'S HERTOGENBOSCH

De stoptrein uit Utrecht verliet Geldermalsen en reed verder in de richting van Den Bosch. Over een kwartier zou de trein in Den Bosch aankomen, waar de enige passagiers in het eerste-klassecompartiment, Dennis en Trudy Harberts, de komende nacht zouden verblijven. In dat kwartiertje verdeelde Dennis zijn aandacht tussen het Betuwe-landschap en zijn vrouw. Na het vertrek uit Utrecht Centraal was zij in deel 5 van 'Het Bureau' verdiept geraakt en hij kon haar dus ongestoord bewonderen.
Zij was een knappe en tamelijk mollige blondine van vijfenveertig. Zij droeg een wit bloesje, een zwart plooirokje, donkerbruine nylonkousen en rode schoenen met hoge hakken. De kousen waren van een nogal extravagante soort. Het waren namelijk fully-fashioned nylons, handmatig vervaardigde en peperdure naadnylons met brede kouseboorden en enkele, andere eigenaardigheden, waarvan Trudy zeer gecharmeerd was.
Zij droeg die kousen, omdat zij zometeen in de hotelkamer weer zou gaan poseren voor hem. Hij had inmiddels zo'n honderd, erotische tekeningen van haar gemaakt en sinds hij die tekeningen op zijn website had gezet, had hij er bijzonder veel succes mee gehad. Gisteren had hij zijn nieuwste tekening, een tekening van een vrijwel naakte Trudy op het voeteneind van een Zutphens hotelbed, op de website gezet en vanochtend had hij gezien, dat zijn website de vorige dag 4100 bezoekers had gehad. Een absoluut dagrecord en daarmee was het totale aantal bezoekers van de website in één klap op 21.000 gekomen.
Trudy was er zo mogelijk nog trotser op dan hijzelf en zij was dan ook degene geweest, die vanochtend vroeg een hotelkamer in Den Bosch had besproken. Zij wilde zo snel mogelijk een tweede 'Zutphen'-tekening hebben, maar dan nu een, waarop zij in haar nieuwe, fully-fashioned nylons te zien zou zijn.
"Was het nou echt nodig om die enge, fully-dinges kousen aan te trekken?", vroeg hij, met een wat schaapachtige grijns.
Zij keek op, legde haar boek terzijde en greep hem liefdevol bij de handen.
"Ja, lieverd, dat was echt nodig!", antwoordde zij glimlachend, "Ik wil, dat je zometeen weer een erotisch meesterwerk maakt en dat kan volgens mij alleen maar als ik iets moois en iets spannends aan heb."
"Hm, en waarom moet dat per se in Den Bosch?"
"Nou, gewoon! Je hebt 'Zutphen' op een zondag gemaakt en ik denk, dat de sfeer in Den Bosch op een zondag wel een beetje met de sfeer op een zondag in Zutphen overeenkomt."
"Hm, daar kun je wel eens gelijk in hebben."
"Ja, hè?"
"Maar er is dus wel een verschil met die zondag in Zutphen?"
"Omdat ik nu ongesteld ben?"
"Ja, ditmaal zal het dus echt bij tekenen blijven."
"Ja, dat is wel een beetje jammer, natuurlijk. Misschien zal dat dan toch een andere tekening gaan opleveren."
"Hm, ik denk, dat het alleen maar een betere tekening zal opleveren."
"Denk je?
"Ja, natuurlijk! Het tekenen zal een ware tantaluskwelling gaan worden en dat zal ook echt wel aan de tekening te zien zijn."
"O, kind, wat heerlijk!", zei zij, daarmee een van haar favoriete Voskuil-stopwoorden gebruikend, "Deze tekening zal ons zeker 5000 hits gaan opleveren."
"Ja, dat zou mooi zijn."
Een paar minuten later reed de trein het station van Den Bosch binnen. Ze trokken hun jassen uit, liepen naar de uitgang en stapten in een opperbest humeur uit. Ze hadden een kamer gereserveerd in hotel 'Central' aan de Markt. Ze wisten precies, hoe ze daar moesten komen, maar ze wilden eerst nog even een wandeling door de stad maken. Ze liepen via de monumentale Stationsweg het centrum in en kwamen via de Lepelstraat en de Kruisstraat uiteindelijk in de Postelstraat terecht, een goed geconserveerde straat met vele monumentale huizen en een bescheiden aantal niet-detonerende nieuwbouwwoningen.
Het was vrij stil op straat, op de beierende kerkklokken na. De sfeer deed hem inderdaad aan die 'Zutphense zondag' van een paar maanden geleden denken. Het was vandaag overigens wel een speciale zondag. Het was de eerste zondagochtend van het derde millennium en het was tevens Nieuwjaarsdag en dat was aan de rotzooi op straat goed te merken.
"Hoeveel vuurwerkafstekers zouden zich er vannacht van bewust geweest, dat ze de eerste dag van het derde millennium hebben ingeluid?", vroeg hij.
"Geen een, denk ik. En als Karel van het Reve nog had geleefd en vannacht ook nog een paar Strikers had afgestoken, was het er maar één geweest."
"Nou, zeg! Er zullen toch wel meer van dit soort malloten zoals ik zijn."
"Niet wat dit stokpaardje betreft, lieverd."
"Hm, ik betwijfel het en ik overweeg toch sterk om een vereniging van 2001-fans op te richten."
"Voelt dat derde millennium dan echt zo anders aan?"
"Nee, ik voel mij hoogstens een beetje weemoedig over het voorbije jaar."
"Omdat het zo plezierig was?"
"Ja, en dan vooral door het succes van de website, natuurlijk. 2000 was echt een perfecte afsluiting van de twintigste eeuw en het tweede millennium."
"Fijn, lieverd!"
Ze liepen de Postelstraat helemaal uit en sloegen daarna linksaf de Vughterstraat in. Het was een winkelstraat, maar op dit moment hadden ze de straat voor zich alleen.
"Hoe laat kunnen we in het hotel terecht?", vroeg zij.
"Nu, als we willen."
"Zullen we er dan nu naartoe gaan?" "Hm, laten we nog maar even doorwandelen."
"Waarom?"
"Ik wil nog wel ergens een kop koffie drinken."
"Jezus! Heb ik nou daarvoor van die dure nylons aangetrokken?"
"O, wees maar niet bang! Ik zal ze straks meteen op de gevoelige plaat gaan vastleggen."
"Je gaat mij toch niet vertellen, dat je je polaroidcamera ditmaal niet bent vergeten."
"Dat ga ik je wel vertellen!", antwoordde hij, wijzend op zijn tas, "Ik heb hem wel degelijk meegenomen."
"Ik ben trots op je!"
"Dat mag ook wel een keertje."
"Wat is dat nou weer voor een..."
"Meesmuilende opmerking?"
"Ik wilde eigenlijk iets anders zeggen."
"Als je dat maar laat! We lopen hier door een fatsoenlijk, katholiek provinciestadje."
"Nou, zeg! Den Bosch is al sinds jaar en dag de hoofdstad van Noord-Brabant!"
"Dat is een reden temeer om je fatsoenlijk uit te drukken."
"Jezus! Wat ben jij een ouwe zeurpiet aan het worden!"
"Tja, dat zal de middelbare leeftijd wel zijn."
Ze liepen door naar de Markt, passeerden het stadhuis en doken daarna een piepklein steegje in, dat de pretentieuze naam Ridderstraat droeg. Aan het einde van de Ridderstraat sloegen ze eerst linksaf en daarna liepen ze via Achter het Stadhuis de Verwerstraat in. Dat was een fraaie, tamelijk brede straat en ook hier liet geen mens zich zien.
"Zou het Noordbrabants Museum al open zijn?", vroeg hij.
"Ik weet het niet, liefje. Wil je daar dan heen?"
"Ach, het kan wel weer eens leuk zijn!"
"Daar zijn we 1994 toch ook een keer geweest?"
"Dat kan wel kloppen, ja! Al weet ik niet meer om wat voor tentoonstelling het toen ging."
"Het zal wel iets met landschapskunst zijn geweest."
"Ik denk het ook wel, ja. Ik kan mij er echter niets meer van herinneren."
"Ik ook niet meer! Ik had toen ook iets heel anders aan mijn hoofd."
"Wat dan."
"De dag van dat bezoek aan het Noordbrabants Museum was de dag, waarop ik bijna met de pil ben gestopt."
"Was dat toen?"
"Ja, dat was toen. Ik heb toen echt de hele dag in dubio gestaan."
"En uiteindelijk..."
"Heb ik in de week daarna het stripje toch maar leeggemaakt."
"Ik ben daar nog steeds een beetje flabbergasted over."
"En terecht natuurlijk, want als de weegschaal naar de andere kant was uitgeslagen, hadden we hier nu met een lief, blond, fleurig gekleed meisje van zes gelopen."
"Tja, wat moet ik daar nou op zeggen?"
Hij wist ook werkelijk niet, hoe hij daarop moest reageren. Hij was zich er wel vaaglijk van bewust, dat de gedachte aan dat 'lieve, blonde en fleurig geklede meisje' hem een beetje weemoedig maakte, maar zijn verstand verzette zich tegen dat gevoel. Bovendien wist Trudy hem ook weer meesterlijk van die gedachte af te leiden.
"Kun je even kijken of de naden van mijn kousen recht zitten?", vroeg zij.
"Natuurlijk, kindje!", antwoordde hij hoffelijk.
"Zou je dan even stil willen staan, imbeciel?"
"Okay."
Hij hield zijn pas in en bestudeerde haar gladgekousde kuiten. De naden zaten, zoals hij al vermoedde, onberispelijk recht.
"Ze zitten perfect!", riep hij.
"Mooi! Dan heb ik het vanochtend toch goed gedaan."
Hij liep op een sukkeldrafje weer naar haar toe en Trudy gaf hem glimlachend een arm.
"Was het lastig om die naden recht te krijgen?" vroeg hij.
"Ach, dat viel wel mee. Je moet een beetje opletten als je de kousen ophaalt, dat is eigenlijk alles. Maar dat is juist het leukste aspect van het dragen van naadnylons. Dat je er eindeloos mee kunt frutselen, tot de naden recht zitten, bedoel ik. Ik geniet daar echt elke dag van."
"O, kind, wat heerlijk!"
"Je mag niet met mijn kousenmanie spotten, mispunt! Je beleeft er net zoveel plezier aan als ik."
"Goed, lieverd, ik zal je er niet meer mee plagen."
Ze hadden inmiddels het Noordbrabants Museum bereikt. Het was al geopend, maar Dennis had niet zo veel zin om de kennismaking met het museum te hernieuwen. De huidige expositie ging over de kruideniersfamilie De Gruyter en daar had hij maar weinig affiniteit mee. Hij herinnerde zich nu wel, wat voor tentoonstelling ze in 1994 hadden bezocht.
"Het ging over de 'Verloren idylle van het rivierenlandschap'!", zei hij parmantig.
"Waar heb je het nu weer over?"
"Daar ging die tentoonstelling van zeven jaar geleden over."
"Verrek! Je hebt gelijk! Wat een ijzeren geheugen heb jij toch!"
"Ja, en het was dus inderdaad een tentoonstelling over landschapskunst."
"Wil je deze tentoonstelling ook zien?"
"Nee, natuurlijk niet! Die hele De Gruyter-familie kan mij geen fuck schelen. Sinds ik weet, dat die ellendige voorouders van Albert Heijn het kruidenierszaakje van mijn overgrootvader hebben weggeconcurreerd, kan ik geen kruidenier meer zien!"
"Wees nou maar blij, dat die voorouders van Albert Heijn je overgrootvader hebben weggeconcurreerd en dat het niet andersom was, want dan was jij misschien wel door Ferdi E. ontvoerd en vermoord."
"Dat is waar!", beaamde hij lachend, "Maar ik acht de kans, dat ik in de directie van Hendrik Harberts NV of Harhold NV verzeild was geraakt, niet zo groot, hoor!"
"Denk je dat echt?"
"Dat denk ik wel, ja! Ik was vast en zeker in de voetsporen van Ronald Jan Heijn getreden en de charismatische oprichter van Oibibio geworden."
"Ha, dat denk ik niet! Als je dan ook met mij was getrouwd geweest, had ik daar heus wel een stokje voor gestoken."
"Dat is een buitengemeen, geruststellende gedachte", zei hij grinnikend.
Ze liepen verder en sloegen linksaf, de Peperstraat in. Het was een mooi straatje, dat uitkwam op de Parade, het plein, waaraan de Sint Janskathedraal stond. Hier was het al wat drukker en het leek Dennis wel aardige om op een van de vele terrasjes rond het plein een kop koffie te gaan drinken.
"Zullen we hier even aanleggen?", vroeg hij.
"Dat lijkt mij een uitstekend plan. Die nieuwe schoenen van mij knellen een beetje en het zal heerlijk zijn om ze even uit te kunnen trekken."
Ze kozen voor het overdekte terrasje van café 'Het Hart van Brabant' en bestelden twee espresso's en twee Bossche Bollen bij de dienstdoende ober. Tijdens het wachten op de versnaperingen ontdeed Trudy zich met een zucht van verlichting van haar schoenen. Dennis hoorde, hoe haar kousen daarbij langs elkaar heen gleden en wierp haar een wat schichtige blik toe.
"Wat kijk je bang!", riep zij giechelend.
"Ik ben ook bang!"
"Waarvoor dan?"
"Voor de komende tekensessie. Voor wat de aanblik van jouw goddelijke benen straks met mij zal gaan doen."
"Mooi zo!", zei zij grinnikend, "Dit gaat de goede kant op. Ik ga je zometeen zo gek maken, dat je pardoes een meesterwerk zult gaan maken."
"O, jee! Dit wordt echt een gigantische lijdensweg!"
"Denk je dat echt?"
"Ja, dat denk ik echt!"
"Ha! En dan heb je nog niet eens mijn kousen helemaal gezien!"
"Ja, wrijf het er nog maar eens in."
De koffie en de Bossche Bollen werden gebracht en in de minuten daarna werden die Bossche Bollen op eensgezinde wijze soldaat gemaakt. Beetje bij beetje begon Dennis zich weer wat meer op zijn gemak te voelen. "Heb jij nou ook zo'n vakantiegevoel?", vroeg hij.
"Moewah, wel een beetje, ja."
"Ik meen mij trouwens te herinneren, dat we in Zutphen het plan hebben opgevat om dit jaar met je moeder naar Praag te gaan."
"O, maar dat gaat niet meer door! Althans: we kunnen dit jaar best wel naar Praag gaan, maar mama gaat dan niet mee."
"Waarom niet?"
"Zij heeft geen behoefte meer aan vakanties. Zij heeft in haar leven al genoeg gereisd, zegt zij."
"Dat klinkt plausibel."
"Ja, hè? Maar zij zal het heerlijk vinden als wij zonder haar naar het buitenland gaan, want dan kan zij weer op die stomme rotkat van ons passen."
"Dat is mooi."
"Dus we moeten binnenkort maar eens wat leuke plannetjes gaan maken. Ik heb eigenlijk wel vreselijk veel zin om naar Praag te gaan."
"Dat is goed, maar we moeten eigenlijk ook nog iets anders gaan doen."
"Wat dan?"
"We moeten hoognodig onze Heemskerkse huizen in gebruik gaan nemen."
"Je bedoelt die huizen, die jij zonder mijn toestemming van mama hebt gehuurd?"
"Ja, ik betaal er verdorie al bijna een jaar vierhonderd gulden per maand voor."
"Vind je dat zo erg?"
"Nee, maar..."
"Dat geld krijg je namelijk onmiddellijk weer terug als mama doodgaat."
"Meen je dat?"
"Ja, hoor! Dat geld gaat namelijk altijd linea recta naar een spaarrekening, die dus eens van ons zal zijn."
"Dat is fijn, maar het gaat mij eigenlijk niet eens zo zeer om dat geld. Ik wil gewoon iets leuks met die huizen gaan doen. En dan vooral met dat landhuisje in Noorddorp."
"Hm, dat je graag iets met dat landhuisje wilt gaan doen, kan ik wel billijken, maar die flat lijkt mij dus niks."
"Tja, we hadden er trouwens eerst wel een leuke bestemming voor."
"Precies! Maar aangezien ik geen zin meer heb om in die flat mijn vele seksuele fantasieën uit te gaan leven, is het huren van die flat dus volkomen zinloos geworden."
"Hm, je hebt eigenlijk wel gelijk. Misschien moeten we maar tegen je moeder gaan zeggen, dat zij de flat kan gaan verkopen."
"Dat lijkt mij een goed plan."
"Maar dan zijn we wel verplicht om hem een keer leeg te ruimen."
"O, shit! Meen je dat?"
"Ja, dat vind ik wel. Je moeder is daar toch echt een beetje te oud voor."
"Hm, je hebt gelijk! Daar komen we echt niet meer onderuit."
"Misschien moeten we daar in de lente maar eens mee beginnen."
"Goed, lieverd."
Zij zette haar kleine voeten op zijn schoenen en leek even weg te dromen.
"Waar denk je aan?", vroeg hij lachend.
"Nergens aan!"
"Echt niet?"
"Echt niet. Ik voel mij gewoon heel erg sexy in deze kousen en daar geniet ik dus heel erg van."
"Zitten ze ook plezierig?", vroeg hij, op een zoetsappig toontje.
"Ja, ze zitten lekker strak, vooral bij de kouseboorden. Ik voel weer echt, dat ik kousen draag."
"Dat is fijn voor je, lieverd."
"Maar dat ze zo strak zitten, kan ook wel komen, doordat mijn dijen weer wat dikker zijn geworden."
"Je bent over de hele linie weer wat aangekomen, hè?"
"Ja, ik moet binnenkort nodig weer gaan joggen."
"Meen je dat nou?"
"Ja, ik meen het! Ik weet, dat ik toen in Zutphen heb gezegd, dat ik genoeg had van het joggen en dat ik mijn gewicht wel op een andere manier op peil zou houden, maar dat lukt mij dus niet."
"Dus..."
"Ga ik je bij je eerstvolgende joggingstochtje maar weer eens gezelschap houden."
"Gezellig!"
"Denk je, dat mijn conditie nog een beetje op peil is?"
"Oef! Daar zou ik mij maar geen illusies over maken, als ik jou was. Je hebt al een jaar niet meer gejogd, dus..."
"Hm, je bent ook niet erg opbeurend. Wil je soms niet, dat ik weer ga joggen?"
"Oh, dat is niet waar!"
"Volgens mij wil je het echt niet! Volgens mij zit je al jaren stilletjes te hopen, dat ik een heel dik propje word."
"Het maakt mij echt niet uit, hoe jij er uitziet!"
"Dat kan wel zo zijn, maar als ik weer met je ga joggen, kun je tijdens dat joggen niet meer van mijn mooie billen en dijen dromen."
"Waarom zou ik dat niet meer kunnen? Ik kan op elk moment van je mooie billen en dijen dromen, zelfs al je, zoals daarnet, braaf naast mij loopt."
"Je bent een gore seksmaniak!"
"Ja, ja, ik ben mij d'r eentje."
Zij schoot in de lach en liet haar rechtervoetje in zijn linkerbroekspijp glijden. Hij kreeg het er niet makkelijker door.
"Ik geloof, dat het beter is om nu maar naar het hotel te gaan!", zei hij stijfjes.
"Weet je het zeker?"
"Ja, je kunt afrekenen, wat mij betreft."
"Moet ik betalen?"
"Ja, ik ben een kunstenaar! Ik hou mij niet met dat soort laag-bij-de-grondse zaken bezig. Daar heb ik mijn maecenas voor."
"Goed, lieverd."
Zij wenkte naar de ober, die terstond naar hen toe kwam lopen, en rekende met haar af. Daarna deed zij een voorzichtige poging om zonder pijn haar schoenen weer aan te trekken. Naar haar gelaatsuitdrukking te oordelen, lukte haar dat niet helemaal.
"O, wat zal ik blij zijn, als ik die schoenen zometeen uit mag trekken!", mompelde zij voor zich heen.
"Wie zegt, dat jij zometeen je schoenen mag uittrekken?"
"Mag dat dan niet?", vroeg zij, enigszins onzeker.
"Misschien niet!", antwoordde hij treiterend, "Misschien wil ik wel een tekening van je maken, waarbij je alleen je kousen en je schoenen aan hebt."
"O, wat gemeen van je!", riep zij verontwaardigd.
"Ja, hoor eens! Als jij een meesterwerk van mij wilt hebben, moet jij mij zometeen wel de vrije hand geven."
"Goed, lieverd! Ik lever mij echt helemaal aan je over."
"Zelfs als je daarvoor pijn moet lijden?"
"Ja, dat heb ik er echt wel over."
"Ah, brave meid!"
Ze verlieten het café en liepen de Kerkstraat in. Zij liep nu heel moeizaam, maar zij klaagde niet en hij was er van overtuigd, dat zij die schoenen ook echt aan zou houden als hij daarom zou vragen.
"Heb je al enig idee, in wat voor pose je mij zometeen wilt hebben?", vroeg zij, nog steeds wat onzeker.
"Nee, ik heb er nog niet het flauwste benul van."
"Ah, dat is flauw van je!"
"Hm, misschien ga ik wel een simpele inkijktekening maken. Een hele huiselijke tekening, waarop te zien is, hoe jij op zo'n lage hotelkamerstoel in Voskuil zit te lezen en waarbij je wel iets van je kouseboorden en je jarretelles kunt zien, maar die er verder heel keurig uitziet. Dat zou best wel eens een spannende tekening kunnen opleveren."
"Ja, dat denk ik ook wel. Maar moet ik dan wel of geen schoenen dragen?"
"Daar moet ik nog even goed over nadenken", antwoordde hij, met een gemene grijns.
"Oei! Wat ben je wreed, vandaag!"
Ze liepen zwijgend verder en Dennis dacht nog even over hun niet-geboren kind na. Een van zijn grootste popidolen, zangeres Stevie Nicks van Fleetwood Mac, had eens een abortus laten plegen, maar zij had dat nooit-geboren kind vervolgens wel in 'Sara', een van haar mooiste popsongs, laten voortleven en haar en passant dus ook van een naam voorzien. Dat voorbeeld zou hij nu eigenlijk wel willen navolgen: het liefste had hij nu een tekening van dat 'lieve, blonde en fleurig geklede meisje' willen maken.
"Hoe zou zij eigenlijk hebben geheten?", vroeg hij lachend.
"Waar heb je het nou weer in godsnaam over?"
"Onze dochter, natuurlijk!"
"Jezus! Hoe kom je daar nou weer bij?"
"Zomaar."
"Hm, dat weet ik niet, hoor! Hoe had jij haar dan willen noemen?"
"Als ik had mogen kiezen, had ik haar naar de grootmoeders vernoemd. Iets als Conny Francisca bijvoorbeeld."
"Wel ja, geef dat wurm meteen maar een dubbele naam!"
"Natuurlijk! Voor onze dochter is alleen het beste genoeg!"
"Shit! Zij begint ineens een gezicht voor mij te krijgen."
"Alleen maar omdat zij nu een naam heeft gekregen?"
"Ja."
"Voor mij heeft zij daarnet al een gezicht gekregen. Toen jij het ineens over dat 'lieve, blonde en fleurig geklede meisje' had."
"Echt waar?"
"Ja, en sindsdien is mijn verbeelding helemaal met mij op de loop gegaan."
"O, jee! Wil je haar soms gaan tekenen?"
"Ja, dat zou wel gaaf zijn!"
"Hm, ik weet het nog zo net niet."
"Vanwaar die twijfel?"
"Ik ben zo bang, dat je zometeen een prachtig portret van haar gaat tekenen en dat we dan voor de rest van onze levens allebei gek van verdriet zullen zijn, omdat zij door ons getwijfel nooit is geboren."
"Denk je dat echt?"
"Het zou heel goed kunnen."
Ze passeerden op dat moment een speelgoedwinkel van Bart Smit, een toevalligheid, waardoor Dennis in de lach schoot.
"Nu zou zij met haar kleine, platgedrukte wipneusje tegen de winkelruit staan!", zei hij.
"Spot er maar mee, mispunt!", riep zij verontwaardigd.
"Nee, dat is niet waar! Ze zou die winkel geen blik waardig hebben gegund. We zouden haar namelijk door en door hebben verwend en haar alleen maar speelgoed van de Bijenkorf hebben gegeven."
"Ja, dat denk ik ook wel. We zouden er een doortrapt, en door een door verwaand nest van hebben gemaakt."
"Misschien wel."
Ze waren inmiddels op de Markt aangekomen en ze liepen nu naar de ingang van hotel 'Central'. Dennis was ineens in een opperbeste stemming. Hij wist nu precies, wat voor een tekening hij zometeen zou gaan maken en hij was zijn angst voor de komende tekensessie helemaal kwijtgeraakt.
Ze gingen het hotel binnen en meldden zich bij de balie, waar Trudy de nodige formaliteiten vervulde. Dennis zag, hoe haar hand trilde, toen zij haar handtekening op het creditcardbonnetje zette en op dat moment drong het eindelijk tot hem door, dat zij zeer uit haar doen was. Tijdens het bestijgen van de trappen - ze hadden een kamer op de tweede verdieping - leek zij zelfs tegen haar tranen te moeten vechten. Die aanblik ontwapende hem volledig.
"Je moet straks onmiddellijk je schoenen uittrekken!", zei hij luchtig.
"Wil je dat echt?"
"Ja, natuurlijk! Ik wil geen model met een van pijn vertrokken gezicht."
"Ah, dat is lief van je!", mompelde zij, met een langzaam doorbrekende glimlach.
Ze zochten hun kamer op en Trudy opende de deur. Het bleek een ruime kamer te zijn, die op de Markt uitkeek. Trudy had echter geen oog voor het mooie uitzicht. Zij slaakte een zucht van verlichting en ging op de rand van het bed zitten.
"O, wat een opluchting!", zei zij, "Ik verzet vandaag echt geen stap meer."
Dennis knielde aan haar voeten neer en begon met een peinzend gezicht haar schoenen uit te trekken.
"Wat ga je doen?", vroeg zij, enigszins ten overvloede.
"Ik ga je van die martelwerktuigen ontdoen."
"Ik dacht echt, dat je het meende, toen je zei, dat ik ze misschien aan moest houden."
"Ach, wat ben je toch een dom wicht!"
Zij zette haar handen naast zich op het bed en spreidde haar benen een beetje. Hij zag, dat zij een rood tangaslipje en een rood jarretellegordeltje droeg en dat de kouseboorden inderdaad heel strak om haar dijen zaten. Haar kousen gaven ook een zoetige geur af; een geur, die hem een beetje bedwelmde.
"God, wat ben je mooi!", mompelde hij voor zich uit.
"Je ziet er uit, alsof je mij zometeen op mijn rug wilt gooien."
"Ja, dat wil ik ook graag. Is dat zo gek?"
"Dat moet je niet aan mij vragen, schatje. Normale mannen gedragen zich niet zo vurig tegenover een vrouw, waarmee ze al dertig jaar samenleven."
"Ik weet het, liefje", zei hij, met iets van berusting, "Ik ben echt hartstikke gestoord!"
Hij maakte de knoopjes van haar bloes los en trok hem op een tamelijk ruwe manier uit. Ook aan de vetkussentjes rond haar heupen was te zien, dat zij de laatste weken nogal was aangekomen.
"Wat ga je in godsnaam met mij doen?", vroeg zij.
"Ik weet het niet! Ik weet niet, wat ik aan het doen ben en ik weet ook niet, waarom ik het aan het doen ben."
Hij ging op zijn knieën zitten om wat makkelijker bij de sluiting van haar beha te kunnen. Haar ademhaling ging ineens heel snel. De sluiting van haar beha vormde onderwijl geen probleem voor hem en ook de beha werd naast haar op het bed gelegd.
"Ik heb je maar een paar keer eerder zo gezien", zei zij zacht.
"Is dat zo?"
"En al die keren heb je mij daarna helemaal sufgeneukt."
"Ik weet het."
"Waarom doe je dit dan?"
"Om het lieflijke beeld van Conny Francisca van mijn netvlies te verdrijven."
"Waarom wil je haar van je netvlies verdrijven?"
"Omdat ik bang ben om jou pijn te doen als ik dat beeld op papier ga zetten."
Hij schoof onderwijl de zoom van haar rokje wat omhoog, zodat haar dijen nog wat beter zichtbaar werden.
"Wil je die tekening echt zo graag maken?", vroeg zij.
"Nee, ik wil hem helemaal niet meer maken."
"Echt niet?"
"Echt niet!"
"Ook niet als je weet, dat het misschien je mooiste kunstwerk wordt? Je meesterwerkje? Je pièce de résistance?"
"Wat heb ik nou aan een meesterwerkje en een pièce de résistance als ik mijn vrouw daar ongelukkig mee maak?"
Zij sprak hem niet tegen. Hij streelde haar dijen met trillende handen en de aanvechting om haar daadwerkelijk op haar rug te gooien, was bijna niet meer te weerstaan.
"Wil je mij liever niet toch gaan tekenen?", vroeg zij aarzelend.
"Nee!"
"Waarom niet, lieverd?"
"Omdat ik voor de rest van mijn leven geen potlood meer zal aanraken."
"Waarom niet?"
"Kun je dat niet raden?"
"Omdat je weet, dat je op een dag dan toch een tekening van Conny Francisca zult gaan maken?"
"Ja, en omdat ik weet, dat het dan ook echt een meesterwerkje zal gaan worden."
"Waarmee je mij dan zeer ongelukkig zult gaan maken."
"Precies!"
Hij trok de ritssluiting van haar rokje naar beneden en sjorde het rokje met een kille gelaatsuitdrukking van haar billen.
"Ik weet niet, wat ik daarop zeggen moet", zei zij zacht.
"Er valt niets over te zeggen. Bij mij zal de liefde het altijd van de kunst winnen. En dat hoort natuurlijk ook zo."
"Meen je dat?"
"Ja, natuurlijk! Voor een vrouw als jij had zelfs Van Gogh het schilderen eraan gegeven."
"Dat is een heel lief complimentje, lieverd", zei zij glimlachend.
Hij speelde met de string van haar tangaslipje en hoopte vurig, dat hij zich nog even zou kunnen beheersen.
"Weet je al, wat je met mij gaat doen?", vroeg zij.
"Nee."
"Ik zal alles goed vinden, hoor! En ik weet ook zeker, dat ik er heel erg van zal genieten."
"Ik weet het, lieverd! En dat beangstigt mij juist zo."
"Dat hoeft niet, schatje! Dat hoeft echt niet! Ik begrijp heel goed, waarom je je nu even uit wilt leven en ik wil je daarbij maar al te graag ter wille zijn."
Hij liet de string los en liet zijn handen over haar heupen en billen glijden. Zij beantwoordde die liefkozing door hem even over zijn haren te strelen. Dat tedere gebaar maakte hem bijna gek, maar hij liet haar daarna toch weer even los.
"Je hebt echt gelijk gehad!", zei zij zacht.
"Waarmee, liefje?"
"Er is vandaag echt een ander millennium en dus een ander tijdperk begonnen."
"Vind je dat echt?"
"Ja, daarnet had ik voor het eerst in ons huwelijk het gevoel, dat je mij ongelukkig zou gaan maken en dat gevoel heb ik echt nog nooit gehad."
"Omdat ik die tekening van Conny Francisca wilde maken?"
"Ja, ik had echt het gevoel alsof de grond onder mij wegzakte en dat we een hele sombere toekomst tegemoet gingen. Ik was dat zorgeloze gevoel van de laatste jaren ineens helemaal kwijtgeraakt."
Dat was min of meer de genadeklap voor hem. Hij richtte zich op, nam haar in zijn armen en tilde haar het bed op. Zij liet het zich rustig welgevallen, zonder een woord van protest te uiten. Met die lieve, onderdanige houding wist zij hem opnieuw te ontwapenen.
"Je hoeft niet bang te zijn, lieverd!", zei hij, met een schorre stem, "Ook in deze eeuw en dit millennium zal ik je nooit ongelukkig maken en nooit pijn doen."
"Ik weet het, schatje! Maar het offer, dat je nu daarvoor moet brengen, is wel heel erg groot."
"O, maar dat is niet erg, hoor!", zei hij, terwijl hij zijn greep op haar lichaam liet verslappen, "Je hebt nog zeker dertig jaar om mij daarvoor schadeloos te stellen."
"O, dat zal ik heus wel doen, hoor! Wees daar maar niet bang voor."
Hij liet zich van haar afrollen en ging op zijn rug liggen. De crisis was voorbij. Vanaf nu zou het leven weer rustig voort kunnen kabbelen. Die conclusie gaf hem een geluksgevoel zonder weerga. Het offer, dat hij zou moeten brengen, was inderdaad niet zo groot voor zijn gevoel en de beloofde compensatie voor dat offer zou natuurlijk van een hemels gehalte zijn.
Zijn geluksgevoel leek overigens wederzijds te zijn. Trudy richtte zich op, boog zich over hem heen en begon kalmpjes zijn broekriem los te maken.
"Wat ga je doen?", vroeg hij.
"Wacht maar af!", zei zij, met een nogal ondeugend lachje, "Ik heb iets heel plezierigs voor je in petto."
"Zou je iets specifieker kunnen zijn?"
"Nee, je hebt mij daarnet ook niet gezegd, wat je met mij wilde gaan doen en nu zeg ik het dus ook niet. Maar geloof mij nou maar: je zult het echt heel erg lekker gaan vinden."
"Nou, ik ben benieuwd."
"We moeten maar veel gaan ondernemen, in de komende maanden", vervolgde zij, op montere toon, "Ik ga eerst weer beginnen met joggen om weer een beetje in conditie te komen, daarna gaan we de flat in Heemskerk leegruimen en het landhuisje in Noorddorp opknappen, en als we daarmee klaar zijn, gaan we heel veel, leuke vakantietripjes ondernemen. We zijn nu vijfenveertig en we leven nu in een gloednieuwe eeuw en in een gloednieuw millennium. Het is dus de hoogste tijd, dat we nu echt van het leven en van onze vrijheid gaan genieten."
Hij reageerde daar niet op, maar hij had aan haar betoog ook helemaal niets meer toe te voegen. Hij had zich weer helemaal aan haar overgegeven en hij voelde zich daar heel erg gelukkig door.

BERT HARBERTS


Terug


Amsterdam, 18 april 2004. © Bert Harberts