NOORDWAARTS

1. Het was laat in de middag, toen de twintigjarige Danny Harberts vanuit het Deense Frederikshavn met de veerboot naar Gothenburg vertrok. Hij deed dat in een tamelijk gedeprimeerde gemoedsstemming. In de dagen, die aan deze boottocht waren voorafgegaan, had hij met moeite een griepaanval weten te overwinnen en nu hij eindelijk weer gezond was, moest hij voortdurend aan zijn ex-vriendin Loes denken. Gedurende de hele bootreis slaagde hij er niet in om het beeld van Loes van zich af te zetten, ook niet toen hij aan het einde van de overtocht met een groepje jeugdige Zweden in gesprek raakte.
Na hun aankomst in Gothenburg had hij er zelfs nog een probleem bij. De jongens wilden hem niet meer loslaten. Ze wilden de stad met hem in: voor een kroegentocht op zijn kosten. Maar daar was hij toch te moe voor. Hij leende hen vijftig kronen en kocht hun gezelschap daarmee af. Hun belofte, dat ze hem de volgende ochtend het geleende geld terug zouden betalen als hij in Gothenburg zou overnachten, nam hij met een korreltje zout.Om definitief van de jongens verlost te zijn, besloot hij nog dezelfde avond door te reizen naar Boras, een industriestad, die circa zeventig kilometer ten oosten van Gothenburg lag. Hij haalde de laatste trein naar Boras op het nippertje, maar toen hij een leeg compartiment had gevonden, zakte hij met een grote beker koffie onder handbereik behaaglijk onderuit.
Op het eerste tussenstation in een voorstad van Gothenburg kreeg hij gezelschap van een ongeveer, zeventienjarig meisje, dat tegenover hem ging zitten. Zij had een scherp-getekend gezichtje, blonde haren en een tenger postuur en zij was gekleed in een lange, zwarte winterjas met daaronder een spijkerbroek en korte laarsjes. Het meisje had iets kwetsbaars over zich en haar aanblik riep dan ook een sterk gevoel van medelijden in hem op. Op de een of andere manier had hij het gevoel, dat dit o zo kwetsbaar ogende meisje een heel moeilijk leven tegemoet zou gaan.
Na het vertrek uit Gothenburg reed de trein door het donkere landschap van Gotaland. Danny keek belangstellend uit het raam, waardoor hij niet veel meer dan de contouren van beboste heuvels kon ontwaren en liet zijn ogen ook regelmatig naar het meisje afdwalen. Het meisje scheen zich niet van zijn aandacht bewust te zijn en van zijn kant had Danny niet de behoefte om haar aan te spreken. Een half uur lang zaten ze zwijgend tegenover elkaar, twee verlegen mensenkinderen, beiden verschanst in hun eigen wereldje, waarin het toch goed toeven was.
In Hindas, een plaatsje halverwege Boras en Gothenburg, stapte zij uit. Danny liet haar slechts node gaan en liep naar de andere, rechterkant van het compartiment om te kunnen zien, waar zij heen ging en om het definitieve afscheid nog even uit te kunnen stellen. Hij bleef voor het raam staan wachten, tot hij haar over het slecht verlichte perron zag lopen: een heel gewoon meisje, dat met haar fiets aan de hand op weg naar huis was. Zij keek verstrooid voor zich uit en sloeg even haar ogen neer, toen zij Danny achter dat raam zag staan. Toch glimlachte zij daarna wel naar hem. Op een lieve en ontwapenende manier, die hem danig van zijn stuk bracht. Even overwoog hij om alsnog uit te stappen, maar hij was te laat. De trein reed weer verder en hij moest met een zekere spijt toezien, hoe het meisje met een wat dromerige gelaatsuitdrukking naar de uitgang van het station fietste.
Tijdens het vervolg van de rit naar Boras koesterde hij voor het eerst sinds zijn vertrek uit Amsterdam een soort vakantiegevoel. De voorgaande dagen hadden door zijn ziekte te zeer in het teken van 'overleven' gestaan. Maar toen hij omstreeks middernacht in Boras was aangekomen en in de stille, lelijke stad naar een hotel op zoek ging, kreeg hij opnieuw een inzinking. Het beeld van Loes, het meisje, dat hij in anderhalf jaar tot een mooie, jonge vrouw had zien uitgroeien, stond hem nog steeds haarscherp voor de geest. De bitterzoete herinneringen aan haar lichaam en haar mooie benen met die snoezige, kleine voeten zouden zijn gemoedsrust vermoedelijk nog lang blijven verstoren. Het liep tegen enen, toen hij eindelijk een hotel had gevonden. Voor het slapen gaan las hij nog een uurtje in 'David Copperfield', het boek, waar hij sinds zijn vertrek uit Amsterdam aan verslingerd was geraakt.
De volgende dag vertrok hij alweer uit Boras. Hoewel hij nog steeds rusteloos en gedeprimeerd was, verheugde hij zich wel op het komende verblijf in Stockholm, waar hij zich vermoedelijk wat meer op zijn gemak zou voelen. Hij vergiste zich deerlijk. In de trein naar Stockholm liet hij zich door een dronken, maar charismatische medepassagier, een student van om en nabij de dertig, maar liefst tweehonderd kronen aftroggelen en de overnachting in Stockholm in een oud hotel in de verder zeer modern ogende wijk Norrmalm werd daarna een hel voor hem.
Zijn heimwee, de voor hem beangstigende wetenschap dichter bij Leningrad dan bij Amsterdam te zijn, zijn verlangen naar Loes, het werd hem die avond allemaal teveel. Eén moment overwoog hij zelfs om uit het raam te springen, maar zijn gitaar bracht uiteindelijk uitkomst. Hij bleef tot diep in de nacht doorspelen en het laatste nummer, 'Scarborough Fair' van Simon & Garfunkel, bracht hem eindelijk tot rust. De slotzin zong hij met overgave: "She once was a true love of mine."
De volgende ochtend, tijdens een korte wandeling door Norrmalm, besloot hij via Karlstad terug naar Denemarken te reizen. Een vaag plan voor een cruise naar de Aland-eilanden, Helsinki en zelfs een eventueel doorreizen naar Leningrad werd bij nader inzien koeltjes verworpen. Hij had niet zo veel geld meer en hij wilde terug naar Denemarken. Zijn oordeel over Stockholm was vernietigend: hij vond het 'een klote stad' en dat hij Gamla Stan, het prachtige, eeuwenoude centrum van Stockholm, niet had kunnen vinden, zou hij pas jaren later betreuren.
De zes uur durende treinrit naar Karlstad en met name de tocht langs de immense binnenmeren, het Mälaren- en het Vänernmeer verliep voorspoedig en aangenaam. De deceptie kwam nu echter in Karlstad zelf: toen hij in de stationshal door een mollige jongen werd aangesproken. De vraag werd vanzelfsprekend in het Zweeds gesteld; het antwoord daarop werd in het Engels gegeven. Danny zei tegen de jongeman, dat hij hem niet verstond en vroeg hem vriendelijk, of hij op het Engels wilde overschakelen.
"Ja, natuurlijk!", hernam de jongen. "Ik zou je graag wat willen vragen! Mag dat?"
"Ga je gang!"
"Hou je van meisjes?"
"Jazeker!", antwoordde Danny opgewekt.
"Hou je ook van jongens?", vroeg de jongen met een gezicht, waarvan de spanning duidelijk was af te lezen.
"Nee!!!", snauwde Danny, "Laat mij met rust!"
Hij liep met grote stappen van de jongen weg, maar daarna begon de voorbije, slapeloze nacht zijn tol te eisen. Hij liep ineens te wankelen op zijn benen. Hij had slaap, hij had hoofdpijn en hij was door de avances van de dikke jongen opnieuw aan een depressie ten prooi gevallen. Tot zijn geluk wist hij al snel een hotel te vinden, een familiehotel, midden in het doodstille, vrijwel uitgestorven centrum. Eenmaal op zijn hotelkamer ging hij onmiddellijk naar bed, waar hij troost vond in het gelukkige einde van 'David Copperfield'.
"Ach, misschien vind ik in Denemarken wel iemand die op Agnes lijkt", was zijn laatste gedachte, voor hij insliep.
2. De volgende dag kwam Danny om vier uur in de middag weer in Frederikshavn aan. Bij het betreden van het Deense grondgebied, slaakte hij een zucht van verlichting: Zweden kon hem vanaf nu voor eeuwig gestolen worden. In de trein naar Aarhus maakte hij een reisplan voor de komende dagen. De streken, waar hij drie jaar geleden met Loes was geweest, het eiland Masnedø bij Vordingborg. het eiland Mon, Store Heddinge en Kopenhagen en omgeving, zou hij dit jaar nog mijden. Hij zou de resterende dagen van zijn vakantie slechts in Jutland doorbrengen en zich daarbij beperken tot de omgeving van Aarhus.
Hij kwam om acht uur in Aarhus aan en vond een hotel aan de Sønder Alle, een statige winkelstraat in het centrum. Na een korte rustpauze zwierf hij later die avond nog een uur langs de straten van Aarhus, waarbij hij ook nog 'Den Gamle By', een fraai openluchtmuseum, bezocht. De stad beviel hem wel, al werd ook in 'Den Gamle By' een aanslag op zijn portemonnee gepleegd: door een zwerver, die hem op een vriendelijke toon om een kroon vroeg. Danny zuchtte en gaf hem het vijfvoudige.
"Dank u wel, meneer!", zei de man dankbaar.
Bij het weglopen zakte zijn broek tot tweemaal toe van zijn lendenen. De aanblik van zijn enorme, oranje onderbroek deed Danny in de lach schieten.
"Ha, eindelijk waar voor mijn geld!", bromde hij.
Na zijn terugkeer in het hotel trof hij een meisje achter de balie aan, een aardig, negentienjarig kind, dat door haar bruine krulharen en haar snoezige haakneusje toch echt iets van Agnes Wickfield weg had.
"Mag ik mijn sleutel?", vroeg Danny op schuchtere toon, "Ik heb kamer tweeëndertig."
"Ja, natuurlijk!"
Zij overhandigde hem de sleutel en knikte hem daarbij vriendelijk toe. Tijdens het bestijgen van de trap, merkte hij tot zijn grote vreugde, dat zij hem glimlachend nakeek.
Een half uur later werd hij door de telefoon uit een kort dutje opgeschrikt. Hij nam de hoorn van de haak en zei aarzelend in het Engels:
"Met Danny Harberts."
"O, hallo! U spreekt met de receptie."
"Hallo!"
"Hoi! Luister: we hebben op het ogenblik een feestje in onze eetzaal. We vieren namelijk ons twintigjarig jubileum. Heeft u zin om ook te komen?"
"Eh... ja! Dat is goed. Ik ga mij eerst een beetje opfrissen, maar ik zal over een kwartier beneden zijn."
"Prima! Tot zo!"
Een kwartier later mengde Danny zich onder zijn medegasten. Voor het merendeel waren het vriendelijke Denen van middelbare leeftijd, waartussen Danny als bekoorlijk muurbloempje fungeerde. De achtergrondmuziek was passend: die was van Duke Ellington en andere jazzcoryfeeën op leeftijd. Toch verveelde hij zich niet. Het meisje, dat met drankjes en hapjes rondging, was een lust voor het oog. Zij had een mooi figuurtje, de blik waarmee zij telkens naar hem keek, was lief en onbevangen en haar tred was bevallig. Zij droeg een serveersteruniform, bruine nylonkousen en open schoenen met half-hoge hakken. De aanblik van haar snoezige kousevoetjes deed Danny al snel in dromerige overpeinzingen wegzinken.
Het meisje merkte het en voorzag hem met een verdacht hoge regelmaat van eten en drinken. Helaas raakte hij al snel door de drank beneveld. Een half uur lang vocht hij verbeten tegen de slaap. Maar tenslotte moest hij de strijd opgeven. Hij stapte naar het meisje toe en streelde haar even langs haar ontblote onderarm.
"Hoi, ik ga er vandoor", zei hij vriendelijk, "Ik ben nogal moe, zie je. Bedankt voor de uitnodiging. Ik heb mij echt heel erg geamuseerd."
"Tot je dienst!", zei zij, met een ietwat droevige gelaatsuitdrukking.
"Ik zie je morgen wel!", zei hij troostend.
"Hm, zal ik je zometeen iets te eten brengen? Ik word over een half uurtje door mijn zusje afgelost en dan heb ik de hele avond voor mijzelf."
Danny was op slag van zijn slaap verlost. Zijn gezicht begon te stralen en zijn antwoord op die vraag was veelzeggend:
"Daar zou je mij een ontzettend groot plezier mee doen! Ik heb best wel trek in iets hartigs."
"Heb je nog ergens een voorkeur voor?"
"Nee, hoor! Maak maar iets makkelijks."
Eenmaal terug in zijn hotelkamer greep hij weer naar zijn gitaar, ditmaal om zijn nervositeit van zich af te spelen. Hij wist, wat er ging komen en hij was daar bijzonder blij mee. Na een half uur werd er op zijn deur geklopt. Hij legde zijn gitaar naast zijn stoel en maakte met een grijnzend gezicht de bovenste knoopjes van zijn overhemd los.
"Kom er maar in!", zei hij.
"Ben je gekleed?", vroeg een giechelende meisjesstem.
"Ja, ik ben gekleed. Kom alsjeblieft binnen."
Het meisje kwam binnen en zette gniffelend een dienblad op het tafeltje neer.
"Hoi!", zei zij.
"Hoi!"
"Hier is je souper. Soep. Wat brood. Wat koud vlees. En een flesje wijn."
"Dank je! Je bent erg lief!"
"O, het is niets! Ik zou zeggen: eet smakelijk!"
"Blijf je... blijf je mij onderwijl gezelschap houden?"
"Ja, natuurlijk! Je bent heel wat plezieriger gezelschap dan die duffe bejaarden van beneden."
"Dat is fijn! Ik zal je gezelschap zeer op prijs stellen!".
Het meisje ging in een stoel zitten en keek glimlachend toe, hoe hij zich na een kort gebed aan het eten tegoed deed.
"Hoe lang zul je in Aarhus blijven?", vroeg zij.
"Eén nacht."
"Waarom maar voor één nacht?", vroeg zij teleurgesteld.
"Door gebrek aan geld!", bekende hij, met een vies gezicht, "Ik heb tijdens mijn reis door Zweden nogal wat kronen verloren!"
"O, dat spijt mij!"
"Ja, ik ook. En nu helemaal!"
Na de maaltijd greep hij opnieuw naar zijn gitaar. Het meisje, dat Julie bleek te heten, luisterde geboeid naar de hoogtepunten uit zijn repertoire en raakte langzaam gevangen in het web, dat hij met de combinatie tussen zijn melancholische uitstraling en dat bij vlagen virtuoze gitaarspel om haar heen spon. Hij maakte daar uiteindelijk op gepaste wijze misbruik van, want toen de laatste tonen van 'Scarborough Fair' waren weggestorven, gleed zijn gitaar hem uit de handen en viel hijzelf verwachtingsvol aan haar voeten neer.
"Blijf je bij mij slapen?", vroeg hij.
"Ja, ik zal wel moeten."
"Echt waar?"
"Ja, ik kan echt aan niets anders meer denken."
"Ah, da's leuk om te horen!"
Zij begon zich daarna langzaam uit te kleden, zonder zich om volledigheid te bekommeren. Het uniform, de beha, en het slipje werden uitgetrokken, de kousen werden losgemaakt, maar haar beha bleef op haar schoot liggen, het gordeltje bleef rond haar middel zitten en haar kousen bleven tot halverwege haar dijen hangen. Wat van haar lichaam zichtbaar werd, waren de kleine, welgevormde borsten, de stevige heupen en benen en de kleine en o zo kwetsbaar-ogende voeten.
Terwijl zij glimlachend zijn haren streelde, voelde hij zich een beetje weemoedig worden. Hij besefte maar al te goed, dat hij zich geen illusies mocht maken. Zij was slechts een lieftallige voorbijgangster voor nu en een dierbare herinnering voor later. Maar de aanblik van haar lichaam ontroerde hem en hij vond het heerlijk om aan haar voeten te mogen zitten. Het deed hem alle ellende van de voorgaande dagen volkomen vergeten.
De volgende morgen liep hij, na een weinig aangrijpend afscheid van het meisje, dat daarna naar haar eigen kamer terugkeerde, naar de ontbijtzaal, waar hij zich aan een overvloedig, koud buffet tegoed deed. Tijdens dat ontbijt keek hij geamuseerd naar buiten. Het was nog donker, het zou een grauwe dag worden met een temperatuur van om en nabij het vriespunt, maar daar stoorde hij zich niet meer aan. Hij zag, hoe de inwoners van Aarhus zich in groten getale naar het werk repten, hoe een blauw-witte tram met veel lawaai voorbijreed en voelde zich wonderlijk gelukkig. Alles was opeens op zijn plaats gevallen. Hij had het HAVO-diploma op zak, hij had sinds een half jaar een hele leuke baan als documentalist bij Het Parool, hij was gezond, hij had een knap uiterlijk, hij had zijn hele leven nog voor zich en het was hier in Aarhus eindelijk tot hem doorgedrongen, dat Loes wel zijn eerste liefde, maar in de verste verte niet zijn laatste liefde zou blijken te zijn.
Na het ontbijt en een laatste wandeling door het centrum van Aarhus reisde hij vroeg in de middag naar Skanderborg af. Skanderborg was een oud stadje aan een meer, maar ondanks zijn ouderdom had het slechts één leuke bezienswaardigheid: de plaatselijke jeugdherberg, waar Danny voor drie nachten onderdak vond. De jeugdherberg bestond uit een houten kantoorgebouw en twee ruime blokhutten en was gelegen in een heuvelachtig bos, op een steenworp afstand van het meer. Elke blokhut had drie slaapkamers, waarin zich twee stapelbedden, een tafel, vier keukenstoelen, twee eenvoudige fauteuils en een wastafel bevonden.
Hij ging zijn blokhut binnen en kwam toen tot een plezierige ontdekking: hij bleek die hut met een blonde Française te moeten delen. Het meisje zat op haar knieën voor haar deur en scheen onoverkomelijke problemen met haar sleutel en het slot van haar deur te hebben.
"Kun je mij helpen?", vroeg zij, in het Engels en met een smekende blik in haar ogen, "Ik kan mijn kamer niet inkomen."
"Maar natuurlijk!"
Danny knielde naast haar neer en hielp haar met het openen van de deur. Bij het opstaan moesten beiden hevig blozen. Hij bleek desondanks toch wel de nodige indruk op haar te hebben gemaakt, want vijf minuten na hun gestamelde, wederzijdse afscheidsgroet klopte zij bij hem op de deur.
"Binnen!", riep hij, vanaf zijn hoge stapelbed.
"Hallo!", zei zij, na het openen van de deur, "Ik vroeg mij af, of je misschien honger had."
"Ja, nou!", antwoordde Danny lachend. "Ik heb de hele middag nog niets gegeten en ga echt dood van de honger!"
"Wel, dan zullen we daar snel iets aan doen."
Het meisje kwam binnen zonder haar jas, die een gedrongen, mollig figuurtje bleek te hebben verhuld. De rest van haar kleding bestond uit een beige, wollen trui, een bruine, tot aan haar knieen reikende rok en zwarte nylonkousen. Het was een niet zo opzienbarend ensemble, maar Danny was toch zeer onder de indruk van het meisje. Hij sprong lenig van het bed en ging met een zekere gretigheid naast haar aan tafel zitten. De aantrekkingskracht was geheel wederzijds. Uit haar glimlach en lichaamshouding was moeiteloos af te lezen, dat zij hem onweerstaanbaar vond. Hij begon zonder haast aan zijn broodmaaltijd en liet zich onderwijl door haar goed getimede, aanvallige gebaartjes langzaam inpalmen.
Het bleef ook niet bij brood alleen. Ze haalde een paar dingen uit haar kamer, waarmee zij Danny's kamer ineens een stuk gezelliger maakte. Een paar minuten later brandden er drie kaarsen op tafel en keken Danny en het meisje met geamuseerde gezichten via een draagbaar zwart-wit tv'tje naar iets, wat toch echt een Deens quizprogramma bleek te zijn. Nog tijdens het eten begon Danny zich heel plezierig te voelen. Hij dacht niet meer aan Loes en ook niet meer aan Julie, dat snoezige meisje uit Aarhus. Voor het moment waren ze volledig uit zijn geheugen weggewist.
Na een kwartier was hij uitgegeten. Zij stond op, liep naar een van de fauteuils en plofte daar op een wat geagiteerde manier op neer. Bij elke beweging gleden haar nylons langs elkaar heen. Een geluid, dat Danny als muziek in de oren klonk. Hij was er nu toch wel vrij zeker van, dat zij deze avond niet meer bij hem weg zou gaan. Hij wierp een wat hunkerende blik op haar benen en vroeg zich af, hoe lang het zou duren, voordat zij bij hem in bed zou liggen.
"Hoe lang zul je hier blijven?", vroeg zij.
"Drie dagen en daarna zal ik onmiddellijk naar huis moeten."
"Echt waar?"
"Ja, echt! Ik heb maar net genoeg geld voor drie dagen en geen dag langer."
"Wat jammer!"
""Ja, dat vind ik ook! Ik ben helaas niet zo zuinig geweest in de afgelopen week."
"Waar kom je vandaan?"
"Amsterdam! En jij?"
"Armentières, dat is een stadje vlakbij de Belgische grens. Ken je het?"
"Nee, ik ben bang van niet!"
"Het is een leuk stadje. Je zou het een keer moeten bezoeken."
"Misschien doe ik dat ook wel. Misschien doe ik het volgend jaar wel."
"Ik hoop echt, dat je het doet. En dat je dan natuurlijk ook bij mij op visite komt."
"Als ik ooit naar Armentières ga, dan zal ik dat zeker doen!"
"Dat is mooi. Dat zou ik echt heel leuk vinden."
"Vind je het leuk om alleen te reizen?", vroeg hij glimlachend.
"Nee, niet echt! Ik heb er tot voor een uur geleden niet veel aan gevonden."
Met die opmerking wist zij hem definitief over de streep te trekken. Hij stond op en knielde lachend aan haar voeten neer.
"Wil je een poosje bij mij blijven?", vroeg hij, "Ik denk, dat we het samen wel een stuk plezieriger zullen hebben."
"Ja, dat denk ik ook wel! Ik zal echt heel graag bij je blijven."
Hij liet zijn vingers onderwijl over haar kousen glijden en hij zag haar benen langzaam uiteengaan. Beetje bij beetje kreeg hij zicht op twee mollige dijen, twee brede kouseboorden, twee rode jarretelles en twee witte stukjes bovendij. De aanblik van al dat moois had een rustgevende uitwerking op hem en gaf hem hetzelfde geluksgevoel, dat het meisje in Aarhus hem had gegeven. Dit was, wat hij wilde: een warme kamer, het geluid van een tv op de achtergrond en de nabije aanwezigheid van een mooie, gewillige vrouw, die hij urenlang zou mogen bewonderen en liefkozen.
Het meisje bleek in een vergelijkbare gemoedsstemming te verkeren, al scheen zij het wel plezierig te vinden, dat Danny na een poosje tot actie overging. Hij deed dat op een voor hem typerende manier: hij nam haar linkervoetje in zijn hand, speelde een poosje met de tenen - onder de teenstukjes van haar kousen waren nog net haar roodgelakte nagels zichtbaar - en kuste ze vervolgens één voor één.
"Waarom kus je mijn tenen?", vroeg zij lachend.
"Ik weet het niet", antwoordde hij, niet geheel naar waarheid, "Ik moet toch ergens beginnen?"
Het meisje keek hem zeer vertederd aan, hetgeen hem nogal in verwarring bracht: hij sloeg zijn armen rond haar linkerkuit en wreef met zijn stoppelige wang langs haar kous.
"O, plaag mij niet zo!", murmelde het meisje.
Hij liet haar even los en keek lachend naar haar gezicht. Het beviel hem. Zij had een lief, zelfs knap gezichtje, met dik, blond haar, dat alleen door een aantal jeugdpuistjes werd ontsierd. Maar haar benen bleken toch de grootste attractie te zijn. En dat liet hij blijken ook: door aandachtig de ribbelige structuur van haar kousen te bestuderen.
"Wat vind je van mijn kousen?", vroeg het meisje, met een wat besmuikt lachje.
"Ze zijn prachtig! Moet ik... Moet ik ze naar beneden halen?"
Hij was er zich vaaglijk van bewust, dat 'to pull them down' grammaticaal niet helemaal juist was, maar het meisje begreep precies, wat hij bedoelde:
"Oh, nee! Niet doen! En ga alsjeblieft door!"
Daar kon Danny geen weerstand meer aan bieden. Na een laatste aarzeling trok hij haar langzaam op de vloer.
Het werd een dolle, dolle middag, avond en nacht en daarna volgden drie al even dolle dagen. Drie dagen lang vormden de twee reizigers een harmonieus en onafscheidelijk stelletje. Drie dagen lang hadden ze de blokhut voor zich alleen, drie dagen lang konden ze, niet gestoord door eventuele medegasten, intens van elkaar genieten. Elke morgen keken ze vanuit hun stapelbed naar de eekhoorntjes, die zich tot vlak onder hun raam vertoonden, elke middag deden zij samen boodschappen in het stadje, elke namiddag lagen ze dicht tegen elkaar op het steigertje bij het meer naar de ondergaande zon te kijken en elke avond lagen ze na de maaltijd, het gezamenlijke afwassen en het gezamenlijke douchen in elkaars armen. Zij was een geboren minnares en dat kon Danny merken ook.
Toch zou ook aan dit erotisch-romantisch samenlevingsverband een einde komen. Het meisje wilde naar Zweden en Noorwegen doorreizen en Danny moest om de al eerder gememoreerde reden naar huis. Hun laatste nacht was een hele wilde nacht. Hun laatste, gezamenlijke ontbijt verliep daarentegen in een hele weemoedige stemming, waarbij niet veel meer werd gesproken.
Na hun sleutels bij de jeugdherbergvader te hebben afgegeven, liepen ze voor de laatste maal over de weg naar het station, waar de trein naar Aarhus al voor het meisje klaarstond. Ze namen op kalme wijze afscheid van elkaar en wisselden op het allerlaatste moment nog hun adressen uit. Eenmaal in de trein naar Kolding voelde hij dan ook niets dan tevredenheid over zijn vakantie in Zweden en Denemarken. Hij had het gevoel, dat zijn missie was geslaagd en dat Loes definitief tot zijn verleden behoorde. Die conclusies waren enigszins voorbarig; zijn liefdesverdriet om Loes was weliswaar van zijn scherpste randjes ontdaan, maar het zou nog wel een klein jaar duren, voordat hij in de netten van een knappe, gedistingeerde mode-ontwerpster-in- wording verstrikt zou raken en hij eindelijk aan zijn tweede vaste relatie zou kunnen beginnen.

BERT HARBERTS


Terug


Amsterdam, 28 februari 1988. © Bert Harberts