BABYSITTERS

Op de ochtend van de Nieuwjaarsdag van 1996 werd de in Zandvoort woonachtige Carry om tien uur wakker. De geluiden, waarmee zij uit haar slaap was gehaald, klonken vertrouwd. Het gitaarspel aan de andere kant van de kamer vertelde haar, dat haar man Danny aan zijn bureau zat en weer met een van zijn vermaarde improvisaties bezig was. Terwijl zij met een vaag glimlachje naar zijn forse gestalte keek, liet zij de voorbije avond nog eens aan zich voorbijtrekken. Ze hadden de jaarwisseling thuis doorgebracht. Noodgedwongen, want Danny, een knappe, blonde man van veertig, was tijdens de laatste dagen van het voorbije jaar flink ziek geweest.
Op de negenentwintigste had zich een stevige verkoudheid bij hem geopenbaard en de daaropvolgende twee dagen had hij vrijwel alleen maar geslapen. Zijn griepjes en verkoudheden duurden gelukkig nooit lang. Aan het begin van de vorige avond was hij zich langzaam wat beter gaan voelen en daardoor was het nog een redelijk genoeglijke oudejaarsavond voor hen geweest. Met Danny onder een deken op de bank bij het raam en met Carry op de bank langs de lange wand, met een goed glas wijn en de door hun buurvrouw gebakken oliebollen onder handbereik. Ze hadden, zoals bij elke jaarwisseling, de avond aan het luisteren naar hun Mozart-cd's besteed. Alleen rond de klok van twaalf hadden ze even naar de televisie gekeken.
Zij gooide de dekens van zich af en zag, dat Danny met een hunkerende blik naar haar omkeek. Dat vond zij toch wel plezierig. Hij zag er wat bleekjes uit en hij verkeerde in een zo op het oog, ietwat melancholische gemoedsstemming. Voor het laatste was, voor zover het haar betrof, geen enkele reden: zij had een knap, gezichtje, een mooi, mollig figuurtje, stevige benen en kleine voeten. Zij was, nu zij bijna eenendertig was, op het toppunt van haar schoonheid. Over zijn uiterlijk had zij ook niets te klagen. Hij was, zoals al gememoreerd, een buitengemeen knappe man en zijn ziekte deed daar niet eens afbreuk aan.
Zij stond van het bed op, liep naar hem toe en drukte een kus op zijn klam aanvoelende voorhoofd. Het deed hem niet veel goed; hij barstte in een onbedaarlijke hoestbui uit, die hem rood deed aanlopen. Zij stond naakt over hem heengebogen, met de armen losjes om zijn schouder geslagen en de aanblik van haar leuke figuurtje leek hem zeer van zijn stuk te brengen. Toch maakte zij geen aanstalten om zich aan te kleden. Dat was ook niet echt nodig. Als een van hen ziek was, lieten ze de thermostaat van de centrale verwarming altijd op tweeŽntwintig graden staan en omdat alle radiators in huis wijd open stonden, kon de temperatuur in huis dan ook zonder meer als behaaglijk worden omschreven. Het leek hem ditmaal weinig te helpen, want toen zij hem over zijn zeer warrige haardos begon te strelen, kreeg hij opnieuw een hoestbui te verwerken.
Zij liet hem met de nodige tegenzin los en liep peinzend naar het toilet. Tijdens het oponthoud aldaar vroeg zij zich af, hoe lang Danny nog ziek zou blijven. Ze hadden de komende week nog vakantie en ze hadden op dinsdag voor een paar dagen naar Stockholm willen afreizen. Het aanhoudende gehoest vanuit de huiskamer beloofde echter weinig goeds. Zij moest zich er maar bij neerleggen, dat ze het uitstapje naar Stockholm voor een paar maanden moesten uitstellen.
Zij veegde haar billen af, trok de wc door en nam vervolgens een bad. Daar nam zij, zoals altijd, rustig de tijd voor. Zij keek naar haar mollige, net boven het badschuim uitstekende knieŽn, kneep even keurend in haar dijen en billen en kon een juichkreet maar ternauwernood onderdrukken. Dankzij een gedurende enige weken volgehouden dieet was zij de laatste weken niet meer aangekomen. Het was een constatering, die haar zeer veel plezier deed. Al haar vrouwelijke voorouders waren dik geweest en zij had altijd het idee gehad, dat haar uiteindelijk hetzelfde lot zou gaan treffen.
Na een poosje stapte zij uit het bad. Zij droogde zich af, liet de badkuip leeglopen, verliet de douchecel en liep weer naar de slaapkamer, waar zij op de rand van het bed plaatsnam en neuriŽnd een beha, een slipje, een zwart jarretellegordeltje, een zwart, wollen mini-jurkje en zwarte nylonkousen aantrok. Tijdens de laatste bezigheid keek zij hem vragend aan. Voor haar had dat aankleden eigenlijk wel achterwege kunnen blijven, maar de waterige oogjes, waarmee hij naar haar keek, deed de hoop op een romantisch samenzijn volkomen teniet: het zou er vandaag simpelweg niet van komen.
Zij nam dat onontkoombare feit filosofisch op. Zij stond van het bed op, gaf hem een aai over zijn haardos en liep op haar kousevoeten naar de keuken om het ontbijt voor hen klaar te maken. Danny volgde haar gedwee. Hij nam aan de keukentafel plaats, plantte zijn hoofd op zijn handen en volgde haar in al haar bewegingen. Zij was dat wel van hem gewend. Sterker genoeg: zij zou enigszins verontrust zijn geweest als hij het niet had gedaan.
Zij maakte koffie, smeerde een paar broodjes en zette de kopjes met de koffie en het bord met de broodjes op een dienblad, waarmee zij naar de woonkamer liep. Danny volgde haar weer en viel met een amechtige zucht op de bank langs het raam neer. Carry keek hem vertederd aan. Zij kon zich niet helemaal aan de indruk onttrekken, dat hij zich zieker voordeed dan hij in werkelijkheid was. Om hem een beetje te testen nam zij, voor zij op de bank langs de lange wand plaatsnam, nog even de gelegenheid te baat om een losgeschhoten jarretelle weer aan haar rechterkous vast te maken. Hij genoot zichtbaar van het tafereeltje, maar hij reageerde er niet op.
Ze aten hun ontbijt daarna in een genoeglijk stilzwijgen. Danny leek met een zekere regelmaat in te dommelen en Carry leek ook al van de wereld te zijn verdwenen. Met de onderarmen op haar benen steunend en met haar kop koffie in haar rechterhand zat zij doodstil in denkbeeldige verten te staren.
De reden van haar gepeins betrof de toekomst. Zij tobde een beetje over de vraag, of zij nu wel of geen kinderen wilde krijgen. Als zij aan haar oudere zusters en hun gebrek aan pedagogische kwaliteiten dacht, schrok zij er voor terug; als zij, zoals vaak het geval was, haar beminnelijke, tweejarige buurjongetje op visite had, begon zij weer hevig te twijfelen. Voor een verlossing van dit dilemma hoefde zij niet bij Danny te zijn. Zijn houding tegenover kinderen en het ouderschap was zo mogelijk nog gecompliceerder dan die van haarzelf. "Ik ben gek op kinderen!", had hij regelmatig gezegd, "Zolang ze maar niet van mijzelf zijn."
Zij ging een beetje verzitten, waardoor haar nylons even langs elkaar heen gleden. Door dat geluid leek Danny uit zijn, al dan niet geveinsde sluimering te ontwaken. Hij gleed van de bank af, ging aan haar voeten zitten en nam haar rechterkuit in een stevige houdgreep. Weer zag zij die hunkering in zijn ogen, weer was er die nauwelijks waarneembare rilling door zijn lichaam. Zij vond het een fascinerende aanblik. Zij had nooit over belangstelling van zijn kant te klagen gehad, maar dat die na een relatie van bijna zes jaar nog steeds in kracht leek toe te nemen, ging haar verstand zo langzamerhand een beetje te boven. Om die reden bekeek zij de bewegingen van zijn mooie, slanke handen met een oprecht blik in haar ogen.
"Hoe is het nu met je?", vroeg zij.
"Ik ben bijna beter", antwoordde hij moeizaam, "Ik hoest alleen nog maar."
"Dat gehoest van jou klinkt anders helemaal niet goed!", murmelde zij.
"Het valt wel mee. Als ik maar niet teveel praat."
"Blijf je nog wel een paar dagen binnen?"
"Ja."
"Zou je het prettig vinden als we weer naar bed zouden gaan en een stevig potje zouden gaan neuken?"
"Ja en nee."
"Wat bedoel je daarmee?"
"Ik wil het wel, omdat ik heel veel zin in je heb en ik wil het niet, omdat ik je niet wil aansteken."
"Ook niet als ik je zeg, dat ik met dat aansteken geen enkel probleem mee heb?"
"Nee, ik wil het niet. Maar je houdt het natuurlijk wel van mij tegoed."
"Ah, dat is lief van je!", zei zij grinnikend, "Heb je al een dag en tijdstip voor ogen?"
"Dinsdagavond, om zeven uur."
"Mag ik dan van je weten, waarom je nu al zo uitgebreid op de versiertoer gaat?"
"Om je alvast een beetje op temperatuur te brengen."
"Zou ik je dan ook mogen vragen, hoever je daarmee zult gaan?"
"Heel ver!"
"Kunnen we dan toch niet beter naar bed gaan?"
"Nee, hoor! Datgene, wat ik met je wil gaan doen, kan ik ook hier doen."
"Ha! Dat klinkt goed!"
"Ja, hŤ?"
"Heb je eigenlijk nog speciale wensen voor dinsdag?"
"Neuh..."
"Ook niet wat kleding betreft?"
"Neuh... Ik wil het gewone recept. Datgene, wat je altijd draagt als we..."
"Zwarte jarretelles, zwarte nylons en verder helemaal niets?"
"Ja."
"Jij bent echt aan mij verslaafd, hŤ?", vroeg zij plagend.
"Ja, dat is precies het goede woord. Je zit in mijn bloed en ik wil ook steeds meer van je hebben. Het is maar goed, dat we moeten werken voor de kost, want anders waren we nooit meer het huis en ook nooit meer het bed uitgekomen."
"Echt waar?"
"Zeker weten! Eigenlijk zouden we een goedkoper huis moeten gaan zoeken en gewoon moeten stoppen met werken. Jij bent eigenlijk het enige, wat ik echt nodig heb. Als ik de hele dag met jou bezig zou kunnen zijn, zou de rest mij gestolen kunnen worden."
"Je hebt gelijk!", zei zij lachend, "Een kamer met een bed en een bijstandsuitkering om eten en kleren te kopen, meer hebben we eigenlijk niet nodig."
"Precies! En dat is best wel een geruststellende gedachte."
Hij wilde nog iets zeggen, maar werd door zijn zoveelste hoestbui daarvan weerhouden. Op het moment, dat hij eindelijk weer een beetje tot bedaren was gekomen, ging de bel. Carry sprong op en liep naar de voordeur. Zij vermoedde, dat het haar buurvrouw was. Dat vermoeden bleek juist te zijn: het was inderdaad haar buurvrouw Marjet, een pronte en in een broekpak gestoken brunette met hoge jukbeenderen, tezamen met Jorris, haar blonde, tweejarige zoontje. Het jochie had zijn rechterarm vast om het been van zijn moeder geslagen en nam Carry op een wat peinzende manier in ogenschouw.
"Dag, Marjet!", zei Carry vriendelijk, "Dag, lieve Jorris!"
"Dag, lieve Carry!", antwoordde Marjet, met een brede glimlach, "Nog de beste wensen, hŤ?"
"Dank je! Van hetzelfde!"
"Hoe is het met Danny? Is hij nog steeds zo ziek?"
"Nee, hoor! Hij is alweer aardig aan de beterende hand."
"Dat is mooi, want ik moet je om een gunst vragen."
"Wat voor een gunst?", vroeg Carry lachend.
"Ik zou je willen vragen, of je weer een paar uurtjes op Jorris zou willen passen. Ik moet onverwacht naar Den Haag voor een interview en mijn lieve echtgenoot is vanmorgen vroeg ook alweer aan het werk gegaan."
"O, dat is geen probleem. Mits jij het niet erg vindt, dat Jorris misschien toch nog door Danny wordt aangestoken."
"O, dat zal wel loslopen", was de luchtige repliek, "Hij is vorige week nog ziek geweest. Als het goed is, staat dat loeder stijf van de afweerstoffen."
"Wel, dan is hij van harte welkom!"
"Ah, dat is lief van je! Ik denk, dat ik om twee uur wel weer terug ben."
"O, tot die tijd zullen we hem wel bezig weten te houden."
"Weet je het zeker?"
"Ach, ja, we hebben een hele stapel boekjes en een heleboel speelgoed in huis, we hebben een hele mooie voetbal op de veranda liggen en we hebben nog een half pak Pampers in de badkamer staan: we zijn dus echt op alles voorbereid."
"O, je bent geweldig!"
Marjet knielde bij haar zoontje neer, fluisterde hem iets in het oor en vertrouwde hem daarna aan de zorgen van Carry toe. Het jochie liet het zich, zonder tegenstribbelen, welgevallen, hetgeen Carry telkens weer hooglijk verbaasde. Jorris leek zo op het oog een stil, teruggetrokken ventje, maar hij was in het geheel niet verlegen. Hij beantwoordde de afscheidsknuffel van zijn moeder met een kus op haar wang en liet zich na haar vertrek doodkalm door Carry uit zijn donkerblauwe jackje helpen.
"Zullen we eerst maar eens even Danny gedag gaan zeggen?", vroeg zij vriendelijk.
"Goed."
Ze verlieten het portaal en liepen de huiskamer binnen. Danny zag hun binnenkomst vertederd aan. Hij was bijzonder op Jorris gesteld en liet dat ook nu weer blijken door zijn armen uitnodigend naar hem uit te strekken. De genegenheid was wederzijds. Jorris stormde op hem af en kroop lachend bij hem op schoot.
"Pas je wel op, Danny?", vroeg zij, met een kort lachje, "De kans, dat je hem aansteekt, is best wel groot."
"Ah, welnee!", antwoordde hij grinnikend, "Jorris is een beresterke vent. Die kan die virussen van mij best wel weerstaan."
Het was voorlopig het laatste, wat hij uit kon brengen. Hij moest opnieuw hoesten en ditmaal duurde die hoestbui zeker twee minuten. Jorris onderging het daarmee gepaard gaande heen en weer geschud met een stoÔcijnse blik in zijn ogen. Carry zag het even aan en nam het kind toen van hem over. Dat werd haar echter niet in dank afgenomen. Het begin van een gejengel bracht haar ertoe om Jorris maar weer aan Danny over te geven. Het gejengel stierf onmiddellijk weg en ook Danny, wiens hoestaanval uiteindelijk toch ophield, scheen ineens heel tevreden te zijn. Met de rechterarm stevig om Jorris heengeslagen en met een vredige glimlach om de lippen, leek hij daarna weer langzaam weg te dommelen.
Carry schudde haar hoofd en liep met het dienblad naar de keuken om nog een tweede kop koffie voor hen in te schenken. Na het bijvullen van de twee koppen besefte zij tot haar grote schaamte, dat zij Jorris even was vergeten.
"Danny?", vroeg zij, met een luide, licht overslaande stem.
"Wat mot je?"
"Wil je aan Jorris vragen, of hij wat wil drinken?"
"Hij heeft meer behoefte aan een schone luier."
"O, jee!"
Zij hoorde hem opstaan en hoestend naar de badkamer lopen en bij haar terugkomst in de kamer, was hij al druk doende om de op de bank liggende Jorris van een schone luier te voorzien. Hij deed het secuur, zonder gÍne en met een verbijsterende handigheid, waaraan zijzelf nooit had kunnen tippen. Zij had het hem al een paar keer eerder zien doen, maar zij vond het elke keer weer een hoogst vermakelijk en ook hoopgevend schouwspel.
"Van wie heb je dat toch in godsnaam geleerd?", vroeg zij.
"Daar is toch geen moer aan?", antwoordde hij snoevend.
"Dat is geen antwoord, Danny!"
"Ik heb er gewoon feeling voor."
"Hm, ik denk zelf dat het iets anders is."
"Wat dan?"
"Telkens als ik jou dit zie doen, dan heb ik het gevoel, dat je bij je ex-minnaressen minstens drie kinderen hebt verwekt en dat ze allemaal de zorg van die koters aan jou hebben overgelaten."
"Dat is niet zo."
Hij trok Jorris' broek omhoog, zette hem op de vloer en overhandigde de poepluier aan Carry.
"Wat moet ik hiermee?", vroeg zij lachend.
"Jij mag dit in de vuilniszak op de veranda gooien. Dat is nog een beetje te koud voor mij."
"O, dank je! Heb je nog meer van dat soort leuke klusjes voor mij?"
"Nee, voorlopig niet."
Hij liep naar de badkamer om zijn handen te wassen en Carry deed grinnikend, wat hij haar had opgedragen.
Een paar minuten zaten ze alle drie zwijgend te drinken. Het echtpaar zat aan de koffie en Jorris aan de Fristi. Danny was Jorris uit 'De Bosmuisjes' aan het voorlezen, of deed althans pogingen daartoe; Carry was opnieuw in gedachten verzonken geraakt. Zij piekerde over de magistrale roman, die zij op dit moment las, 'Carrie' van Theodore Dreiser, bedacht met een zekere voldoening, hoe weinig zij op haar fictieve naamgenote leek en begon vervolgens opnieuw over een mogelijk moederschap te mijmeren.
Na een poosje kwam Danny overeind. Het voorlezen had zijn kriebelhoest nog danig verergerd en hij was waarschijnlijk op zoek naar een andere manier om Jorris bezig te houden. Hij vond die in zijn voornaamste hobby: naar muziek luisteren in combinatie met het spelen op zijn eigen gitaar. Hij deed een videoband in de videorecorder, zette de televisie aan en de videorecorder op 'play' en nam zijn gitaar ter hand. Carry herkende de band onmiddellijk. Het was de band met 'Chuck Berry: 'Hail! Hail!' Rock 'n' Roll', de muziekdocumentaire over Chuck Berry, met het concert ter ere van diens zestigste verjaardag. Het was een van Danny's lievelingsbanden. Niet om het, soms tergend slordige spel van de jubilaris zelf, maar wel om de virtuoze solo's van Keith Richards en de briljante gastoptredens van Eric Clapton, Robert Cray en Linda Ronstadt. Door de jaren heen was het concert meerdere malen op televisie uitgezonden en tijdens de laatste keer had Danny met wat kunst- en vliegwerk een band met alleen maar de muzikale hoogtepunten kunnen samenstellen.
De videoband begon met 'Living in the USA' van Linda Ronstadt, het evenbeeld van Danny's eerste liefde. Carry bekeek het uiterlijk van de op dat moment veertigjarige zangeres en vond haar bijzonder aantrekkelijk. Een knap, popperig gezicht en een mollig en zeer aanlokkelijk lichaam, gehuld een lange, zwart-leren jas, een korte, zwart-leren minirok en een zwarte panty. Zij had iets meisjesachtigs over zich, iets, wat aan dat ondeugend ogende ensemble een nogal prikkelende dimensie verleende.
De muziek mocht er overigens ook wel zijn. De solo's van Richards en de combinatie met Ronstadts rauwe stem en het achtergrondkoortje, bestaande uit Richards en de bassist, deden de uitvoering van dit nummer ver boven het origineel uitstijgen. Carry merkte, dat zij haar voeten niet kon stilhouden en gaf zich uiteindelijk helemaal aan de muziek over door op te staan en een perfecte imitatie van de wat stijf overkomende danspasjes van Ronstadt weg te geven. Danny zag het lachend aan en Jorris, in wie onmiskenbaar een echte muziekliefhebber was te herkennen, klapte vrolijk mee.
Carry plofte pas weer op de bank neer, toen Eric Clapton aan het prachtige 'In the wee, wee hours' was begonnen. Zij keek naar Danny, hoorde, hoe hij moeiteloos met Clapton meespeelde en besefte ineens weer, wat voor een talentvolle gitaarspeler hij was. Hij had er zonder meer zijn beroep van hebben kunnen maken. Zijn verlegenheid had hem daarbij in de weg gestaan en hij had verder nooit van enige ambitie in die richting blijk gegeven, maar toch had hij al een aantal keren met veel succes voor publiek opgetreden: als lead-gitarist in het coverbandje van zijn neef Maarten, de voormalige topvoetballer.
Zijn meest recente optreden, in een televisiedocumentaire ter gelegenheid van Maartens veertigste verjaardag, had hem door de combinatie van zijn dromerige verschijning en zijn briljante gitaarspel zelfs wat fanmail van een paar jonge meiden opgeleverd. Hij had de beantwoording van die fanmail aan Carry overgelaten en was daarna weer monter tot de orde van de dag overgegaan. Toch bleef dat gebrek aan ambitie haar verbazen. Waarom kwam hij zo weinig voor zichzelf op? Waarom deed hij niets met dat geweldige talent van hem? En waarom wilde hij eigenlijk geen kinderen?
"Waar denk je aan?", vroeg hij.
Zij aarzelde met antwoorden, omdat zij daarmee een wat heikel onderwerp zou gaan aansnijden, maar uiteindelijk besloot zij het er toch maar op te wagen:
"Aan van alles! Maar ik denk nog het meest na over de kans, of Jorris binnenkort een leuk buurjongetje of buurmeisje zal krijgen!"
"Nee, hŤ?"
"Zou je mij kunnen uitleggen, waarom je wel heel goed met alle soorten van kinderen kunt omgaan en er zelf geeneen wilt?"
"Omdat ik godsgruwelijk tegen die zwangerschap en die bevalling opzie."
"Daar draai jij toch niet voor op?"
"Toch is het zo!", zei hij koppig, terwijl hij zijn gitaar maar even terzijde legde, "Als je werkelijk wilt weten, waarom ik geen kind wil, dan moet je het einde van 'Eerste liefde' van Toergenjew maar eens lezen."
"Kun je niet een beetje concreter zijn?", vroeg zij lachend.
"Nee, dat durf ik niet", was het cryptische antwoord.
"Hoe zou je reageren als ik op een goede dag toch mijn zin zou doordrijven?"
"Dan zou ik helemaal niet reageren."
"O, nee?"
"Nee, ik zou alleen maar instorten. En negen maanden lang compleet van de wereld zijn."
Zij schrok van zijn gelaatsuitdrukking, waarin angst en woede om de voorrang leken te strijden en wilde er verder maar over zwijgen. Danny bleek daar anders over te denken.
"Je moet het echt niet doen, hoor!", zei hij, bijna fluisterend, "Ik zou er echt helemaal gek van worden."
Zij stond op, ging op haar knieŽn voor hem zitten en nam zijn hoofd in haar handen.
"Ik zal het niet doen, lieverd", zei zij zacht, "Ik snap nog steeds niet precies, waarom je het niet wilt, maar ik accepteer het wel van je. Ik zal pas een kind van je willen hebben als je er zelf helemaal achter staat. En als je over een paar jaar anders over een mogelijke zwangerschap van mij gaat denken, kunnen we er altijd nog aan beginnen."
"Ah, dat is lief van je."
"Het is misschien ook wel beter zo. Nu we nog geen kinderen hebben, kunnen we nog zo lekker en nog zo ongeneerd van het leven genieten. Als we willen, kunnen we nu nog elk weekend in bed, of op de veranda doorbrengen en dat is er dus echt niet meer bij als we hier permanent zo'n klein loedertje hebben rondlopen."
"Precies, ik ben zelf ook heel erg egoÔstisch, wat dit betreft. Ik heb gewoon te lang op je moeten wachten en het heeft daarna nog veel te lang geduurd, voordat we echt samen konden zijn. En nu het eindelijk zover is, wil ik daar zo lang mogelijk van kunnen genieten."
"Je hebt groot gelijk! En ik zal er ook nooit meer over beginnen."
"Echt niet?"
"Erewoord! Als jij geen kinderen wilt, wil ik ze ook niet."
"En je gaat geen andere man zoeken, die wel..."
"Nee, natuurlijk niet!", riep zij ontzet, "O, ik moet er niet aan denken."
Voor hem was dat waarschijnlijk een reŽle mogelijkheid geweest, want er verscheen ineens een hemelse glimlach op zijn gezicht. Die ontdekking ontroerde haar meer dan haar lief was. De wetenschap, dat hij zich toch nog niet helemaal zeker van haar voelde, deed haar heel veel pijn en voor het eerst op die dag ervoer zij Jorris' aanwezigheid als iets hinderlijks. Chuck Berry bracht gelukkig uitkomst. Diens opzwepende 'Little Queenie' deed haar weer helemaal uit haar dak gaan en ditmaal trok zij ook Jorris op haar privť-dansvloer. Een geste, die het jochie zeer leek te appreciŽren.
Het nummer was veel te snel afgelopen naar haar zin. Het liefst had zij de band nog even teruggespoeld om het nummer nog een keer af te spelen, maar daar zag zij toch maar van af. Zij tilde Jorris op en ging met het kind op haar schoot naast Danny zitten. De patiŽnt leek er inmiddels niet al te best aan toe te zijn. Hij had zijn gitaar op de vloer naast de bank neergelegd en hij zag eruit, alsof hij het liefst weer onder de wol wilde kruipen.
"Hoe is het nou?", vroeg zij.
"Belazerd! Moe, duizelig, de hele rambam."
"Wil je naar bed?"
"Nee, ik blijf wel een poosje op de bank liggen."
"Zal ik mij dan maar een beetje over Jorris ontfermen?"
"Ja, doe dat maar. Ga maar wat leuks met hem doen."
"Goed dan!"
Zij stond op en liep met Jorris naar het portaal, waar zij hem op de vloer neerzette, een greep naar zijn jackje deed en voor hem neerknielde.
"Wat zullen we gaan doen, Jorris?", vroeg zij, "Zullen we naar de cafetaria loplen en daar samen iets lekkers gaan kopen? Of zullen we op de veranda gaan voetballen."
Zijn keuze verraste haar zeer: hij koos met een uitgelaten 'Voeballen!' voor de tweede mogelijkheid.
"Op het strand, of op de veranda?"
"De veranda!"
"Goed, maar dan zal ik je eerst even lekker inpakken."
Zij knoopte zijn jackje zorgvuldig dicht, trok ook haar eigen jack en twee witte pantoffeltjes aan en leidde hem daarna via de slaapkamer mee naar de veranda. Die veranda was vrijwel leeg, op een niet al te schoon stoeltje na, en vormde dus een perfecte plek voor een korte voetbalwedstrijd. Met de bal als bewegend middelpunt en met de muurtjes aan weerszijden van de veranda als doel.
Het werden een paar dolle en voor Carry doodvermoeiende minuutjes. De stand van het wedstrijdje ging aanvankelijk gelijk op, maar de neiging van Jorris om resoluut aan haar kuiten te gaan hangen als zij dreigde te scoren, bracht haar ertoe om hem tenslotte maar ruimhartig de overwinning te gunnen. Bij de stand 5-2 voor Jorris moest zij heel nodig naar het toilet. Na een korte aarzeling besloot zij om toch maar even een korte pauze in te lassen, door lachend en zonder aankondiging de slaapkamer binnen te glippen. Zij rende naar het toilet, trok haar jurk omhoog en haar slipje omlaag en nam met een zucht van verlichting op de pot plaats.
Zij was blij om even alleen te zijn. Zij hoopte, dat Marjet haar belofte om snel terug te zijn zou nakomen en de gedachte om zelf een kind te hebben begon nu zo langzamerhand elke bekoring te verliezen. Het zou echt heel fijn zijn als zij Danny zometeen weer in bed zou kunnen stoppen. Of hij dat zelf ook wilde, wist zij niet helemaal zeker, maar als zij zelf het goede voorbeeld zou geven door zich met het boek van Dreiser in hun slaapkamer terug te trekken, zou hij zich zeker bij haar gaan voegen.
Zij stond van de pot op, trok haar slipje omhoog, duwde de zoom van haar jurkje omlaag en zag toen pas, dat Jorris' scherpe nageltjes haar kousen hadden verruÔneerd en een paar fikse schrammen op haar kuiten hadden achtergelaten. Die ontdekking schokte haar niet en zij was zeker niet kwaad om de verruÔneerde kousen. Daar was ook geen enkele reden voor: zij had in de afgelopen jaren een grote kousenverzameling aangelegd. Zij trok de wc door en liep naar de medicijnkast boven de wastafel om zich een beetje te verzorgen. Eerst maakte zij de kousen los, daarna rolde zij die kousen helemaal af om een paar druppels jodium op de schrammen te kunnen doen en tenslotte verliet zij, neuriŽnd en nog steeds met afgezakte kousen, de badkamer.
Eenmaal op de gang kreeg zij ineens een naar voorgevoel. Zij was daarnet toch wel heel zorgeloos met haar buurjongetje omgesprongen. Zij liep de slaapkamer binnen, hoorde tegelijkertijd de piepende verandadeur in de huiskamer opengaan en kreeg bij het betreden van de veranda de schrik van haar leven. Jorris was met behulp van het stoeltje op de balustrade geklommen en leek daar de grootste lol hebben. Al wiebelend op zijn billen kraaide hij vrolijk voor zich uit. Daar kwam verandering in, toen hij Carry op de veranda zag verschijnen. Hij schrok, leek in een paar, tergend langzaam verlopende seconden zijn evenwicht te verliezen en zou zeker naar beneden zijn gevallen als de onverwacht toeschietende Danny hem niet op het allerlaatste moment van de balustrade had getrokken.
Dat was voorlopig het laatste, wat Carry zag. De gedachte aan wat er was gebeurd als Jorris daadwerkelijk van driehoog naar beneden was gevallen, werd haar teveel en zij voelde de kracht langzaam uit haar benen wegvloeien. Zij kon zich nog heel even staande houden, maar daarna zakte zij in elkaar en verloor zij voor een paar minuten het bewustzijn.

BERT HARBERTS


Terug


Amsterdam, 9 april 2000. © Bert Harberts