PRELUDE

1. Het presidium van klas C6 van de Noordamsterdamse scholengemeenschap Noord bestond in het schooljaar 1971-'72 uit een viertal leerlingen, die een rustig en zachtmoedig karakter aan een knap tot zeer knap uiterlijk paarden. Dat waren in volgorde van leeftijd: Hans Inniger, Danny Harberts, Trudy Schouws en Danny's neef, Dennis Harberts.
Op de eerste dag na de zomervakantie betrad Dennis als laatste het klaslokaal. Er viel hem een afwisselend welkom ten deel. Hans en Danny, zijn twee maatjes uit B8, de klas van het vorig jaar, begroetten hem met een kalm wuifgebaar, een drietal, ook uit B8 afkomstige, meisjes beperkten zich tot een vrolijk "Ha, die Dennis!" en de blonde Trudy verwelkomde hem met een tamelijk veelzeggende glimlach. Hij liep langs haar heen, knikte haar een beetje samenzweerderig toe en nam aan een bureautje plaats, dat schuin achter het hare stond.
De leerlingen noteerden het lesrooster in de schoolagenda's en daarna liepen ze naar het lokaal, waar ze hun schoolboeken in ontvangst zouden nemen. Daar in een van de vele gangen van dat houten noodgebouw begon Trudy aan een gesprekje met Dennis. Zij schonk hem daarbij een tweede glimlach en de combinatie van die glimlach met haar pure, onschuldige uitstraling maakte een diepe indruk op hem. Hij begon dan ook onmiddellijk te blozen.
"Ha, die gekke Dennis!", riep zij joviaal.
"Dag, malle Trudy!"
"Mag ik je wat vragen?"
"Ja, natuurlijk!"
"Zou je mij kunnen zeggen, waar dat lokaal is, waar we de boeken kunnen ophalen?"
"Ja, hoor, dat kan ik! Het zou een beetje raar zijn als ik dat niet kon, want ik loop hier namelijk al twee jaar rond."
"Je meent het?"
"Ja, dat meen ik!", antwoordde hij, enigszins verwonderd, "Is dat zo gek?"
"Nee, hoor! Maar ik had eigenlijk het idee, dat je van mijn leeftijd was en dat je dus een keer was blijven zitten. Maar als je hier nog maar twee jaar rondloopt, betekent dat dus, dat je een jong broekje van een jaar of veertien moet zijn."
"Nee, dat is niet waar. Ik zit inderdaad pas twee jaar op deze school, maar dat komt, omdat ik door toedoen van mijn achterlijke hoofdonderwijzer van de lagere school eerst een jaar in de brugklas van een LAVO/LEAO-school heb gezeten."
"O, ja?"
"Ja, maar omdat toen bleek, dat ik daar toch echt te intelligent voor was, ben ik daarna op deze school terechtgekomen. Ik begon in 1969 in een MAVO-brugklas, ging in 1970 verder in een MAVO-HAVO-brugklas en nu zit ik dus op de HAVO."
"Hetgeen dus allemaal betekent, dat je nu ongeveer vijftien moet zijn."
"Die gevolgtrekking is juist! Ik ben vijftien en ik hoop over twee maanden zelfs zestien te mogen worden."
"In oktober?"
"Ja, op de achtentwintigste!"
"O, wat leuk! We schelen maar twee dagen."
"Je meent het?"
"Ja, ik word op de zesentwintigste zestien."
"Ah, dat is dan mooi!", flapte hij eruit, "Dan kunnen we het gezellig samen vieren."
"Tja, wie weet!", zei zij glimlachend.
Aan deze zo voorspoedig verlopende dialoog kwam een abrupt einde, toen hun medeleerlinge Carla Diepgrond, een van de oude vlammen van Dennis uit B8, zich bij hen aansloot. De dames bleken het goed met elkaar te kunnen vinden. Ze namen de conversatie over en lieten Dennis uiteindelijk geheel aan zijn lot over. Het kon hem weinig schelen en hij sloot zich met een blijmoedige grijns om de lippen bij Hans en Danny aan.
2. In de daaropvolgende maanden groeiden Dennis en Trudy steeds meer naar elkaar toe. Hoewel ze niet veel met elkaar spraken, konden hun medeleerlingen uit hun houding jegens elkaar heel goed opmaken, dat er tussen hen iets moois opbloeide. Er werd ook vrij veel over hen geroddeld, maar het stelletje-in-sp maakte geen enkele haast en stelde zich voorlopig tevreden met de voorpret.
Op de dag waarop Dennis zestien werd, kroop hij definitief uit zijn schulp. Dat gebeurde tijdens een Nederlandse les, waarin de klas onderricht kreeg in de edele kunst van het tekstbeschrijven. Het verhaal, dat de leerlingen moesten samenvatten, ging over een jongen, die elke avond rond het huis van een door hem aanbeden meisje zwierf. Sommige leerlingen moesten hun 'boekbespreking' voorlezen. Dennis was de laatste van hen en diens genspireerde werkstukje dreef zijn leraar tot enthousiaste lofuitingen:
"Kijk, jongens, dit is dus echt vreselijk goed. Dennis heeft met een paar woorden precies datgene aangegeven, waar dat verhaaltje om draait. En dat is de wanhoop van die jongen en de stommiteiten, die daaruit voortvloeien. Dat is echt vreselijk knap!"
"Vindt u dat werkelijk?", vroeg Hans lachend.
"Ja, wel degelijk."
"Ik niet. Het is namelijk helemaal geen kunst voor Dennis. Trudy heeft ons daarnet nog verteld, dat hij dat soort stommiteiten zelf ook begaat."
"Wat bedoel je daarmee?"
"Hij is al maanden niet van haar huis weg te slaan."
De hele klas lachte en de leraar grinnikte mee. Dennis begon echter te blozen, vooral omdat Trudy het gesprek geamuseerd en met neergeslagen oogleden leek aan te horen.
"Is dat zo, Dennis?", vroeg meneer Viergever grinnikend.
"Wat?", klonk het schijnheilig.
"Van Trudy?"
"Nee, helaas niet! Ik zou het wel willen, hoor! Maar ik weet dus echt niet, waar zij woont."
Het gejoel was immens, hetgeen Dennis echter ontging. Want ook Trudy keek nu naar hem om. Lachend en met vrolijk twinkelende ogen. Een combinatie, die zijn koelbloedige houding onmiddellijk ondermijnde.
"Eh, kunnen we de discussie niet sluiten?", opperde hij tenslotte, met een wat trillende stem.
Hij werd gered door de bel. Die rinkelde namelijk en hij dook daarna onmiddellijk onder zijn bureau teneinde daar iets onduidelijks met zijn tas te gaan doen. Viergevers mededeling, dat zij voor het einde van deze week het onderwerp van hun scriptie aan hem moesten opgeven, ging dan ook geheel aan hem voorbij. Hij verliet het klaslokaal en merkte, dat Trudy hem op de voet volgde. Eenmaal op de gang greep zij hem zelfs stevig bij de arm.
"Ha, die gekke Dennis!", zei zij vrolijk, "Mag ik je wat vragen?"
"Ja, natuurlijk!"
"Zou je jouw scriptie samen met mij willen maken? Ik ben er namelijk niet zo goed in en kan dus best wel een beetje hulp gebruiken."
"Ik eh...", hakkelde hij.
"Of heb je al andere plannen?"
"Nee!", antwoordde hij gejaagd, "Nee! Ik heb geen andere plannen! Nee! Ja! Nee! Ja! Nee, dat lijkt mij prima! Kun jij netjes schrijven? Kun je typen?"
"Ja, dat dacht ik wel, ja. Hoezo?"
"Nou, ik kan namelijk helemaal niet typen en ik heb ook nog eens een klote handschrift. Dus als jij nou de vormgeving voor je rekening neemt, dan zorg ik wel voor de inhoud."
"Goed, dat is afgesproken. We moeten binnenkort maar eens afspreken, hoe we verder te werk zullen gaan."
"Dat lijkt mij prima."
"Goed dan.""
In de daaropvolgende, korte pauze verloren de twee geliefden-in-sp elkaar even uit het oog. Dennis zocht weer het gezelschap van Hans en Danny op en werd daarna uitvoerig door zijn schoolvrienden gejend.
"Zo, Dennis", merkte Hans op, "Je hebt jezelf daarnet aardig voor gek gezet tegenover Trudy."
"Misschien...", antwoordde Dennis, "Ik ben daarnet anders wel voor mijn gevoelens uitgekomen. En public nog wel."
"Hij heeft gelijk, Hans", bromde Danny, "Daar moeten we wat aan doen."
"Tja, je hebt het pleit nu wel definitief in je voordeel beslecht!'' zei Hans, op een ietwat meewarige toon, "Het werd ook wel de hoogste tijd, want zij is al twee maanden stapelgek op je."
"Tja, daar lijkt het wel op, h?", zei Dennis, met een ietwat sardonische grijns, "Maar als jullie toch een keertje met haar op stap willen, wil ik het pad wel voor jullie effenen, hoor!""
"Wat wil je dan gaan doen?", vroeg Hans, toch wel een tikje gealarmeerd.
"Ik ga haar vragen, of zij een keer met ons drien op stap wil gaan."
"Werkelijk?" vroeg Danny.
"Ja!"
"Waarom vraag je haar niet, of zij met ons mee wil als we naar Ajax-Feyenoord gaan?", vroeg Danny.
"Dat lijkt mij geen gek idee", antwoordde Dennis grinnikend, "Ik ga het haar meteen vragen."
Hij liep naar Trudy toe en trok haar aan de mouw van haar jas. Zij keerde zich onmiddellijk naar hem om. Met een glimlach, die de verwoestende kracht van een mokerslag had.
"Hoi!", zei zij.
"Hoi", bracht hij er moeizaam uit.
"Wat kan ik voor je doen?"
"Eh... Nou, goed! Luister-es! Wij, Danny, Hans en ik, gaan volgende week zondag naar Ajax-Feyenoord en we vroegen ons af, of je misschien met ons mee wilde gaan."
Trudy keek hem verbaasd aan. De aard en de collectiviteit van deze uitnodiging scheen haar enigszins te verwarren, maar haar reactie was er niet minder enthousiast om.
"Dat lijkt mij hartstikke leuk!", antwoordde zij lachend.
"O... Ah... Prima! Okay, dan halen we je om kwart voor twaalf op."
"Je weet, waar ik woon?", vroeg zij plagend.
"Op de Heggerankweg, h?"
"Precies! Op nummer 25, n hoog, om precies te zijn."
"Ik weet het!", sprak hij nederig.
"Loop je nog steeds elke dag langs mijn huis?", vroeg zij, zonder een spoor van mededogen.
"Nee, sinds we elkaar op die zondag voor die eerste schooldag hebben ontmoet, heb ik dat niet meer gedaan."
"Kun je je eigenlijk nog herinneren, dat ik je die dag als een hondje ben achternagelopen?"
"Ja, dat kan ik mij heel goed herinneren", antwoordde hij schuchter, "Maar ik weet dus nog steeds niet, waarom je dat hebt gedaan."
"Ach, ik wilde gewoon graag weten, waar je woonde."
"En weet je dat nu ook?"
"Ja, natuurlijk! Ik ben je toch tot aan je huis gevolgd."
"Dat is waar en dat was ook heel lief van je!"
"Meen je dat?"
"Ja, ik vond het echt heel erg leuk en ik was er verschrikkelijk door gevleid. Eigenlijk was ik er ook helemaal sprakeloos van."
"Ah, goed zo! Ik vond het zelf ook heel leuk om te doen. Het was weer eens wat anders. Toen ik nog in Heemskerk woonde, liepen de jongens altijd achter mij aan."
"Je meent het?"
"Ja, nou! Daar kan ik je een heleboel stompzinnige verhalen over vertellen."
De bel ging en ze liepen samen naar de ingang, waar Hans en Danny zich bij hen voegden.
"Wat zie je bleek, Dennis!", zei Hans, met treiterig aandoende minzaamheid.
"Ha, vind je het gek?", vroeg Trudy, "Hij heeft mij daarnet eindelijk uitgevraagd. Zou jij daar dan niet bleek van zijn geworden?"
"Wat bedoelt zij daarmee, Dennis?", vroeg Hans gniffelend.
"Jullie mogen ook mee!", antwoordde Dennis, met een licht overslaande stem.
"Voor deze ene keer, ja", zei Trudy peinzend, "Daarna mogen jullie ophoepelen. Ik wens Dennis met niemand te delen. En zeker niet met jullie."
Zij versnelde haar pas en liet de jongens aan hun lot over. Tijdens de wandeling naar hun klaslokaal vielen Dennis vele scabreuze toespelingen ten deel. Ze deerden hem niet; de compensatie was immers van hemels gehalte.
"Ha!", dacht hij, "Als Ajax nou ook nog wint, kan ik helemaal niet meer stuk!"
3. Tien dagen later, op een koude, gure zondag, maakte Dennis zijn opwachting bij Trudy. Zij trok zelf de deur open en haar begroeting was dusdanig informeel, dat zijn zenuwen, voor zover het haar betrof, op slag tot rust kwamen:
"Zo, imbeciel! Ben je daar eindelijk?"
Daar reageerde hij niet op, want hij was een beetje verrast door haar kledingkeus. Toch vond hij het, toen hij eenmaal van de verrassing van bekomen, heel verstandig en ook wel heel plezierig, dat zij vandaag geen kort rokje, of een mini-jurkje droeg, maar in plaats daarvan een dikke, zwarte trui en een spijkerbroek had aangetrokken.
In het halletje bovenaan de trap stelde Trudy haar vriendje aan haar moeder voor. Met de handen op de rug en met een voldaan glimlachje om de lippen.
"Jullie hebben elkaar al eens eerder ontmoet, geloof ik!'', zei zij gniffelend, ''Maar ik zal jullie toch maar even aan elkaar voorstellen: Mam, dit is Dennis. Dennis, dit is mam."
"Hallo, mam", zei Dennis, de knappe, mollige, ongeveer veertigjarige vrouw de hand drukkend.
"Dag, Dennis", zei zij, met een kort lachje, "Ik ben heel blij, dat ik je eindelijk in ons huis mag begroeten."
"Meent u dat werkelijk?"
"Ja, nou! Ik heb namelijk niets dan goeds over je gehoord."
"Ik geloof het graag", zei hij timide.
"Trudy en ik hebben de laatste maanden trouwens alleen maar over jou gepraat. Het is Dennis voor en Dennis na bij ons."
"Mam, hou op!", riep Trudy.
"De waarheid dient altijd gezegd te worden", sprak haar moeder lachend.
"Da's waar", zei Trudy, nu ook lachend.
Zij had onderwijl een zwarte winterjas en een zwarte, wollen muts aangetrokken en zij was nu naarstig op zoek naar haar handschoenen. Het duurde een poosje, voordat zij tot de ontdekking kwam, dat die in haar jas zaten, maar het daardoor veroorzaakte oponthoud kon Dennis niet deren.
"Leuke muts!", liet hij zich op montere toon ontvallen.
"Dank je! Zelfgebreid!"
"Wauw! Daar sta ik van te kijken!"
"Waarvan?"
"Dat je niet alleen mooi bent, maar dat je ook nog 'es een paar goeie poten aan je lijf hebt!"
"Hee! Hee! Hee! Wil jij wel 'es een beetje op je woorden letten? Anders zal ik je 'es flink tegen je schenen schoppen!"
"Ha, lekker!", kraaide hij uit, "Au! Heee, wil je dat wel 'es laten, jij... jij... Zalig stuk serpent!"
"Zouden jullie niet eens weggaan?", vroeg haar moeder lachend, "Ik vind dat gekibbel van jullie wel gezellig, hoor! Maar ik meen te hebben gehoord, dat jullie vanmiddag ook nog met anderen hebben afgesproken."
"Goed, mam, we gaan. Tot straks, h?"
"Dag, liefje, tot straks. Dag, Dennis. Ik hoop, dat we je gauw weer terugzien."
"Ik hoop vurig, dat uw wens snel in vervulling mag gaan", sprak hij galant.
"Ja, imbeciel, nou weten we het wel!", riep Trudy lachend, "Kom nou maar mee!"
Ze daalden zwijgend de trap af, maar toen ze buiten bij Dennis' Mobylette stonden, nam Trudy het woord:
"Hee, je hebt maar n zadel!"
"Tja, dat weet ik, maar daar daar heb ik wel een oplossing voor, hoor! We rijden zometeen eerst naar Danny toe en ik denk, dat je daarna maar het beste bij hem op het duozitje kunt plaatsnemen. Ik had je natuurlijk veel liever gedurende de hele reis op mijn flitsende bolide willen laten plaatsnemen, maar dat lijkt mij toch een beetje te oncomfortabel voor je."
"Wat een rotsmoes, zeg!", riep zij, terwijl zij hem stevig bij de kraag van zijn jack greep, "Had je dan niet even een tweede zadel kunnen kopen?"
"Nee, helaas niet! Al mijn geld is opgegaan aan de kaartjes voor de wedstrijd. Ik moest van Danny en Hans niet alleen jouw kaartje, maar ook die van hen betalen. Ze laten mij namelijk altijd overal voor opdraaien. Repen chocolade, gebakjes, voetbalkaartjes, gerookte paling, voor alles moet ik dokken. Straatarm maken zij mij! Straatarm! Nescio zou een roman over ze kunnen schrijven."
"O, liefje, wat ben je toch een zielepoot!"
"Ja, h? Het wordt echt de hoogste tijd, dat jij je voor altijd over mij ontfermt!"
"O, wees maar niet bang: dat zal ik ook zeker doen. Maar dan moet jij eerst wel even een tweede zadel kopen. Als we binnenkort eindelijk eens gezellig met z'n tweetjes uitgaan, wil ik wel een beetje comfortabel vervoerd worden!"
"Is een kussentje ook goed?", was zijn op hese toon uitgesproken repliek.
"Nee, ik wil een zadel!"
"Goed, mijn engel! Maarre... Wil je nu mijn kraag loslaten? Straks scheurt hij nog af!"
"Okay!", zei zij, met een sinistere glimlach. "Over je kleding zullen we het overigens later wel eens hebben."
Een klein uur later betraden Hans, Danny, Trudy en Dennis het Ajax-stadion aan de Amsterdamse Middenweg, dat al helemaal was volgestroomd. De drie jongens, allen fanatieke Ajax-supporters, vergaten even de aanwezigheid van het knappe meisje en verloren zich in oeverloze discussies over de komende wedstrijd. Het kwam natuurlijk op n ding neer: Ajax moest winnen. Ajax had twee punten achterstand en had tevens in al twee seizoenen geen competitiewedstrijd meer van Feyenoord gewonnen. Trudy hoorde de discussies over dit verheven onderwerp glimlachend aan, maar bleek niet in staat om er iets zinnigs aan toe te voegen.
De eerste helft van de wedstrijd verliep zonder doelpunten, maar na de pauze zette het geniaal voetballende Ajax Feyenoord langzaam maar zeker de duimschroeven aan. Naarmate die tweede helft vorderde, maakte zich een grote spanning van Dennis meester. Zou Ajax het gehate Feyenoord eindelijk gaan vloeren? Zou het echt mogelijk zijn?
"O, Ajax, maak ze af!" verzuchtte hij, "Toe nou!"
De verlossende treffer viel in de zeventigste minuut: een kopbal van Sjaak Swart uit een voorzet van Gerrie Mhren. Voor Dennis was het een dubbele verlossing, want na het doelpunt viel Trudy hem pardoes in de armen. Hij telde zijn zegeningen en drukte haar heel even, heel stevig tegen zich aan. Het was een goddelijk moment, dat hem net iets te kort duurde.
"Herhaling... Herhaling... Herhaling...", mompelde hij dubbelzinnig.
Zes minuten later kreeg hij min of meer zijn zin, toen Feyenoorder Rinus Israel, in het nauw gebracht door Johan Cruijff, de bal in eigen doel schoot. De vreugde, die dit doelpunt bij het paartje teweegbracht, was intens en ditmaal liet Dennis zijn vriendinnetje niet meer los, ditmaal hield hij zijn armen stevig om haar heen geklemd.
Ajax won uiteindelijk met 2-1 en de euforie in het groepje was groot. De anti-climax voor Dennis en Trudy helaas ook, want op de terugweg kreeg Dennis, precies op het hoogste punt van de eerste Schellingwouderbrug, een lekke band.
"Wat is er, Dennis?", vroeg Hans, toen hij en Danny naar Dennis waren teruggereden.
"Lekke band", antwoordde Dennis laconiek.
"O, nee!", riep Trudy verschrikt, "Wat nou?"
"Tja... Ik zal moeten lopen! Als ik dat kreng laat staan, is hij morgen gesloopt, of gejat. Gaan jullie maar vooruit. Dan zie ik jullie wel bij Hans thuis."
"O, jee, wat rot nou!", prevelde Trudy, met een diep treurig gezicht, "Zal ik bij je blijven en met je meelopen?"
"Nee, doe dat maar niet!", antwoordde hij, met een wat trillende stem, "Ik zou het heel gezellig vinden, maar ik denk toch, dat het een beetje te koud voor je is."
"En jij dan?"
"Ik kan mij warm houden door af en toe een beetje met dit kreng te gaan rennen."
"Echt?"
"Ja, ga nou maar! Ik zal het echt heel fijn vinden als ik zeker weet, dat jij weer veilig thuis bent. Dan zal die wandeling mij echt niet zo veel moeite kosten."
"Nou, goed dan."
Voor zij met de andere jongens wegreed, streelde zij hem nog even over zijn haren en toen ze hem eenmaal hadden achtergelaten, bleef zij naar hem zwaaien, tot zij uit het gezicht was verdwenen. De barre tocht naar het huis van Hans aan de Spanderswoudstraat viel hem ook inderdaad niet zo zwaar.
Bij zijn aankomst in de Spanderswoudstraat trof hij van zijn vrienden alleen Hans aan. Hans liet hem binnen en vergezelde hem naar de huiskamer, waar Dennis van de moeder van Hans onmiddellijk een mok hete thee kreeg aangereikt.
"Zijn Trudy en Danny al weg?", vroeg hij.
"Ja, zij kon niet langer blijven", antwoordde Hans, "Zij moest naar een verjaardag. Danny heeft haar naar huis gebracht."
"Ah."
"Het was een mooie wedstrijd, h?"
"Ja, nou!"
"In meerdere opzichten?"
"Ja, nou!"
"Besef je eigenlijk wel, wat er tussen jou en Trudy gaande is?"
"Een beetje wel, ja."
"Nou, dan kan ik je nu dus volledig op de hoogte stellen. Toen jij in de rust bier voor ons haalde, heeft zij tegen ons gezegd, dat zij heel erg verliefd op je is."
"O, werkelijk?"
"Ja! En zij heeft mij daarnet bij het afscheid ook gezegd, dat ik dat ook maar meteen tegen jou moest zeggen."
"Nee, dat meen je niet!"
"Dat meen ik wel. Zij was ook heel bang, dat je jaloers zou zijn, omdat zij niet bij jou is gebleven en dat zij daarna ook nog met Danny is meegegaan."
"Oh, wat lief", murmelde Dennis aangedaan.
"Ja, dat kun je wel zeggen, ja."
"Wat moet ik in godsnaam doen?"
"Ik denk, dat je zelf maar heel weinig hoeft te doen", antwoordde Hans grinnikend, "Maar nu heb ik het over iets, wat ik je dus niet mocht vertellen. Dat moest nog wel een verrassing blijven."
"O", klonk het beteuterd.
"Wil je mij trouwens wel n ding beloven?", vroeg Hans met ene vrolijke grijns.
"Wat dan?"
"Zul je, als de tijd daarvoor rijp is, wel een beetje lief voor haar zijn?"
Dennis zei niets meer. Hij knikte alleen maar...
4. De volgende twee dagen moest Dennis door een hevige migraineaanval het bed houden, maar op woensdag zag hij Trudy terug bij de wiskundeles van meneer Klein. In normale omstandigheden haatten ze dat eerste uur. Nu... kon het hen niet lang genoeg duren. Beiden verkeerden in een pre-seksuele roes en hielden zich in gedachten met heel andere dingen bezig dan de lesstof van meneer Klein.
Na afloop van de les kwam Trudy meteen weer naast hem lopen. Zij gaf hem een arm en wierp hem een zegevierend glimlachje toe.
"Hoi!", riep zij.
"Dag, liefje!"
"Ben je een beetje ziekjes geweest?"
"Ja, ik had een beetje hoofdpijn."
"Maar nu ben je weer beter?"
"Ja, hoor! En nu helemaal!"
"Ah, dat is mooi", zei zij lachend, "Ben je zondag nog goed thuisgekomen?"
"Ja, hoor!"
"Ik had zo met je doen, toen we je op die brug moesten achterlaten."
"Ach, ik kan wel tegen een stootje. Hans heeft mij trouwens goed verzorgd, hoor. Ik heb ook nog heel gezellig met hem zitten kletsen."
"Heeft hij 'het' gezegd?"
"Ja, en ik ben er heel blij mee: ik heb zondagavond nog heel lang rond je huis lopen dwalen."
"Met een hele verliefde blik in je ogen?"
"Dat spreekt toch vanzelf?"
"Dat is waar. Maar wat zullen we nu dan gaan doen?"
"Hoe bedoel je?"
"Ach, wat ben je toch weer vreselijk verstrooid, vandaag! We hebben nu namelijk een uur vrij en nu is het dus de vraag, hoe we dat zullen gaan besteden."
"Stel maar wat voor!"
"Nou, we kunnen dus langs het Noordhollandsch Kanaal gaan liggen en net doen, alsof Ajax weer een doelpunt heeft gescoord. Maar we kunnen ook naar het studielokaal gaan en iets aan de scriptie gaan doen."
"Laten we het laatste maar doen."
"Meen je dat?"
"Ja, het werk komt eerst, daarna pas het meisje."
"Ik eh... Nou, vooruit dan maar!"
Ze zochten in het studielokaal een stil plekje op en begonnen fluisterend een plan voor hun scriptie over Noord-Ierland te bedenken. Dennis nam daarbij het voortouw:
"Ik had gedacht aan de volgende compositie: we beginnen met de geschiedenis. De eeuwenlange onderdrukking van Ierland door de Engelsen, de exodus van de protestanten naar Ierland, de vrijheidsstrijd van de Ieren, de onafhankelijkheid van Ierland, de aparte status van Ulster. Daarna gaan we verder met de meest recente geschiedenis, met het begin van de burgeroorlog in 1969 en de meest in het oog springende facetten, zoals bijvoorbeeld die smerige terreur van de IRA en we eindigen met levensbeschrijvingen van dominee Paisley en die enge eh... die enge..."
Hij stokte en raakte de draad van zijn verhaal kwijt. En niet zonder reden: Trudy had haar schoen van haar voetje laten glijden en streelde hem met dat voetje langs zijn kuit. Die aanraking van dat gladde kousevoetje en de dromerige uitdrukking op haar gezicht sloegen hem volledig uit het lood.
"Die enge wie?", vroeg zij liefjes.
"Die eh... H, hoe heet die stomme trut ook alweer? H, toe! Help mij nou even!"
"Bernadette Devlin, soms?"
"Juist, ja!"
Hij slaakte een diepe zucht en wist zich met veel moeite te vermannen.
Ze hadden die middag vrij en ze benutten die vrije uurtjes door naar het kantoor van Vrij Nederland te gaan, waar ze met behulp van een vriendelijke, wat oudere documentaliste, een overvloed aan scriptiemateriaal vergaarden. Ze wilden dezelfde avond nog aan het ordenen van hun aantekeningen beginnen, maar vlak na hun aankomst in Trudy's huis werd Trudy weggeroepen. Voor een kort telefoongesprek op de gang met haar enige vriendin: Carla Diepgrond. Tijdens dat telefoongesprek maakte zij al vrij snel een tweetal, hoogst verontrustende opmerkingen:
"Ja, ik denk, dat hij vanavond wel voor de bijl gaat. Mijn moeder is trouwens ook helemaal weg van hem."
Tot zover kon Dennis het aanhoren, daarna liep hij ten prooi gevallen aan een combinatie van angst en een delirium naar het raam. Bij haar terugkeer in de huiskamer zag Trudy zijn verwarring en kon zij haar ogen vervolgens niet van hem afhouden.
"Wat een leuk prieeltje daar beneden!", zei hij, om de spanning te breken.
"Dat is een schuur, idioot!", zei Trudy grinnikend.
"Prieeltje is een veel leuker woord. Het klinkt veel romantischer. Het klinkt als een vertrek, waar het goed toeven en minnekozen is."
"Hm, zullen we eerst die scriptie maar eens gaan maken? Het minnekozen komt later wel, hoor! Het werk komt eerst en daarna het meisje."
Hij keerde zich om, mompelde "Daar hou ik je aan!" en ging na een korte aarzeling aan het bureautje zitten.
"Wat zei je?", vroeg zij lachend.
"Niets! Niets! Helemaal niets!"
"Je zei wel wat!"
"Ach, ik zei alleen maar, dat je zo'n leuk jurkje draagt", zei hij, doelend op haar zwarte, wollen mini-jurkje.
"Dank je! Ik ben er zelf ook heel blij mee. Ik zou er liever een zwarte panty onder willen dragen, maar dat wil mama liever niet."
"Dat is heel verstandig van je mama! Je bent zo al sexy genoeg!"
"Ah, dank je!", zei zij dankbaar.
Zij kwam naast hem zitten, sloeg haar benen over elkaar en spreidde hun aantekeningen over het bureautje uit. Dennis begon meteen met dicteren, en dwong zichzelf gestaag door te werken, maar af en toe dwaalden zijn blikken naar haar af. Soms liep zij op kousevoeten door het kamertje heen, soms om Cola in te schenken, soms om de band van haar bandrecorder om te draaien en telkens als zij weer ging zitten, schoof hij zijn stoel dichter naar haar toe. Het was een handeling, die haar veel genoegen leek te verschaffen.
Na een poosje ging zij op haar knien zitten. De aanblik van haar samengebalde benen bracht voor Dennis ernstige concentratieproblemen met zich mee, maar de band met romantische soft-soulmuziek, die zij om mysterieuze redenen telkens weer afdraaide, maakte hem pas echt murw. Tegen het einde van hun sessie kon hij alle nummers moeiteloos meezingen.
Uiteindelijk vond Trudy de woorden, waarmee zij de conversatie een wat minder zakelijke wending kon geven.
"Heb jij nog broers en zusters?", vroeg zij.
"Ja, drie oudere broers. Alle drie getrouwd."
"Jullie zijn dus met z'n drien thuis."
"Nee, met z'n tween. Mijn moeder leeft niet meer. Zij is een jaar na mijn geboorte overleden."
"O, dat spijt mij!"
"Dat hoeft niet", suste hij, "Want het is dus al heel lang geleden."
"Heb je door de dood van je moeder een moeilijke jeugd gehad?"
"Och, moeilijk? Ik heb het niet altijd even gemakkelijk gehad. Maar sinds augustus voel ik mij prima, hoor!"
"Ah, dank je! Mijn vader leeft trouwens ook niet meer. Hij is vorig jaar overleden."
"O?"
"Heeft jouw vader nooit meer een tweede vrouw kunnen vinden?"
"Nee, hij heeft veel vriendinnen gehad, maar de ware zat er niet meer tussen. Zo zijn wij Harbertsen: de eerste liefde is altijd de enige echte."
"O, ja?"
"Jawel, wij Harberts zijn ook vreselijk mono... dinges."
"Monogaam?"
"Precies, ja! Mijn broer Eric heeft eens gezegd, dat wij Harbertsen de monogamie tot kunst hebben verheven."
"Echt waar?"
"Ja!"
"Geldt dat ook voor jou?", vroeg zij met een doodernstig gezichtje.
"Ja", antwoordde hij zacht, "Dat geldt zeker ook voor mij."
"Dan is het goed!", riep zij lachend.
"En geldt dat eigenlijk ook voor jou?"
"Ja, ik ben precies mijn moeder, wat dat betreft."
"Ah."
"Hee, zeg, ik weet wat! Zullen we bij wijze van experiment jouw vader en mijn moeder aan elkaar proberen te koppelen? Dat zou leuk zijn, dan weten we meteen, of ze echt zo monogaam zijn als ze zich voordoen."
"Hm, kunnen we daar niet een paar jaartjes mee wachten?"
"Waarom?"
"Omdat we dan misschien een dubbele bruiloft kunnen houden."
"Ha! Dan zul je mij eerst nog even ten huwelijk moeten vragen!"
"O, is dat wat je wilt? Dat kan, hoor!"
Hij gleed op zijn knien, nam haar handen in de zijne, drukte die vier handen tegen zijn borst en sprak met een mengeling van ironie en Wodehouse-proza:
"Lieve Trudy, licht van mijn leven,
koningin van mijn ziel,
Luister goed, dit is echt geen gein!
Mag ik voor altijd jouw dienstwillige dienaar zijn?"
Zij reageerde werktuiglijk: zij wurmde haar rechterhand los, streek hem even over het haar en zei:
"Je bent lief!"
Bijna was hij haar om de hals gevlogen, maar een klop op de deur verhinderde dat. Hij sprong op zijn stoel terug, net voordat Trudy's moeder met een dienblad met twee koffiekopjes en twee gevulde koeken de kamer kwam binnenlopen.
"Ha, lekker, mam!", zei Trudy, met een zuur gezicht.
"Stoor ik?"
"Nee, hoor!", antwoordde Dennis, op hartelijke toon, "We zijn volgens mij wel klaar voor vandaag!"
"Ja, helaas wel, ja!", zei Trudy, "Het begon net leuk te worden."
"Komen jullie dan gezellig in de kamer zitten?", vroeg Trudy's moeder, met een ietwat pesterige grijns.
"Goed, mam", antwoordde Trudy zuchtend.
Zij stond op, bleef wachten tot haar moeder de kamer had verlaten en schopte Dennis vervolgens keihard tegen zijn scheenbeen.
"Au!", riep hij onthutst, "Hee, waar is dat nou goed voor?"
"Sukkel! We waren helemaal nog niet klaar! Ik had nog een heleboel leuke dingen voor je in petto!"
"O, sorry!", zei hij grinnikend.
Ze verlieten de slaapkamer, liepen naar de huiskamer en gingen op de bank zitten. De inrichting van de kamer was voornaam, met elegante meubelen en charmante prullaria. Op de televisie stond een foto van Trudy's vader, een buitengemeen knappe man met donkerbruin krulhaar en een wat melancholische oogopslag. Trudy's moeder nam met haar kop koffie in de hand in een leren draaistoel plaats en keek haar dochter en haar vriendje daarna glimlachend aan.
"Hadden jullie liever nog wat doorgewerkt?", vroeg zij.
"Ja, eigenlijk wel, ja!", antwoordde Trudy, met een nog steeds wat sip gezicht.
"Dan spijt het mij ontzettend, dat ik jullie heb gestoord."
"Ach, het geeft niet, hoor! Vindt u het eigenlijk goed als Dennis hier vannacht blijft slapen?"
Dennis zag de blik van verstandhouding tussen moeder en dochter en voelde, hoe het angstzweet hem uitbrak. Het antwoord, dat zo mogelijk nog krankzinniger was dan de vraag, vermocht hem niet erg te kalmeren:
"Ach, als het van zijn vader mag, heb ik geen bezwaar, hoor!"
"Ach, we zullen wel zien. Dennis moet het zelf natuurlijk ook willen."
"Ik eh... ik eh... ik wil wel", begon hij, "Maar ik vrees, dat mijn papa dat niet zo leuk zal vinden. Ik denk, dat hij wel zal gaan protesteren als ik nu al een nachtje wegblijf."
"Vraag het hem dan eerst maar", zei Trudy, "Ik zal het echt heel fijn vinden als je hier binnenkort bij mij blijft pitten. Volgens mij zal ik met jou in mijn armen een stuk makkelijker kunnen slapen."
"Denk... Denk je dat echt?", hakkelde hij.
"Ja, ik weet het wel zeker. Ik lijd namelijk al een hele tijd aan slapeloosheid."
"O, ja?"
"Het is soms heel erg. Het komt zelfs wel eens voor, dat ik een hele nacht wakker lig."
"Echt?"
"Ja, erg, h? Sinds ik jou ken, gaat het overigens al een stuk beter, hoor!"
"Ah... O... Nou... Ik eh... zal het er straks met mijn vader over hebben."
"Goed, afgesproken!"
Zij overlaadde hem daarna met vele, kleine attenties, die hem in combinatie met de vele complimenten over zijn 'schitterende schrijfstijl' langzaam maar zeker naar een totale overgave dreven.
Mevrouw Schouws keek het een en ander vertederd aan, maar na een poosje leek zij Dennis toch wat rust te willen gunnen.
"Wil jij nog even wat koffie zetten?", vroeg zij aan Trudy.
"Da's goed, mam", antwoordde zij, met zichtbare tegenzin.
"Laat mij dat maar even doen, Trudy", zei Dennis, op troostende toon, "Ik zet thuis ook altijd koffie."
"Oh, dat is lief van je!", mompelde Trudy.
Hij zette de kopjes een voor een op het dienblad, waardoor hij Trudy in de gelegenheid stelde om hem even over zijn lichtelijk ontblote rug te strelen.
"Niet doen!", fluisterde hij, naar haar omkijkend.
"Maar het voelt zo lekker aan, dat vlezige ruggetje van jou!"
"Nee, niet doen!"
"Nou, ik doe het lekker toch. Het is nu ook mijn ruggetje!"
Hij had daar geen passende reactie meer op en liep met wankele passen de kamer uit.
"Kun je het wel dragen, liefje?", riep Trudy, "De kopjes rinkelen zo."
"Ik krijg jou nog wel, kreng!", zei hij binnensmonds.
Eenmaal in de keuken bleek hij alle benodigdheden zonder moeite te kunnen vinden. Zijn vlucht bleek echter uitstel van executie te zijn, want enige minuten later betrad ook Trudy de keuken.
"Gaat het?", vroeg zij.
"Ja, hoor! Kijk maar, de koffie..."
Verder kwam hij niet. Hij zag, hoe zij de zoom van haar jurkje wat omhoog trok en hoe haar vingertoppen langs de kousen van haar panty gleden. Hij zag ook, hoe zij daarna eerst de rechterkous strak trok, vervolgens hetzelfde met de andere kous deed en tenslotte de zoom van haar jurkje weer terugduwde. Het waren gebaren, waar geen behaagzucht aan ten grondslag lag. Alles wat zij deed, deed zij met een goedmoedige vanzelfsprekendheid, alsof ze al jaren met elkaar omgingen.
"Gelukkig!", zei zij, "Ze zijn nog helemaal gaaf. Maarre... hoe zit het eigenlijk met de koffie?"
"Eh, de koffie prut...", begon Dennis, naar adem snakkend, "De koffie prut... de koffie pruttelt al!"
"Hee, stotter jij?", vroeg zij, oprecht verbaasd, "Daar heb ik nog nooit iets van gemerkt."
"Dat komt door jou!"
"Door mij?"
"Ja, door jou! Door de aanblik van je prachige, mooie benen."
"Meen je dat?"
"Ja, die benen van jou zouden zelfs mijn broers aan het stotteren krijgen. En dat zijn de grootste ouwehoeren, die je je maar kunt voorstellen."
"Ah, dank je!", murmelde zij verguld, "Ik keek overigens alleen maar, of er een ladder in mijn panty zat."
"En... zat er een ladder in?"
"Nee, gelukkig niet! Dat zou ook heel erg vervelend zijn geweest. Dit is mijn laatste panty en ik mag deze week geen nieuwe kopen van mama."
"Waarom niet?"
"Omdat... Ach, dat zal ik je morgen wel vertellen. Ik heb nu andere plannetjes."
Wat die plannetjes precies inhielden, hield zij niet lang voor hem verborgen. Zij legde haar armen rond zijn middel en trok hem langzaam tegen zich aan. Iets, wat hij zich overigens zonder morren liet welgevallen.
"Heb ik echt zulke mooie benen?", vroeg zij.
"Ja, lieverd! Ze zijn prachtig!"
"Zijn ze niet wat dun?"
"Nee, ze zijn precies goed. Ze zijn precies, zoals meisjesbenen behoren te zijn."
"Hm, je bent de eerste jongen, die ze helemaal heeft gezien."
"Ah", bromde hij gevleid.
"En ik weet al sinds augustus zeker, dat je de enige zult zijn."
"Aha."
"Ja. En je zult dus ook de eerste en de enige zijn, die mij helemaal naakt zult zien."
"Ah, prima!"
"Ik denk, dat ik over een paar weekjes wel voor je uit de kleren zal gaan."
"Meen... Meen je dat?"
"Ja, zo tegen de Kerst, of zo. Of met Oud en nieuw. Of misschien nog wel eerder! Ik zal het er straks eens met mama over hebben."
"H?"
"Tja, want ik zal toch ook aan de pil moeten, h?"
"Ah."
"Vind je dat fijn?"
"Ja! Heel fijn! Het is... Het is..."
"Nou, zeg het maar!"
"Het is een heerlijk vooruitzicht."
"Ah, prima! Hoe lang blijft dat aanzoek eigenlijk geldig?"
"Voor zolang als ik leef! Voor eeuwig! En het zal niet bij dat ene aanzoek blijven: vanaf nu zal ik je elke woensdagavond ten huwelijk vragen!"
"Op je knien?"
"Ja, natuurlijk! Zo hoort het toch ook?"
"Je bent echt van mij, h?", vroeg zij, met een zoet glimlachje.
"Ja, helemaal!", was het schorre antwoord.
Zij knikte voldaan en stal haar (en zijn) eerste kus. Ze waren er beiden wat laat mee, maar ze zouden hun schade spoedig ruimschoots inhalen...

BERT HARBERTS


Terug


Amsterdam, 29 november 1986. © Bert Harberts