m TANJA & CO


HARLEM REVISITED

1. Midden in de sombere zomer van 1987 kreeg Danny Harberts, een knappe, eenendertigjarige Amsterdammer, een langdurige zenuwinzinking te verwerken. Er waren twee oorzaken voor aan te wijzen: de breuk met zijn vriendin Jenny, die geheel onverwacht voor de charmes van zijn beste vriend was bezweken, en een teveel aan werkstress. Zijn huisarts schreef hem drie maanden rust voor. Hij mocht niet werken en kreeg het advies om zijn activiteiten tot wandelen, joggen en fietsen te beperken. Het advies van zijn dokter bleek het enig juiste te zijn. Vooral door het joggen verbeterde zijn lichamelijke conditie met de dag en langzaam, heel langzaam krabbelde hij uit het dal omhoog.
Halverwege augustus begon hij weer te fotograferen. Een maand lang zwierf hij met zijn stokoude 'Konica' door heel Nederland. Op 18 september, de zeventiende sterfdag van Jimmy Hendrix, was hij in Haarlem, de geboortestad van Jenny, waar hij vrij veel foto's maakte. Het was een prachtige nazomerdag, een van de weinige van dat jaar, en het rijkelijk aanwezige stedenschoon bekoorde hem weer in hevige mate, maar toch leed hij die middag opnieuw aan een depressie. De redenen waren voornamelijk van sentimentele aard: hier was zij geboren, hier was zij op school gegaan, hier had zij met haar eerste vriendje gevrijd. Hij was zich wel van zijn deerniswekkende toestand bewust. Voor zijn gevoel begon hij steeds meer op Charles Ryder uit 'Brideshead Revisited' te lijken: hij had dezelfde, bijna perfide voorkeur voor mooie, oude huizen en hij was zo mogelijk nog ongelukkiger in de liefde.
Na in een muziekhandel een goedkope, tweedehands gitaar te hebben gekocht, kuierde hij om half zes naar het station. Hoewel hij vast van plan geweest om meteen naar huis te gaan, stapte hij in een opwelling op de trein naar Zandvoort. Tien minuten later kwam hij, met weinig geld op zak en nog steeds in een wat landerige stemming, in de badplaats aan. Hij had geen wilde plannen; het enige, wat hij wilde, was de zonsondergang fotograferen. Aan stappen zou hij door dat gebrek aan geld niet meer toekomen.
Tien minuten later kwam hij bij de politie- en reddingspost 'De Rotonde' aan. Hij ging op een bankje zitten en kreeg vrijwel onmiddellijk gezelschap van een meisje: een echte Hollandse schone van een jaar of tweentwintig. Zij had een lief gezichtje, met lange, blonde haren, een mollig figuurtje en stevige, gebruinde benen, die met korte, blonde haartjes waren bezaaid. Haar kleding was onopvallend: zij droeg een zwarte mini-jurk, een wijnrode regenjas en bruine sandalen.
Danny merkte al snel, dat zij iets ongedurigs in haar gedrag had. Zij kon geen moment stilzitten en na een halve minuut stond zij alweer op. Tot zijn grote opluchting liep zij echter niet ver van hem weg. Zij installeerde zich op de bovenste trede van de trap naar het strand, trok met veel vertoon van been haar sandalen uit en nam tenslotte een dik boek ter hand. Danny registreerde elke handeling met groeiende interesse. Hij vond haar mooi en sexy, maar zij had ook iets liefs over zich, iets, wat hem volkomen weerloos maakte. Helaas voor hem keurde zij hem geen blik waardig. Hij liep naar haar toe, passeerde haar en daalde op een wat aarzelende manier de trap af. Eenmaal beneden knielde hij neer en richtte hij zijn fototoestel op de zieltogende zon. Hij hoopte nog steeds een paar mooie foto's te kunnen maken.
Na een minuut werd hij daarin door het meisje gestoord. Hij keek op en zag, dat ook zij de trap was afgedaald en dat zij op de derde trede van onderen bleef stilstaan. Zij was nog steeds blootsvoets; haar sandalen bungelden aan de vingers van haar rechterhand.
"Hallo!", zei hij vriendelijk.
"Bent u klaar?", vroeg zij, met een lief stemmetje.
"Ga er maar langs, hoor! Er zit toch nog geen filmpje in."
Zij liep langs hem heen, met een hoofdknik en een neutrale gelaatsuitdrukking. Hij keek haar wat weemoedig na, maar besloot toen om elke gedachte aan een avontuurtje uit zijn hoofd te zetten. Hij liep de trap weer op, wandelde op zijn gemak naar het dorp en spendeerde in 'De Gaper's Drugstore' aan de Kerkstraat zijn laatste tientje aan een filmrolletje.
Na zijn terugkeer op 'De Rotonde' zag hij echter, dat het blonde meisje haar strandwandeling al na honderd meter had gestaakt. Zij stond nu tegen een strandpaal geleund en keek met een peinzende blik naar de zee. Danny voelde zich wat onrustig worden. Hij wist niet, wat hij zou moeten doen als het meisje naar 'De Rotonde' zou terugkeren. Het subject van die onrust was zich onderwijl van geen kwaad bewust. Het meisje begon inderdaad aan de terugtocht naar de 'De Rotonde' en naderde die 'Rotonde', zonder zich te haasten. Zij keek hem bij het bestijgen van de trap tweemaal aan en liep daarna met een tergend, langzame tred in de richting van de Kerkstraat. Zij keek daarbij nog eens tweemaal naar hem om; de laatste keer zag Danny een stil verwijt in haar ogen. Hij deed echter niets.
Pas toen hij een zestal foto's van de zonsondergang had gemaakt, begon hij zijn besluiteloosheid te betreuren. Gedurende een half uur zwierf hij door de straten van Zandvoort, in de hoop het meisje op een terrasje aan te treffen, maar het mocht niet zo zijn. Om negen uur liep hij terug naar het station, verlangend naar een beetje gemoedsrust, dat hij straks in zijn akelig lege huis niet zou kunnen vinden. Het missen van het avontuurtje met het meisje veroorzaakte een haast fysieke pijn bij hem. Hij vond zichzelf bijzonder zielig.
Na zijn aankomst op het station werd hij echter alsnog uit zijn lijden verlost. Het meisje zat op een bankje in het midden van het perron en wuifde hem minzaam toe. Het was een plezierig weerzien. Hij liep naar haar toe en knielde aan haar voeten neer.
"Hallo", zei hij.
"Dag."
"Heb ik jou daarnet ook niet aan het strand gezien?"
"Ja, dat klopt", antwoordde zij glimlachend, "Heb je leuke foto`s gemaakt?"
"Ik hoop het. Ik verwacht er niet zo veel van. Ik eh... Ik heb je nog lopen zoeken, toen die rotzon was ondergaan."
"O, ja? Waarom?"
"Nou, ik had nogal dorst, zie je. En ik hoopte, dat je mij misschien wel een drankje zou willen aanbieden. Ik was en ben vrijwel blut. Enne... Ik heb nog steeds dorst."
De tegenstelling tussen zijn passieve gedrag aan het strand en zijn directe aanpak van nu leek het meisje wat in verwarring te brengen. Toch liet zij hem niet lang in spanning:
"Hm, zou een kopje thee bij mij thuis je dorst kunnen lessen?"
"Dat denk ik wel", antwoordde hij glimlachend.
"Dat is mooi, hoewel dat nog wel een kleine moeilijkheid met zich meebrengt."
"En die is?"
"Ik woon in Haarlem."
"Dat geeft niet. Ik woon in Amsterdam en ik moet dus toch die kant op."
"Dat is mooi."
"Waar woon je in Haarlem?"
"Mijn kamer ligt op vijf minuten lopen van het station."
"Perfect!"
"Iets sterkers dan thee heb ik niet in huis, hoor!"
"Dat is wel goed, jh! Aan iets sterkers heb ik ook helemaal geen behoefte."
"Wel, kom dan maar gauw mee. De trein staat op punt van vertrekken, dus..."
Tijdens de treinrit door de duinen rond Overveen werd er niet gesproken. Danny voelde zich zeer opgelucht over de laatste ontwikkelingen. Hij was vast van plan om zijn prooi niet meer te laten ontsnappen en keek naar het meisje zonder zijn ondeugende bedoelingen te verbergen. Zijzelf keek onafgebroken uit het raam.
Na hun aankomst in Haarlem verlieten ze het station via de noordelijke uitgang en liepen ze via het Statenbolwerk naar haar huis, een statig pand met een witgepleisterde gevel aan het Schotersingel. Ze gingen het huis binnen, lieten de deur achter zich dichtvallen en bestegen zwijgend en in ganzenpas de twee trappen naar de zolder. Danny had vaag het gevoel, dat hij iets moest zeggen, maar hij kon met geen mogelijkheid iets bedenken. Hij vermoedde, en waarschijnlijk niet ten onrechte, dat zij aan zijn lichaamstaal ook wel genoeg had.
Haar kamer bleek een rommelige, maar gezellig ogende zolderkamer te zijn. De kamer bevatte onder andere een paar oude stoelen, een ronde eettafel, een salontafeltje, een bureau, wat planten, een kast met meisjesboeken en een eenpersoonsbed. Aan een kastdeur was een oud, kromgebogen droogrek bevestigd, waaraan twee zwarte slipjes en drie zwarte panty's hingen te drogen.
"Maak het je maar gemakkelijk, hoor", zei zij, "Doe maar alsof je thuis bent. Als je wilt, kun je ook wel even de tv aanzetten."
"Okay."
Zij ruimde de kamer een beetje op, haalde het droogrek van de kast, gooide het wasgoed in een afwasbakje, wierp dat afwasbakje met een achteloos gebaar in de kast en liep tenslotte naar het keukentje op de tweede etage om thee te zetten.
Na haar vertrek slenterde Danny naar de televisie. Hij zette hem aan, zocht MTV op en liet zich vervolgens op het bed neervallen. De popzender was nog niet zo lang op de televisie te zien, maar hij was er inmiddels al helemaal aan verslaafd geraakt. Ook nu liet hij de clips ademloos aan zich voorbijtrekken. De laatste clip was 'Little Lies' van Fleetwood Mac en de aanblik van de nog steeds zo mooie Stevie Nicks versterkte zijn toch al zo sterke geluksgevoel in niet-geringe mate.
Het duurde daarna niet lang meer, voordat het meisje met een dienblad in de handen de kamer betrad. Zij zette het dienblad op de vloer, ging er zelf naast zitten en reikte hem met een bemoedigend glimlachje een mok thee aan.
"Hoe heet je eigenlijk?", vroeg zij.
"Ik eh... ik heet Danny."
"Ik heet Tanja."
"Leuke naam!"
"Dank je!"
"Werk je? Zit je nog op school?"
"Ik ben verpleegster. Ik werk in het 'Sint Johannes de Deo Ziekenhuis', hier om de hoek."
"Heb je het daar een beetje naar je zin?"
"Ja, hoor! Ik werk er pas sinds een paar weken."
"Wat deed je daarvoor?"
"Niet veel! Na mijn examen van vorig jaar had ik nog niet zo veel zin in een vaste baan en dus heb ik een jaar lang lopen lanterfanten. Na dat jaar heb ik op aandringen van mijn ouders deze baan aangenomen. En daar ben ik nu toch wel heel tevreden mee."
"Is het niet zwaar?"
"Nee, hoor! Ik ben tamelijk sterk. Ik kan de dagelijkse werkzaamheden zonder moeite aan.
"Dat is mooi!"
Ze dronken zwijgend van hun thee. Danny keek met groeiend verlangen naar die leuke, stevige meid, die daar zo rustig en bedaard op de vloer zat, en besloot om er een beetje vaart achter te zetten.
"Wat een toeval trouwens, dat we elkaar op het station van Zandvoort weer troffen!", zei hij, langs zijn neus weg.
"Hm, dat zou ik niet echt toeval willen noemen", riep zij lachend, "Ik heb daar toch echt wel een paar uur op je zitten wachten."
"Meen je dat?", vroeg hij verbijsterd.
"Ja, we hadden elkaar nog bijna gemist, want ik had eigenlijk een trein eerder willen nemen."
"Poeh, dan ben ik blij, dat je nog wat geduld hebt gehad!"
"Ik ook, liefje! Ik ook!"
"Kom je... Kom je... Kom je vaak in Zandvoort?"
"Ik ben er geboren en getogen en tot voor kort werkte ik er ook af en toe."
"Wat deed je dan voor werk?"
"Als ik werkte, werkte ik als serveerster in het strandpaviljoen van mijn ouders gewerkt."
"Welk strandpaviljoen is dat?"
"Strandpaviljoen 'Seagull'. Het is nu alweer afgebroken, hoor! Het is het paviljoen, dat altijd rechts van 'De Rotonde' staat."
"Ah, dat ken ik wel, ja. Daar ben ik wel eens geweest."
"Ja, dat weet ik. Ik heb je van de zomer inderdaad een paar keer op ons terras gezien."
"H? Daar kan ik mij helemaal niets van herinneren."
"Ja, je zat verdorie ook nooit in mijn wijk! Daar had ik ook steeds heel erg de pest over in."
Ze zwegen even. Zij keek hem peilend aan en wreef daarbij langzaam langs haar kuiten.
"Waarom ben je mij in Zandvoort eigenlijk niet meteen achternagelopen?", vroeg zij, "Ik heb toch best wel een aantal veelbetekenende signalen naar je lopen uitzenden."
"Ik durfde niet."
"Echt niet?"
"Nee, ik voelde mij nogal onzeker."
"Maar waarom dan?"
"Ach, ik weet het niet. Het was en is een soort faalangst, denk ik. Ik ben al bijna tweendertig en ik heb best wel veel vriendinnen gehad, maar ik ben nog steeds heel erg verlegen, waar het vrouwen aangaat."
"Meen je dat?"
"Ja, en daarbij komt dan ook nog, dat ik al twee maanden overspannen ben."
"O, ja?"
"Ja, en dat is dus echt geen pretje."
"Maar je vindt het dus wel fijn, dat ik op je heb gewacht?"
"Ja, heel fijn! Maar ik ben wel bang, dat je, nu ik je toch nog heb gevonden, moeilijk van mij af zult kunnen komen."
"Dat wil ik ook helemaal niet. Ik wil heel graag, dat je vanavond blijft slapen en zolang je hier bent, wil ik je heel graag een beetje gaan verzorgen en vertroetelen."
"Oei, dat is een goed teken!", riep hij lachend.
"Hoezo?"
"Drie van mijn voormalige relaties zijn begonnen op een moment, dat ik mij in lichamelijk of geestelijk opzicht uiterst beroerd voelde."
"Dat is inderdaad een goed teken."
Zij kroop naar hem toe, nam hem de mok thee uit handen en sloeg op een zeer vertederende manier haar armen om hem heen. Hij ervoer dat als uiterst plezierig. Het bleef ook niet bij die omhelzing. In de daaropvolgende minuten vielen het jurkje, de beha en het slipje n voor n op de vloer neer en uiteindelijk strekte zij zich lachend op het bed uit.
"Is dit, wat je wilt?", vroeg zij.
"Ja, dit is precies, wat ik nodig heb."
"Mooi zo!"
Die aansporing was genoeg voor hem. Hij ging naast haar liggen en nam haar in zijn armen.
"O, shit!", riep zij ineens.
"Wat is er?", vroeg hij geschrokken.
"Ik bedenk mij ineens, dat ik geen condooms in huis heb. En ik ben ook niet aan de pil!"
"Dat geeft niet, liefje, dat geeft niet. We zullen vannacht echt geen condooms nodig hebben."
Zij keek hem wat bevreesd aan, maar zij zou al snel merken, dat daar geen enkele reden voor was.
2. De volgende morgen kon Tanja zich niet zonder moeite uit Danny's armen losmaken. Zij moest om de een of andere reden het bed uit, maar zij had daar ogenschijnlijk niet veel zin in. Zittend op de rand van haar bed begon zij zich met lome bewegingen aan te kleden. Danny, inmiddels ook wakker geworden, vond het een plezierig schouwspel. Hij bleef naar haar kijken tot zij haar jurkje had aangetrokken en aanstalten maakte om op te staan en sloeg toen toch maar even zijn armen rond haar middel. Die handeling deed een flinke siddering door haar lichaam gaan.
"Schrok je?", vroeg hij.
"Nee, hoor!", antwoordde zij, terwijl zij hunkerend naar hem omkeek, "Ik had al zo'n gevoel, dat je wakker was."
"Ah, dan is het goed."
"Hoe is met je?"
"Kan niet beter! Ik heb mij in maanden niet zo goed gevoeld."
"Wat eh... zijn je plannen voor vandaag?"
"Ik wilde vandaag maar bij je blijven."
"Dat is goed!", zei zij, met onmiskenbare opluchting, "Heb je geen zin om het hele weekend te blijven?"
"Ja, daar heb ik eigenlijk best wel zin in, mits je geen vriend hebt, die daartegen bezwaar zou kunnen maken."
"Nee, ik heb geen vriend", zei zij lachend, "En als ik wel een vriend had gehad, had hij nu naar de hel kunnen lopen."
"Ah, dan is het goed!"
Hij probeerde haar nog wat steviger in zijn armen te nemen, maar zij had andere plannen. Zij maakte zich van hem los en gleed van het bed af.
"Het spijt mij, lieverd!", zei zij, met een heel sip gezicht, "Maar ik moet even weg en daar kan ik echt niet onderuit komen."
"Waar ga je dan heen?"
"Ik moet nog wat boodschappen voor mijn zieke oma doen."
"O, dat is hele goede reden!"
"Ja, h? Maar ik zal echt heel snel terug zijn, hoor!"
"Goed, liefje!"
Ter compensatie dekte zij de ontbijttafel voor hem. Daarna liep zij voor het laatst naar het bed toe.
"Zal ik nog even snel thee voor je zetten?", vroeg zij, zich over hem heenbuigend.
"Nee, dank je. Het schijnt een lustopwekkend drankje te zijn. En ik heb het nu al moeilijk genoeg!"
"Echt niet?", vroeg zij lachend.
"Echt niet!"
"Nou, goed! Tot zo dan, h?"
"Tot zo."
"Blijf je echt?"
"Ja, natuurlijk, liefje. Als het mag."
"Ja, het mag. Maar als je mij zo lief blijft aankijken, ga ik niet eens meer weg."
"Ga nou maar! Ik verlang heel erg naar je, maar ik zal mij wel beheersen. Tot over een uurtje."
"Tot straks!"
Er volgde nog een laatste kus en daarna liep zij met een wat gekwelde gelaatsuitdrukking naar de deur, waar zij nog n keer naar hem omkeek.
"Dag!", zei zij.
"Dag, schatje!", zei hij ontroerd, "Tot zo!"
Na haar vertrek zette Danny zich aan zijn ontbijt. Hij voelde zich inderdaad heel goed. De herinneringen aan de voorbije nacht deden de herinneringen aan de donkere maanden daarvoor helemaal vervagen. Het was ook een hele prettige nacht geweest, waarin hij zich vooral van zijn tedere en onbaatzuchtige kant had laten zien.
"Ha, hier kan geen RIAGG tegenop", dacht hij grinnikend.
Hij ontbeet uitgebreid en op zijn gemak en installeerde zich daarna in een stoel om de door Tanja klaargelegde Volkskrant te lezen. Lang hield hij dat niet vol, want juist hier, op de plek, waar een plezierige toekomst voor hem gloorde, nam het verleden weer volledig bezit van hem. Dat verleden viel eigenlijk in twee helften uiteen. Hij had als enig kind tot aan zijn zeventiende verjaardag een zorgeloze jeugd gehad. Zijn eerste, moeizaam verlopende relatie met zijn schoolvriendinnetje Loes had die jeugd afgesloten en was tegelijkertijd zijn eerste confrontatie met het echte leven geweest.Die confrontatie en dan vooral het einde van die relatie had iets in hem gebroken. In de jaren na die breuk was er in zijn priv- en liefdesleven veel met hem misgegaan. Tien minuten lang bleef hij apathisch voor zich uit staren, zich kwellend met de herinneringen aan een aantal schimmen uit het verleden. Schimmen van het vrouwelijk geslacht, een lange stoet van meisjes, aan wie hij door de jaren heen volledig verslingerd was geraakt.
"Zeven meisjes!", dacht hij, terwijl hij mismoedig naar zijn gitaar greep, "Sommige hadden zwarte haren, sommige waren blond, sommige waren tenger, sommige waren mollig, maar ze hadden allemaal kleine voeten en ze waren allemaal volslagen gestoord!"
Zijn gitaarspel had een kalmerende invloed op hem, maar hij kon zich pas echt van het verleden losmaken, toen hij Tanja weer in de deuropening zag verschijnen. De vreugde over de snelle hereniging was wederzijds. Zij rende met een stralend gezichtje naar hem toe en kroop onmiddellijk bij hem op schoot.
"Hooooi!", riep zij.
"Dag!", zei hij monter, terwijl hij zijn gitaar tegen het salontafeltje zette..
"Heb je mij gemist?"
"Ja, nou! En jij? Heb jij mij ook gemist?"
"Ja, natuurlijk! Je bent echt geen moment uit mijn gedachten geweest!"
"Prima, zo hoort het ook! Hoe was het trouwens met je oma?"
"Hm, redelijk."
"Wat heeft zij eigenlijk?"
"Zij heeft een tijdje geleden haar heup gebroken. Het gaat nu wel een stukje beter met haar, maar het lopen gaat nog steeds heel moeizaam."
"Moet je elke dag de boodschappen voor haar doen?"
"Nee, hoor! Mijn zusje en ik wisselen elkaar af. Ik ben er nu tot woensdag van af."
"Dat is mooi."
"O, ik ben zo blij, dat je hier bent gebleven! Toen ik bij mijn oma was, ben ik de hele tijd bang geweest, dat je toch maar was weggegaan."
"Echt?"
"Ja, vind je dat zo gek? Ik weet verdorie niet eens hoe je achternaam is! Laat staan, dat ik weet, waar je woont!"
"Ah, dan zal ik mij alsnog maar even helemaal voorstellen: mijn naam is Daniel Harberts, ik ben 1.88 meter lang, ik ben bijna tweendertig, ik werk als redactie-documentalist bij Het Parool en Trouw, mijn hobby's zijn: gitaarspelen, fotograferen en joggen en mijn adres is Derde Vogelstraat 21 huis in Amsterdam Noord. Mijn huis is te bereiken met buslijn 32, mits je zo slim bent om op de eerste halte na de IJtunnel uit te stappen."
"Ha, ik zal het straks allemaal woord voor woord opschrijven!"
"H?"
"Nee, ik meen het, hoor! Ik wil iets tastbaars van je hebben, voor als je weer voor een paar dagen naar huis gaat. Ik wil, voor je weggaat, ook een heleboel foto's van je maken."
"Jezus! Heb je het zo van mij te pakken?"
"Ja, dat heb ik zeker. Al was ik er gisteravond al net zo erg aan toe als nu."
"Wanneer dan?"
"Toen we elkaar ontmoetten. Toen ik gisteravond in Zandvoort bovenaan die trap zat en jou naar mij toe zag lopen."
"Wat gebeurde er toen precies met je?"
"Ach, ik werd alleen maar verschrikkelijk geil. Ik wilde je hebben en ik wilde je ook helemaal hebben. Je lichaam, je hart, je ziel, alles!"
"Hm, dat is leuk om te horen. En nu gaat het niet veel beter met je?"
"Nee, niet echt! Ik zou het liefst al mijn kleren van mijn lijf willen scheuren!"
"Wil je niet eerst wat gaan rusten?", vroeg hij, met een oprecht bezorgde gelaatsuitdrukking, "Je ziet er best wel moe uit, vind ik."
"Ja, je hebt gelijk. Ik ben inderdaad nogal moe. Ik heb gisteren een uiterst, vermoeiende werkdag gehad en ik heb de afgelopen nacht eigenlijk ook niet echt kunnen uitrusten."
"Dan ga je nu toch even een uurtje maffen."
"Hm, dat lijkt mij toch wel heel aanlokkelijk! Maar zal ik eerst nog even koffie voor je zetten?"
"Nee, liefje, dat doe ik straks zelf wel. Ga nou maar slapen. Ik vermaak mij wel."
"Okay!"
Zij stond op, trok haar jas uit en liet zich op het bed neervallen. Haar ogen vielen vrijwel meteen dicht. Hij legde een deken over haar heen, ging weer in zijn stoel zitten en verloor zich vervolgens in vele zoete mijmeringen, waarbij hij met veel plezier alle verschillen tussen Loes en Tanja op een rijtje zette. Dat leverde natuurlijk een voor de hand liggend resultaat op: Loes kon in geen enkel opzicht aan Tanja tippen. Loes was een 'egocentrische trut' geweest, met een 'chagrijnige harses en een schonkig lichaam, met uitstekende botten'. Tanja daarentegen was de vriendelijkheid zelve, had een 'lief koppie, een werkelijk zalig lichaam en verrukkelijke, verrukkelijke benen'. Kortom: zij was zijn prinsesje en dat zou zij de komende dagen ook heel goed gaan merken.
Een paar minuten later werd zijn uitverkorene alweer wakker. Zij geeuwde even en keerde zich toen op haar rechterzij.
"Hoi", zei zij.
"Dag, liefje."
"Vind je het echt niet erg, dat ik in slaap ben gevallen?"
"Welnee! Slaap maar lekker door, hoor!"
"Kom er anders bij liggen."
"Nee, dat kan ik niet doen, jh!"
"Natuurlijk kun je dat wel, idioot!"
"Nou, goed dan!"
"Wacht! Ik zal eerst even mijn jas en mijn jurk uittrekken!"
Zij voegde meteen de daad bij het woord en nestelde zich, toen hij eenmaal naast haar lag, glimlachend in zijn armen. Het genoegen was wederzijds. Hij streelde haar rustig langs haar dij en hij vond dat uitermate plezierig.
"O, jee!", zei zij fluisterend, "Begin je weer?"
"Nee, liefje, waar zie je mij voor aan? Je moet eerst nog wat slapen."
"Goed, dat zal ik doen. Maar zullen we daarna dan wel gaan neuken?"
"Wil je dat echt?"
"Ja, het lijkt mij heerlijk om je straks even flink te kunnen verwennen."
"Maar heb je nu dan wel condooms in huis?"
"Ja, hier om de hoek hangt een automaat en die heb ik daarnet flink geplunderd."
"Wel, als je er zo over denkt", zei hij verguld.
"Echt waar?"
"Erewoord! En ik ben ervan overtuigd, dat ik er met volle teugen van zal genieten."
"Ben je daar echt zo zeker van?"
"Ja, ik ben daar echt helemaal zeker van. Je bent de eerste vrouw bij wie ik mij volkomen op mijn gemak voel, de eerste vrouw bij wie ik helemaal mijzelf kan zijn. Je hebt iets over je, wat mij helemaal tot rust brengt. En dat is een unicum, lieverd. Van de meeste vrouwen krijg ik het meestal grondig op mijn zenuwen."
"Oh, dat is lief van je!"
Zij maakte haar beha los en liet hem met een peinzend gezicht op de vloer vallen. De reden van die striptease-in-etappes ontging Danny, maar hij had er natuurlijk geen enkel bezwaar tegen.
"Weet je, wat ik nou ook maar niet kan begrijpen?", hernam zij aarzelend.
"Wat dan?"
"Waarom al die exen je hebben laten lopen."
"Hm, ik denk, dat ik de oorzaak daarvan inmiddels wel weet."
"Welke is dat dan?"
"Tja, dat is eigenlijk wel een lang verhaal. Mijn laatste vriendin heeft, wat dat betreft, een keer de spijker op de kop geslagen."
"Hoe dan?"
"Zij heeft mij een keer gezegd, dat ik de nogal verwarrende uitstraling had van een heilige met sexappeal. En dat zal het, denk ik, dus wel zijn. Misschien mislukte het altijd, omdat ze mij niet vertrouwden, omdat ze onder dat mooie uiterlijk en dat malle, edelmoedige karakter van mij een verraderlijke, dubbele bodem verwachtten. Ik weet zeker, dat geen van die meiden heeft doorgehad, dat achter dat uiterlijk en die uitstraling van een playboy de levensinstelling en de seksuele moraal van een monogame monnik is schuilgegaan. Allemaal hebben ze waarschijnlijk gedacht, dat ik mij op een kwade dag als een liederlijke sadist zou ontpoppen. Of dat ik ze op een andere kwade dag zelf zou dumpen. Zoiets moet het zijn. Ik weet het anders echt niet, hoor."
"Misschien heb je wel gelijk."
"Maar wil jij dan wel bij mij blijven?"
"Ja, natuurlijk! En ik zie ook geen reden om daar twijfels over te hebben."
"Hm, ik snap natuurlijk wel een beetje, wat je bedoelt. Met de verpakking zit het bijvoorbeeld wel snor bij mij, maar de inhoud..."
"Wat bedoel je daarmee?"
"Ja, hoe moet ik dat nou uitleggen? Ik heb mijn hele leven al de intentie gehad om tot een vrolijke Frans en een levenskunstenaar uit te groeien, maar tot dusver ben ik daarin dus bepaald niet geslaagd. Ik ben in geestelijk opzicht nooit een van de evenwichtigsten geweest, maar nu lijd ik ook al een hele tijd aan depressies, aan darmklachten, etc., etc. Kortom, ik kan op het ogenblik vrijwel helemaal niets. Zelfs televisiekijken gaat mij al moeilijk af."
"Echt?"
"Ja, ik ben er zelfs zo erg aan toe, dat ik binnenkort voor een poosje bij het RIAGG zal moeten lopen."
"Daar hoef je je toch niet voor te schamen? Dat zijn toch geen dingen, die blijvend zijn?"
"Nee, misschien niet. Maar op het ogenblik ben ik dus nog steeds een wandelende tijdbom. Een groot, wijd vat, dat tot aan de rand met de meest uiteenlopende frustraties en angsten is gevuld."
"En toch zal ik dus wel bij je blijven."
"Echt?"
"Ja! En vind je dat zo gek? Je bent in geestelijk opzicht misschien een beetje kwetsbaar op het ogenblik, maar je bent, zoals je daarnet zelf al suggereerde, heel lief, heel knap en heel sexy. En dat doet al het andere helemaal wegvallen."
"Meen je dat?"
"Ja, dat meen ik echt. Ik kan je nu al geen moment meer missen."
"Wil je maandag dan met mij meegaan als ik naar huis ga?"
"Dat lijkt mij een prima idee!"
"Dan blijf je gewoon een poosje logeren."
"Denk je daarbij aan dagen, weken, maanden of jaren?"
"Dat is geheel aan jou, mijn lief."
"Goed, dat is afgesproken! Dan ga ik maandag gezellig met je mee! En als het logeren ons allebei bevalt, ga ik misschien niet eens meer weg."
"Prima!"
Zij plantte haar voeten op het voeteneind van het bed en liet haar vingers behaagziek over haar dijen glijden.
"Dit moeten we straks natuurlijk wel even bezegelen!", zei zij.
"O, wees maar niet bang. Dat zal echt wel gaan gebeuren."
"Ha, fijn! Ik ben er nu ook bijna klaar voor."
"Ah, prima."
"Schaam je je eigenlijk niet?"
"Waarvoor?"
"Voor het feit, dat je mij binnen vierentwintig uur in een onverzadigbare nymfomane hebt veranderd?"
"Nee, helemaal niet. Ik ben er zelfs trots op."
"Ja, dat dacht ik wel."
Hij grinnikte en trok haar weer tegen zich aan. Verder ging hij niet. Hij beidde zijn tijd, die ochtend: ze hadden immers nog een heel weekend voor de boeg.

BERT HARBERTS


Terug


Amsterdam, 24 oktober 1987. © Bert Harberts