ONTMOETING

Carry van der Steeg, een blonde, in de Amsterdamse Jordaan woonachtige onderwijzeres, zat aan haar eettafel te ontbijten en keek daarbij wat misnoegd voor zich uit. Zij had daar een goede reden voor: zij was herstellende van de ziekte van Pfeiffer en had een uur daarvoor van haar huisarts te horen gekregen, dat zij de volgende maandag weer voor halve dagen aan het werk kon gaan. Daar had zij niet zo gek veel zin in. Voor haar gevoel was zij nog steeds niet helemaal de oude.
Hoe zij de ziekte had opgelopen, wist zij niet, maar volgens haar was deze ook door stagnerende ontwikkelingen in haar privéleven veroorzaakt. Zij was al heel lang alleen en nu zij bijna vijfentwintig was, begon zij daar een beetje genoeg van te krijgen. Veel vriendjes had zij niet gehad in de afgelopen tien jaar. Het waren er om precies te zijn drie geweest. Met geen van haar drie exen had zij ooit samengewoond. Het was altijd bij een losse, dan wel lat-relatie gebleven en de relaties hadden nooit lang standgehouden. Zij zocht de oorzaak van dat gebrek aan duurzaamheid vooral bij zichzelf. Zij had een knap gezichtje en een leuk, mollig figuurtje, waarmee zij iedere man aan zich had kunnen binden, maar zowel het een als het ander had haar gebrek aan zelfvertrouwen nooit teniet kunnen doen.
Zij had geen plannen voor het aankomende weekend. Het grootste gedeelte van de tijd zou zij thuisblijven en in haar kamerjas op bed blijven liggen. Het enige, wat die uren van zalige ledigheid in de weg stond, was de noodzaak om iets leesbaars in huis te halen. In de maanden van haar ziekte had zij het hele oeuvre van Guy de Maupassant doorgewerkt en nu zij dat monsterkarwei met het uitlezen van het prachtige 'Ons Hart' had voltooid, was het dus zaak om voor nieuw leesvoer te zorgen.
Na het ontbijt verliet zij met enige tegenzin haar huis. Zij was van plan om naar de Bijenkorf te gaan en fietste daar via de Prinsengracht, de Prinsenstraat, de Herenstraat, de Herengracht en de Oude Leliestraat naartoe. Na het ontbijt verliet zij met enige tegenzin haar huis. Zij was van plan om naar de Bijenkorf te gaan en fietste daar via de Prinsengracht, de Prinsenstraat, de Herenstraat, de Herengracht en de Oude Leliestraat naar toe. Aan het einde van het fietstochtje, toen zij langs het paleis op de Dam reed, voelde zij zich ineens heel vrolijk worden. Waar dat aan lag, wist zij niet. Zij hield het er maar op, dat het de naderende lente was.
Eenmaal in de Bijenkorf aangekomen liep zij meteen door naar de boekenafdeling op de tweede etage, waar zij een poosje doelloos langs de schappen dwaalde. Hoewel zij eigenlijk naar iets moderns op zoek was, stuitte zij uiteindelijk op een meesterwerk van ver voor de bloeitijd van Guy de Maupassant: 'Jevgeni Onegin', de roman in verzen van Aleksandr Poesjkin. Zij bladerde het boek door, las her en der een strofe en was vrijwel onmiddellijk aan de briljante en bij vlagen ondeugende verzen verslingerd geraakt. Tot aan het afrekenen bij de kassa bleef zij in het boek bladeren; daarna besloot zij om zichzelf ook maar op een kop koffie te trakteren. Zij liep dus naar het café op de vierde verdieping, waar zij een espresso nam en tenslotte met het dienblad in de handen naar het dichtstbijzijnde tafeltje slenterde.
Daar installeerde zij zich met het oogmerk om er het komende uur niet meer weg te gaan. Zij trok haar jas uit, deed de suiker in haar koffie en sloeg het boek weer open. Op het moment, waarop zij de eerste, nogal verheven woorden van de opdracht in zich op probeerde te nemen, dwaalde haar blik even af. Daar was een goede reden voor: zij leek namelijk gezelschap te krijgen. Een knappe, blonde man van haar leeftijd liep naar haar tafeltje toe en ging na een korte aarzeling tegenover haar zitten. Ofschoon zij zich op een rustig uurtje had verheugd, kon zij daar bepaald niet kwaad om worden. De uiterlijke charmes van de man waren te uitbundig van aard en werden door zijn blozende wangen en zijn wat onbeholpen manier van doen nog danig versterkt.
"Gaat het?", vroeg zij vriendelijk, toen de inhoud van zijn suikerzakje slechts voor de helft in zijn koffiekopje was terecht gekomen.
"Nee, niet echt!"
"Scheelt er iets aan?"
"Neuh."
"Echt niet?", vroeg zij lachend.
"Nee, er is echt niets aan de hand met mij! Ik eh... ben het alleen niet gewend om zomaar naar vrouwen toe te lopen."
"Meen je dat?", vroeg zij, met oprechte verbazing.
"Ja, ik ben daar meestal te verlegen voor."
"Is dat zo? En waarom lukte het nu dan wel?"
"Omdat jij... Omdat jij... Omdat jij..."
"Neem er maar de gerust de tijd voor, hoor!", zei zij op moederlijke toon.
"Omdat ik... Omdat ik..."
Verder kwam hij niet, maar zijn gehakkel was zo mogelijk nog veelzeggender dan hetgeen hij leek te willen zeggen. Het was de eerste keer, dat zij op zo'n directe manier door een man werd benaderd en dat het door een man werd gedaan, die net zo weinig zelfvertrouwen leek te hebben als zijzelf, gaf haar een wonderlijk gevoel van macht.
"Weet je al, wat je mij wilt zeggen?", vroeg zij, na een poosje.
"Ik ben mijn hele leven al op zoek naar jou!", antwoordde hij, met een ineens opmerkelijk vaste stem.
"O, ja?"
"Is dat alles, wat je daarop te zeggen hebt?", klonk het gekweld.
"Nee, schatje", antwoordde zij lachend, "Ik ben alleen even naar de juiste woorden aan het zoeken."
"Positieve of negatieve?"
"Hm, is het feit, dat ik je daarnet al 'schatje' noemde, al geen bevredigend antwoord op die vraag?"
"Weet ik veel?", riep hij, met een langzaam doorbrekende glimlach, "Misschien is het wel je favoriete stopwoord."
"Nou, nee! Ik gebruik het woord slechts bij hoge uitzondering."
"Ik ben blij dat te horen."
"Zou je mij... Hee, hoe heet je eigenlijk?"
"Danny!"
"Wel, Danny, zou je mij - ik heet overigens Carry - willen vertellen, wat je zo aantrekkelijk aan mij vindt?"
"Alles!"
"Alles?"
"Ja, alles! Je smoeltje, je figuurtje, je moederlijke uitstraling! Je bent werkelijk volmaakt!"
"Dank je!"
"Graag gedaan!"
"Hetzelfde geldt trouwens ook voor jou."
"Dank je!"
"Dit begint wel heel erg op een verhaal met happy-end te lijken, hè?"
"Ja, hè?"
"Staat er iets zo'n happy-end in de weg?"
"Wat bedoel je?"
"Ik bedoel: in mijn geval is er geen echtgenoot of vriend, die zo'n happy-end in de weg zou kunnen staan, maar geldt dat ook..."
"O, shit!", kreunde hij, "Ik was die trut even helemaal vergeten!"
"Trut?"
"Ja, sorry!", antwoordde hij, met een wat angstige gelaatsuitdrukking, "Ik heb nog wel een vriendin, ja."
"Nog wel?"
"Ja, ik wil er namelijk zo snel mogelijk een punt achter zetten."
"Om mij?"
"Onder andere."
"Zijn er nog meer goede redenen?"
"Ik kan zonder meer zeggen, dat jij de beste reden bent. De op een na beste reden is het feit, dat ik haar deze week met een ander heb betrapt."
"Je meent het?", riep zij, met een aanstekelijk enthousiasme, "Vertel daar eens wat meer over!"
"Ach, er valt niet veel over te vertellen! Ik heb haar in haar kamer met een ander betrapt, ik heb het tafereel even aangekeken en ben toen weer weggegaan."
"Heeft zij wat gemerkt?"
"Ja, toen ik de trap afdenderde, hoorde ik haar mijn naam roepen."
"Roepen?"
"Nou, ja! Ik kreeg de indruk, dat zij lichtelijk hysterisch was, dus 'roepen' is misschien wat zwak uitgedrukt."
"Maar je bent dus niet meer teruggegaan?"
"Nee, ik ben linea recta naar huis gegaan."
"En daarna..."
"Heb ik haar toch maar even gebeld."
"Waarom?"
"Ach, iets zei mij, dat zij daar wel eens heel veel behoefte aan zou kunnen hebben."
"Dat kan ik mij levendig voorstellen. En was dat ook zo?"
"Ja, zij zat volkomen in zak en as."
"Jullie wonen niet samen?"
"We wonen wel samen, maar als zij nachtdienst heeft, blijft zij meestal in haar kamer in Haarlem slapen."
"Wat doet zij voor werk?"
"Zij is verpleegster."
"Wat voor relatie hebben jullie eigenlijk?"
"Een keurige, door en door monogame relatie. Tot voor dinsdag, tenminste."
"En nu?"
"Wil ik er onmiddellijk mee kappen."
"En dan een overstapje naar mijn bed maken?"
"Ja!"
"Hm, dat klink heel aanlokkelijk!", sprak zij peinzend, "Dat overstapje kun je, wat mij betreft, al maken, maar ik wil, voor je het met haar uitmaakt, toch nog wel even met haar gaan praten."
Dat laatste scheen niet in goede aarde bij Danny te vallen. Hij verslikte zich in zijn koffie en kreeg om die reden een onbedaarlijke hoestbui. Carry zag dat even geamuseerd aan, maar sloeg hem, toen hij wat rood begon aan te lopen, toch maar een paar keer op zijn rug. Dat hielp gelukkig wel, want het hoesten hield uiteindelijk op.
"Hoe is het nou?", vroeg zij.
"Klote!", was het humeurige antwoord.
"Zou ik je kunnen opkikkeren als ik je vroeg om nu met mij mee naar mijn huis gaan?"
"Ja, daar zou ik heel blij mee zijn!", antwoordde hij, ineens weer breeduit grijnzend.
"Goed dan! Dan zullen we daarna wel gaan beslissen, wat we met die malle vriendin van jou moeten gaan doen."
"Afgesproken!"
Ze verlieten de coffeeshop en liepen naar de roltrap, waar zij hem op slinkse wijze een arm gaf.
"Zullen we een taxi nemen?", vroeg hij.
"Nee, schatje, ik ben met de fiets."
"Kunnen we die niet laten staan en toch met de taxi gaan?"
"Nee, we gaan fietsen. Of althans: jij gaat fietsen en ik ga op de bagagedrager zitten. En ik duld in deze geen tegenspraak! Er zijn in het afgelopen jaar al twee fietsen van mij gejat, dus ik laat hem niet hier staan!"
"Fair enough!"
Tijdens de fietsrit naar haar huis keek zij, met een glunderend gezicht en met haar linkerarm rond zijn middel geslagen, voor zich uit. Zij was, om het met veel understatement uit te drukken, bijzonder in haar nopjes met haar vangst. Zij was ook heel zeker van haar zaak. Het bestaan van die mysterieuze vriendin boezemde haar geen angst of afkeer in. Integendeel zelfs: haar bestaan had iets rustgevends voor haar. Zij zag er voorlopig geen been in om Danny met haar te delen. Misschien zou zij zelfs wel vriendschap met haar kunnen sluiten.
Ondanks die positieve gedachten over haar medeminnares had zij bij de toekomstige verdeling van Danny's gunsten wel degelijk haar eigen voordeel voor ogen. Zij wilde hem in elk geval elk weekend bij zich hebben; Danny's vriendin zou het met de tussenliggende avonden en nachten moeten doen. Het was op het eerste gezicht een eerlijke verdeling. Op die manier zouden ze hem allebei vier dagen per week zien. Maar gerekend naar de uren, die hij in wakende toestand aan de zijde van de beide dames zou doorbrengen, verkeerde Carry licht in het voordeel. Dat feit bracht haar niet in gewetensnood. Iedere vrouw, die zo'n knappe, maar kwetsbare man als Danny aan de haak wist te slaan, had de plicht daar zuinig en behoedzaam mee om te gaan. De verzaking van die plicht door Danny's vriendin kon dan ook niet zonder repercussies blijven.
Ze reden inmiddels over de Prinsengracht en Carry vroeg zich af, wat er zometeen zou gaan gebeuren. Zou hij het initiatief aan haar laten? Zou hij eerst nog een leuk gesprek willen voeren of zou hij onmiddellijk te zake komen en haar in de richting van het bed dirigeren? Zij had zelf een voorkeur voor de laatste mogelijkheid en liet die voorkeur blijken door gaandeweg haar greep op zijn middel te verstevigen. Ofschoon het uren leek te duren, voor ze haar huis bereikten, legden ze het traject in werkelijkheid in minder dan vijf minuten af.
Eenmaal op de plek van bestemming aangekomen werd zij volledig door hem overdonderd. Voordat zij besefte, wat haar overkwam, lagen ze al op haar bed in haar slaapkamer. Het uitkleden aldaar gebeurde op een enigszins wilde manier; het voorspel verliep juist heel rustig. Hij genoot van alle attracties, die zij hem te bieden had en hij deed dat op een kalme, geduldige en een bijna lachwekkend, precieuze manier. Haar gezicht, haar hals, haar stevige borsten, haar buik, haar prachtige billen, haar mollige dijen en kuiten, haar kleine voeten, alles werd zorgvuldig en met veel omhaal bewonderd en geliefkoosd. Aan niets kon zij merken, dat het hier een wraakactie jegens de mysterieuze vriendin betrof, al die liefdesbetuigingen en al die liefkozingen waren gemeend en uiteindelijk ook bijzonder doeltreffend...
Hoewel hij geen condoom gebruikte en zijzelf niet aan pil was, maakte zij zich tijdens het neuken nergens zorgen over. Het gevaar voor aids leek haar nihil en voor een zwangerschap was zij ook niet echt bang. Het zou er om spannen, misschien zou zij zwanger raken, misschien ook niet, maar het idee om een kind van deze man te krijgen, was zo kwaad nog niet. Integendeel: het gaf aan het neuken iets spannends mee. Het gaf haar het verrukkelijke gevoel iets verbodens te doen. Dat gevoel was het sterkst als hij klaar leek te komen en de momenten, waarop hij dat wist uit te stellen, ervoer zij telkens weer als een fikse teleurstelling. De leukste momenten waren dan ook de momenten, waarop hij weer vrolijk verder ging. Als dat gevoel iets verbodens te doen onmiddellijk weer de kop opstak en allengs weer sterker en sterker werd.
De manier, waarop dat gebeurde, was overigens al spannend genoeg. Hij bezat haar, zoals een boer uit de verhalen van Guy de Maupassant zijn keukenmeid zou hebben bezeten: op een nurkse, bijna ruwe manier. Zij was van hem, elk stukje van haar lichaam behoorde alleen hem toe en daar liet hij geen enkele twijfel over bestaan. Zij kwam vrijwel gelijktijdig met hem klaar en zij kon zich daarna niet anders dan voldaan en gelukkig voelen.
Tijdens het naspel, waarbij hij zich ineens weer heel schroomvallig gedroeg, nam zij het initiatief al vrij snel van hem over. Zij kwam half overeind, trok zijn hoofd tegen haar borst en begon hem over het dikke, blonde haar te strelen. De tederheid van dat gebaar contrasteerde met haar gelaatsuitdrukking en lichaamshouding: haar oogopslag straalde niets anders dan een door bezitsdrang versterkte begeerte uit en haar dijen omklemden zijn lichaam alsof zij dat lichaam nooit meer los wilden laten.
"Was het lekker?", vroeg zij, met een zoet glimlachje.
"Ja!"
"Was het beter dan met je vriendin?"
"Ja! Oneindig veel beter!"
"Wil je zometeen nog een keer?"
"Ja, natuurlijk!"
"Goed, dat mag je! Blijf je vandaag hier?"
"Ja!"
"Blijf je tijdens het weekend ook hier!"
"Ja!"
"Wil je het volgend weekend ook komen?"
"Ja!"
"En al die weekenden daarna ook?"
"Ja, tot de dood ons scheidt!"
"En je vindt het niet erg om in de dagen daartussen bij je vriendin te blijven wonen?"
"Wil je dat echt?"
"Ja, tot nader order wel. Ik hoop echt, dat zij het maandag zelf uitmaakt, maar als zij dat niet doet, kan ik het niet over mijn hart verkrijgen om jou nu al helemaal van haar af te pikken. Want ik kan mij, nu ik dit heb meegemaakt, heel erg goed voorstellen, waarom zij dinsdag zo in zak en as zat."
"Dus ik mag het niet met haar uitmaken?"
"Nee, voorlopig niet. Maar als zij nou weer een keertje vreemd gaat, dan mag je haar, wat mij betreft, onmiddellijk dumpen."
"Meen je dat?"
"Ja, dat meen ik. En als over een paar weekjes blijkt, dat je mij daarnet zwanger hebt gemaakt, dan moet je haar zelfs onmiddellijk dumpen."
"Zwanger?"
"Ja, ik ben niet aan de pil en ik kan mij niet herinneren, dat je daarnet een condoom hebt gebruikt."
"O, shit! Daar heb ik helemaal niet bij stilgestaan!"
"Ach, het geeft niet, jochie!", suste zij. "Ik zal er echt geen probleem van maken, als ik zwanger blijk te zijn. Integendeel: ik zal er waarschijnlijk verschrikkelijk gelukkig mee zijn."
"Echt?"
"Ja, echt! Maar het is dus nog niet zeker. En hoe de uitslag over een paar weken ook uit zal vallen: het zal voor ons echt niets uitmaken. Als ik niet zwanger ben, gaan we aan een hele spannende lat-relatie beginnen, en als ik wel zwanger ben..."
"Gaan we onmiddellijk trouwen."
"Precies! Maar nogmaals: zover is het dus nog niet. En om de goden niet al te erg te verzoeken, moet jij nu maar even condooms gaan halen."
"Nee, dat wil ik niet!"
"Je wilt liever het hele weekend op deze manier door blijven neuken?", vroeg zij liefjes.
"Ja, net zo lang tot je zwanger bent."
Zij reageerde daar niet meteen op en hij maakte aanstalten om de daad bij het woord te voegen. Dat bracht haar in een hevige tweestrijd. Gedurende drie volle minuten bleef zij twijfelen en met elke verstrijkende minuut werd haar weerstand zwakker en zwakker. Maar uiteindelijk durfde zij het toch niet aan.
"Nee, niet doen!", riep zij, "Ik wil toch, dat je condooms gaat halen en ik wil, dat je dat nu gaat doen."
"Waarom dan?"
"Omdat ik het wil. En dat moet meer dan genoeg voor je zijn!"
Hij hield op met datgene, waar hij mee bezig was en ging met een treurig gezicht op de rand van het bed zitten.
"Ik vraag het je ook om medische redenen", zei zij, terwijl zij hem liefdevol over de rug streelde.
"Wat bedoel je?", vroeg hij geschrokken.
"Ik heb in de afgelopen maanden de ziekte van Pfeiffer gehad en daar ben ik nog steeds heel erg moe van. En een zwangerschap zo vlak daarna is misschien toch wel een beetje teveel van het goede."
"O, shit! Meen je dat?"
"Ja."
"O, wat ben ik daarnet dan een verschrikkelijke hufter geweest!"
"Nee, liefje, je bent geen verschrikkelijke hufter geweest! Het is waar: ik kan nu zwanger zijn en dat kan dan heel vervelend uitkomen, maar dat neuken van daarnet was precies, wat ik nodig had. Het is waarschijnlijk ook het enige, waar ik op dit moment goed in ben en ik ben ook vast van plan om daar met jouw hulp mee door te gaan. Want met dat zalige neuken van daarnet heb je mij in ieder geval wel van een hele langdurige depressie en een stel hele hardnekkige frustraties verlost."
"Maar wat moet ik nu dan doen?", vroeg hij hulpeloos.
"In de Westerstraat, hier vlak om de hoek, zit een Etos", antwoordde zij glimlachend, "Als je daar nu naartoe gaat en daar een heleboel condooms koopt, dan zal ik je daar echt vreselijk dankbaar voor zijn. Als je dat doet, dan zul je het hele weekend over mijn lichaam mogen beschikken. Dan zul je echt alles, maar dan ook alles met mij mogen doen. En dat geldt dan natuurlijk ook voor al die weekenden daarna."
"Goed, lieverd", zei hij, met een nog steeds wat trieste gelaatsuitdrukking, "Maar als ik het doe, dan zal ik je daar ook echt aan houden. Dan kom je dit weekend ook echt je bed niet meer uit."
"Dat mag, want dat is ook precies de bedoeling."
Het aankleden geschiedde daarna in een ijltempo. Carry keek het lachend aan en haalde, toen hij bijna klaar was, haar huissleutel uit haar broekzak.
"Hier heb je de sleutel", zei zij, de sleutel in zijn hand stoppend, "Dan kun je er zometeen zelf inkomen."
"O, dank je!", zei hij, zichtbaar ontroerd.
"Je mag hem wel houden, hoor!"
"Dank je! Ik zal er heel zuinig op zijn."
"Betekent dat, dat je dit weekend echt niet meer naar je vriendin teruggaat?", vroeg zij liefjes.
"Ja, daar heb je helemaal gelijk in!", antwoordde hij grinnikend, "Maar om het leed voor haar een beetje te verzachten, zal ik straks wel een boodschap inspreken op haar antwoordapparaat in Haarlem."
"Wat ga je dan zeggen?"
"Dat ik dit weekend de hort op ben, maar dat zij zich verder niet ongerust hoeft te maken."
"Dus je komt zometeen echt bij mij terug?", vroeg zij, met een teemstemmetje.
"Ja, natuurlijk!", antwoordde hij, met een felle blik naar haar omkijkend.
"Dat is het goed, liefje! Dan zal ik hier heel geduldig op je blijven wachten."
"Ik had niet anders verwacht!", zei hij voldaan, "Heb je verder nog wat nodig?"
"Nee, ik wil alleen maar, dat je zo snel mogelijk terugkomt."
"Goed, dan ga ik maar meteen."
"Prima."
Hij streelde haar even langs haar wang, wierp nog een laatste, hunkerende blik op haar lichaam, dat zij tijdens het gesprekje op een op een lieve en ondubbelzinnige manier naar hem had toegekeerd en glipte vervolgens, zonder iets te zeggen, de kamer uit.
Eenmaal alleen haalde zij het bovenlaken en de deken van het bed af. Zij vouwde ze op, legde ze tezamen met haar kleren op haar stoel en strekte zich tenslotte weer op het bed uit. Hoewel zij nu pas voelde, hoezeer hij haar in het afgelopen uur had afgemat, schrok zij niet voor haar daarnet gedane belofte terug. Als hij zometeen terugkeerde, zou hij meteen weer lekker aan de gang kunnen gaan.
Dat moment kwam sneller dan zij had verwacht. Vijf minuten na zijn vertrek hoorde zij de huisdeur alweer dichtslaan. Die snelle terugkeer verwarde haar in hevige mate. Bij zijn binnenkomst in de kamer voelde zij zelfs even een vlaag van angst door haar heen gaan, maar de manier, waarop hij zich daarna op haar neerwierp, was van een dergelijke hartveroverende koddigheid, dat zij zichzelf weer vrij snel onder controle had.
"Hoi!", zei zij.
"Dag, lieverd!"
"Heb je ze?"
"Ja, we kunnen voorlopig voort."
"Wil je meteen weer beginnen, of zal ik eerst iets te eten voor je klaarmaken?"
"Ik wil meteen weer beginnen!", antwoordde hij, met een vrolijke glimlach, "Tenzij je natuurlijk iets voor jezelf wilt klaarmaken."
"Nee, ik heb geen honger."
"Maar je hebt wel zin om weer te vrijen?"
"Ja, dat wel."
"Je bent ook er niet te moe voor?"
"Nee, zolang jij het voornaamste werk blijft doen, zal ik daar zeker niet moe van worden."
"Dat is mooi! Maar als het je onverhoopt toch teveel wordt, dan zeg je dat toch wel, hè?"
"Ja, liefje, dat beloof ik je. Maar de kans daarop is echt nihil, hoor!"
"Dat is mooi! En wat zullen we daarna gaan doen?"
"Hoe bedoel je?"
"Gaan we vanavond naar de kroeg? Gaan we uit eten? Of misschien naar de bioscoop?"
"O, nee!", verzuchtte zij, "Daar heb ik echt nog geen fut voor."
"Echt niet?"
"Nee, echt niet! Over een maandje over wat, als ik weer wat sterker ben geworden, dan zullen we de schade, wat dat betreft, wel ruimschoots in gaan halen. Maar nu..."
"Wil je liever thuisblijven en je door mij laten vertroetelen."
"Ja, liever wel."
"Goed, lieverd! Maar wat doen we dan vanavond met eten?"
"Haal straks maar wat bij de Chinees."
"Zullen we daar dan wel samen naartoe gaan? Ik vind het namelijk zo rot om je hier alleen achter te laten."
"Ach, we zullen wel zien."
"Goed."
Hij trok haar wat dichter tegen zich aan, maar scheen toch niet van plan te zijn om al meteen tot ondeugender daden over te gaan.
"Heb je er een beetje zin in?", vroeg zij lachend.
"Ja, nou!"
"Zal het net zo zijn als daarnet?"
"Beter!"
"Qua duur of intensiteit?"
"Beide, want ditmaal ga ik er dus echt van genieten, ditmaal ga ik er dus echt lekker de tijd voor nemen, ditmaal zal ik echt de hele middag met je bezig zijn. Maar dan natuurlijk wel op een dusdanige manier, dat het niet vermoeiend voor je zal zijn."
"Dat is goed, liefje."
Zijn attente houding had haar helemaal gerustgesteld en terwijl zij lachend toekeek, hoe hij zich op zijn gemak begon uit te kleden, kon zij nog maar aan twee dingen denken: aan haar mogelijke zwangerschap en aan de dag, waarop Danny's vriendin in die zo slinks opgestelde valstrik zou stappen. Wanneer die dag zou aanbreken, wist zij nog niet, maar dat die dag zou aanbreken, stond inmiddels wel voor haar vast.

BERT HARBERTS


Terug


Amsterdam, 18 juni 1997. © Bert Harberts