HUISELIJK GELUK

Het was een prille en hele grijze zondagochtend. De Sealink-veerboot was Engeland tot op een paar kilometer genaderd; aan de horizon waren de krijtrotsen van Dover al zichtbaar. Randy Harberts, een zwartharige, eenentwintigjarige en steenrijke nietsnut uit Canterbury, zat op een bankje aan stuurboordzijde de Sunday Times te lezen. Hij was alleen. Zijn vriendin Anneke, een blond, zesentwintigjarig en uit Zandvoort afkomstig meisje, zou gedurende de hele reis in zijn auto blijven zitten.
Het nieuws in de krant was weinig positief van aard. Aan de al maanden durende droogte in Groot-BrittanniŽ was nog steeds geen einde gekomen, formule 1-coureur Nikki Lauda had op de NŁrburgring een ernstig ongeluk gehad en in een huis te Great Yarmouth was het lijk van een man gevonden, die drie maanden daarvoor door een mysterieuze vergiftiging om het leven was gekomen. Randy nam al dat slechte nieuws voor kennisgeving aan. Daar was een goede reden voor, want zijn eigen leven kon niet anders dan zonnig en vrolijk worden genoemd. Hij was jong, gezond en rijk en hij had na lang zoeken eindelijk de ware liefde gevonden.
Na hun ontscheping reden hij en Anneke in zijn blauwe Saab via de A 2 richting Canterbury. Tijdens de rit keek hij af en toe met welgevallen naar het mooie meisje naast hem. Dat verdiende zij ook wel. Anneke had een knap gezichtje, met lange, blonde haren en een mooi, weelderig lichaam en zij droeg een wijd, wit zomerjurkje, dat tot net onder haar knieŽn reikte, bruine nylonkousen en witte, open schoenen met half hoge hakken.
De schuchtere manier, waarop hij naar haar keek, scheen haar wel te bekoren. Zij boog zich naar hem over, kuste hem op zijn wang en streelde zijn gezicht met een ingehouden tederheid. Dat liet hij zich met veel plezier welgevallen, maar toen zij haar jurkje omhoog schoof en met een dromerige glimlach aan haar mollige rechterbovendij begon te krabben, deed de aanblik van dat fraaie lichaamsdeel, die mooie, brede kouseboord en die witte, smalle jarretelle hem niet veel goed. Hij had het gevoel, dat de voorbije, wilde nacht een al even wild vervolg zou gaan krijgen en hij was er niet helemaal zeker van, of hij dat in lichamelijke zin nog wel zou kunnen bolwerken.
Het liep tegen achten, toen ze zijn woning in Canterbury bereikten, een kleine villa aan de 'close` van de kathedraal. Meisner, zijn butler, had zijn komst al opgemerkt. Hij opende de deur en bereidde hen een vriendelijk welkom.
"Goedemorgen, meneer!", zei Meisner, een kalende, corpulente man van middelbare leeftijd, "Is uw vakantie in Nederland plezierig geweest?"
"Heel plezierig, Meisner!", antwoordde hij, enigszins schuchter, "Dit is eh... Anneke. Ik heb haar in Nederland ontmoet en zij komt een poosje bij ons logeren."
"Prettig om met u kennis te maken, mevrouw!", zei Meisner.
"Insgelijks, meneer Meisner!", zei Anneke vrolijk.
"Is het nodig, dat ik de logeerkamer op orde breng, meneer?", vroeg Meisner.
"Dat denk ik niet, Meisner", antwoordde Randy koeltjes, "Dat denk ik niet."
Hij ging Anneke voor naar de huiskamer, waar zij meteen haar schoenen uitschopte en zich vervolgens in een nogal verleidelijke pose in zijn zitkuil neervlijde.
Zij keek daarna belangstellend om zich heen, maar eigenlijk was er niet zo veel bijzonders in de huiskamer te zien. Het meubilair in zijn huiskamer bestond uit twee driezitsbanken, beide met een massieve, donkerbruine romp van beukenhout en bekleed met 100% acrylstof, een bijpassende, ronde salontafel, een dissonerende, grenen eethoek en een eveneens grenen wandmeubel, dat zijn boeken, alsmede zijn grammofoonplaten, stereo/hifi-installatie en televisie bevatte.
"Is er iets van uw dienst, meneer?", vroeg Meisner, vanuit de deuropening.
"Ja, zou je een ontbijt voor ons willen klaarmaken? Anneke en ik zijn vanmorgen in alle vroegte uit Nederland vertrokken en we zijn helemaal vergeten om op de boot wat te eten."
"Tot uw dienst, meneer."
Na Meisners vertrek begon Anneke zich rustig met haar jarretelles bezig te houden. Tijdens de reis waren ze al een paar keer losgeschoten en dat was nu ook weer gebeurd. Randy bekeek dat gefrutsel aan die jarretelles en die kousen met gemengde gevoelens, maar toen de kousen weer aan de jarretelles vastzaten en zij de zoom van haar jurkje weer naar beneden had geduwd, werd hij op een Toergenjewiaanse wijze tot actie aangespoord.
"Kom!", zei zij.
"Echt?"
"Ja, voor de rest van de dag wil ik alleen nog maar met je vrijen."
"Ha, dat klinkt goed!"
Na enige minuten kwam Meisner de kamer binnen om de tafel te dekken. Hij deed dat met een nauwelijks waarneembare glimlach om de lippen. De trouwe butler gunde Randy zijn geluk blijkbaar wel. Tot voor vierentwintig uur had Randy namelijk totaal geen succes in de liefde gekend. Seksueel kon hij tot voor een paar dagen zelfs een onbeschreven blad worden genoemd, maar aan die wantoestand had Anneke resoluut een einde gemaakt. Vanaf het moment van hun eerste ontmoeting in dat cafť in Zandvoort had zij hem geheel om de vingers gewonden. Ook vandaag nam zij het heft uiteindelijk stevig in handen: zij greep hem bij de schouders en schudde hem flink door elkaar heen.
"He, jŰh, stop daar eens even mee!", riep zij, met een gemeen lachje.
"Hee, zeg! Moet dat?"
"Ja, want ik wil wat eten. Je butler is zo lief geweest om de tafel voor ons te dekken, dus dan moeten we daar wel gebruik van maken."
"Moet dat echt? Ik was net zo lekker bezig!"
Die laatste opmerking, hoe toepasselijk die ook was, kostte hem een fikse oorvijg.
"Ik zou maar eens wat meer op mijn woorden gaan letten als ik jou was", dreigde zij spottend, "Ik ben veel sterker dan jij!"
"Ja, maar ik ben ook een stuk magerder dan jij! Ik kan vast veel harder lopen!"
Zij haalde opnieuw meedogenloos uit, maar ditmaal miste zij. Randy had haar behendig ontweken en was de zitkuil uitgevlucht.
"Je bent gemeen!", riep zij, met een wat vreemde heftigheid.
"O, stil maar!", zei hij geschrokken, "Ik ga al weg, hoor!"
"Net goed! Ik wil je voorlopig niet meer zien."
Randy liep ietwat gedeprimeerd de kamer uit, nam een koude douche, waarvan hij toch wel wat opknapte en keerde daarna met een zekere schroom weer in de huiskamer terug. Daar was sinds zijn overhaaste vertrek weinig veranderd. De tafel was nog steeds gedekt en Anneke rookte in alle rust een sigaret. Zij had haar goede humeur echter nog niet helemaal teruggekregen, want zij wierp hem een nogal verontwaardigde blik toe.
"Hee, ik dacht, dat we gingen ontbijten!", riep zij.
"Dat gaan we ook. Maar ik wilde mij eerst een beetje opfrissen."
"En is dat een beetje gelukt?"
"Ja, hoor! Ik voel mij weer als een jonge god!"
"Prima! Dan kunnen we nu gaan eten!"
Zij wist zich met enige moeite, en met veel vertoon van been, uit de zitkuil te werken en volgde hem naar de ronde tafel, waar ze, zwijgend en een beetje verlegen, tegenover elkaar plaatsnamen.
"Wil je echt de hele dag hier beneden doorbrengen?", vroeg hij, "We kunnen zometeen natuurlijk ook gewoon naar mijn slaapkamer gaan."
"Nee, dat wil ik niet!", antwoordde zij, "Ik vind het veel te gezellig hier."
"En je wilt hier echt de hele dag blijven vrijen?"
"Ja, natuurlijk!"
"En je vindt het niet erg, dat Meisner hier af en toe binnenloopt als we zo bezig zijn?"
"Nee, dat vind ik juist wel spannend! En hij ook, volgens mij."
Hij nam een teug van zijn koffie en probeerde om even niet naar haar mooie, volle borsten te kijken.
"Denk je, dat je het hier naar je zin zult hebben?", vroeg hij.
"Ja, natuurlijk!"
"En weet je ook zeker, dat je nooit meer naar Zandvoort terug wilt gaan?"
"Ja, hoor! Heel zeker! Het kan zijn, dat ik er nog wel een keer met vakantie naartoe wil, maar ook niet meer dan dat."
"Mag ik dan mee?"
"Ja, natuurlijk!"
"Dat is mooi!", zei hij grijnzend, "Misschien ontmoet ik dan nog wel zo'n mooie, Nederlandse apothekeres. Ik heb altijd al een harem willen hebben."
"Seksmaniak!"
Hij ging niet op deze alleszins redelijke aantijging in. Integendeel: zijn repliek was zowel verzoenend van aard als vriendelijk van toon:
"Hm, zullen we afspreken, dat we binnenkort voor een weekendje naar Zandvoort zullen gaan, maar dat we daar dan voornamelijk binnenshuis en dus in een hotel zullen verblijven?"
"Afgesproken! En wat doe je als je er dan toch nog een mooie, Nederlandse apothekeres tegenkomt?"
"Dan zal ik haar koeltjes negeren."
"Echt waar?"
"Ja, ik beloof het je! Eťn zo'n dragonder in huis is wel genoeg, volgens mij."
"Oh, je bent lief!", zei zij opgewekt. "Je bent echt heel anders dan mijn vorige, Engelse vriendje!"
"Je wat?", vroeg hij, een beetje verschrikt.
"O... Eh... ik heb wel eens eerder in Engeland gewoond, hoor!"
"O, ja?"
"Ja, ik heb al eens twee jaar met een Engelsman uit Great Yarmouth samengewoond. Maar dat was helaas niet zo'n succes."
"Hoezo?"
"Ach, hij was gewoon niet zo lief en attent als jij. Hij kon soms heel somber en chagrijnig zijn en hij kon soms ook heel driftig zijn. We hadden ook heel vaak, hele hevige ruzies, die dan heel vaak, heel hoog opliepen."
"Maar waarover ging die ruzies dan?"
"Ach, hij verlangde allerlei dingen van mij, die ik hem eigenlijk niet wilde geven. En dan met name dingen op seksgebied."
"Wat bedoel je?"
"Ach, hij had hele extreme wensen en ook hele extreme fantasieŽn, die hij ook allemaal in de praktijk wilde brengen."
"Echt?"
"Ja, nou vind ik het op zich best wel plezierig om van die sexy nylons te dragen en ik vond het ook wel fijn om gekneveld en geboeid te worden, maar daar wilde hij het dus nooit bij laten."
"Ach, wat rot voor je!"
"Ja, hŤ? Uiteindelijk heb ik hem na lang soebatten toch maar zijn zin gegeven, maar toen hij zijn hele repertoire een aantal malen had afgewerkt, was de liefde, wat mij betreft, eigenlijk wel over."
"En wat gebeurde er daarna?"
"Tja, dat ging eigenlijk van kwaad tot erger. Toen het eenmaal zover was, dat ik elke avond geboeid, gekneveld en afgeranseld werd, werden de ruzies tussen ons alleen nog maar feller en gewelddadiger."
"O, wat verschrikkelijk!"
"Ja, hŤ? Die ruzies werden ook steeds meer een onlosmakelijk onderdeel van dat favoriete spelletje van hem en op het eind was ik er 's morgens nooit meer echt zeker van, of ik de avond nog wel levend zou halen..."
"Nee, dat meen je niet!"
"HŤ, stil nou maar!", zei zij, met een wat sluwe gelaatsuitdrukking, "Er is uiteindelijk niets ernstigs met mij gebeurd en nu ik bij jou mag blijven wonen, zal er ook nooit meer iets ernstigs met mij gebeuren."
"Ah, gelukkig maar!"
"En eigenlijk was hij ook best wel een beetje lief, hoor! Toen ik hem drie maanden geleden zei, dat ik hem wilde verlaten, heeft hij mij zonder een woord van protest laten gaan."
"Dat is mooi!"
Ze vielen even stil. Anneke trok de zoom van haar jurkje maar weer eens omhoog en begon met een heel guitig gezichtje haar kousen los te maken. Randy bekeek dat tafereeltje met opgetrokken wenkbrauwen.
"Waarom trek je je nylons uit?", vroeg hij.
"Dit is het laatste paar uit mijn 'Great Yarmouth'-tijd", antwoordde zij, "En daar wil ik dus nooit meer aan herinnerd worden."
"Ik snap het."
"Maar ik wil straks wel een heleboel, nieuwe kousen gaan kopen, hoor!"
"Dat mag. En als je ook een heleboel, nieuwe jurkjes, rokjes, truitjes en jeans wilt hebben, mag je die straks ook gaan kopen."
"Op jouw kosten?"
"Dat spreekt vanzelf. Steek je maar helemaal in het nieuw! Ik betaal wel!"
Zij had de kousen inmiddels uitgetrokken en wierp ze met een "Hier! Vangen, kreng!" naar zijn hoofd. Hij ving ze handig op.
"Denk je, dat jij wel met mij zult kunnen samenleven?", vroeg zij.
"Natuurlijk zal ik dat kunnen!", antwoordde hij, terwijl hij de kousen met een verstrooid gezicht naast zijn bord legde.
"Meen je dat echt?"
"Zeker weten!"
"Ben je daar echt helemaal zeker van?"
"Ja, lieveling! Daar ben ik echt helemaal zeker van."
"Dus ik mag echt bij je blijven?"
"Ja, natuurlijk, malle meid! Twijfel je daaraan?"
"Ja, heel erg! En helemaal, omdat ik, voor je een bad ging nemen, zo kattig en obstinaat was. Je moet je er maar op instellen, dat mijn stemmingen soms heel snel kunnen omslaan. Ik kan het ene moment heel lief en zachtaardig zijn en het andere moment weer heel erg kwaad en agressief. Dat krijg ik maar niet uit bij mijzelf. Ik kon mijzelf daarnet ook wel voor mijn kop slaan."
"Ik neem je en zal je altijd blijven nemen, zoals je bent. Daarom zul je mij ook nooit kunnen kwetsen. En daarom wil ik ook niet, dat je je anders voordoet dan je bent. Je moet bij mij volkomen jezelf kunnen zijn."
"Meen je dat?"
"Ja, dat meen ik."
"En zul je, als ik bij je blijf, altijd van mij blijven houden?"
"Ja, tot het einde van mijn leven!"
"Ha, dan is het goed!"
Hij schoot in de lach en slaakte een zucht van verlichting. Vanaf nu zouden er geen eenzame avonden en geen naargeestige en al even eenzame vakanties meer voor hem zijn, maar wel een huiselijk geluk, dat misschien wel tot het einde van zijn leven zou gaan duren. Van de mogelijkheid, dat zijn levenseinde heel wat sneller zou kunnen komen dan hij op dit moment verwachtte, was hij zich gelukkig nog niet bewust.

BERT HARBERTS


Terug


Amsterdam, 21 april 1985. © Bert Harberts