OVERGAVE

1. De jazzclub aan de Vesterbrogade in het centrum van het Deense Aarhus had het interieur van een Grand Café. De verlichting was gedempt, de bediening nonchalant, maar niet onvriendelijk. Er was ook levende muziek. Op een podium aan de achterzijde van het etablissement stond een studentikoos ogend bandje, dat Braziliaanse muziek speelde. De tafeltjes waren redelijk bezet, maar aan de bar zaten slechts twee, uit Amsterdam afkomstige toeristen: Danny Harberts en Carry van der Steeg. Ze waren allebei blond en knap en ze waren allebei in een wit colbert en een spijkerbroek gekleed.
Voor de muziek had Danny niet veel belangstelling, maar voor Carry des te meer. Hij zat met zijn gezicht naar haar toegekeerd, zijn linkerarm lag rond haar middel en zijn rechterarm rond haar buik. Hij had iets bezitterigs in zijn houding naar haar toe en hij had daar alle reden toe: zij had een heel mooi gezichtje, een zeer aanlokkelijk figuurtje, mooie, ietwat mollige benen en kleine, smalle voeten. Zij keek heel vrolijk voor zich uit; Danny daarentegen had een wat gekwelde gelaatsuitdrukking.
De reden daarvan was Tanja, de vrouw, die hij in een van zijn Amsterdamse huizen had moeten achterlaten. Hij had namelijk twee huizen, of beter: hij woonde in twee huizen, één in Amsterdam-Noord, waar hij door de week met Tanja woonde en één in de Jordaan, waar hij gedurende de weekenden met Carry woonde. Tanja was eerder in zijn leven gekomen dan Carry. Hij kende Tanja al sinds september 1987 en hij had Carry pas op 1 maart van dit jaar voor het eerst ontmoet. Het was daar in die koffieshop van de Amsterdamse Bijenkorf overigens wel liefde op het eerste gezicht geweest. Eén oogopslag, één glimlach, meer hadden ze niet nodig gehad en er was ook niet meer dan een halfuur verstreken, voordat ze met elkaar naar bed waren gegaan.
Tanja had die vrijpartij en de gevolgen daarvan met een zekere opluchting geaccepteerd. Haar slippertje met een ex-vriendje, een gebeurtenis, waarbij Danny heel even aanwezig was geweest, had hierdoor veel van zijn pijnlijke kanten verloren. De herinnering aan die gebeurtenis bleef hem overigens nog wel kwellen. De aanblik van haar mooie benen en dat mannenlijf daartussen, het gesteun van de man, zijn eigen gevoelens van ontzetting, het was hem allemaal heel goed bijgebleven. Echte troost had hij alleen maar in de armen van Carry gevonden. Een voor de hand liggende breuk met Tanja was echter achterwege gebleven. Simpelweg omdat Carry dat niet wilde.
Danny's verblijf in de Jordaan bleef dus tot de weekenden beperkt. Die weekenden verliepen wel altijd volgens een vast stramien. Op vrijdagavond was er steeds weer een stormachtig weerzien, waarbij hij haar, zoals zij het zelf altijd uitdrukte, 'eerst even lekker helemaal suf mocht neuken', daarna mocht Danny kalmpjes toekijken, hoe zij het huiswerk van haar leerlingen corrigeerde, daarna volgde er een cafébezoek en de avond eindigde altijd met een langdurige vrijpartij in de kleine slaapkamer aan de straatzijde. De zaterdagen en zondagen waren ook rijkelijk gevuld: met bezoekjes aan bioscopen, toneelvoorstellingen en musea in alle delen van het land en met etentjes in de meest exotische restaurants van Amsterdam. Elk weekend kabbelde zo voort, als een perfecte mixture tussen cultuur, seks en culinaire genoegens, tot het op maandagochtend door het laatste, gezamenlijke ontbijt werd afgesloten.
Op maandagavond ging hij dan weer naar zijn eigen huis. Soms werd hij daar door Tanja verwelkomd, soms echter moest zij door haar avond- of nachtdienst verstek laten gaan. Hun samenzijn bleef in zo'n week dan tot een beetje bijpraten in de vroege ochtenduren beperkt. Tanja wist het lot van het derde wiel aan de wagen manmoedig te dragen, maar Danny bleef de ongerijmdheid van deze situatie voortdurend onder ogen zien. Het gevoel, dat hij haar voor dat ene slippertje toch wel heel zwaar strafte, kwelde hem elke dag weer.
Voor hem was het prettiger als zij er niet was, als hij op maandag en dinsdag in zijn eigen huis aan het vorige weekend met Carry kon terugdenken en als hij zich op woensdag en donderdag op het komende weekend mocht gaan verheugen. Was Tanja er wel, dan werd hij voortdurend heen en weer geslingerd tussen zijn verlangen naar de een en zijn medelijden met de ander. De vakantie naar Denemarken was dan ook een vlucht voor hem geweest. Een vlucht ver weg van de vrouw, die zijn vertrouwen op een min of meer fatale wijze had beschaamd.
Zijn voorstel aan Carry om tijdens haar herfstvakantie voor een week naar het buitenland te gaan was eerst niet in goede aarde gevallen. Zij had het niet terecht gevonden, dat zij ook op werkdagen met hem samen was: die werkdagen waren immers voor Tanja. Uiteindelijk had hij haar toch kunnen overtuigen en deze morgen waren ze in een opgewekte stemming naar Denemarken afgereisd. De elf uur durende reis naar Aarhus was rustig verlopen; ze hadden de eerste-klassecoupé de hele dag voor henzelf gehad. Alleen het sombere landschap rond Neumünster in Sleeswijk-Holstein had Danny tegengestaan. Toch was hij juist daar op het idee gekomen, waarmee hij zich definitief van Tanja zou kunnen losmaken.
Carry scheen zijn gedachten niet te raden, want toen hij haar voorstelde om naar het hotel te gaan, stemde zij daarin lachend toe. Ze verlieten de jazzclub en liepen hand in hand naar hun hotel terug. De stad kwam kil en sfeerloos op hen over, iets wat hen overigens niet veel kon schelen. Aarhus was slechts een tussenstop voor hen. Ze zouden de rest van de week in het naburige Skanderborg doorbrengen, in een uit blokhutten opgebouwde jeugdherberg, waar Danny vijftien jaar daarvoor met Mylène, een sterk op Carry lijkende Française, had verbleven.
Ze waren inmiddels in hun hotel aangekomen. Ze kregen van de receptioniste hun sleutel aangereikt en liepen naar hun slaapkamer, waar Carry zich meteen op de rand van het bed neerzette en zich, zonder zich te haasten, begon uit te kleden. Danny zakte aan haar voeten neer en sloeg met een zekere gretigheid zijn armen om haar benen heen. Zij bekeek dat met een wat geniepig glimlachje.
"Zit je lekker?", vroeg zij.
"Ja, heel lekker! Ik heb het gevoel, alsof ik weer aan mijn moeders rokken hang en dat is een heel lekker gevoel."
"Da's mooi!"
"Ja, hè? Zo'n gevoel heb ik bij Tanja nou nooit gehad."
"Ben je nog steeds kwaad op haar?"
"Nee", antwoordde hij, naar waarheid, "Ik ben niet kwaad meer op haar. Ik heb alleen nog maar medelijden met haar."
"Waarom?"
"Omdat zij een verloren strijd vecht."
"Hoezo?"
"Omdat zij het altijd van jou zal verliezen."
Zij greep met een peinzend gezicht naar de sluiting van haar beha, maar liet niets van enige instemming blijken.
"Je vergist je", zei zij, met een zekere aarzeling, "Zij zal het nooit van mij verliezen. En ik ook niet van haar."
"Wat bedoel je?"
"Er is helemaal sprake van strijd tussen ons", antwoordde zij, terwijl zij de beha van haar schouders liet glijden, "We hebben al heel lang geleden besloten om jou gezusterlijk te delen."
Hij keek haar gekweld aan. Dergelijke blasfemisch aandoende opmerkingen had zij al vaker geslaakt en ze hadden hem altijd met stomheid geslagen. Zij bleek overigens nog wel wat meer nieuws voor hem in petto te hebben. Zij bracht het voor het voetlicht, toen zij haar slipje uittrok:
"De enige strijd, die we voeren, is een gezamenlijke."
"Welke strijd bedoel je?"
"De strijd, die we voeren met jou. Er zal tussen ons drieën pas echt rust zijn als jij je erbij neerlegt, dat we altijd met z'n drieën zullen blijven. Ik zal namelijk nooit toestaan, dat je voor mij met Tanja breekt en zij zal nooit toestaan, dat je voor haar met mij breekt."
"Hè?"
"Je houdt toch nog steeds van haar?"
"Wat moet ik daar nou op zeggen? Als ik 'nee' zeg, zul je mij misschien niet geloven. Maar als ik 'ja' zeg, zul je mij misschien wel de bons geven."
"Nee, dat laatste zal zeker niet gebeuren. Je weet namelijk, dat ik heel erg veel van je hou en ik weet ook, dat jij heel erg veel van mij houdt. Je zult mij ook niet verliezen, zelfs niet als je er nog een vriendin bij zou nemen. Het enige, wat ik nu van je wil weten, is, hoe je werkelijk over Tanja denkt."
De aanblik van haar mooie, naakte lichaam gaf Danny weer wat moed. Zijn antwoord klonk dan ook eerlijk en oprecht:
"Ik hou nog steeds van haar, zoals ik van al mijn ex-vrouwen ben blijven houden. Ik geloof alleen niet meer, dat we bij elkaar kunnen blijven."
"Door dat akkefietje met dat ex-vriendje van haar?", vroeg zij, met opgetrokken wenkbrauwen.
"Ook! Maar ook door jou! En door mijn gevoel, dat jij mij wel helemaal aankunt en Tanja niet!"
"Wie zegt dat?"
"Ik, dus! Je bent liever, wijzer, verstandiger. Jij bent wel in staat om mij van tijd tot tijd in de goede richting te sturen, Tanja niet!"
"En dat bijsturen heb je nodig, van tijd tot tijd."
"Ja", beaamde hij, een beetje hulpeloos.
"Maar je houdt dus ook nog van Tanja!"
"Ja, maar ik durf het niet meer aan met haar."
"Hoe bedoel je?"
"Ik vertrouw haar niet meer en bovendien ben ik natuurlijk heel bang om jou te verliezen. Telkens als ik met haar naar bed ga, heb ik het gevoel, dat ik daarmee mijn rechten op jou verspeel. En van dat gevoel begin ik zo langzamerhand toch echt een beetje gek te worden. "
Zij trok hem het bed op, met een glimlach, die zijn angst voor het moment weer grotendeels teniet deed.
"Och, wat ben je toch een raar ventje!", murmelde zij voor zich heen.
"Ik weet het!", beaamde hij, met een deemoedige glimlach,
"Ik begrijp ook niet, wat je in mij ziet."
"En wat heb je toch een lage dunk van jezelf!"
"Wat bedoel je?"
"Het schijnt maar niet tot je door te dringen, dat je echt heel knap bent, dat je echt een prachtig lichaam hebt en dat je, om het plaatje compleet te maken, echt heel lief bent. En het schijnt al helemaal niet tot je door te dringen, wat daarvan een logisch gevolg moet zijn."
"Wat?"
"Dat Tanja en ik liever jou voor een deel hebben dan een ander helemaal."
"Meen je dat?"
"Ja, ik meen het! We zijn allebei van mening, dat we het beter voor elkaar hebben dan al die vrouwen, die een vent voor zich alleen hebben."
Hij ervoer elk woord als een liefkozing, hetgeen vermoedelijk ook de bedoeling van Carry was. Van zijn kant liet hij zich overigens ook niet onbetuigd...
"Ha, ik geloof, dat het een beetje tot je door begint te dringen", zei zij glimlachend, "Ik heb je niet eens hoeven zeggen, dat je heel goed in bed bent."
"Ah, dank je!", mompelde hij.
"Is het nou weer helemaal goed met je?"
"Nee, nog niet helemaal!"
"Wat moet ik dan nog meer doen?"
"Met mij trouwen!"
"Wil je... Wil je dat echt?"
"Ja, en het liefst morgen al."
"En Tanja dan?"
"Tanja mag onze getuige zijn!"
"Nee, ventje, zo zal het dus echt niet gebeuren! Ik wil heel graag met je trouwen. Maar ik zal pas met je naar het stadhuis gaan, zodra jij mij plechtig hebt beloofd, dat Tanja altijd je minnares zal blijven."
"Meen je dat?"
"Ja, natuurlijk meen ik dat!"
"Ik eh.. weet niet meer wat ik moet zeggen", mompelde hij, met gebogen hoofd.
"Je moet je aanzoek gewoon even overdoen."
"Hoe dan?"
"Door het volgende na te zeggen: 'Ik wil dolgraag met mijn lieve, schattige Carry trouwen...'"
"Ik wil dolgraag met mijn lieve, schattige Carry trouwen!", zei hij gretig.
"En stem van ganser harte in met de verstandige voorwaarde, die zij daaraan stelt."
"Enne... Stem van ganser harte in met de verstandige voorwaarde, die zij daaraan stelt", zei hij aarzelend.
"Ah, brave jongen, ik neem je aanzoek dolgraag aan."
"Aaaah, te gek!"
"Je wilt zeker ook een kind, hè?", vroeg zij liefjes.
"Ja, natuurlijk! Maar dan wel alleen van jou!"
"Afgesproken!", riep zij schaterend, "Ik geloof, dat ik daar ook het meest geschikt voor ben. Ik heb van ons tweeën het meeste moederinstinct."
Zij leek te merken, dat hij nu aan iets heel anders behoefte had en gaf zich met een zoet glimlachje aan hem over.
2. De volgende morgen verliep heel rustig. Gedurende het douchen en het aankleden bleef het echtpaar-in-spé welgemoed zwijgen. Tijdens het ontbijt bleef dat stilzwijgen aanvankelijk voortduren. Danny keek af en toe naar de ongeveer vijfendertigjarige brunette, die regelmatig met een grote, witte koffiekan rondliep, en herkende in haar het serveerstertje, met wie hij in 1975 in ditzelfde hotel het bed had gedeeld. Hij had niet het gevoel, dat zij hem herkende, hoewel hij daar, gelet op haar vage glimlach, toch niet helemaal zeker van was. Zij was nog steeds mooi en haar stevige figuurtje was nog steeds aanlokkelijk, maar hij had niet de behoefte om de kennismaking te hernieuwen. Zijn liefdesleven was op dit moment al ingewikkeld genoeg. In plaats daarvan verbrak hij het stilzwijgen tussen hem en Carry door op een wat peinzende manier een filosofisch getint gespreksonderwerp aan te snijden:
"Ik heb heel lang gedacht, dat het leven met vijfendertig het leven zou eindigen. Maar nu..."
"Maar nu wat?"
"Nu ik het eenmaal bijna ben, besef ik, hoe stom die gedachte is geweest."
"Hoe bedoel je?"
"Ik ben, juist nu ik bijna vijfendertig ben, gelukkiger dan ooit."
"Da's mooi!"
"Ja, hè? Ik kan het maar op één manier omschrijven. En wel op de manier, zoals Etty Hillesum dat eens heeft omschreven: 'Ik voel, hoe het leven als een wijde rivier in mij voortstroomt.'"
"Zeg het eens in je eigen woorden."
"Ik voel mij als een jonge god en daar zal ik mij verdomme naar gedragen ook."
Zij schoot in de lach en scheen maar al te goed te beseffen, dat hij de waarheid had gesproken.
"Dat huwelijksaanzoek van jou, hè?", vroeg zij aarzelend.
"Ja, wat is daarmee?"
"Dat was toch wel serieus, hè?"
"Ja, ik wil echt met je trouwen."
"En je vindt het niet erg als ons huwelijk alleen een weekendhuwelijk is?"
"Nee, want ik vind het ook heerlijk om alleen maar aan je te denken!", murmelde hij.
"Waar denk je dan aan?", vroeg zij, met een genotvol stemmetje.
"Aan je lieve karakter, aan je knappe smoeltje, aan je lekkere figuurtje, aan je heerlijke, volle borsten, aan je mooie, witte dijen, aan je...
"Vind je mij echt zo knap?", vroeg zij, wat onzeker.
"Ja, zeker! Je bent een ongelooflijk, mooi stuk en ook een ongelooflijk, lekker mokkel! Je bent in één woord volmaakt!"
Die uitbundige complimentjes troffen onmiddellijk doel. Zij verslikte zich in haar thee en zij kreeg als gevolg daarvan een hevige hoestbui, hetgeen hij als een subtiele overwinning ervoer.
Ze voltooiden hun ontbijt, haalden hun bagage op en wandelden naar het station, waar ze twee kaartjes voor de trein naar Skanderborg kochten. Eenmaal op het perron bleken ze net op tijd te zijn: de trein naar Skanderborg stond al op punt van vertrekken. Ze vonden zonder moeite een lege, eerste-klasse coupé en namen plaats op de zitplaatsen bij het raam. De trein vertrok vrijwel onmiddellijk. Het was als altijd een feestelijk moment voor Danny, een treinengek zonder weerga, maar na het vertrek viel het hem al snel op, dat Carry wat onrustig was. Zij kon geen moment stilzitten en zij wreef voortdurend met haar handen over haar broek.
"Wat is er?", vroeg hij.
"Niks! Ik ben een beetje nerveus. Dat zalige neuken van vannacht en je kleurige verhalen van gistermiddag over je avonturen met die malle Mylène in dat rare blokhutje hebben iets raars in mij wakker geroepen."
"Wat dan?"
"Ik weet niet, hoe ik je dat moet uitleggen."
"Probeer het dan!"
"Ik zou zometeen iets leuks willen gaan doen. Iets, wat een tikkeltje naar het perverse neigt."
"Wat dan?"
"Ach, ik weet het niet. Het kan ook eigenlijk niet, omdat Tanja er niet bij is."
"Wat zou er zijn gebeurd als zij er wel bij was geweest?"
"Dan zouden we met zijn drieën in bed zijn beland!''
"Wat had ik dan met haar mogen doen?"
"Alles! Oftewel: al die dingen, die je normaal ook altijd met haar en mij doet."
"Alles?"
"Ja, we zouden je echt helemaal de vrije hand hebben gegeven. Had je dat niet leuk gevonden?"
"Ja, natuurlijk had ik dat leuk gevonden, maar...", zei hij onvoorzichtig.
"Ha! Het is goed, dat ik dat weet. Zodra we met zijn drieën bij elkaar zijn..."
"Zullen we uitgebreid en langdurig met elkaar gaan dineren!", vulde hij zonder veel hoop aan.
"Nee, dat zal dus niet gaan gebeuren!", zei zij, op hoge toon, "Zodra we met zijn drieën bij elkaar zijn, wil ik, dat je ons eerst uitgebreid in bed verwent en dat je ons pas daarna op een copieuze maaltijd trakteert enne... mijn wil is in deze wet! Wil je dat goed tot je door laten dringen?"
"Goed, schatje!", antwoordde hij lachend, "Maar zullen we eerst maar even naar Skanderborg gaan en daar onze blokhut in bezit gaan nemen?"
"Goed, jochie. Maar ik vrees, dat je er op de lange duur toch niet meer onderuit komt. Eens zal er een dag komen, waarop we met zijn drieën bij elkaar zullen zijn en dan..."
"Ik geloof het graag. En als het zover is, zal ik je verzoek heel graag inwilligen."
"Meen je dat?", vroeg zij, met een ineens heel ondeugend gezichtje.
"Natuurlijk, lieverd!"
"Zul je dat echt doen? Zul je dan net zo lief voor haar zijn, zoals je dat vannacht voor mij bent geweest?"
"Ja, hoor! Dat beloof ik je."
"Dat is mooi! Daar zal ik je dan aan houden, hoor."
Hij keek haar spottend aan, maar kon in haar gelaatsuitdrukking niets anders dan voldoening bespeuren. Het maakte hem volstrekt radeloos. Zij leek wel te beseffen, hoe verward hij was en kroop, zonder iets te zeggen, bij hem op schoot. Dat deed hem toch wel goed. Of beter nog: hij leefde er helemaal door op. Toch bleek zij nog wel wat noten op haar zang te hebben:
"Er is eigenlijk maar één persoon, die precies kan uitleggen, waarom ik jou per se met Tanja wil delen. En je raadt volgens mij nooit wie dat is."
"Nee, ik heb ook echt geen idee."
"Het is anders wel een van je grootste muziekidolen?"
"Welk idool?"
"Hm, ik zal je eerst het citaat verklappen. Misschien weet je dan meteen ook van wie het is: 'His heart is so fragile and heavy to hold, and I am afraid, I may break it.'"
Danny herkende het: het geparafraseerde citaat was van Dan Fogelberg, het kwam uit het nummer 'Part of the plan'.
"Dat is van Fogelberg!", zei hij grinnikend. "Snap je, wat hij daarmee bedoelt?", vroeg zij, met een aanminnig stemmetje.
"Ja, ik snap het."
"Wat hij daarmee dus zeggen wil, is dit: geen van je ex-vriendinnen heeft het in hun eentje met je kunnen klaarspelen, omdat je simpelweg te lief, te knap en te sexy voor ze bent geweest. En hetzelfde geldt eigenlijk ook voor mij. Toen ik jou daar in dat Bijenkorf-restaurantje naar mijn tafeltje zag lopen, was ik meteen verkocht, maar het idee, dat ik met zo'n stuk zoals jij een relatie zou kunnen hebben, wierp ik op dat moment nog ver van mij af. Je was namelijk veel te volmaakt voor mij. En dat ben je eigenlijk nog. Ik ben ook alleen maar met je verder gegaan, omdat je Tanja nog had. Alleen door haar bestaan durfde ik het met je aan en alleen door haar bestaan, zal ik met je verder kunnen gaan."
"Dus je wilt echt, dat ik haar minnaresje aanhoud?"
"Ja, precies. En geloof mij: we hebben de rolverdeling al helemaal uitgedokterd. Ik zal je geestelijke gezondheid onderhouden en zij je lichamelijke gezondheid. Met mij zul je in het weekend samenleven als man en vrouw en met haar zul je door de week de meest wilde avonturen kunnen beleven. Kortom: zij en ik zullen de pijlers moeten worden, waarop jouw bestaan moet gaan rusten."
"Meen je dat van die wilde avonturen? Meen je dat echt?"
"Ja, je hebt namelijk ook iemand nodig, die jou in erotische zin kan verwennen."
"Maar dat doe jij toch ook?"
"Ik heb het over je regelmatig uitgesproken voorkeur voor babydolls, nylons, jarretelles etc. etc."
"Maar waarom zou jij die dan niet kunnen dragen?"
"Ha, dat zou je wel willen, hè?", riep zij giechelend. ''Ik droom er anders heel vaak over als ik in Noord ben en Tanja aan het werk is. Dan zie ik je in gedachten in een zwarte babydoll en een paar zwarte nylons in je huisje rondlopen. En o... o... wat voel ik mij dan gelukkig!'' "Nee, jochie'', mompelde zij, met een ineens knalrood gezicht, ''Voor de babydolls, voor de nylons en voor alles wat daarmee samenhangt, zul je toch echt bij Tanja moeten zijn."
"Ja, lieverd, dat wil ik echt heel graag! En zij ook, want dat heeft zij mij vanochtend nog gezegd."
"Hè?"
"Ik heb haar vanochtend even gebeld."
"Hoe laat?"
"Vanmorgen vroeg, om een uur of negen. Toen je nog sliep."
"Dat meen je niet!"
"Dat meen ik wel! En het was ook heel erg leuk! Het was echt een heel fijn gevoel om met jouw gezicht op mijn borst met haar te kunnen praten. En zij vond het ook heel leuk. Zij zei mij namelijk nog, dat ik jou even over 'je bolletje moest aaien' en dat heb ik dus braaf gedaan."
Danny, wiens gezicht nu ook de kleur van een tomaat had aangenomen, zei helemaal niets meer. Meer en meer kreeg hij het gevoel, dat hij in een hele bizarre droom was verzeild geraakt.
"Zij heeft trouwens heel veel leuke plannetjes voor jou bedacht."
"Wat voor plannetjes?", vroeg hij achterdochtig.
"Nou, zij gaat bijvoorbeeld stoppen met werken!"
"Wat?"
"Ja, zij vindt het heel vervelend, dat zij je nooit ziet als zij avond- of nachtdienst bent. En gezien het feit, dat ik jou over het algemeen langer bij mij heb dan zij, kan ik dat heel goed begrijpen. Zij vindt overigens helemaal niet erg, hoor! Alleen wil zij wel graag bij je zijn op die dagen, dat je dus wel in Noord zit."
"En daarom gaat zij nu dus stoppen met werken?"
"Ja, dat is te zeggen: zij neemt ontslag bij het ziekenhuis, maar zij gaat wel weer als serveerster in de strandtent van haar vader en moeder werken."
"Neemt zij alleen maar ontslag, omdat zij graag bij mij wil zijn?"
"Ja, vind je dat zo gek?"
"Ik weet het niet. Ik weet ook echt niet, hoe ik hierop moet reageren."
"Nou, het bewijst in ieder geval, dat zij heel veel van je houdt."
Hij kreunde zacht voor zich heen en liet zijn hoofd op haar schouder rusten. Het was een teken van overgave. Zij had hem echt helemaal murw gebeukt.
"Och, lief kereltje van mij", zei zij, met een zachte stem, "Heeft mammie je een beetje in de war gebracht?"
"Ja, heel erg!"
"Je houdt echt nog steeds van haar, hè?"
"Ja."
"Net zoveel als van mij?"
"Nee, dat niet."
"Maar wel genoeg, dat zij je minnaresje mag blijven?"
"Ja", antwoordde hij, met een wat trieste glimlach, "Zij mag mijn minnaresje blijven en ik zal vanaf nu af aan ook heel erg lief voor haar zijn als ik bij haar ben."
"Ha, zo mag ik het horen!"
"Ik vind het alleen niet zo prettig, dat zij weer in die strandtent gaat werken!"
"Waarom niet?"
"Ach, het is zo'n tent, waar van die snelle jongens komen", antwoordde hij, naar adem happend.
"Ach, jochie, daar heeft zij ook al een oplossing voor! Zij heeft met haar ouders afgesproken, dat zij tijdens werkdagen altijd een dagdienst zal draaien, dat zij van maandag tot en met donderdag in de strandtent zal overnachten en dat jij haar daarbij gezelschap zult houden."
"Wat?"
"Ja, jij schijnt heel vaak gezegd te hebben, dat je zoiets heel erg graag zou willen."
"Ja, vind je het gek? Wat is er nou heerlijker om elke zomeravond met een pilsje en een lekker mokkeltje bij de hand aan het strand te kunnen zitten."
"Tja, in jouw plaats zou mij dat ook heel leuk lijken!"
"Ja, hè?"
De trein reed Skanderborg binnen en begon al vaart te minderen. Over een paar minuten zouden ze het station bereiken. Carry gleed van zijn schoot af en ging naast hem zitten.
"Droom je eigenlijk nog wel eens over dat ex-vriendje van Tanja?", vroeg zij.
"Ja, vannacht nog! Maar ditmaal had hij de gedaante van een beschermengel. En dat was een hele verbetering, want een paar maanden geleden verscheen hij meestal als een duivel in mijn dromen. Nee, ik denk nu veel positiever over hem. Zonder hem had ik nooit voor jouw charmes kunnen zwichten, zonder hem was mijn relatie met Tanja voort blijven sukkelen, zoals in de maanden voor ik jou kende. Ik ben nu heel blij met zijn interventie. Hij heeft op het juiste moment en op de juiste manier toegeslagen."
"Maar je weet nu toch wel, dat het nooit meer zal voorkomen?"
"Ja, dat is nu wel tot mij doorgedrongen."
"Da's mooi, want ik moet je nog iets heel leuks over Tanja vertellen. Iets, waardoor je je waarschijnlijk heel erg lekker zult gaan voelen."
"Wat dan?"
"Je hebt in het afgelopen jaar zeker tweemaal haar leven gered."
"Hoe bedoel je?"
"Nou, de eerste maal was toen je haar zei, dat zij bij je mocht blijven, nadat je haar op die avond met dat ex-vriendje had aangetroffen."
"Ach, meen je dat?"
"Ja, lieverd, ik meen het! Zij had zich echt van kant gemaakt als je toen de relatie had verbroken. Zij had dan echt haar polsen doorgesneden."
"En wat was de tweede maal dan?"
"De tweede maal was dat telefoontje naar de dokter, toen zij die hersenvliesontsteking had. Zoals je weet, heeft zij zich daar hevig tegen verzet, maar als je toen niet had doorgezet, was het helemaal verkeerd met haar afgelopen. Dat heeft de dokter haar pas nog gezegd."
"O."
"Besef je wel, wat dat betekent?"
"Een beetje."
"Nou, dat betekent, dat zij voor de rest van haar leven moet leven met de wetenschap, dat zij haar leven te danken heeft aan de man, wiens leven zijzelf een paar maanden daarvoor in de waagschaal heeft gesteld."
"Ach, dat is niet waar...", begon hij.
"Nee, ik meen het! Elke nacht droomt zij nog van dat akkefietje met dat ex-vriendje van haar! Elke nacht ziet zij jouw gezicht weer voor zich. Dat verpletterde, bleke smoeltje van je."
"Ik... Ik..."
Carry's relaas greep hem zeer aan. Hij rilde over al zijn leden en verborg, om zijn ontsteltenis te verbergen, zijn hoofd tussen zijn handen.
"Zou je het erg vinden als we nog een poosje met trouwen zouden wachten?", vroeg zij zacht.
"Nee, dat zal ik niet zo erg vinden", antwoordde hij, na een korte aarzeling.
"Ah, dat is lief van je! Het zou best kunnen, dat zij zich toch wat tekort gedaan voelt als we nu al gaan trouwen."
"Dat denk ik ook wel, ja."
De trein stopte in het station van Skanderborg. Ze stapten uit en liepen via de hoofdstraat van Skanderborg en de weg langs het Skanderborgmeer naar het bos, waar zich hun slaapplaats voor de komende dagen bevond. Die nogal lange wandeling bracht Danny weer langzaam tot rust. Hij herinnerde zich de weg nog van vijftien jaar daarvoor en had het gevoel, dat er sindsdien niets was veranderd. Hij zag dezelfde villa's, dezelfde kerk, dezelfde, oude huizen, hetzelfde meer en uiteindelijk ook dezelfde steiger, waarop hij elke middag met de bekoorlijke Mylène had gelegen. Alleen de auto's waren enigszins met hun tijd meegegaan. In 1975 had Danny nog menige Renault Dauphines gezien, nu zag hij veel Renault 4's en Mini's rondrijden. Ze liepen het bos in en wisten zonder moeite het kantoortje van de jeugdherberg te vinden. Achter het kantoortje was een glimp van het meer te zien, schuin rechts van hen, op de top van een lage, maar steile heuvel, stond de blokhut, waar ze de komende dagen zouden doorbrengen.
Danny meldde zich bij de jeugdherbergvader, een vriendelijke, zestigjarige man met een grijze baard. Hij vulde een formulier in en kreeg daarna de sleutels van de hut en hun kamer aangereikt. De jeugdherbergvader sloot het vervullen van de formaliteiten af met de mededeling. dat Carry en hij de kamer van de blokhut voor zichzelf zouden hebben. Er was slechts één andere gast, maar die zou de komende week in de andere kamer van de blokhut logeren. Met dat plezierige vooruitzicht van een weekje met Carry zonder de last van eventuele medegasten verliet hij het kantoortje en liep hij weer naar buiten.
Daar zag hij, dat Carry gezelschap van een oude, vadsige kat had gekregen. Het dier liep overduidelijk om liefkozingen te bedelen en dat aanhankelijke gedrag riep opnieuw een herinnering aan '75 in hem wakker: hij had het beest op de ochtend van zijn vertrek een uur lang op schoot gehad. Tijdens de wandeling naar de hut, met de kat in zijn armen en met Carry aan zijn zijde, besefte hij, hoezeer zijn situatie van nu verschilde in vergelijking met die van vijftien jaar daarvoor. Toen had hij midden in een periode van liefdesverdriet en depressies gezeten; in de komende dagen zou hem iets heel anders te wachten staan.
Beetje bij beetje was hij gaan genieten van de macht, die over het zwakke geslacht had, maar toch zou hij normaal gesproken nooit meer naar een andere vrouw talen. Carry en Tanja zouden tot aan zijn dood in al zijn behoeften blijven voorzien, zoals ze dat de laatste jaren ook al hadden gedaan. Hij was hen daar dankbaar voor. En niet ten onrechte. Tanja had hem na zijn langdurige zenuwinzinking van drie jaar daarvoor weer op de been geholpen, Carry had hem in de voorbije maanden eindelijk over de drempel van volwassenheid heen getild door hem van al zijn angsten te verlossen en Tanja had met haar jegens Carry geuite onthullingen de kroon op het werk gezet. Sommige vrouwen uit zijn verleden hadden hem dichtbij de afgrond van ontluistering gebracht; zij hadden hem voorgoed daarvandaan getrokken.
Ze hadden de hut inmiddels de hut bereikt. Ze gingen de hut binnen en kwamen eerst in een portaal, waar drie kamers op uit kwamen. Elke hut had twee slaapkamers en een badkamer met drie douches en twee toiletten. Danny en Carry hadden de linkerkamer; hun medegast had de andere kamer. In de kamers zelf bevonden zich twee stapelbedden, een ronde, houten tafel, vier keukenstoelen, twee fauteuils en een wastafel met een wandspiegel.
"Gezellig!", mompelde zij, toen ze hun hut hadden betreden.
"Er is niets veranderd", zei hij, terwijl hij de kat op de vloer zette, "Zelfde kamer, hetzelfde meubilair, dezelfde soort vrouw."
"Plus een kleine verrassing!", zei een helder stemmetje achter hem.
Hij keek om en zag een blond, forsgebouwd meisje, gekleed in een zwart mini-jurkje en een zwarte panty, de kamer binnenlopen.
"Tanja!", brulde Carry verrukt.
"Carry!", was de al even luidruchtige reactie.
De vrouwen vlogen in elkaars armen en maakten vervolgens een vrolijk rondedansje. Het was een tafereel, dat Danny en de kat met gepaste verbijstering aanzagen.

BERT HARBERTS


Terug


Amsterdam, 22 maart 1993. © Bert Harberts