ONTVLECHTING

Trudy draaide de kranen van de douche dicht en begon zich met een grote, blauwe handdoek af te drogen. Zij genoot ervan, want zij was op haar vijfenveertigste nog steeds tamelijk verliefd op haar eigen lichaam. Ditmaal werd zij echter van haar aangename bezigheden afgeleid. Buiten de douchecel weerklonk namelijk een luid genies. Het klonk haar vertrouwd in de oren. Haar man Dennis was sinds gisteren snipverkouden en had de voorbije nacht op de divan in de, naast de douchecel gelegen eetkamer geslapen.
Zij stapte verkwikt de douchecel uit en liep met de natte handdoek in haar hand naar haar man toe. Hij had de dekens even van zich afgeworpen en hij lag geheel gekleed op de divan uitgestrekt. Hij droeg een stokoude, blauwe trui, een oude spijkerbroek, twee, witte tennissokken, waarin een paar gaten zaten en rond zijn hals zat een goor, wit sjaaltje. Om het ietwat vieze plaatje compleet te maken, rook hij ook behoorlijk naar zweet, maar ook dat deerde haar niet in het minst. De aanblik van haar rijzige, mollige lichaam had een vrolijke grijns op zijn gezicht teweeggebracht en die grijns vleide haar in hevige mate.
"Hoe is nou met je?", vroeg zij.
"Ik voel mij nog steeds tamelijk beroerd!", antwoordde hij, op montere toon, "Maar nu ik die heerlijke, sappige vetkussentjes van jou weer zie, gaat het toch wel een beetje beter met mij."
"Had je het dan niet fijner gevonden als je vannacht bij mij had geslapen?"
"Maar natuurlijk, lief, snoezig vetkwabje van mij! Maar dan had ik je subiet aangestoken."
Hij sloot dat antwoord met een ferme niesbui af, maar de erotiserende uitwerking van die voorlaatste opmerking werd daardoor zeker niet verzwakt.
"Ha, ik heb ineens heel veel zin om weer eens lekker over je heen te gaan", zei zij, op een levenslustig toontje, dat ook wel iets lugubers had.
"Als je dat maar laat!", zei hij, hoorbaar geschokt.
"Ach, meen je dat nou?", klonk het zoetsappig.
"Ja, dat meen ik! Laat mij met rust!"
"Dus ik mag je echt niet even een lekkere beurt geven?"
"Nee! Maar je mag mij wel een lekker ontbijt geven!"
"Goed, hoor!"
"En daarna moet je met je begerige tengels van mij afblijven en mij een rustig tukje laten doen!"
"Wat saai!"
"Niks saai! Ik ben hartstikke ziek en nu moet jij mij verplegen."
"Mag ik mij eerst even aankleden?"
"Alleen als je dat leuke, geile verpleegstersuniform aandoet."
Zij deed er grinnikend het zwijgen toe en liep naar de huiskamer om zich aan te kleden. Zij pakte een schoon slipje en een schone beha uit de linnenkast, trok ze aan en dacht even over de rest van haar kleding na. Daar hoefde zij eigenlijk niet zo lang over na te denken. Zij en Dennis zouden vandaag vanzelfsprekend thuis blijven, dus kon zij volstaan met het korte, lichtbruine jurkje, dat zij gisteren ook al had gedragen.
Toen zij het jurkje had aangetrokken, liep zij op blote voeten naar de keuken. Zij vulde een fluitketel met water en zette hem op hun stokoude gasstel. Op dat moment hoorde zij wat gestommel uit de eetkamer komen. Dennis had zich van de divan verheven en een paar seconden later hoorde zij, hoe hij de douchekranen opendraaide.
"Zal ik je even je schone ondergoed aangeven?", vroeg zij.
"Dat is buitengemeen lief van je."
Zij liep weer naar de linnenkast en graaide lukraak wat ondergoed uit de kast. Zowel het T-shirt als het slipje was ongestreken; zij gebruikte haar strijkbout namelijk alleen voor haar eigen kleren. Dennis had daar geen enkel probleem mee. Hij wist, dat zij een gruwelijke hekel aan dat soort huishoudelijke klusjes had en hij was zeer zorgeloos, om niet te zeggen onverschillig, waar het zijn kleren betrof. Zij drentelde onderwijl naar de douchecel, opende de deur en gaf hem zijn ondergoed aan.
"Hier, imbeciel!", riep zij joviaal, "Pak aan!"
"Dank je, licht van mijn leven!"
"Mag ik je zometeen afdrogen?", vroeg zij, terwijl zij met een onmiskenbare gretigheid haar ogen over zijn veel te slanke lichaam liet glijden.
"Nee, je bent veels te hardhandig de laatste tijd."
Die beschuldiging raakte kant noch wal, maar haar reactie daarop was zowel gelijkmoedig als vergevingsgezind:
"Goed, lieverd! Als je klaar bent met douchen, zal de tafel gedekt zijn."
"Je bent geweldig!"
Zij liep glimlachend terug naar de keuken om koffie te zetten en begon daarna inderdaad de tafel te dekken. Dennis had onderwijl de douchecel verlaten en was zich aan het aankleden. Hij was daarmee klaar, toen zij met twee espresso's de eetkamer binnenliep. Hij zat al aan tafel; op zijn schoot lag een met 'Dampo'-zalf besmeerde handdoek, waarin hij de komende uren zijn neus zou snuiten. Zij had een hevige afkeer van die gewoonte, maar hij zwoer erbij. De 'Dampo' had volgens hem 'een weldadige invloed op zijn ontstoken slijmvliezen'. Hij had overigens wel begrip voor haar weerzin tegen deze eigenaardigheid van hem en had om die reden een tweetal oude handdoeken met zijn initialen gemerkt, zodat zij ze niet hoefde te gebruiken. Het douchen had hem zichtbaar goed gedaan. Hij zag er wat minder koortsig uit dan daarnet en zijn humeur was er zo mogelijk nog beter door geworden.
"Wat zie je er weer fantastisch uit, vandaag!", zei hij, terwijl hij een speels tikje op haar forse billen gaf.
Daar reageerde zij niet op. Zij zette de mokken op de tafel neer en ging naast hem zitten. Ze kregen al snel gezelschap: hun kat Tum Tum ging als altijd tussen hen in zitten en wachtte rustig af, of een van de beide echtelieden genegen was om iets van het eten met hem te delen. Trudy was zeer aan het beest gehecht. Ze hadden hem iets meer dan een jaar geleden, een dag na de dood van hun vorige kat, de negentienjarige Miepie, uit het asiel gehaald en de aanhankelijke en beminnelijke kater had zich vrijwel meteen als het mannelijk evenbeeld van die betreurde Miepie ontpopt.
Trudy boog zich naar hem over en aaide hem weer over zijn kop. De kater ging onmiddellijk op zijn zij liggen en begon oorverdovend te spinnen.
"Begin jij Miepie ook al een beetje te vergeten?", vroeg zij.
"Ja", antwoordde hij, na enig nadenken, "Raar, hè?"
"Nee, dat is helemaal niet raar. Dat hebben we helemaal aan Tum Tum te danken en ook aan jou, natuurlijk! Als jij vorig jaar een loeder van een kat uit het asiel had gehaald, waren we nu nog niet over Miepies dood heen geweest."
"Ja, ik heb toen een goede keus gemaakt, hè?"
"Ja, lieverd! Dat heb je!"
Dennis nieste nogal luid in zijn handdoek, waardoor Tum Tum ineens hard wegliep en Trudy hem een wat misprijzende blik toewierp.
"Je bent nog steeds ziek, hè?", vroeg zij.
"Ach, het valt wel mee. Als ik een paar dagen binnen blijf en mijzelf een beetje ontzie, zal het heus wel weer gaan, hoor."
"Wel, dan blijf ik vandaag en morgen gezellig de hele dag bij je."
"Fijn! Hebben we eigenlijk nog genoeg boodschappen in huis?"
"Ja, hoor! De koelkast zit stampvol met allerlei lekkernijen. Je zult echt niets tekort komen."
"Ach, wat zou ik zonder jou toch moeten doen?"
"Niets! Je bent volkomen afhankelijk van mij!"
"Ik weet het, mijn lief, ik weet het."
Zij kon aan hem zien, dat hij bloedserieus was en dat ontroerde haar. Zij was zich daarbij ook wel degelijk van haar bevoorrechte positie bewust. Toen haar moeder vijfenveertig was, was zij al zes jaar weduwe en was zij tegen wil en dank in een moeizame, lesbische relatie verwikkeld geraakt. Nu zij zelf vijfenveertig was, kon zij op vierentwintig puntgave huwelijksjaren terugzien en konden de vooruitzichten voor de komende vierentwintig jaar niet anders dan hoopvol worden genoemd. Zij en Dennis hadden ondubbelzinnig en onvoorwaardelijk voor elkaar gekozen en gelet op hun evenwichtige, rechtlijnige karakters zou alleen een onvoorzien overlijden van een van hen een gelukkige voortzetting van hun huwelijk in de weg kunnen staan.
Zij besmeerde nog een boterham met boter en hagelslag, begon weer te eten en dacht na over wat zij deze dag zou gaan doen. Straks zou haar moeder nog even op de koffie komen, maar daarna zou zij de hele dag voor zichzelf hebben. Zij hoefde niet lang over haar komende tijdpassering na te denken: zij was gisteren aan het laatste deel van 'Het Bureau' van Voskuil begonnen en dat zou zij de komende dagen op haar gemak gaan uitlezen.
"Hoe laat komt je moeder?", vroeg hij.
"Zometeen, lieverd."
"Neemt zij nog wat lekkers mee?"
Zij schoot in de lach. De vraag was een parafrase van een van de stopwoorden van zijn reeds lang overleden vader en zij vond het heel leuk om dat stopwoord nu eens met haar moeder geassocieerd te zien.
"Ik weet het niet, liefje!", antwoordde zij, "We kunnen haar natuurlijk even bellen en haar vragen, of zij drie moorkoppen mee wil nemen."
"Jaaaah!", riep hij uitgelaten, "Bel haar maar meteen op!"
"Ik peins er niet over! Zij komt bij ons op visite, dus als er iemand moorkoppen moet gaan halen, ben ik dat."
"Nee, dat wil ik niet."
"Waarom niet?"
"Ik wil niet, dat je alleen over straat gaat."
"Ben je nou nog steeds bang, dat ik ontvoerd, verkracht en vermoord zal worden als ik alleen over straat ga?"
"Ja, je bent nog steeds veels te mooi en veels te sexy om alleen over straat te lopen."
"Je bent gek! Ik ben een oud lijk van vijfenveertig."
"Ja, dat kan wel zo wezen, maar je ziet er nog steeds uit als een lekker wijf van tweeëndertig."
"Dank je, lieverd!", zei zij voldaan, "Maar dat straatverbod, dat je mij nu oplegt, betekent wel, dat je naar je moorkop kunt fluiten."
"Wel, dan zal ik mijn tanden maar in jouw sappige vlees gaan zetten."
"Hee! Wat ben jij van plan?"
Hij gleed van zijn stoel af, knielde naast haar neer en beet haar zonder mededogen in haar mooie bovendij. In normale omstandigheden had zij hem daarvoor een flinke oorvijg gegeven, maar die liet zij nu maar even achterwege.
"Waar heb ik dat nou weer aan verdiend?", vroeg zij grinnikend.
"Dat is je straf! Omdat je er zo lekker uitziet en omdat ik nog steeds van je af moet blijven."
"Nou, zeg! Daar kon ik toch ook niets aan doen?"
"Jawel! Onder de huidige omstandigheden had je toch op zijn minst een wijde, slobberige broek kunnen aantrekken in plaats van zo'n mooi, sexy jurkje."
"Waarom?"
"Omdat ik dan geen last van opspelende hormonen zou hebben gekregen als je straks aan tafel dat laatste deel van die malle Voskuil gaat uitlezen."
"Waarom zul jij dan last van opspelende hormonen krijgen?"
"Omdat ik dan vanaf de divan voortdurend naar je goddelijke benen ga liggen gluren."
"Je meent het!", zei zij, opnieuw grinnikend.
"Ja, ik meen het, hypocriet loeder dat je bent!"
"Maar je hoeft toch helemaal niet naar mijn benen te gluren?"
"Nee, dat is waar! Maar zou je het dan prettig vinden als ik dat inderdaad maar een keer naliet?"
"Nee, natuurlijk niet! Ik zou mij hevig beledigd voelen en ik zou denken, dat je niet meer van mij hield en hevig verliefd op een ander zou zijn."
"Precies! Ik ben dus wel verplicht om zometeen naar je benen te gluren en daarom hadden we die tafel dus nooit hier moeten zetten. Toen mijn bureau nog op deze plek stond, had ik dit soort problemen niet."
"Je weet heel goed, waarom we je bureau naar de slaapkamer hebben verplaatst. Nu we eindelijk weer eens een fatsoenlijke eettafel en een fatsoenlijke eetkamer hebben, kunnen we eindelijk weer eens mensen te eten vragen."
"Ja, maar ik wil helemaal geen mensen te eten vragen!"
"En je zegt zelf heel vaak, dat we veel te veel op onszelf zijn!"
"Ja, dat zijn we natuurlijk ook, maar dat wil nog niet zeggen, dat we daar iets aan moeten doen."
"Tja, voor mij hoeft het eigenlijk ook niet!", zei zij grinnikend, "Zolang ik jou nog op tilt kan laten slaan door simpelweg aan tafel een boek te gaan zitten lezen, kan dat bezoek van wie dan ook mij eigenlijk wel gestolen worden."
"Je mag niet spotten met andermans verslaving, lief seksslavinnetje van mij! En zeker niet als je zelf het object van die verslaving bent."
"Subject."
"O, jee! Gaan we ineens de taalpurist uithangen?"
"Helemaal niet, smerige seksist die je bent! Ik ben een persoon en geen object."
"Vannacht was je anders wel een object", zei hij, met een hele broeierige blik in zijn ogen.
"O, ja? Dat staat je mooi! Meneer slaapt één nachtje alleen en hij heeft meteen een natte droom over mij."
"Ik had helemaal geen natte droom! Ik droomde alleen maar, dat ik zomaar ineens aan het beeldhouwen was geslagen en dat ik een prachtig beeld van je aan het maken was."
"Een naakt, neem ik aan?"
"Nou, en wat dan nog? Je hebt al tientallen keer naakt voor mij geposeerd als ik je aan het tekenen was."
"Precies! En die tekensessies liepen meestal op een wilde vrijpartij uit, dus het is helemaal niet zo gek als ik je vraag, of je vannacht een natte droom hebt gehad."
"Vlieg op met je natte dromen!"
"Je doet net alsof je je daarvoor zou moeten schamen", zei zij, op een heel zoetsappig toontje.
Daar reageerde hij niet meer op. Hij slaakte een diepe zucht en vlijde zijn hoofd op haar bovendijen neer. Zijn lange haren vielen daarbij naar voren, waardoor het net leek,of er een groot, pluizig beest op haar benen lag.
"Waar is dit goed voor?", vroeg zij grijnzend.
"Ik ben moe van het praten!", antwoordde hij, terwijl hij zijn hoofd opzij draaide en haar even aankeek, "Ik wil effe relaxen."
"Goed, liefje! Rust dan maar even lekker uit."
"Goed."
Na een halve minuut was hij weer in slaap gesukkeld. Het vertederde haar en zij streelde hem even over het haar. Hier en daar begon hij al aardig grijs te worden. Het gaf haar een wat weemoedig gevoel; ze waren nu toch echt van middelbare leeftijd. Dennis had nog het meest tegen deze levensperiode opgezien, maar nu de bijl daadwerkelijk voor hen was gevallen, ging hij er veel luchtiger mee om dan zij. Zij vond dat ook niet zo vreemd. Het ouder worden verliep voor mannen nu eenmaal wat plezieriger dan voor vrouwen. Bovendien zou zij over een jaar of vier in de overgang zitten en dat was nou niet bepaald een vooruitzicht om je op te verheugen. Toch had zij wel het gevoel, dat zij redelijk makkelijk door die periode zou gaan heen rollen. Ze leidden namelijk een heel relaxed leventje. Ze hoefden al sinds jaren niet meer te werken, omdat ze meervoudig miljonair waren, en ze hadden dus mogelijkheden te over om afleiding en vertier te zoeken.
Die afleiding en dat vertier zouden ze vooral in het buitenland gaan zoeken. In de komende zes, zeven jaar vormde Tum Tum nog een handenbindertje voor hen, maar als hij eenmaal dood zou zijn, zouden ze de rest van hun leven reizend gaan doorbrengen. Tijdens de winters zouden ze in Italië gaan verblijven, tijdens de zomers in Noorwegen en Denemarken en daartussendoor zouden ze regelmatig naar Tsjechië, Engeland en Zwitserland gaan. Al die landen hadden in het verleden hun hart gestolen en zij wilde er dolgraag voor korte, of langere tijd naar terugkeren.
Maar Tum Tum was natuurlijk niet de enige factor, die hen aan Nederland bond. Haar moeder en de drie oudere broers van Dennis waren heel belangrijk voor hen en verder hadden ze, behalve dit Noordamsterdamse huurhuis, nog een flat en een landhuisje in Heemskerk tot hun beschikking. Ze waren het eigendom van haar moeder en ze kwamen er redelijk vaak, het vaakst nog in het landhuisje, dat in het buurtschap Noorddorp stond, maar zij was vast van plan om die huizen na de dood van haar moeder onmiddellijk te verkopen. Zij hechtte niet zo aan bezit. Zij vond het heerlijk om meer dan zesentwintig miljoen gulden op de bank te hebben; het streven om dure en luxe dingen voor dat geld te kopen ontbrak echter vrijwel geheel bij haar.
Hun kapitaal was in de afgelopen jaren ook alleen maar gegroeid. Om die reden vond zij het tamelijk belachelijk, dat Dennis nog steeds als freelance-journalist werkte. Hij had drie jaar geleden vier miljoen gulden uit de erfenis van haar grootmoeder gekregen, maar hij schreef nog steeds elke week een column voor Het Parool en maakte met een grote regelmaat ook nog grote interviews en achtergrondverhalen voor die krant. Ook die verbintenis beperkte hen dus nog in hun drang naar een reislustiger leventje en dat irriteerde haar soms in hevige mate.
"Moet je vandaag eigenlijk geen column schrijven?", vroeg zij.
"Nee, ik heb nog een reservecolumn liggen."
"Zou je er niet eens mee stoppen, jochie?"
"Ach, wat zal ik ervan zeggen?"
"Zou je het niet prettig vinden om helemaal geen verplichtingen meer te hebben?"
"Ja, dat wel. Maar..."
"Maar wat?"
"Ik ben nog steeds heel erg gehecht aan de krant."
"Waarom dan?"
"Het is gewoon heel fijn en vererend om voor een krant te mogen werken, die kanjers als Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Peter van Straaten heeft voortgebracht. En dan heb ik het nog niet eens over coryfeeën als W.F. Hermans, Gerard Reve, Hella Haasse en Ischa Meijer, die ook voor het Parool hebben geschreven."
"O, jee! Gaan we weer eens op de sentimentele toer?"
"Nou, zeg! Je vraagt om de reden naar mijn verknochtheid aan de krant en als ik je die vertel, ben ik ineens sentimenteel."
"Sorry, lieverd! Je hebt gelijk!"
Ze zwegen even en Dennis leek weer in een sluimer weg te zakken. Op dat moment ging echter de huisbel en was hij ineens klaarwakker.
"Is dat het oude paard?", vroeg hij, doelend op zijn schoonmoeder.
"Ik denk het, lieverd."
"Zou je dan niet open doen?"
"Goed, lieverd."
Zij stond op, liep naar de gang, daalde de trap af, omdat de deur nog op het nachtslot zat, zag door het deurraampje al, dat het niet haar moeder, maar een postbode was, en opende de deur.
"Goedemorgen, mevrouw!", zei de jonge, blonde postbode, "Ik heb een aangetekende brief voor ene D.J. Harberts."
"Dat is mijn man, maar die is ziek."
"U mag zelf ook tekenen, hoor."
"O, prima!"
Zij zette haar handtekening op het ontvangstbewijs, dat de postbode haar voorhield, nam de brief in ontvangst en sloot na het vertrek van de postbode de deur. Zij zag tot haar grote verbazing dat de brief van Het Parool afkomstig was. Even overwoog zij om de brief maar te openen, maar zij vond dat uiteindelijk toch iets te ver gaan. Dus liep zij snel de trap op en beende zij daarna met dezelfde snelheid naar de huiskamer, waar zij de brief onmiddellijk aan de geadresseerde overhandigde.
"Hij is voor jou", zei zij, ietwat ten overvloede.
"Dank je!"
Hij keek naar de afzender, opende de brief, las hem vluchtig door, knikte even en deed de brief vervolgens weer in de envelop.
"En...", zei zij.
"Je gebed is verhoord!"
"Wat bedoel je?"
"Mijn contract als columnist wordt niet verlengd", antwoordde hij, ineens heel zakelijk, "Ze willen per 1 januari stoppen met mijn column, maar willen op freelancebasis nog wel interviews en achtergrondverhalen van mij blijven afnemen."
"En wil je die blijven leveren?"
"Nee, die kunnen ze nu ook in hun reet steken", antwoordde hij grinnikend.
"Ben je erg boos?"
"Ach, welnee! Het was leuk om af en toe nog wat te doen te hebben, maar als ze toch moeten gaan bezuinigen - en dat moeten ze - dan kunnen ze er beter iemand uitgooien, die goed in zijn slappe was zit. Ze hebben dus groot gelijk."
"En wat ga je na 1 januari doen?"
"Niets! Vanaf 1 januari ben ik officieel werkloos."
"Je wilt dus echt niets meer voor Het Parool doen?"
"Nee, dat lijkt mij beter van niet. Dat freelance-verhaal is volgens mij ook een aflopende zaak, dus ik kan er beter maar meteen mee stoppen. Bovendien loopt er genoeg talent op de redactie rond en die jongens en meisjes zijn natuurlijk ook een stuk goedkoper dan ik."
"Gaat het je niet aan het hart?"
"Ja, natuurlijk gaat het mij aan het hart! Mijn vader is vanaf 1945 tot zijn dood in 1977 altijd abonnee van die krant geweest en ik heb vanaf 1977 voor die krant gewerkt, dus het is echt wel een deel van mijn leven geworden. Maar het is echt veel beter zo. Voor hen en voor mij. Zij hebben met Theodor Holman en Emma Brunt al twee hele goede columnisten in huis en voor mij was het dus echt niet meer dan een leuke bijverdienste."
"Maar wil je dan helemaal stoppen met schrijven?"
"Waarschijnlijk wel. Ik wil vanaf 1 januari eigenlijk alleen nog maar gaan rentenieren. Mijn columnistenperiode is een leuke overgangsperiode geweest, waarin ik van het werken heb kunnen afkicken, maar nu moet ik dus de volgende stap gaan zetten. Vanaf nu wil ik mijn dagen alleen nog maar in ledigheid slijten en het lijkt mij echt heerlijk om binnenkort op ons Durgerdams terrasje te kunnen zitten, zonder dat ik over het onderwerp voor een column hoef na te denken. Daar verheug ik mij dus zeer op."
"Dat is mooi, lieverd."
Er wordt opnieuw gebeld en ditmaal bleek het wel Trudy's moeder te zijn, een grijzende, mollige dame van zeventig, die Conny heette. Zij droeg een lange winterjas, een gedistingeerd, zwarte jurk en donkerbruine nylonkousen; haar kleine voeten waren in zwarte lakschoenen gehuld.
"Dag, mam!", zei Trudy, toen zij haar moeder de trap zag bestijgen.
"Dag, kindje! Alles goed met jullie?"
"Met mij wel, maar Dennis is weer een beetje verkouden."
"Ach, jee! Wat is het toch een zwak poppetje!"
Na de welkomstkussen met haar dochter te hebben uitgewisseld, ging Conny eerst even bij de zieke kijken. Die lag inmiddels weer op de divan te soezen, met de handdoek over zijn buik uitgespreid. Daarna verdween Conny naar de huiskamer en liep Trudy de keuken weer binnen, waar zij voor de tweede maal de fluitketel met water vulde en op het gas zette. Vervolgens ruimde zij de tafel in de eetkamer af en begon zij neuriënd aan de afwas. Het duurde niet lang, voordat Conny in de deuropening van de keuken verscheen.
"Sinds wanneer doe jij de afwas in dit huishouden?", vroeg zij liefjes.
"Sinds mijn lieve dienstknechtje zo verkouden is", antwoordde Trudy grinnikend.
"Het valt mij mee, dat je niet van die enge, plastic handschoenen draagt."
"Ach, voor één keertje kan het wel zonder handschoenen!", zei Trudy, welgemoed de theedoek ter hand nemend.
"Tja, daar moeten zelfs die lieve, poezelige handjes van jou wel tegen kunnen."
"Wat een zure opmerkingen maakt u vandaag, mam!"
"Dat is waar, liefje. Vergeef het mij maar!"
"Is er iets met u?"
"Neuh..."
"Echt niet?"
"Nee, schatje, echt niet!", antwoordde Conny lachend, "Er is echt niets aan de hand met mij. Ik ben de laatste tijd alleen maar een beetje jaloers op je."
"Jaloers?"
"Ja, het klinkt heel naar, en ook heel absurd, maar het is echt zo! Ik vind het natuurlijk heerlijk, dat je zo'n fantastisch huwelijk hebt en dat je zo gelukkig bent en er nog zo jong uitziet, maar diep in mij hart ben ik best wel jaloers op dat heerlijke, gezapige leventje van jou."
"Echt waar, mam?"
"Ja, lieverd! Je hebt in je leven veel betere keuzes gemaakt dan ik en het meest verbijsterende daaraan is, dat je dat op je negende al hebt aangekondigd."
"Op die zonnige vrijdagmiddag in Zwolle?"
"Ja, toen wist je al zeker, dat je later Dennis zou ontmoeten. Toen wist je al zeker, dat je vreselijk gelukkig met hem zou worden en dat je hem helemaal naar je hand zou gaan zetten. Toen wist je al zeker, dat jullie samen vele reizen zouden gaan maken."
"Hm, alleen dat laatste is er de laatste jaren niet meer van gekomen, hè?"
"Ja, en daarover wil ik dus nu met je gaan praten."
"Nu meteen?"
"Nee, schenk eerst maar even de koffie in."
"Goed, mam."
"Och, wat is het toch heerlijk om zo'n dociele dochter te hebben."
Trudy schonk de kopjes vol en een minuutje later zaten de beide dames tegenover elkaar, diep weggezakt in de twee zwarte, leren fauteuils. Moeder en dochter dronken aanvankelijk zwijgend van hun koffie; uiteindelijk was het Trudy, die dat stilzwijgen verbrak:
"Zo, wat heeft u op uw hart?"
"Ik wil de huizen in Heemskerk gaan verkopen!", was het prompte antwoord.
"Hè?"
"Kijk maar niet zo verbaasd! Jij was degene, die mij vorig jaar aanraadde om die huizen van de hand te doen en ik vind nu, dat je toen gelijk hebt gehad."
"Waarom bent u ineens van gedachten veranderd?"
"In de eerste plaats vind ik, dat het voor jullie beter is en in de tweede plaats heb ik zelf ook wel plannetjes met het geld, dat ik ermee hoop te verdienen."
"Zou u wat duidelijker kunnen zijn?"
"Goed, liefje! Om te beginnen vind ik het dus te gek voor woorden, dat jullie regelmatig in die stomme huizen in Heemskerk zitten en dat jullie daardoor, en zeker na de dood van die vorige kat van jullie, niet veel meer zijn gaan reizen."
"O, maar dat kwam..."
"Omdat jullie zo stom waren om opnieuw een lieve, aandoenlijke kat in huis te halen, die nog een beetje aan jullie moest wennen. Ja, dat verhaal ken ik! Maar ik heb gemerkt, hoe heerlijk jullie het vonden om twee maanden geleden een paar dagen naar Duitsland te kunnen reizen en ik weet maar al te goed, dat met name jij weer dolgraag op reis wilt gaan. Dat is dus de belangrijkste reden voor mij om die huizen in de verkoop te gooien."
"U heeft groot gelijk, mam!", riep Trudy schaterend, "Ik vind het een fantastisch plan, maar ik ben wel een beetje bang voor de reactie van Dennis. Die flat interesseert hem niet zo, maar hij is gek op dat landhuisje."
"Wel, dat is dan jammer voor hem! Ik ga die huizen verkopen en daarmee basta! Hij is absoluut de liefste schoonzoon, die een moeder zich kan voorstellen, maar in dit geval laat ik dus echt het belang van mijn dochter prevaleren."
"U heeft groot gelijk, oud paard!", zei Dennis.
De zieke kwam met zijn onafscheidelijke handdoek in de rechterhand de kamer binnensjokken, knikte in het voorbijgaan zijn schoonmoeder vriendelijk toe en ging tussen de beide dames op de vloer zitten.
"Heb je alles gehoord, wat ik heb gezegd?", vroeg Conny aarzelend.
"Van de eerste tot de laatste syllabe, oud paard! En ik vind dus, dat u groot gelijk hebt. Verkoop die krotten en ga van het geld, dat ze zullen gaan opbrengen, maar lekker aan de zwier."
"Dus je vindt het niet erg?"
"Nee, ik ben, wat dit aangaat, net als Trudy. Ik hecht alleen maar aan geld en niet aan bezit. En ik begon die huizen ook wel een beetje als een loden last te beschouwen."
"Om van de huur van vierhonderd gulden per maand nog maar te zwijgen!", vulde Trudy treiterend aan.
"Precies! En ik vond het ook wel een beetje vermoeiend worden om steeds maar weer drie huizen te moeten schoonmaken."
"O, wat ben jij toch een vreselijke engerd!"
"Ik ben helemaal geen engerd! Ik spreek alleen maar de waarheid. Dus mijn zegen heeft u, oud paard! Verkoop die huizen en tel uit uw winst."
"Wat gaat u eigenlijk met dat geld doen, mam?", vroeg Trudy.
"Dat ga ik lekker helemaal opmaken."
"Heel goed!", bromde Dennis, "U moet vooral niets aan ons nalaten. Wij hebben al meer dan genoeg pegels."
"Ik zal mijn best doen, jongen!"
"Denkt u echt, dat u het geld voor uw dood op zal krijgen?", vroeg Trudy lachend, "Ik schat, dat u toch minstens drie miljoen gulden voor die huizen gaat vangen."
"O, jawel! Want in die periodes, waarin ik niet op die domme Tum Tum van jullie hoef te passen, ga ik zelf de bloemetjes buiten zetten."
"Veel uitgaan? Veel eten? Veel drinken?"
"Ja, en veel seks, natuurlijk!"
"Oh?"
"Ja, ik heb mij heilig voorgenomen om vanaf morgen op elke zondag een mooie, jonge vent in te huren."
"Mam!", riep Trudy, een tikje onzeker, "Schaam u!"
"O, nee! Daar schaam ik mij helemaal niet voor! Ik wil weer eens weten, hoe het is om met een leuke vent te vrijen. En als het even kan met een leuke vent, die een stuk jonger is dan ik."
Trudy keek haar moeder verbijsterd aan. Het was eindelijk tot haar doorgedrongen, dat Conny zeer serieus was en zij wist vooralsnog niet, hoe zij met dit pikante nieuwtje om moest gaan. Haar man redde, zoals zo vaak, de situatie voor haar.
"Heel goed, oud paard!", bromde hij, "Dat had u allang een keer moeten doen! Maar als ik u was, zou ik dan wel een mooi en duur hotel opzoeken. Als u voor en na de daad van alle gemakken bent voorzien, zal het volgens mij veel prettiger voor u zijn."
"Dat is een uitstekend idee, Dennis! Je kunt zo'n ventje natuurlijk ook thuis ontvangen, maar zo'n tête à tête in een leuk hotel is natuurlijk veel leuker."
"Precies, en als u een lekker, sappig, jong bokje vindt, dat u in hoge mate bevalt, moet u maar een abonnement op hem nemen."
"Zou dat kunnen?", vroeg Conny, gierend van het lachen.
"Dat moet u niet aan mij vragen, oud paard! Ik heb daar geen ervaring mee."
"O, maar het valt allicht te proberen."
"Natuurlijk, natuurlijk!"
"Mag ik ook wat zeggen?", vroeg Trudy koeltjes.
"Alleen als je geen saaie burgermanspraatjes gaat zitten verkondigen!", antwoordde Conny grinnikend.
"Mag ik dan wel wat vragen?"
"Ja, kind! Vraag maar!"
"Is dit bedoeld als een wraakactie naar papa toe?"
"Wraakactie? Wraakactie? Ik wil gewoon één keer per week een uurtje lekker neuken en ik vind het, gezien mijn leeftijd, helemaal geen probleem als ik daarvoor moet betalen. Dat is het enige, waar het mij om gaat en van een wraakactie naar je vader toe is geen sprake, hoor!"
"Ook niet onbewust?"
"Ha!", riep Dennis schaterend, "Gaan we nu ineens op de psychologische toer?"
"Helemaal niet! Ik wil alleen maar..."
"Vind je het dan echt zo verdorven van mij, dat ik dit wil gaan doen?", vroeg Conny.
"Nee, mam!", antwoordde Trudy, na een korte aarzeling, "Ik verwijt u helemaal niks! Ik ben alleen razend benieuwd naar de reden van dit... voornemen."
"Dat is toch heel simpel!", riep Dennis lachend, "Het oude paard wil gewoon op gezette tijden een lekkere vent tot haar beschikking hebben en ik vind het heel verfrissend, dat zij daar op haar leeftijd zo openhartig voor uit komt. En waarom ook niet? Zij kan het zich gemakkelijk veroorloven, dus wat let haar?"
"Dank je, Dennis", riep Conny schaterend, "Je bent weer een echte rots in de branding, vandaag! Maar Trudy heeft natuurlijk wel gelijk. Het is ook wel een beetje een wraakactie naar haar vader toe. Als hij geen zelfmoord had gepleegd en we gewoon samen oud hadden kunnen worden, dan had ik deze behoeften zeker niet gehad. Ik heb echt heel veel van hem gehouden en ik heb heel lang over hem lopen treuren, maar nu heb ik dus iets van..."
"Fuck you!", vulde Dennis behulpzaam aan.
"Precies!"
De laatste zinnen van haar moeders betoog ontroerden Trudy meer dan haar lief was en zij liet meteen alle reserves varen:
"U heeft inderdaad groot gelijk, mam!"
"Heb ik je overtuigd?"
"Helemaal!"
"En je vindt het dus ook niet erg, dat ik jullie Heemskerkse stulpjes ga verbrassen?"
"Nee, koop er maar een lekker, jong ventje voor en geef de rest van het geld maar lekker aan hem uit. We zullen uw escapades met veel plezier gaan volgen."
"Willen jullie echt, dat ik jullie van die escapades verslag ga doen?", vroeg Conny lachend.
"Ja, we willen het allemaal in geuren en kleuren horen", bromde Dennis, "Tot en met de sappigste details."
"Ja, precies!" zei Trudy, "Want u moet ons voor het verlies van die Heemskerkse stulpjes natuurlijk wel schadeloos gaan stellen."
"Goed, dat beloof ik jullie!", zei Conny, terwijl zij haar inmiddels leeggedronken koffiemok op de salontafel zette, "Maar dan ga ik nu weg!"
"Waarom?"
"Omdat ik heel rusteloos ben en omdat ik zin heb om te winkelen."
"O, wat leuk! Mag ik met u mee?"
"Nee, dat mag je niet!", antwoordde Conny streng, "Je hebt een zieke man thuis. Je moet bij hem blijven en hem zo goed mogelijk verzorgen."
"Ja, dat vind ik ook", zei Dennis, op een pesterig toontje "Je hebt mij net beloofd, dat je de komende dagen bij mij zult blijven en daar hou ik je dus aan."
"Heel verstandig, Dennis!", zei Conny, "Hou 'r maar een beetje kort! Dat is best wel eens goed voor haar."
"Dat lukt hem toch niet!", zei Trudy, met een gemene grijns, "Daar heb ik hem in de afgelopen dertig jaar veels te goed voor afgericht. En daar..."
Conny brak het betoog van haar dochter af door haar drie kussen op de wangen te geven en even door de toch al warrige haardos van Dennis te woelen. Daarna liep zij met een kordate tred de kamer en het huis uit, haar dochter en schoonzoon in een lichte staat van verwarring achterlatend. Trudy zeeg met een peinzend gezicht op haar stoel neer en Dennis snoot zijn neus nog maar een keertje.
"Hoe denk jij, dat dit zal aflopen?", vroeg zij.
"Goed!", antwoordde hij, "Ik denk, dat zij aan de leukste periode van haar leven gaat beginnen. Het is echt iets voor haar om een heilig huisje omver te schoppen, alsof het helemaal niet bestaat."
"Zij is gek!", zei zij, met een wat dromerige glimlach, "En een hele bijzondere moeder."
"En dat is zij! En zij is inderdaad ook gek, maar wel leuk gek."
"Ik hoop anders wel, dat zij een beetje voorzichtig is!"
"Voor haarzelf? Of voor dat arme, nietsvermoedende ventje, dat binnenkort in haar grijpgrage handen gaat vallen?"
"Voor haarzelf, natuurlijk!"
"O, daar heb ik echt alle vertrouwen in, hoor."
"Ik help het je hopen. Ik ben er toch niet helemaal gerust op."
Zij zweeg even en wierp hem een monsterende blik toe. De pikante onthullingen van haar moeder hadden haar een beetje opgewonden en zij had opnieuw heel veel zin om hem naar hun bed te dirigeren, maar zij besefte al snel, dat zij nog een paar dagen geduld moest hebben. Bovendien was zij er niet helemaal zeker van, of hij de laatste ontwikkelingen wel goed had doorstaan.
"Besef je eigenlijk wel, dat je binnen tien minuten je baan en twee huizen bent kwijtgeraakt?", vroeg zij.
"Ja, dat besef ik wel degelijk!", antwoordde hij, met een vage glimlach, "En ik voel mij daar heel erg gelukkig mee."
"Meen je dat echt?"
"Ja, nu we die huizen kwijt zijn en ik definitief tot een renteniersbestaan ben veroordeeld, kunnen we eindelijk allerlei, leuke reisplannetjes gaan maken."
"Wil je dat echt?", vroeg zij, nu zeer opgetogen.
"Ja, mijn lief! Dat wil ik echt! Vanaf 1 januari zijn we echt vrij, in de meest brede zin van het woord en daar moeten we snel van gaan profiteren. Vanaf 1 januari kunnen we eindelijk gaan doen, wat we al jaren willen doen. Vanaf 1 januari kunnen we Europa van noord naar zuid en van west naar oost gaan doorkruisen en geloof mij nou maar: daar zie ik echt reikhalzend naar uit."
Zij knielde voor hem neer, greep hem bij de handen en gaf hem een kus op het bezwete voorhoofd.
"Je bent echt een geweldig ventje, weet je dat?", zei zij, uit de grond van haar hart.
"Ja, dat weet ik!", zei hij gniffelend.
"Ik denk, dat ik zometeen toch maar dat leuke, geile verpleegsteruniform ga aantrekken."
"Waarom?"
"Om je te belonen, natuurlijk! Omdat ik je echt wil laten genieten als ik zometeen aan de eettafel zit en die malle Voskuil ga uitlezen. En nu ik erover nadenk, vind ik, dat ik zometeen ook wel een paar van die mooie, zwarte fully-fashioned nylons kan gaan aantrekken."
"Dat is goed, liefje. Maar wil je, voor je dat leuke, geile verpleegstersuniform en die die mooie, zwarte fully-fashioned nylons gaat aantrekken, eerst een lekkere groc voor mij klaarmaken?"
"Waarom?", vroeg zij huichelend.
"Omdat ik echt zo snel mogelijk beter wil zijn."
"Ik ga al!"
Zij vloog op, rende naar de keuken en ging onmiddellijk aan de slag.

BERT HARBERTS


Terug


Amsterdam, 13 juli 2003. © Bert Harberts