DE JOGGERS

Het huis aan de Noordamsterdamse Kamperfoelieweg had vier kamers en was zeer sober ingericht. Het meubilair in de vierkante huiskamer bestond uit twee leren draaistoelen, een wandmeubel met boeken, een grotendeels uit de jaren zeventig daterende stereo/hifi-installatie en een video, een tafeltje met een twaalf jaar oude televisie en een langwerpig salontafeltje, waarboven een defecte lamp hing. Voor het raam stond een grote kunstplant, het enige soort plant, dat in dit huis een lang leven was beschoren, de muren en het plafond waren witgeschilderd en op de vloer lag een vale, paars-grijze vloerbedekking, die overigens in bijna alle kamers en gangen van het huis lag.
De slaapkamer aan de straatzijde bevatte slechts een tweepersoonsbed en een sobere make-uptafel, de grootste kamer aan de achterzijde van het huis herbergde, behalve de douchecel, ook een lage, met donkerbruin ribfluweel beklede stoel, een oude divan van dezelfde kleur, een staande leeslamp en een bureau, waarop een zelfbouwpc, een modem van het merk 'Trust' en een stokoude 'Hewlett Packard'-printer stonden, de keuken was, behoudens de keukenkastjes en het aanrecht, slechts van een 'Philips'-koelkast, bouwjaar 1979, en een 'Zanussi'-wasautomaat, bouwjaar 1997, voorzien en de tweede kamer aan de achterzijde van het huis was de kattenkamer, waarin slechts een voer- en waterbakje voor een kat en twee kattenbakken stonden.
Het huis had ook nog een zolder. Op het achterste deel van de zolder stonden een aantal spullen van de vader van de huidige bewoner, op het voorste deel stonden een aantal spullen van een broer van de huidige bewoner en achter een schot van hardboard bevond zich een kleine kamer, waarin alleen maar een tweepersoonsbed, twee oude keukenstoelen en een kleine koelkast stonden.
Die zolderkamer was al sinds jaar en dag de tweede slaapkamer van Dennis en Trudy Harberts, het alhier woonachtige echtpaar. Achtentwintig jaar geleden waren ze in dit kamertje voor het eerst met elkaar naar bed gegaan en ze sliepen er nog steeds zeker tweemaal per week. Ze hadden er in die achtentwintig jaar weinig aan veranderd. Achttien jaar geleden hadden ze de balken bruin geschilderd en op de planken daartussen hadden ze wit schuimplastic laten plakken. Dat laatste was een hele verbetering geweest. Voor die tijd hadden ze op sommige plekken door de balken naar buiten kunnen kijken en had de temperatuur in de wintermaanden vaak net boven het vriespunt gelegen.
Nu had Trudy eigenlijk weinig meer te wensen, waar het de zolderkamer betrof. Het pietluttige schoonmaaktrutje in haar kon de rotzooi buiten de zolderkamer wat moeilijk velen, maar in de zolderkamer was het heerlijk toeven. Het brede, tweepersoonsbed stond vanzelfsprekend in de lengte van de kamer. De helft van Dennis bevond zich onder het schuin aflopende dak, haar helft van het bed lag precies onder het zolderraampje en boven het bed hingen drie straalkacheltjes.
Op de tweede zondag van het jaar 2000 werd zij om zes uur 's ochtends in die zolderkamer wakker. Voor zij opstond, bleef zij eerst nog een paar minuten onder de warme dekens liggen. Pas toen zij hoorde, hoe haar man beneden in de keuken aan het rondscharrelen was, voelde zij zich in voldoende mate aangespoord om op te staan. Nog even aarzelde zij om zich aan de kilte van de zolderkamer bloot te geven, maardaarna duwde zij resoluut de dekens van zich af. Zij kroop naar het voeteneind van het bed, griste haar duster van de stoel, trok hem aan, stapte in haar muiltjes en verliet de kamer.
Na beneden wat plichtplegingen van sanitaire en hygiŽnische aard te hebben verricht, trof zij haar man in de huiskamer aan. Hij had het salontafeltje voor een kort ontbijt gedekt en zat onderuitgezakt in de stoel bij het raam.
"Ha!", zei hij, haar een montere blik toewerpend.
"Dag, liefje!", zei zij lachend, alvorens zij hem de ochtendkus gaf, "Ben je al lang op?"
"Een kwartiertje. Ik wilde weer eens een lekker ontbijtje voor je klaarmaken."
"Dat is lief van je!", zei zij, kijkend naar haar bord en het bijna tot de rand gevulde espressokopje daarnaast, "En je hebt dus ook al koffie voor mij gezet."
"Ja, en het is weer een overheerlijk kopje espresso geworden."
"Wat ben je toch een verschrikkelijke opschepper!"
"Hoezo?"
"Je hebt helemaal geen overheerlijk kopje espresso voor mij gezet: je hebt alleen maar een fluitketel met water opgezet en je hebt dat water even later in kokende vorm over de inhoud van een zakje instant-espresso heengegoten."
"Is er dan een andere manier?"
"Ja, hoor! Er schijnen hele mooie en ook hele dure espresso-apparaten te koop te zijn."
"Je meent het! Waarom koop je die dan niet?"
"Waarom moet ik dat doen?"
"Omdat je veel meer geld hebt dan ik."
"Ach, kom!"
"Wat nou 'Ach kom!'? Het is toch de waarheid. Jij hebt zesentwintig miljoen gulden op je spaarrekening staan, ik maar vier miljoen."
"En van die vier miljoen kan geen espresso-apparaat af?"
"Nee, ik wil het allemaal zelf houden", zei hij, met een jolig glinsterende blik in zijn ogen, "Die vier miljoen zijn helemaal van mij, daar mag niemand meer aankomen."
"Bah, wat ben je toch een vreselijke vrek geworden!", zei zij lachend.
"Ja, maar dat is een familietrekje, hoor. Geef een Harberts een kapitaal en hij geeft nooit meer iets uit."
Dat was lichtelijk bezijden de waarheid. Hij had zich de afgelopen jaren toch wel een paar keer als een suikeroompje gedragen. Aan zijn neef Jeremy had hij een renteloze lening verstrekt, toen deze een tuinbouwbedrijfje had opgezet, voor zijn nichtje Loes had hij de verhuizing van haar vier paarden naar haar ranch in Oklahoma betaald en voor zijn nichtje Ghislaine was hij bij tijd en wijle ook tamelijk genereus geweest. Op zijn kapitaal hadden die schenkingen geen enkele invloed gehad: dat was in de afgelopen tweeŽnhalf jaar zelfs met twee ton vermeerderd. Die kapitaalaanwas hing ook met zijn freelancewerkzaamheden als journalist samen. Hij schreef elke week een column voor het dagblad, waarvoor hij twintig jaar werkzaam was geweest, en hij maakte ook nog regelmatig interviews voor dat dagblad.
"Gaan we zometeen nog joggen?", vroeg hij, toen zij op de andere stoel was gaan zitten.
"Ja, natuurlijk gaan we zometeen nog joggen."
"Nou, zeg! Dat is toch helemaal niet zo natuurlijk?"
"Voor mij wel", zei zij, terwijl zij op een geraffineerde manier haar duster liet openvallen, "Ik vind dat joggen van ons bijna net zo lekker als de seks tussen ons."
Hij wierp een wat eigenaardige blik op haar, inmiddels duidelijk zichtbare benen en leek even iets weg te moeten slikken. Zij zag dat met voldoening aan. Haar macht over hem had na al die jaren nog steeds niet aan kracht ingeboet.
"Waarom kijk je zo benauwd?", vroeg zij, terwijl zij een boterham met een flinke hoeveelheid Becel Light en een kleine hoeveelheid hagelslag besmeerde.
"Ik kijk helemaal niet benauwd."
"Dat doe je wel! Je doet net, of je bang voor mij bent."
"O, maar dat ben ik natuurlijk ook."
"Waarom dan?"
"Omdat je door dat ellendige joggen van die ongelooflijk mooie benen hebt gekregen."
"En dat is een reden om bang voor mij te worden?"
"Ja, natuurlijk! Want zo mooi als nu zijn ze nog nooit geweest."
"Dat meen je niet!"
"Dat meen ik wel!"
"O, wat leuk is dat!", riep zij, kirrend van genoegen, "Ik ben dus nog steeds in staat om je op een positieve manier met mijn uiterlijk te verrassen."
"Ja, dat is zonder meer waar. En dat is na een relatie van bijna dertig jaar toch wel heel opmerkelijk."
"Ja, nou!"
Zij nam een hap uit haar boterham en nipte met een genotvolle gelaatsuitdrukking van haar koffie.
"Wat gaan we na het joggen doen?", vroeg hij.
"Daarna gaan we samen een douche nemen."
"En daarna?"
"Gaan we weer gezellig naar bed."
"O, goed!", zei hij, zonder een spoor van een tegenwerping.
Zij liet haar duster nog wat verder openvallen en zag met voldoening, dat die handeling een wat ontregelende uitwerking op haar man had.
"Doe eens wat leuks!", zei zij.
"Wat moet ik doen, mijn lief?"
"Iets, waardoor ik het gevoel krijg, dat je nog steeds van mij houdt."
"Alweer?", zei hij grinnikend, "Alsof ik vannacht al niet zo mijn best heb gedaan."
"Ja, dat is wel zo, maar zo'n mooi, perfect geconserveerd vrouwtje als ik heeft de hele dag door heel veel verzorging en vertroeteling nodig."
"O, jee!", zei hij, terwijl hij zich van zijn stoel liet afglijden en naar haar toe kroop, "Voelt mijn lieve meisje van middelbare leeftijd zich weer eens een beetje verwaarloosd?"
"Wil je mij niet meer 'mijn lieve meisje van middelbare leeftijd' noemen?", zei zij, een tikje pinnig.
"Waarom niet?"
"Omdat je niet met de leeftijd van een vrouw van middelbare leeftijd mag spotten."
Hij trok haar muiltjes uit, nam haar smalle linkervoetje ter hand en drukte daar een vluchtige kus op. Zij bekeek die handeling met een mengeling van vertedering en spotlust.
"En wat gebeurt er met mij als ik dat wel doe?", vroeg hij, onderwijl zijn attenties naar haar andere voetje verleggend.
"Dan schop ik al je tanden uit je bek."
"Ha, lekker!", kraaide hij uit.
"Lekker?"
"Ja, ik hou wel van een lekker mokkeltje, waar een beetje pit in zit."
"Ook als het je eigen tanden kost?"
"Wel ja, malle meid! We hebben nu de leeftijd, waarop we, zonder ons te hoeven schamen, aan een kunstgebit kunnen beginnen, dus eh... schop er maar lekker op los, hoor."
Zij schoot in de lach en gaf hem een speels duwtje met haar rechtervoet, waardoor hij omviel.
"God, wat ben je toch een irritante imbeciel aan het worden!", zei zij, zonder al teveel overtuiging.
"Dat is zo, maar ik ben wel een irritante imbeciel, die voortdurend in blinde aanbidding aan je voeten ligt."
"Dat is gelukkig maar al te waar", murmelde zij voor zich heen.
Hij drukte nog een laatste kus op de grote teen van haar linkervoetje en ging daarna weer op zijn knieŽn zitten. Zij dronk onderwijl op haar gemak haar koffiekopje leeg.
"Wil je echt gaan joggen?", vroeg hij.
"Ja, natuurlijk wil ik gaan joggen! Jij niet dan?"
"Nee, ik wil nu al met je naar bed."
"Waarom?", vroeg zij huichelend.
"Omdat ik weer vreselijk veel zin in je heb."
"Meen je dat?"
"Ja, ik wil je weer eens helemaal sufneuken."
"O, jee! Spelen de hormoontjes van mijn lieve jongen van middelbare leeftijd weer eens op?"
"Ja, en het is allemaal doodsangst, volgens mij", antwoordde hij grinnikend, terwijl hij overeind kwam en op zijn knieŽn ging zitten.
"Och, wat ben je toch een vreselijke zielepoot!"
"Ja, hŤ? Het is de hoogste tijd, dat je mij weer eens duchtig verwent."
"Dat is goed, maar ik wil eerst gaan joggen."
"Je bent gemeen!"leggend.
"Ha! Je bent gewoon bang, dat je daarna geen zin meer hebt."
"Dat ik 'm daarna niet meer omhoog krijg, bedoel je."
"Dennis!", riep zij lachend, "Ga je schamen!"
"Nee, jij moet je schamen! Maar goed... als je met alle geweld wilt gaan joggen, gaan we joggen."
"He, wat ben je toch balsturig, vandaag! Je weet toch, dat het goed voor mijn conditie en goed voor mijn figuurtje is?"
"Wat een kutsmoes!"
"Nou, ja! Er is echt geen land met je te bezeilen, hŤ?"
"Tja, daar heb ik niet echt een weerwoord op."
"Wel, als je het zometeen dan echt niet meer uithoudt, mag je mij aan het einde van de Metaalbewerkersweg wel de bosjes insleuren."
"Nee, dat kan natuurlijk niet."
"Waarom niet!"
"Omdat dat niet netjes is."
"Tja, dat is natuurlijk wel zo, maar wat het zwaarst is, moet het zwaarst wegen."
"Wat een walgelijk seksistische opmerking!"
Zij schoot weer in de lach, stond op en liep naar haar slaapkamer om zich aan te kleden. Na het uittrekken van haar duster dubde zij even over de vraag of zij onder haar hagelwitte trainingsbroek een panty of een maillot zou moeten aantrekken. Het was echter niet koud, dus beperkte zij zich tot een T-shirt, een witte, wollen trui, haar trainingspak en een paar 'Nike'-sportschoenen, maat 38.
"Ben je klaar?", blŤrde zij naar haar echtgenoot.
"Natuurlijk ben ik klaar!", antwoordde hij, terwijl hij, gehuld in een oud, blauw trainingspak en zo mogelijk nog oudere sportschoenen, de kamer binnenkwam.
"Wel, laten we dan maar gauw gaan", zei zij monter.
"Goed, kindje."
Ze liepen de slaapkamer uit, verlieten het huis en jogden in een kalm tempo in noordelijke richting.
Gedurende de eerste vierhonderd meter liepen ze over de Kamperfoelieweg tot zebij het stoplicht op de Wingerdweg aankwamen. Het was een plek, waar ze overdag regelmatig door het verkeer werden opgehouden. Ditmaal konden ze echter zonder enig gevaar door het rode licht lopen. Het was nog heel stil op straat en daarin zou het komend halfuur ook wel geen verandering komen.
Zij keek naar de onbewolkte en nog donkere sterrenhemel boven haar hoofd en voelde ineens weer de nabije aanwezigheid van haar overleden vader. Hoewel hij al bijna dertig jaar dood was, bleef zij in gedachten met hem communiceren en voor haar gevoel was dat contact met hem het sterkst tijdens deze joggingstochten door het ochtendduister. Hij zou nu zeventig zijn geweest en dat getal was even onwerkelijk als de vierenveertig levensjaren van haarzelf en haar echtgenoot. Vijf februari aanstaande zou zijn dertigste sterfdag zijn en zij vroeg zich af, hoe ze die dag zouden moeten gaan doorbrengen. Zij had eigenlijk wel zin om die dag weer naar Heemskerk te gaan. Tegenover het kerkhof, waar haar vader lag begraven, stond een hotel, waar zij en Dennis met een zekere regelmaat bleven overnachten en de dertigste sterfdag van haar vader was natuurlijk bij uitstek de gelegenheid om daar weer eens een weemoedig nachtje door te gaan brengen.
Terwijl haar gedachten nog even bij haar vader verwijlden, was haar blik op haar bedaard doorlopende echtgenoot gericht. Dat was een alleszins plezierige aanblik, want hij had een mooie stijl van lopen. Zijn bovenlichaam en armen hingen vrijwel stil en hij liet eigenlijk alleen zijn benen het werk doen. Er ging ook iets rustgevends van die kalme, zelfbewuste tred uit. Ze zouden vermoedelijk nog lang met dit joggen doorgaan en of die bezigheid nu wel of niet levensverlengend voor hen zou zijn, deed eigenlijk niet ter zake. Ze voeren wel bij dat joggen en dat was het enige, wat er echt toe deed.
Zij was overigens zeer aan hun joggingstraject gehecht: het deed haar elke keer weer aan het begin van de zeventiger jaren terugdenken, aan die luie, warme zondagen, waarop zij en Dennis over dit fietspad naar Purmerend waren gefietst. Zij koesterde die herinneringen. De eerste helft van de zeventiger jaren, het begin van het 'Dennis-tijdperk', had een hooglijk poŽtisch karakter gehad. Als zij terugkeek op die jaren, nam er altijd een sterk gevoel van weemoed bezit van haar. Dat gevoel was het sterkst als zij haar uit 1971 daterende lievelings-cd afspeelde. De tere, maar ongepolijste ballads op 'You don't mess around with Jim' van Jim Croce konden de magie van die eerste Noordamsterdamse jaren altijd weer moeiteloos bij haar oproepen. Het was de muziek, die het voor haar deed. Met de teksten kon zij zich minder vereenzelvigen, al kon zij in de tekst van 'Time in a bottle' wel een beetje het verhaal van haar huwelijk herkennen.
Ze waren inmiddels bij het einde van de Metaalbewerkersweg aangekomen en Trudy besloot om haar man een beetje op de proef te stellen.
"Gaat het nog een beetje, meneer Harberts?", vroeg zij, op een treiterend toontje.
"Ja, hoor!", antwoordde hij, terwijl hij omkeek en haar een wat vermoeide blik toewierp.
"Dus we gaan niet de bosjes in."
"Nee, lieve, lekkere stoeipoes van mij! We gaan niet de bosjes in."
"Ach, wat jammer nou!"
"Niks jammer! Er is niets, wat het libido zo makkelijk aan banden legt als een joggingstochtje. Ik voel mij weer als herboren."
"Ach, wat ben je toch een irritante, brave borst aan het worden."
"Dat neem je terug!"
"Alleen als je mij alsnog de bosjes intrekt."
"Ik peins er niet over!", zei hij ferm.
Het fietspad, waarover ze liepen, ging steil omhoog en boog daarna tweemaal naar rechts af. Ze passeerden een, in een park ingebed bungalowwijkje en aan de overkant van de weg, langs de oever van Zijkanaal I, lagen een aantal kapitale woonboten. Trudy keek er naar, zonder de behoefte te voelen er zelf een aan te schaffen. Zij zat wel goed in het huis aan de Kamperfoelieweg. Het was niet alleen het geboortehuis van Dennis; zijzelf was er in de afgelopen tweeŽntwintig ook zeer aan gehecht geraakt. Een vertrek uit dat huis, een idee, waarmee zij en Dennis jaren hadden gespeeld, was voor haar nu onmogelijk geworden. De herinneringen aan al die jaren met Dennis waren haar simpelweg te dierbaar.
Voor dat besluit waren de broers van Dennis haar zeer dankbaar geweest. De drie mannen, Arie, Peter en Eric, vonden het zeer plezierig om nog regelmatig in hun voormalig ouderlijk huis op bezoek te kunnen komen, al maakten ze van dat voorrecht slechts spaarzaam gebruik. Trudy betreurde dat wel een beetje. Het was een hoogst aimabel drietal, waarmee zij heel goed kon opschieten.
Een paar minuten later naderden ze het einde van het fietspad. Het was de plek, waar ze altijd van plaats wisselden, omdat ze vanaf dat punt een stukje over de weg moesten lopen. Zij versnelde haar pas en liep hem met een lichtvoetige tred voorbij.
"Vind je het fijn, dat we al bijna op de helft zijn?", vroeg zij.
"Ja, natuurlijk!"
"Heb je echt geen behoefte meer aan seks?"
"Natuurlijk heb ik nog wel behoefte aan seks! Ik bedoel maar..."
"Waarom zijn we dan nog aan het joggen?"
"Omdat dat goed voor jou en mij is. Bovendien is seks na het joggen veel leuker dan voor het joggen."
"Dus je wilt zometeen meteen naar bed?"
"Misschien..."
"Misschien?"
"Ja, eigenlijk wil ik ook wel weer eens een tekening van je maken."
"Maar je hebt al bijna honderd tekeningen van mij gemaakt."
"Nou, en? Jij bent nog mooi genoeg om nog zeker tweehonderd, prachtige tekeningen van te maken."
"Dat is waar", beaamde zij glimlachend, "En ze zijn inderdaad prachtig, die tekeningen van jou."
Na het bereiken van de Kadoelenweg keerden ze om en liepen ze weer in de richting van hun huis. Trudy dacht aan de korte conversatie van daarnet en besefte, dat zij geen woord teveel had gezegd: de dromerig-weemoedige naakttekeningen, die hij door de jaren heen van haar had gemaakt, waren het bekijken meer dan waard. Een aantal van die tekeningen hadden inmiddels een leuke bestemming gevonden. Hij had een website gemaakt, waarop hij een selectie van zijn columns en een selectie van zijn beste naakttekeningen van Trudy had gezet. Het resultaat van die inspanningen was een strak vormgegeven ode aan haarzelf geworden. De naam van de website sprak dan ook boekdelen: dat was 'The Trudy Files' geworden.
'The Trudy Files' was op 1 januari 2000 de lucht ingegaan en stond nu op de servers van de DSL, de Digitale Stad Leiden. Trudy had daar een heel apart gevoel over. Het was vreemd om zichzelf op het Net tentoongesteld te zien, al zou het vermoedelijk nooit duidelijk worden, hoeveel bezoekers de website zou gaan trekken. Ondanks herhaaldelijk aandringen van Eric had Dennis geweigerd om de website van een teller te voorzien: Dennis vond, dat het aantal bezoekers maar een moest mysterie blijven.
Zij had daar eigenlijk wel vrede mee. Zij had hemel en aarde moeten bewegen om hem iets met die prachtige tekeningen te laten doen en nu hij haar via de columns en de tekeningen op de website had vereeuwigd, was zij daar tamelijk trots op. Eigenlijk wilde zij hem daarvoor dolgraag een beloning geven en een paar dagen geleden had zij bij het peinzen over die beloning een heel charmant idee gekregen. Nu leek de tijd wel rijp te zijn om dat idee aan hem voor te leggen.
"Ik heb zin om iets onbezonnens te doen", zei zij.
"Wat dan?"
"Ik zou Eric graag een heleboel geld willen gaan toestoppen."
"Om hem daarmee met werken te laten stoppen?"
"Ja, iemand, die zo depressief is als hij, zou eigenlijk nooit meer hoeven werken."
"Je hebt groot gelijk. We moeten het inderdaad ook maar gewoon doen."
"Niet we! Ik wil het gaan doen! Ik heb veel meer miljoentjes op de bank dan jij."
"Dat is waar", zei hij lachend.
"Dus je bent het er echt mee eens?"
"Natuurlijk ben ik het er mee eens, malle meid! Ik ben alleen wel benieuwd, hoe je dat zult gaan aanpakken!"
"Ik weet het nog niet. Misschien neem ik hem wel in dienst."
"Als wat?"
"Dat is niet zo belangrijk. In principe is elke nepfunctie natuurlijk geschikt."
"Maar hoe denk je hem zover te krijgen, dat hij je 'geschenk' aanvaardt?"
"Tja, dat weet ik dus nog niet. Denk je, dat het moeilijk zal worden?"
"Ik denk het wel. Er zitten natuurlijk wel wat haken en ogen aan. We moeten van hem gedaan krijgen, dat hij een baan gaat opgeven bij een werkgever, waarvoor hij al vijfentwintig jaar werkzaam is. Als we dat willen bereiken, zullen we hem toch echt wel iets goeds moeten aanbieden."
"O, dat is zeker waar."
Ze hadden nu bijna drie kilometer afgelegd en Trudy dacht weer over haar 'Eric'-project na. Het zou goed zijn als zij hem zou kunnen overtuigen om het geld van haar aan te nemen. Dennis had regelmatig last van schuldgevoelens over zijn zorgeloze renteniersleventje en zeker als hij zijn situatie met die van Eric vergeleek en zij had er veel over als zij die schuldgevoelens bij hem weg zou kunnen nemen. Toch zaten er inderdaad wel wat haken en ogen aan dat plan van haar.
"Heb jij misschien al ideeŽn voor het 'Eric-project'?", vroeg zij.
"Ja, ik heb wel een leuk ideetje, ja."
"Spui het dan maar."
"Misschien zouden we hem kunnen helpen om een eigen bedrijfje op te zetten."
"Wat voor bedrijfje?"
"Wat dacht je van een softwarebedrijfje? Hij is een briljant programmeur, hij kan fantastische websites maken en hij heeft zakelijk inzicht. Als hij voor zichzelf gaat beginnen, zou hij het misschien wel helemaal kunnen maken. Het enige, wat hij daarvoor nodig heeft, is geld en een steuntje in de rug."
"Dat lijkt mij een fantastisch plan!"
"Ja, hŤ? We richten gewoon met zijn drieŽn een bedrijfje op. En het enige, wat wij dan hoeven te doen, is zorgen, dat hij tot aan zijn zestigste een redelijk salaris krijgt."
"O, dat klinkt hartstikke gaaf! Je bent echt briljant, hoor!"
"Dank je!"
"En wat doen we als dat softwarebedrijfje winst gaat maken?"
"Als hij meer geld gaat binnenbrengen dan hij kost? Wel, dat is nogal wiedes, hŤ? Als hij veel geld gaat binnenbrengen, is dat geld voor hem. Als hij het goed aanpakt, is hij op zijn zestigste rijker dan wij."
"O, wat goed! O, liefje, je bent echt briljant!"
"Dank je", zei hij lachend.
Ze begonnen aan de laatste kilometer van hun joggingstochtje en liepen weer over de Metaalbewerkersweg. Daar kwam een jeugdig fietstertje hen tegemoet, een mooi, blond meisje van een jaar of achttien. Het kind liet een meer dan welgevallig oog op Dennis rusten en Trudy registreerde dat feit, zonder angst of jaloezie te voelen. Zij voelde zich volkomen zeker van hem. Dat gevoel was zeker niet misplaatst: hun relatie was zo stevig en duurzaam als een rots. Tijdens de laatste, tweeŽnhalf jaar waren ze zelfs volstrekt onafscheidelijk geweest en er was in de verste verte niets wat er op wees, dat hij daar genoeg van begon te krijgen.
Zij versnelde haar pas, ging naast hem lopen en keek naar zijn rustige, haast serene gelaatsuitdrukking. Die gelaatsuitdrukking verbaasde haar een beetje. Hij was altijd een man van wisselende stemmingen geweest, 'een bij tijd en wijle uitgelaten melancholicus', zoals hij zichzelf altijd placht te noemen, maar nu lag daar ineens een zeer intrigerende gemoedsrust op zijn gezicht bestorven.
"Zullen we zometeen maar meteen naar bed gaan?", vroeg zij.
"Ja, laten we dat maar doen, hŤ?"
"Echt?"
"Ja, want ik wil je dolgraag een fikse beloning geven."
"Voor wat?"
"Voor wat je voor Eric gaat doen."
"Ah, dat is lief van je."
"Ja, hŤ?"
"Mag ik zometeen nog wel even douchen?"
"Nee!", zei hij ferm, "We gaan meteen door naar zolder."
"Wat heb je toch vandaag?", vroeg zij lachend, "Zo hanerig als nu ben je volgens mij nog nooit geweest."
"Dat neem je terug!"
"Waarom zou ik?"
"Omdat ik altijd al zo hanerig ben geweest."
"Zo! Dat heb je in al die jaren dan aardig weten te verbergen."
"Ja, dat is waar, maar nu heb ik dan eindelijk mijn preutse masker afgeworpen."
"Mooi zo! Het werd tijd."
Gelukkig voor hen kwam het einde van hun tocht al in zicht. Ze bereikten het einde van de Metaalbewerkersweg, sloegen rechtsaf en naderden het stoplicht op de kruising tussen de Kamperfoelie- en de Wingerdweg.
"Ik wil zometeen toch wel graag nog even gaan douchen", zei zij bij het oversteken van de Wingerdweg.
"Waarom?"
"Omdat ik mij graag een beetje mooi voor je wil maken."
"Dat is in het geheel niet nodig, maar als je dat echt met alle geweld wilt, dan mag dat natuurlijk. Als je gaat douchen, kan ik meteen nog even kijken, of we nog e-mail hebben gekregen."
"Waarom?"
"Omdat ik een mailtje van Eric verwacht. Hij zou gisteravond de website op eventuele fouten gaan checken en hij zou mij daarna zijn bevindingen doormailen."
"Hm, nou, vooruit dan maar! Als het voor 'The Trudy Files' is, mag je nog wel even je mailbox nakijken."
"O, wat ben je toch een vreselijke ijdeltuit!"
"Nou, zeg! Mag ik alsjeblieft? Die website was er nooit gekomen als ik er niet was geweest.
"Dat is waar."
"Hoe ga jij eigenlijk om met de wetenschap, dat ik naakt op het Net sta?"
"Pfoe! Hoe ga ik daarmee om? Als kunstenaar vind ik het fantastisch."
"Maar..."
"Als liefhebbend echtgenoot vind ik het een gruwel."
"O, wat is dat weer een heerlijk genuanceerd antwoord!"
"Is dat een compliment?"
"Ja, toch wel, ja! Maar ik wil toch wel graag van je weten, wie daar binnen in jou de overhand heeft."
"De kunstenaar, denk ik. Die kan de jaloerse echtgenoot in mij wel de mond snoeren."
"Hoe dan?"
"Door mij in te beelden, dat jij niet echt op die website staat."
"Wie staat er dan wel op?"
"Er staat helemaal niemand op. Wat er wel op staat, is een aantal door mij geproduceerde, artistieke weergaves van jou. Het zijn ook alleen maar tekeningen. Geen nietsverhullende naaktfoto's."
"Hm, dat klinkt voor jouw doen best wel verstandig."
"Dank je! Maar ik ben wel blij, dat ik er geen teller op heb gezet."
"Waarom dan niet, imbeciel?"
"Omdat ik gewoon niet wil weten hoeveel bezoekers de website krijgt. Als er geen bezoekers op de website zouden komen, zou ik mij als kunstenaar een mislukkeling voelen."
"En als er heel veel bezoekers op de website zouden komen?"
"Zou de jaloerse echtgenoot toch wel eens kunnen gaan flippen."
"Hm, wat ben je toch een vreemd ventje!"
"Ja, hŤ?"
Ze waren nog honderd meter van hun huis verwijderd en Trudy versnelde haar pas weer een beetje.
"Wat ga je doen?", vroeg hij lachend.
"Ik ga de douchekranen alvast opendraaien."
"Zet dan ook de pc alvast aan."
"Dat is een goed idee!"
Zij perste er nog een alleszins aanvaardbaar sprintje uit en zij was daardoor een twintigtal seconden eerder thuis dan hij. Eenmaal bovengekomen liep zij eerst naar de pc, die zij, zoals beloofd, meteen aanzette/ Daarna liep zij naar de douchecel, waar zij de kranen wijd opendraaide. Op dat moment gooide Dennis de huisdeur dicht.
"Staat de pc aan?", vroeg hij, bij het betreden van de kamer.
"Ja, en ik begin vast met douchen."
"Dat is goed, liefje. Ik kom er ook zo aan."
Terwijl zij zich begon uit te kleden, keek zij toe, hoe hij achter zijn pc plaatsnam en hoe zijn slanke vingers het toetsenbord te lijf gingen. Het duurde daarna niet lang, voordat het snerpende geluid van de modem de zondagstilte in het huis verstoorde. Het was geen prettig geluid, maar zij beschouwde het maar als het signaal, dat een genoeglijk seksdagje aankondigde. Zij gooide het T-shirt en het slipje in de wasautomaat, pakte twee badhanddoeken uit de linnenkast in de huiskamer en keerde naar de douchecel terug, waar ze meteen onder de inmiddels hete stralen stapte. Zij mocht er echter niet lang van genieten. Er klonk een gesmoorde kreet vanuit de kamer naast de douchecel en zij vermoedde, dat haar man een schokkend mailtje van zijn broer had gehad.
"Wat is er?", vroeg zij, ineens heel ongerust.
"O, shit! O, shit! O, shit!"
"Wat is er aan de hand?"
"Kom maar kijken!", riep hij, met een vreemd, ietwat benepen stemmetje, "Je gelooft het toch niet als ik het je zeg."
Zij draaide de kranen dicht, sloeg een handdoek om haar lichaam heen en glipte de douchecel uit. De aanblik van Dennis schokte haar een beetje. Hij had zijn handen op zijn mond gelegd en hij keek met een verwilderde blik naar zijn beeldscherm.
"Wat is er, liefje!", vroeg zij.
"'The Trudy Files' staat op de eerste plaats!", antwoordde hij, terwijl hij naar de internetpagina op zijn beeldscherm wees.
"Wat bedoel je in godsnaam?"
"'The Trudy Files' staat op de eerste plaats van de ranglijst van de meest bezochte DSL-pagina's van gisteren."
"Dat meen je niet?"
"Het is echt zo. Eric heeft het vannacht ontdekt en hij heeft mij meteen een mailtje gestuurd. Kijk maar!"
Hij klikte in de taakbalk op een button, waaronder Erics mailtje stond, en daardoor kon ook zij de heuglijke mededeling van haar toekomstige werknemer lezen:

"Je staat op 1 in de Top-50 van de DSL!!!!! Met 444 hits!!!!! Hoe heb je dat in godsnaam voor elkaar gekregen?????"

Zij las het berichtje driemaal door, maar de inhoud daarvan drong maar moeizaam tot haar deur.
"Wat betekent dit precies?", vroeg zij.
"Dat die tekeningen van jou en die columns over jou gisteren door vierhonderdvierenveertig mensen zijn bekeken of gelezen."
"Nee, echt?"
"Ja, echt!"
"Wauw!", riep zij, terwijl zij van pure blijdschap een sprongetje in de lucht maakte, "Wat gaaf! Wat ongelooflijk gaaf!"
"Je schijnt het nogal plezierig te vinden", zei hij, met een vage glimlach.
"Ja, ik vind het fantastisch!"
"Ah, dat is mooi."
"En wat vind jij ervan?"
"Ik eh... ik vind het ook fantastisch!", antwoordde hij kleintjes.
"Je bent beroemd, jochie!", zei zij, terwijl zij op haar knieŽn ging zitten en zijn gezicht in haar handen nam, "Je hebt het echt helemaal gemaakt."
"Vind je?"
"Ja, dat vind ik! Die tekeningen en die columns van jou zijn gisteren door vierhonderdvierenveertig mensen bekeken en gelezen. Dat zijn echt een heleboel mensen en ik ben ervan overtuigd, dat dit nog maar het begin is. Ik ben ervan overtuigd, dat je morgen en ook de dagen en weken daarna op de eerste plaats zult blijven staan."
"Misschien wel."
"Ik weet het wel zeker. Want je bent gewoon vreselijk goed. Je bent echt een fantastische schrijver en een fantastische tekenaar en als er ťťn dit succes verdient, ben jij het wel."
"Dank je! Maar stoort het je echt niet, dat die tekeningen van jou door vierhonderdvierenveertig onbekende personen zijn bekeken?"
"Nee, integendeel! Ik ben er verschrikkelijk trots op en ik ben je ook verschrikkelijk dankbaar. Je had mijn schoonheid al in die tekeningen vereeuwigd en je hebt er nu ook voor gezorgd, dat die tekeningen niet onopgemerkt zijn gebleven."
"Dat is zeker waar, ja!"
"En om dat heuglijke feit te vieren, wil ik, dat je nu met mij meegaat."
"Waarnaartoe?"
"Eerst naar de douchecel en daarna naar zolder! Want dit is, wat we nu gaan doen: ik ga je eerst onder de douche zetten, daarna ga ik een leuk nachthempje en een paar mooie, zwarte nylonkousen aantrekken en mijzelf nog een beetje mooier maken dan ik al ben. En als jij klaar bent met douchen en ik klaar ben met het mooier maken, dan gaan we samen naar zolder, waar we voor de rest van de dag een met veel seks en bier gelardeerd feestje zullen gaan vieren."
"Dat is goed, liefje", zei hij glimlachend.
"Wel, zet om te beginnen dan maar snel je pc'tje uit."
Hij gehoorzaamde haar onmiddellijk en daarna liet hij zich als een kind naar de douchecel meetronen.

BERT HARBERTS


Terug


Amsterdam, 7 december 2001. © Bert Harberts