TUSSENLANDING

De hal van het Amsterdamse Centraal Station werd geheel door een menigte van luid schreeuwende Ajax-supporters in beslag genomen. Die supporters waren vermoedelijk vanuit alle delen van het land naar de hoofdstad afgereisd. Er was een goede reden voor die volksverhuizing op die warme zaterdag in mei: het was de dag van de voetbalwedstrijd tussen Ajax en AZ '67, een wedstrijd in het Olympisch Stadion, waarin Ajax het twintigste landskampioenschap zou kunnen gaan binnenhalen.
Tussen die met rood-witte sjaals en petten toegeruste menigte wist Jenny Schaaij, een zesentwintigjarige brunette uit Bergen op Zoom, moeiteloos haar weg te vinden. Zij had het zichzelf ook niet moeilijk gemaakt: zij zou die nacht in een hotel tegenover het station verblijven: het Victoria Hotel aan de Prins Hendrikkade. Zij viel wel op in die menigte en dat was niet zo vreemd, want haar verschijning kon zeker als aangenaam worden omschreven. Haar gelaatstrekken waren regelmatig en delicaat en werden door een rond brilletje met een dun, zwart montuur op een lieftallige manier geaccentueerd. Zij had een mooi, mollig figuurtje, zij droeg een wit colbertje, een zwarte mini-jurk en haar benen waren kousloos.
Tijdens het wachten voor het stoplicht aan de Prins Hendrikkade merkte zij pas goed, hoe warm het was. Zij voelde zich vies en bezweet en verlangde naar een verkoelend bad. Dat bad was gelukkig nu heel dichtbij. Zij stak over, ging het hotel binnen, checkte in en liep naar haar kamer op de vierde verdieping. Na het betreden van die kamer liep zij nog even naar het venster. Daar bleef zij een poosje naar het drukke verkeer op de Prins Hendrikkade staan kijken, maar uiteindelijk liep zij dan toch de badkamer binnen. Die was echt van alle gemakken voorzien. Het duurde ook niet lang, voordat zij in het bad zat.
De reden van haar bezoek van Amsterdam was sentimenteel van aard: zij had zes jaar daarvoor een kortstondige vakantieliefde met een Amsterdammer gehad en zij was half en half van plan om die Amsterdammer vanavond nog met een bezoek te vereren. Die vakantieromance, die zich voor de ene helft op Texel en voor de andere helft in het huis van de jongeman had afgespeeld, had in de jaren daarna haar leven een nogal onaangename wending gegeven. Al de mannen met wie zij daarna een relatie had gehad, haar ex-echtgenoot inbegrepen, hadden die ene beminnelijke Amsterdammer namelijk nooit in de schaduw kunnen doen stellen. Terugkijkend op dat ene weekje met hem kon zij maar tot één conclusie komen: de Amsterdammer was simpelweg te lief voor haar geweest.
Zij had inmiddels genoeg van het baden en stapte het bad uit. Het afdrogen en het aankleden nam daarna weinig tijd in beslag. Zij verliet het hotel om vijf over zeven, precies een half uur na haar aankomst in het Centraal Station. Eenmaal buitengekomen kreeg haar tred iets doelbewusts: zij wilde eerst naar Amsterdam-Noord gaan, naar het al dan niet voormalige huis van haar ex-vriendje. Zij liep via de tunnel onder het station naar het IJ, stak met enige moeite de drukke De Ruyterkade over en wandelde vervolgens naar het Adelaarswegveer
Tijdens de korte overtocht zat zij op een bank aan de achterzijde van het veer. Zij genoot van het tochtje en verdeelde haar aandacht tussen het silhouet van de stad en de aanblik van de pittoreske Sixhaven, een kleine jachthaven tegenover het station, aan de overkant van het IJ. Zij hield van Amsterdam. Voor haar gevoel was zij er veel te weinig geweest in haar leven en zij was er vaak ook veel te snel weer weggegaan. Of zij nu lang in Amsterdam zou blijven, wist zij nog niet. Het hing min of meer van haar ex-vriendje af. Als zij straks met haar ex-vriendje zou worden herenigd, dan zou zij vermoedelijk wel een week in Amsterdam blijven; in het andere geval zou zij morgen weer naar Bergen op Zoom terugkeren.
Ondanks haar nuchtere karakter koesterde zij bij het betreden van het grondgebied van Amsterdam-Noord een vaag geluksgevoel. Zij had het sterke vermoeden, dat zij haar ex-vriendje straks zou terugzien en tijdens haar wandeling over de Meeuwenlaan werd dat vermoeden alleen maar sterker. Toch moest zij zichzelf de vraag stellen, of dit uitstapje niet wat al teveel van haar zenuwen vergde. Wat zou zij voelen en wat moest zij doen als hij niet meer in dat huisje in de wijk Vogeldorp woonde? Of erger nog: als hij er met iemand anders woonde?
Twintig minuten na haar aankomst op de steiger aan de Meeuwenlaan liep zij via de Zamenhofstraat Vogeldorp binnen. Het was een kleine wijk met kleine, met donkerbruin hout betimmerde, noodwoningen. Aan de overkant van de straat lagen volkstuinen en aan het einde van de straat kon zij zowel het W.H. Vliegenbos als de gebouwen van Akzo Chemie zien. Zij had al snel het derde zijstraatje van de Zamenhoffstraat bereikt en zij sloeg daarna, zonder na te denken, rechtsaf. Helaas voor haar was zij daardoor totaal niet voorbereid op het tafereel, dat zij daarna te zien kreeg.
Haar ex-vriendje woonde namelijk nog steeds in dat kleine huisje aan de Derde Vogelstraat. Hij zat op een tuinstoel voor zijn huis, spelend op zijn gitaar en luisterend naar zijn radio, waarop het eerste radioverslag van Ajax-AZ '67 te horen was. In al die jaren was hij vrijwel niet veranderd. Hij zag er nog steeds uit, alsof hij achttien was. Het was niet het enige, wat zij opmerkte: zij zag ook dat ene bierglas en dat ene bord met etensresten naast hem op de grond staan. Zij bleef stilstaan, niet wetend, of zij verder moest lopen, of rechtsomkeert maken. Zij vervloekte zichzelf om haar wankelmoedigheid en koos uiteindelijk toch voor de laatste mogelijkheid. Vlak voordat zij de hoek omsloeg, hoorde zij echter een rauwe schreeuw:
"Jenny!"
Het verlangen in zijn stem was haast tastbaar, maar toch keek zij niet meer naar hem om. Na luttele seconden liep zij weer over de Zamenhofstraat, ditmaal in de richting van de ingang van de fabrieken van Akzo Chemie.
"O, wat moet ik nou doen?", zei zij hardop.
Een oplossing voor haar dilemma bleek nog niet voor handen. Gedurende de volgende minuten werd zij heen en weer geslingerd tussen het verlangen naar de jongeman en de angst voor het verliezen van haar pas verworven vrijheid. Na haar scheiding was haar leven in haar huis aan de rand van het centrum in Bergen op Zoom op een zeer plezierige manier voortgekabbeld. Haar voornamelijk in de tuin doorgebrachte dagen verliepen rustig en hetzelfde gold voor haar merendeels, solitair doorgebrachte nachten.
In die niet-solitair-doorgebrachte nachten had zij zonder moeite in haar seksuele behoeften kunnen voorzien. Zij was na de recente verkoop van haar softwarebedrijfje meervoudig miljonaire geworden en die rijkdom had haar voldoende zelfvertrouwen gegeven om op gezette tijden zelf het heft in handen te nemen. Die sporadische minnaars, allen opgepikt in een dancing aan de Grote Markt in Bergen op Zoom, waren na gedane zaken altijd weer op subtiele wijze geloosd, maar met de jongeman uit Vogeldorp zou het ditmaal anders gaan. Hier waren andere en sterkere gevoelens in het geding. Zijn aantrekkingskracht was toch echt te sterk voor haar. Bovendien had zij uit zijn schreeuw van daarnet heel goed kunnen opmaken, wat hij voor haar voelde en hoewel zij op dit moment steeds verder van hem wegliep, wist zij zeker, dat zij straks weer naar hem terug zou keren.
Zij liep nu over de Nieuwendammerkade, langs de rand van het W.H. Vliegenbos. Vanaf het begin van haar wandeling in Noord had zij in een trance gelopen. Al haar gedachten waren maar op één persoon gefixeerd geweest en zij had geen enkele voorbijganger of fietser opgemerkt. Maar op het punt, waar de Nieuwendammerkade een bocht van negentig graden naar links maakte, werd haar aandacht door iemand anders getrokken. Het was een hengelaar, een kalende man van ongeveer dertig jaar. De man keek gemelijk naar zijn dobber en luisterde onderwijl naar zijn draagbare radio, die net als die van de jongeman uit Vogeldorp op 'Langs de Lijn' stond afgestemd.
Jenny wandelde naar de man toe en hoorde nog net, hoe de dienstdoende radioverslaggever op een bijzonder enthousiaste manier een doelpunt aankondigde:
"Schoenaker schiet! Ja, hij zit! Hij zit! Hij zit!"
"Jaaah!", brulde de man.
"Willen ze eindelijk een beetje bijten?", vroeg zij lachend.
De man keerde zich om en verschoot tegelijkertijd van kleur.
"Nee, Ajax is op voorsprong gekomen!", antwoordde hij.
"En daar ben je blij mee?"
"Ja, dat betekent namelijk, dat ze over een uurtje kampioen kunnen zijn."
"En daar zul je dus waarschijnlijk ook wel een beetje blij om zijn?"
"Nee, dat is te zwak uitgedrukt: daar zal ik heel erg blij om zijn."
"Dan mag ik zeker wel concluderen, dat je een fervent Ajax-supporter bent."
"Jij niet dan?", vroeg hij koeltjes.
"Ik ben neutraal", antwoordde zij snel.
"Dan is het goed!", grinnikte de man.
"Vind je het vervelend als ik er even bij kom zitten? Ik ben nu toch wel benieuwd, hoe het allemaal af gaat lopen."
"Nee, hoor. Plof maar neer!"
Zij kwam naast hem zitten en merkte, dat de man een bewonderende blik op haar benen wierp. Die blik vleide haar, maar hijzelf bleek er onmiddellijk spijt van te hebben.
"Sorry!", zei hij.
"Voor wat?", vroeg zij vriendelijk.
"Voor mijn gegluur naar je benen."
"Waarom zou je je daarvoor moeten excuseren?"
"Ik vond het niet erg beleefd van mijzelf."
"Hm, ik heb het echt niet als zodanig ervaren."
"Vond je het dan niet erg?"
"Neuh, ik ben het wel gewend."
"Ik kan het mij levendig voorstellen."
"Een gezonde vrouw vindt het nooit erg als mannen naar haar kijken."
"Je bent de eerste vrouw, die ik dat hoor zeggen."
"Dat kan ik mij dan wel weer voorstellen. Maar ik meen het wel, hoor!"
"Ah, prima!"
"Ik zou het overigens best wel leuk vinden als je het niet bij gluren zou laten."
Het leek een eeuwigheid te duren, voordat de man op die opmerking reageerde, maar toen hij dat uiteindelijk toch deed, was zijn stem nauwelijks hoorbaar:
"Meen je dat?"
"Ja."
"Maar waarom dan?"
"Omdat ik dat erg leuk zou vinden!"
"Echt?"
"Ja, en het lijkt mij voor jou ook wel leuk."
"Meen je dat?"
"Ja, natuurlijk!"
Een repliek daarop bleef opnieuw lang uit. De man staarde met open mond naar zijn dobber en was volkomen uit zijn doen geraakt. Met de volgende verklaring wist Jenny haar prooi echter definitief in de val te lokken:
"Bovendien zou je er mij een groot plezier mee doen. Ik heb om negen uur een verzoeningsafspraak met mijn vriend, waar ik nogal tegenop zie en ik denk, dat een ongecompliceerd uurtje vrijen met jou mijn zenuwen wel tot bedaren zal kunnen brengen."
"Zullen we dan maar meteen naar mijn huis gaan?", vroeg de man, met een verstikte stem.
"Dat is goed! Woon je dichtbij?"
"Ja, aan de andere kant van de Nieuwendammerdijk. Het is ongeveer tien minuten lopen van hier."
"Prima, laten we dan maar gauw gaan."
Ze stonden op en liepen, nadat de man zijn hengel had ingepakt, in de richting van de Nieuwendammerdijk. Terwijl Jenny welgemoed naast de man voortstapte, liet zij haar ogen belangstellend over haar vangst heendwalen. Het postuur van de man viel haar niet tegen. Hij had brede schouders, een slank lichaam en tamelijk lange benen. Daar stond eigenlijk alleen een wat onnozele gelaatsuitdrukking tegenover.
"Waarom doe je dit?", vroeg hij.
"Dat heb ik je toch al gezegd? Ik doe dit, omdat er allebei behoefte aan blijken te hebben."
"Maar ben je dan niet bang voor mij?"
"Nee."
"Echt niet?", vroeg hij lachend, "Je gaat nu toch echt met een wildvreemde man naar huis?"
"Nee, want ik ben volgens mij veel sterker dan jij. Je hoeft het ook niet in je hoofd te halen om zometeen dingen met mij te doen, die ik absoluut niet wil. Ik heb heel veel zin in een stevig potje seks, maar ik heb geen zin om gekke dingen te doen. En geloof mij: als het moet, ben ik heel goed in staat om mijzelf te verdedigen.
"Daar ben ik heel blij om!", zei hij opgewekt.
"Waarom?"
"Omdat ik daardoor zeker weet, dat je niet op het allerlaatste moment terug zult krabbelen."
"Zou je dat vervelend vinden?", vroeg zij nuffig.
"Ja, zeker! Want ik ben dus echt helemaal weg van je."
"Ah, die wetenschap zal het plezier straks zeker vergroten."
Aan het eind van de Nieuwendammerkade ging de straat steil omhoog, tot de straat overging in de Nieuwendammerdijk. Daar sloegen ze rechtsaf. Het dijkstraatje vertoonde vanaf hier een pittoresk gezicht: de huizen waren oud en monumentaal.
"Zou je het vervelend vinden als we zometeen in de huiskamer gaan vrijen?", vroeg hij.
"Nee, hoor! Is daar een speciale reden voor?"
"Nee, het is meer uit piëteit voor de eigenaars. Ik heb het idee, dat ze het niet zo leuk zouden vinden als ze zouden weten, dat we het in hun bed zouden gaan doen."
"Is het huis dan niet van jou?"
"Nee, ik ben slechts de huisbewaarder van mijn oom en tante. Die zijn gisteren voor twee weken naar Suriname vertrokken. Ikzelf woon in de binnenstad."
"Waar?", vroeg zij, uit beleefdheid.
"Op het nette gedeelte van de Oudezijds Achterburgwal."
"Wat is het niet-zo-nette gedeelte?"
"Dat is het gedeelte, waar de hoeren zitten."
"En daar woon jij dus niet?"
"Nee, ik woon helemaal aan de andere kant, dat is een hele nette, doodnormale woonbuurt."
"Je denkt toch niet, dat ik voor geld met je meega?", vroeg zij, na enig nadenken.
"Nee", antwoordde hij, met oprecht klinkende nadruk.
"Dat is maar goed ook. Anders zou ik alsnog op het allerlaatste moment afhaken."
"Dat kan ik mij heel goed indenken. Je hebt ook helemaal niets van een hoer. Je hebt meer de uitstraling van een eigentijds geklede non."
"Ah, dank je!", zei zij lachend.
"Vandaar dat je directheid mij daarnet ook zo verwarde."
"Ik snap het, liefje."
Ze sloegen linksaf en liepen daarna over een pad, dat het Nieuwendammer Molenpad heette. Jenny keek belangstellend om zich heen. Het was een zeer idyllisch pad met aan weerszijden veel groen en stokoude, houten polderhuizen. Het pad leek uitgestorven en niemand zag dus, hoe het tweetal een groen, houten huis binnenging.
Van binnen was het huis misschien nog indrukwekkender dan van de buitenkant. Het portaal was lang en recht, maar de trappetjes en gangetjes, waarin dat portaal zich vertakte, waren krom en verzakt. De huiskamer, ingericht met logge, houten meubelen, en de keuken op de begane grond straalden een gedistingeerde stoerheid uit. Met de handen op de rug keek Jenny goedkeurend in het rond. Niet zozeer omdat de inrichting van het huis haar zo beviel, maar wel omdat zij ineens een lumineus idee had gekregen. Een idee, dat zij ook meteen wilde uitvoeren.
"Vind je het goed, dat ik mijn vriend even opbel?", vroeg zij, met een lief stemmetje.
"Ja, natuurlijk! Dan ga ik mij nog even opfrissen."
"Dank je!"
Zij ging op de bank zitten, zocht in het telefoonboek het telefoonnummer van de jongeman uit Vogeldorp op en toetste de cijfers in. Zij hoefde niet lang te wachten. De hoorn aan de andere kant van de lijn werd vrijwel onmiddellijk opgenomen:
"Met Danny."
"Hoi, Dan! Met Jenny!"
Hij antwoordde niet meteen. Zij hoorde, hoe hij eerst zijn adem inhield en vervolgens een triomfkreet slaakte, die haar - dat moge duidelijk zijn - als muziek in de oren klonk.
"Dus je was het echt!", zei hij uiteindelijk.
"Ja, ik was het echt. Heb je mij herkend?"
"Ja, ik zag je, toen je je omdraaide."
"En je hebt mij toch meteen herkend?"
"Ja, natuurlijk! Van jou is er toch geen tweede?"
"Waaraan heb je mij dan herkend?", vroeg zij gevleid.
"Aan je figuurtje en dan vooral aan die hele mooie kuiten van je."
"Ah, dank je!"
"En toen ik die eenmaal zag, wist ik ook meteen weer, hoe mooi de rest van je lichaam is en hoe intens ik toen in '76 van je heb genoten."
Jenny moest iets wegslikken en wist even niet, wat zij moest zeggen. Het hoefde ook niet, want Danny wist vrijwel meteen weer de juiste toon te treffen.
"Ben je allang in Amsterdam?", vroeg hij.
"Nee, ik ben vanmiddag pas aangekomen."
"Met een speciaal doel, of voor de lol?"
"Met een heel speciaal doel."
"Welk doel?"
"Ik ben naar Amsterdam gekomen om dat hele knappe ventje terug te zien, dat godzijdank nog steeds in de Derde Vogelstraat woont."
"Echt?"
"Ja, ik ben voor jou naar Amsterdam gekomen. En ook alleen maar voor jou."
"Meen je dat?"
"Ja, ik wilde en wil je dolgraag weer terugzien."
"Maar... Maar... Waarom ben je daarnet dan in godsnaam weer weggelopen?"
"Omdat ik niet helemaal zeker wist, of je eigenlijk wel alleen was."
"Dat was en ben ik wel. Ik ben vrijgezel op het ogenblik."
"Ah, prima! Maar buiten dat kon ik het gewoon nog niet aan. Ik had eigenlijk helemaal niet verwacht, dat ik je nog terug zou zien. En toen ik je dus wel terugzag, wist ik even niet meer, wat ik moest doen."
"En dat weet je nu dus wel?", vroeg hij voorzichtig.
"Ja, ik wil weer naar je toe komen."
"Oh, te gek!"
"Betekent dat, dat jij dat ook wel graag wilt?", vroeg zij plagend.
"Ja, natuurlijk!", antwoordde hij, vol vuur.
"Prima dan! Er is alleen een klein probleempje. Ik zit nu nog in mijn hotel en ik wil eigenlijk eerst even een bad nemen. Zou je het heel erg vinden om nog een uurtje te wachten?"
"Nee, hoor! Zal ik je anders komen ophalen?"
"Nee, schatje, doe dat maar niet. Ik heb daarnet al gehoord, dat er iets leuks op de radio te horen is."
"Dat is waar!"
"Dus blijf jij maar lekker naar de radio luisteren. Tegen de tijd dat Ajax kampioen is, zal ik bij je zijn. En ook bij je blijven."
"Ah, prima!"
"Goed, liefje, ga dan nu maar gauw naar je radio terug. Ik zal echt heel snel bij je zijn."
"Goed, tot zo dan!"
"Tot zo!"
Zij hing op en zag de man weer de kamer binnenkomen. Met een laken in de armen, dat hij naast haar voeten legde. Zij keek hem vriendelijk aan, hetgeen door de man op de juiste manier werd geïnterpreteerd: hij knielde voor haar neer en greep haar op een wat aarzelende manier bij haar kuiten.
"Rustig maar, jochie!", zei zij lachend, "Ik loop nu echt niet meer weg."
"Echt niet?"
"Echt niet!"
"Maar met je vriend is alles weer goed?"
"Ja, hoor! We hebben het weer helemaal bijgelegd."
"En je wilt hier toch nog mee doorgaan?"
"Ja, liefje, dat wil ik echt. En nu misschien nog wel meer dan daarnet."
"Ik snap het. Wil je, dat ik een condoom omdoe?"
"Nee, dat is niet nodig. Ik ben aan de pil."
Aan een vervolg op de conversatie scheen hij verder geen behoefte meer te hebben. Hij kleedde haar snel uit en trok haar naar voren, tot zij op de rand van de bank zat. Zij zei aanvankelijk niets, maar zij ervoer het bepaald niet als een kwelling om zo naakt voor hem klaar te zitten.
"Voldoe ik aan je verwachtingen?", vroeg zij, na een paar minuten.
"Ja, je ziet er prachtig uit! Ik zou uren naar je kunnen kijken!"
"Ik zie het. Ik vind het zelf ook wel leuk om zo ongeneerd bewonderd te worden!"
"Meen je dat?"
"Ja, schatje, dat meen ik! En als beloning daarvoor mag je mij zometeen ook neuken op de manier, zoals jij dat het plezierigst vindt. Ik stel slechts twee voorwaarden: al je handelingen moeten binnen de net gestelde normen en binnen de afgesproken tijdspanne vallen. Want wat er ook gebeurt: om negen uur ga ik naar mijn vriend."
"Afgesproken!"
"Zou je..."
"Zou ik wat?"
"Zou je eigenlijk meer met mij willen hebben dan dit?"
"Nee."
"Waarom niet?"
"Omdat je daar te lief voor bent. Je hebt een extreem soort zachtheid over je, een zachtheid, waar ik volkomen aan kapot had kunnen gaan. Nu zit je heel lief voor mij klaar en over een uurtje zul je dat ook voor je vriend doen. Alleen zal hij daar gek van worden en ik niet. Hij is uiteindelijk degene, die kapot zal gaan aan je liefde, aan je toewijding en aan je volledige overgave aan hem. Ik ben ook echt niet jaloers op hem. Nu ik erover nadenk, heb ik het idee, dat hij dus ook op een zeker lijkende ondergang afstevent."
Zijn woorden kwamen als een banvloek op haar over, maar zij toonde zich verre van geschokt.
"Je bent gemeen", zei zij, met weinig overtuiging, "Als je er zo over denkt, kan ik misschien toch maar beter weggaan."
"Nee, liefje, dat zal niet gebeuren! Ik zal je niet meer laten ontsnappen."
"Wat ga je met mij doen?"
"Niets meer dan wat je mij hebt beloofd. En wat je mij hebt beloofd, eis ik nu op."
Hij greep haar bij de polsen en trok haar zonder veel omhaal op de vloer. Hoewel dat machtsvertoon haar een beetje kwetste, liet zij hem daarna rustig zijn gang gaan. Van echte onlustgevoelens was ook geen sprake. Integendeel: nu zij zich helemaal zeker van Danny voelde, vond zij het helemaal niet erg om daarvoor een kleine tegenprestatie aan een ander te moeten leveren. De prestaties van de man vielen haar overigens niet tegen. Het snelle ritme van zijn stoten behaagde haar zelfs meer dan haar lief was. Uit de tintelingen in haar kuiten kon zij opmaken, dat haar orgasme nabij was.
Toch zou het uiteindelijk niet zover komen, want toen de man zelf klaarkwam, werd hij vrijwel op hetzelfde moment door een hartaanval getroffen. Hij kon zich nog net uit haar terugtrekken en zich op zijn rug rollen.
"Wat is er?", vroeg zij geschrokken.
"Ik ga... dood."
"Zal ik een ambulance bellen?"
"Nee... Ik ben al... opgegeven. Ik wilde... dat het zo ging... Het is... goed zo."
Het waren zijn laatste woorden. Zijn hoofd viel opzij en het volgende moment was hij dood.
Ofschoon zij gedurende de eerste minuten na dat overlijden toch wel enigszins was geschokt, was er van paniek geen sprake bij haar. Er was volgens haar ook geen enkele reden voor. Niemand had haar dit huis zien binnengaan en zij zou er zometeen voor zorgen, dat niemand haar zou zien weggaan.
Zij deed een greep naar haar tasje, haalde daar een paar papieren zakdoekjes uit en verwijderde het sperma van de man uit haar vagina en haar schaamhaar. Daarna stond zij op en zette zij de radio van de man weer aan. Het was rust bij Ajax-AZ'67, hetgeen haar niet slecht uitkwam. Zij nam zich voor om met weggaan te wachten tot het moment, waarop de wedstrijd weer zou worden hervat. In afwachting daarvan fatsoeneerde zij ook de uiterlijke verschijning van de man en controleerde zij zichzelf op sporen van de zo triest beëindigde vrijpartij. Die waren niet te zien. De man was resoluut, maar niet hardhandig geweest. De aanblik van haar lichaam deed haar goed. Het contrast tussen dat poezelige, van leven bruisende lichaam en het ontzielde lichaam op de vloer kon overigens wel schrijnend worden genoemd.
Na de hervatting van de wedstrijd ging zij op zoek naar de badkamer. Zij waste zich met zorg en vermaakte zich daarbij met het vooruitzicht op de komende hereniging met Danny. Zometeen, als zij hem weer in zijn tuintje zou aantreffen, zou zij hem onmiddellijk om de hals vliegen en zich zoetjes door hem naar zijn slaapkamer laten dragen. En wat daar zou gaan gebeuren, zou de gebeurtenissen in dit huis wel snel uit haar gedachten kunnen bannen. Over de gevolgen van die hereniging zou zij zich in de komende dagen wel beraden. Een lat-relatie, waarbij ze het ene weekend in Amsterdam en het andere in Bergen op Zoom zouden doorbrengen, leek haar eigenlijk wel ideaal.
Eenmaal aangekleed verliet zij ongezien het huis. In haar tasje zaten de tissues met het sperma van de man, die zij zometeen in een afvalbak zou gaan gooien. Zij vond er een op de Nieuwendammerkade en liet de tissues met een zucht van verlichting in de afvalbak glijden. Tijdens de rest van de wandeling naar Danny's huis voelde zij zich nog wel wat bedrukt om het lot van de man, die zij in het huis aan het Nieuwendammer Molenpad had achtergelaten, maar zij was er zich terdege van bewust, dat er voor haar nu een beter lot in het verschiet lag.

BERT HARBERTS


Terug


Amsterdam, 5 februari 1994. © Bert Harberts