EEN OASE
1. De postkoets hield stil voor de herberg aan de rand van Svendborg. Daniel bleek de enige uitstapper te zijn. Hij strekte zijn benen, kreeg in ruil voor een exorbitant hoge fooi zijn reistas aangereikt en liep daarna met een onzekere tred de herberg binnen. De drukte in de gelagkamer schrok hem wat af, maar na een korte aarzeling liep hij toch naar de waard toe. Hij vroeg hem met zachte stem of hij nog een kamer had en als gevolg van die zachte stem moest hij zijn vraag driemaal herhalen. Als beloning daarvoor kreeg hij een vriendelijk, doch afwijzend antwoord. Hoewel hij dat antwoord niet helemaal verstond, drong de essentie ervan wel tot hem door. Hij stamelde een afscheidsgroet en verliet de herberg, in de hoop in Svendborg wel snel een kamer te kunnen vinden.
BERT HARBERTS
| Terug |
|
Amsterdam, 26 juli 1984. © Bert Harberts