DE LOODGIETER

Randy reed met zijn auto Durgerdam binnen en keek even naar zijn vrouw Rinie, die naast hem zat en met een vaag glimlachje voor zich uitkeek. Hij had daar een goede reden voor, want zij was een lust voor het oog. Zij had een mooi, regelmatig gezichtje met lange, donkerblonde haren en een ietwat gedrongen, maar hoogst aanlokkelijk lichaam. Zij droeg een wit bloesje en een kort, blauw rokje. Haar stevige, kousloze benen waren licht gebruind en haar voeten waren in plateauschoenen gehuld.
Ze hadden de nacht in het Amsterdamse Victoriahotel doorgebracht en waren op weg naar hun café, waar ze sinds het begin van hun huwelijk hun dagen sleten. Ze runden dat café om wat om handen te hebben en niet bij wijze van levensonderhoud. Randy, van geboorte een Engelsman, maar inmiddels tot Nederlander genaturaliseerd, was namelijk steen- en steenrijk. Zijn vermogen groeide elk jaar met zo'n drie miljoen euro en de winst uit de bedrijfsvoering van het café viel daarbij vanzelfsprekend in het niet.
Ze reden langs het witte, vierkanten kerkje, sloegen de hoek om en naderden hun café. Zometeen zouden hun wegen zich gaan scheiden. Randy zou de zaak openen en Rinie zou nog even naar hun woonplaats Broek in Waterland rijden om wat inkopen te doen. Zo gebeurde het praktisch elke morgen. Elke dag weer was er die kortstondige scheiding en elke dag weer zag Randy zijn beeldschone eega met pijn in zijn hart vertrekken. Ook nu was er dat vage gevoel van onrust, toen hij voor het café was gestopt.
"Rij je voorzichtig?", vroeg hij.
"Ja, natuurlijk, malle jongen!", was haar standaardantwoord.
"En vergeet je niet te stemmen?"
"Moet dat echt?"
"Ja, dat moet echt! Dit is de eerste keer, dat ik in Nederland mag stemmen en die kans wil ik niet laten lopen."
"En weet je zeker, dat je op die halvegare Melkert wilt stemmen?"
"Nee, wat mij betreft, mag je voor mij ook op een andere PvdA'er stemmen."
"Wie dan?"
"Dat maakt mij niet uit. Wouter Bos lijkt mij ook wel een goeie."
"Goed, dan neem ik die wel."
"Brave meid."
"Maar ik blijf het volstrekt idioot vinden, dat jij als multi-miljonair op die enge PvdA stemt."
"Nou, zeg! Die enge PvdA zit al acht jaar met die partij van jou in de regering."
"Tja, en dat is dus acht jaar teveel."
"Jezus! Ik geloof, dat ik maar beter zelf kan gaan stemmen."
"Dat kan niet meer, want ik heb je vandaag heel hard nodig in de zaak. Het zal vandaag vast heel druk gaan worden."
"Wel, dan zal ik je maar vertrouwen."
"Ah, dat is lief van je."
Hij drukte een kus op haar lippen, stapte uit, sloeg de deur dicht en keek haar na, tot zij uit het zicht was verdwenen. Bij het betreden van het café bekroop hem het gevoel, dat er iets mis was. Hij bleek gelijk te hebben. Voor de deur van het herentoilet lag een plas water en toen hij met kloppend hart de deur had opengetrokken, bleek het hele toilet blank te staan.
"O, shit!", mompelde hij.
Er waren twee oorzaken voor de wateroverlast aan te wijzen: de kraan van het fonteintje lekte al een poosje en vermoedelijk was gisteravond of vannacht de afvoer verstopt geraakt. Randy ging met een wat sip gezicht op de grote, brede tafel zitten en dacht even na over wat hem nu doen stond. Voor de oplossing van dit soort probleempjes was hij de eerstverantwoordelijke, maar het leek hem wel raadzaam om hierover even overleg te plegen. Hij nam dus zijn mobieltje ter hand en toetste het nummer van zijn vrouw in.
"Met Rinie!", klonk het vrolijk.
"Ja, met mij! We hebben een probleempje hier."
"Wat is er dan, jochie?"
"Het fonteintje in het herentoilet is verstopt geraakt en nu ligt er een hele grote plas water op de vloer."
"O, jee! Kun je het zelf verhelpen?"
"Ik kan het proberen, maarre... ik kan je natuurlijk niet garanderen, dat..."
"Bel maar een loodgieter!"
"Dat lijkt mij een beter plan!"
"Maar het zal misschien wel even duren, voordat je er één vindt."
"Laat dat maar aan mij over. Ik zal niet rusten, voordat ik er één gevonden heb."
"Brave jongen!"
Ze hingen op en Randy liep naar de bar, de plek waar ook de telefoonboeken lagen. In het voorbijgaan zette hij het koffieapparaat aan, daarna nam hij de 'Gouden Gids' ter hand en begon hij naar een geschikte loodgieter te zoeken. Hij liet zijn vingers langs de namen glijden tot hij een naam vond, die hem wel geschikt leek: 'Loodgietersbedrijf P. Fortuijn en Zonen'. De zaak was in Amsterdam-Noord gevestigd, dus als de loodgieter hem goedgezind zou zijn, zou hij binnen een halfuur ter plaatse kunnen zijn.
Hij had geluk. De man, die hij aan de lijn kreeg, klonk zeer beleefd en was ook bereid om meteen naar Randy toe te komen. Opgelucht hing hij op. Het leven was weer goed en zorgeloos en nu was het de hoogste tijd voor een kop koffie. Hij bouwde in recordtijd het terras op, dat uit vier tafeltjes en twaalf stoelen bestond, vouwde de parasols uit, zette de 'Ola'-afvalbak aan de rand van het terras en liep naar binnen om zijn koffie in te schenken.
Een paar minuten later, toen hij op zijn eigen terrasje aan zijn koffie zat te nippen, koesterde hij een geluksgevoel zonder weerga. Dit was zijn plekje. Het enige plekje ter wereld, waar hij zich volkomen op zijn gemak voelde. Hier in dat malle café, dat al sinds jaar en dag 'Hollands Glorie' heette, had hij eindelijk zijn innerlijke rust gevonden. Hier had hij Rinie ontmoet en hier wilde hij oud gaan worden. Toen hij eenmaal op zijn eigen terrasje aan zijn koffie zat te nippen, koesterde hij een geluksgevoel zonder weerga. Dit was zijn plekje. Het enige plekje ter wereld, waar hij zich volkomen op zijn gemak voelde. Hier in dat malle café, dat al sinds jaar en dag 'Hollands Glorie' heette, had hij eindelijk zijn innerlijke rust gevonden. Hier had hij Rinie ontmoet en hier wilde hij oud gaan worden.
Terwijl hij gedachteloos over het IJmeer uitkeek, zag hij een auto van de firma Fortuijn voorbijrijden en voor het huis naast het café stoppen. Er stapte een vrijwel kale man van middelbare leeftijd uit de auto. De man bleek ook tamelijk lang en corpulent te zijn. Hij droeg een grijze stofjas en grote legerschoenen. In zijn hand droeg hij een verweerde, donkerbruine aktetas.
"Goedemorgen!", zei Randy vriendelijk.
"Goedemorgen, meneer. U had wat wateroverlast, hoorde ik."
"Dat klopt! Wat aardig, dat u zo snel bent gekomen!"
"Ach, dat hoort erbij, meneer!"
"Komt u binnen."
Randy ging de heer Fortuijn voor en liet hem de ravage zien. Hij geneerde zich een beetje, omdat hij helemaal was vergeten om de plas op te dweilen, maar de heer Fortuijn bleek daar in het geheel geen problemen mee te hebben.
"Wel, dat is een simpel probleempje, meneer!", zei hij opgewekt, "Dat zullen we gauw even voor u fiksen."
"U bent geweldig!"
Hij liet de loodgieter alleen en keerde terug naar zijn stoel op het terrasje, in afwachting van het moment, waarop Rinie uit Broek in Waterland zou terugkeren. Hij keek regelmatig in de richting van het kerkje, maar zij zou vermoedelijk nog wel even wegblijven.
De heer Fortuijn klaarde het klusje binnen vijf minuten en daarna verscheen hij op een nogal pontificale wijze in de deuropening.
"Bent u nu al klaar?", vroeg Randy verbaasd.
"Ja, hoor! Het was een karweitje van niks. Wilt u het even zien?"
Randy stond op en volgde de heer Fortuijn naar binnen. De loodgieter had geen half werk afgeleverd. De kraan lekte niet meer, de afvoer was niet meer verstopt en de loodgieter was zelfs zo vriendelijk geweest om de vloer schoon te dweilen.
"Ik ben u zeer erkentelijk", zei Randy, uit de grond van zijn hart.
"Het was geen moeite, meneer!"
"Wat krijgt u van mij?"
"Ik zal even een rekening voor u uitschrijven."
"Fantastisch! Wilt u misschien een kop koffie van de zaak?"
"Nou, meneer, dat sla ik niet af."
De rekening bleek alleszins redelijk te zijn, twintig euro inclusief voorrijkosten, en Randy was daar zo mee in zijn nopjes, dat hij de loodgieter een fooi van vijf euro gaf.
"Dank u zeer, meneer!", zei de loodgieter, zichtbaar verguld.
"Zullen we even op het terrasje gaan zitten?", vroeg Randy.
"Ach, ja, dat pleziertje mag ik mij wel gunnen. Als er problemen op de zaak zijn, hoor ik het wel van mijn dochter."
De loodgieter ging aan een tafeltje naast dat van Randy zitten en liet zich de koffie goed smaken.
"Zitten uw kinderen allemaal in de zaak?", vroeg Randy belangstellend.
"Alleen de drie oudsten. Mijn oudste, twee zonen zijn gediplomeerde loodgieters en mijn oudste dochter doet de administratie en al de andere papierrompslomp."
"Heeft u dan nog meer kinderen?"
"Vijf in totaal. Maar ze zijn nu alle vijf het huis uit."
"Is dat niet vreemd voor u en uw vrouw?"
"Ja, dat is het ook! Ik heb ook als een wijf zitten janken, toen mijn jongste dochter een maand geleden op kamers ging wonen. Mijn vrouw en ik hadden haar graag nog wat langer bij ons in huis gehouden."
"Daar kan ik mij wel iets bij voorstellen."
"Heeft u geen kinderen, meneer?"
"Nee, mijn vrouw en ik hebben er niet zoveel behoefte aan."
"Waarom niet?"
"Uit egoïsme, denk ik."
"U mist een heleboel, meneer."
"Misschien wel. Maar het zal wel niet meer van komen. En daarbij komt, dat ik al bijna zevenenveertig ben."
"Voor kinderen is een man nooit te oud. Behalve natuurlijk als uw vrouw al te oud is."
"Dat is zij niet. Zij is vijfentwintig."
"Kijk eens aan! Het zou dus best nog kunnen."
"Dat is waar. Maar het zal er alleen nog van komen, als zij daar het initiatief toe neemt."
"Tja, zo hoort het natuurlijk ook. Een vrouw moet bij dat soort ingrijpende beslissingen altijd het laatste woord hebben. Een vrouw moet zich in haar leven ook helemaal kunnen ontplooien, zoals zij dat zelf wil. Mijn vrouw is het prototype van de lieve, zorgzame huisvrouw, maar ik zou het toch wel heel erg vervelend vinden als mijn dochters hetzelfde soort leven zouden gaan leiden."
Randy keek de loodgieter gefascineerd aan. De loodgieter maakte een hele wijze, evenwichtige indruk op hem. Hij had graag nog wat langer met hem willen praten, maar de loodgieter kon niet langer blijven. Hij dronk zijn kopje leeg, stond op, nam op vormelijke wijze afscheid van Randy en liep naar zijn auto. Randy keek hem glimlachend na, maar werd daarna al snel afgeleid, toen hij van de andere kant zijn eigen auto zag naderen.
Rinie stopte op hun vaste parkeerplaats, voor het huis rechts van het café, stapte uit, liep naar hem toe, zette de boodschappentas naast zijn stoel en nam op zijn schoot plaats.
"Dag, liefje!", zei zij.
"Dag, koningin van mijn ziel!"
"Hoe is het met de overstroming?"
"Dat is geregeld."
"Heb je het zelf gedaan?"
"Nee, ik heb een hele bekwame loodgieter laten komen."
"Zo, en hoeveel heeft die hele bekwame loodgieter voor dat klusje gerekend?"
"Vijfentwintig euro!"
"Is dat inclusief vijf euro fooi?"
"Eh... ja!", antwoordde hij aarzelend.
"Kon je het weer eens niet laten?"
"Nee, maar het was ook een hele aardige man, hoor!"
"Dan hoef je nog niet vijf euro fooi te geven."
"Ach, waarom niet? Ik heb geld zat!"
"Geef het dan aan mij uit."
"Nou, zeg! Ik heb je gisteravond op een dineetje getrakteerd en je vannacht in een heel mooi hemelbed laten slapen!"
"Je hebt mij vannacht helemaal niet in dat hele mooie hemelbed laten slapen! Je hebt mij in dat hele mooie hemelbed een geweldige beurt gegeven."
"Dat doet dus niet ter zake. Ik heb in ieder geval heel veel geld voor je uitgegeven."
"Dat is waar!"
Ze vielen even stil en keken naar het voorbijrijdende verkeer. Het begon langzaam druk te worden. Veel van hun buren hadden zich op een stoel voor hun huis geposteerd. Links van hen, twee huizen verder, zat een jonge moeder, met haar kind op schoot, in een dik boek te lezen. Randy bekeek het tafereel zonder enige bijgedachten. Rinie liet onderwijl haar hand onder zijn T-shirt glijden en begon op een wat verstrooide manier zijn buik te strelen.
"Heb je eigenlijk gestemd?", vroeg hij.
"Ja."
"Voor mij ook?"
"Ja."
"Op Wouter Bos?"
"Ja, al begrijp ik nog steeds niet waarom."
"Ach, als je kijkt naar de staat van het land, kun je toch niet anders stemmen? De economie loopt goed, de werkloosheid is vrijwel weggewerkt, de overheidsfinanciën zijn op orde, de belastingen gaan voortdurend omlaag, er is een goede en strenge asielwet aangenomen en er wordt veel geld in de gezondheidszorg, de integratie van de minderheden en de bestrijding van de criminaliteit gepompt. Als regering kun je het eigenlijk niet beter doen."
"Hm, dan had je toch ook wel op de VVD kunnen stemmen?"
"Dat had inderdaad gekund."
"Waarom heb je dat dan niet gedaan?"
"Ach, het zal wel in de genen zitten. Mijn vader heeft zijn hele leven op Labour gestemd, ook toen hij eenmaal steenrijk was geworden."
"Hm, het is dus maar goed, dat wij nooit kinderen zullen krijgen."
Randy schoot in de lach en besloot om haar een beetje op haar nummer te zetten:
"Ach, wat is het nou toch jammer, dat de loodgieter al weg is!"
"Waarom?"
"Omdat hij vijf kinderen had! En omdat hij het heel jammer vond, dat ik er geen een had. Hij heeft mij wel drie keer gezegd, dat ik een hele goede vader zou zijn geweest."
"Had hij vijf kinderen? Wat een mafketel!"
"Ach, waarom nou? Ik ben ervan overtuigd, dat hij een fantastische vader is geweest en nog steeds is. En dat zou ik dus ook zijn geweest."
"Oei! Hoor ik daar een zekere weemoed over een bijna gemiste kans op het vaderschap?"
"Nee, hoor!"
"Ik zou het de normaalste zaak van de wereld vinden, als je daar wel weemoedig over zou zijn."
"Nou, ik ben het dus niet. Al kan ik niet ontkennen, dat jij natuurlijk wel het perfecte figuur hebt om vijf kinderen te baren."
"Meen je dat nou?"
"Ja!", antwoordde hij grinnikend, "Je hebt lekkere, brede heupen! Als er nou één in staat is om zonder enige moeite vijf kinderen te baren, ben jij het wel."
"Hm", bromde zij lachend, "Ik geloof, dat het de hoogste tijd is om je gedachten een beetje te verzetten."
"Waarmee?"
"Met seks, natuurlijk!"
"Meen je dat nou?"
"Ja, dat meen ik!"
"Waar wil je dat dan doen?"
"Binnen, natuurlijk!"
"Op tafel?"
"Ja, waar anders op?"
"Op dezelfde tafel, waarop onze klanten straks hun tosti's zullen eten?"
"Je gaat mij toch niet vertellen, dat je daar ineens gewetensbezwaren over hebt?"
"Nee, maar ik vraag mij wel af, waarom je nou alweer wilt vrijen."
"Alleen maar bij wijze van genoegdoening."
"Waarom?"
"Omdat ik het heel waarschijnlijk acht, dat ik daarnet Melkert aan het premierschap heb geholpen."
"Je denkt echt, dat hij door die ene stem van mij Dijkstal gaat verslaan?"
"Ik ben er eigenlijk wel zeker van."
"En dat vind je vervelend?"
"Nee, dat is te zacht uitgedrukt: dat zal ik een regelrechte ramp vinden!"
"En daarom wil je nu genoegdoening hebben?"
"Ja, en ik zal het krijgen ook."
Zij gleed van zijn schoot af, nam de boodschappentas in de hand en liep met haar zo typische, resoluut ogende tred het café binnen. Randy keek haar ietwat bedremmeld na. Hij was er niet helemaal zeker van, of zij het meende, maar hij had vanzelfsprekend niet de behoefte om haar tegen te spreken. Hij dronk zijn koffiekopje leeg, stond op, dacht grinnikend aan de mogelijkheid, dat zijn stem inderdaad de doorslag zou kunnen gaan geven en liep met een monter gemoed naar binnen.

BERT HARBERTS


Terug


Amsterdam, 27 december 2002. © Bert Harberts