BEZEGELING

De meest opvallende aanwezige op het terrasje van de McDonald's aan de Grote Markt in Bergen op Zoom was een blonde jongeman met een knap, regelmatig gezicht. De jongeman, die Danny Harberts heette en in Amsterdam woonde, was een uur daarvoor in Bergen op Zoom aangekomen. Sinds twee jaar kwam hij elk weekend in Bergen op Zoom en hij was er in die jaren zeer van gecharmeerd geraakt.
De voornaamste attractie van de Westbrabantse vestingstad was overigens zijn alhier woonachtige vriendin. Zijn relatie met die Jenny, een knappe, achtentwintigjarige brunette, was in mei 1982 begonnen. Op die dag was zij vanuit het niets voor de tweede maal in zijn leven verschenen. Dat weerzien, zes jaar na hun eerste ontmoeting op Texel en de daaropvolgende vakantieromance, was niet geheel vlekkeloos verlopen, maar toen hij haar uiteindelijk toch in zijn armen had mogen sluiten, had hij toch echt in de zevende hemel vertoefd.
In de dagen daarna had zij hem verteld, dat zij na een kortstondige, maar succesvolle zakencarrière miljonaire was geworden, dat zij een kort, maar ongelukkig huwelijk achter de rug had, dat zij in een kleine villa aan de rand van het centrum van Bergen op Zoom woonde, dat het werken in haar tuin haar enige hobby was en dat de enige luxe, die zij zich veroorloofde, een donkerrode MG was, waarmee zij met een zekere regelmaat door Noord-Brabant en België toerde.
Het nieuws van haar rijkdom had hem niet eens zo geschokt als wel mocht worden verwacht. Hij wenste zich niet druk te maken over die rijkdom en wilde er ook geen enkele aanspraak op maken. Hij wilde best zijn baan en zijn huis voor haar opgeven, maar alleen als zij dat uitdrukkelijk van hem zou verlangen. Het viel echter te betwijfelen, of het ooit zover zou komen. Zij had hem na die eerste week schuchter te kennen gegeven, dat zij het voorlopig maar liever bij een lat-relatie wilde houden.
Met haar voorstel om voortaan elk weekend samen in Bergen op Zoom door te brengen, had hij echter graag ingestemd. Hij had het vermogen om zich volledig aan een vrouw over te geven, zonder daarvoor een volledige overgave terug te verlangen. Die karaktereigenschap was hem in de voorbije twee jaar ook zeer van pas gekomen.
Het alleen zijn door de week viel hem ook nooit zwaar. De weekenden met Jenny putten hem psychisch en fysiek volkomen uit en hij kwam op die solitair doorgebrachte werkdagen gaandeweg een beetje tot rust. Elke avond beperkte hij zich tot tv-kijken en gitaarspelen en soms kwamen daar een paar ondeugend verlopende telefoongesprekken met Jenny bij.
De klok van de Sint Gertrudiskerk, die zevenmaal sloeg, bracht hem in het heden terug. Hij had om half acht met haar afgesproken en hij zou zich moeten haasten om op tijd zijn opwachting bij haar te kunnen maken. Hij gooide zijn koffiebeker in de afvalbak en verliet het terras. Hij liep de Grote Markt over, sloeg rechtsaf de Fortuinstraat in, bleef even voor de etalage van een muziekwinkel staan, passeerde even later het Markiezenhof en liep verder over de Steenbergseweg in de richting van Jenny's huis. Tijdens de wandeling vroeg hij zich af, wat hem zometeen te wachten zou staan. Haar wat dubbelzinnige uitstraling, met die door een vleugje melancholie getemperde vrolijkheid, intrigeerde hem elke keer weer mateloos, maar nu de hereniging nabij was, was zijn tred niet al te vast meer en begon hij steeds langzamer te lopen.
Hoewel hij razend verliefd op haar was, was hij ook een beetje bang voor haar. Zij was jong, mooi, sexy en tamelijk rijk en om die redenen begreep hij maar niet, waarom zij juist hem had uitverkoren. Had hij in die weken in '76 dan echt zo'n sterke indruk op haar gemaakt? Had zij hem echt nooit kunnen vergeten, zoals zij zelf beweerde? Hij kon het maar moeilijk geloven en hield nog steeds rekening met de mogelijkheid, dat ze uiteindelijk toch weer uit elkaar zouden gaan.
Die vrees was zeker niet ongegrond: twee jaar geleden was zij volkomen onverwacht in zijn leven teruggekeerd en zij zou dus ook weer volkomen onverwacht uit zijn leven kunnen verdwijnen. Zij had het al een paar keer bijna uitgemaakt en zij bleef ook regelmatig zinspelen op een mogelijke breuk in de nabije of verre toekomst. Hij kon haar twijfels over de duurzaamheid van hun relatie nooit helemaal bij haar wegnemen. Dat was een hard gelag voor hem, maar hij had zich inmiddels zo goed en zo kwaad als hij kon bij de daarmee gepaard gaande onzekerheid neergelegd.
Hij vroeg zich wel regelmatig af, hoe hij op een afscheid van Jenny zou reageren? Zou hij weer twee jaar in de put zitten, zoals met zijn eerste liefde het geval was geweest? Of zou hij ditmaal wat sneller tot de orde van de dag over kunnen gaan. Hij neigde zelf tot die laatste veronderstelling. Een korte terugblik op zijn amoureuze verleden leek hem daarin gelijk te geven. Om de breuk met zijn eerste vriendinnetje had hij twee jaar getreurd, om de tweede twee maanden en om de derde twee weken. Daartegenover stond het feit, dat Jenny zich toch echt wel als zijn grote liefde had ontpopt. In de afgelopen twee jaar was zij nooit anders dan heel zacht en heel lief voor hem geweest. Haar tederheid had hem bedwelmd en zelfs bijna verstikt.
Hij kende nu ook elk stukje van haar lichaam, maar hij wist niet, welk onderdeel van dat lichaam hij het mooist vond. Was het haar gezicht met die regelmatige gelaatstrekken, die door het ronde, ijzeren brilletje iets studentikoos hadden? Was het de donzige hals? Haar ronde schouders? De volheid van haar borsten? Of waren het haar stevige heupen en billen, in combinatie met die mollige benen en die kleine en o, zo welgevormde voeten? De opsomming bracht hem weer danig van streek en zijn verwarring werd groter, naarmate hij dichter bij zijn reisdoel kwam.
Hij liep inmiddels over het fietspad langs Bolwerk Zuid. Links daarvan lag een bosschage, waarachter het riviertje De Zoom voortstroomde. Het riviertje had steil aflopende oevers, die door het struikgewas vrijwel geheel aan het oog werden onttrokken. Jenny woonde aan de overkant van het riviertje en die overkant was te bereiken via de brug bij de Overstratenlaan. Hij liep de brug over, sloeg rechtsaf en naderde toen haar huisje. Het was een groen, houten huisje, met een grote, door coniferen omgeven, tuin. Hij liep aarzelend de tuin binnen en zag haar op de stoep voor haar voordeur zitten. Zij zag er bijzonder sexy uit. Zij had het haar opgestoken, zij droeg een wit T-shirt en zwarte hotpants, zij was blootsvoets en naast haar op een tafeltje lag 'Kleine Rudolf' van Aart van der Leeuw.
Hoewel zij wat dromerig voor zich uitkeek, was Danny's komst haar bepaald niet ontgaan. Zij keerde zich naar hem toe, met lome bewegingen, waarin toch ook een zekere gretigheid was te bespeuren. Zij bleef overigens zwijgen, tot hij aan haar voeten was gaan zitten en een schuchtere kus op haar lippen drukte.
"Hoi", murmelde hij vergenoegd.
"Hoi! Wat ben je laat!"
"Ja, dat klopt. Ik heb onderweg iets moois gezien en ik heb dat een poosje staan te bekijken."
"Wat dan?", vroeg zij achterdochtig.
"Een tweedehands 'Gibson'!"
"Een 'Gibson'?"
"Ja, dat is een gitaar, die in die muziekwinkel aan de Fortuinstraat te koop staat aangeboden."
"Wil je die graag hebben?"
"Ja, nou! Ik zoek al jaren naar zo'n ding!"
"Is hij duur?"
"Ach, duur! Ze vragen er tweeduizend ballen voor."
"Ballen?", vroeg zij, met een tuitmondje.
"Sorry, dat is Amsterdams voor guldens", antwoordde hij, een beetje timide.
"Ah, en tweeduizend ballen is teveel voor jou?"
"Ja, eigenlijk wel", antwoordde hij aarzelend, "Ik zou het wel kunnen betalen, maar dan zak ik weer onder 'de tien.'"
"'De tien?'"
"De tienduizend-guldengrens!", verduidelijkte hij, met enige gêne, "Ik heb in de afgelopen tien jaar met veel pijn en moeite tienduizend gulden bijeen kunnen sparen. En daar zit ik nu eindelijk een flink eind boven."
"En dat vind je leuk?"
"Ja, nou! Ik vind het heel leuk om met een verlekkerd gezicht naar de giro-afschriften van mijn Plusrekening te kunnen kijken. En dat pleziertje raak ik dus kwijt als ik die 'Gibson' in huis haal."
"Enne... je vindt het niet prettig als ik die 'Gibson' voor je koop?"
"Nee, dat vind ik inderdaad niet prettig!", zei hij ferm, "Ik heb toch al zo'n... "
"Zo'n wat?"
"Zo'n gigantisch minderwaardigheidscomplex. Althans voor zover het jou aangaat."
Zij streelde hem over zijn wang, met een peinzende glimlach en een oprecht moederlijke blik in haar ogen.
"Waarom dan, jochie?", vroeg zij.
"Omdat je lief, mooi, sexy en gracieus bent."
"Ga door, ga door!", zei zij giechelend.
"Omdat je een graad van innerlijke en uiterlijke beschaving hebt, waaraan ik nooit en te nimmer zal kunnen tippen."
"Hm, dat is dus niet waar, dat denk je..."
"En omdat je verdomme stinkend rijk bent!"
"Tja, dat laatste is waar. Alleen..."
"Alleen wat?"
"Alleen moet je dus wel weten, dat die rijkdom niet heeft kunnen voorkomen, dat ik mij in de afgelopen maanden door de week verschrikkelijk eenzaam heb gevoeld."
"Om mijn afwezigheid?", vroeg hij, met zijn meest onschuldige gezicht.
"Ja, het is de laatste maanden steeds erger geworden. Ik heb eigenlijk elke avond wel op het punt gestaan om naar je toe te rijden."
"Meen je dat?"
"Ja, dat meen ik echt! Ik heb in de afgelopen jaren een redelijk groot aantal mannen gekend, maar geen een heeft mij zo doeltreffend weten te raken als jij."
"Maar waarom moet ik dan steeds weer weg?", vroeg hij, een beetje sullig.
"Maar dat wil ik ook helemaal niet. Ik wil juist, dat je... dat je..."
"Dat ik wat?"
"Ach, dat zal ik je zo wel zeggen!"
"En wanneer is dat?"
"Als we gezellig samen aan de koffie zitten."
"Wil je die dan snel gaan zetten?"
"Goed, lieverd! Maar laten we dan maar gauw naar binnen gaan. Het is jammer genoeg net iets te fris om in de tuin te blijven zitten."
"Om van iets anders nog maar te zwijgen."
"Precies."
Zij gingen het huisje binnen en liepen naar de huiskamer. Die huiskamer strekte zich over de hele lengte van het huis uit en was niet overdadig gemeubileerd. Er stond een zwart-leren driezitsbank tussen de deur en het venster, voor die bank stond een rotan salontafel en een eveneens zwart-leren tv-stoel. Tegen de andere muur stond een langgerekt wandmeubel van grenenhout, met achtereenvolgens een televisie, een complete, maar niet extreem dure stereo/hifi-installatie, een cactus, een aquarium en een rijkelijk gevuld wijnrekje. De eveneens grenen eettafel, waaraan acht personen konden eten, stond tegen het grote raam, dat op de achtertuin uitkeek, rechts daarvan bevond zich de van alle gemakken voorziene keuken.
Danny had zich na hun binnenkomst op de vloer genesteld en keek nu met een hunkerende blik naar Jenny, die in de keuken koffie aan het zetten was.
"Mag ik echt geen 'Gibson' voor je kopen?", vroeg zij.
"Nee, ik wil het niet hebben!"
"Echt niet?"
"Echt niet! Koop maar iets leuks voor jezelf! Iets, waar ik op een wat andere manier ook nog wat lol aan kan hebben."
"Zoals wat?"
"Ach, nee, laat maar!", antwoordde hij blozend.
"Nee, zeg op!"
"Ach, ik ben nogal een lingeriefreak."
"Wat bedoel je met 'nogal'?"
"Ik geil werkelijk op alles, wat naar lingerie riekt."
"Ik snap het. Nou heb ik op het ogenblik niet zo heel veel leuke dingen in huis, maar als de zaken er zo voor staan, dan kunnen we morgenmiddag onder jouw bezielende leiding nog wel wat spannende inkopen gaan doen."
"Echt?"
"Ja, natuurlijk! Een gitaar mag ik niet voor je kopen, maar als ik je dan veel plezier kan doen door wat leuke dingetjes voor mijzelf te kopen, dan zal ik dat natuurlijk niet nalaten."
"Ah, dat is lief van je!"
"Heb je nog voorkeuren?"
"Ja, iets zwarts! Een combinatie van een zwarte babydoll, zwarte jarretelles en zwarte nylonkousen zou mij toch wel heel erg mooi lijken."
"Waarom kom je eigenlijk nu pas met die voorkeur voor die lingerie en die kousen op de proppen?"
"Ach, ik weet het niet zo goed. Ik vind het niet iets om mee te koop te lopen. Om je de waarheid te zeggen, ben ik er ook een beetje bang voor. Als je die lingerie gaat dragen, ga je mij echt voorgoed aan de ketting leggen. Dan kom ik echt nooit meer van je los."
"Wel, in dat geval zal ik je morgen zeker op je wenken bedienen en om je voor je standvastigheid, waar het de 'Gibson' betreft, te belonen, ga ik je morgenavond ook nog eens op een copieus diner trakteren."
"Waar?"
"Ik heb een tafel in 'La Bonne Auberge' gereserveerd", antwoordde zij, doelend op een restaurant aan de Grote Markt.
"Ah, lekker!"
"Maar eerst..."
"Is er koffie!", kraaide hij uit.
"Precies!"
Zij liep met een dienblad de kamer in, zette het met een zwierig gebaar op de tafel, reikte hem zijn koffie aan en ging met haar eigen mok in de hand op de bank zitten.
"Wat zou je ervan vinden, als ik in Amsterdam-Noord zou komen wonen?", vroeg zij.
"Dat... dat zou ik fantastisch vinden!"
"Echt waar?"
"Ja, echt!"
"Dat is mooi, want ik heb van de week een mooi, houten huis aan het Nieuwendammer Molenpad gekocht. Iets als dit, maar dan wat groter en mooier en met een hele grote tuin aan de achterzijde."
"Dat meen je niet!"
"Dat meen ik wel!"
"Wat gebeurt er dan met dit huis?"
"Dat gaat in de verkoop."
"Weet je dat zeker?"
"Ja, ik kan er vermoedelijk een hele goede prijs voor krijgen en daarbij komt, dat ik gewoon een beetje genoeg van Bergen op Zoom heb. Ik ben hier ook nooit erg gelukkig geweest."
"Maar waarom wil je dan in Noord komen wonen? Er zijn toch wel mooiere plekken om te wonen?"
"Ja, dat is waar, maar daar woon jij niet!"
"Wil je... Wil je alleen in dat huis gaan wonen?"
"Nee, als ik er eenmaal zit en het huis helemaal naar mijn zin is, wil ik, dat je bij mij komt wonen. Het wordt de hoogste tijd, dat we aan iets permanents beginnen."
"Hoe permanent?"
"Iets heel permanents! Ik wil binnen niet al te lange tijd een bruiloft, een huwelijksnacht, twee wittebroodsweken en misschien ook wel een kind."
"Meen je dat?"
"Ja, lieverd, ik meen het! Ik heb je nu wel lang genoeg aan het lijntje gehouden."
"En meen je dat ook van dat kind?"
"Ja, al weet ik dat dus nog niet helemaal zeker. Maar als ik een kind wil, wil ik dat in ieder geval rondom mijn dertigste krijgen en aangezien ik nu al bijna negenentwintig ben, begint de tijd nu toch wel een beetje te dringen."
"Dat is waar."
"Hoe sta jij er eigenlijk tegenover?"
"Het lijkt mij fantastisch! Het is al jaren een stille wens van mij."
"Dat is mooi! Dan moeten we binnenkort de knoop maar eens door gaan hakken."
"Daar zal ik je aan houden, hoor!", zei hij glunderend.
Een paar minuten zaten ze zwijgend bij elkaar, ieder met hun eigen gedachten, maar na een paar minuten hervatte Jenny de conversatie. Met een nogal krachtig zinnetje, waar Danny lichtelijk van overstuur raakte:
"Zullen we nu maar eens lekker gaan neuken?"
"Waarom?", begon hij aarzelend.
"Omdat ik het graag wil! Is dat niet genoeg voor je?"
"Ja, natuurlijk, maar..."
"Ik wil het graag, omdat ik mij aan de ene kant heel erg gelukkig, maar aan de andere kant ook nog steeds een heel klein beetje schuldig voel."
"Schuldig?"
"Ja, en wel om jou. Om het feit, dat ik jouw liefde zes jaar heb versmaad. Omdat ik na die twee heerlijke weekjes in '76 niets meer van mij heb laten horen, omdat ik twee jaar met een ontieglijke stommeling ben getrouwd geweest, omdat ik mij na mijn scheiding een aantal malen door een aantal jonge nietsnutten heb laten neuken..."
"Dat is toch niet echt iets om je schuldig over te voelen? Ik heb toen toch ook niets meer van mij laten horen? Ik heb na jou toch ook een paar relaties gehad?"
"Ja, dat is zo! Maar ik heb mij twee jaar geleden ook nog een keer door iemand anders laten neuken op een moment, dat ik al helemaal zeker van je was. En daar voel ik mij nu dus nog wel schuldig over."
"Hoe bedoel je?"
"Ik eh... Ik ben op die avond van ons weerzien in '82 eerst nog met een andere man naar bed geweest."
"Je meent het?"
"Ja, toen ik je belde, was ik al bij hem thuis. Het heeft niet lang geduurd, hoor. We hebben geneukt, zonder dat er een greintje tederheid aan te pas is gekomen, hij is klaargekomen en ik niet en toen het afgelopen was, ben ik meteen bij hem weggegaan."
"O."
"Is dat alles, wat je kunt zeggen?"
"Ik eh...", begon hij.
"Zeg het maar, lieverd!", zei zij zacht.
"Ik weet helemaal niet, wat ik daarop zeggen moet."
"Je hoeft ook niets te zeggen. Je mag ook weggaan als je dat liever wilt."
Hij zei niets, maar trok haar langzaam naar zich toe. Aan de manier, waarop zijn armen zich om haar middel hadden gesloten, had zij al moeiteloos kunnen afleiden, dat er van een vertrek geen sprake zou zijn.
"Ben je boos op mij?", vroeg zij, met neergeslagen oogleden.
"Ik ben helemaal niet boos!"
"Echt niet?"
"Echt niet! Al zou ik toch wel graag willen weten, waarom je met hem mee bent gegaan."
"Om mij te ontspannen. Meer niet. Het was geen liefde, geen verliefdheid. Ik wilde naar je toe komen, maar ik durfde niet en door met hem mee te gaan, hoopte ik mijzelf zover te krijgen, dat ik het daarna wel durfde."
"Ah, en dat is dus gelukt, hè?"
"Ja, en dat kwam ook, omdat ik, toen ik eenmaal bij hem thuis was, de gelegenheid had om je op te bellen. Ik weet tot op de dag van vandaag ook niet, of ik wel naar je toe had durven gaan als ik je niet had gebeld."
"Ik snap het!"
"Echt?"
"Ja, echt! Ik wil eigenlijk alleen nog maar weten, hoe je je na dat telefoontje voelde."
"Na dat telefoontje was ik zo verrukt over jouw dolblije reactie, dat ik het niet over mijn hart kon verkrijgen om bij die man weg te gaan. Ik had ook het gevoel, dat ik aan iemand een tegenprestatie moest leveren. En hij was degene, die toevallig voor handen was."
"Hm, dat was eigenlijk ook wel heel erg lief van je."
"Echt?"
"Ja, natuurlijk! Je hebt er ook heel goed aan gedaan!"
"O, meen je dat?"
"Ja, natuurlijk! De avond van ons weerzien is de gelukkigste avond van mijn leven geweest. En als dat weerzien mogelijk is geworden, doordat jij op het juiste moment even je gedachten hebt verzet, dan heb ik volgens mij geen enkele reden tot klagen."
"Betekent dat, dat je echt helemaal niet jaloers bent?"
"Nee, natuurlijk niet! Het is ook alweer zo lang geleden. Als je het mij op de avond zelf had verteld, dan had ik misschien wel even moeten slikken, maar nu..."
"En betekent dat ook, dat je binnenkort met mij wilt gaan samenwonen?"
"Ja, natuurlijk!"
"Echt?"
"Ja, echt! Ik zou nog met je gaan samenwonen als je nog een keer met die vent naar bed zou gaan."
"Ah, dat is lief van je!", zei zij, met een vaag glimlachje, "Maar dat zal echt nooit meer gebeuren, hoor!"
"Echt niet?"
"Nee, ik eh... wil echt niets meer van hem weten. Hij kan ook echt niet in je schaduw staan. In geen enkel opzicht."
"Dat is mooi!"
"En omdat ik wil, dat je daar volkomen zeker van bent, moet jij zijn voorbeeld nu maar even navolgen."
"Nee, dat hoeft niet!"
"Dat hoeft wel!"
Zij trok hem over zich heen en gleed vervolgens door zijn toedoen van de bank. Na wat kleine, inleidende schermutselingen lag zij met gespreide benen op de vloer en begon Danny op een wat onhandige manier zijn broek los te maken. Zij bekeek dat gepruts met een peinzende gelaatsuitdrukking.
"Denk je dat we samen het zullen redden als we eenmaal samenwonen?", vroeg zij.
"Ja, natuurlijk!"
"Echt?"
"Ja, echt!", antwoordde hij, zijn riem maar even met rust latend, "Maar... waarom vraag je dat eigenlijk?"
"Die man, waarmee ik twee jaar geleden naar bed ben geweest, beweerde namelijk, dat ik te lief en te zacht voor je zou zijn en dat jij daar op de lange duur gek van zou worden."
"Wel, dat is dus absoluut niet waar! Ik zou pas gek worden als je niet meer zo lief en zo zacht voor mij zou zijn."
"Ha, zo mag ik het horen."
"En dat mag je hem gerust zeggen als je hem nog eens tegenkomt."
"Ik zal het doen, hoor!", riep zij schaterend, "Maar de kans daarop is toch echt wel nihil."
"Dat is mooi!"
Hij ontdeed haar op een kalme manier van haar kleren en bewonderde haar lichaam vervolgens met een naar devotie neigende aanhankelijkheid.
"Ben ik mooi genoeg, zo?", vroeg zij, een tikje schijnheilig.
"Ja!", kraaide hij uit.
"Heb je geen klachten?"
"Nee! Geen enkele!"
"Heb je nog speciale wensen?"
"Nee, niet echt. Jij wel dan?"
"Ja, ik wil dat je mij zometeen neemt, zoals die man dat twee jaar geleden heeft gedaan!"
"Wat bedoel je?"
"Doe het zometeen zonder tederheid. Doe het zometeen alsof het lopende-bandwerk voor je is. Laat het mijn allerlaatste seks om de seks zijn."
"Maar dat kan ik helemaal niet."
"Jawel, dat kun je wel. Verbeeld je maar, dat ik een losbandig grietje ben, dat je in een of andere louche discotheek hebt opgepikt."
Hij keek haar wat glazig aan, maar hij ervoer haar verzoek bepaald niet als vervelend.
"Goed, liefje, ik zal het doen", zei hij kalm, "Maar dan alleen als ik het daarna ook nog een keer op mijn eigen manier mag doen."
"Afgesproken!"
Hij nam haar in zijn armen, verbeeldde zich dat hij een rijke, charmante jonkheer was, die een van zijn vele, kortgerokte kamermeisjes had versierd, en ging met veel bravoure aan de gang. Een en ander gebeurde op een dusdanig grondige manier, dat er tijdens het neuken even een blik van afgrijzen op haar gelaat verscheen. Het ontging hem niet, maar hij zette toch maar door tot ze allebei waren klaargekomen.

BERT HARBERTS


Terug


Amsterdam, 12 november 1994. © Bert Harberts