CREMATIE
Dennis en Trudy Harberts liepen hand in hand over de Nieuwe Begraafplaats van Zoetermeer. Ze waren in afwachting van de crematie van Joanna van Noord, een voormalige schoonzuster van Dennis, in het aangrenzende crematorium Meerbloemhof. Het bijwonen van de crematie van Joanna was zeker geen voor de hand liggende zaak voor het echtpaar geweest. De relatie tussen Joanna en Eric, een oudere broer van Dennis, was namelijk al in 1988 beëindigd. Het echtpaar had Joanna daarna alleen nog een keer in 1993 ontmoet en sinds die laatste ontmoeting waren er inmiddels alweer veertien jaar verstreken. Na het overlijden van Joanna was het echter al snel duidelijk geworden, dat de aan een chronische depressie lijdende Eric niet in staat zou zijn om zelf de crematie bij te wonen. Dennis had daarop voorgesteld om voor hem in de plaats te gaan. Het was een aanbod, waarop Eric maar al te graag was ingegaan. Gelukkig voor Dennis, die liever naar de tandarts dan naar begrafenissen of crematies ging, had Trudy erop gestaan om met hem mee te gaan.
Hij keek naar haar mooie, bijna klassieke profiel en besefte, dat zij, net als hijzelf, bijna de leeftijd had bereikt, waarop Grace Kelly was overleden. Het was een ietwat angstaanjagende gedachte onder de huidige omstandigheden, maar hij kon zich er niet echt voor afsluiten, hoezeer ook het uiterlijk van zijn, van gezondheid blakende echtgenote de gedachte aan de dood tot de gedachte aan iets abstracts probeerde te maken. Zij was overigens wel geheel in het zwart gekleed: zij droeg een kort, zwart jasje, een zwart, nauwsluitend jurkje, dat tot net boven de knieën reikte en zwarte nylonkousen. Bij het aankleden had zij overwogen om dure naadnylons aan te trekken; een voornemen, waartegen Dennis op milde wijze protest had aangetekend. Het was volgens hem niet de bedoeling, dat zij bij de komende plechtigheid de show zou stelen. Ondanks haar verweer, dat een dergelijk optreden helemaal in de geest van de overledene zou zijn geweest, was zij uiteindelijk overstag gegaan en had zij een paar naadloze nylons aangetrokken.
Hij keek om naar het crematorium en zag dat de eerste bezoekers naar de ingang liepen. Het was tijd om zich bij hen te voegen. Het was een vreemde gewaarwording voor hem om naar een crematie te gaan, terwijl ze het gros van de bezoekers waarschijnlijk niet eens kenden. Eigenlijk kende het echtpaar alleen maar de dochter van Ria, Daantje, nog redelijk goed, omdat ze haar een paar keer bij Eric hadden ontmoet. De beide zoons, Gerard en Ronald, hadden ze in zeker twintig jaar niet meer gezien. De broer van Ria, Gerard sr., zou er misschien ook wel zijn, maar de beste vriendin van Ria, ene Betty, een in Baarle Nassau woonachtige belastinginspectrice, was enige jaren daarvoor aan een hartaanval overleden.
Dennis dacht nog even na over het ziekteverloop van de overledene. Begin dit jaar was bij Joanna longkanker geconstateerd. De tumor waarvan zijzelf lang had gedacht, dat hij goedaardig was, bleek uiteindelijk toch kwaadaardig te zijn en was op een gegeven moment ook naar haar bekken uitgezaaid. Een beroerte tijdens een van de eerste chemokuren was Joanna eigenlijk fataal geworden. De laatste weken van haar leven had zij in een hospitium doorgebracht. Het ziekteverloop van Joanna was vrijwel hetzelfde was geweest als dat van de vader van Eric en Dennis. De overeenkomsten tussen de ziekte en dood van Joanna en de oude Harberts hadden vooral Eric hard geraakt. Ondanks de breuk in 1988 had hij de band met Joanna nooit verbroken: ze waren altijd goede vrienden gebleven. Dennis had zeer met hem te doen en besefte al drentelend over dit idyllische kerkhof, dat hun komst naar de aanstaande crematie toch echt een mooie daad van mededogen was.
"Zullen we naar de aula gaan?", vroeg hij.
"Goed, lieverd."
Ze keerden op hun schreden terug en liepen in de richting van het crematorium. Er liepen nu meer mensen over de oprijlaan naar het crematorium. Dennis hoorde, hoe Trudy's kousen tijdens het lopen langs elkaar heen schuurden. Het was een plezierig geluid, dat hem in een wat dromerige stemming bracht. Hij dacht terug aan het midden van de jaren '80, toen hij en Trudy regelmatig in Joanna's huis aan de Van Oudshoornhove hadden gelogeerd en ook regelmatig op een smal luchtbed in de huiskamer hadden geslapen. Het was een mooi, groot huis geweest, dat aan de achterzijde op een slootje had uitgekeken. De veranda van de huis had als een soort steiger boven het water gehangen; het was daardoor een perfect plekje voor een barbecue geweest en die barbecues hadden daar dan ook regelmatig plaatsgevonden. Danny's beeld van de redelijk vrolijke jaren '80 werd mede gevormd door zijn herinneringen aan die gezellige barbecues, de vrolijke jaarwisselingen met Joanna, Eric, de kinderen en Trudy en de heimelijke vrijpartijen met Trudy op dat luchtbed in de huiskamer.
Sommige muziekhits uit met midden van de jaren '80 waren ook regelrechte 'Zoetermeer-hits'. Dat Zoetermeer-label hing bijvoorbeeld aan 'Last Christmas' van Wham, aan 'Nikita' van Elton John, aan 'You're the inspiration' van Chicago en aan 'I wanna dance with somebody' van Whitney Houston. Hetzelfde gold voor de films en tv-series, die ze in die periode op de televisie hadden gezien. Films als het maffe 'It's a mad, mad, mad, mad World' van Stanley Kramer, 'The Party' van Blake Edwards met de altijd briljante Peter Sellers in de hoofdrol, het zeer vertederende en de zeer humoristische 'Gregory's Girl' van Bill Forsyth en geweldige tv-series als Taxi, Cheers, en vooral dat prachtige, ongelooflijk sfeervolle Hill Street Blues, ze deden Dennis dus allemaal aan de periode-Zoetermeer denken.
Ze betraden het crematorium en liepen met de andere bezoekers naar de ruime en langgerekte wachtkamer. Wat Dennis al had verwacht, gebeurde ook daadwerkelijk: ze kenden helemaal niemand, maar trokken daarentegen toch wel de nodige aandacht. Dat laatste gaf Dennis een nogal onbehaaglijk gevoel; hij had het nooit prettig gevonden om in het middelpunt van de belangstelling te staan, vooral als het o zo krachtige sexappeal van zijn vrouw daar de oorzaak van was. Toch bleef Dennis doorlopen tot ze het andere einde van de wachtkamer hadden bereikt. Hij had wel door, dat Trudy van de aandacht genoot en gunde haar dat pleziertje ook wel. Toen ze in de verste hoek van de wachtkamer waren gaan zitten, hield zij die aandacht ook nog even vast door uitgebreid haar kousen op ladders te controleren. Dennis zag het en dacht op het moment toch echt de bulderende lach van Joanna te horen.
"Zitten je jarretelles eigenlijk nog wel allemaal vast, Tantaluskwelster?", fluisterde hij.
"Ik geloof het wel", antwoordde zij, met een dankbare blik in haar ogen, "Maar als je het zeker wilt weten, wil ik dat ook nog wel even controleren."
"Doet u dat maar niet, Tantaluskwelster! Joanna lacht zich nu al te pletter daarboven."
"Hoor jij dat gelach dan ook?"
"Ja, ik hoor het ook!", antwoordde hij grinnikend.
In de aangrenzende kamer was op dat moment ook wat geroezemoes te horen en Dennis vermoedde, dat de afscheidsplechtigheid nu elk moment kon beginnen. Dat vooruitzicht trok hem bepaald niet aan. Zonder het echt te beseffen liet hij zijn rechterhand over Trudy's linkerknie glijden. Een voorrecht, dat zij hem overigens genadiglijk toestond.
"Volgens mij lacht Joanna nu net zo hard als toen op die ochtend van Nieuwsjaarsdag 1985!", zei zij, met een vage glimlach.
"Toen zij ons bij het vrijen betrapte, bedoel je?"
"Ja."
"Hm, ik was toen toch wel blij, dat we nog niet echt bezig waren."
"Tja, maar het was natuurlijk toch wel een beetje gênant!"
"Hm, zij was echt gek op jou, hè?"
"Ja, en het was geheel wederzijds, hoor! Zij is eigenlijk wel een soort grote zuster voor mij geweest."
"Ja, zo gedroeg zij zich ook tegenover jou."
"Ja, we waren voor elkaar de zusters, die we allebei nooit hebben gehad."
"Je was volgens mij ook het Barbiepopje, dat zij nooit heeft gehad. Dat heeft zij ook een keer letterlijk zo tegen mij gezegd."
"Ja, en dat heb ik mij ook altijd graag laten aanleunen. En daarom voel ik mij ook wel een beetje schuldig, dat we elkaar na 1993 uit het oog zijn verloren."
"Tja, maar zo lopen die dingen nu eenmaal. Familieleden en vrienden gaan altijd kiezen na een echtscheiding of een relatiebreuk. Dat zit nu eenmaal in onze genen ingebakken."
"Toch vind ik de gedachte bijna niet te verdragen, dat we tijdens haar ziekte niets van ons hebben laten horen. Daar zal ik nog heel lang spijt van hebben."
"Het is ook allemaal ook zo snel gegaan na de ontdekking van die kwaadaardige tumor. De beroerte kwam heel snel na het begin van de chemokuur en na die beroerte was zij ook niet meer aanspreekbaar en werd zij ook al heel snel in dat hospitium opgenomen."
"Ze was dan wel niet meer aanspreekbaar in dat hospitium, maar zij had nog wel de wilskracht om daar in dat hospitium elke vorm van sondevoeding te weigeren. Je kunt dus niet zeggen, dat zij in coma lag; zij had ons dus vast nog wel herkend als we daar voor een keer op bezoek waren gaan."
"O, shit, daar heb ik helemaal niet bij stil gestaan!"
"Snap je nou waarom ik per se mee wilde? En waarom ik bij wijze van eerbetoon aan Joanna vanmorgen zo graag mijn fully fashioned nylons had aangetrokken?"
"Ik snap het, liefje!"
De deur van de aula ging open. De uitvaartleider verscheen in de deuropening en vroeg de bezoekers om hem te volgen. De aula bleek een niet al te groot, ovaalvormig vertrek te zijn. Het plafond en de wanden waren witgeschilderd; de paarse stoelen waren heel eenvoudig en zagen er niet al comfortabel uit. De blankhouten kist stond vanzelfsprekend in het midden van de zaal. Er lag een mooi, eenvoudig bloemstuk op; op een tafeltje naast de kist stond een kleine tafel met een groot aantal, nog niet aangestoken waxinelichtjes. De drie kinderen en de broer van de overledene stonden voor de kist en Daantje wisselde een blik van verstandhouding uit met elke binnenkomende bezoeker. Bij de binnenkomst van Dennis en Trudy verscheen er zelfs een blij verraste glimlach op Daantjes gezicht. Ze knikten vriendelijk terug, zochten twee stoelen uit, die recht tegenover de kist stonden, en gingen zitten. De aanblik van Daantje had Dennis nogal geschokt: zij was in de afgelopen jaren toch echt tot het levende evenbeeld van haar moeder uitgegroeid.
Toen alle bezoekers hadden plaatsgenomen, nam de uitvaartleider opnieuw het woord. Hij heette alle bezoekers welkom en zei, dat hij eerst het woord aan Daantje wilde geven. Daantje stond op en ging met een kalme gelaatsuitdrukking naast de kist staan:
"Hallo!", zei zij, "Ik ga dus geen toespraken houden. Daar was mijn moeder niet het type voor en daar ben ik ook niet het type voor. In plaats daarvan gaan we naar wat muziek luisteren. De muziek waar mijn moeder gek op was, haar drie lievelingsnummers om precies te zijn."
Zij knikte en ging weer zitten. Meteen daarna begon het eerste muziekstuk: 'Who wants to live forever', van Queen. Dennis herkende de muziek, maar niet meteen de titel. Hij herinnerde zich ineens wel weer, dat Joanna naar eigen zeggen "helemaal leip" van Queen was geweest. Dat gold niet echt voor Dennis, maar ditmaal trof de muziek wel doel bij hem. Het duurde niet lang voordat de tranen bij hem over de wangen biggelden. Trudy had daarnet gelijk gehad: ze hadden best wel wat meer belangstelling mogen tonen in de laatste maanden van Joanna's leven. Ze hadden zich, wat dat betreft, achter de rug van Eric verscholen en ze waren pas achter Erics rug vandaan gekomen, toen het te laat was.
Hij was niet de enige, die tegen zijn tranen moest vechten. Ook Trudy had vochtige ogen. De ontroering was eigenlijk wel algemeen. Dennis vond het ineens helemaal niet zo erg meer om voornamelijk te midden van vreemden te zitten. Er was natuurlijk ook iets wat hen allemaal bond: hun rouw om dat fantastische wijf uit de Haagse Schilderswijk, waarvan ze nu afscheid moesten nemen. Hij keek even naar Daantje, haar broers en haar oom. Daantje had zichzelf nog steeds redelijk onder controle; haar oom en broers, en dan vooral Gerard, hadden het zichtbaar moeilijker met zichzelf. Dennis kende natuurlijk de achtergrond van de drie kinderen. Ze hadden hun vader ook aan aan kanker verloren, maar dan op jongere leeftijd: Gerard was dertien geweest, toen zijn vader stierf, Ronald drie en Daantje was zelfs pas vlak voor het overlijden van haar vader geboren. In de afgelopen dertig jaar was Joanna er wél altijd voor hen geweest. Dennis kon heel goed invoelen, wat het verlies van hun laatste ouder voor hen betekende: het was hem namelijk ook overkomen. Hij had zijn moeder ook vlak na zijn geboorte verloren en zijn vader had zijn moeder ook iets meer dan dertig jaar overleefd.
Daantje en hij waren dus lotgenoten. Hij en Trudy hadden haar ook altijd graag gemogen. Ze hadden haar van een kind van negen tot een knappe, dertienjarige puber zien uitgroeien. Het echtpaar was zelfs een keer met Daantje naar een concert van Madonna geweest en ook dat was, ondanks de abominabele kwaliteit van dat concert, een herinnering om te koesteren. Hij was blij, dat zij en Eric nog wel regelmatig contact hadden. Eigenlijk had Eric toch wel soepeltjes de vaderrol voor het drietal overgenomen en met het spelen van die vaderrol was hij ook na de breuk met Joanna doorgegaan. Vooral de band met Daantje was heel hecht.
Queen ruimde voor even het veld en werd door Eric Clapton afgelost, met het voor de hand liggende 'Tears in heaven'. Het nummer had een wat ontredderende uitwerking op Dennis. Voor zijn gevoel zorgde Clapton, het grootste idool van zijn broer Eric, er voor, dat zijn broer ineens wel degelijk bij de plechtigheid aanwezig was. Eric wist natuurlijk ook, dat de plechtigheid op dit moment gaande was. Dit was ook niet zomaar een crematie. Dit was ook het definitieve einde van de 'Eric van Zoetermeer', de vrolijke vent en de trouwe gabber van Dennis, die de laatste, gelukkige jaren van zijn leven aan de zijde van Joanna had doorgebracht. Na zijn vertrek uit het huis van Joanna, veroorzaakt door het begin van zijn depressie, was Eric namelijk nooit meer de oude geworden. Dennis besefte ook wel, wat er door Eric op dit moment moest heengaan. Joanna was simpelweg zijn grote liefde geweest. Nu zij er niet meer was, moest er ook een stukje van hem zijn afgestorven. De dood van Joanna was voor Dennis dan ook een eerste aankondiging van de dood van Eric en daarmee ook een eerste aankondiging van zijn eigen dood en die van Trudy.
Hij zag, dat Trudy hem met betraande ogen aankeek en versterkte zijn greep op haar hand. Hij vermoedde, dat zij met dezelfde gedachten worstelde. Daar was ook alle reden toe. Ook zij hadden de beste tijd van hun leven nu wel achter de rug. Over drie maanden zouden ze allebei tweeënvijftig zijn, over acht jaar zouden ze zestig zijn. Simon Carmiggelt had gelijk gehad: beetje bij beetje nam de dood bezit van hen. Als ze geluk hadden, hadden ze nog een jaar of twintig voor de boeg; als ze pech hadden, zoals Joanna, die vijfenzestig was geworden, zouden ze de zeventig niet eens halen. Dennis deed daarna geen enkele moeite meer om zijn tranen te bedwingen. Het mengsel was ook te machtig voor hem. De dood van Joanna, de ziekte van Eric, zijn angst om Eric en Trudy verliezen, zijn eigen doodsangst, hij had voor zijn gevoel redenen genoeg om te huilen en deed dat dus ook. Voor Joanna, voor Eric, voor Trudy en voor hemzelf.
De laatste klanken van Clapton stierven even later weg en daarna namen Freddie Mercury en zijn kompanen weer bezit van de luidsprekers, ditmaal met 'The Show must go on' . Ook dit nummer maakte een diepe indruk op Dennis. Het was natuurlijk ook de perfecte en meest passende afsluiting van deze plechtigheid. Hij zag, hoe Daantje, Gerard en Ronald opstonden en van de uitvaartleider drie kaarsen kregen uitgereikt. Terwijl ze een voor een de waxinelichtjes begonnen aan te steken om ze daarna een voor een op de kist te plaatsen, bracht Dennis een laatste groet aan zijn overleden schoonzuster uit. Die afscheidsgroet bestond slechts uit twee woorden, maar hij wist in dat geprevelde "Dag, Joanna!" zonder moeite al zijn gevoel te leggen.
BERT HARBERTS
| Terug |
|
Amsterdam, 17 september 2011. © Bert Harberts