnelde hij zelfs zijn pas. Hij herkende de auto van Klinkhamer - een karmozijnrode en tamelijk duur ogende stationcar - en slaakte een zucht van verlichting. Hij zou tenminste door een oude bekende worden binnengelaten; die eventuele bloedmooie receptioniste kon hem voor even gestolen worden.

Klinkhamer liet hem niet lang voor de deur staan. Hij kwam vanuit de gang het halletje inlopen en bij het zien van Danny verscheen er een vergenoegde grijns op zijn gezicht.

"Welkom!", riep Klinkhamer hartelijk, na Danny's schuchtere binnentreden, "Ik ben echt verschrikkelijk blij om je te zien."

"Dank je! Ben je de eerste?"

"Ja, dat ben ik meestal."

"O, dat is een hele opluchting: dan zal ik tenminste altijd kunnen binnenkomen."
"Ha, maar ik zal natuurlijk niet altijd zo vroeg zijn. En het is dus wel de bedoeling, dat je snel een eigen sleutel krijgt. En natuurlijk ook een toegangscode, waarmee je het inbraakalarm zult kunnen afzetten."

"Inbraakalarm?", vroeg Danny verschrikt.

"Ja, we hebben hier een heus inbraakalarm. Ik zal je even laten zien, waar hij hangt."

Ze liepen in de richting van Klinkhamers kamer en hielden stil bij de balie, waar een klein, beige gekleurd kastje aan de muur hing.

"Dit is 'm dus!", zei Klinkhamer.

Klinkhamer deed Danny voor, hoe het ding werkte - iets wat Danny ook onmiddellijk weer vergat - en nam zijn oude en nieuwe collega mee naar zijn kamer, waar hij hem met opmerkelijke zorgzaamheid een kop koffie uit een monsterlijk grote koffiekan serveerde.

''Hoe is het nou?", vroeg Klinkhamer, nog steeds met een zielsvergenoegde gelaatsuitdrukking.

"Goed."

"Heb je er zin in?"

"Ja, toch wel, ja!"

"Hoe is het met Carry?"

"Prima!", antwoordde Danny, met een wat vage grijns, "Je moet de hartelijke groeten van haar hebben."

"Dank je!", zei Klinkhamer, haast spinnend van genoegen, "Doe haar de hartelijke groeten terug."

"Ik zal het doen."

"Het gaat heel erg goed tussen jullie, hè?"

"Ik mag niet klagen. We gaan nog steeds volledig in elkaar op."

"Het is je aan te zien."

"Hoezo?"

''Er zit weer zo'n grappig, roze-rood vlekje op je hals."

"O, shit!", riep Danny, onwillekeurig naar zijn hals grijpend, "O, nee! Dat meen je niet!"

"Dat meen ik wel! Zij heeft je voor de rest van de dag gebrandmerkt."

"Ach, voor een keertje is dat niet erg."

"Precies! En het geeft je bijnaam ook wat meer glans."

"Bijnaam?"

"Ja, sinds die open dag in januari word je hier 'Randy Danny' genoemd."

"Waarom in Godsnaam? Ik heb die avond helemaal niks gedaan!"

"Nou... het schijnt, dat je vlak voor je vertrek een nogal ondeugend telefoongesprekje met Carry hebt gevoerd."

''Dat is waar, maar ook tijdens dat telefoongesprek is er dus echt helemaal niks gebeurd."

"O, nee?"

"Nee, zij had haar kousen nog niet eens losgemaakt", riep Danny met enige stemverheffing.

Die stemverheffing had hij beter achterwege kunnen laten, want op dat moment kwam zijn nieuwe directeur de kamer binnenlopen.

"Ha, daar hebben we Randy!", riep Maassen, terwijl hij met uitgestoken hand en een ook al verheugde gelaatsuitdrukking op Danny toeliep.

Danny wilde hem corrigeren, zag op hetzelfde moment, dat Klinkhamer zijn hand voor zijn mond hield en haast stikte van het lachen, en besloot om de wijste te zijn en zich zijn bijnaam maar te laten welgevallen. Hij kreeg een stevige hand van Maassen en beantwoordde zijn enthousiaste begroeting met een hoofdknik en een kalm 'Hoi."

"Koffie, Fred?", vroeg Klinkhamer, met een net-niet-kruiperige vriendelijkheid.

"Graag!", antwoordde Maassen, onderwijl op een stoel naast Danny plaatsnemend,

"Goh! Wat heerlijk, dat Data-input eindelijk versterking krijgt!"

"Dat is het zeker", zei Klinkhamer, met een zuinig mondje, "Randy komt de concordantielijsten maken."

"O, dat is fantastisch!"

"Ja, hè? Hij is, wat dat betreft, net op tijd gekomen."

"Is dat echt zo belangrijk?", vroeg Danny schuchter.

''Ja, dat is het echt heel belangrijk", antwoordde Maassen, "Op dit moment staat of valt dit hele bedrijf met het snelle tot stand komen van die lijsten. Zonder die lijsten zijn we niet in staat om onze klanten een toegankelijke database van de vijf titels aan te bieden. En gezien de tijdnood, waarin we verkeren, waar het de start van de nieuwe NPD betreft, kun je, wat ons betreft, niet snel genoeg beginnen."

"Wel in dat geval zal ik dan maar gauw naar boven gaan."

Hij dronk zijn kopje leeg en maakte aanstalten om op te staan.

"Ach, nee!", riep Maassen, zijn hand op Danny's arm leggend, "Zo heb ik het helemaal niet bedoeld."

"Dat weet ik", zei Danny, met een kort lachje, "Maar ik wil nu echt aan de slag."

"Weet je het zeker?"

"Heel zeker!"

"Wil je echt geen tweede kop koffie?", vroeg Klinkhamer.

"Nee, dank je! Ik moet nu echt aan het werk."

Hij stond op, knikte zijn superieuren vriendelijk toe, beantwoordde het 'Werkze!' van Klinkhamer en het 'Veel succes!' van Maassen met een joviaal 'Doeg!" en verliet de kamer.

Eenmaal op de eerste verdieping aangekomen betrad hij zijn nieuwe afdeling met een gevoel, alsof hij eindelijk was thuisgekomen. Buiten was onderwijl het geluid van een grasmaaier te horen en hij genoot van de geur van het vers gemaaide gras, dat via een openstaand raam zijn neusgaten bereikte. Hij hing zijn jack aan de kapstok, ging aan zijn bureau zitten en zette zijn pc aan. Het tingeltje, dat weerklonk, toen hij zich op het netwerk van PCM Ellips had aangemeld, bleek ook al iets vertrouwds te hebben.


BERT HARBERTS (alias ''Koos'')



NAWOORD


'Media Resultant', de titel is ontleend aan de latere naam van PCM Ellips, is het verhaal over de periode, dat ik in Houten heb gewerkt. Ik twijfel een beetje over de mate, waarin het interessant is voor lezers, die niet bij een krant of een archief hebben gewerkt. Het is, hoe dan ook, wel interessant voor alle liefhebbers van 'Het bureau' van J.J. Voskuil, want 'Media Resultant' is voor de ene helft een ode aan 'Het bureau' en voor de andere helft een persiflage op 'Het bureau'. Eventuele lezers van 'Media Resultant' zou ik dan ook dringend willen aanraden om eerst alle delen van 'Het bureau' te lezen. Pas dan kan de lezer goed beoordelen, of ik er echt in ben geslaagd om een goede ode/persiflage aan/op 'Het bureau te schrijven...


EEN SELECTIE UIT THE HOUTEN QUOTES


"Koos!!!" (Daan Smits)

"Pascáááál!!!" (Daan Smits)

"ZooooooJuiuiuiuist..." (Daan Smits)

"Heb je nou alweer een krant vernacheld?!?"(Daan Smits)

''The... The... Big Al!!!!'' (Rik Schaapsma)

"De aanlevering is weer bagger!!!" (Rik Schaapsma)

"Ach, wat heb ik toch een rotleven!" (Rik Schaapsma)

"Goed weekend gehad?" (Rik Schaapsma)

"Ik ben even de draad kwijt" (Rik Schaapsma)

"Dat maak ik zelf wel uit!" (Rik Schaapsma)

"Dat neem je terug!" (Rik Schaapsma)

"Er zat vandaag weer heel veel bagger op de lijn!" (Peter Paardekooper)

"Koffie, Fred?" (Variant op: "Koffie, Les?", beide keren uitgesproken door Peter Klinkhamer)

"SORRY!!!!!" (Astrid Janson)

"Neem je wat lekkers mee?" (Pa Harberts, gretig overgenomen door zijn jongste zoon)

"Doe je voorzichtig?"

"Kom je snel terug?"

"Ga je mond spoelen!"

"Schreeuw niet zo!"

"Bemoei er niet mee!"

"Viezerik!"

"Gezondheid!"

"Hand voor je mond, viezerik!"

"Zeur niet zo!"

''HOU OP!!!''

"Wat een kóstelijke grap!"