HUNGRY HEARTS

Het vijf-eurobiljet waaide weg, voordat Dennis er erg in had. Hij zag het bekommerd aan, maar de kelner aan wie hij dat biljet had willen overhandigen, liep er kwiek achteraan en wist het te grijpen, voordat het verder het Vrijthof op zou waaien.
"Sorry!", riep Dennis, "En laat de rest maar zitten!"
"Dank u", was de nuchtere reactie.
Trudy wierp Dennis een spottende blik toe. Zijn spreekwoordelijke onhandigheid was al meer dan dertig jaar een onuitputtelijke bron van vermaak voor haar.
Het echtpaar was eergisteren uit Praag teruggekeerd en hadden op deze kille, laatste maartdag van het jaar 2004 opnieuw geen weerstand aan hun reislust kunnen bieden. De reden daarvan was min of meer van huiselijke aard. Conny, Trudy's, drieënzeventigjarige moeder, logeerde al bijna bijna twee maanden in hun Heemskerkse flatje en dat bracht enige aanpassingsproblemen met zich mee, waarmee het echtpaar het af en toe een beetje moeilijk had. Conny's logeerpartij zou overigens niet lang meer duren: Trudy had voor Conny een ander flatje in Heemskerk gekocht, waarin Conny tot haar dood zou mogen blijven wonen. De verhuizing was al voor volgende week woensdag gepland. Het echtpaar had dus nog een weekje de tijd om even te relaxen en er af en toe op uit te trekken.
Terwijl Trudy even in haar handtas rommelde, keek Dennis haar van opzij aan. Haar haren waren vrij lang voor haar doen. Het goudblonde haar hing tot over haar schouders, hetgeen haar zonder meer iets meisjesachtigs gaf. Haar kleding, die door haar lange, zwarte regenjas voor een groot deel aan het gezicht werd onttrokken, versterkte die indruk nog. Zij droeg een lange, beige en met rode bloemetjes versierde jurk, zwarte nylonkousen en zwarte, sjiek ogende lakschoenen. De jurk beviel hem zeer. Hij had een nogal diep decolleté en omdat zijn dierbare echtgenote, voor het eerst in haar achtenveertigjarige leven, haar mooie, maar niet al te grote borsten in een blauwe push-up beha had gehuld, was het resultaat daarvan zowel hooglijk bevreemdend als hooglijk opwindend geweest. Gedurende de hele reis van Heemskerk naar Maastricht had hij zijn ogen niet van haar af kunnen houden.
"Wat gaan we vandaag doen?", vroeg hij.
"Vrijen, natuurlijk!", was het opgewekte antwoord.
"De hele dag?"
"Ja, waarom zijn we anders helemaal naar Maastricht afgereisd?"
"Hm, ik voelde mij wel een beetje schuldig tegenover het oude paard, toen we vanmorgen weer zo snel weggingen", zei hij, doelend op zijn dierbare schoonmoeder. "Ik ook wel een beetje! Ik weet ook niet, waarom ik vanochtend meteen weer meteen weg wilde gaan. Ik kan er weliswaar niet zo goed tegen, dat zij in de logeerkamer ligt als wij aan het vrijen zijn, maar dat is geen echt goede reden, natuurlijk."
"Besef je eigenlijk wel, dat je daar dertig jaar geleden helegaar geen probleem van maakte? En dat zowel mijn vader als het oude paard wel eens heeft moeten horen, dat jij en ik op een nogal luidruchtige manier klaar kwamen?"
"Ja, dat besef ik dus wel degelijk", antwoordde zij lachend, "Maar de ouderdom komt nu eenmaal met gebreken."
"Tja, het is natuurlijk niet niks om na een rustig, afgeschermd huwelijksleven van bijna dertig jaar ineens weer met je moeder te moeten samenleven."
"Nou... Nee, nou maak je er weer een te groot probleem van. Ik vind het echt heerlijk om haar de hele dag om mij heen te hebben en om de hele dag met haar te kunnen kletsen en kibbelen. Ik vind het alleen wel een beetje jammer, dat we op het ogenblik alleen maar 's avonds en 's nachts in de slaapkamer kunnen vrijen. En dat we het even niet in de keuken, in de badkamer, op de veranda of op de tafel kunnen doen."
"En daarom zitten we nu dus tot morgenochtend in Maastricht!"
"Precies!"
"En kan ik je dus niet tot mijn Favoriete Maastrichtse Stadswandeling verleiden."
"Nee, ik wil nu zonder omweg naar het hotel! Dat mooie Stokstraatkwartier van jou kan mij gestolen worden."
"Ach, jee! Wat jammer nou!"
"Ik heb het ook veels te koud op het ogenblik. Het jurkje, dat ik nu aan heb, is echt veels te dun."
"Wel, laten we dan maar gauw naar het hotel gaan."
"Hee! Hoe heb ik het nou? Wordt er tegenwoordig helemaal niet meer tegengestribbeld?"
"Nee, ik heb gewoon trek in dat lekkere lijf van jou! Dus wat heeft het dan voor zin om voor de vorm een beetje tegen te stribbelen?"
"Ach, jee! Wat een simpel push-up behaatje al niet bij een man teweeg kan brengen!"
"Ja, hè?", beaamde hij lachend.
Ze stonden op en liepen hand in hand het Vrijthof op. Het was er vrij druk. De terrasjes aan de cafékant van het Vrijthof zaten op dit lunchuur mudvol. Dennis zag het glimlachend aan. Hij was blij, dat ze daarnet een café aan de kerkkant van het Vrijthof hadden uitgekozen. Trudy huiverde onderwijl in haar regenjas. Dat vertederde hem. Zij had het dus echt koud en hij nam zich voor om haar rechtstreeks naar het hotel te brengen. Een voornemen, waarvan hij overigens meteen weer afstapte, toen ze over de Grotestraat en langs het filiaal van De Slegte liepen.
"Zullen we effe bij De Slegte naar binnengaan?", vroeg hij.
"Waarom?"
"Omdat ik op zoek ben naar een nieuw exemplaar van 'De Zebra', dat leuke boek van Alexandre Jardin."
"Dat leuke boek, dat je toen, zonder er bij na te denken, aan Eric hebt gegeven?", vroeg zij, doelend op zijn jongste broer.
"Ja, precies!"
"Waarom heb je dat toen eigenlijk weggegeven?"
"Omdat het slecht afloopt! 'De Zebra' legt namelijk het loodje aan het einde van het boek. Hij sterft op vijfenveertigjarige leeftijd aan leukemie."
"Hm, is een slechte afloop een goede reden om een boek weg te geven?"
"Tja... Toen wel, ja!"
"Maar nu heb je daar dus spijt van."
"Precies!"
"En durf je dat boek niet meer terug te vragen."
"Ja, want eens gegeven blijft natuurlijk gegeven."
"En waarom wil je dat malle boek nu wel weer hebben?"
"Omdat ik nu achtenveertig ben en de vijfenveertig dus ruimschoots ben gepasseerd."
"Aha! Dus je hebt niet alleen Jane Austen, Nikolaj Gogol, Guy de Maupassant en Anton Tsjechow overleefd! Je hebt dus ook 'De Zebra' overleefd!"
"Ja, en dat moet natuurlijk worden gevierd!"
"Met een nieuw exemplaar van 'De Zebra'?"
"Ja, en een wilde middag en avond in hotel 'Beaumont'."
"Hm, je begint mij een beetje te gretig te worden!"
"Hahaha! Meen je dat nou?"
"Daar mag je niet om lachen, imbeciel! Want volgens de aloude seksetiquette moet ik je nu een beetje af gaan remmen."
"Fuck de aloude seksetiquette!", riep hij grinnikend.
"Goed zo! We hebben ons nooit iets aan die aloude seksetiquette gelegen laten liggen en ik zie eigenlijk geen reden om daar op onze ouwe dag verandering in te brengen." "Je bent er gewoon veels te geil voor, zul je bedoelen."
"Ja, schatje!", riep zij lachend, "Je hebt gelijk: ik ben er inderdaad gewoon veels te geil voor."
"Dat is een prima reden om toch even De Slegte binnen te gaan", zei hij, meteen de daad bij het woord voegend.
Ook bij De Slegte was het tamelijk druk, maar ze waren hier wel vaker geweest en Dennis wist dus precies in welke hoek hij moest zijn. Terwijl hij neerknielde bij de sectie 'J' van de 'Literatuur vertaald', zag hij, hoe zijn vrouw op een van de donkerbruine, plastic krukken neerzeeg en heel kalm de knopen van haar jas begon los te maken. Zij stopte pas bij de vierde knoop van boven, waardoor zij hem en de andere klanten een blik op haar fraaie decolleté met de blauwe beha gunde. Hij kreeg het er niet makkelijker door, maar toen hij naast de dikke boeken van Arthur Japin ineens de dunne, zalmkleurige kaft van 'De Zebra' had ontdekt, was hij Trudy en haar fraaie decolleté voor even vergeten.
Hij nam het boek ter hand, sloeg het open en zag op pagina vijf het motto van 'De Zebra' staan: "Voor Hélène, natuurlijk. Opdat zij nooit vergeet om met mij te vrijen." Hij schoot in de lach en ging meteen rechtop staan. Helaas voor hem deed hij dat iets te snel, waardoor hij even een lichte aanval van duizeligheid te verwerken kreeg, maar na een paar seconden was hij alweer in staat om zich met het boek in de hand naar zijn vrouw te begeven.
"Heb je het?", vroeg zij, met een lief lachje.
Hij gaf niet meteen antwoord. Dat kon hij ook niet, want hij keek nu van boven op dat fraaie decolleté van Trudy neer, en dat benam hem toch even de adem. Hij wist natuurlijk, dat het nep was, maar dat besef leek op dat moment niet echt tot hem door te dringen. Trudy had niet veel consideratie met hem.
"Je moet niet zo naar mijn borsten gluren!", zei zij grijnzend, terwijl zij zelf een peilende blik op zijn kruis wierp.
"Dat maak ik zelf wel uit, geil loeder dat je bent!"
"Je bent zelf een geil loeder!"
"Dat kan ook niet anders, want ik ben een Schorpioen!"
"Geen 'Zebra'?"
"Ja, dat ben ik ook. Maar ik ben ook een Schorpioen! En Schorpioenen zijn..."
"Jaloerse, geile, driftige en wraakzuchtige strebers. Ja, dat weet ik, dat heb je mij wel eens eerder verteld."
"Ik ben anders helegaar geen streber."
"Dus ben je dus geen echte Schorpioen!"
"Wel waar!", zei hij, op wervende toon, "En jij ook! Maar doordat wij allebei, in onze hoedanigheid van Oktoberschorpioenen, dicht bij de Weegschalen zitten, worden onze slechte Schorpioeneneigenschappen een beetje verzacht. De rede van de Weegschaal neutraliseert ons heftige gevoelsleven een beetje, zodat onze goede Schorpioeneneigenschappen veel beter uit de verf komen."
"Goede eigenschappen? Hebben Schorpioenen dan ook goede eigenschappen?"
"Natuurlijk hebben Schorpioenen goede eigenschappen! Ik bedoel maar..."
"Noem er eens drie!"
"Waarom drie?"
"Omdat je er volgens mij geen een kunt noemen."
"O, nee? Kan ik dat niet? Kan ik dat niet?"
"Nee, dat kun je niet! Dat kun je niet!"
"Welles! Welles!"
"Nietes! Nietes!"
"Wel waar! Wij Schorpioenen zijn namelijk hondstrouw, uitermate charmant, uitermate zorgzaam, uitermate vasthoudend, we hebben over het algemeen torenhoge IQ's en EQ's...
"En we zijn gek op seks!"
"Precies! En dat zijn er dus al zes!"
"Niet waar! Dat zijn er al zeven! Het IQ is iets heel anders dan het EQ."
"Precies! I rest my case!"
"En we hebben dus ook nog een flinke talenknobbel!"
"En dan heb ik het nog niets over ons wat kinderlijke gevoel voor humor gehad!", riep hij grinnikend.
"En ons onuitputtelijke vermogen om slap te ouwehoeren!"
"Precies! En om daar nu een einde aan te maken, ga ik nu mijn laatste aanwinst afrekenen."
"Goed, mijn lief!"
Ze liepen naar de kassa, waar Dennis voor zijn 'laatste aanwinst' slechts vijf euro hoefde neer te tellen. Een paar minuten later liepen ze weer over de Grotestraat. De zon was inmiddels achter de wolken verdwenen. Trudy had haar jas weer dichtgeknoopt, maar zij bleek het nog steeds koud te hebben. Dennis zag dat bezorgd aan.
"Zullen we een taxi nemen?", vroeg hij.
"Ben je nou helemaal betoeterd? Het is maar een klein stukkie!"
"Op dat kleine stukkie kun je anders best een flinke verkoudheid oplopen."
"Ik huiver niet alleen om de kou."
"Waarom huiver je dan wel?"
"Om mijn schuldgevoel jegens mam."
"Dat is vast een onnodig schuldgevoel!", riep hij lachend.
"Dat is geen onnodig schuldgevoel! Zij kan over een jaar, of over een maand, of over een week, of morgen wel dood zijn en het enige, waar ik op dit moment aan kan denken, is een wilde vrijpartij met jou."
"Zoals je het nu zegt, lijkt het net of we een stel hedonistische hufters zijn, die alleen maar aan onszelf en ons eigen genot en plezier denken."
"Zijn we dat dan niet?"
"Nee, dat zouden we pas echt zijn als we je moeder nu niet zouden vragen om ons, op onze kosten, achterna te reizen."
"O, wat een briljant idee!", riep zij, ineens heel vrolijk, "Bel jij haar, of zal ik haar bellen?"
"We hoeven haar helegaar niet te bellen."
"Waarom niet?"
"Omdat zij er al aan komt!"
"Hè?"
"Zij heeft op mijn aandringen ook een kamer in 'Beaumont' gereserveerd. Zij zal er nu wel zijn, denk ik."
"Op jouw aandringen?", vroeg Trudy schaterend.
"Ja, ik kon het niet over mijn hart verkrijgen om haar meteen weer alleen te laten, dus ik heb haar gezegd, dat zij ons maar achterna moest reizen."
"Dat meen je niet!"
"O, jawel! Want ik had er al zo'n voorgevoel van, dat jij je in de loop van de dag heel erg schuldig zou gaan voelen."
"O, wat ben jij een gigantische..."
"Etterbak?"
"Precies! Wat zei zij eigenlijk, toen je het voorstelde?"
"Zij vond het een prima plan! 'Dat zal haar leren, om haar oude moeder zo snel weer alleen te laten!', zei zij gniffelend."
"O, wat gaaf, dat mama naar ons toe komt!", kraaide Trudy uit.
"Ja, als het goed is, is zij precies een uur na ons vertrek op de trein gestapt."
"Dus zij komt rondom deze tijd op het station aan."
"Ja, als alles goed is gegaan wel, ja."
"O, dan moeten we opschieten!"
"Waarom?"
"Ik wil haar van het station afhalen."
"We hoeven helegaar niet op te schieten. Zij zal mij een sms'je sturen als zij in Roermond aankomt. En dan zal het nog wel een half uurtje duren voor zij in Maastricht aankomt. Dus ik denk, dat zij een beetje verlaat is."
"Hm, het is toch wel handig, dat jij nu ook een mobieltje hebt."
"Tja, ik ben er ook al aardig aan verslaafd geraakt."
"Ach, iedereen heeft zo zijn verslavingen. Daar hoef je je helegaar niet voor te schamen."
"Dat is een hele geruststelling!"
Op dat moment werd Trudy opnieuw een beetje door de kou bevangen. Iets, wat Dennis verbijsterd aanzag.
"Jezus!", riep hij, "Wat is er met in godsnaam met je aan de hand?"
"Ik weet het niet!" antwoordde zij klappertandend, "Ik heb het echt nog nooit zo koud gehad. Ik zou het liefst onder drie dekbedden willen kruipen."
"Shit! Daar moeten we echt wat doen, hoor!"
"Hm, ik ga maar snel een warmere jurk kopen. Als ik vanavond in deze jurk met jou en mama aan de boemel ga, overleef ik het waarschijnlijk niet."
"Waar wil je dat dan doen?"
"Kweenie! Misschien bij V&D, of zo. Het hoeft niet echt een sjieke jurk te zijn, als hij maar lekker dik is."
"Hm, laten we maar gauw naar de V&D gaan!"
"Tja, maar de kans, dat zij daar nu nog een mooi winterjurkje op voorraad hebben, is natuurlijk niet zo heel erg groot."
"Het valt in ieder geval te proberen."
Ze gingen de V&D binnen en liepen naar de roltrap toe. Ze gingen de V&D binnen en liepen naar de roltrap toe. Trudy leek het inmiddels wel wat warmer te hebben, maar zij zag er toch nog heel bleek uit.
"Zullen we zometeen ook maar een kop snert in 'La Place' gaan eten?", vroeg hij. "Dat is een heel goed idee!"
"Ja, hè? Het is ook een heel gezellig plekkie om op het sms'je van het oude paard te wachten."
"En om mijn mooie, nieuwe, sexy jurkje aan je te showen."
Ze waren inmiddels bij de roltrappen aangekomen en na de derde roltrap liepen ze de damesconfectieafdeling op, waar het echtpaar aan een kalme rondgang langs de rekken met jurken begon. De eerste poging was eigenlijk al raak: toen Trudy een wit, wollen jurkje met een grote kraag voor haar lichaam hield, was zij meteen verkocht.
"Deze moet ik hebben!", zei zij.
"Hij is mooi!", zei Dennis, opgelucht over de snelle keuze.
"Ik ga hem meteen passen!"
"Goed, kindje!"
Zij keek om zich heen, vanzelfsprekend op zoek naar paskamers. Zij vond die paskamers al snel en zij liep er daar hollend naartoe. Dennis volgde haar met een wat rustiger tred. Wachtend bij de paskamer, keek hij even op zijn mobieltje. Hij vermoedde, dat hij daarnet het sms'je van Conny had gemist. Dat bleek echter niet het geval te zijn: het schermpje gaf aan, dat er geen nieuwe berichten waren binnengekomen.
Intussen had Trudy het nieuwe jurkje al aangetrokken. Zij trok het gordijn opzij en stapte glunderend het pashokje uit. Het jurkje stond haar fantastisch. Het sloot nauw om haar lichaam en accentueerde de echte en fake-rondingen van dat lichaam op een zeer charmante manier.
"En...", begon zij, "Wat vind je ervan?"
"Ik eh...", antwoordde hij, "Ben er sprakeloos van!"
"Dat is mooi! Hm, ik zou het eigenlijk best wel aan willen houden. Het is echt een stuk warmer dan dat andere vodje."
"Hm, dan ga je, als je hem zometeen hebt betaald, toch even naar het toilet om je om te kleden. Als we naar 'La Place' gaan, komen we er toch langs."
"O, wat ben je toch een slimme jongen!"
Zij ging het pashokje weer binnen en wisselde opnieuw van jurk. Zij deed dat neuriënd. Het was een deuntje, dat hij meteen herkende: het was 'Hungry Heart' van Bruce Springsteen, afkomstig van zijn diens dubbel-lp: 'The River'. Ze hadden die lp ontdekt, toen ze de zolder van hun oude huis hadden leeggeruimd en daarbij op een enorme hutkoffer met de platen van Eric waren gestoten. De hutkoffer had vele lp's bevat, die oorspronkelijk van Dennis en Trudy waren geweest en 'The River' was daar een van. 'Hungry Heart' was eigenlijk het enige goede nummer op de lp, maar sinds Dennis het nummer weer een paar keer had beluisterd, was hij er weer helemaal weg van. Het was de muziek, die het hem deed; de tekst was in het geheel niet op hem en Trudy van toepassing. Misschien wel op het huwelijk van haar ouders. De zin 'Like a river, that don't know, where it's flowing, I took a wrong turn and I just kept going' had best op de grafsteen van haar vader en eigenlijk ook wel op de toekomstige grafsteen van haar moeder kunnen staan.
Trudy kwam weer in haar oude jurkje en haar jas het pashokje uit en liep vervolgens doelbewust naar de kassa toe. Dennis volgde haar met een flauwe grijns op zijn gezicht. Haar tred had namelijk iets uitdagends. Die korte lunch in 'La Place' zou vermoedelijk wel weer een lichtelijk ondeugend samenzijn gaan worden. Zij betaalde de jurk met haar creditcard van de Postbank en nam de jurk vervolgens met een kinderlijk lachje in ontvangst. Tijdens de korte wandeling naar het toilet op de vierde verdieping greep zij zijn hand.
"Waar heb ik dat nou weer aan verdiend?", vroeg hij lachend.
"Ik ben zo blij, dat mama naar ons toe komt! En dat heb ik toch echt aan jou te danken."
"Daarnet was je nog van plan om mij op deze middag helemaal suf te neuken."
"Ach, vanaf volgende week woensdag hebben we weer het rijk alleen en dan kunnen we het echt weer op elk moment van de dag gaan doen."
"Dat is waar. En als je dat malle, push-up behaatje blijft dragen, zal dat ook heus wel gebeuren."
"Jezus!", riep zij, ineens heel blijmoedig, "Ik had dat malle ding veel eerder moeten kopen!"
"Ach, wat zal ik daar nou van zeggen?" "Hm, als mama eenmaal is verhuisd en zij mij dus niet meer elke dag met mijn sexy kleding kan pesten, ga ik een heleboel van die malle push-up behaatjes aanschaffen."
"Wat is een heleboel?"
"Minimaal zeven en misschien wel meer."
"Oh, dat meen je niet!"
"Dat meen ik wel! Ik barst door dat malle ding ineens weer van het zelfvertrouwen en dat mag best wel wat geld kosten."
"O, lieve God! Sta mij bij!"
"Hihihi! O, wat zal het heerlijk zijn als je weer de hele dag als een hondje achter mij aanloopt."
"Alsof ik dat al niet dertig jaar doe!"
Zij kwamen bij de toiletten aan en Trudy verdween snel in het damestoilet. Tijdens het wachten op haar terugkeer haalde hij nog maar eens zijn 'Vodafoontje' uit zijn binnenzak. Er was nog steeds geen berichtje van Conny binnengekomen, hetgeen hem ineens een vaag gevoel van onrust gaf. Het was niets voor Conny om te laat op een afspraak te komen. Door de terugkeer van een stralende Trudy verdween dat onrustgevoel voor even. Zij liet haar hand weer in de zijne glijden en leidde hem naar de roltrap naar de vijfde verdieping, waar zich het Maastrichtse filiaal van 'La Place' bevond.
"Wil je zometeen echt snert eten?", vroeg zij, bij het betreden van het restaurant.
"Ja, natuurlijk wil ik zometeen snert eten, ik bedoel maar..."
"Nou, goed dan! Dan neem ik ook snert!"
"Alleen snert? Of wil je er nog een glaasje Ranja bij?"
"Nee, ik wil er een lekkere, volle, bruine 'Leffe' bij!"
"Dat kan niet! Want je wordt veels te dik!"
"Dat kan mij lekker niks schelen! En ik weeg maar drieëntachtig kilo! Dus ik ben hoogstens vijf kilo te zwaar en dat is dus zeven kilo minder dan de negentig kilo van mama!"
"Goed, lief, dik schommeltje van mij! Als je gewicht je dan echt niks kan schelen, dan krijg je een lekkere, volle, bruine 'Leffe' van mij."
"Dus jij betaalt?"
"Natuurlijk, mijn lief!"
Ze liepen naar de soephoek en bedienden zich van de begeerde lekkernij. Op weg naar de kassa zetten ze allebei een flesjes bruine 'Leffe' en ook nog een slagroommousseline op hun dienblad.
"Pas je wel op met eten?", vroeg hij plagend, toen ze bij de kassa met de kortste rij stonden, "Het zou echt zonde zijn als je soep op je mooie, nieuwe jurkje zou morsen.""
"Jezus!", riep zij, een tikje beledigd, "Alsof jij altijd zo zuinig op je kleren bent!"
"Ik zeg het voor je eigen bestwil, gekkie!"
"Ja, het is goed met je! Je bent echt een vreselijke, ouwe zeurpiet aan het worden!"
"O, dat is niet waar!"
"Dat is wel waar!"
"Nee, dat is niet waar. Ik fake alleen maar, dat ik een vreselijke, ouwe zeurpiet aan het worden ben. Net zoals ik af en toe fake, dat ik jaloers op die foeilelijke, kale en sigaartjesrokende buurman van ons ben."
"Zit er een of ander briljant plan achter dat malle fake-gedoe?"
"Ja, natuurlijk zit daar een briljant plan achter! Het is allemaal een onderdeel van een groots opgezet plan om een hele mysterieuze, niet te doorgronden man te worden!"
"Waarom wil je in godsnaam een hele mysterieuze, niet te doorgronden man worden?"
"Omdat ik het ongelijk van Voskuil wil aantonen! Omdat ik wil aantonen, dat een mens wel degelijk kan veranderen. Ik ben mijn hele leven al een open boek geweest, een wandelend toonbeeld van transparantie, en daar ga ik nu dus resoluut een eind aan maken."
"Hm, ik ben benieuwd!"
Ze waren inmiddels aan de beurt en Dennis rekende af, waarbij hij, zoals gewoonlijk, een nogal hoge fooi gaf. De knappe caissière, een kittig, slank meisje, dat het hoogblonde haar in een knotje droeg, ontdeed de flesjes 'Leffe' van hun dopjes en bedankte hem met een stralende glimlach voor de fooi. Trudy zag de adoratie van de caissière voor haar man een beetje chagrijnig aan. Zij leidde hem dan ook snel naar een tafeltje, dat een beetje geïsoleerd van de andere tafeltjes stond. Die vage notie van die altijd sluimerende jaloezie ontroerde hem een beetje. Zij ontdeed zich onderwijl van haar jas, legde hem over de rugleuning van haar stoel en ging op een nogal kokette manier op die stoel zitten. Dennis zag dat grinnikend aan. Hij zette zijn dienblad op het tafeltje neer en ging tegenover haar zitten.
"Eet ze!", zei hij monter.
"Meen je dat nou echt?", vroeg zij, met een nogal gluiperige grijns.
"Wat bedoel je?"
"Wens je mij nou echt een smakelijke maaltijd toe? Of fake je dat alleen maar?"
"Tja...", zei hij gniffelend, "Dat is voor jou een vraag! En voor mij een weet!"
"O, wat ben je toch een pestkop, vandaag!"
"Wen er maar aan! Ik zal niet rusten, voordat ik werkelijk een hele mysterieuze, niet te doorgronden man ben."
"Ach, wat kan mij het ook schelen! Zolang je maar niet je orgasmes faket."
"Ha! Je zou raar opkijken als ik dat een keer zou doen!"
"Spot niet met het hoogste!"
"Jezus!", riep hij, oprecht verbaasd, "Sinds wanneer ben jij zo'n orgasmefreak?"
"Dat ben ik helegaar niet, malle jongen."
"Echt niet?"
"Echt niet!", antwoordde zij, op een samenzweerderige fluistertoon, "Ik fake het alleen maar. Het is allemaal een onderdeel van een groots opgezet plan om een hele..."
"Ja, ho maar!", riep hij lachend, "Jij wint! Jij wint!"
Zij deed lachend haar schoenen uit, plantte haar kleine kousevoeten op zijn schoenen en begon met een onmiskenbare gretigheid te eten. Dennis keek haar een beetje vertederd aan. Die enorme kraag van het jurkje deed hem aan een jurkje denken, dat zij in het begin van hun verkering had gedragen, maar dat was zeker niet haar enige attractie. Die meisjesachtige uitstraling, dat mooie jurkje, die zoete illusie van die forse borsten en die o zo lieftallige kousevoetjes op zijn schoenen zorgden tezamen dan ook voor iets, wat toch wel heel veel op een enorme erectie leek. Voordat hij begon met eten, trok hij toch maar even zijn jas uit. Zij bekeek die handeling met opgetrokken wenkbrauwen, maar zei er niets over.
Na het eten hervatte hij de conversatie met een eenvoudige, maar veelzeggende opmerking.
"Je bent mooi!", stamelde hij, na het eten.
"Dank je!", zei zij glimlachend.
"Ik eh..."
"Wat, schatje?"
"Heb het gevoel, dat ik dertien jaar in de tijd ben teruggeworpen."
"Dertien jaar? Wat deden we toen ook alweer?"
"Toen zaten we onder andere tegenover elkaar in de stoptrein naar Roermond."
"Ah, toen jij sjans met een mooi, jong meisje uit Sittard had, dat sprekend op mij leek!"
"Ja, precies!"
"En toen ik daarna als dank voor mijn volwassen reactie daarop de eerste Roermond-beurt van je kreeg."
"Yeah!", bromde hij, een beetje mismoedig.
"En die zou je mij nu dus weer willen geven." "Hm, eigenlijk wel, ja!"
"Tja, dan had je mama maar niet moeten uitnodigen."
"O, shit! Ik was dat malle mens even helemaal vergeten. Ik begon mij daarnet eigenlijk wel een beetje ongerust over haar te maken. We hadden nu toch wel iets van haar hebben moeten horen."
"Ik denk, dat je raaskalt!", was de niet geheel overtuigende repliek, "Mama loopt echt niet in zeven sloten tegelijk."
"Nee, maar toch!"
"Misschien komt zij wel helemaal niet", zei zij, met een wat gemene grijns, "Misschien zit zij nu wel bij haar jeugdige vriendje op schoot."
"Denk je?"
"De kans is niet nihil. Hij is al elke zaterdagavond bij haar. Zij heeft echt een abonnement op hem."
"Toch is zij daar niet echt openhartig over."
"Tegenover jou niet, nee!"
"Tegenover jou wel?"
"Ja, tegenover mij wel." "Ach, ja! En zo hoort het natuurlijk ook!"
"Zij kletst mij al twee jaar de oren van de kop over haar seksavontuurtjes met haar toyboy!"
"Meen je dat?"
"Yep! Zij is dus echt heel erg door hem opgefleurd! Zij vindt het heerlijk om weer elke week met een man in bed te liggen en zij is echt dol op de experimenten, die hij met haar uitvoert."
"Experimenten?"
"Ja, er is geen enkel standje, wat ze in de afgelopen jaren niet hebben uitgeprobeerd en zij is daar echt helemaal lyrisch over."
"En zij vertelt jou daar alles over?", vroeg hij, met een stem, die tot zijn ergernis een beetje de hoogte inschoot.
"Ja, in alle geuren en kleuren!", antwoordde zij lachend, "Van de kleur en de smaak van het condoom, dat hij gebruikt tot en met de breedte van de touwen, waarmee ze elkaar bij toerbeurt vastbinden."
Het verhaal over de seksuele escapades van zijn dierbare schoonmoeder had een wat ontregelende uitwerking op Dennis. Hij nipte nog maar een keer van zijn bier en liet onderwijl, zonder dat hij het zelf echt besefte, zijn linkerhand over Trudy's linkerdij glijden.
"Ik moest daarnet aan je ouders denken, toen je in het pashokje 'Hungry heart' neuriede", zei hij.
"O, ja!", riep zij, ineens heel enthousiast, "Dat is echt papa ten voeten uit. En dat is ook echt hun liedje! De popsong, die hun huwelijk en hun liefde symboliseert. Het weggaan, het dwalen, het eeuwige hunkeren naar elkaar en het uiteindelijk weer terugkomen bij elkaar! Het zit er echt allemaal in."
"Zij houdt nog steeds van hem, hè?"
"Ja, met hart en ziel! Zij staat nog steeds midden in het leven en zij geniet daar ook met volle teugen van, maar zij vertelde mij laatst, dat zij toch wel uitziet naar het moment, waarop zij papa weer terug zal zien."
"Hij waarschijnlijk ook wel. Het heeft echt wel iets magisch, die band tussen die twee."
"Ja, maar dat weerhoudt haar er dus niet van om elke zaterdagavond het beest uit te hangen met iemand, die heel goed haar en zijn kleinzoon had kunnen zijn." Die opmerking sloeg hem met stomheid en hij was er zo van ondersteboven dat ook zijn rechterhand een greep naar haar mooie benen deed. Zij liet het zich rustig welgevallen, al keek zij hem wel een beetje spottend aan.
"Zou jij...", begon hij, na een korte aarzeling.
"Wat, schatje?"
"Zou jij je kunnen voorstellen, dat je over vijfentwintig jaar hetzelfde zou kunnen doen, wat je moeder nu doet?"
"O, nee!", was het prompte antwoord.
"Ook niet als je op dat moment al vijfentwintig jaar weduwe zou zijn?"
"Nee, absoluut niet! Het huwelijk van papa en mama heeft gewoon te kort geduurd. Het was na veertien jaar al afgelopen. Dat van ons duurt al meer dan dertig jaar. Mama heeft geen gevoel van vervulling aan haar huwelijk overgehouden. Ik wel aan het mijne en dat is een heel groot verschil."
Dat eerlijke en o zo eervolle antwoord deed zijn opwinding weer danig groeien, maar hij wist zich met veel moeite te beheersen.
"Je ziet eruit alsof je weer eens op ontploffen staat!", zei zij lachend.
"Dat sta ik ook!", zei hij, terwijl hij zijn greep op haar dijen verstevigde, "Maar ik hou mij nog wel even in, hoor!"
"Hè, wat jammer nou! Ik had eigenlijk toch wel een beetje op iets ondeugends gehoopt. Op een wild half uurtje in het hotel, bijvoorbeeld."
"Nee, dat kan echt niet! Ik wil eerst weten, wat er met je moeder aan de hand is."
"Mijn ondeugende moeke is met haar ondeugende Pieter aan de rol! Dat vindt zij veel leuker dan een saai uitstapje met haar saaie dochter en haar al even saaie schoonzoon."
"Dat geloof ik niet!"
"Nou, bel haar dan even op!"
"Bel jij haar dan even op! Het is jouw moeder!"
"Ja, maar jij hebt haar uitgenodigd!"
"Dat is waar, liefie!", zei hij lachend, "Maar ik denk echt, dat we beter even naar het station kunnen lopen. Als zij te laat is, omdat de trein vertraging heeft gehad, dan merken we dat snel genoeg!"
"Ach, wat zijn we toch weer lief en verstandig, vandaag!", zei zij zuchtend.
"Ja, he? Dus drink maar snel je bier op. Dan gaan we meteen op pad."
Ze leegden hun glazen, trokken hun jassen aan, zetten het dienblad op de lopende band en drentelden naar de roltrap. Tijdens de afdaling naar de vierde verdieping greep hij haar hand, met het vaste voornemen om die hand voor de rest van de dag niet meer los te laten. Voor ze de uitgang hadden bereikt, had hij al zeker vier keer een kus op die hand gedrukt. Een half tedere, half hartstochtelijke liefkozing, die Trudy telkens weer met een meewarig glimlachje incasseerde.
Na het verlaten van het gebouw liepen ze in een straf tempo in de richting van de Sint Servaasbrug. Zijn zintuigen waren ineens tot het uiterste gespannen. Hij zag de kalme gelaatsuitdrukking van zijn vrouw, hij snoof met welbehagen haar parfum op en hij hoorde, hoe haar kousen tijdens het lopen voortdurend langs elkaar heen schuurden. Hij was beretrots op haar en zeker niet ten onrechte: dat lieve, prachtige en o zo grappige mokkeltje was helemaal van hem en dat zou zij ook altijd blijven, zelfs als zijn dood hen uiteindelijk zou gaan scheiden.
Ze liepen de steile Sint Servaasbrug op en eenmaal op het hoogste punt viste Dennis met zijn linkerhand zijn 'Vodafoontje' uit zijn binnenzak. Hij toetste, zonder Trudy's hand los te laten, de knop van zijn adresboek in, zocht de naam van Conny op, drukte op het belknopje en legde het mobieltje tegen zijn oor. Hij liet het toestel overgaan tot ze aan de overkant van de Maas waren aangekomen en de Wijckerstraat inliepen.
"Zij neemt niet op!", zei hij, terwijl hij met een lichte trilling in zijn stem het mobieltje in zijn binnenzak terugstopte.
"Misschien heeft zij per ongeluk haar mobieltje uitgezet."
"Misschien."
Ze versnelden hun pas nog wat en kregen het station intussen al in het vizier. Beetje bij beetje begon Dennis te beseffen, dat er echt iets mis was met Conny. Wat het precies was, wist hij natuurlijk nog niet en die onzekerheid maakte de zaak er bepaald niet beter op. Hij kon niet aan Trudy zien, of zij dezelfde mening was toegedaan. Hij vermoedde eigenlijk van wel, maar hij was daar toch niet helemaal zeker van.
Toen ze bij het zebrapad van de Wilhelminasingel waren aangekomen, begon zijn mobieltje te rinkelen. Het was het geluid van een ouderwetse telefoon en het was een geluid, waar hij in de regel nogal vrolijk van werd. Ditmaal was er van vrolijkheid echter geen sprake bij hem. Hij nam het mobieltje weer uit zijn binnenzak, zag, dat de beller een onbekende was en drukte geagiteerd op het 'ontvangknopje'.
"Met Dennis Harberts!", zei hij.
"Goedemiddag, meneer Harberts, u spreekt met Loes Verhagen van het Academisch Medisch Ziekenhuis van Maastricht. Bent u misschien familie van Cornelia Maria Böhmerman?"
"Ik ben haar schoonzoon, ja!", antwoordde hij, terwijl hij Trudy onmiddellijk zag verbleken.
"Wel, ik moet u helaas mededelen, dat uw schoonmoeder een uur geleden in de trein een hartinfarct heeft gehad en dat zij zich op dit moment in ons ziekenhuis bevindt."
"Kunt u...", begon hij, "Kunt u mij zeggen, hoe het met haar gaat?"
"Ik denk, dat u en uw vrouw beter zo snel mogelijk hiernaartoe kunnen komen. We kunnen haar toestand beter niet over de telefoon bespreken."
"Ik eh... We komen er meteen aan!"
"U kunt zich melden bij de Eerste Hulp."
"Dank u wel. Tot zo!"
Hij verbrak de verbinding en stopte het mobieltje terug in zijn binnenzak. Hij wist zich even geen raad met zichzelf, maar hij kon zich na een paar seconden herpakken.
"Wat is er aan de hand met mama?", vroeg Trudy, met een verstikte stem.
"Zij heeft daarnet in de trein een hartinfarct gehad en zij ligt nu in het Academisch Medisch Ziekenhuis van Maastricht."
"O, nee!", riep zij uit, "Dat kan niet! Dat moet een vergissing zijn!"
"Ik vrees toch echt, dat het waar is, liefje! We moeten echt heel snel naar haar toe gaan. Het zou wel eens heel ernstig kunnen zijn."
"Zeiden ze ook, hoe het met haar was?"
"Nee, dat eh... wilde die verpleegster niet zeggen."
"O, mijn God! Dat niet! Laat haar alsjeblieft niet dood zijn!"
"Kom op!", zei hij, met een kordaatheid, die hem nogal verbaasde, "We moeten als de sodemieter naar het station rennen en daar een taxi nemen."
Het stoplicht schoot op dat moment gelukkig op groen en het echtpaar stak rennend de straat over. Ze bleven rennen, tot ze bij het station waren aangekomen. Daar moesten ze even op een ander stoplicht wachten, maar daarna renden ze in hetzelfde, hoge tempo naar de taxistandplaats, schuin naast de ingang van het station.
"Kunt u ons met de grootst mogelijke spoed naar het Academisch Medisch Ziekenhuis brengen?", vroeg hij aan de chauffeur van de voorste taxi, "Naar de Eerste Hulp om precies te zijn!"
"Dat zal wel gaan, meneer!", was het vriendelijke antwoord.
Het echtpaar nam op de achterbank van de Mercedes plaats, waar Dennis heel behoedzaam zijn arm rond Trudy's schouders legde. Daardoor leek er iets te breken in haar en zij begon zachtjes te huilen. Omdat hij minstens zo geschokt was als zij, had hij op dat moment geen woorden paraat, waarmee hij haar zou kunnen troosten, maar hij streelde haar daarna wel onafgebroken over haar haren.
De taxichauffeur hield woord en bracht ze zwijgend en in een ijltempo naar het ziekenhuis, dat in een zuidelijke buitenwijk bleek te liggen. Dennis hield onderwijl al zijn aandacht op de huilende Trudy gericht en hij keek pas op, toen de taxichauffeur voor de ingang van de Eerste Hulpafdeling van het ziekenhuis stilhield. Hij rekende af met de chauffeur, bedankte hem voor de snelle rit, stapte uit en keek ontroerd toe, hoe de chauffeur met een treurig gezicht de deur voor Trudy openhield.
Nog voor de taxi was weggereden, liep Dennis weer naar haar toe. Hij sloeg zijn rechterarm rond haar middel en leidde haar de Eerste Hulpafdeling binnen. Op het moment dat ze de afdeling opliepen, kwam meteen een van de verpleegsters naar hen toe lopen. Het was een blonde, mollige en redelijk knappe vrouw van hun leeftijd.
"Komt u voor mevrouw Böhmermann?", vroeg zij.
"Ja!", antwoordde Dennis, "Heb ik u daarnet aan de lijn gehad?"
"Dat klopt!", zei zij, terwijl zij het echtpaar een hand gaf, "Ik ben Loes Verhagen."
"Hoe is het met haar?"
"Wel, ik moet u helaas mededelen, dat zij een half uur geleden is overleden."
"O, wat verschrikkelijk!", mompelde Dennis.
"Ja, zij heeft in de trein een hartinfarct gehad en ondanks de reanimatie door de conducteur en de goede zorgen van het ambulancepersoneel heeft zij het niet gered. Toen zij hier aankwam, was zij net overleden."
Het nieuws van Conny's dood leek Trudy niet meer te schokken. Zij had vermoedelijk al op de Wilhelminasingel beseft, dat Conny was overleden. Zij bleef onderwijl wel zachtjes voor zich uit snikken.
"Kunnen we haar zien?", vroeg Dennis aan de verpleegster.
"Ja, natuurlijk! Ik ga u wel even voor."
Ze volgden de verpleegster naar een kamer zonder ramen, waar een brancard stond, waarop Conny lag opgebaard. De verpleegster liet hen binnen en deed toen de deur achter hen dicht.
Tot Dennis' grote opluchting was Conny's lichaam nog niet met een laken afgedekt. Er was verder ook niets engs, of afschrikwekkends aan haar zien. Er was geen spoor van een doodstrijd; zij leek heel kalmpjes het tijdelijke voor het eeuwige te hebben verwisseld. Haar lange, bruingeverfde haren waren losgeknoopt en reikten tot over haar schouders. Zij had een vrolijke, zelfs bijna jolige gelaatsuitdrukking en zij droeg de zwarte jurk en de zwarte nylonkousen, die zij vanochtend ook tijdens hun laatste, gezamenlijke ontbijt had gedragen.
Die herinnering aan dat vrolijke ontbijt, met de kibbelende dames aan weerszijden van de tafel, ontroerde hem in hevige mate. Ondanks de schok van dit plotselinge overlijden besefte hij nu al, hoezeer hij Conny in de komende jaren zou gaan missen. Zij was in de afgelopen tweeëndertig jaar ook veel meer een moeder dan een schoonmoeder voor hem geweest en de leegte, die zij achterliet, zou door niemand meer kunnen worden opgevuld.
Gek genoeg begon Trudy zich op dat moment te herstellen. De aanblik van haar moeder leek een rustgevende uitwerking op haar te hebben. Zij stopte met huilen, maar hield haar betraande ogen wel onafgebroken op Conny's gezicht gericht. "Papa heeft haar eindelijk weer terug!", zei zij, meer tegen zichzelf dan tegen hem. Het scheelde weinig, of Dennis was in de lach geschoten. Die half kinderlijke, half wijze opmerking was namelijk precies, wat hij had willen horen. Hij verstevigde zijn greep op haar middel en drukte een ietwat te wilde kus op haar kruintje. Hij wist nog steeds niet, wat hij tegen haar moest zeggen, maar daar bleek zij dus in het geheel geen problemen mee te hebben.

BERT HARBERTS


Terug


Amsterdam, 12 november 2006. © Bert Harberts