PRAHA

Trudy zat op een afgetrapt stuk gras op een heuvel in Letensky Sady, een Praags park iets ten noorden van de burcht, en liet zich kalmpjes door haar man Dennis bewonderen. Ze hadden al de hele ochtend door Praag rondgedwaald, tot ze uiteindelijk om een uur of twee in dit fraaie park waren neergestreken. Het was voor een dag in maart tamelijk warm. Ze hadden hun winterjassen opengeknoopt en Trudy koesterde zich met haar armen rond haar knieŽn in het milde voorjaarszonnetje.
Dennis keek met een flauwe glimlach naar haar bruingekousde benen. Zij had haar benen opgetrokken, de zoom van haar jurk lag bijna op haar schoot en zij gaf dus veel meer van haar benen prijs dan in deze omstandigheden gepast was. Dat was niet echt een probleem voor haar. Even verderop zat een stelletje te picknicken en dat tweetal nam een heel wat vrijmoediger houding aan dan zij. Ergens hoopte zij, dat de aanblik van dat tweetal een stimulerende uitwerking op Dennis zou hebben, maar helaas voor haar was daar geen sprake van, want toen ook hij het vrijende tweetal had ontdekt, bekeek hij hun amoureuze schermutselingen met een wat lodderige oogopslag.
"En?", vroeg zij, "Is het wat?"
"Wat?"
"Dat geflikflooi van dat stel!"
"Wat is daarmee?"
"Vind je het stimulerend?"
"Ach, welnee! Daar keek ik helemaal niet naar!"
"Waar keek je dan wel naar?"
"Ik keek in gedachten naar het recente verleden."
"Hoe recent?"
"Tamelijk recent! Dat van gisteravond, om precies te zijn. De aanblik van jou, toen we net waren aangekomen en jij in die prachtige, luxueuze badkamer een douche nam."
"Nou, zeg! Je hebt mij toch wel eens eerder met mijn nylons aan zien douchen."
"Het was ook de setting, denk ik. De achtergrond was dit keer ook heel bijzonder, hoor."
"Hm, ik snap, wat je bedoelt. Het is ook wel goed, dat je er zulke mooie foto's van hebt gemaakt."
"Wat ben je toch een lief, geil ijdeltuitje!"
"Ik ben helegaar geen ijdeltuitje!"
"Welles! Je bent een ijdeltuitje zonder weerga!"
Zij zag onderwijl een oudere man over het pad naderen en probeerde een wat nettere houding aan te nemen door haar jurk over haar knieŽn te duwen. Hij liep haar echter voorbij, zonder nota van haar te nemen. Zij trok de jurk weer omhoog, waardoor de zoom weer op haar schoot viel.
"De wereld is heel erg ongelijk verdeeld!", mompelde zij, enigszins verongelijkt.
"Hoezo, mijn lief?"
"Jij had daarnet geweldige sjans met dat mooie, jonge meisje bij die brug en ik word nu zelfs al door oude, lelijke mannen genegeerd."
"Je bedoelt dat meisje van daarnet? Dat mooie, jonge meisje bij de Cechuvbrug?"
"Ja, natuurlijk bedoel ik dat mooie, jonge meisje bij de Cechuvbrug! Heb je vandaag dan ook nog met andere, mooie, jonge meisjes sjans gehad?"
"Welnee, malle meid! En dat gedoe met dat mooie, jonge meisje bij de Cechuvbrug was helegaar geen sjans!"
"Wat was het dan wel?"
"Dat mooie, jonge meisje bij de Cechuvbrug zag mij helegaar niet als een lieve, knappe minnaar-in-spť!"
"Hoe zag dat mooie, jonge meisje bij de Cechuvbrug jou dan wel?"
"Als een mogelijke kruiwagen naar het rijke en o zo aanlokkelijke Westen."
"Denk je?"
"Ja, jŰh! Als ik op de avances van dat mooie, jonge meisje bij de Cechuvbrug was ingegaan en haar dus met mij naar dat mooie, rijke Nederland had meegenomen, had zij mij binnen een jaar voor een mooie, jonge vent gedumpt."
"Zo, je hebt dus wel degelijk over dat mooie, jonge meisje bij de Cechuvbrug nagedacht!", zei zij, met een mengeling van irritatie en opluchting.
"Uit lijfsbehoud, mijn lief!", zei hij grinnikend, "Ik had zo het gevoel, dat je dat domme gedoe met dat domme mokkeltje wel eens ter sprake zou kunnen brengen en het leek mij wel handig om in dat geval mijn woordje klaar te hebben."
Zij schoot in de lach en moest voor even zijn meerdere in hem erkennen. Ondanks hun gelukkige huwelijk hadden ze allebei af en toe met milde of hevige jaloezie-aanvallen te kampen. In de afgelopen twee maanden had zij zijn jaloezie-aanvallen jegens hun nieuwe buurman met een zekere regelmaat mogen beteugelen en nu was het haar beurt om gerustgesteld te worden.
"Vind je het echt zo erg, dat je door lelijke, oude mannen wordt genegeerd?", vroeg hij, met een hele ironische grijns.
"Nee, schatje!", antwoordde zij, op een toch wel heel serieuze toon, "Zolang jij mij maar niet negeert."
"Oei! Wat een rare types zijn wij toch!"
"Omdat we nog zo vaak jaloers zijn?"
"Ja, dat kunnen we er maar niet bij onszelf uitrammen."
"Dat komt toch echt, omdat we nog steeds dolverliefd op elkaar zijn."
"Ja, hŤ? Liefde kan niet zonder jaloezie. Jaloezie is een bevestiging van de liefde en als de jaloezie ontbreekt, ontbreekt ook de liefde. Daar helpt geen moedertjelief aan."
"Ja, dat is waar! Jaloezie is dan wel een gruwel voor degene, die er last van heeft, maar aan de andere kant is het ook weer een zegen voor de partner, die er de oorzaak van is."
"Hm, dan moet je de laatste drie maanden wel heel erg gelukkig zijn geweest!"
"Ja, dat was ik ook. Maar ik ben er daarnet dus hardhandig voor afgestraft. Want ik voelde mij toch wel tamelijk depressief worden, toen jij daarnet zoveel sjans met dat mooie, jonge meisje bij de Cechuvbrug had."
"Ja, en ik ben daar weer zo blij mee, dat ik je nu het liefst een geweldige beurt zou willen geven."
"Ten overstaan van een stoet van ongeÔnteresseerde voorbijgangers?", vroeg zij lachend.
"Ja!"
"Nou, wat let je?"
"Mijn goede opvoeding en een heilig ontzag voor de politie van een land, dat vijftien jaar geleden nog communistisch was."
"Dat is niet echt een goede reden, mijn lief! Vooral als je in aanmerking neemt, dat TsjechiŽ tot voor kort een ruimdenkende, vrijheidslievende kunstenaar als president had. En die zou het vast wel goed vinden."
"Denk je?"
"Ik weet het wel zeker! Misschien zou hij er wel een fantastisch toneelstuk over willen schrijven."
"O, zonder twijfel! Maar ik wil mij liever nog heel even beheersen."
"We kunnen ons natuurlijk ook even in onze hotelkamer terugtrekken. We hebben nu tenminste wel een hotel, dat midden in het centrum van Praag staat."
"Hm, maar als we dat doen, moeten we weer over de Cechuvbrug lopen!"
"O, verdorie!", riep zij lachend, "Nee, laten we dat maar niet doen. Laten we dan maar even een kleine omweg inlassen. Je weet maar nooit of dat mooie, jonge meisje bij de Cechuvbrug nog in hinderlaag ligt."
"Zoals je wilt, mijn lief!"
Hij haalde een plattegrond van het centrum van Praag tevoorschijn en begon die aandachtig te bestuderen. Trudy controleerde onderwijl, of al haar jarretelles nog vastzaten. Zij droeg al sinds meer dan drie jaar alleen nog maar fully-fashioned nylons. Ze kostten ongeveer dertig euro per paar en omdat zij er gemiddeld twee dagen mee deed, had die hobby haar al meer dan vijftienduizend euro gekost. Zij had het er wel voor over. Eigenlijk was het min of meer de enige, extravagante luxe, die zij zich veroorloofde en aangezien zij meer dan elf miljoen euro op de bank had staan, kon zij zich die extravagante luxe ook best veroorloven. Dennis had zijn plattegrondje inmiddels weer in zijn binnenzak gestopt en bekeek haar 'eeuwige jarretellegepruts' met een toegeeflijke glimlach.
"Zitten de boorden van achteren een beetje recht?", vroeg zij, met een ietwat geniepige grijns.
"Ja, en de naden ook!"
"Ah, prima! Dan staat niets ons in de weg om via een omweggetje naar het hotel te lopen."
"En dat omweggetje heb ik net uitgestippeld."
"Lead the way, my dear! Zolang als dat omweggetje binnen niet al te lange tijd naar het hotel leidt, zul je mij niet horen klagen."
Ze stonden op en vervolgden hun weg. Een weg, die hen uit Letensky Sady en naar Mala Strana, de mooiste stadswijk van Praag, zou leiden. Ze daalden langs een steil pad de heuvel af, verlieten het park, staken de brede Edvarda Beneseweg over en liepen vervolgens een stukje langs de Moldau.
"Waarom ben je er eigenlijk altijd zo gespitst op, dat de boorden en de naden van je kousen recht zitten?", vroeg hij.
"Omdat ik dat mooi vind!", was het parmantige antwoord, "En omdat ik het leuk vind om je aandacht op mijn kousen te vestigen en die aandacht daarna ook vast te houden."
"Daar slaag je best wel goed in."
"Dat mag ook wel! Ik betaal er elke maand heel veel centjes voor."
"En je hebt in dit kwartaal al zoveel centjes uitgegeven!"
"Ja, dat is waar! Al is dat maar betrekkelijk, hoor! Ik heb in dit kwartaal iets meer dan 650.000 euro uitgegeven, maar we zijn nu wel drie Heemskerk-huisjes rijker, waarvan er ťťn veel meer waard is, dan we er voor betaald hebben."
"Shit! Daar heb ik helemaal niet bij stilgestaan!"
"Echt niet?"
"Nee, echt niet!"
"Ik denk, dat we in de afgelopen drie maanden zeker anderhalf miljoen euro hebben verdiend. Het flatje in De Spaer Weijt en dat beeldige flatje voor mama zijn waarschijnlijk net zo veel waard als de 227.000 euro en de 200.000 euro, die we ervoor betaald hebben, maar het huisje in Noorddorp, dat ons dus ook 227.000 euro heeft gekost, is door de lap grond eromheen zeker twee miljoen euro waard. In feite hebben we voor die drie huizen dus 650.000 euro aan mama en die makelaar in Heemskerk betaald, maar zijn ze op dit moment dus zeker 2,5 miljoen euro waard. Hetgeen dus weer betekent, dat ons kapitaal met bijna twee miljoen euro is gestegen."
"O, wat een slim, berekenend meisje ben je toch!"
"Hm, ook dat is maar betrekkelijk, hoor! De cynici onder ons zouden mij waarschijnlijk eerder als een oliedom blondje hebben bestempeld."
"Waarom?"
"Omdat ik 450.000 euro heb uitgegeven voor twee huizen, die na de dood van mama toch wel aan mij zouden zijn toegevallen."
"Tja, maar dan was je waarschijnlijk een sloot geld aan successierechten kwijtgeraakt! Want de fiscus had de waarde van het landhuisje dan wel op twee miljoen euro geschat en dan had je dus ook flink kunnen dokken."
"Jezus! Daar heb ik dus helemaal niet bij stilgestaan!"
"Echt niet?"
"Nee, echt niet! O, mijn god! Ik weet niet precies hoe hoog het percentage is, dat een dochter van de overledene aan de fiscus moet afdragen, maar het zou best kunnen, dat het bedrag, dat ik dan kwijt zou zijn geweest, iets van 650.000 euro zou hebben bedragen!"
"Hetgeen dus betekent, dat je door al je huisaankopen helemaal geen geld bent kwijtgeraakt."
"O, wauw! En dat is nog niet alles! Want we hebben die malle Zalm en zijn opvolgers ook nog eens een flinke poot uitgedraaid, omdat we in de komende twintig jaar natuurlijk nog heel veel belastingaftrekcentjes terugkrijgen!"
"Jezus! Ik dacht, dat je dat allemaal echt zo had uitgedokterd!"
"Nee, jŰh! De aankoop van die huizen is heel impulsief gebeurd! Dat weet je toch? Maar aan het betalen en aan het ontwijken van het betalen van die successierechten had ik dus helemaal niet gedacht!"
"Dat pleit dan voor je! Want aan het betalen van die successierechten gaat altijd een sterfgeval vooraf en dit sterfgeval moet echt nog heel lang achterwege blijven."
"Dat is waar! Maar ik word er op de een of andere manier toch heel vrolijk van! Het geeft mij daardoor een wat minder decadent gevoel, dat ik elke maand vierhonderdenvijftig euro aan die mooie nylonkousen uitgeef."
"Betaal je daar echt elke maand vierhonderdenvijftig euro voor?", vroeg hij lachend.
"Ja, ze zijn bij dat postorderbedrijf heel erg blij met mij."
"Maar ik ook, hoor!"
"Echt? Vind je het echt niet vreselijk decadent van mij?"
"Welnee, malle meid! Je hebt prachtige benen en die verdienen de mooiste en de duurste omhulsels, die er maar te vinden zijn."
"Je geniet er zelf misschien nog het meest van, volgens mij."
"Tja, misschien wel, ja!"
Ze lieten de Moldau even voor wat hij was en staken de weg over, die in het verlengde van de Manusuvbrug lag. Voor hen lag een kronkelend straatje, dat de onuitspreekbare naam U Luzickeho seminarestraat droeg en dat hen naar Mala Strana zou leiden. Na een paar honderd meter verscheen er aan de rechterzijde van die U Luzickeho seminarestraat een lange, verveloze muur, waaraan maar geen einde leek te komen.
Dennis keek er een beetje misprijzend naar, maar Trudy maalde er niet om. Zij voelde zich gelukkig, mooi en begeerlijk en zij genoot van haar kousen en van het schurende geluid, dat de kousen tijdens de wandeling maakten. Zij besefte ook, dat zij opnieuw een romantische avond in Praag en een al even romantische nacht in die prachtige hotelkamer voor de boeg had en het vooruitzicht op zowel het een als het ander zorgde voor een 'happy attack'-zonder weerga.
"O, wat een heerlijk leven hebben we toch!", riep zij, toen ze weer over de U Luzickeho seminarestraat liepen.
"Yeah! Beter dan nu zal het nooit meer worden!"
"Een goede gezondheid, heel veel liefde, meer geld dan we ooit op kunnen maken..."
"Ja, dat is zo. En het is ook wel prettig, dat we nu op een slimme manier van dat geld durven te genieten."
"Ja, ik heb zeven jaar lang als een moederkloek op mijn geld gezeten, maar nu ben ik eindelijk een big spender geworden."
"Yeah! You've been stuck in the building for a long time, but when you left the building, you came out with both guns firing..."
"Oooo... wat een mooie zin! Hoe kom je daar nu opeens op?"
"Het is een variant op een citaat van Mike Porcaro, de bassist van 'Toto'. Ik las het in een interview in 'Oor', dat hem vlak na de dood van zijn broer Jeff werd afgenomen en die opmerking is mij altijd bijgebleven."
"Die opmerking doet mij ook een beetje aan het slot van 'Butch Cassidy en The Sundance Kid' denken."
"Ja, mij ook! Als Butch en The Sundance Kid uit hun hinderlaag proberen te ontsnappen en ze, allebei met twee revolvers in de hand, uit dat stoffige, Boliviaanse hutje stormen."
"Misschien dacht Mike Porcaro ook wel aan die scŤne, toen hij die opmerking maakte."
"Het is, hoe dan ook, een briljante metafoor!"
"Misschien moeten we hem maar tot onze lijfspreuk verheffen."
"Dat is dan bij deze gebeurd!"
Ze waren inmiddels aan het eind van de U Luzickeho seminarestraat gekomen en ze liepen via de Misenskastraat en het Drazickeoplein naar de Lazenskastraat, een zijstraatje van de Mosteckastraat, dat op zijn beurt weer de pittoreske verbinding tussen de Karelsbrug en het Malostranskaplein vormde. Het verbaasde haar, dat Dennis haar door dit buurtje leidde en dat ze in plaats daarvan niet via de Karelsbrug en de 'Koninklijke Route' naar hun hotel terugliepen. Toch mopperde zij daar niet over. Zij vond het heerlijk om hand in hand met hem door dat prachtige en o zo sensuele Praag rond te dwalen en als ze om vier uur in het hotel zouden zijn, zou dat nog vroeg genoeg zijn.
Zij dacht onderwijl nog even over hun financiŽle situatie na. Bij elkaar en na aftrek van de leningen voor hun drie huizen bezaten ze nu 13.750.000 euro en zelfs met de huidige, lage rentestand leverde dat een rentesommetje op, waarvan ze zeer comfortabel konden leven. Dennis was overigens de enige van hen, die op een andere wijze geld binnenbracht. Hij werkte nog steeds als freelance-journalist. Hij was weliswaar gestopt met het schrijven van een wekelijkse column voor Het Parool, maar hij had het desondanks toch wat drukker gekregen, omdat hij, behalve voor Het Parool, nu ook voor Trouw vele freelance-klussen deed.
Trudy liet het maar zo. Zij ging altijd met hem mee als hij op reportage ging of interviews afnam en als zij eerlijk tegenover zichzelf was, vond zij het eigenlijk wel bijzonder plezierig, dat hij hen daardoor dwong om onder de mensen te blijven komen. Bovendien vond zij zijn onwil om aan zijn gedeelte van haar oma's erfenis te komen heel ontroerend. In de zomer van 1997 had zij uit die erfenis viereneenhalf miljoen gulden op zijn spaarrekening gestort, maar daar was hij in het geheel niet aangekomen, zodat er nu iets van twee miljoen euro op die spaarrekening stond.
Inmiddels had hun zwerftocht door Mala Strana hen via het, met vele paleizen omzoomde Maltezskeplein naar het plantsoen op het Kampa-eiland geleid, waar ook de Moldau weer voor hen opdoemde. Het plantsoen was net zo rijkelijk met mensen bevolkt als het Vojanpark. Daar was zij niet eigenlijk zo blij mee, want bij het betreden van het plantsoen schoten de beide jarretelles van haar rechterkous los. Zij merkte het onmiddellijk, maar zij liep toch een paar passen door, omdat haar mollige bovendij de kous nog even tegenhield. Pas toen de kous begon te rimpelen en af te zakken, zeeg zij op een bankje langs de Moldau neer.
"Vanwaar deze tussenstop?", vroeg hij.
"Kijk maar eens naar mijn rechterkous."
Hij deed het en schoot meteen in de lach. Dat nogal vrijpostige lachje bracht haar ertoe om hem maar weer eens even op zijn nummer te zetten.
"Wat denk je eraan te doen?", vroeg zij, op hoge toon.
"Moet ik daar wat aan doen?"
''Ja, natuurlijk moet je daar wat aan doen.''
"Moet ik, in mijn hoedanigheid van de gereÔncarneerde professor Unrath, die verdomde jarretelles dus zelf aan je kous vastmaken?"
"Ja, en snel een beetje, want ik zit echt een beetje voor gek!"
"Goed, wijfie!"
Hij knielde met een hele devote gelaatsuitdrukking aan haar voeten neer, trok haar jurk omhoog en begon haar afgezakte kous weer op te halen. Hij deed het kalm, voorzichtig en secuur en alsof het de gewoonste zaak van de wereld was. Hetzelfde gold voor de bijna geroutineerde manier, waarop hij een van de jarretelles met de verchroomde sluiting vastgreep en aan de kouseboord vastmaakte. Zij zag, dat hij ervan genoot en zij zag ook, dat hij het bij het vastmaken van ťťn jarretelle liet, waarschijnlijk in de hoop, dat hij dit klusje zometeen nog een keer zou mogen uitvoeren.
"Is het zo goed?", vroeg hij, terwijl hij haar jurk weer over haar knieŽn duwde.
"Hm, ik had liever gehad, dat je die andere jarretelle ook aan mijn kous had vastgemaakt, maar zo kan het er wel mee door."
"Mooi!"
"Ik zit er trouwens over te denken om morgen mijn nieuwe, zwarte corsetje aan te trekken."
"Waarom?"
"Omdat daar maar liefst twaalf jarretelles aan hangen."
"Echt waar?"
"Ja, er zitten voor elk been drie, brede elastiekjes aan en aan het einde van die elastiekjes zitten drie ijzeren klemmetjes. Het ziet er echt heel sexy uit!"
"Tja, en dan zul je dit soort probleempjes wel niet meer hebben."
"Precies! En dat het mijn figuurtje een beetje slanker maakt en mijn borsten wat groter laat lijken, is natuurlijk mooi meegenomen."
Hij stond op en ging naast haar zitten. De korte ceremonie had tot Trudy's verbazing in het geheel geen aandacht getrokken en voor een poosje konden ze ongestoord naar de Moldau, de Karelsbrug en Stare Mesto, de oude stadswijk aan de overkant, kijken. De drukte op de Karelsbrug was immens. Trudy was blij, dat ze zich daar niet tussen zouden begeven.
"Hoe wil je zometeen eigenlijk lopen?", vroeg zij.
"Ik wil bij de volgende brug oversteken en dan via de kortste weg naar het hotel lopen. Dan vermijden we de drukte op de 'Koninklijke Route' en zien we ook weer dat gedeelte van Stare Mesto, waar we nog niet zo vaak zijn geweest."
"Dat is heel slim van je!"
"Ik ben ook heel slim!"
"En volgens mij heb jij het veel meer naar je zin dan tijdens onze vorige vakantie in Praag."
"Ja, ik heb ook helegaar geen heimwee!"
"Zou dat door de verhuizing komen?"
"Ja, misschien wel!", riep hij lachend uit, "Ik heb, nu we in Heemskerk wonen, eigenlijk voortdurend een vakantiegevoel."
"Dus je hebt ook geen heimwee meer naar je geboortehuisje in dat o zo vertrouwde Amsterdam-Noord?"
"Nee! Ik heb ook helegaar geen heimwee naar ons oude huis of naar Amsterdam-Noord! En ik vind dat eigenlijk toch wel een beetje raar. Ik heb er toch meer dan vijfenveertig jaar gewoond en het is toch wel heel wonderlijk, dat ik mij daar zo moeiteloos van los heb kunnen maken."
"Ik had zelf wel een raar gevoel op die eerste maart. Op de dag, dat onze huur stopte."
"Ik niet! Het is, dat jij het zei, want anders was het mij volkomen ontgaan. En nu we het toch over ons oude huisje hebben: ik denk, dat er op dit moment nog maar weinig van over is."
"Hoezo?"
"Ik denk, dat ze de boel nu flink aan het renoveren zijn."
"Denk je?"
"Ja, dat denk ik wel. We hebben de zaak flink uitgewoond in de laatste decennia en daar zullen ze nu wel wat aan gaan doen."
"Hm, dat is best wel een raar idee! We hebben zevenentwintig jaar lang onze stempel op dat huis kunnen drukken en dat wordt nu in een paar weken dus helemaal uitgewist."
"Yeah! Zo zie je maar weer, hoe vergankelijk het leven is."
Zij schoot in de lach, maar gaf hem diep in haar hart toch wel gelijk. Zelf had zij dat gevoel van vergankelijkheid de vorige avond al gehad, toen ze nog een uurtje op het terrasje voor hun hotel aan het Staromestke Namesti hadden gezeten en ze zich danig aan de aanblik van dat feeŽriek verlichte plein hadden verlustigd. Die o zo sprookjesachtige aanblik had haar eerst betoverd en daarna een tikkeltje gedeprimeerd. Over vijftig jaar zou dat prachtige, al eeuwenoude plein nog steeds in al zijn glorie bestaan, maar zouden ze zelf waarschijnlijk al een jaar of vijftien dood zijn. Zij was dat deprimerende gevoel pas kwijtgeraakt, toen Dennis haar onder de douche had betrapt en daarna een vijftal, erotische foto's van haar had gemaakt.
Terwijl zij aan dat festijn terugdacht, kwam het verlangen in haar op om die foto's weer eens terug te zien. Na een korte aarzeling haalde zij dus hun digitale camera uit de plastic tas van Dennis te voorschijn. Zij zette het instelwieltje van de camera op 'weergave' en begon de vijf foto's op haar gemak te bekijken. De eerste foto was de foto, waarop zij zich half van de camera had afgekeerd en een beetje betrapt in de lens keek, op de tweede foto was in die blik iets van boosheid te bespeuren, maar op de derde foto brak er een bevrijdende lach op haar mooie smoeltje door. Zij keek naar de brede heupen, de forse billen en de heerlijke dijen, zij keek naar de smalle, witte strepen van de jarretelles en naar de brede kouseboorden, die ook onder die Tsjechische douche nog onberispelijk recht zaten en de aanblik van de kletsnatte, koffiebruine kousen wond haar danig op. De laatste twee foto's toonden haar in een zittende houding, met de armen om de opgetrokken benen geklemd en met een nogal ondeugende gelaatsuitdrukking, die de fotograaf als veelbelovend moest hebben ervaren.
"O, wat een heerlijke foto's!", prevelde zij voor zich heen.
"En wat een heerlijk meissie!", was de gepaste repliek.
"O, ik kan haast niet wachten tot ik ze op het beeldscherm van ons pc'tje zie staan."
"En je ze vervolgens in eigen persoon zult hebben afgedrukt."
"O, ja! Dat kan ook, hŤ?"
"Ja, dat kan ook. We kunnen al die mooie, erotische foto's van jou nu, vergroot en haarscherp, op onze eigen printer gaan uitprinten!"
"O, wat gaaf! Dus we hoeven ons nooit meer met die kleine, petieterige polaroidjes te behelpen?"
"Precies!"
"Hier moet je trouwens ook een paar tekeningen van maken, jŰh!"
Hij keek haar even weifelend aan en daar was zij wel blij om. Zij wist, waarom hij drie jaar geleden met tekenen was gestopt, maar zij vermoedde, dat die ietwat bizarre reden inmiddels wel uit de weg was geruimd.
"Volgens mij heb je daar best wel weer zin in", vervolgde zij.
"Ja, als ik deze foto's zie, beginnen mijn vingers al te jeuken, maarre..."
"Maarre wat?"
"Ik heb het al sinds een paar jaar niet meer gedaan."
"Ja, dat wil dus helegaar niet zeggen, dat je het niet meer kunt."
"Nee, dat is zo."
"Wil je het weer gaan proberen?"
"Misschien... Als we weer thuis zijn."
"O, alsjeblieft! Doe het voor mij! Ik vind het echt heerlijk om je muze te zijn en nu je geen columns meer over mij schrijft, moet je mij echt weer zo snel mogelijk gaan tekenen."
"Oeps! Daar wilde ik het eigenlijk nog even met je over hebben."
"Waarover?"
"Over die columns."
"Is daar wat over te bespreken dan?"
"Ja, wel degelijk! Want ik heb een aanbod van Trouw gekregen."
"Wat voor aanbod?"
"Voor het schrijven van een wekelijkse Trudy-column."
"Nee, dat meen je niet!"
"Ja, dat meen ik wel!"
"En wat heb je gezegd?"
"Ik heb gezegd, dat ik het eerst met jou zou bespreken."
"O, wat lief van je!"
"Ja, hŤ? En wat vind je ervan?"
"Hm, mag hij net zo ondeugend zijn als de Trudy-column, die je voor Het Parool hebt geschreven?"
"Ja, hoor! Want als ik hem ga schrijven, komt die Trudy-column echt niet op de Kerkpagina te staan."
"O, wat gaaf!"
"Vind je het echt leuk als ik het ga doen?"
"Ja, natuurlijk vind ik dat leuk! Ik heb die column echt hartstikke gemist en ik zal het echt heerlijk vinden als hij weer in ere wordt hersteld!"
"Dat is mooi!"
"En hoe zit het eigenlijk met de pegels?"
"De pegels zitten wel goed. Ik krijg hetzelfde als bij Het Parool."
"Dus je zult met die Trudy-column nog steeds zelf in je onderhoud kunnen blijven voorzien?"
"Ja, en ik zal je nog regelmatig op een dineetje kunnen blijven trakteren, zonder aan mijn spaarcentjes of aan de rente van die spaarcentjes te komen. En dat geeft mij toch wel een lekker gevoel."
"Wel, jŰh! Dan zou ik maar gauw je jawoord aan Trouw geven als ik jou was."
"Okay! Dan zal ik Wim Jansen zo snel mogelijk van je heuglijke beslissing op de hoogte gaan brengen."
"Doe dat! Stuur hem straks maar een sms'je!"
"Ik zal het doen!"
Ze stonden op en vervolgden hun weg door het park. Trudy was zeer in haar nopjes over de laatste ontwikkelingen. De terugkeer van de Trudy-column was goed nieuws, maar zijn voornemen om haar weer te gaan tekenen was zo mogelijk nog beter nieuws. Hij had door de jaren heen al vele prachtige en mild erotische tekeningen van haar gemaakt. De tekeningen stonden allemaal op een website en die website, waarop hij ook zijn meest ondeugende Trudy-columns had neergezet, had in de afgelopen vier jaar al meer dan honderdduizend hits gehad. De wetenschap, dat de content van die website binnen niet al te lange termijn verder in omvang zou gaan toenemen, deed haar ego dus bepaald geen kwaad.
Ze naderden inmiddels de Leggiibrug, maar moesten eerst nog de trap naar de Viteznastraat bestijgen. De Leggiibrug vormde min of meer een driewijkenpunt. Aan de overkant van de brug lag de grens tussen de stadswijken Stare Mesto en Nove Mesto en daarmee ook de grens tussen het stokoude Praag en het wat moderner ogende Praag. Ze bestegen de trap, maar toen ze halverwege waren, schoot de door Dennis vastgemaakte jarretelle van haar rechterkous weer los.
"O, nee!", zei zij resoluut, "Zo ga ik echt niet doorlopen!"
Zij ging op de trap zitten, trok met een snelle beweging haar jurk omhoog en begon zich vervolgens op haar gemak met de twee jarretelles bezig te houden. Dennis knielde bij haar neer en bekeek het tafereeltje met een nogal guitig smoelwerk.
"Heeft professor Unrath prutswerk afgeleverd?", vroeg hij.
"Ja, professor Unrath is een druiloor en een oelewapper en mammie doet het nu zelf wel."
"Ga je ze alle twee vastmaken?"
"Ja! Ik wil zo snel mogelijk terug naar het hotel en dat gaat niet lukken als ik mij voortdurend met die jarretelles moet bezighouden."
"Je bent een spelbreekster!"
"En jij bent ook een spelbreker!"
"Hoezo?"
"Jij bent degene, die mijn spannende, erotische fantasieŽn nooit meer wilt uitleven."
"Oh, dat is niet waar!"
"Dat is..."
Zij maakte haar zin niet af. Zij zag, hoe dromerig hij naar haar benen keek en voelde zich ineens weer heel blijmoedig worden.
"Wat kijk je lief!", riep zij, haast kirrend van genoegen.
"Ik ben ook zo gek op jou!"
"Op mij? Of op mijn benen en mijn kousen?"
"Op alles van jou! Ik geniet van je liefde, van je trouw en van die moederlijke vrijmoedigheid, waarmee je je goddelijke lijf en je goddelijke benen aan mij toont. Ik weet, dat je soms een beetje jaloers bent als ik de aandacht van andere vrouwen trek, maar als dat gebeurt, dan zie ik die andere vrouwen dus helemaal niet."
"Wat zie je dan wel?"
"Dat zie ik jouw mooie smoeltje, jouw lekkere lijf en jouw prachtige benen, met die heerlijke, geile kousen eromheen."
"Dus als jij zometeen in dat o drukke Stare Mesto een mooi meisje ziet, dat naar je glimlacht..."
"Dan zal ik dus dit zien!", riep hij, met gepaste vervoering, "Het beeld van een heerlijk, bloedmooi wijf van achtenveertig, dat op een trap zit en haar kousen aan het vastmaken is. Een heerlijk, bloedmooi wijf van achtenveertig, dat tijdens die bezigheid heel veel van haar heerlijke dijen, haar mooie kousen, haar mooie kouseboorden en haar mooie jarretelles laat zien en die haar liefhebbende echtgenoot daarmee dol- en dolgelukkig maakt."
"Is dat echt zo?", vroeg zij, terwijl zij tot haar eigen verbijstering ineens heel erg begon te blozen.
"Ja, zo werkt dat nu eenmaal bij onverbeterlijke romantici zoals ik."
"O, mijn god!", riep zij, terwijl zij diep in verwarring haar jurk weer over haar knieen duwde, "Waarom bloos ik nou opeens?"
Hij gaf geen antwoord op die vraag. Hij hield haar wel zijn hand voor om haar te helpen bij het opstaan. Zij greep die hand, kwam overeind en bleef die hand stevig vasthouden, toen ze de trap hadden bestegen en over de brug liepen.
Ze kruisten Strelecky Ostrov, het kleine, langwerpige eiland, dat midden in de Moldau lag, en genoten van de skyline, die zich voor hen ontvouwde. Aan de fraaie huizen langs de kade van Nove Mesto, was ook niet te zien, dat ze zich op de grens van het al eerder genoemde, modernere Praag bevonden. Aan de foeilelijke uitbouw van het Nationale Theater was dat wel te zien, maar die uitbouw was niet naar de Moldau gericht, maar naar de straat, die in het verlengde van de brug lag: de Narodnistraat, de grensstraat tussen Stare en Nove Mesto.
Eenmaal van de overkant sloegen ze echter linksaf en liepen ze via de Stare Mesto-kant verder langs de Moldau.
"Het is trouwens niet waar!", zei hij, bij het naderen van een tramhalte.
"Wat niet, schatje?"
"Dat ik niet meer wil, dat jij samen met mij je erotische fantasieŽn uitleeft."
"Meen je dat nou?"
"Ja, want je bent er toen in Rotterdam zelf mee gestopt."
"Is dat echt zo?"
"Ja, toen ik je had verteld, wat voor malle fantasie je moeder regelmatig heeft uitgeleefd. Daar was je zo door geÔmponeerd, dat je lust tot fantaseren ineens helemaal weg was."
"Oei, je hebt gelijk! O, wat ben ik toch een gemeen meisje, dat ik mijn mannetje daarvan valselijk heb beschuldigd!"
"Het is maar, dat je het weet!"
"Hm, zullen we mijn erotische fantasieŽn dan ook maar weer gaan uitleven? Jij gaat weer columns over mij schrijven, jij gaat weer erotische tekeningen van mij maken, dus dan kan ik eigenlijk niet achterblijven."
"Het is wel goed, liefie! Er is toch niks, wat ik je kan weigeren."
"En als ik je zou vragen om een keer samen met mij de fantasie van mama uit te leven?''
"Nou..."
"Hee! Hoe heb ik het nou? Dat is nou niet bepaald een duidelijk "Nee!""
"Nee, maar ik krijg dat duidelijke "Nee!" ook niet over mijn lippen, omdat ik het idee, dat je het in het echt of in je fantasie met een andere man zou gaan doen, volstrekt onverdraaglijk vind."
"Oh, meen je dat? Zou je het ook onverdraaglijk vinden als ik het in mijn fantasie met een andere man zou doen."
"Ja, dat is ook een van de redenen, waarom ik je zo graag meeneem als ik op reportage ben!"
"Oh, is dat echt zo?"
"Ja, tijdens die spaarzame keren, dat ik je in de afgelopen jaren alleen heb gelaten, stelde ik mij telkens voor, dat je naakt en geboeid op een stoel zat en heel gelaten in afwachting was van wat in je fantasie onvermijdelijk komen ging. En die beelden maakten mij dan echt helemaal gek!"
"O, wat ben je toch een mal, jaloers ventje!"
"Ja, hŤ?"
Zij voelde zich opeens heel baldadig worden. Zij liet zijn hand los en rende via de tramhalte naar de overkant van de straat. Dat kwam haar een beetje duur te staan. Op die tramhalte zag zij namelijk een mooi, jong meisje staan en zij zag ook, dat het vervelende mormel met een stralende, beloftevolle glimlach naar haar man keek. Zij was er zeer door geschokt en zij durfde pas naar Dennis te kijken, toen zij aan de overkant van de straat was. Die aanblik stelde haar echter onmiddellijk gerust. Hij had een volmaakt neutrale gelaatsuitdrukking en zijn gezicht klaarde helemaal op, toen zij zijn hand weer greep en ze weer verder over de Smetanovaweg liepen.
"Zag je, hoe dat meisje bij de tramhalte naar je keek?", vroeg zij.
"Ik zag het, maar ik zag het ook niet! Precies, zoals ik je daarnet voorspelde."
"Jezus! Is mijn macht over jou dan zo groot, dat de belangstelling van zo'n mooie, jonge, sexy meid je echt helemaal niets doet?"
"Ja!"
"Ik weet niet, wat ik daarop zeggen moet!", zei zij, terwijl zij opnieuw hevig begon te blozen.
"Het is een betovering, denk ik", zei hij grijnzend, "Een betovering, die al dertig jaar voortduurt."
"Hm, ik weet nu, hoe ik die betovering veroorzaak. Maar zou ik hem ook kunnen verbreken?"
"Je kunt de betovering alleen verbreken door een relatie met een andere man aan te gaan. Als je mij van een liefhebbende echtgenoot en minnaar tot een goede vriend probeert te degraderen."
"Toch heb je een paar keer tegen mij gezegd, dat je bij mij zou zijn gebleven als je mij te laat zou hebben ontmoet en ik met een ander zou zijn getrouwd."
"Ja, dat is waar. Maar dan had ik niet beter geweten. Als je niet met mij, maar met een ander was getrouwd, dan had ik natuurlijk dolgraag je minnaar willen zijn en dan had ik mij ook helemaal en zonder morren bij die status quo neergelegd. Maar nu weet ik dus wel, hoe heerlijk het is om met je getrouwd te zijn. Nu weet ik dus wel, hoe heerlijk het is om je enige man te zijn, en nu zou ik dus nooit meer de tweede viool kunnen spelen and 'the other man' kunnen zijn."
"En als er ooit een andere man in mijn leven zou komen, die jouw plaats zou innemen, zou je dus heel stilletjes uit mijn leven verdwijnen."
"Ja."
"Zonder een woord van verwijt te uiten."
"Ja."
Zij bleef stilstaan en keek naar zijn gezicht. Dat was nog moeilijker dan zij had verwacht, want de zon scheen fel in haar gezicht. Zij kon zijn gelaatstrekken ook met geen mogelijkheid onderscheiden en de weerkaatsing van het zonlicht in zijn lange, blonde haren gaf hem toch echt iets engelachtigs.
"Je bestaat niet echt!", riep zij, met een mengeling van wanhoop en opstandigheid.
"Jawel! Ik ben echt van vlees en bloed, hoor!"
"Ik geloof er niets van! Je bent alleen maar een product van mijn verbeelding! Volgens mij ben ik op mijn veertiende, in de maanden na de dood van mijn papa, in een hele diepe coma beland en ben jij en is ons hele, o zo heerlijke huwelijk alleen maar een droom! Nog even en dan zal ik uit mijn coma ontwaken en dan word ik wakker in het ziekenhuis in Heemskerk en o... o... wat zal ik mij dan eenzaam en verlaten voelen!"
Hij schoot keihard in de lach en dat luchtte haar nogal op. Toch was haar verwarring daardoor niet helemaal geweken. Zij voelde ook weer een vaag schuldgevoel opkomen. Voor haar gevoel had zij wat al te veel van zijn jaloezie-aanvallen jegens hun nieuwe buurman genoten en zij zocht nu koortsachtig naar een manier om hem daarvoor schadeloos te stellen.
Ze verlieten de kade langs de Moldau en sloegen rechtsaf de Naprstkovastraat in. Dit wijkje ten zuiden van de 'Koninklijke Route' was het echte, middeleeuwse Praag. Het was een prachtig wijkje, maar dit smalle straatje met die hoge huizen aan weerszijden had ook iets strengs en intimiderends. Trudy keek daarom liever naar het knappe, en tegelijk vriendelijke gezicht van haar man. Zij verkeerde nog steeds in een wat vreemde gemoedsstemming. Zij was weliswaar heel geil op dit moment, maar zij wilde nog niet echt met hem naar bed en zij had voorlopig ook geen zin in een wilde, of vrolijke vrijpartij onder de douche. Zij wilde iets anders, iets poŽtischers. Desalniettemin wilde zij toch wel even met hem vrijen. In een poortje of steegje, of anders in de Bethlehemkerk, de piepkleine kerk aan het Bethlehemplein, die ineens voor hen opdoemde.
Dat kerkje, met een uit twee houten gevels opgebouwd dak, oogde stokoud, maar was in werkelijkheid een naoorlogse replica van een middeleeuwse kerk, waar eens kerkhervormer Jan Hus had gepreekt. Ze hielden even stil voor het kerkje en bewonderden de eenvoudige, maar mooie architectuur van het gebouw.
"Zullen we even naar binnen gaan?", vroeg Trudy.
"Waarom?"
"Zo maar! Ik wil even naar binnen, omdat..."
"Omdat wat?"
"Omdat ik gewoon even zin in je heb!"
"En jij denkt, dat een voor de nagedachtenis van Jan Hus opgericht kerkje een geŽigende plek is voor een vluggertje?"
"Ik wil helegaar geen vluggertje!"
"Wat wil je dan?"
"Iets anders!", antwoordde zij, terwijl zij zich weer in beweging zette, "Iets lievers!"
"Dus geen idiote fantasie vandaag?"
"Ja, juist wel! Ik weet alleen nog niet wat!"
"O, jee!"
"Maarre... ik zal je echt nooit vragen om samen met mij de fantasie van mama uit te leven, hoor! Enne... ik zal hem natuurlijk ook nooit in gedachten met een andere man gaan uitleven."
"Echt niet?", vroeg hij lachend.
"Erewoord! Ik vind het een uitermate opwindende fantasie, maar het is natuurlijk ook in mijn belang om hem niet in gedachten met een andere man uit te leven."
"Waarom niet?"
"Omdat ik daarmee misschien ook wel de betovering tussen ons zou verbreken."
"Hm, zo'n vaart zal dat echt niet lopen, hoor! Maar volgens mij heb je inderdaad genoeg andere,leuke fantasieŽn. FantasieŽn, die ook echt helemaal van jou zijn en waarbij je je al je leven lang prettig voelt."
"Hm, je hebt volkomen gelijk. Wel, als we weer thuis in Heemskerk zijn, zullen we ze weer allemaal gaan uitleven."
"In welke volgorde?"
"We beginnen met de 'Fantasie over de Strenge Onderwijzeres met de Vlinderbril en de Geheime Erotische Wensen' en dan gaan we verder met de 'Fantasie over het Vrolijke Hoertje met het Gouden Hart' en we eindigen met de 'Fantasie over de Mollige en Hondsbrutale Blanke Slavin'."
"Ik kijk er reikhalzend naar uit!", zei hij grinnikend.
Ze sloegen de Husovastraat in en kwamen steeds dichter in de buurt van Staromestke Namesti. Het werd ook wat drukker op straat. Toch kon Trudy de verleiding niet weerstaan om Dennis het eerste de beste steegje in te trekken. Het duurde niet lang, voordat de zoom van haar jurk rond haar middel zat en zij met een snelle handbeweging haar slipje van de grond moest oprapen. Daarna streelde hij haar met een onmiskenbare tederheid over haar billen en dijen, maar hij leek tegelijkertijd ook een beetje met zijn figuur verlegen te zijn. Die gÍne bleek trouwens wederzijds te zijn. Uiteindelijk lieten ze elkaar los en keken ze elkaar heel schaapachtig aan.
"Wat doen we hier eigenlijk?", vroeg zij, terwijl zij haar jurk weer omlaag duwde en het slipje in haar tasje stopte.
"We genieten van elkaar, mijn lief!", antwoordde hij lachend, "Zoals we dat al dertig jaar doen. Al doen we dat ditmaal wel in een obscuur steegje, waar het vaag, maar onmiskenbaar naar pis ruikt."
"Shit, je hebt gelijk! Nu ruik ik het ook."
"We verdienen iets beters dan dit, hŤ?"
"Ja, laten we hier maar gauw weggaan."
"Hee! En je slipje dan?"
"Dat is de moeite niet meer, schatje!", zei zij lachend, "We zijn nu toch bijna bij het hotel."
"Je hebt groot gelijk, liefje!", beaamde hij, met een brede grijns.
Ze vervolgden hun weg over de Husovastraat en Trudy dacht nog even over het steegincident na. Zij had er toch wel van genoten. Het had haar nog wat geiler gemaakt dan zij al was en het verlies van haar slipje kon haar ook al niet deren. Het was nog steeds niet koud; het was voor haar gevoel zelfs nog wat warmer dan daarnet in Mala Strana. Het had ook wel iets opwindends om op deze heerlijke, zonnige lentedag zonder slipje over straat te lopen en na een korte blik op het ietwat verhitte gezicht van haar man, begon zij te vermoeden, dat hij dezelfde mening was toegedaan. Die ontdekking bracht haar een paar minuten later op een lumineus idee.
"Ik weet, wat ik vanavond wil gaan doen!", riep zij uitgelaten.
"Wat dan?"
"Helegaar niets! Ik wil zometeen lekker op het terras gaan eten en daar ook de rest van de avond gaan doorbrengen!"
"Dat klinkt goed!"
"Het zal vast heel gezellig en sfeervol gaan worden, en omdat de tafeltjes op dat terrasje van hele lange tafelkleedjes zijn voorzien, hoef je je vanavond ook in seksuele zin niet onbetuigd te laten."
"Hoe bedoel je?", vroeg hij lachend.
"Je zult mijn heerlijke dijen, mijn heerlijke billen, mijn mooie kousen, mijn mooie kouseboorden en mijn mooie jarretelles de hele avond tot je beschikking hebben. En omdat je mij daarnet al op slinkse wijze van mijn slipje hebt verlost, mag je ook een vingerklusje bij mij doen als je dat wilt."
"Jezus! Mag ik dat echt?"
"Ja, dat mag je echt! Maar ik wil natuurlijk liever niet klaarkomen. Aan de andere kant zal ik het nou ook weer niet erg vinden als ik er de hele avond tegenaan zal zitten."
"Zonder dat iemand het merkt, bedoel je!"
"Ja, precies! Dat zal pas echt een leuke 'Aufgabe' voor je worden."
"Zeker weten!", zei hij grinnikend, "En ik ben er ook vrij zeker van, dat dit de leukste en de geilste avond zal worden, die we ooit hebben meegemaakt."
"Dat denk ik ook wel, ja!", zei zij grinnikend.
Ze waren inmiddels via de Jalovkovastraat daadwerkelijk op de 'Koninklijke Route' aanbeland en daar moesten ze zich een weg door een flinke mensenmassa banen. Dat irriteerde Trudy mateloos, omdat zij vreesde, dat er op dit moment van de dag misschien wel geen plaats op het terras zou zijn. Zonder haar agitatie daarover te verbergen sleurde zij Dennis dus langs alle lanterfantende toeristen, tot ze eindelijk dat wonderschone Staromestke Namesti hadden bereikt.
Hun hotel lag aan het begin van het plein, schuin tegenover het stadhuis. Tot haar grote opluchting bleek haar favoriete tafeltje nog vrij te zijn. Het was een tafeltje voor het raam, dat door twee, grote planten werd geflankeerd en dat eigenlijk een beetje geÔsoleerd van de andere tafeltjes stond. Zij zag ook, dat zij het met de tafelkleedjes bij het rechte eind had gehad. Ze waren inderdaad aan de lange kant.
"Zullen we daar bij het raam gaan zitten?", vroeg zij lachend.
"Het lijkt mij een prima plekje!"
Ze liepen het verwarmde terras op en gingen aan het tafeltje zitten. In tegenstelling tot gisteren zat Trudy nu met haar rug naar het plein en dat was ook precies haar bedoeling.
"Weet je zeker, dat je niet op deze stoel wilt zitten?", vroeg hij verbaasd, "Op die plek zie je helemaal niks van het plein."
"Dat hoeft ook niet, schatje!", zei zij, terwijl zij haar jas uittrok en voor even op haar schoot legde, "Ik heb gisteren wel genoeg van het plein gezien!"
"Goed, liefje!"
"Denk je, dat het je zal lukken om mij de hele avond op een randje van een orgasme te laten balanceren."
"Ja, natuurlijk zal mij dat lukken. Dit zal een avondje gaan worden, dat je nog lang zal heugen."
"Zo mag ik het horen."
Zij legde haar jas over de rugleuning van haar stoel, schoof die stoel zo ver mogelijk naar voren, drapeerde het tafelkleedje over haar schoot en merkte op dat moment al, dat hij de zoom van haar jurk omhoog schoof.
"Hee!", riep zij verbaasd, "Begin je nou al?"
"Ja, jŰh! Ik wil meteen aan de slag!"
"Hm, dat mag natuurlijk, maar je mag niet meteen met het vingerklusje beginnen, hoor! Ik wil eerst nog even lekker eten."
"Goed, lieverd."
Hij liet zijn vingers over haar kousen glijden en speelde even met haar jarretelles. Het was een kalme liefkozing, waar zij toch al enigszins opgewonden van raakte. Zij voelde, hoe zijn handen over haar kousen gleden en genoot van zijn blozende gezicht. Op dit soort momenten had hij altijd de uitstraling van een braaf jochie van negen, dat heel stiekem iets heel ondeugends aan het doen was. Zijn liefkozingen lieten haar ook niet onberoerd: haar kousevoetjes wreven voortdurend over de ruwe, stenen tegels van het terras. Zij vermoedde, dat hun verblijf op het terras toch niet al te lang zou gaan duren en dat ze na het eten heel snel naar hun kamer zouden gaan. De heerszuchtige manier, waarop hij daarna in haar bovendijen kneep, leek dat vermoeden ook wel te bevestigen.
"O, ik ben zo blij met jou!", zei zij, met een zielsvergenoegd smoeltje.
"En ik ben ook heel blij met jou!"
"En ik ben ook heel blij met en heel trots op mijn eeuwigdurende betovering over jou!"
"Dus je bent niet meer bang voor die mooie, jonge meiden?"
"Nee, ik lust ze allemaal rauw! En ik zal tot aan mijn dood al mijn liefde, al mijn charmes en al mijn fantasieŽn in de strijd blijven gooien om jou bij mij te houden."
"En je bent ook niet meer bang, dat dit allemaal maar een droom is?"
"Nee, lieverd! Dat was maar gekheid, hoor! Het was maar een rare gedachte, die ik allang weer ben vergeten."
"Ah, dan is het goed!"
Zij zakte behaaglijk onderuit en zij was na enige minuten al zover heen, dat zij het bestellen van de maaltijd maar geheel aan Dennis overliet.

BERT HARBERTS


Terug


Amsterdam, 22 augustus 2006. © Bert Harberts