VADER EN DOCHTER

Conny trippelde op haar kleine kousevoeten de trap af en liep neuriŽnd de woonkamer binnen. Haar vader, een mollige man van achtenveertig met dik, zwart haar en een zwarte, hoornen bril, zat al een poosje in zijn eentje te ontbijten. Dat deed hij wel vaker; Conny's moeder sliep op zondag meestal een uurtje uit. Conny begroette haar vader met een kus op zijn achterhoofd en een 'Dag, paps!' en ging, nadat zij het 'Dag, lieverd!' van haar vader met een glimlach had beantwoord, op de bank zitten.
Zij had, behalve haar bruine nylonkousen, ook een heel luchtig zomerjurkje aan, en dat was niet zonder reden, want het beloofde een hele zonnige en warme dag te worden. Dat vooruitzicht stond haar eigenlijk wel aan. Deze laatste augustuszondag was een van haar laatste vakantiedagen en zij was van plan om er een echt luierdagje van te maken.
"Wil je thee?", vroeg haar vader, terwijl hij haar theekopje al met thee vulde.
"Ja, lekker!"
Zij stond op om de kop thee in ontvangst te nemen en ging maar meteen tegenover haar vader aan tafel zitten. Hij maakte inmiddels aanstalten om een enorme bolknak op te steken. Zij vond dat wel plezierig; zij hield van sigarenrook, ook al rookte zij zelf niet.
"Ga je nog wat leuks doen, vandaag?", vroeg hij.
"Neuh, het wordt veels te warm. Ik blijf lekker de hele dag in de tuin zitten."
"O, kindje, kindje!", mompelde hij, inmiddels met de sigaar in de mond, "Wat ben je toch een rare huismus!"
"Rare huismus?"
"Ja, je bent een leuke, mooie meid van zeventien! En je zou toch eens wat meer van het leven moeten gaan genieten. De oorlog is voorbij, we hebben die oorlog overleefd, we hebben geen honger meer en we zijn gezond. Het is dus de hoogste tijd, dat je wat leuks met je leven gaat doen."
Conny keek haar vader een beetje spottend aan. Het waren woorden, die zij uit de mond van haar moeder had verwacht, maar niet uit die van haar vader. Het waren vermoedelijk ook de woorden van haar moeder, want hij had niet echt overtuigend geklonken.
"Vindt u het dan niet leuk, dat ik nog zo vaak thuis ben?", vroeg zij.
Hij gaf niet meteen antwoord, want hij stak op dat moment net zijn sigaar aan. Toen die sigaar eenmaal brandde, nam hij die sigaar meteen weer uit zijn mond en schoot hij keihard in de lach.
"Ik vind het heerlijk, dat je nog zo vaak thuis bent, lieverd!", antwoordde hij, "Wat mij betreft, blijf je tot je dertigste gezellig thuis wonen, maar je moeder denkt daar een beetje anders over."
"Hoe anders?"
"Je lieve moeder ziet je het liefst heel snel met een jonge, knappe en liefst rijke dokter thuiskomen. En zij is dus heel blij, dat je woensdag als leerling-verpleegster aan de slag gaat."
"Ik wil helemaal geen man!", riep zij schaterend, "En al helemaal geen jonge, knappe, rijke dokter!"
"Ik ben blij dat te horen, lieverd!"
Zij sneed een smal sneetje van het brood af, besmeerde het met boter en bruine suiker en begon rustig te eten. Haar vader zat haar onderwijl zielsvergenoegd aan te kijken. Dat was zij overigens wel aan gewend; hij adoreerde haar al vanaf haar geboorte. Zij was daar nooit anders dan met een half lieve, half spottende manier mee omgegaan en ook nu wist zij moeiteloos de juiste toon te treffen.
"Wilt u echt, dat ik tot 1961 thuis blijf wonen?", vroeg zij liefjes.
"Dat klinkt wel erg ver weg, hŤ?", riep hij lachend, "Nee, lieverd. Als je voor die tijd een goede man ontmoet, zal ik je heus wel laten gaan. Niet van harte, en jij en je moeder zullen dan flink op mij in moeten praten, maar die toestemming om te trouwen zul je dan heus wel krijgen, hoor!"
"Dat is mooi!"
"Maar o... o... wat zal ik je dan gaan missen!"
"Maar zover is het nog lang niet, paps!"
"Nee, godzijdank, niet!"
Conny at rustig verder. Zij hield van dat zondagse ontbijtuurtje met haar vader. Het was het enige uurtje in de week, waarin zij hem helemaal voor zichzelf had.
"Heb je er zin in?", vroeg hij.
"Waarin?"
"In je baantje!"
"Ja, heel erg!"
"Denk je, dat je het gaat redden met de opleiding?"
"Het moet! Ik wil voor mijzelf kunnen gaan zorgen. En dus zelf mijn kleren en mijn kousen kunnen kopen, zoals ik dat nu ook al doe. Ik wil niet afhankelijk van u blijven en ik wil eigenlijk ook niet afhankelijk van mijn toekomstige man worden."
"Wil je eigenlijk wel een man?"
"Ik weet het eigenlijk niet! Ik wil in ieder geval wel dolgraag een kind, maar daar heb ik dus wel een man voor nodig."
"Je hebt Fritsje toch al!", zei hij, doelend op hun buurjongetje met wie Conny een hele innige band had.
"Ja, dat is waar. Ik vind het heerlijk om hem te bemoederen en te vertroetelen, maar over een paar jaar zal ik natuurlijk ook wel een kind van mijzelf willen hebben."
"Dat kind zal er heus wel komen, lieverd. Over een jaar of zes, zeven zul je heus wel moeder zijn."
"En dan zult u meteen een opa zijn."
"Ja, en dan zal ik verdorie al vijfenvijftig zijn."
"En dan zult u dus ook precies de goede leeftijd hebben om opa te worden."
Zij had inmiddels al genoeg gegeten en draaide zich een kwartslag om even behaaglijk tegen de muur te kunnen leunen.
"Wat vindt u van mijn kousen, paps?", vroeg zij, terwijl zij haar lange benen even strekte, "Het is vandaag een hele speciale dag voor mij, want het is voor het eerst, dat ik nylons draag."
"Ze zijn mooi, lieverd", antwoordde hij lachend.
"Het was wel een heel gedoe met die malle jarretelles. Mijn dijen zijn eigenlijk een beetje te dik, en ik kon de jarretelles maar moeilijk aan de kousen vastmaken, maar nu ik ze aan heb, vind ik ze toch wel mooi. Ik voel mij er ook wel wat vrouwelijker door."
"Ben je niet bang, dat je alle jongens van de buurt achter je aan krijgt als je die dingen dagelijks gaat dragen?"
"Dat moet dan maar. Mijn baas wil, dat ik ze ga dragen, dus..."
"Oei, wat klinkt dat raar!"
"Wat klinkt raar?"
"Dat 'baas'!"
"Waarom klinkt dat raar?"
"'Mijn baas' klinkt al een beetje als 'mijn man'."
"U bent gek, paps!"
"Nee, lieverd, dat ben ik niet. Het is echt een beetje raar om de woorden 'mijn baas' uit de mond van mijn lieve, kleine meid te moeten horen."
"Goed, paps! Ik zal het niet meer zeggen, hoor!"
"Fijn, lieverd!"
Ze bleven een poosje zwijgen. Conny keek een beetje lodderig voor zich uit en haar vader rookte kalmpjes zijn bolknak op. Conny's gedachten varieerden een beetje. Zij dacht aan haar schooltijd, aan haar vriendinnen, aan Fritsje en aan Pieter, een andere buurjongen. Haar gedachten over de veertienjarige Pieter waren niet echt plezierig van aard. Pieter volgde haar de laatste tijd op een nogal hinderlijke manier en begluurde haar regelmatig vanuit zijn slaapkamer. Over dat gedoe met Pieter had zij nog met niemand gesproken, maar misschien was dit ontbijt met haar vader wel de juiste gelegenheid daarvoor.
"Ik heb een probleempje, paps!", zei zij.
"Wat voor een probleempje, lieverd?"
"Ik word de laatste tijd een beetje lastig gevallen door Pieter."
"Die puisterige blaag van de overkant?", vroeg hij, een beetje rood wordend.
"Ja, hij is de laatste weken heel opdringerig. Ik heb hem al een paar keer een gigantische knal voor zijn harses gegeven, maar dat helpt dus niet. Hij blijft mij volgen en begluren."
"Je moeder en ik hebben het al gemerkt, lieverd. We hebben hem regelmatig naar je zien gluren, als we met zijn drietjes in de tuin zaten, maar we wilden er niet zelf over beginnen."
"Moeten we er wat aan gaan doen?"
"Ik ga straks wel even met zijn vader praten. Die engerd verdient een gigantisch pak op zijn lazer van zijn vader en ik ga er voor zorgen, dat hij dat krijgt. Zijn vader is namelijk de enige, naar wie hij luistert."
Conny weifelde even. Tot voor kort had zij met Pieter net zo'n goede band gehad als met Fritsje en het idee, dat hij straks om haar zou worden afgeranseld, stond haar niet echt aan.
"Zullen we het nog een weekje aanzien?", begon zij aarzelend, "Hij is eigenlijk ook wel een beetje zielig, vind ik."
"Je bent te goed voor deze wereld, lieverd! Het is echt veel beter om het nu wel tegen zijn vader te zeggen."
"Ik weet het niet, paps! Ik heb er toch geen goed gevoel over."
"Goed, lieverd. Als je het echt wilt, kunnen we nog wel een weekje wachten. Mits je mij belooft, dat je mij volgende week op deze tijd eerlijk vertelt, hoe de zaken er voor staan."
"Dat zal ik doen, paps! En als hij mij de komende week blijft lastig vallen, dan mag u volgende week zondag zijn vader op hem afsturen."
"O, en dat zal ik ook zeker doen. En ik zal er dan ook bijstaan als hij die griezel te grazen neemt."
"Afgesproken!"
Conny trok de zoom van haar jurkje wat omhoog om iets aan een knellende jarretelle te doen en zij deed dat met een luchtig gemoed. Zij was namelijk erg in haar nopjes over de afspraak met haar vader. Helaas voor haar zou aan het einde van dezelfde week al blijken, dat zij met het bedingen van dat weekje uitstel een fatale vergissing had gemaakt, waarvan zij de rest van haar leven spijt zou hebben.

BERT HARBERTS


Terug


Amsterdam, 21 februari 2007. © Bert Harberts