STRIPTEASE INTERRUPTED

Dennis stak de sleutel in het slot van de voordeur van zijn nieuwe, Heemskerkse huis en opende de deur. Zijn vrouw Trudy stond achter hem, gapend en gekleed in een stokoude bontjas met daaronder een oude, versleten spijkerbroek. Die oude, strak zittende spijkerbroek stond haar overigens fantastisch en zij droeg hem ook niet zonder reden. Ze waren de laatste week druk bezig geweest om hun oude huis in Amsterdam leeg te ruimen.
Ze kwamen net terug van een etentje met Peter, een van de oudere broers van Dennis. Peter had vanmiddag met zijn CitroŽn Berlingo hun laatste spulletjes naar Heemskerk gebracht en in ruil daarvoor hadden ze hem in een restaurant in het oude dorp op een copieus diner getrakteerd. Daarnet had hij hen weer bij hun huis afgezet en was hij aan de terugreis naar Amsterdam begonnen.
Dennis had hem met een vaag gevoel van weemoed zien wegrijden. Hij was er nog niet helemaal aan gewend om na een Amsterdammerschap van achtenveertig jaar ineens een Heemskerker te zijn. Voor Trudy, van geboorte een Heemskerkse, lag dat heel anders. Want hoewel zij gedurende tweeŽndertig jaar onafgebroken in Amsterdam had gewoond, was er van een behoefte aan acclimatiseren geen sprake bij haar. Zij was ook de drijvende kracht geweest achter de snelle aankoop van dit flatje bij het station en hun weekendhuisje in het naburige Noorddorp en zij was vast van plan om nooit meer uit Heemskerk weg te gaan.
Ze gingen de flat binnen en trokken hun jassen uit. Hun kat Tum Tum, die inmiddels wel aan zijn nieuwe huis was gewend geraakt, kwam loom naar hen toe lopen, als altijd miauwend om eten. Dennis, al een beetje opgemonterd door die vertrouwde verschijning, ging op zijn hurken zitten en aaide de rood-witte en forsgebouwde kater kalm over zijn kop. Trudy verdween onderwijl in de badkamer om een douche te nemen en Dennis betrad de huiskamer, met de van alle gemakken voorziene inbouwkeuken, waar dat vage gevoel van onrust langzaam verdween. De meubels herinnerden hem nog wel aan de vorige bewoonster, maar de aanwezigheid van hun schilderijen, boeken, cd's, dvd's en video's gaf hem toch wel een vertrouwd gevoel.
Hij deed twee schemerlampen aan, gaf Tum Tum een flinke hoeveelheid brokjes, haalde een fles rode 'Lambrusco' uit het wijnrekje en twee wijnglazen uit de keukenkast, maakte de fles open, schonk de glazen vol, liep met die wijnglazen de woonkamer in, waar hij ze op de salontafel neerzette en vervolgens op de comfortabele, leren stoel ging zitten.
Helaas voor hem bleek de verhuizingsadrenaline nog weinig aan kracht te hebben ingeboet. Hij stond dus snel weer op en liep vervolgens naar het venster om een blik op het station te kunnen werpen. Dat station lag op een steenworp afstand van hun huis. Veel last hadden ze er niet van. De flat was uitstekend geÔsoleerd en het geluid van de voorbijrijdende en stoppende treinen was niet meer dan een aangenaam aandoend geruis, waaraan zij inmiddels wel gewend waren geraakt.
Hij zag, hoe zijn nieuwe buren, een planologen-echtpaar van achter in de twintig, van het station naar hun huis liepen en hij zag ook, dat de kalende, ietwat sullige mannelijke helft van dat echtpaar even in onzachte aanraking met een lantaarnpaal kwam. Het kwam hem op een niet-hoorbare, maar wel duidelijk zichtbare reprimande van zijn kordate echtgenote te staan. Dennis bekeek het tafereel met een goedmoedige grijns. Hij mocht het echtpaar wel. Hij en Trudy waren in de afgelopen weken vrij snel met het stelletje bevriend geraakt.
"Waar kijk je naar?", vroeg Trudy, die nu ook de huiskamer was binnengekomen.
"Naar Pieter en Eva!", antwoordde hij, terwijl hij even naar haar omkeek, "Pieter liep net tegen een lantaarnpaal aan en Eva vond dat maar niks!"
Zij had na de snelle douche andere kleren aangetrokken: een mouwloos, lichtroze bloesje, een nogal kort, grijs minirokje en donkerbruine nylonkousen. Hij vond dat zij er snoezig uitzag, maar het leek hem beter om daarover maar even zijn mond te houden.
"Heb je Pieter nou al een keer verteld, dat hij een keer als je amoureuze concurrent in je dromen is verschenen?", vroeg zij, terwijl zij bij hun wandmeubel neerknielde om een cd of een dvd uit te zoeken.
"Neuh", antwoordde hij, een beetje besmuikt.
"Waarom niet?"
"Ah, gewoon..."
"Je wilt hem niet op ondeugende ideeŽn brengen?"
"Dat zou onbewust wel eens mee kunnen spelen, ja", antwoordde hij grinnikend.
"Onbewust of..."
"Nee, het is echt wel onbewust, hoor!", klonk het, zonder al te veel overtuiging.
"Ik geloof er niks van!", was de hardvochtige repliek, "Volgens mij ben jij zo jaloers als de pest!"
"Nee, hoor! Dat fake ik alleen maar!"
"Je kunt orgasmes faken, imbeciel! Maar geen jaloezie-aanvallen! En zeker niet de jaloezie-aanvallen, die jij hebt."
"O, nee? Kan ik dat niet?"
"Nee, dat kun je niet! Bovendien ben jij, net als ik, een Schorpioen! En die hebben het uitgevonden!"
"En als ik het nou wel fake? Om jou van je overgangsangst af te helpen."
"Volgens mij fake je het niet!"
"Nou, ik fake het dus lekker wel."
"Je faket het het niet! Je bent gewoon als de dood, dat je toen op Nieuwjaarsdag een voorspellende droom hebt gehad en het feit, dat Pieter foeilelijk is en tevens met een lekker, jong ding is getrouwd en dat je dus geen enkele reden hebt om jaloers of bang te zijn, wil maar niet echt tot je doordringen."
"Vind je Pieter echt foeilelijk?", vroeg hij, met verdachte gretigheid.
"Ja, hij ziet er uit als een kruising tussen Pinokkio en een sigaartjesrokende Dood van Pierlala en alleen al bij het idee, dat ik ooit het bed met hem zou moeten delen, draaien al mijn ingewanden om!"
Dennis hoorde die briljante tirade grinnikend aan en keek toe, hoe zij een dvd van James Taylor, 'Live from the Beacon Theatre', uit zijn hoesje haalde. De zoom van haar rokje was wat omhoog geschoven en de aanblik van haar prachtige kousebenen bekoorde hem zeer. Die aanblik illustreerde ook meteen het grote verschil met zijn buurvrouw. Die buurvrouw had, ondanks haar jeugd, haar perzikhuidje en haar mooie, strakke lijf, namelijk iets buitengemeen slonzigs over zich. Tijdens hun laatste theevisite aan hun buren had hij gezien, hoe Eva een sok aantrok, waar een enorm gat in zat en het verschil in seksuele aantrekkingskracht tussen haar en zijn eigen, smaakvol geklede vrouw, die op dat moment naast haar zat, had hem nogal verbijsterd.
"Waarom zeg je niets?", vroeg Trudy, met een zegevierend glimlachje.
"Wat wil je, dat ik zeg?"
"De waarheid!"
"Wel, de waarheid is, dat ik jou honderd keer sexier vind dan Eva en dat er ergens in mijn achterhoofd af en toe een stemmetje aan het oreren is over de mogelijkheid, dat Pieter dat ook vindt."
"Honderd keer sexier?", herhaalde zij glunderend.
"Ja, je zou jezelf nu eens moeten zien zitten!", zei hij, een tikje mismoedig, "En je zou jezelf ook een keer naast Eva op de bank moeten zien zitten!"
"Hoezo?"
"Dan zou je het helegaar niet zo vreemd vinden, dat ik af en toe een tikkie jaloers op die kale, foeilelijke luilebol ben."
"Wat zou ik dan zien als ik mijzelf naast Eva zou zien zitten?"
"Het enorme verschil tussen jullie!"
"Wat voor verschil?"
"Het verschil tussen een jong, druistig en onhandig bewegend veulentje en een prachtig, volgroeid raspaardje!"
"O, wat ben je toch een vleier!", riep zij, met een stralend gezichtje.
Zij stopte de dvd van Taylor in de dvd-speler en zette de televisie en de achtentwintig jaar oude Sansui-versterker aan. Een halve minuut later weerklonken de eerste klanken van 'You can close your eyes' uit hun ook al stokoude 'Wharfedale'-boxen. Hij keek toe, hoe zij op de bank ging zitten en zeeg met een zucht van verlichting aan haar voeten neer. Hij keek naar James Taylor, genoot met volle teugen van de muziek en voelde zich voor het eerst sinds zes weken helemaal op zijn gemak in dit flatje.
Het herinnerde hem ook wel een beetje aan het flatje in de Amsterdamse Bijlmermeer, waar zijn broer Eric in het begin van de jaren zeventig met zijn toenmalige vrouw Gerda had gewoond. Het begin van Erics huwelijk was min of meer met het begin van Dennis' verkering met Trudy samengevallen en ook om die reden koesterde hij de herinneringen aan die Bijlmermeer-visites met de nodige weemoed. Hij voelde vooral weemoed over het gestrande huwelijk van Eric en Gerda en daarnaast ook over die vrolijke, gezamenlijk doorgebrachte 'beginjaren' van Eric, Gerda, Trudy en hijzelf. Hij miste het overvloedige kaarslicht in de woonkamer, het fonduen, dat toen net 'in' begon te raken, het melancholische gitaarspel van Eric en het fabelachtige uitzicht, dat Eric en Gerda in die beginjaren vanuit hun flatje hadden gehad.
Inmiddels waren ze dus tweeŽndertig jaar verder. In 1971 had de eenentwintigste eeuw heel ver weg geleken; nu waren ze alweer aan het vierde jaar van die eeuw bezig. Hij had eens een prachtig interview met Tony Curtis gelezen, die het meedogenloze voortschrijden van de tijd op een even simpele als geniale manier had omschreven: "It went so damned fast!". Dennis kon daar op dit moment eigenlijk niets aan toevoegen en de impact van dat zinnetje begon, naarmate de jaren vorderden, steeds sterker te worden. Hij nam een slok van zijn wijn en voelde Trudy's gladgekousde dijbeen even langs zijn wang glijden. Het was een hele subtiele liefkozing, die moeiteloos doel trof.
James Taylor was inmiddels al aan zijn derde song toe. Het viel Dennis opnieuw op, hoezeer Taylor op zijn oudste broer Arie en eigenlijk ook wel op zijn buurman Pieter leek. Het viel hem ook op, hoe Taylor op zijn vijftigste zoveel lol en levensvreugde leek uit te stralen. Hij deed ook zijn best om het publiek te entertainen, al deed hij dat met de nodige schuchterheid. Toch was Taylors aarzelend uitgesproken aankondiging van 'Daddyís all gone' genoeg om Dennis in vuur en vlam te zetten. Het was een stevige ballad, die Taylor zelf als een 'generic roadsong' omschreef, en zowel de muziek als de tekst was, in ťťn woord, briljant. Het was een stevige ballad, die Taylor zelf als een 'generic roadsong' omschreef, en zowel de muziek als de tekst was in een woord briljant. Wat Dennis precies in de nogal cryptische tekst aansprak, wist hij niet, maar het beluisteren en het zien van 'Daddyís all gone' bracht een geluksgevoel zonder weerga bij hem teweeg.
"O, wat is dat een gaaf nummer!", steunde hij, na afloop van 'Daddyís all gone'.
"Ja, hŤ?", beaamde Trudy glimlachend.
"Jezus! Wat is die eikel toch goed!"
"Toch raar, dat we dit nummer helegaar niet kenden."
"Hij dateert uit de tijd, dat onze James aan de drugs was en dus geen al te beste lp's maakte. Dus voordat hij dat briljante 'JT' uitbracht."
"Maar op een van die niet al te beste lp's stond dus toch wel degelijk een juweeltje."
"Hm, ik vraag mij eigenlijk af, hoe het origineel klinkt. Misschien is dat wel veel minder goed."
"Misschien is het origineel nog wel beter. Misschien klinkt daarin wel veel meer emotie door."
"Denk je?"
"Ja, natuurlijk! Als dit nummer van voor 'JT' is, heeft hij het geschreven, toen hij een jaar of zevenentwintig was en dus ook veel meer ontvankelijk voor liefdesverdriet en andere liefdespijnen was. Hij zingt het nu als vijftigjarige en dus met enige distantie." "Het zou kunnen, maar het zou ook kunnen, dat juist die distantie deze versie zo meesterlijk maakt. Dat heb ik met 'Layla' van Eric Clapton dus ook. Ik vind die shuffle-versie op 'Unplugged' duizend keer beter dan het ronkende origineel op 'Layla, and other assorted lovesongs'."
"Volgens mij ben je daar toch echt de enige in."
"Dat weet ik. Maar die' Unplugged'-versie is toch echt veel beter in mijn ogen. Het zit hem in dat vleugje zelfspot waarmee hij het zingt. De zelfspot van de wijzere, zevenenveertigjarige Eric, die met het nodige mededogen op de strapatsen van de smoorverliefde, zevenentwintigjarige Eric terugkijkt."
"Daar heb je, denk ik, wel gelijk in."
Hij schonk de glazen weer vol en Trudy liet opnieuw haar rechterbeen langs zijn wang strijken. Hij had het gevoel, dat zij een beetje dronken was: zij keek een beetje lodderig voor zich uit. Ze dronken eigenlijk nooit veel. Behalve als ze in het gezelschap van zijn broers verkeerden, want dan steeg hun alcoholinname ineens tot respectabele hoogten. Vandaag was dus geen uitzondering: ze waren nu aan hun zesde glas wijn toe. Hij zag, hoe Trudy de knoopjes van haar bloesje langzaam begon los te maken. Het wond hem meer op dan hem lief was. Langzaam zweefde zijn hand naar haar blootgevallen buik en een paar seconden later streelde hij die buik even.
Het nummer 'Only a dream in Rio' deed hem aan de jaren tachtig terugdenken. Ook aan dat decennium dacht hij met weemoed terug. Het was een lief en rustig decennium voor hem geweest. Een decennium, dat in het teken van een kalm en bestendig huwelijksgeluk had gestaan. Opeens voelde hij ook iets van weemoed over het vertrek uit zijn geboortehuis. Hij was er de laatste, zesentwintig jaar heel gelukkig geweest en hij besefte maar al te goed, dat de komende, zesentwintig jaren zeker niet beter zouden gaan worden.
In al die jaren in Amsterdam-Noord hadden ze maar ťťn sterfgeval meegemaakt, dat van hun stokoude kat Miepie, maar in de komende, zesentwintig jaren in Heemskerk zou dat wel anders gaan worden. Ergens tussen nu en 2030 zou zijn geliefde schoonmoeder komen te overlijden en Arie, Pieter en Eric zouden er in 2030 naar alle waarschijnlijkheid ook niet meer zijn. Als alles normaal zou verlopen, zouden zij zelf in 2030 allang de zeventig hebben bereikt, maar hun blakende gezondheid van nu zou dan natuurlijk geen vanzelfsprekendheid meer zijn.
"Hoe kijk je nou op de vorige dagen terug?", vroeg zij.
"Hoe bedoel je?"
"Hoe heb je het ontruimen van je geboortehuis ervaren?"
"Als iets, wat volkomen normaal is. Ik ben heel blij, dat we de knoop hebben doorgehakt. We gaan vanaf nu in onze eigen huizen wonen en brengen ons goedkope woningwetwoninkje terug in de roulatie, daar kan en wil ik niet rouwig om zijn."
"Ben je niet bang, dat we de afgelopen dagen teveel van onze spulletjes hebben weggegooid?"
"Nee, we hebben de belangrijkste zaken, onze schilderijen, onze boeken, onze cd's, onze dvd's, onze video's, onze pc, onze geluidsinstallatie en onze tv meegenomen. En we hebben hier genoeg meubelen, genoeg elektronische apparaten en een zalig bed, dus alles wat we de afgelopen dagen bij het grofvuil hebben neergezet, zullen we ook echt niet meer nodig hebben."
"Toch heb ik het gevoel, dat jij je een beetje groot houdt."
"Over het vertrek uit Noord?"
"Ja, ik heb idee, dat je daardoor toch wel een beetje uit je doen bent, maar dat je dat voor mij probeert te verbergen."
"Ik dacht toevallig net aan Noord. Ik dacht aan die koude zaterdagochtend in januari 1986, toen ik in mijn eentje naar het winkelcentrum liep en 'That's why I'm here' kocht. Dat zal ik wel gaan missen, denk ik. Die malle routines en gewoontes. Die wandelingetjes op zaterdagochtend naar het winkelcentrum, dat shoppen in de platenwinkels en de boekenwinkel en het drinken van die niet al te smakelijke espresso's in 'La Place'."
"Je laat toch wel iets meer in Noord achter dan alleen het winkelcentrum."
"O, ik snap echt wel, wat je bedoelt, hoor! We zijn met de verhuizing aan een hele nieuwe levensperiode begonnen, die waarschijnlijk pas met onze dood zal eindigen. Ik besef ook echt wel, dat we de gelukkigste tijd van ons leven nu achter ons hebben en dat we hier tijdens deze Heemskerk-periode met een flink portie leed geconfronteerd zullen gaan worden. Maar ik vind het eigenlijk wel goed, dat we die 'gelukkigste tijd van ons leven' nu zo duidelijk hebben gemarkeerd. Als we later oud en gebrekkig zijn en daar op de veranda de hele dag naar het station zitten te kijken, dan kunnen we tegen onszelf zeggen, dat de 'Noord-tijd' de beste tijd van ons leven is geweest en dan kunnen we daar eindeloos over gaan zitten mijmeren."
"O, ik kan haast niet wachten!", zei zij schaterend.
"Lach niet!"
"Ik lach je niet uit, schatje! Ik lach je toe! En je hebt volkomen gelijk. In mijn eerste Heemskerk-periode ben ik mijn geliefde papa kwijtgeraakt en ik ben mij er heel goed van bewust, dat ik in mijn tweede Heemskerk-periode mijn geliefde mama en een paar en misschien wel al mijn geliefde zwagers ga kwijtraken."
"En daar kun je mee leven?"
"Dat zal ik wel moeten, lieverd. Het leven gaat door en dat soort verliezen zijn onontkoombaar. Maar ik ben toch heel blij met onze verhuizing. Dit is oneindig veel beter dan een verhuizing naar het buitenland, die ook in onze mogelijkheden lag. Als we in Praag waren gaan wonen en een leuk flatje in dat prachtige Mala Strana hadden gekocht, zou dat natuurlijk fantastisch zijn geweest, maar ik was onze dierbaren dan toch wel heel erg gaan missen. Maar nu we voor Heemskerk hebben gekozen, zullen we in de buurt zijn als er met mama of een van jouw broertjes iets fout gaat en zullen we ze ook heel makkelijk kunnen helpen. En dat zijn we toch wel aan ze verplicht, vind ik."
"Ja, dat vind ik ook."
James Taylor en zijn perfect spelende band waren inmiddels aan 'Don't let me lonely tonight' begonnen. Dennis genoot er van.
"Met dit nummer bezingt hij de essentie van de liefde", merkte hij wijsgerig op.
"Hoezo?"
"Als hij zingt 'Tell me lies, but hold me tight. Save your goodbyeís for the morning light, but don't let me lonely tonight', raakt hij de essentie van de liefde tussen een man en een vrouw."
"Hm, dat slaat natuurlijk helemaal nergens op!"
"Meen je dat nou?"
"Ja, dat meen ik. Het raakt alleen maar de essentie van de relatie tussen een hevig verliefde man en een vrouw, waarvan hij niet helemaal zeker is."
"Of eigenlijk helegaar niet zeker is." "Of die eigenlijk helegaar niet geschikt voor hem is!" "Hm, nou ben je toch een beetje te hard voor de geliefde van James. Zij weet namelijk niet wie ze moet kiezen. 'It's undecided and your heart has been divided' zong onze James daarnet."
"Dat zijn dus de ergsten! Dat zijn dus die stomme mokkels, die niet uit twee mannen kunnen kiezen en de arme, arme James Taylors onder de mannen dus maar aan het lijntje houden!"
"Zodat die arme, arme James Taylors briljante nummers als 'Don't let me lonely tonight' kunnen schrijven!"
"Ja, praat dat hemeltergende gedoe van die stomme mokkels maar weer goed!"
"Ik praat dat hemeltergende gedoe van die stomme mokkels helegaar niet goed!"
"Dat doe je wel! Je praat veels te genuanceerd over dat hemeltergende gedoe van die stomme mokkels!"
"Dat zit in mijn aard, mijn lief! Ik kan mij nu eenmaal goed inleven in de aard van iemand anders, zelfs als het om stomme mokkels gaat."
"Dat pleit anders niet voor je. Je zou wel eens wat solidairder met de minderbedeelde man kunnen zijn."
"Meen je dat nou?"
"Ja, dat meen ik! Een normale man is altijd solidair met een andere man en zeker met een man, die hevig onder het hemeltergende gedoe van een of ander stom mokkel moet lijden! Zelfs als hij daarvoor een ruzie met zijn innig geliefde echtgenote moet riskeren."
"Hallo! Wie nam het daarnet op voor de slachtoffers van dat hemeltergende gedoe van die stomme mokkels?"
"Ik! Ik! Ik!"
"Ja, precies! En om het gesprek gaande te houden, ben ik dus wel verplicht om even de andere kant te belichten. Jij hebt daarnet het rolpatroon verschoven, niet ik!"
"Je bent een smerige huichelaar! En tevens ook een ongelooflijke ouwehoer!"
'Don't let me lonely tonight' liep inmiddels op zijn eind en James en zijn band zetten vervolgens 'Your smilin' face' in. Tot grote vreugde van Trudy, die dit nummer al jaren geleden tot 'Trudy's Favoriete James Taylor Song' had uitgeroepen. Zij ging er overigens niet van uit haar dak; zij bleef glimlachend, maar kalmpjes op de bank zitten tot het nummer was afgelopen.
"In dat nummer bezingt hij pas echt de essentie van de liefde", zei zij opgewekt, "Van onze liefde om precies te zijn."
"Slaat dat 'glimlachende gezicht' dan op mij?", vroeg hij grinnikend.
"Ja, joh! Je loopt al dertig jaar aan een stuk door naar mij te glimlachen en daar ben ik dus heel erg blij mee."
"Je geeft er anders ook wel heel veel aanleiding toe."
"Je mag complimentjes niet terugkaatsen, mispunt!" "Waarom niet?"
"Omdat dat niet netjes is! Het strookt niet met de amoureuze etiquette. Als Beatrijs Ritsema die opmerking zou hebben gehoord, zou zij je van katoen hebben gegeven!"
"Hm, je zou het ook valse bescheidenheid kunnen noemen."
"Goed zo!", riep zij giechelend, "Je leert het al! Maar jij bent dus wel degelijk de motor achter ons almaar voortdurende huwelijksgeluk."
"Waar baseer je dat op?"
"Op je almaar voortdurende verliefdheid op mij, waarmee je ook mijn verliefdheid op jou moeiteloos in stand houdt! Ik denk, nee, ik weet wel zeker, dat je daar eigenlijk wel uniek in bent. De vlinders in jouw buik, die bij normale mensen na een jaar of tien afsterven, hebben op de een of andere manier het eeuwige leven bij jou en ik pluk daar al tweeŽndertig jaar de vruchten van."
Daar wist hij niets tegen in te brengen. Hij keek onderwijl weer even naar haar lange, stevige benen en zag, dat de bovenste jarretelle van haar rechterkous nu een flink stuk onder de zoom van haar rokje uitstak. De aanblik van haar benen, met die mooie kousen en die mooie jarretelles, liet hem niet onberoerd. Zonder dat hij het wilde, ging zijn linkerhand naar de ritssluiting van haar rokje en trok hij de rits met een ruk naar beneden.
Daar had hij het graag bij gelaten, maar zijn zelfbeheersing liet hem voor even volledig in de steek. Op de aarzelende, verwachtingsvolle manier, waarop koningin Beatrix een standbeeld pleegt te onthullen, trok hij het rokje langzaam van haar billen en liet hij het tenslotte op haar voeten vallen. Daarna deed hij niets meer. Hij kon ook niets meer doen, want de combinatie tussen de wijn en de aanblik van dat fantastisch gevormde dijbeen zo vlak voor zijn ogen bedwelmde hem een beetje. Zij zag zijn verwarring glimlachend aan en verwijderde het rokje uiteindelijk zelf van haar voeten.
Op dat moment begon James Taylor aan een van zijn mooiste klassiekers: 'Shower the People'. Het echtpaar ging er meteen helemaal in op. Het slot van het nummer, en eigenlijk ook het absolute hoogtepunt van het concert, was het zangduel tussen James en een van de leden van het zangkoor: Arnold McCullar.
"Hee, die grote, dikke neger zingt overal doorheen!", riep Trudy.
"Dat hoort zo, dom wicht!"
"Maar hij zingt een hele andere tekst dan James en die andere koorleden!"
"Het klinkt toch prachtig, zo?"
"Hm, het klinkt zo eigenwijs, wat die grote, dikke neger doet! Alsof hij ineens zijn enorme, dikke kont tegen de krib heeft gegooid en lekker is gaan zingen, wat er in hem opkomt."
"Hij zal echt wel doen, wat onze James hem heeft opgedragen."
"Jezus! Je doet net, alsof onze James een meedogenloze slavendrijver is!"
"Nou, zeg! Wie begint er hier over grote, dikke, eigenwijze negers met enorme, dikke konten?"
"Ik! Ik! Ik!"
"Precies! Dus wil je je politiek-correcte opmerkingen voor je houden?"
"Dat maak ik zelf wel uit!"
"Jezus! Wat ben je weer recalcitrant, vandaag!"
"Nietes!", riep zij, terwijl zij met een pruilmondje haar bloesje uittrok, "Ik ben helegaar niet recalcitrant, vandaag! Alleen maar een beetje geil."
"Een beetje maar?"
"Nou, ja! Je weet best wat ik bedoel!"
James en Arnold hadden hun zangduel inmiddels onder stormachtig applaus beŽindigd en James stelde daarna ook de andere zangers aan het publiek voor.
"Dat ouwe mens ken ik", begon Trudy, doelend op zangeres Valerie Carter, "Volgens mij stond zij een keer in het voorprogramma van de Eagles, toen die in de jaren '70 in Ahoy' speelden."
"Ja, dat was dat concert vlak voor de dood van Pa. Dat moet dus in 1977 zijn geweest. Wij, en de rest van het publiek, waren overigens niet zo blij met haar. Volgens mij kon zij er geen hout van."
"Ja, zij kon helegaar niet zingen! En zij is er na al die jaren ook niet mooier op geworden!"
"Ja, Jezus! Ze kunnen niet allemaal Trudy Harberts heten!"
"Wat bedoel je daarmee?", vroeg zij, een tikje uit de hoogte.
"Het is niet alle vrouwen gegeven om mooier te worden als zij ouder worden, mijn lief. En het is dus helegaar niet netjes van je om zo op een minder bedeelde lotgenote af te geven."
"O, je bent echt aan het vleien, vandaag, hŤ?", zei zij giechelend.
"Nietes!", riep hij.
"Welles!", riep zij, "En je hebt er heel veel succes mee! Kijk maar!"
Zij maakte haar beha los, liet hem van haar schouder glijden en legde hem op het ordeloze stapeltje kleren naast haar voeten op de vloer.
"Wil jij daar wel even een net stapeltje van maken?', vroeg zij, terwijl zij naar het stapeltje kleren wees.
"Waarom ik?"
"Omdat dat jouw taak is! Omdat je mijn professor Unrath bent! En professor Unraths verrichten nu eenmaal dat soort taken voor hun door hen aanbeden vrouwen."
"Hm, we hadden nooit die video van 'Die Blaue Engel' moeten kopen."
Hij voldeed overigens wel aan haar verzoek, onderwijl met een schuin oog naar 'How sweet it is' kijkend. Het was een oud nummer, maar ze kenden het pas sinds het eind van de jaren negentig, sinds de aanschaf van de eerste Greatest Hits-cd van James Taylor. Het was de tijd, waarin Trudy gaandeweg wat molliger was geworden en het was ook de periode, waarin zij nylons in plaats van panty's was gaan dragen en hij langzaam maar zeker tot de professor Unrath begon uit te groeien, die hij nu nog steeds was. Zij had ook wel gelijk met die vergelijking: zijn verslaving aan haar was ook even sterk als de verslaving van professor Unrath aan zijn 'Blaue Engel'.
Haar been rustte nu permanent tegen zijn wang en terwijl hij vol welbehagen die o zo speciale geur van haar kous opsnoof, besefte hij maar al te goed, dat zijn lot was bezegeld. Hij keek naar haar goddelijk mooie kousevoetje en haar al even mooie kuit en zag, hoe de naad van haar kous loodrecht naar boven liep. Hij liet zijn vinger over die naad glijden, tot die vinger de brede kouseboord bereikte. Sinds zij van die peperdure, fully-fashioned nylonkousen droeg, was dat een geliefd spelletje van hem en het genoegen was altijd wederzijds.
"Je ziet er soms net uit als een klein kind als je met mijn kousen aan het spelen bent!", zei zij, zichtbaar vertederd.
"Ze zijn ook zo mooi! Ik zou er echt uren mee kunnen spelen."
"Dat kan nu dus niet!"
"Waarom niet?"
"Omdat ik inmiddels op hele hete kolen zit en dus hevig naar een heerlijke vrijpartij zit te verlangen!"
"Ah, nee! Dat meen je niet!"
"Ah, ja! Dat meen ik wel! Als ze met 'How sweet it is' klaar zijn, moet je de dvd-speler meteen stopzetten!"
"Goed, mijn lief."
"Hee!", riep zij, een beetje verbaasd, "Stribbelt mijn lieve jongen vanavond niet meer tegen?"
"Nee, ik ben al heel blij, dat ik maar liefst twaalf nummers van de dvd heb kunnen zien."
"Ja, ik ben best wel geduldig geweest, hŤ?"
"Ja! Waar heb ik dat in godsnaam aan verdiend?" "Omdat het zo heerlijk is, dat je van mij houdt!", antwoordde zij, gierend van het lachen.
'How sweet it is' liep op zijn einde. Het applaus stierf langzaam weg. Dennis kwam overeind om de dvd-speler stop te zetten en de dvd vervolgens weer in zijn hoesje te stoppen. Hij deed beide karweitjes langzaam en secuur en met een half oog op zijn vrouw gericht. Zij zat nu heel dromerig voor zich uit te staren, met de armen om de knieŽn geklemd. Omdat hij nog steeds niet echt in een seksstemming was, zinde hij op een mogelijkheid om onder die seks uit te komen. Het was op dat moment, dat de bel van de voordeur ineens rinkelde.
"Godgloeiende hoeren!", riep hij, met ingehouden woede, "Dat zal die lul van een Pieter wel weer zijn. Hij zal wel weer iets van ons willen lenen."
"Wacht maar even met opendoen!", zei zij kalm, terwijl zij opstond en vervolgens naar de slaapkamer liep, "Ik zal eerst even mijn ochtendjas aandoen."
"Goed", zei hij, een tikje beschaamd over zijn jaloerse oprisping.
Hij hoorde, hoe het geluid van haar lang elkaar heen schurende kousen langzaam wegstierf, zette de dvd terug op zijn plek en liep vervolgens met een wat lusteloze tred naar de voordeur.
"Ken ie?", vroeg hij, toen hij daar was aangekomen.
"Hij ken!", antwoordde zij, uit de slaapkamer komend.
"Je ochtendjas zit anders nog niet helemaal dicht!", zei hij stijfjes.
"Ja, ja! Dat heb ik heus wel gezien, hoor!"
Hij wachtte toch maar even, tot de ochtendjas wel helemaal dicht zat, trok vervolgens de deur open en zag toen tot zijn grote verbijstering niet zijn buurman, maar Conny, zijn stevig gebouwde en teerbeminde schoonmoeder, voor de deur staan.
"Oud paard!", riep hij oneerbiedig, "Wat doet u hier!"
"Is dat mam?", vroeg Trudy, al even verbijsterd.
Dennis zag, dat zijn schoonmoeder een beetje beschaamd in de deuropening bleef staan en trok haar met zachte hand naar binnen. Hij zag ook, dat haar ogen een beetje rood waren en hij vermoedde op dat moment al, waaraan ze deze onverwachte visite te danken hadden.
"Dag, kinderen!", zei zij, met een wat onzekere stem.
"Mam, wat leuk, dat u er bent!", riep Trudy.
Er volgde een dubbele omhelzing en daarna liep het drietal ietwat aarzelend de huiskamer binnen.
"Wilt u wijn, oud paard?", vroeg Dennis, "We hebben net een nieuwe fles 'Lambrusco' geopend, dus het kan er best wel van af."
"Ja, graag! Maar ik blijf niet zo lang, hoor!"
"Dat maken wij wel uit!"
Dennis liep de keuken in en zag, hoe moeder en dochter naast elkaar op de bank gingen zitten en hoe ook Tum Tum met een zeker genoegen zijn vaste oppas begroette. Dennis zag dat tafereel even peinzend aan. Hij begon steeds meer te beseffen, dat zijn vermoeden van daarnet juist was en hij kreeg daar al snel de bevestiging van, want toen hij zijn schoonmoeder een glas 'Lambrusco' aanreikte, zette zij dat glas met een ferme klap op de salontafel neer en barstte zij daarna in een flinke huilbui uit.
"Mam!", riep Trudy, zichtbaar geschokt, "Wat is er?"
"O, let maar niet op mij!", antwoordde zij, met enige moeite, "Ik ben een naar, egoÔstisch, oud wijf! En ik zou eigenlijk gigantisch op mijn falie moeten hebben, omdat ik hiernaartoe ben gekomen."
"Mam, wat is er toch!", herhaalde Trudy, met een ietwat paniekerige blik in haar ogen.
"Ik... durf het eigenlijk niet te zeggen!"
"Nee, mam! Doe mij dat niet aan! Ik wil echt weten, wat er met u aan de hand is!"
"Ik... voelde mij vanavond ineens verschrikkelijk eenzaam, daar in Noord."
"Omdat wij nu permanent in Heemskerk zitten?", vroeg Dennis, met een zachte stem.
"Ja, ik realiseerde mij opeens, hoe heerlijk ik het altijd heb gevonden, dat jullie op vierhonderd meter van mij vandaan woonden en ik realiseerde mij opeens ook, hoe verschrikkelijk ik het vind, dat jullie nu in dit afgrijslijke Heemskerk zijn gaan wonen."
"Meent u dat?
"Ja, ik heb heel vaak op jullie zitten mopperen, omdat jullie van die verschrikkelijke huismussen zijn, maar o... o... wat vond ik het altijd weer plezierig om zeker te weten, dat ik jullie altijd heel dicht in mijn buurt had. Dat ik altijd even bij jullie kon buurten als ik daar zin in had. En dat heerlijke gevoel, dat stukje geborgenheid, ben ik nu dus voor altijd kwijtgeraakt."
"O, mijn God!", zei Trudy, terwijl zij haar arm rond de schouders van haar moeder legde, "Wat hebben we gedaan?"
"Jullie hebben niets fouts gedaan, lieverd!", zei Conny sussend, "Jullie hebben groot gelijk, dat jullie hier zijn gaan wonen. Dit verfoeide flatje en dat verdomde landhuisje in Noorddorp zijn nu helemaal van jullie en ik moet er maar aan wennen, dat jullie niet meer bij mij in de buurt wonen."
"O, mam!", murmelde Trudy, met een nu heel verbijsterd gezicht, "Ik heb mij helemaal niet gerealiseerd, dat ons vertrek naar Heemskerk zo'n klap voor u zou zijn."
"Dat had ik ook niet verwacht, lieverd! Ik snap er ook helemaal niets van, dat ik het als zo'n gigantische klap ervaar, maar ik zal er heus wel mee leren leven, hoor!"
"Maar vannacht blijft u in ieder geval hier slapen!", zei Dennis, op ferme toon.
"Willen jullie dat echt?"
"Natuurlijk willen we dat echt, lieve, halvegare moeder van mij!", antwoordde Trudy, met een hele dankbare blik naar haar man, "En desnoods blijft u lekker tot het einde van uw leven bij ons wonen en gaat u nooit meer naar dat enge Noord terug."
"O, nee! Dat wil ik niet, hoor!"
"U blijft in ieder geval een weekje of wat logeren!", zei Dennis, "Misschien vinden we dan ook wel een oplossing voor dit probleempje."
"Ah, nee! Dat meen je niet!"
"Ja, mam!", riep Trudy lachend, "Dat menen we wel! We gaan lekker een weekje met zijn drieŽn op sjouw. We gaan een weekje lekker fietsen, lekker wandelen, lekker eten en lekker ouwehoeren. Kortom, we gaan u de komende week helemaal schadeloos stellen en er een heel gezellig weekje van maken!"
"Hee!", riep Dennis, "Waarom kopen we hier in Heemskerk eigenlijk geen leuk flatje voor je moeder? Het kan er makkelijk van af en twee of meer hypotheken maakt nou toch niks meer uit voor ons."
Dat voorstel sloeg de beide dames even met stomheid, hetgeen Dennis als een prestatie zonder weerga ervoer. Het was Trudy, die het eerst haar stem en haar tegenwoordigheid van geest terugkreeg. Zij liet haar moeder abrupt los, stormde op haar man af en vloog hem giechelend om de nek.
"O, wat ben je toch verschrikkelijk briljant!", riep zij, terwijl zij zijn ietwat verschrikte gezicht met een lange serie van kussen begon te overdekken, "Hier krijg je zometeen toch echt een fantastische beloning voor!"
Dennis wist niet goed, hoe hij het had. Hij stond door zijn lieflijke last te wankelen op zijn benen en hij had, zoals te verwachten was, ook een enorme erectie, maar hij kon aan zijn schoonmoeder zien, dat zij opnieuw tegen haar tranen moest vechten en hij zocht om die reden naarstig naar een manier om de gemoederen weer een beetje tot bedaren te brengen.
"Zal ik eerst maar een flesje champagne openmaken?", opperde hij voorzichtig.
"Ja!", riep zij uitgelaten, "En dan een van de 'MoŽt & Chandons', natuurlijk! Voor deze gelegenheid is alleen het beste van het beste goed genoeg!"
"Prima! En wil je mij dan nu even loslaten? En je dan even met je arme moeder gaan bezighouden?"
"Je hebt groot gelijk!"
Zij liet ook hem nogal abrupt los, zodat hij de gelegenheid kreeg om naar de keukenkast te lopen, waar drie flessen 'MoŽt & Chandon' op hun opening lagen te wachten. Hij raapte er een van de vloer op en liep ermee naar de gootsteen om de fles te openen. Trudy had haar huilende moeder inmiddels in haar armen genomen en voegde haar vele, troostende woordjes toe. Dennis zag het ontroerd aan. Zijn schoonmoeder was, zolang als hij haar kende, een steunpilaar zonder weerga voor hen geweest, maar de zorg was vanaf vandaag definitief gekeerd en hij besefte heel goed, wat dat voor gevolgen en verantwoordelijkheden met zich mee zou gaan brengen.

BERT HARBERTS

Voor mijn moeder (21 augustus 1917-1 augustus 1956)


Terug


Amsterdam, 1 augustus 2006. © Bert Harberts