FLATSORES

Het was Nieuwjaarsdag, kwart voor negen in de morgen. Trudy ging naakt op het toilet van haar Heemskerkse flatje zitten en begon te plassen. Voor een Nieuwjaarsochtend voelde zij zich redelijk fit. Zij en haar man Dennis hadden het gisteravond ook niet zo laat gemaakt; ze waren al om half een naar bed gegaan. Het was voor het eerst sinds jaren, dat zij de jaarwisseling niet in hun Noord-Amsterdamse huurhuisje hadden doorgebracht en dat was toch wel een beetje vreemd voor hen geweest.
Ondanks die fitheid voelde zij zich niet helemaal op haar gemak op deze nogal zonnige, eerste dag van het jaar 2004. Haar moeder, de eigenaresse van dit flatje, liep al een paar jaar met het plan rond om dit flatje, samen met haar landhuisje in het naburige Noorddorp, te verkopen, en die wetenschap begon haar steeds meer tegen te staan. Ze logeerden al sinds de kerstdagen in Heemskerk, waarbij ze het flatje min of meer als slaapplaats gebruikten. Het grootste deel van de dag zaten ze in het landhuisje. Elke morgen fietsten ze na het ontbijt naar het landhuisje toe en elke avond fietsten ze, als het zo zoetjes aan bedtijd werd, naar het flatje terug.
Die dagelijkse fietstripjes vloeiden uit de afgelegen ligging van het vrijstaande landhuisje voort. Het stond aan de rand van het Noordhollands Duinreservaat, en Trudy had zich er 's nachts nooit helemaal op haar gemak gevoeld. Dennis' tegenwerping, dat het huisje toch echt van een inbraakalarm was voorzien, had niet veel indruk op haar gemaakt. Het huisje lag op drie kilometer van het centrum van Heemskerk verwijderd en het zou bij onraad dus wel enige tijd in beslag gaan nemen, voor de politie zou arriveren. Kwaadwillende inbrekers zouden in de tussentijd tamelijk veel onheil kunnen aanrichten. Dennis had met haar pendelplannetje zonder morren ingestemd. Zoals hij, haar teerbeminde íhighschool-sweetheartí, al dertig jaar zonder morren met al haar plannetjes instemde.
Zij was inmiddels klaar met plassen en zij stond op om door te kunnen trekken. Daarna liep zij naar de douche. Zij draaide de kranen open en stapte onder de tamelijk warme waterstralen. Zij genoot van dat douchen. Op haar achtenveertigste was zij tot een hele mooie matrone uitgegroeid en ook nu kon zij haar bewondering voor haar perfect geconserveerde lichaam maar nauwelijks verbergen. Hetzelfde gold overigens voor Dennis, die op dat moment in een donkerblauwe pyjama de badkamer kwam binnenlopen.
"Goedemorgen!", zei zij, "Kom je weer eens naar mij gluren, terwijl ik onder de douche sta?"
"Nee, hoor!"
Zij wilde daar een vinnige repliek op geven, maar zij merkte al snel, dat hij het meende. Hij stapte namelijk ook onder de douche, waarbij hij vervolgens de gelegenheid te baat nam om haar in een stevige houdgreep te nemen.
"Hee, imbeciel!", riep zij, "Wat doe je nou?"
"Iets onverwachts!", was zijn schorre repliek.
"Maar je wordt helemaal nat!"
"Als je in aanmerking neemt, dat deze pyjama nodig in de was moet, is dat niet iets, waarvan ik wakker hoef te liggen."
Hij drukte de ochtendkus op haar mond en de greep van zijn armen werd daarna nog wat steviger.
"Waar heb ik dit godsnaam aan verdiend?", vroeg zij.
"Nergens aan. Ik heb alleen maar heel rot gedroomd."
"Waarover dan?"
"Ik droomde, dat je iemand anders had!"
"Ah, nee! Dat meen je niet!"
"Ah, ja! Dat meen ik wel!"
"Hoe zag hij eruit?"
"Verschrikkelijk!"
"Verschrikkelijk?
"Ja, het was een kale, foeilelijke oetlul van een jaar of vijfendertig! Maar hij was wel tamelijk intelligent. Hij was een soort van professor. Zo'n professor, die van die enge sigaartjes rookt en van die hele idiote aktetasjes draagt."
"Zou je mij dan kunnen zeggen, wat ik zo aantrekkelijk aan hem vond, dat ik jou er voor op zou willen geven?"
"Hoe kan ik dat nou zeggen? Het was jouw vriendje!"
"Maar het was jouw droom!"
"Dat is waar. Nou, in mijn droom was je ineens aan het studeren geslagen. En die kale, foeilelijke oetlul had je geholpen met je scriptie en van het een was het ander gekomen."
"Studeren?" klonk het verbaasd, "Ik?"
"Pretentious? Moi?"
"Wil je mij niet steeds met Miss Piggy vergelijken?", vroeg zij, een beetje pinnig.
"Je hebt er anders wel de... Eh, we dwalen af!"
"Waar hadden we het dan over?"
"Over de vraag waarom jij je lieve, knappe, sexy en hondstrouwe man voor een kale, foeilelijke, en sigaartjesrokende oetlul hebt ingeruild."
"Dat heb ik helemaal niet gedaan, imbeciel! Dat heb je gedroomd!"
"O, ja!"
Zij maakte zich van hem los, trok de trui van de pyjama over zijn hoofd, ontdeed hem vervolgens ook van zijn pyjamabroek en zijn slipje en slingerde die kletsnatte kleren tenslotte met een nonchalant gebaar de badkamer in.
"Hoe reageerde je eigenlijk, toen je ontdekte, dat ik een relatie met die kale, foeilelijke en sigaartjesrokende oetlul had?", vroeg zij.
"Heel nuchter! Toen ik jullie hand in hand over de Roetersstraat zag lopen, was de liefde meteen over. 'I fell out of love, like the lightnin' struck'."
"Je bent die kale, foeilelijke en sigaartjesrokende oetlul daarna niet naar de strot gevlogen?"
"Nee! Had je dat dan leuk gevonden?"
"Ja, natuurlijk!"
"Nou, dat heb ik dus niet gedaan! Maar dat kwam ook, omdat je zusje zo lief en zo attent voor mij was."
"Zusje? Had ik dan een zusje in je droom?"
"Ja, een ouder zusje van zevenentwintig."
"Maar ik ben achtenveertig!"
"Ja, dat klopt, maar in mijn droom was je tweeŽntwintig jaar jonger."
"O, wat ben je toch een viezerik!"
"Ja, hŤ?"
"Vertel eens verder over je droom!"
"Nou, je had dus hele aardige ouders!"
"Anders dan mijn eigen ouders?"
"Ja, heel anders! Je droommoeder was heel spontaan, maar ook een beetje een snob. Zij vond het bijvoorbeeld maar niks, dat er in Nederland zoveel mensen studeerden, omdat de diploma's en de titels daardoor niet zo veel meer waard waren. Maar je vader was een hele lieve, aardige lobbes. Hij leek sprekend op die bulderende vakbondsbons uit die jaren tachtig: die Jaap van der Scheur. Ik heb echt heel leuk met hem kunnen babbelen."
"Waarover heb je dan met hem gebabbeld!"
"Nou, hoe het was om in Enkhuizen te wonen, bijvoorbeeld."
"Enkhuizen? Maar ik kom uit Heemskerk!"
"In mijn droom dus niet."
"Nou, het is fraai, hoor! En hoe liep die droom af?"
"Gewoon! Ik nam mijn verlies als een man. Ik was niet kwaad op je, ik maakte je geen verwijten, omdat ik besefte, dat je door de jaren heen toch wel heel goed voor mij was geweest en verdween vervolgens stilletjes uit je leven."
Die onthulling schokte haar een beetje. Zij twijfelde er niet aan, dat hij ook daadwerkelijk zo zou reageren als zij zich echt door een kale, foeilelijke en sigaartjesrokende oetlul zou laten inpalmen en die gedachte vond zij volstrekt onverdraaglijk. De aanvechting om hem weer in haar armen te nemen was dan ook niet te weerstaan. Dat deed hem zichtbaar goed.
"Wil je mammie een plezier doen?", vroeg zij.
"Ja, natuurlijk wil ik mammie een plezier doen! Ik wil maar zeggen..."
"Wil je nooit meer van die rare dingen dromen?"
"Ik zal mijn best doen!", antwoordde hij glimlachend.
"Ik bedoel maar: de kans, dat ik mij ooit met een kale, foeilelijke, sigaartjesrokende oetlul zal inlaten, is toch echt 0,0 procent."
"Je zou ze de kost moeten geven, die dat wel doen!"
"Maar ik zal dat dus nooit doen!", riep zij, met stemverheffing, "En met 'nooit' bedoel ik dus echt: 'nooit'!"
"Schreeuw niet zo!"
"Ik schreeuw niet!"
"Je schreeuwt wel!", riep hij, terwijl hij een paar speelse tikjes op haar vorstelijke billen gaf.
"En sla niet zo hard!"
"Ik sla helegaar niet hard."
"Je slaat helegaar wel hard."
"Dat is grammaticaal niet helemaal juist, mijn lief", zei hij gniffelend.
"Dat kan mij helegaar niks schelen! Je behoort mij niet af te ranselen. Of althans: je behoort mij alleen maar af te ranselen als ik je daar uitdrukkelijk het bevel toe geef."
"O, gaan we weer op die toer!"
"Jaaaah! Haal de handboeien! Haal de handboeien!"
"Flikker op met je handboeien! Ik heb nog niet eens ontbeten."
"O, wat zijn we weer preuts, vandaag!"
"Ik ben helegaar niet preuts!"
"Je bent helegaar wel preuts!"
"En je moet mij niet zo nabauwen!"
"Ik bauw je helegaar niet na!"
"Je bauwt mij helegaar wel na!"
"Dat is grammaticaal niet helemaal juist, mijn lief!", zei zij gniffelend.
"O... Wat ben je weer irritant bezig!"
"Ja, hŤ?", beaamde zij, "Misschien moeten we maar eens onder de douche vandaan komen en inderdaad maar eens lekker gaan ontbijten."
"Hm, en wie maakt dat ontbijt dan klaar?"
"Jij natuurlijk!"
"O, goed!"
Hij maakte zich grinnikend van haar los en drentelde, zonder zich om zijn natte lichaam te bekommeren, de badkamer uit. Trudy liet nog even de laatste stralen over haar gezicht en lichaam stromen, maar daarna draaide zij de kranen dicht en deed zij een greep naar de badhanddoek, die zij daarnet al op de wasautomaat had gelegd. Zij droogde zich kalmpjes en gedachteloos af. Tijdens dat afdrogen zag zij Dennis, reeds geheel gekleed, over de gang naar de keuken lopen om het ontbijt klaar te gaan maken.
"Wat ga je maken?", vroeg zij, op een blŤrende toon.
"Uitsmijters!"
"Met drie eieren?"
"Nee, met twee! Je wordt namelijk veels te dik!"
"Ik word helegaar niet dik!"
"Je wordt helegaar wel dik! Je woog gisteravond 82 kilo. En dat is veel te veel voor een meisje van 1 meter 78."
Zij liet het er maar bij. Het woord 'meisje' had haar namelijk zeer gevleid en om die reden drentelde zij gniffelend naar de slaapkamer om zich aan te kleden. Omdat de uit de keuken afkomstige geuren nogal verlokkelijk waren en zij dus snel wilde gaan eten, beperkte zij zich vooralsnog tot haar onderkleren. Zij trok dus een witte beha, een wit slipje, een wit jarretellegordeltje en donkerbruine, fully-fashioned nylonkousen aan en bekroonde dat ensemble met een oude, beige-gekleurde ochtendjas, die zij op een wat nonchalante manier dichtknoopte. Daarna liep zij op haar kousevoeten naar de woonkamer.
Die woonkamer keek uit op het station en de spoorlijn naar Uitgeest en was sober gemeubileerd. De meubels, de twee zitbanken, de leren stoel, de salontafel, het wandmeubel en de ronde eettafel, waren nog van de vorige eigenaresse geweest. Van de vriendin van Trudy's moeder om precies te zijn, de vriendin, die vier jaar daarvoor zelfmoord had gepleegd. Een paar maanden na het overlijden van die vriendin hadden Dennis en Trudy aan haar moeder de plechtige belofte gedaan om de flat leeg te ruimen, maar daar was het aimabele, maar niet zo praktische stelletje dus nog steeds niet aan toegekomen.
Na het betreden van de woonkamer negeerde Trudy de feestelijk gedekte eettafel. Zij liep naar een van de banken in de woonkamer en plofte daar op een nogal ondeugende manier neer.
"Waarom ga je niet aan tafel zitten, malle meid?", vroeg Dennis, vanuit de inbouwkeuken.
"Daar kan ik mijn mooie nylons niet aan je showen."
"Hm, dat is wel zo, maar als je aan tafel gaat zitten, heb ik ze onder handbereik. Dat heb ik eigenlijk veel liever."
"Ik geloof er helegaar niets van! Jij vindt het veels te leuk om vanuit die leren stoel naar mijn goddelijk mooie kousebenen te kunnen gluren. En dat je ze dan niet zo gemakkelijk kunt aanraken, neem je dan graag op de koop toe."
"Ja, ik weet het! Ik ben een smerige voyeur."
"Precies! En kom nou maar op met die uitsmijter!"
"Ja, ja! Hier komt hij al!"
Hij bleek, zoals gewoonlijk, een perfecte uitsmijter te hebben bereid. De twee dooiers waren helemaal intact en ook de rest van de uitsmijter zag er prachtig uit. Hij plaatste het bord op haar schoot en liep daarna terug naar de keuken om zijn eigen uitsmijter en de twee espresso's op te halen.
Tijdens het eten keek hij op een wat dromerige manier uit het raam. Die aanblik gaf haar een sterk geluksgevoel. Hij was sinds hun zestiende eigenlijk maar bar weinig veranderd en de essentie van dat zestienjarige jochie zou over dertig jaar ook nog wel bestaan.
"Waar denk je aan?", vroeg zij.
"Aan jou natuurlijk!"
"Dat spreekt natuurlijk vanzelf! Maar zou je wat preciezer kunnen zijn?"
"Nee, ik denk het niet!"
"Waarom niet?"
"Omdat ik eigenlijk helemaal niet dacht. Er schoten wat herinneringen door mij heen, maar daar zat niet echt veel lijn in. Maarre... ik ben mij op een hele verstrooide manier natuurlijk wel van je aanwezigheid bewust."
"En ben je je er ook van bewust, dat ik tijdens het eten mijn ochtendjas op een nogal lieflijke wijze heb laten openvallen."
"Vaagjes, ja!"
"Maar je doet wel heel erg je best om niet naar mijn benen te kijken."
"Ja! Laf, hŤ?"
"Neuh..."
Zij liet haar handen een beetje behaagziek over haar kousen glijden, maar hij gaf geen krimp. Hij bleef, lui onderuitgezakt, naar buiten staren. Zij liet haar ogen even op zijn kruis rusten en vervloekte zichzelf daarom, toen zij merkte, dat die ene korte blik niet onopgemerkt was gebleven.
"Je moet niet zo naar mijn kruis staren!", zei hij grinnikend.
"Waarom niet?"
"It makes me feel so used!", antwoordde hij, met een wat kwijnend stemmetje.
"Dan moet je maar niet van die strakke jeans dragen."
"Die heb je anders zelf voor mij uitgezocht."
"Ja, en ik heb daar nog elke dag spijt van."
"Waarom?"
"Omdat je seksualiteit al jaren met bakken uit je poriŽn stroomt en omdat dat welgevulde kruis van jou daar nog eens nadrukkelijk de aandacht op vestigt."
"Jezus!", zei hij, met een spottende gelaatsuitdrukking, "Wat kun je die dingen toch prachtig zeggen!"
"Je kunt niet ongestraft de hele oeuvres van Anton Tsjechow, Guy de Maupassant en Jane Austen lezen en blijven herlezen zonder daar een ietwat archaÔsch taalgebruik aan over te houden."
"Jezus! Alweer zo'n prachtige volzin!"
"Pest mij niet zo!", riep zij, terwijl zij ietwat gepikeerd een kussentje naar zijn hoofd wierp.
"Ach, jee!", zei hij sussend, "Is mijn lieve, belezen meisje een beetje boos aan het worden?"
"Ja, heel erg!"
Hij gleed met een hele goeÔge gelaatsuitdrukking van de bank af, kroop naar haar toe en ging op zijn knieŽn tussen haar benen zitten.
"Wat kan ik doen om je boosheid weg te nemen?", vroeg hij.
"Door mij nogmaals plechtig te beloven, dat je bij mij zult blijven als ik over een jaar of twee niet meer zo veel zin heb om met je te neuken."
"Maak je je daar nog steeds zorgen over?"
"Ach, het valt eigenlijk wel mee. Sinds ik weet, dat mijn lieve moesje op haar tweeŽnzeventigste nog steeds regelmatig neukt, is de angst voor een verandering in mijn libido eigenlijk wel helemaal weg, maar ik zie toch nog steeds als een berg tegen die overgang op."
"Dat hoeft echt niet, hoor! Ik zal, hoe dan ook, tot aan mijn dood bij je blijven en ik zal mij daarbij tot aan mijn dood heel erg gelukkig blijven voelen."
"Maar ik vind het anders niks prettig, dat jij vannacht over een Trudy hebt gedroomd, die maar liefst tweeŽntwintig jaar jonger is."
Hij liet zijn handen kalm over haar kousen glijden en leek daarbij even naar de juiste formulering te zoeken.
"De droom, die ik vannacht had, was geen nieuw, soort droom", begon hij, "Dat soort dromen had ik twintig jaar geleden praktisch elke nacht en ik heb dat soort dromen nog steeds met een zekere regelmaat."
"Meen je dat?"
"Ja, het is een beetje te vergelijken met de 'Eindexamendroom', die mensen hun hele leven kunnen hebben."
"Maar jij droomt dus voortdurend, dat we weer jong zijn en dat je mij dan aan een kale, foeilelijke oetlul verliest."
"Ja, precies! De gedaantes zijn nooit helemaal hetzelfde. Soms draagt de enge, kale onverlaat een hoornen bril en een baard, soms ziet de enge, kale onverlaat eruit als die malle, kale Sjoerd Pleijsier en soms rookt de enge, kale onverlaat dus sigaartjes en draagt hij van die malle, leren aktetasjes. Maar ze zijn dus altijd kaal, ze zijn altijd foeilelijk en het zijn altijd oetlullen!"
"Ach, jee!", zei zij, op een heel zoetsappig toontje, "Wat jammer nou, dat Freud niet meer leeft! Hier had ie vast wel eens zijn tanden in willen zetten."
"Of zijn kunstgebit?"
"Hadden ze die toen dan?"
"Ik weet het niet, mijn lief! Ik ben van 1955 en ik ben dus de reÔncarnatie van James Dean, en ik ben dus niet van 1939, toen Freud het tijdelijke voor het eeuwige verwisselde."
"Volgens mij geloofde Freud helegaar niet in een leven na de dood!"
"Nou, dan zal hij nu onderhand wel door hebben, dat hij het bij het verkeerde eind heeft gehad."
"Hm, misschien is hij nu wel met James Dean aan het schaken."
"Nee, daar doet James niet aan! Daar is hij veels te veel een levensgenieter voor."
Zij hoorde dat gebazel verbaasd aan. Hij had er een handje van om zichzelf met bedaarde en charismatische types als Anton Tsjechow, Iwan Toergenjew, James Taylor en Robert Redford te vergelijken, maar James Dean was in dit verband toch wel een vreemde eend in de bijt.
"Hoe kom jij nou in godsnaam weer aan een James Dean-fascinatie?", vroeg zij.
"Nou, gewoon..."
"Wat nou gewoon?"
"Nou, hij heeft zich precies vier weken voor mijn geboorte en precies tweeŽntwintig jaar voor onze trouwdag te pletter gereden en dus..."
"Denk jij, dat je de reÔncarnatie van hem bent."
"Ja, natuurlijk!"
"Nou, dat kan dus helegaar niet!"
"O, nee?"
"Want je kunt alleen de reÔncarnatie zijn van iemand, die op 28 januari 1955 of daaromtrent de pijp is uitgegaan. En dus niet van iemand, die op 30 september 1955 de pijp is uitgegaan."
"Omdat...?"
"Dode zielen pas overgaan op het moment van een conceptie!"
"Gadverdamme! Ga je mond spoelen!"
"En daardoor dus weer vanzelf levende zielen worden!", vervolgde zij, redelijk onverstoorbaar.
"Je zou niet zoveel boeken van Hans Stolp moeten lezen", zei hij grinnikend.
"Wie begon er hier over het leven na de dood?"
"Eh... dat weet ik niet meer, hoor!"
"Jij dus! Jij probeerde de conversatie slinks van jouw kale-oetlullenfobie af te leiden door over de hemelgang van die enge Freud te gaan zitten leuteren."
"Ik heb helegaar geen kale-oetlullenfobie!"
"O, jawel! Je hebt een joekel van een kale-oetlullenfobie! Je zwelgt er zelfs helemaal in."
"Ik zwelg helegaar niet in mijn kale-oetlullenfobie!"
"Zie je wel, dat je een kale-oetlullenfobie hebt! Je geeft het zelf toe." "O, lieve God, sta mij bij!", zei hij, terwijl bij wijze van overgave zijn kin op zijn borst liet rusten.
Zij zag die overgave voldaan aan en liet even haar gladgekousde rechterdij langs zijn wang glijden. Daar fleurde hij zichtbaar van op.
"Besef je eigenlijk wel, dat je mij met ťťn simpele, erotische liefkozing zoals deze veel gelukkiger maakt dan met een potje neuken?", vroeg hij.
"Ja, dat heb je mij wel eens vaker gezegd, maar ik kan het eigenlijk maar moeilijk geloven."
"Het is toch echt zo!"
Hij liet zijn handen over de onderkant van haar dijen glijden en kneep er even in, alsof hij ze wilde wegen.
"Met het neuken zou ik morgen echt kunnen stoppen, hoor!", vervolgde hij, met een ineens weer hele montere gelaatsuitdrukking, "Maar dit soort erotische genoegens. Dit gluren, dit friemelen, dat knuffelen, dat 'onder je rokken wegkruipen', zoals ik daarnet onder de douche deed. Nee, daar zou ik absoluut niet buiten kunnen."
"Je bent een malle jongen!", zei zij ontroerd.
"Nee, ik ben een hele wijze jongen. En ook een hele attente jongen, want ik ga nu nog even een kop koffie voor je zetten."
"Ah, dat is lief van je."
Hij stond op, greep de beide espressokopjes en liep naar de keuken, waar hij de fluitketel met water begon te vullen. Trudy keek het van een afstandje aan. Met een nog steeds wat ontroerd gemoed en ook wel met de nodige verbazing en de nodige onrust. Zijn onverschillige, bijna hautaine houding tegenover seks kon haar af en toe danig van haar stuk brengen. Hij was dus nog steeds verzot op haar lijf en hij liet dat elke dag ook op alle mogelijke manieren blijken, maar hij liet de laatste jaren ook steeds meer blijken, dat hij dat neuken eigenlijk alleen maar als een plezierig bijverschijnsel beschouwde. Die wetenschap zou haar natuurlijk de nodige gemoedsrust moeten geven. Toch was die gemoedsrust er niet en zij vroeg zich af, wat daarvan de reden was. Het was, natuurlijk, een machtskwestie. Zij kon het niet goed hebben, dat zij hem niet volledig in haar macht had met datgene, waar zij bij uitstek een absolute controle over wilde hebben. Het was dan ook de hoogste tijd om hem maar weer eens een beetje op de proef te stellen. Dus trok zij de ochtendjas uit, ontdeed zij zich van haar beha en trok zij uiteindelijk ook maar het slipje van haar billen. Zij liet het kalmpjes op haar voeten vallen, waar zij het voor even liet liggen. De kousen hield zij natuurlijk aan. Zij trok de kouseboorden recht, maakte een van de jarretelles van haar linkerkous even los en maakte hem vervolgens weer aan de kous vast.
Dat gepruts aan haar jarretelles was een geliefd verleidingsspelletje van haar, maar omdat hij er ditmaal niet echt op reageerde, stond zij op om op haar knieŽn op de bank voor het raam te kunnen zitten. Zij vond het namelijk heerlijk om zich naakt voor dat raam te vertonen, zonder het gevaar te lopen om gezien te worden. De enige mensen, die haar nu zouden kunnen zien, waren de passagiers van voorbijrijdende treinen. Op dit moment waren die treinen in geen velden of wegen te bekennen en die gewaarwording maakte haar nog een tikje geiler dan zij al was. Zij liet daar overigens niet zo veel van merken. Zij wreef even met haar heupen en onderbuik langs de rugleuning van de bank, maar daar bleef het dan ook bij. Het water kookte inmiddels en Dennis goot de koffiekopjes weer vol. Zij hoorde, hoe hij naar haar toe liep, de kopjes op de salontafel zette en haar voorbeeld volgde door ook op zijn knieŽn, en links van haar, op de bank te gaan zitten.
"Het is je zeker ook nog niet opgevallen, dat ik, op mijn kousen na, nu helemaal naakt ben?", vroeg zij, met een wat spottende blik.
"Je vergist je!", antwoordde hij, terwijl hij met een steels gebaar zijn hand op haar linkerbovendij legde, "Dat is mij wel degelijk opgevallen."
Het tedere gebaar verwarde haar, vooral omdat zij op dit moment niet aan hem kon zien, of hij verder zou gaan, of dat hij het bij dat ene tedere gebaar zou laten.
"En het is mij ook opgevallen, dat je nu op een wat uitnodigende manier voor het raam zit", vervolgde hij grijnzend.
"En hoe denk je daarover?"
"Ik prijs mij gelukkig, dat we ons hier en niet in ons Noordamsterdamse huurhuisje in dat Noordamsterdamse volksbuurtje bevinden."
"Ik vind het echt heerlijk om zo naakt voor het raam te zitten", murmelde zij voor zich heen.
"En toch niet gezien te worden."
"Precies, het is de droom van iedere narciste..."
"En helemaal als die narciste af en toe exhibitionistische fantasieŽn heeft."
"Precies!", riep zij schaterend, "Vind je het erg?"
"Welnee, gekkie!"
Hij streelde haar kalm over haar billen en speelde daarna een beetje met haar jarretelles. Zij genoot met volle teugen van dat verstrooide, erotische gepruts.
"Ik wil hier blijven!", riep zij ineens.
"Maar we hadden toch al afgesproken, dat we hier tot het einde van de week zouden blijven?"
"Nee, ik bedoel voor altijd!"
"Oei! Dat zou wel eens een beetje moeilijk kunnen worden. Volgens mij wil je moeder van dit flatje en het landhuisje af."
"Nou, en wat dan nog? Wat let ons om zelf die huizen te kopen?"
"Eh... niets, neem ik aan!"
"Precies! We betalen nu al vierhonderdenvijftig euro in de maand aan de huren van onze huizen. Als we de huizen in Heemskerk kopen en de huur van het huis in Noord opzeggen, zullen we volgens mij net zo veel kwijt zijn aan de hypotheken voor de Heemskerk-huizen."
"Hypotheken?"
"Ja, je denkt toch niet, dat we die huizen met contant geld gaan betalen?"
Hij liet haar los, keek vervolgens een beetje glazig voor zich uit en ging daarna gewoon op zijn billen zitten. Trudy volgde zijn voorbeeld, in afwachting van een volgende reactie. Die bleef vooralsnog uit, maar zij wilde hem rustig de tijd geven om het een en ander te verwerken. Bij wijze van geruststelling legde zij wel even haar rechterbeen op zijn schoot. Dat leek ook wel te helpen: hij begon vrijwel meteen haar fraaie kuit te strelen en hij wierp haar daarbij een stralende blik toe.
"Wat vind je ervan?", vroeg zij lachend.
"Ik vind het een prachtplan!"
"Echt?"
"Ja, ik wil ook dolgraag in Heemskerk blijven. Ik ben echt helemaal weg van het huisje en de privacy, die dit flatje biedt, is natuurlijk ook fantastisch."
"En wat vind je van het idee om definitief uit Noord weg te gaan."
"Dat vind ik ook al een prima idee!"
"Echt? Je gaat straks wel weg uit het huis, waar je geboren bent!"
"Nou, en wat dan nog? Het is toch niet normaal om op je achtenveertigste nog steeds in je geboortehuis te wonen?"
"O, je bent geweldig!"
"Waarom? Jij bent degene, die met dit geweldige plan op de proppen is gekomen!"
"Jij bent geweldig, omdat je daar zo snel mee instemt! Omdat je zo'n lief, flexibel en plooibaar ventje bent!"
"Dat lieve, dat flexibele en dat plooibare zit in mijn karakter, mijn lief! Dat heb ik bij mijn geboorte meegekregen. Daar mag ik helegaar niet trots op zijn."
"Dat kan wel zo zijn, maar ik ben er toch heel erg blij mee."
"Wanneer wil je gaan verhuizen?"
Die praktische en typische Dennis-opmerking bracht haar ineens weer in de werkelijkheid terug. Zij had nu wel tegen haar echtgenoot gezegd, dat zij de twee huizen wilde gaan kopen, maar over die transactie had zij met de eigenaresse van die huizen in het geheel nog geen overeenstemming bereikt. Haar moeder had een paar jaar geleden bij hoog en bij laag beweerd, dat zij die huizen in de verkoop wilde gaan gooien, omdat zij het sterke gevoel had, dat die huizen een blok aan het been voor Dennis en Trudy waren en Trudy had daar toen wel mee ingestemd. Nu zou zij tegen haar moeder moeten zeggen, dat zij van mening was veranderd.
"O, shit!", riep zij.
"Wat is er?"
"Kun je je nog herinneren, dat mama toen tegen ons zei, dat zij die huizen per se wilde gaan verkopen, omdat zij vond, dat die huizen ons belette om te gaan reizen?"
"Ja, maar daar heeft zij de laatste jaren niets meer over gezegd."
"Dat is zo! Maar wat denk je, wat zij ervan vindt als ik haar zeg, dat we die huizen willen gaan kopen?"
"Hm, ik snap, wat je bedoelt. Wel, laten we haar dat meteen maar gaan vragen!"
"Wat bedoel je?"
"Bel haar op en doe een bod!"
"Ik durf niet...", zei zij kleintjes.
"Waarom niet?"
"Ik ben bang, dat zij 'Nee!' zegt en dat ons mooie plannetje dan in duigen valt."
"Zal ik haar bellen?"
"Durf je dat?"
"Natuurlijk durf ik dat! Ik bedoel maar..."
Hij viste haar handtas, die naast de bank lag, van de vloer, opende die tas en haalde daar haar mobieltje uit.
"Het is nog hartstikke vroeg!", riep zij, "Zij slaapt vast nog!"
"Prima! Dan is zij waarschijnlijk op haar plooibaarst."
"Ik denk eerder het tegendeel. Ze zou het gisteren nogal laat gaan maken."
Zij zag, hoe hij een beetje onhandig het nummer van haar moeder intoetste en het mobieltje voor zijn oor hield. Na een paar seconden stond zij op en begon zij heen en weer te drentelen. Toch duurde het niet lang, voordat haar moeder de telefoon opnam.
"Dag, oud paard!", hoorde zij Dennis zeggen, "Gelukkig Nieuwjaar!" De reactie van haar moeder scheen een beetje kregelig te zijn, want hij zette meteen zijn meest zoetsappige gezicht op.
"Ja, sorry, oud paard!", vervolgde hij, "Ik weet, dat het nog een beetje vroeg is, maar ik moest u van Trudy op stel en sprong bellen en haar wil is wet voor mij, dat weet u!"
Die opmerking scheen haar moeder geheel te ontwapenen, want Trudy hoorde haar moeder ineens in een schaterlach uitbarsten. Dennis gaf Trudy een vrolijke knipoog en vervolgde toen zijn telefoongesprek:
"Maar zij had u wel iets belangrijks te melden, hoor! Zij wil namelijk graag een bod op uw Heemskerk-huizen uitbrengen! Nu we de vijftig beginnen te naderen, willen we ons een beetje gaan settelen. En dat willen we toch maar liever hier gaan doen in plaats van aan de Franse of Italiaanse RiviŤra."
Trudy hoorde opnieuw een homerisch gelach uit haar mobieltje komen en ging in haar verwarring in al haar glorie voor de verandadeur staan. Op het station stond inmiddels een trein klaar, die zometeen naar Uitgeest zou vertrekken, maar daar lette zij in het geheel niet op.
"Hoeveel bied je?", hoorde zij Dennis ineens vragen.
"Gaat zij akkoord met de verkoop?", was haar wedervraag.
"Ja, natuurlijk gaat zij akkoord!"
"Eh.... een miljoen, maar dan in guldens?", opperde zij aarzelend.
"Trudy wil voor beide huizen 454.546 euri geven", zei hij, tegen haar moeder.
Zij verbaasde zich over het gemak, waarmee hij het guldensbedrag zo snel in euro's had kunnen omrekenen, maar zij zou daar niet echt lang over nadenken.
"Dan zijn ze hierbij verkocht!", kraaide hij uit, "En ga nou maar weer lekker slapen, oud paard! De details werken we later deze week wel uit."
Hij drukte op het knopje, waarmee hij de verbinding verbrak en stopte het mobieltje weer terug in haar tas. Trudy keek hem onderwijl verbijsterd aan.
"Gaat zij echt akkoord?", vroeg zij.
"Ja, zij vindt het een prima idee!"
"Dat meen je niet!"
"Dat meen ik wel! Het lijkt haar, met het oog op haar dure, ondeugende hobby's, wel leuk om op haar oude dag nog een extra zakcentje te hebben en zij heeft er in het geheel geen problemen mee om dat extra zakcentje uit onze zakken te kloppen."
"O, wat gaaf!", riep zij uitgelaten, "Oei! De trein vertrekt!"
Gelukkig voor haar zette de trein naar Uitgeest zich langzaam in beweging, maar zij toch maar snel van het raam weg. Dennis zag het lachend aan.
"Oei, wat ben je toch een mal meisje!", zei hij, terwijl hij haar in een vloeiende beweging op zijn schoot trok.
Dat liet zij zich met genoegen welgevallen en zij kwam vervolgens ook nog eens tot de plezierige ontdekking, dat het genoegen wederzijds was.
"Eigenlijk zouden we deze geslaagde transactie nu met een hevige, wilde vrijpartij gaan bekronen", zei zij, "Zo'n hevige, wilde vrijpartij, zoals we die ooit in het Chet Baker-hotel en Roermond hebben gehad."
"Alles op zijn tijd, mijn lief! Ik wil eerst wel eens weten, of je volkomen zeker van je zaak bent."
"Over wat?", vroeg zij schijnheilig.
"Over je definitieve terugkeer naar Heemskerk."
"Ja, ik wil dit echt! Ik ben echt gek op het landhuisje en ik ben echt gek op dit flatje en ik wil ze allebei nooit meer kwijtraken."
"En je wilt het huis in Amsterdam-Noord echt gaan opgeven?"
"Ja, ik ben er in de afgelopen zesentwintig jaar verschrikkelijk gelukkig geweest, maar toch heb ik het gevoel, dat we er nu weg moeten gaan."
"We wonen daar natuurlijk ook hartstikke scheef, hŤ?"
"Que?"
"Ken je die uitdrukking niet?"
"Nee, maar ik ben maar een heel dom meisje, hoor!"
"Je bent helegaar geen dom meisje!"
"Dat is misschien wel zo, maar ik weet dus echt niet wat die uitdrukking betekent!"
"'Scheefwonen' is een uitdrukking voor iemand, die een gigantisch inkomen heeft en tegelijkertijd in een veels te goedkoop huurhuisje zit."
"Ja, dan kun je wel stellen, dat we heel erg scheef wonen!"
"Ja, hŤ? Maar je zit er dus niet mee, dat je nu in de plaats gaat wonen, waar je vader zelfmoord heeft gepleegd en waar hij ook nog steeds begraven ligt?"
"Ben je besodemieterd? Dat is al bijna vierendertig jaar geleden. Daar zit ik echt niet meer mee, hoor!"
"Wel, dan rest mij niets anders dan mij geestelijk te gaan voorbereiden op het aanstaande vertrek uit het huis, waar ik ben geboren."
Zij gleed van zijn schoot af, sloeg haar rechterarm rond zijn schouder en trok hem heel dicht tegen zich aan.
"Doet het je wat?", vroeg zij, met een wat onzekere stem.
"Ja, toch wel. Nu het echt zeker is, dat we het gaan doen..."
"We hoeven er natuurlijk geen haast achter te zetten."
"O, ja, dat moeten we wel!", zei hij, heel beslist, "Anders komt er van het opzeggen van de huur en het verhuizen echt helemaal niets terecht."
"Tja, dat denk ik ook wel."
"Maar ik zie er nog het meest tegenop om het tegen mijn broertjes te moeten zeggen. Die kunnen binnenkort niet meer in hun ouderlijk huis op bezoek komen en dat schijnen ze op hun oude dag toch wel heel belangrijk te vinden."
"O, mijn hemel!", riep Trudy, een beetje geschokt, "Je hebt gelijk! En Eric heeft nog steeds heel veel van zijn rotzooi bij ons op zolder staan."
"En hij is door die rotziekte van hem nog steeds niet in staat om die rotzooi op te halen."
"O, wat wordt dat lastig!"
Hij nam haar kleine, welgevormde linkerhand in de zijne en streelde dat handje op een wat verstrooide manier. Zij keek er naar, niet goed wetend, wat zij op dit moment moest denken. Ze waren ineens op een probleem gestuit, dat eigenlijk alleen maar een probleem was, omdat ze allebei heel gevoelig waren, maar die conclusie bracht de oplossing niet dichterbij.
"Hm, maar wat moet, dat moet!", zei hij, "We hebben die rotzooi al twintig jaar bij ons op zolder staan. Het is de normaalste zaak van de wereld als we nu aan hem vragen om die rotzooi op te komen halen."
"Niet als hij, zoals nu, zwaar depressief is en aan straatvrees lijdt, lieverd! Als we zouden moeten verhuizen, zou het iets anders zijn, maar we gaan nu vrijwillig uit dat huis weg."
"Maar wat wil je dan? Het huis aanhouden en, om Eric een plezier te doen, vervolgens leeg laten staan?"
"Nee, dat wil ik ook niet! Shit! Ik weet het! We gaan gewoon een opslagruimte voor zijn spulletjes zoeken en daar ook al zijn spulletjes naartoe brengen. Als we gaan verhuizen, moeten we het huis sowieso gaan leegruimen en dan gaat die zolder natuurlijk in ťťn moeite door!"
"O, wat een briljant idee van je!"
"En desnoods wil ik die opslagruimte ook wel voor hem betalen, hoor!"
"Zou je dat echt willen doen voor hem?"
"Natuurlijk wil ik dat wel voor mijn dierbare zwagertje doen! Ik wil maar zeggen..."
"Wel, dan heb je dus ook het laatste probleempje opgelost en staat niets onze verhuizing in de weg!"
"Ben ik een slimme meid?", vroeg zij, met een nogal olijk smoeltje, "Of ben ik geen slimme meid?"
"Je bent een hele slimme meid! En ook een hele lieve meid!"
"Dat vind ik ook! En eigenlijk verdien ik daar toch wel een passende beloning voor, hŤ?"
"Wat had je in gedachten?", vroeg hij lachend.
"Iets ondeugends, natuurlijk!"
Hij schoot nogmaals in de lach, maar werd op dat moment voor even gered: door de bel van de voordeur. Dennis stond op, rende naar de gang en opende de deur. Vlak daarna hoorde zij een onbekende stem van een man, die zich voorstelde als hun nieuwe buurman en die vervolgens aan Dennis vroeg, of hij een rol closetpapier te leen had. Het antwoord van Dennis kon zij niet verstaan, maar het leek haar wel handig om even haar ochtendjas aan te trekken voor het geval de buurman ook nog met haar wilde kennismaken.
Zij voerde dat voornemen snel uit en trok met geroutineerde gebaartjes haar kousen nog wat strakker, waarbij zij in het geheel niet doorhad, dat zij die twee handelingen onder de ogen van de buurman uitvoerde. Daarna drentelde zij ook naar de gang, waar Dennis met een vuurrood gezicht de deur alweer sloot.
"Wat is er, schatje?", vroeg zij, terwijl zij haar armen over elkaar sloeg.
"Dat was hem!", antwoordde hij, op een geagiteerde fluistertoon.
"Wie bedoel je?"
"Die kale, foeilelijke oetlul uit mijn droom!"
"Dat meen je niet!"
"Dat meen ik wel!", riep hij woedend, "Het was hem sprekend! Dezelfde arrogante, lelijke, gluiperige rotkop! Datzelfde arrogante en neerbuigende air, waarmee hij mij het gevoel gaf, dat hij mij eigenlijk maar een zielig geval vond! Jezus! Wat een ongelooflijk, stomme lul is dat!"
"O!", zei zij, een tikje beteuterd.
"Ja, zeg dat wel!", zei hij hijgend.
"En wat nu?", vroeg zij, terwijl zij haar armen met een wat machteloos gebaar langs haar lichaam liet vallen.
"Wat nu? Wat bedoel je in godsnaam met 'Wat nu?'?"
"Betekent dit, dat je van de verhuizing naar Heemskerk afziet?"
"Nee, natuurlijk niet! Maar ik ga nu wel een paar adequate maatregelen treffen."
"Wat bedoel je?"
"Dat zul je zo wel merken."
Hij deed een stap in haar richting, ontdeed haar van haar ochtendjas en nam haar op een tamelijk ruwe manier in zijn armen.
"Wat ga je met mij doen?", vroeg zij, toch wel een tikje verbijsterd.
"Ik ga je je zin geven!"
"Hoe bedoel je?"
"Ik ga je zometeen eindelijk weer eens een 'Roermond-beurtí geven!"
"Hier in de gang?"
"Ja, en tegen deze muur!", antwoordde hij, terwijl hij haar met een ineens nogal guitig smoelwerk tegen de wand drukte.
"Dat meen je niet!"
"O, ja! Dat meen ik wel! En met een 'Roermond-beurtí bedoel ik dus ook een 'Roermond-beurtí! Als ik met je klaar ben, zullen je kousen dus weer in flarden op je lieve, snoezige voetjes hangen."
"En allemaal vanwege die kale, foeilelijke en sigaartjes rokende oetlul van hiernaast?", vroeg zij schaterend.
"Ja."
"Hm, zou je echt uit mijn leven verdwijnen als ik iets moois met die kale, foeilelijke en sigaartjes rokende oetlul van hiernaast zou krijgen?"
"Zeker weten! Een vrouw, die mij kan hebben, maar in plaats daarvan uit lamlendigheid een relatie met een kale, foeilelijke, en sigaartjes rokende oetlul aangaat, ligt er voor altijd uit bij mij. Daar ben ik redelijk extreem in."
"Je mag Sylvie Meis niet citeren!"
"Als ik Sylvie Meis wil citeren, dan doe ik dat."
"Goed, dat wil ik bij deze dan wel toestaan! Maar wel onder ťťn voorwaarde!"
"En die is?"
"Dat je nooit met haar gaat doen, wat je nu met mij gaat doen."
"Afgesproken!"
Zij knikte voldaan en deed er verder maar het zwijgen toe.

BERT HARBERTS


Terug


Amsterdam, 18 juli 2006. © Bert Harberts