TROUWDAG

Danny en Carry Harberts kwamen om twee uur in de middag met de trein in Leiden aan. Voor ze aan hun stadswandeling begonnen, namen ze eerst een kop koffie in de stationsrestauratie. Ze gingen in het hoekje zitten, waar de medewerkers van 'Radio Holland Centraal' elke zondag een live-uitzending van hun programma 'Weerslag' verzorgden en dronken daar zwijgend hun espresso's op. Ze vormden een mooi stel: Danny was knap, slank, blond en veertig, Carry was knap, mollig en blond en was vandaag eenendertig geworden. Hij droeg een zwarte winterjas, een rood sweatshirt en blauwe jeans; zij had een rood-leren jackje, een witte coltrui, een kort, zwart rokje en zwarte nylonkousen aangetrokken.
Ze waren op deze koude, maar zonnige vrijdag in maart ook precies drie jaar getrouwd. Hun relatie duurde echter al zes jaar. In die jaren voor hun huwelijk was er een tweede vrouw en zelfs een derde vrouw in het spel geweest, maar uiteindelijk hadden ze allebei het veld geruimd. De een, Tanja, een pronte, Zandvoortse strandtenthoudster, woonde nu samen met een arts uit Heemskerk en was geheel uit hun leven verdwenen; de ander, Suzanne, een lief, verlegen vrouwtje uit Stockholm, was daarentegen liefdevol in hun vriendenkring opgenomen en kwam zeker twee keer per jaar bij hen logeren.
Sinds ze waren getrouwd, had de geestelijke gezondheid van de altijd wat onevenwichtige Danny een opmerkelijke verbetering te zien gegeven. Het kalme en monogame huwelijksleven had hem buitengemeen goed gedaan. Het bewijs daarvan leverde hij zelf tijdens het koffiedrinken. Zijn knappe gezicht straalde niets dan levenslust uit en de manier, waarop hij haar stevige linkerdij in een soort houdgreep nam, liet verder ook weinig aan de verbeelding over. Zij schoot in de lach, liet hem ook wel even zijn gang gaan, maar achtte het uiteindelijk toch noodzakelijk om zich aan die houdgreep te ontworstelen. Het lukte haar pas na een paar mislukte pogingen.
Ze leidden overigens een heel rustig leven. Ze gingen weinig uit en vrijwel nooit op vakantie en ze waren geen carrièrejagers. Carry had zich bij dat ontwikkelen van die levensstijl helemaal aan Danny aangepast. Door hem was zij van een idealistisch en aan een hevige stress lijdend, onderwijzeresje in een, op haar rust en comfort gestelde onderwijsinspectrice veranderd.
Die transformatie was vlekkeloos verlopen; zij was die jaren voor de klas in die Noordamsterdamse basisschool allang vergeten. Wat werktijden betreft, was er niet veel veranderd voor haar, zij maakte elke week een respectabel aantal overuren, wat werkdruk en salaris betreft gelukkig wel. Zij had dankzij haar aanstelling als Neerlands jongste onderwijsinspectrice en de daaraan verbonden salarisverhoging haar Zandvoortse flatje kunnen kopen en sinds Danny zijn verblijf in die flat niet meer tot de weekenden beperkte, had zij vrijwel niets meer te wensen over.
Haar passie voor hem was in die jaren alleen maar gegroeid. Eigenlijk kon zij hem geen minuut meer missen. In de periode van hun lat-relatie was zij de werkdagen altijd moeiteloos doorgekomen; nu ze waren getrouwd, was elk overwerkuur eigenlijk al teveel voor haar. Zij vond het dan ook heel plezierig, dat ze nu drie weken vakantie hadden en dat zij hem in die weken helemaal voor zichzelf zou hebben. Ze hadden verder geen plannen voor de komende weken. Even hadden ze overwogen om voor een paar dagen naar Suzanne te gaan, maar uiteindelijk hadden ze besloten om maar gewoon in Nederland te blijven. Het zouden drie weken van lezen, gitaarspelen, lekker eten en zo veel mogelijk vrijen gaan worden.
Terwijl Danny met een wat lodderige gelaatsuitdrukking het komen en gaan in de stationshal bekeek, was Carry geheel in gedachten verzonken geraakt. Er zat niet veel lijn in die gedachten, ze varieerden van een wat onplezierige herinnering aan een uit Leiden afkomstig ex-vriendje tot de vraag, wat er in de komende reprise van hun huwelijksnacht zou gaan gebeuren. Zij keek op dit moment zeer naar die reprise uit en het verlangen daarnaar werd alleen maar versterkt, toen zij zich opnieuw een paar ontuchtige handelingen moest laten welgevallen. Hij had ditmaal een greep naar haar rechterdij gedaan. Hij beperkte zich aanvankelijk tot dat ene dijbeen, maar over zijn intenties maakte zij zich geen illusies. Zij wist zeker, dat hij haar zo snel mogelijk in bed wilde hebben en zij nam zich voor om hem zo snel mogelijk zijn zin te geven. Om die reden onderging zij dat gepruts aan haar benen met een stalen gezicht. Na een paar minuten vond zij het wel genoeg en deed zij een poging om hem met een paar fikse tikken op de vingers weer tot de orde te roepen. Veel hielp het niet: hij bleef zich van zijn aanhalige kant tonen en uiteindelijk gaf zij haar afremmingspogingen maar op.
Na hun vertrek uit de restauratie liepen ze op hun gemak de stad in. Ze wandelden de Stationsweg af, staken de Beestenmarkt over en liepen via de Blauwpoortsbrug, de Prinsessekade en het Kort Rapenburg naar het Rapenburg, het mooiste stukje van Leiden. Bij café 'Barrera', de stamkroeg van prins Willem-Alexander, sloegen ze linksaf, de Kloksteeg in. Ze liepen kalm verder, passeerden de Pieterskerk en wandelden via de Pieter en Choorsteeg naar de Breestraat, waar het enorme, langgerekte stadhuis zich behaaglijk in het middagzonnetje koesterde. Ze hadden geen haast. Het doel van hun wandeling was het aan de Nieuwe Rijn gelegen café 'Van Engelen' en dat zou pas over enige minuten opengaan. Om de tijd te doden liepen ze via een flinke omweg naar het café toe. Die omweg voerde hen over de Koornbrugsteeg en de Nieuwstraat, langs de Hooglandse Kerk en over de gedempte Hooglandsekerkgracht en de Oude Rijn.
Ze kwamen uiteindelijk toch bij café 'Van Engelen' aan en namen met twee kopjes koffie en twee stukjes appelgebak op het brugterrasje plaats, waar Danny zijn versierpogingen onmiddellijk weer hervatte. Carry zag dat wat bekommerd aan en niet zonder reden. Het was tamelijk druk op straat; er liepen regelmatig mensen langs hun tafeltje. Desalniettemin had de vrolijke manier, waarop hij haar langzaam naar een onvoorwaardelijke overgave dreef, een zeer indringende uitwerking op haar. Het liefst zou zij naakt aan zijn voeten zijn neergevallen en zij liet ook veel meer toe dan in deze omstandigheden welvoeglijk was.
"Heb je het naar je zin?", vroeg zij liefjes.
"Ja, heel erg!"
"Blijven we vandaag in Leiden? Of zullen we zometeen maar weer naar Zandvoort teruggaan?"
"Hm, eigenlijk wil ik zo snel mogelijk een hotelletje gaan zoeken."
Zij lachte luid en verwijderde een denkbeeldig pluisje van haar linkerdij. Zij gaf niet meteen antwoord. Gedurende een paar, haast eeuwigdurende seconden leek zij nog te twijfelen.
"Wil je dat echt?", vroeg zij schijnheilig.
"Ja, ik heb er echt veel zin in!"
"In een stevig potje seks?"
"Ja, als je het liever zo wilt stellen, dan staat je dat natuurlijk vrij. Ik geef zelf de voorkeur aan een wat meer omfloerste manier van uitdrukken, maar in de grond zal het daar toch wel op neer komen."
"Hm, je meent het, hè?"
"Natuurlijk meen ik het! Ik kan de hele morgen al nauwelijks van je afblijven."
"Dat heb ik gemerkt, ja!", zei zij droogjes.
"Het spijt mij ontzettend, maar ik kan er echt niets aan doen. Het komt toch echt door dat hele korte rokje en die mooie, zwarte kousebenen van je."
"Is het zo erg met je gesteld?"
"Ja, en het zal ook echt alleen maar beter met mij gaan als we nu heel snel naar een hotel gaan."
"Is dat een dreigement?"
"Nee, hoor!", antwoordde hij grinnikend, "Alleen maar een vriendelijke waarschuwing."
"Hm, mag ik je er wel even op wijzen, dat we het vanmorgen ook al hebben gedaan?"
"Dat mag je."
"En dat je een vrijpartij, die van zes tot negen uur heeft geduurd, toch bepaald geen vluggertje kunt noemen."
"Tja, dat is waar. Maar je moet mijn voorstel van daarnet natuurlijk ook wel als een lief bedoeld compliment opvatten."
"O, ja! Maar dat doe ik ook wel. Ik vind het feit, dat jij na zes jaar nog zo veel zin in mij hebt, ook heel erg vleiend."
"Dat is mooi! En je hebt ook alle reden om je gevleid te voelen, want zoals ik daarnet al zei: je ziet er vandaag weer vreselijk lekker uit."
"Hm, als ik je nu je zin geef en met inderdaad met je naar een hotel ga, is het dan voor een uurtje, of wil je er vannacht dan ook blijven?"
"Ik wil er blijven, natuurlijk! We gaan eerst een middagje vrijen, dan gaan we vanavond wat eten in dat sjieke restaurant aan de Pietersmarkt en na het eten gaan we gewoon weer lekker verder met vrijen."
"Hm, dat lijkt mij toch wel leuk, ja."
"Aha!"
"Naar welk hotel wil je gaan?"
"Wat dacht je van hotel 'De Doelen' aan het Rapenburg?"
"Dat lijkt mij prima! We zijn er wel nooit geweest, maar het lijkt mij heel geschikt. Als het van binnen net zo mooi is als van buiten, dan kan het op een uiterst sfeervol huwelijksfeestje gaan uitdraaien."
"Daar ben ik eigenlijk wel zeker van!"
"Als ik 'Ja!' heb gezegd, zit ik er zeker aan vast, hè?", vroeg zij treiterend.
"Ja, natuurlijk!"
"Dus als ik 'Ja!' zeg, maar op het allerlaatste moment toch nog wat twijfels heb, dan zul je je daar zeker niet door laten vermurwen?"
"Ja", antwoordde hij, het spelletje voluit meespelend, "Je mag nu best wel 'Nee!' zeggen, maar als je 'Ja!' hebt gezegd, zal ik je daarna zonder mankeren aan je haren naar het hotel slepen."
"Je bent toch echt een onverbeterlijke dekhengst, hè?"
"Ja! En daar ben ik verdomd trots op!"
"Goed, liefje, laten we het dan maar doen."
"Ah, te gek!"
Ze verlieten het terrasje en begonnen aan hun wandeling naar het hotel. Ze namen daarbij toch weer een kleine omweg. In plaats van de Haarlemmerstraat af te lopen, liepen ze via de Oude Mare en de Oude Vest naar de Beestenmarkt. Tijdens de wandeling keek Carry met welgevallen naar haar o zo knappe echtgenoot. Zij begreep nog steeds niet, hoe zij erin was geslaagd om hem zo vast zich te binden. Ergens in haar achterhoofd bleef zij toch nog wel enige twijfels over de duurzaamheid van hun huwelijk hebben.
Het was vooral om die reden, dat zij hem zoveel en zo lang mogelijk in bed wilde hebben. De manier, waarop zij dat doel probeerde te bereiken, was zeer conventioneel van aard: zij had zich in de afgelopen jaren van een meestal wat alternatief gekleed meisje in een sexy stoeipoes getransformeerd. Vroeger had zij haar dagen bij voorkeur in een T-shirt en een slobberige spijkerbroek gesleten; nu had zij een wel zeer uitgebreide verzameling van jurkjes, rokjes, lingerie en nylonkousen aangelegd. Het idee, dat zij te mollig, of zelfs te dik voor dat soort tierelantijnen was, had zij allang laten varen. Vooral omdat Danny die gedaanteverwisseling met heel veel voldoening had aangezien. Hij was al jaren verrukt van alles, wat zij hem op dit gebied te bieden had, en handelde daar ook elke dag naar.
Over de vraag, of die dagelijkse seks ooit nog in een gezinsuitbreiding zou gaan uitmonden, hadden ze een half jaar geleden hun laatste discussie gevoerd. Hij wilde absoluut geen kinderen en had haar dat ook ronduit gezegd. Zij had dat verbod, zonder noemenswaardig tegensputteren, geaccepteerd, maar de hoop, dat hij op een goede dag zijn zwangerschapsverbod zou gaan opheffen, was toch nog niet helemaal vervlogen.
Uiteindelijk kwamen ze op de Beestenmarkt aan. Daarmee hadden ze hun rondje door Leiden voltooid en konden ze zich met een gerust hart naar het hotel begeven. Hun tred was gaandeweg iets sneller geworden en het duurde dan ook niet zo lang, voordat ze weer het Rapenburg bereikten en het, in een patriciërshuis gevestigde hotel binnengingen.
Het interieur voldeed geheel aan hun verwachtingen: het was een charmante mengeling tussen eeuwenoude grandeur en hedendaags comfort. De receptie bevond zich aan het einde van de gang en werd door een knappe, zwartharige man bemand. Hij was druk aan het schrijven, maar toen ze voor de balie stonden, keek hij met een welwillende blik naar hen op. Die blik had een wat ontregelende uitwerking op Carry. Zij had in de receptionist vrijwel meteen haar Leidse ex-vriendje herkend en kon de aandrang om rechtsomkeert te maken en hard weg te lopen maar ternauwernood onderdrukken.
De weerzin was bepaald niet wederzijds. De receptionist stond op, liep van achter de balie vandaan en sloot haar lachend in zijn armen. Danny bekeek dat tafereeltje met een mengeling van verbazing en nieuwsgierigheid. Hij scheen wel te vermoeden, dat het hier een ex-vriendje betrof, maar kon dat toch niet zeker weten. Zij had nooit veel over haar amoureuze verleden verteld en hij was er tot dusver ook nooit erg nieuwsgierig naar geweest.
De receptionist had haar inmiddels losgelaten en keerde zich nu enigszins schuldbewust naar Danny om.
"Ik moet u misschien wel even mijn excuses maken", begon hij, "Ik ben misschien toch wel iets te vrijpostig jegens uw vrouw geweest."
"Ach, welnee, beste kerel!", antwoordde Danny joviaal, "Sommige vrouwen zijn gewoonweg gemaakt om te omhelzen en Carry is daar gelukkig één van."
"Dit is Harry", murmelde zij tegen Danny, "We zijn oude vrienden."
"Ah, I see", zei Danny glimlachend.
Harry drentelde weer naar zijn stoel terug en probeerde daarbij uit alle macht om een wat zakelijker houding aan te nemen. Dat ging hem slecht af; hij voelde zich duidelijk niet zo op zijn gemak. Carry merkte het en kon zich als gevolg daarvan een beetje herstellen.
"Hoe is het met je?", vroeg zij, met een wat geniepig glimlachje.
"Goed!", antwoordde hij, "Ik ben sinds kort heel braaf en ook heel gelukkig getrouwd en ik hoop over twee maanden zelfs vader te worden."
"Wat leuk!"
"Ja, ik vind het nog steeds een beetje eng, maar ik zie er nu toch wel heel erg naar uit."
"Hoe ben je hier eigenlijk verzeild geraakt?"
"Ach, ik was op een goeie dag dat geflierefluit van mij een beetje beu en toen ik op dezelfde dag een advertentie in de krant zag staan, waarin een bedrijfsleider voor een hotel werd gevraagd, heb ik maar toegehapt."
"Bevalt het?"
"Ja, toch wel, ja. Er is op dit moment wat weinig personeel beschikbaar, maar voor de rest heb ik niets te klagen."
"Dat is fijn voor je."
"En hoe is met jou?"
"Goed! Ik ben gezond, ik ben gelukkig, ik heb al sinds vier jaar een luizenbaantje en ik ben vandaag op de kop af drie jaar getrouwd met het knappe ventje, dat hier naast mij staat."
"Gefeliciteerd!", riep Harry hartelijk.
"Dank je!", zei zij lachend, "Ik ben heel erg gelukkig met hem."
"Het is je aan te zien."
"Dank je."
"En je verdient dat geluk ook ten volle."
"Daar heb je groot gelijk in."
Er viel even een stilzwijgen. Carry keek met een ineens weer wat benauwde gelaatsuitdrukking naar haar schoenen, Harry keek naar zijn fraai gecoiffeerde nagels en Danny bekeek zowel de een als de ander met een haast vaderlijke genegenheid.
"Zou je het eigenlijk op prijs stellen als we onze huwelijksdag hier gaan vieren?", vroeg hij lachend aan Harry.
"Dat zou ik zelfs zeer op prijs stellen!", antwoordde Harry, op wervende toon.
"Dat is mooi!", zei Danny, "We willen onze huwelijksnacht graag nog een keertje overdoen en dit hotel lijkt ons uitermate geschikt voor dat doel."
"Dat is het zeker!"
"Dat is mooi! Heb je wat leuks voor ons in de aanbieding?"
"Jazeker! Ik heb echt een prachtige kamer voor jullie!"
"Wat voor kamer?"
"De bruidssuite, oftewel een kamer, die én van een prachtig hemelbed én van alle hedendaagse gemakken is voorzien."
"Dat klinkt heel aanlokkelijk", zei Danny vriendelijk.
"Daar ben ik heel blij om. Ik kan hem je ook van harte aanbevelen. Ik heb hem zelf namelijk ook gebruikt."
"Ik geloof je op je woord, dus kom maar op met die kamer!"
"Prima!", zei Harry grinnikend, "Maar dan moeten jullie wel even jullie naam en adres op dit papiertje zetten."
Carry, die de conversatie met een zekere opluchting had aangehoord, liet het vervullen van de formaliteiten geheel aan Danny over. Hij vulde het formulier in, hij betaalde de huur van de kamer en hij kreeg daarna de sleutel van de kamer aangereikt.
"Wel, dan rest mij niets anders dan jullie veel plezier te wensen!", zei Harry, met een bemoedigende hoofdknik, "De kamer bevindt zich op de eerste verdieping, helemaal aan het einde van de gang. Jullie kunnen hem echt niet missen."
"Dat is mooi."
"Als jullie iets nodig hebben, schroom dan niet en bel!", zei Harry lachend, "Ik wil jullie echt een onvergetelijke dag bezorgen. Oftewel een dag, waardoor jullie hier nog vaak terug zullen willen komen."
"Dank je!", zei Danny, "We zullen in dat geval graag van je diensten gebruik gaan maken."
Het echtpaar besteeg de trap en liep een korte, nauwe gang in. Carry voelde zich nog steeds tamelijk opgelaten over de ontmoeting van daarnet; haar man echter floot opgewekt een deuntje voor zich heen. Zij herkende het - het was 'Before the Deluge' van Jackson Browne - en zij begon zich daardoor weer wat meer op haar gemak te voelen.
"Was dat een ex-vriendje van je?", vroeg hij liefjes.
"Ja, hij was je voorganger", antwoordde zij, met een zachte stem.
"Van wanneer tot wanneer?"
"Van de zomer van '89 tot de kerst van '89."
"Dat is niet zo lang."
"Nee, maar dat gold voor al je voorgangers. Ik heb mijn mannennooit lang kunnen vasthouden. Dat heb ik pas geleerd, toen ik jou leerde kennen."
"Waardoor ging het met Harry fout?"
"Dat heeft hij daarnet zelf al gezegd. Hij was teveel een flierefluiter en hij was mij ook een tikkeltje te polygaam."
"Maar dat was ik in die eerste twee jaar van onze relatie toch ook?"
"Nee, dat was je niet. Jij deed alsof. Hij was polygaam uit overtuiging en jij omdat je door die chanterende trut van een Tanja wel polygaam moest zijn. En het feit, dat jij er helemaal gek van werd en hij er wel bij voer, betekent dus, dat jij uit een wel heel ander hout bent gesneden dan hij.""
"Ik snap het."
"Was je niet jaloers, daarnet?"
"Nee."
"Echt niet? Het was toch best wel een stevige omhelzing."
"Ach, dat viel wel mee. Ik zou pas echt geschokt zijn geweest als hij een arrogante, schurftige klootzak was geweest, maar ik vind hem dus heel erg aardig."
"Ah, dat is lief van je. Hij is ook heel erg aardig."
"Precies! En er is dus echt niets om je opgelaten over te voelen."
"Echt niet?", vroeg zij dankbaar.
"Nee, echt niet! Er is echt geen enkele reden toe. Hij heeft je maar drie maanden gehad en ik heb je verdorie al zes jaar. En je bent er in die jaren alleen maar mooier op geworden."
"Ah, dank je!", riep zij lachend, "En vergeet trouwens de lingerie en de nylonkousen niet. Die heb ik voor hem ook nooit gedragen."
"Precies."
Ze gingen de kamer binnen en kwamen tot de conclusie, dat Harry in alle opzichten gelijk had gehad. Het was inderdaad een bijzonder mooie kamer. Ze hadden zelfs even de indruk, dat ze in de kamer van een paleis waren beland. Carry liep naar het inderdaad prachtige hemelbed toe, ging op de rand zitten en trok met een vrolijke gelaatsuitdrukking haar coltrui uit. Hij zag het rustig aan, zonder direct in actie te komen.
"Je gluurt naar mij!", zei zij pestend.
"Ik weet het!", zei hij deemoedig, "Maar ik zal het zeker niet kunnen laten."
"Ach, je komt er tenminste eerlijk voor uit."
"Dat is waar."
Zij legde de coltrui uit over de leuning van het bed en wreef daarna een paar maal met haar kleine voeten over de vloerbedekking.
"Je bent mooi", stamelde hij.
"Vind je?", vroeg zij gevleid.
"Ja, ik denk dan ook niet, dat we straks nog zullen gaan eten."
"He, wat flauw van je!", zei zij, met een lief lachje, "Je had het mij nog wel beloofd!"
Al pratend begon zij zich met de sluiting van haar beha bezig te houden. Het duurde even, voordat zij de beha van haar schouders liet glijden, maar daarna ging Danny meteen aan haar voeten zitten. Hij trok ook haar rechterbeen naar zich toe en deed het op de manier, zoals hij dat deze middag al vaker had gedaan: alsof dat been zijn persoonlijk eigendom was. Carry zag dat machtsvertoon lachend aan.
"Ik begrijp maar niet, waarom je vandaag zo geil bent", zei zij.
"Ik ben helemaal niet zo geil!", riep hij, enigszins verontwaardigd.
"Echt niet?", vroeg zij spottend.
"Nee, althans niet geiler dan normaal."
"Waarom ben je vandaag dan zo aanhalig?"
"Omdat dit onze trouwdag is, omdat dit een hele speciale dag voor mij is en omdat ik die dag wil gaan vieren, zoals we die vanaf nu altijd behoren te vieren.
"Hoe dan?"
"Alsof het onze laatste is."
"Bespeur ik daar een vleugje verlatingsangst?"
"Het is wel iets meer dan dat."
"Wat is het dan wel?"
"Nu ik zo ontzettend gelukkig met jou ben, begin ik de laatste tijd ineens heel erg bang voor de dood te worden."
"Overdrijf je niet een beetje?"
"Ik denk het niet. Ik ben een half jaar geleden veertig geworden en een ieder, die de veertig is gepasseerd, moet toch echt rekening gaan houden met het feit, dat het leven eindig is. Maar daarbij komt dus, dat ik inderdaad nog altijd een beetje bang ben, dat dit 'onmogelijke geluk' niet voor altijd stand zal kunnen houden, dat het noodlot toch weer op de een of andere manier zal gaan toeslaan."
"Hm, ik kan je helaas niet garanderen, dat jij en ik samen oud gaan worden, maar ik kan je wel garanderen, dat ik tot aan mijn dood van je zal blijven houden."
"Dat weet ik, liefje, dat weet ik. En voor mij geldt natuurlijk hetzelfde. Maar ik ben soms heel bang, dat jouw dood veel te vroeg zal komen. Net zoals toen bij dat bijna-ongeluk in 1992 bijna is gebeurd."
"Mag ik daarom niet in verwachting raken?", vroeg zij kleintjes.
"Ja, precies! Jouw eventuele dood in het kraambed zou het ergste zijn, wat mij in de toekomst zou kunnen overkomen."
"Omdat je jezelf dan als de aanstichter van die dood zou gaan beschouwen?"
"Ja, een betere aanleiding om jezelf van kant te maken is er volgens mij niet."
Zij wist, dat hij het meende en zij wist ook, wat dat betekende. Met zijn laatste woorden had hij haar laatste twijfels over het krijgen van een kind weggenomen. Het zou er nooit meer van komen. Daarvan was zij nu wel overtuigd geraakt.
"Zou je...", begon zij aarzelend, "Zou je het wel overleven als ik op een andere manier zou doodgaan?"
"Ik weet het niet. Misschien wel, misschien niet."
"Onder welke omstandigheden zou je het wel kunnen en onder welke niet?"
"Als je zou verongelukken of als je verkracht en vermoord zou worden, dan zou ik daar zeker aan kapot gaan. Het onverwachte van dat verlies zou mij dan echt wel fataal gaan worden. Maar als je ongeneeslijk ziek zou worden en daaraan zou komen te overlijden, dan zou ik het, denk ik, wel kunnen overleven."
"Omdat je je daarop zou kunnen voorbereiden?"
"Ja, precies."
"Wel, die mededeling lucht mij toch wel een beetje op."
"Echt waar?"
"Ja, toch wel! Je bent, zoals je zelf net al hebt aangegeven, een heel kwetsbaar ventje en dit is een probleempje, waarover ik toch wel heel veel zorgen heb gehad."
"Dat spijt mij."
"Dat hoeft niet, liefje, dat hoeft niet. En geloof mij nou maar: ik ben vast om plan om zo lang te leven, dat ik in ieder geval in goede gezondheid ons dertigjarig huwelijksfeest zal kunnen meemaken."
"Ha, daar zal ik je aan houden, hoor!"
"Hm, zullen we dan nu maar alvast afspreken, dat we die dertigste huwelijksdag hier zullen gaan vieren?"
"Ja, dat is goed. En als het zover is, dan geven we hier in dit hotel een groot feest en zullen we aan Harry vragen, of hij bij dat feest onze ceremoniemeester wil zijn."
"Afgesproken!", zei zij schaterend, "Daar is hij dan vast wel voor te porren."
Zij maakte de ritssluiting van haar rokje los, trok dat rokje resoluut van haar heupen en vlijde zich in een nogal opwindende pose op het bed neer.
"Kom!", zei zij, "It's... showtime!"
"Allright!", riep hij grijnzend.
Hij viel op haar neer en nam haar in zijn armen. Aan de kracht waarmee dat gebeurde, kon zij moeiteloos afleiden, dat het beloofde etentje in het restaurant echt wel achterwege zou blijven. Zij was daar bepaald niet rouwig om. Gedurende de rest van de dag zou zij nog vaak van de roomservice gebruik gaan maken.

BERT HARBERTS


Terug


Amsterdam, 15 september 1998. © Bert Harberts