HARLEM REVISITED

1. Midden in de sombere zomer van 1987 kreeg Danny Harberts, een knappe, eenendertigjarige Amsterdammer, een langdurige zenuwinzinking te verwerken. Er waren twee oorzaken voor aan te wijzen: de breuk met zijn vriendin Jenny, die geheel onverwacht voor de charmes van zijn beste vriend was bezweken, en een teveel aan werkstress. Zijn huisarts schreef hem drie maanden rust voor. Hij mocht niet werken en kreeg het advies om zijn activiteiten tot wandelen, joggen en fietsen te beperken. Het advies van zijn dokter bleek het enig juiste te zijn. Vooral door het joggen verbeterde zijn lichamelijke conditie met de dag en langzaam, heel langzaam krabbelde hij uit het dal omhoog.
Halverwege augustus begon hij weer te fotograferen. Een maand lang zwierf hij met zijn stokoude 'Konica' door heel Nederland. Aan het einde van die maand was hij in Haarlem, de geboortestad van Jenny, waar hij vrij veel foto's maakte. Het was een prachtige nazomerdag, een van de weinigen van dat jaar, en het rijkelijk aanwezige stedenschoon bekoorde hem weer in hevige mate, maar toch leed hij die middag opnieuw aan een depressie. De redenen waren voornamelijk van sentimentele aard: hier was zij geboren, hier was zij op school gegaan, hier had zij met haar eerste vriendje gevrijd. Hij was zich wel van zijn deerniswekkende toestand bewust. Voor zijn gevoel begon hij steeds meer op Charles Ryder uit 'Brideshead Revisited' te lijken: hij had dezelfde, bijna perfide voorkeur voor mooie, oude huizen en hij was zo mogelijk nog ongelukkiger in de liefde.
Na in een muziekhandel een goedkope, tweedehands gitaar te hebben gekocht, kuierde hij om half zes naar het station. Hoewel hij vast van plan geweest om meteen naar huis te gaan, stapte hij in een opwelling op de trein naar Zandvoort. Tien minuten later kwam hij, met weinig geld op zak en nog steeds in een wat landerige stemming, in de badplaats aan. Hij had geen wilde plannen; het enige wat hij wilde, was de zonsondergang fotograferen. Aan stappen zou hij door dat gebrek aan geld niet meer toekomen.
Toen hij bij de politie- en reddingspost de Rotonde aankwam ging hij op een bankje zitten, waar hij al snel gezelschap van een meisje kreeg. Het was een echte Hollandse schone van een jaar of tweeèntwintig. Zij had een lief gezichtje, met lange, blonde haren, een mollig figuurtje, stevige, gebruinde benen, die met korte, blonde haartjes waren bezaaid, en zij droeg een zwarte mini-jurk en een wijnrode regenjas.
Zij had iets ongedurigs in haar gedrag. Zij kon geen moment stilzitten en na enige minuten stond zij van de bank op. Maar tot zijn grote opluchting liep zij niet ver van hem weg. Zij installeerde zich op de bovenste trede van de trap naar het strand en nam een dik boek ter hand. Hij vond haar mooi; zij had ook iets liefs over zich, iets wat hem volkomen weerloos maakte. Helaas voor hem keurde zij hem geen blik waardig. Hij liep naar haar toe, passeerde haar en daalde op een wat aarzelende manier de trap af. Eenmaal beneden richtte hij zijn fototoestel op de zieltogende zon; hij hoopte nog steeds een paar mooie foto's te kunnen schieten.
Na een minuut werd hij daarin door het meisje gestoord. Hij keek op en zag, dat zij op de trap bleef stilstaan.
"Hallo!", zei hij vriendelijk.
"Bent u klaar?", vroeg zij, met een lief stemmetje.
"Ga er maar langs, hoor! Er zit toch nog geen filmpje in."
Zij liep langs hem heen, met een hoofdknik en een neutrale gelaatsuitdrukking. Hij keek haar wat weemoedig na, maar besloot toen om elke gedachte aan een avontuurtje uit zijn hoofd te zetten. Hij liep de trap weer op, wandelde op zijn gemak naar het dorp en spendeerde in 'De Gaper's Drugstore' aan de Kerkstraat zijn laatste tientje aan een filmrolletje.
Bij zijn terugkeer op de Rotonde zag hij echter, dat het blonde meisje haar strandwandeling al na honderd meter had gestaakt. Zij stond nu tegen een strandpaal geleund en keek met een peinzende blik naar de zee. Danny voelde zich wat onrustig worden. Hij wist niet, wat hij zou moeten doen als het meisje naar de Rotonde zou terugkeren en toen zij dat ook daadwerkelijk deed, zeeg hij geheel in verwarring op een bankje neer. Het subject van die verwarring was zich onderwijl van geen kwaad bewust: het meisje naderde de Rotonde zonder zich te haasten. Zij keek hem bij het bestijgen van de trap tweemaal aan en liep daarna met een tergend langzame tred in de richting van de Kerkstraat. Zij keek daarbij nog eens tweemaal naar hem om; de laatste keer zag Danny een stil verwijt in haar ogen. Hij deed echter niets.
Pas toen hij een zestal foto's van de zonsondergang had gemaakt, begon hij zijn besluiteloosheid te betreuren. Gedurende een half uur zwierf hij door de straten van Zandvoort, in de hoop het meisje op een terrasje aan te treffen, maar het mocht niet zo zijn. Om negen uur liep hij terug naar het station, verlangend naar een beetje gemoedsrust, dat hij straks in zijn akelig lege huis niet zou kunnen vinden. Het missen van het avontuurtje met het meisje veroorzaakte een haast fysieke pijn bij hem. Hij vond zichzelf bijzonder zielig.
Bij zijn aankomst op het station werd hij echter alsnog uit zijn lijden verlost. Het meisje zat op een bankje aan het begin van het perron en wuifde hem minzaam toe. Het was een plezierig weerzien. Hij liep naar haar toe en knielde aan haar voeten neer.
"Hallo", zei hij.
"Dag."
"Heb ik jou daarnet ook niet aan het strand gezien?"
"Ja, dat klopt", antwoordde zij glimlachend, "Heb je leuke foto`s gemaakt?"
"Ik hoop het. Ik verwacht er niet zo veel van. Ik eh... Ik heb je nog lopen zoeken, toen die rotzon was ondergaan."
"O, ja? Waarom?"
"Nou, ik had nogal dorst, zie je. En ik hoopte, dat je mij misschien wel een drankje zou willen aanbieden. Ik was en ben vrijwel blut. Enne... Ik heb nog steeds dorst."
De tegenstelling tussen zijn passieve gedrag aan het strand en zijn directe aanpak van nu leek het meisje wat in verwarring te brengen. Toch liet zij hem niet lang in spanning:
"Hm, zou een kopje thee bij mij thuis je dorst kunnen lessen?"
"Dat denk ik wel", antwoordde hij glimlachend.
"Da's mooi, hoewel dat nog wel een kleine moeilijkheid met zich meebrengt."
"En die is?"
"Ik woon in Haarlem."
"Dat geeft niet. Ik woon in Amsterdam en ik moet dus toch die kant op."
"Dat is mooi."
"Waar woon je in Haarlem?"
"Mijn kamer ligt op vijf minuten lopen van het station."
"Perfect!"
"Iets sterkers dan thee heb ik niet in huis, hoor!"
"Dat is wel goed, joh. Aan iets sterkers heb ik ook helemaal geen behoefte."
"Wel, kom dan maar gauw mee. De trein staat op punt van vertrekken, dus..."
Tijdens de treinrit door de duinen rond Overveen werd er niet gesproken. Danny voelde zich zeer opgelucht over de laatste ontwikkelingen. Hij was vast van plan om zijn prooi niet meer te laten ontsnappen en keek naar het meisje zonder zijn ondeugende bedoelingen te verbergen. Zijzelf keek onafgebroken uit het raam.
Na hun aankomst in Haarlem verlieten ze het station door de noordelijke uitgang en liepen ze via het Statenbolwerk naar haar huis, een statig pand met een witgepleisterde gevel aan het Schotersingel. Ze gingen het huis binnen, lieten de deur achter zich dichtvallen en bestegen zwijgend en in ganzenpas de twee trappen naar de zolder. Danny had vaag het gevoel, dat hij iets moest zeggen, maar hij kon met geen mogelijkheid iets bedenken. Hij vermoedde, en waarschijnlijk niet ten onrechte, dat zij aan zijn lichaamstaal ook wel genoeg had.
Haar kamer bleek een rommelige, maar gezellig ogende zolderkamer te zijn. De kamer bevatte onder andere een paar oude stoelen, een ronde eettafel, een salontafeltje, een bureau, wat planten, een kast met meisjesboeken en een eenpersoonsbed. Aan een kastdeur was een oud, kromgebogen droogrek bevestigd, waaraan twee slipjes en zes zwarte panty's hingen te drogen.
"Maak het je maar gemakkelijk, hoor", zei zij, "Doe maar alsof je thuis bent. Als je wilt, kun je ook wel even de tv aandoen."
"Okay."
Zij ruimde de kamer een beetje op, haalde het droogrek van de kast, gooide het wasgoed in een afwasbakje, wierp dat afwasbakje met een achteloos gebaar in de kast en liep tenslotte naar het keukentje op de tweede etage om thee te zetten.
Na haar vertrek slenterde Danny naar de televisie. Hij zette hem aan, zocht MTV op en liet zich vervolgens op het bed neervallen. De popzender was nog niet zo lang op de televisie te zien, maar hij was er inmiddels al helemaal aan verslaafd geraakt. Ook nu liet hij de clips ademloos aan zich voorbijtrekken. De laatste clip, die hij zag, was 'Little Lies' van Fleetwood Mac en de aanblik van de nog steeds zo mooie Stevie Nicks versterkte zijn toch al zo sterke geluksgevoel in niet-geringe mate.
Het duurde daarna niet lang meer, voordat het meisje met een dienblad de kamer kwam binnenlopen. Zij zette het dienblad op de vloer, ging er zelf naast zitten en reikte hem met een bemoedigend glimlachje een mok thee aan.
"Hoe heet je eigenlijk?", vroeg zij.
"Ik eh... ik heet Danny."
"Ik heet Tanja."
"Leuke naam!"
"Dank je!"
"Werk je? Zit je nog op school?"
"Ik ben verpleegster, ik werk in het 'Sint Johannes de Deo Ziekenhuis', hier om de hoek."
"Heb je het daar een beetje naar je zin?"
"Ja, hoor! Ik werk er pas sinds een paar weken."
"Wat deed je daarvoor?"
"Niet veel! Na mijn examen van vorig jaar had ik nog niet zo veel zin in een vaste baan en dus heb ik een jaar lang lopen lanterfanten. Ik heb eigenlijk pas op aandringen van mijn ouders deze baan aangenomen. En daar ben ik nu toch wel heel tevreden mee."
"Is het niet zwaar?"
"Nee, hoor! Ik ben tamelijk sterk; ik kan de dagelijkse werkzaamheden zonder moeite aan.
"Dat is mooi!"
Ze dronken zwijgend van hun thee. Danny keek met groeiend verlangen naar die leuke, stevige meid, die daar zo rustig en bedaard op de vloer zat en besloot om er een beetje vaart achter te zetten.
"Wat een toeval trouwens, dat we elkaar op het station van Zandvoort weer troffen!", zei hij, langs zijn neus weg.
"Hm, dat zou ik niet echt toeval willen noemen", riep zij lachend, "Ik heb daar toch echt wel een paar uur op je zitten wachten."
"Meen je dat?", vroeg hij verbijsterd.
"Ja, we hadden elkaar nog bijna gemist, want ik had eigenlijk een trein eerder willen nemen."
"Poeh, dan ben ik blij, dat je nog wat geduld hebt gehad."
"Ik ook, liefje! Ik ook!"
"Kom je... Kom je... Kom je vaak in Zandvoort?"
"Ik ben er geboren en getogen en tot voor kort werkte ik er ook af en toe."
"Wat deed je dan voor werk?"
"Als ik werkte, werkte ik als serveerster in het strandpaviljoen van mijn ouders gewerkt."
"Welk strandpaviljoen is dat?"
"Strandpaviljoen 'Seagull'. Het is nu alweer afgebroken, hoor! Het is het paviljoen, dat altijd rechts van de Rotonde staat."
"Ah, dat ken ik wel, ja. Daar ben ik wel eens geweest."
"Ja, dat weet ik. Ik heb je van de zomer inderdaad een paar keer op ons terras gezien."
"Hè? Daar kan ik mij helemaal niets van herinneren."
"Ja, je zat verdorie ook nooit in mijn wijk! Daar had ik ook steeds heel erg de pest over in."
Ze zwegen even. Zij keek hem peilend aan en wreef daarbij langzaam langs haar kuiten.
"Waarom ben je mij in Zandvoort eigenlijk niet meteen achternagelopen?", vroeg zij, "Ik heb toch best wel een aantal veelbetekenende signalen naar je lopen uitzenden."
"Ik durfde niet."
"Echt niet?"
"Nee, ik voelde mij nogal onzeker."
"Maar waarom dan?"
"Ach, ik weet het niet. Het was en is een soort faalangst, denk ik. Ik ben al bijna tweeëndertig en ik heb best wel veel vriendinnen gehad, maar ik ben nog steeds heel erg verlegen, waar het vrouwen aangaat."
"Meen je dat?"
"Ja, en daarbij komt dan ook nog, dat ik al twee maanden overspannen ben."
"O, ja?"
"Ja, en dat is geen pretje. Dat kan ik je wel vertellen."
"Maar je vindt het dus wel fijn, dat ik op je heb gewacht?"
"Ja, heel fijn! Maar ik ben wel bang, dat je, nu ik je toch nog heb gevonden, moeilijk van mij af zult kunnen komen."
"Dat wil ik ook helemaal niet. Ik wil heel graag, dat je vanavond blijft slapen en zolang je hier bent, wil ik je heel graag een beetje gaan verzorgen en vertroetelen."
"Oei, dat is een goed teken", zei hij lachend.
"Hoezo?"
"Drie van mijn voormalige relaties zijn begonnen op een moment, dat ik mij lichamelijk of geestelijk uiterst beroerd voelde."
"Dat is inderdaad een goed teken."
Zij kroop naar hem toe, nam hem de mok thee uit handen en sloeg op een zeer vertederende manier haar armen om hem heen. Hij ervoer dat uiterst plezierig. Het bleef ook niet bij die omhelzing. In de daaropvolgende minuten vielen het jurkje, de beha en het slipje één voor één op de vloer en uiteindelijk strekte zij zich lachend op het bed uit.
"Is dit wat je wilt?", vroeg zij.
"Ja, dit is precies, wat ik nodig heb."
"Mooi zo!"
Die aansporing was genoeg voor hem. Hij ging naast haar liggen en nam haar in zijn armen.
"O, shit!", riep zij ineens.
"Wat is er?", vroeg hij geschrokken.
"Ik bedenk mij ineens, dat ik geen condooms in huis heb. En ik ben ook niet aan de pil!"
"Dat geeft niet, liefje, dat geeft niet. We zullen vannacht echt geen condooms nodig hebben."
Zij keek hem wat bevreesd aan, maar zij zou al snel merken, dat daar geen enkele reden voor was.
2. De volgende morgen kon Tanja zich niet zonder moeite uit Danny's armen losmaken. Zij moest om de een of andere reden het bed uit, maar zij had daar ogenschijnlijk niet veel zin in. Zittend op de rand van haar bed begon zij zich met lome bewegingen aan te kleden. Toen zij daarmee klaar was en aanstalten maakte om op te staan, sloeg Danny zijn arm rond haar middel; een handeling, die een flinke siddering door haar lichaam deed gaan.
"Schrok je?", vroeg hij.
"Nee, hoor!", antwoordde zij, terwijl zij met een onmiskenbare hunkering naar hem omkeek, "Ik had al zo'n gevoel, dat je wakker was."
"Ah, dan is het goed."
"Hoe is met je?"
"Kan niet beter! Ik heb mij in maanden niet zo goed gevoeld."
"Wat eh... zijn je plannen voor vandaag?"
"Ik wilde vandaag maar bij je blijven."
"Dat is goed!", zei zij, met onmiskenbare opluchting, "Heb je geen zin om het hele weekend te blijven?"
"Ja, daar heb ik eigenlijk best wel zin in, mits je geen vriend hebt, die daartegen bezwaar zou kunnen maken."
"Nee, ik heb geen vriend", zei zij lachend, "En als ik wel een vriend had gehad, had hij naar de hel kunnen lopen."
"Ah, dan is het goed!"
Hij probeerde haar nog wat steviger in zijn armen te nemen, maar helaas voor hem was zij iets anders van plan. Zij maakte zich van hem los en gleed van het bed af.
"Het spijt mij, lieverd!", zei zij, met een heel sip gezicht, "Maar ik moet even weg en daar kan ik echt niet onderuit komen."
"Waarom?"
"Ik moet nog wat boodschappen voor mijn zieke oma doen."
"O, dat is hele goede reden!"
"Ja, hè? Maar ik zal echt heel snel terug zijn, hoor!"
"Goed, liefje!"
Ter compensatie dekte zij de ontbijttafel voor hem. Toen zij dat had gedaan, liep zij voor het laatst naar het bed toe.
"Zal ik nog even snel thee voor je zetten?", vroeg zij, zich over hem heenbuigend.
"Nee, dank je. Het schijnt een lustopwekkend drankje te zijn. En ik heb het nu al moeilijk genoeg!"
"Echt niet?", vroeg zij lachend.
"Echt niet!"
"Nou, goed! Tot zo dan, hè?"
"Tot zo."
"Blijf je echt?"
"Ja, natuurlijk, liefje. Als het mag."
"Ja, het mag. Maar als je mij zo lief blijft aankijken, ga ik niet eens meer weg."
"Ga nou maar! Ik verlang heel erg naar je, maar ik zal mij wel beheersen. Tot over een uurtje."
"Tot straks!"
Na de laatste kus liep zij met een wat gekwelde gelaatsuitdrukking naar de deur, waar zij nog een keer naar hem omkeek.
"Dag!", zei zij.
"Dag, schatje!", zei hij ontroerd, "Tot zo!"
Toen zij weg was, zette Danny zich aan zijn ontbijt. Hij voelde zich inderdaad heel goed. De herinneringen aan de voorbije nacht deden de herinneringen aan de donkere maanden daarvoor helemaal vervagen. Het was ook een hele prettige nacht geweest, waarin hij zich vooral van zijn tedere en onbaatzuchtige kant had laten zien.
"Ha, hier kan geen RIAGG tegenop", dacht hij grinnikend.
Na zijn ontbijt installeerde hij zich in een stoel en begon hij de door Tanja klaargelegde Volkskrant te lezen. Lang hield hij dat niet vol, want juist hier, op de plek, waar een plezierige toekomst voor hem gloorde, nam het verleden weer volledig bezit van hem. Dat verleden viel eigenlijk in twee helften uiteen. Hij had als enig kind tot aan zijn zeventiende verjaardag een zorgeloze jeugd gehad. Zijn moeizaam verlopende relatie met zijn schoolvriendinnetje Loes had die jeugd afgesloten en was tegelijkertijd zijn eerste confrontatie met het echte leven geweest. Die confrontatie en dan vooral het einde van die relatie had iets in hem gebroken. In de jaren na die breuk was er in zijn privé- en liefdesleven veel met hem misgegaan. Tien minuten lang bleef hij apathisch voor zich uit staren, zich kwellend met de herinneringen aan een aantal schimmen uit het verleden. Schimmen van het vrouwelijk geslacht, een lange stoet van meisjes, aan wie hij door de jaren heen volledig verslingerd was geraakt.
"Zeven meisjes!", dacht hij, terwijl hij mismoedig zijn gitaar pakte, "Sommigen hadden zwarte haren, sommigen waren blond, sommigen waren tenger, sommigen waren mollig, maar ze hadden allemaal kleine voeten en ze waren allemaal volslagen gestoord!"
Zijn gitaarspel had een kalmerende invloed op hem, maar hij kon zich pas echt van het verleden losmaken, toen hij Tanja weer in de deuropening zag verschijnen. De vreugde over de snelle hereniging was wederzijds. Zij rende met een stralend gezichtje naar hem toe en kroop onmiddellijk bij hem op schoot.
"Hooooi!", riep zij.
"Dag!", zei hij monter.
"Heb je mij gemist?"
"Ja, nou! En jij? Heb jij mij ook gemist?"
"Ja, natuurlijk! Je bent echt geen moment uit mijn gedachten geweest!"
"Prima, zo hoort het ook! Hoe was het trouwens met je oma?"
"Hm, redelijk."
"Wat heeft zij eigenlijk?"
"Zij heeft een tijdje geleden haar heup gebroken. Het gaat nu wel een stukje beter met haar, maar het lopen gaat nog steeds heel moeizaam."
"Moet je elke dag de boodschappen voor haar doen?"
"Nee, hoor! Mijn zusje en ik wisselen elkaar af. Ik ben er nu tot woensdag van af."
"Da's mooi."
"O, ik ben zo blij, dat je hier bent gebleven! Toen ik weg was, ben ik de hele tijd bang geweest, dat je toch maar was weggegaan."
"Echt?"
"Ja, vind je dat zo gek? Ik weet verdorie niet eens hoe je achternaam is! Laat staan, dat ik weet, waar je woont!"
"Ah, dan zal ik mij alsnog maar even helemaal voorstellen: mijn naam is Daniël Harberts, ik ben 1.88 meter lang, ik ben bijna tweeëndertig, mijn hobby's zijn: gitaarspelen, fotograferen en joggen en mijn adres is Derde Vogelstraat 21 huis in Amsterdam Noord. Mijn huis is te bereiken met buslijn 32, mits je zo slim bent om op de eerste halte na de IJtunnel uit te stappen."
"Ha, ik zal het straks allemaal woord voor woord opschrijven!"
"Hè?"
"Nee, ik meen het! Ik wil iets tastbaars van je hebben, voor als je weer voor een paar dagen naar huis gaat. Ik wil, voor je weggaat, ook een heleboel foto's van je maken."
"Jezus! Heb je het zo van mij te pakken?"
"Ja, dat heb ik zeker. Al was ik er gisteravond al net zo erg aan toe."
"Wanneer dan?"
"Toen we elkaar ontmoetten. Toen ik gisteravond in Zandvoort bovenaan die trap zat en jou naar mij toe zag lopen."
"Wat gebeurde er toen precies met je?"
"Ach, ik werd alleen maar verschrikkelijk geil. Ik wilde je hebben en ik wilde je ook helemaal hebben. Je lichaam, je hart, je ziel, alles!"
"Hm, dat is leuk om te horen. En nu gaat het niet veel beter met je?"
"Nee, niet echt! Ik zou het liefst al mijn kleren van mijn lijf willen scheuren!"
"Wil je niet eerst wat gaan rusten?", vroeg hij, met een oprecht bezorgde gelaatsuitdrukking, "Je ziet er best wel moe uit, vind ik."
"Ja, je hebt gelijk. Ik ben inderdaad nogal moe. Ik heb gisteren een uiterst vermoeiende werkdag gehad en ik heb deze nacht eigenlijk ook niet echt kunnen uitrusten."
"Dan ga je nu toch even een uurtje maffen."
"Hm, dat lijkt mij toch wel heel aanlokkelijk! Maar zal ik eerst nog even koffie voor je zetten?"
"Nee, liefje, dat doe ik straks zelf wel. Ga nou maar slapen. Ik vermaak mij wel."
"Okay!"
Zij stond op, trok haar jas uit en liet zich op het bed neervallen. Haar ogen vielen vrijwel meteen dicht. Hij legde een deken over haar heen, ging weer in zijn stoel zitten en verloor zich vervolgens in vele zoete mijmeringen, waarbij hij met veel plezier alle verschillen tussen Loes en Tanja op een rijtje zette. Dat leverde natuurlijk een voor de hand liggend resultaat op: Loes kon in geen enkel opzicht aan Tanja tippen. Loes was een 'egocentrische trut' geweest, met een chagrijnige harses en een schonkig lichaam, met uitstekende botten'. Tanja daarentegen was de vriendelijkheid zelve, had een 'lief koppie, een werkelijk zalig lichaam en verrukkelijke, verrukkelijke benen'. Kortom: zij was zijn prinsesje en dat zou zij de komende dagen ook heel goed gaan merken.
Een paar minuten later werd zijn uitverkorene alweer wakker. Zij geeuwde even, keerde zich op haar rechterzij en trok daarbij ook haar benen een beetje op.
"Hoi", zei zij.
"Dag, liefje."
"Vind je het echt niet erg, dat ik in slaap ben gevallen?"
"Welnee! Slaap maar lekker door, hoor."
"Kom er anders bij liggen."
"Nee, dat kan ik niet doen, joh!"
"Natuurlijk kun je dat wel, idioot!"
"Nou, goed dan!"
Voor hij daadwerkelijk het bed instapte, trok zij haar jas en meteen ook haar jurk uit en toen hij eenmaal naast haar lag, nestelde zij zich glimlachend in zijn armen. Het genoegen was wederzijds. Hij streelde haar rustig langs haar dij en hij vond dat uiterst plezierig.
"O, jee!", zei zij fluisterend, "Begin je weer?"
"Nee, liefje, waar zie je mij voor aan? Je moet eerst nog wat slapen."
"Goed, dat zal ik doen. Maar zullen we daarna dan wel gaan neuken?"
"Wil je dat echt?"
"Ja, het lijkt mij heerlijk om je straks even flink te kunnen verwennen."
"Maar heb je nu dan wel condooms in huis?"
"Ja, hier om de hoek hangt een automaat en die heb ik daarnet flink geplunderd."
"Wel, als je er zo over denkt", zei hij verguld.
"Echt waar?"
"Erewoord! En ik ben ervan overtuigd, dat ik er met volle teugen van zal genieten."
"Ben je daar echt zo zeker van?"
"Ja, ik ben daar echt helemaal zeker van. Je bent de eerste vrouw bij wie ik mij volkomen op mijn gemak voel, de eerste vrouw bij wie ik helemaal mijzelf kan zijn. Je hebt iets over je, wat mij helemaal tot rust brengt. En dat is een unicum, lieverd. Van de meeste vrouwen krijg ik het meestal grondig op mijn zenuwen."
"Oh, dat is lief van je."
Zij maakte haar beha los en liet hem met een peinzend gezicht op de vloer vallen. De reden van die striptease in etappes ontging Danny, maar hij had er natuurlijk geen enkel bezwaar tegen.
"Weet je, wat ik nou ook maar niet kan begrijpen?", hernam zij aarzelend.
"Wat dan?"
"Waarom al die exen je hebben laten lopen."
"Hm, ik denk, dat ik de oorzaak daarvan inmiddels wel weet."
"Welke is dat dan?"
"Tja, dat is een beetje lang verhaal. Mijn laatste vriendin heeft, wat dat betreft, een keer de spijker op de kop geslagen."
"Hoe dan?"
"Zij heeft mij een keer gezegd, dat ik de nogal verwarrende uitstraling had van een heilige met sexappeal. En dat zal het, denk ik, dus wel zijn. Misschien mislukte het altijd, omdat ze mij niet vertrouwden, omdat ze onder dat mooie uiterlijk en dat malle, edelmoedige karakter van mij een verraderlijke, dubbele bodem verwachtten. Ik weet zeker, dat geen van die meiden heeft doorgehad, dat achter dat uiterlijk en die uitstraling van een playboy de levensinstelling en de seksuele moraal van een monogame monnik is schuilgegaan. Allemaal hebben ze waarschijnlijk gedacht, dat ik mij op een kwade dag als een liederlijke sadist zou ontpoppen. Of dat ik ze op een andere kwade dag zelf zou dumpen. Zoiets moet het zijn. Ik weet het anders echt niet, hoor."
"Misschien heb je wel gelijk."
"Maar wil jij dan wel bij mij blijven?"
"Ja, natuurlijk! En ik zie ook geen reden om daar twijfels over te hebben."
"Hm, ik snap natuurlijk wel een beetje, wat je bedoelt. Met de verpakking zit het bijvoorbeeld wel snor bij mij, maar de inhoud..."
"Wat bedoel je daarmee?"
"Ja, hoe moet ik dat nou uitleggen? Ik heb mijn hele leven al de intentie gehad om tot een vrolijke Frans en een levenskunstenaar uit te groeien, maar tot dusver ben ik daarin dus bepaald niet geslaagd. Ik ben geestelijk nooit een van de evenwichtigsten geweest, maar nu lijd ik ook al een hele tijd aan depressies, aan darmklachten, etc., etc. Kortom, ik kan op het ogenblik vrijwel helemaal niets. Zelfs televisiekijken gaat mij al moeilijk af.
"Echt?"
"Ja, ik ben er zelfs zo erg aan toe, dat ik binnenkort voor een poosje bij het RIAGG zal moeten lopen."
"Daar hoef je je toch niet voor te schamen? Dat zijn toch geen dingen, die blijvend zijn?"
"Nee, misschien niet. Maar op het ogenblik ben ik dus nog steeds een wandelende tijdbom. Een groot, wijd vat, dat tot aan de rand met de meest uiteenlopende frustraties en angsten is gevuld."
"En toch zal ik dus wel bij je blijven."
"Echt?"
"Ja! En vind je dat zo gek? Je bent geestelijk misschien een beetje kwetsbaar op het ogenblik, maar je bent, zoals je daarnet zelf al suggereerde, vreselijk lief, vreselijk knap en vreselijk sexy. En dat doet al het andere helemaal wegvallen."
"Meen je dat?"
"Ja, dat meen ik echt."
"Zullen we dan maar snel gaan samenwonen?"
"Meen... Meen je dat? Wil... Wil je dat echt?"
"Ja, en liever vandaag dan morgen! Als jij dat tenminste ook wilt."
"Ja, natuurlijk wil ik met je gaan samenwonen, idioot!"
"Waar? Bij mij of bij jou?"
"Bij jou, natuurlijk!" riep zij lachend. "Jij hebt een echt huis tot je beschikking; ik heb maar een zolderkamer?" "Ja, dat is zo."
"Meen je het echt? Wil je echt..."
"Ja, ik ben die vrijblijvende lat-relaties meer dan zat. Nu ik wat ouder word, wil ik gewoon een beetje vastigheid. Iemand, die er altijd is en die in tegenstelling tot mijn vorige vriendin nooit met weggaan dreigt."
"O, maar als je er zo over denkt, wil ik dinsdag al met je meegaan."
"Er is niets, wat ik liever wil", sprak hij galant.
"Goed, dat is dan afgesproken. Ik ga maandag met je mee, dan kan mijn zusje deze kamer van mij overnemen en dan kan een van haar autorijdende vriendjes mijn kleren en andere spulletjes naar Amsterdam vervoeren."
"Prima, ik zal er vast wel een goede plaats voor weten te vinden."
Zij plantte haar voeten op het voeteneind van het bed en liet haar vingers behaagziek over haar dijen glijden.
"Dit moeten we straks natuurlijk wel even bezegelen!", zei zij.
"O, wees maar niet bang. Dat zal echt wel gebeuren."
"Ha, fijn! Ik ben er nu ook bijna klaar voor."
"Ah, prima."
"Schaam je je eigenlijk niet?"
"Waarvoor?"
"Voor het feit, dat je mij binnen vierentwintig uur in een onverzadigbare nymfomane hebt veranderd?"
"Nee, helemaal niet. Ik ben er zelfs trots op."
"Ja, dat dacht ik wel."
Hij grinnikte en trok haar weer tegen zich aan. Verder ging hij niet. Hij beidde zijn tijd die ochtend: ze hadden nog een heel weekend voor zich.

BERT HARBERTS


Terug


Amsterdam, 24 oktober 1987. © Bert Harberts