PHOENIX

Aan de relatie tussen Maarten Harberts en Sandy Bos kwam in januari 1995 een einde. Maarten, de voormalige topvoetballer, ervoer dat als een hard gelag. De reden van Sandy's vertrek, een relatie met een veel jongere man uit Middelburg, was op zich al rampzalig genoeg; de nogal ranzige publiciteit, waarmee het een en ander ging gepaard, bracht Maarten in die eerste dagen na de breuk op de rand van een flinke zenuwinstorting.
Hij werd door twee personen op de been gehouden: zijn iets jongere neef Dennis en diens vrouw Trudy. Zij waren degenen, die wekenlang in Maartens huis in Holysloot bleven logeren, zij waren degenen, die Maarten meestal tot diep in de nacht gezelschap hielden en zij waren degenen, die Maarten helemaal van de boze buitenwereld wisten af te schermen. Voor al die goede zorgen was Maarten hen zeer dankbaar. Hij vermoedde, dat hij er zonder hun gezelschap en hun steun aan onderdoor zou zijn gegaan.
Na vier weken keerden Dennis en Trudy weer naar hun huis terug. In de dagen daarna bleek Maarten het alleen zijn zonder problemen aan te kunnen. Hij begon Sandy uit zijn hoofd te zetten en probeerde voor zichzelf uit te maken, wat hij gedurende de rest van zijn leven wilde gaan doen. Aan geld ontbrak het hem niet; aan ideeën voor een zinvolle tijdsbesteding echter wel. Toch had hij geen haast. Hij wilde zichzelf de tijd gunnen om met zichzelf in het reine te komen.
De daaropvolgende maand bracht hij vrijwel in eenzaamheid door. Soms kwamen Dennis en Trudy of zijn andere neef Danny en diens vrouw Carry op bezoek, maar het grootste gedeelte van zijn tijd was hij alleen. Hij vulde zijn dagen met het opknappen van zijn huis, met gitaarspelen en met het bekijken van videobanden met de voornaamste hoogtepunten uit zijn voetbalcarrière. Aan elk van die bezigheden ontleende hij een zekere mate van voldoening. Al schilderend en behangend wist hij alles, wat hem aan Sandy herinnerde, langzaam maar zeker uit zijn huis te bannen, zijn gitaarspel ging er in die eenzame maanden met sprongen op vooruit en de regelmatige confrontaties met die vele successen uit zijn voetbalcarrière deden wonderen voor zijn zelfrespect.
Het gezelschap van vrouwen ging hij nog zoveel mogelijk uit de weg. Hij had ze ook niet nodig. Hij hield zijn conditie op peil met hardlopen en met die vele nachtelijke tochten over die wonderschone IJsselmeerdijk wist hij ook zijn libido zonder moeite onder controle te houden.
In maart, twee maanden na het vertrek van Sandy, liep hij uiteindelijk toch in de val. Michelle, een studente van half Surinaamse, half Nederlandse afkomst, was de eerste gelukkige. Hij ontmoette haar in het restaurant van de Noordamsterdamse V&D in winkelcentrum 'Boven 't IJ' en nodigde haar uit voor een etentje bij 'Mei Wah', het Chinese restaurant om de hoek. Tijdens dat etentje liet zij al vrij snel doorschemeren, dat zij dolgraag een keer met hem naar bed wilde en die wens mondde uiteindelijk uit in een voorstel van haar kant om dat maar meteen die avond te doen. Hij ging zonder noemenswaardige tegenwerpingen met dat voorstel akkoord. Ze fietsten naar Holysloot en brachten daar samen een uiterst genoeglijk nachtje door.
Het bleef niet bij één nacht. Eén à twee keer per week fietste zij naar Holysloot, waar zij dan bleef, tot zij de volgende ochtend weer heel vroeg naar Amsterdam vertrok. Hij genoot van elk bezoek. Hij was verrukt van de lingerie, waarmee zij zich voor zijn plezier tooide en haar onvermoeibare energie en inventiviteit in bed imponeerden hem in hoge mate. Zij was bijna negentien, hij was veertig, maar dat grote leeftijdsverschil vormde niet echt een beletsel voor hen.
In april kreeg hij er nog een vriendin bij. Op een mistige zaterdagochtend ontmoette hij in de Openbare Bibliotheek aan het Noordamsterdamse Waterlandplein een zekere Wendy, een bijzonder charmante bibliothecaresse. Wendy had een knap gezichtje, half lang, lichtblond haar en een stevig gebouwd figuurtje en zij bleek zeer van hem gecharmeerd te zijn. Dat was geheel wederzijds. Terwijl hij lukraak een paar nieuwe boeken uitzocht, kon hij zijn ogen niet van haar afhouden. Een en ander culmineerde ook in een intiem dineetje bij 'Mei Wah' en dat dineetje kreeg een voorspelbaar vervolg: de avond eindigde in haar bed, in haar appartementje aan de Ilperveldstraat, de straat, waar Dennis ooit met Sandy had gewoond. Wat hem als eerste aan haar huis opviel, was de aanwezige dierenschare. Zij deelde haar woning met twee oude katten, zeven hamsters, een bejaarde, pedant krijsende parkiet en een goudvis. Hij vond het een zeer gezellige bedoening, maar moest na een gedenkwaardige nacht tot de conclusie komen, dat de hoofdbewoonster toch veruit de voornaamste attractie was.
De volgende ochtend nam hij voor een langdurig ontbijt aan de keukentafel plaats. Hij verlustigde zich aan het lieflijke beeld van Wendy, die in haar nachthemd en op blote voeten hun ontbijt klaarmaakte, en besefte meteen met een onmiskenbare opluchting, dat aan zijn kortstondige vrijgezellenbestaan nu definitief een einde was gekomen. Zij was dertig, en dus niet al te veel jonger dan hij, zij was stapelverliefd op hem, zij had geen vriend, zij maakte geen problemen over zijn losse relatie met Michelle en hij had dus genoeg redenen om vanaf nu elk weekend in de Ilperveldstraat door te brengen.
In de daaropvolgende weken verliepen die weekenden rustig en volgens een vast stramien. 's Ochtends gingen ze na het ontbijt altijd naar het winkelcentrum om koffie te drinken, de middag werd doorgaans aan winkelen in de stad besteed en ook 's avonds speelde het tweetal telkens weer het gelukkigste paartje ter wereld. Geen avond gingen ze uit; elke avond werd met het spelen van spelletjes of het tv-kijken doorgebracht. Eigenlijk was alleen tijdens de nogal wilde nachten duidelijk, dat er van een gezinssituatie tussen hen nog niet echt sprake was.
Zijn amoureuze escapades waren inmiddels niet onopgemerkt gebleven; de ronkende koppen in de bladen van de roddelpers logen er niet om. Hij onderging die belangstelling met een zekere gelatenheid. Hoewel het zijn ego natuurlijk geen kwaad deed, had hij toch niet zo veel op met dat polygame leventje, dat hij nu leidde. De ontvangst van een brief van Sandy, medio mei, waarin zij hem vertelde, dat zij om een voor de hand liggende reden best wel bij hem terug wilde komen, bracht hem toch weer op het randje aan een hevige depressie. Na een kort telefoongesprek met Dennis, nog steeds een rots in de branding in deze roerige tijden, nam hij het bijzonder verstandige besluit om zijn eerstkomende afspraakjes met Wendy en Michelle af te zeggen en zich weer voor twee weekjes in zijn huis op te sluiten.
Na een paar dagen van eenzame retraite, waarin hij even de mogelijkheid van een definitief vertrek uit Nederland overwoog, hervond hij zich weer een beetje. Zijn twee nieuwe vriendinnen probeerden hem daarbij op alle mogelijke manieren behulpzaam te zijn. Er kwam een druk telefoonverkeer tussen hem, Wendy en Michelle op gang, die uiteindelijk de volgende afspraken tot gevolg had: Wendy en Michelle zouden Sandy een brief sturen met het verzoek om Maarten in het vervolg met rust te laten, Maarten zou vanaf nu alle weekenden bij Wendy doorbrengen, Michelle zou op alle dinsdag- en woensdagavonden bij hem zijn en de maandag en de donderdag zou hij in zijn eentje in Holysloot verblijven.
Op de eerstvolgende vrijdagavond fietste hij in een kalm tempo naar Wendy's huis. Het was hem vreemd te moede. Hij wist absoluut niet, wat hem zometeen te wachten zou staan. Zou zij, zoals te verwachten was, lief en begripsvol zijn, of zou zij hem met verwijten overstelpen en een fikse ruzie maken? Moest hij zometeen aanbellen? Of zou zij het juist prettig vinden als hij van zijn sleutel gebruik zou maken.
Hij koos uiteindelijk voor de laatste optie en liep, toen hij de trap had beklommen en haar huis was binnengegaan, zonder iets te zeggen naar de huiskamer, waar hij haar op de bank aantrof. Zij droeg niet meer dan een uitermate, kort nachthemd, dat toch wel bijzonder veel van haar lange benen onthulde en zij zat heel stilletjes en met nietsziende ogen naar de televisie te staren. Bij zijn binnenkomst durfde zij hem nauwelijks aan te kijken. Langzaam, heel langzaam keerde zij haar gezicht naar hem toe. Zij huilde en zij deed geen moeite om dat te verbergen. Die aanblik ging hem door merg en been. Pas toen hij naar haar toeliep, haar op een bijna ruwe manier in zijn armen nam en haar vervolgens naar de slaapkamer droeg, begreep hij de aard en de oorzaak van die tranen. De woorden, waarmee ze de vreugde over hun weerzien onder woorden probeerden te brengen, ontbeerden elke samenhang; hun handelingen in het bed waren uiterst doelgericht. Voor het vrijen namen ze ruimschoots de tijd en na die hevige vrijpartij schoten er vele superlatieven door hem heen. Zij was lief, zij was knap, zij was sexy en zij was hem met hart en ziel toegedaan. Wendy leek onderwijl wel een beetje te raden, wat er in hem omging.
"Heb je er in de laatste weken echt over gedacht om naar het buitenland te vertrekken?", vroeg zij.
"Nee, eigenlijk niet. Ik heb wel even met de gedachte gespeeld, maar er bleek uiteindelijk een hele goede reden te zijn om niet te gaan."
"Welke dan?"
"Jij, natuurlijk! Ik had alleen maar naar het buitenland willen gaan als ik zeker had geweten, dat jij met mij mee was gegaan."
"En als je mij niet had ontmoet?"
"Dan was ik zeker voorgoed naar het buitenland vertrokken."
"Ik ben dus wel je favorietje?", vroeg zij giechelend.
"Ja, dat kun je wel zo stellen, ja!"
"Was het om ons drieën, dat je even bent weggebleven?"
"Ja, ik was de toestanden met jullie even een beetje zat en toen..."
"Ben je maar weer even het verongelijkte kluizenaartje gaan spelen."
"Precies."
"Nou, het is fraai, hoor!"
"Was je erg boos?"
"Nee, ik was heel erg geschokt, maar ik kon met geen mogelijkheid boos op je zijn."
"Waarom niet?"
"Omdat ik veel te bang was, dat je helemaal niet meer terug zou komen."
Die opmerking ontwapende hem volledig en hij keek opeens heel treurig voor zich uit.
"Het spijt mij!", antwoordde hij zacht, "Maar ik ben ook heel bang geweest, dat ik je kwijt zou raken."
"Meen je dat?", vroeg zij, met een wat iel stemmetje.
"Ja, dat meen ik. Maar die brief van Sandy had mij zo verschrikkelijk uit het lood geslagen, dat ik even wat rust nodig had."
"Sandy heeft mij gisteren over de telefoon gezegd, dat zij nog wel wat hoop heeft, dat jullie weer bij elkaar zullen gaan komen."
"Die hoop is ijdel", zei hij moeizaam.
"Is dat echt zo? Jullie zijn meer dan twintig jaar bij elkaar geweest en ik kan mij haast niet voorstellen, dat je echt niets meer voor haar voelt."
"Dat is toch echt zo! Zij heeft mij een half jaar geleden net iets teveel vernederd."
"Heb je dat echt zo erg gevonden?"
"Ja, zij heeft mij op het randje van de afgrond gebracht en ik ben er ook bijna overheen gevallen. Het heeft eigenlijk maar een haartje gescheeld."
Zij slikte iets weg en streelde hem met kalme bewegingen over zijn blonde haren, tot er een half spottende, half begrijpende glimlach over haar gezicht gleed. Die glimlach maakte hem om de een of andere reden een beetje onrustig. Hij liet haar los, ging op zijn knieën tussen haar benen zitten en streelde haar op een wat aarzelende manier over haar linkerkuit. Zij had opeens iets sprankelends over zich. Iets ondefinieerbaars, iets, wat hem mateloos intrigeerde. Zij leek zich wel van haar aantrekkingskracht bewust te zijn. Zij bekeek hem nog steeds met dat lieve, toegeeflijke glimlachje van haar en hield in afwachting van het vervolg van de schermutselingen een van de hoofdkussens tegen haar buik geklemd.
"Zou je het leuk vinden als ik binnenkort wat andere kleren ga kopen?", vroeg zij, op een wat terloopse manier.
"Zoals wat?"
"Ik zit voornamelijk aan leuke, korte, wijde jurkjes te denken."
"Dat zou ik heel leuk vinden."
"Dat is mooi. Want dan kan ik van de nood een deugd gaan maken."
"Hoezo?"
"Nou, ik denk, dat ik over een paar maanden wel uit mijn jeans en mijn broeken zal zijn gegroeid."
"Waarom?"
"Omdat ik inmiddels al zes dagen over tijd ben."
"Wat zeg je?", riep hij, met een deerlijk overslaande stem.
"Je hebt mij best gehoord", antwoordde zij grijnzend, "Ik ben zes dagen over tijd."
"Is dat... Is dat..."
"Is dat wat?"
"Is dat echt waar?"
"Ja, liefje! Het is echt waar!"
"Hoe... Hoe..."
"Hoe, wat?"
"Wat is er gebeurd? Ben je een keer vergeten om de pil in te nemen?"
"Nee, lieverd. Van vergeten is helemaal geen sprake. Het is allemaal heel bewust gebeurd. Toen ik eenmaal van jou de garantie had, dat je het niet uit zou maken en niet naar het buitenland zou vertrekken, ben ik gewoon met de pil gestopt."
"Waarom?"
"Ach, ik was toch nog wel een beetje onzeker over je en op een gegeven moment leek het mij wel leuk om toch maar even een kind..."
"Te produceren", vulde hij haast ademloos aan.
"Precies!", murmelde zij, met een engelengezichtje.
"O."
"Enne... Michelle schijnt er ook serieus over te denken om met de pil te stoppen."
Hij keek haar met doffe ogen aan, maar durfde uit gezondheidsoverwegingen niet op haar laatste onthulling in te gaan. Hoewel de zegevierende blik, waarmee zij hem aankeek, hem hevig deed blozen, begon de kracht van de schok langzaam wat weg te ebben. Wat ervoor in de plaats kwam, had overigens veel van een uitzinnige euforie weg.
"Maar... maar...", begon hij.
"Maar wat, schatje?", vroeg zij lachend.
"Hoe... hoe..."
"Kalm, nou maar!"
"Hoe... hoe gaan we dat nou doen?"
"Wat, lieverd?"
"Met dat kind?"
"Wel, we gaan natuurlijk eerst trouwen!"
"Dat spreekt vanzelf!"
"En daarna ga ik lekker stoppen met werken."
"Waarom?"
"Dat is nogal wiedes, hè? Omdat ik zelf voor het kind wil gaan zorgen. Dat wil ik niet aan zo'n stomme crèche overlaten."
"Maar dat kan ik toch ook?"
"Wil je dat dan?", vroeg zij verbluft.
"Ja, natuurlijk wil ik dat! Ik heb mijn hele leven altijd al kinderen willen hebben en ik heb mijn hele leven al huisman willen worden. Ik ben er volgens mij ook vreselijk geschikt voor."
"Betekent dat, dat je geen enkele angst voor poepluiers hebt?"
"Nee, die zal ik op elk moment van de dag fluitend gaan verwisselen."
"Nou, dat is mooi, want ik wil het eigenlijk toch niet bij een kind houden."
"Hoeveel wil je er dan?"
"Minstens drie!", antwoordde zij, op een lugubere samenzweerderstoon.
"Oei! Meen je dat?"
"Ja, ik heb zelfs al een soort planning gemaakt. Ik wil er één in 1996, één in 1998 en ook nog één in 2000 of 2001."
"Prima! Ik zal mij in de komende decennia met veel plezier aan de opvoeding van die koters gaan wijden."
"Geldt dat ook voor Michelles baby?", vroeg zij pestend.
"Hoe bedoel je?"
"Nou, wat gaat er nou gebeuren als zij in de komende maanden ook zwanger van je wordt?"
"Wat zou er dan moeten gebeuren?", mompelde hij, met een ineens wat bleek gezicht.
"Nou, ik zou mij dan kunnen voorstellen, dat zij de baby na de bevalling naar jou brengt in plaats van naar een crèche! Als zij dat doet, spaart zij natuurlijk een heleboel geld uit."
"Als zij dat doet, dan adopteren we dat kind toch gewoon!", kraaide hij uit, "Ik heb altijd al een groot gezin willen hebben."
"Dus ons huwelijk gaat in alle gevallen gewoon door?"
"Ja, en het wordt ook een heel normaal huwelijk, want jij komt vanaf nu lekker bij mij in Holysloot wonen."
"Wil je dat echt?"
"Ja, natuurlijk wil ik dat echt. Er is geen betere plek om een kind te laten opgroeien dan een lief, afgelegen dorpje als Holysloot."
"Daar heb je groot gelijk in!", beaamde zij grinnikend, "We moeten de komende dagen maar eens gaan bespreken, hoe we dat zullen gaan doen. Enne... misschien kunnen we dan ook even bespreken, hoe we Michelle in ons huwelijk kunnen gaan inpassen."
Hij knikte, boog zich naar haar over en trok haar op slinkse wijze naar het midden van het smalle bed. Zij liet het glimlachend toe.
"Wil je weer aan de gang?", vroeg zij liefjes.
"Ja, natuurlijk! Al heb ik wel het gevoel, dat we eerst iets anders moeten doen."
"Wat dan?"
"Ik weet het niet! Iets plechtigs. Iets, waarmee we op gepaste wijze ons komende huwelijk kunnen vieren."
"Hm, zullen we dan, voor we verder gaan, eerst maar eens even een toast op onszelf gaan uitbrengen?"
"Dat is goed!", antwoordde hij lachend, "Maar laten we het dan niet bij één toast houden. Ik heb eigenlijk best wel zin om voor het eerst in mijn leven stomdronken te worden."
"Goed dan! In dat geval gaan we om te beginnen twee toasten uitbrengen. Eén op onszelf en één op de vele schattige kindertjes, die wij in de komende jaren nog voort zullen gaan brengen."
"Allright!"
Zij kwam overeind, legde de kussens achter haar rug en opende het nachtkastje naast het bed, waar zij een fles rode wijn en twee wijnglazen uithaalde. Hij bekeek dat gescharrel met een wat wezenloze blik in zijn ogen. Daar was overigens wel een goede reden voor, want hij had zich inmiddels aan de meest aangename toekomstdromen overgegeven. Twee van die dromen zouden overigens ook uitkomen: zijn beide vriendinnetjes zouden hem in de komende winter een flinke zoon gaan schenken...

BERT HARBERTS


Terug


Amsterdam, 16 mei 1998. © Bert Harberts