BROEKER IDYLLLE

Het was een stralende septemberochtend, een fraaie nastoot van die warme, zonnige zomer van 2003. Het huis aan de Erven in Broek in Waterland, dat prachtige dorp ten noorden van Amsterdam, dat zo lieflijk rond een binnenmeertje ligt gedrapeerd, baadde in het zonlicht. De vrouw des huizes, Rinie Harberts, zat naakt op de stoel voor haar make-up tafel en kamde haar half lange, donkerblonde haren. Over de rugleuning van de stoel hingen de twee bruine nylonkousen, die zij de laatste dagen had gedragen; op de make-uptafel lag het stapeltje kleren, dat zij vandaag zou gaan dragen.
Schuin achter haar stond het bed, waarin haar man Randy lag te slapen. Hun slaapkamer lag op het oosten en de zon scheen fel op zijn gezicht, maar hij bleef rustig doorslapen.
Zij maakte zich onderwijl wel een beetje ongerust over hem. Het was vandaag tien jaar geleden, dat Anneke, zijn eerste vrouw, zelfmoord had gepleegd en hij had de laatste dagen in een nogal melancholische bui verkeerd. Een week geleden hadden ze een lange discussie gehad over de vraag, of ze op deze dag naar Canterbury zouden moeten afreizen om Annekes graf te bezoeken. Rinie had tijdens die discussie aan het langste eind getrokken: ze waren uiteindelijk toch maar niet naar Engeland gegaan.
Nu tobde zij al een poosje over de vraag, of het niet beter was geweest als zij hem wel zijn zin had gegeven. Ze waren, op een dag na, nu vijf jaar getrouwd en zij slaagde er al vijf jaar in om hem uit Canterbury weg te houden, maar het zou misschien toch beter zijn als zij hem wel een keer naar Canterbury zou vergezellen. Voor een bezoek aan het graf van Anneke en voor een bezoek aan het huis, waar hij zeventien jaar lang met die Anneke had gewoond.
Zij was inmiddels klaar met het kammen van haar haren. Zij nam haar kleren in haar armen, liep op haar tenen naar de wenteltrap en daalde via de wenteltrap naar de begane grond af. Eenmaal beneden legde zij haar kleren op een stoel in de woonkamer neer, voordat zij de inbouwkeuken inliep om koffie te maken voor het ontbijt. Randy was nog steeds niet wakker geworden en zij nam zich voor om hem maar zo lang mogelijk te laten slapen.
Tijdens het dekken van de tafel bleven haar gedachten in Canterbury verwijlen en piekerde zij over wat zich daar tien jaar geleden had afgespeeld. Zij was zelf dus ook nog nooit in Canterbury geweest en omdat Randy geen foto's of tastbare herinneringen aan zijn eerste tweeŽnveertig levensjaren had, had zij zich ook nooit een goed beeld van zijn vorige leven in Canterbury kunnen vormen. Zij wist, dat hij de schatrijke zoon van een visconservenmagnaat was, dat Canterbury een mooie, oude provinciestad in Kent was, dat Randy in een oude, wat sombere villa bij de kathedraal van Canterbury had gewoond en dat Anneke een knappe en lange, blonde vrouw van zesentwintig was geweest, toen zij de toen twintigjarige Randy had leren kennen.
Het water kookte inmiddels. Zij schonk zichzelf een espresso in en nam, nog steeds naakt, aan de ontbijttafel plaats. Het was haar een beetje vreemd te moede. Zij was in mei zelf zesentwintig geworden en dat gaf haar het gevoel, dat zij nu pas echt in Annekes voetsporen kon gaan treden. De gedachte aan het trieste lot van Anneke kon de voldoening daarover in het geheel niet temperen, want zij zou het natuurlijk veel beter doen dan Anneke. Zij was niet met sadomasochistische neigingen behept, zij had haar ex-minnaar niet vermoord en zij liep dus ook niet met schuldgevoelens rond, die haar het leven volstrekt onmogelijk zouden gaan maken. Zij was gewoon een vrolijke, mooie meid uit Monnickendam, die een volstrekt zorgeloze jeugd had gehad, die dol was op seks en die tot grote opluchting van haar echtgenoot een uitgesproken voorkeur voor seks-in-zijn-meest-ongecompliceerde vorm had.
De aanblik van de gedekte ontbijttafel deed Anneke voor even uit haar gedachten verdwijnen. Zij besmeerde een cracker met roomboter en jam en begon kalmpjes te eten. Daar kon zij ook rustig de tijd voor nemen, want zij en Randy hadden vandaag vrij. Ze bezaten een cafť in Durgerdam, dat elke dag was geopend, maar vandaag zouden haar barkeeper Mo en diens vrouw Atie er de scepter zwaaien. Misschien zou zij straks nog wat aan de boekhouding gaan doen, misschien ook niet. Eigenlijk wilde zij liever de hele dag op hun steiger doorbrengen en de dag tenslotte met een barbecue voor twee personen afsluiten.
Zij at nog een cracker met jam, zette nogmaals water op voor een tweede espresso en drentelde daarna de huiskamer in om zich aan te kleden. Die huiskamer keek uit over 't Havenrak, het bovengenoemde binnenmeertje, dat op dit moment van de dag helemaal was uitgestorven. Zij kon dus gewoon op de bank gaan zitten en zich onbespied en in alle rust gaan aankleden. Zij trok eerst een witte beha en een wit slipje aan en na een kort intermezzo om het gas uit te draaien en een tweede kop espresso in te schenken werd die witte combinatie met een grijs truitje, met korte mouwen en een tamelijk kort, wit rokje aangevuld.
Op dat moment werd er gebeld. Zij liep naar de voordeur en keek, voordat zij de deur opende, even uit het smalle raam naast de voordeur om te zien wie het was.
"Jezus!", mompelde zij, "Wat krijgen we nou?"
De beller bleek een dikke, vermoedelijk kale man van een jaar of zeventig te zijn. De man was onberispelijk gekleed. Hij droeg een zwart kostuum en een zwarte bolhoed en hij maakte een verpletterende indruk op haar. Zij had het gevoel, dat hij een butler was en als hij dat ook echt was, kon hij zonder meer de volmaakte personificatie van een butler worden genoemd.
Even aarzelde zij nog, maar daarna trok zij toch de deur open. Zij kreeg al snel de bevestiging van haar vermoedens, want de man lichtte eerst zijn hoed voor haar, waarmee hij inderdaad een volledig kaal hoofd ontblootte, en richtte vervolgens in het Engels het woord tot haar:
"Goedemorgen, mevrouw Harberts. Mijn naam is Meisner, ik ben de voormalige butler van uw echtgenoot."
"Oooooo...", riep Rinie verheugd, "Bent u echt meneer Meisner? Bent u echt de voormalige butler van Randy?"
"Dat klopt, mevrouw. Ik hoop, dat mijn komst niet ongelegen komt. Ik heb vandaag namelijk een zakelijke bespreking met meneer Harberts."
Rinie wist even niet, hoe zij op deze onthulling moest reageren. Zij en Randy hadden geen geheimen voor elkaar, maar hij had in de voorbije dagen helemaal niets over de komst van Meisner losgelaten. Toch duurde die aarzeling niet zo heel lang.
"Ik weet er van, meneer Meisner", zei zij, "Komt u toch binnen!"
"Heel vriendelijk van u, mevrouw."
Meisner schreed statig de drempel over, hoewel hij Rinie even het gevoel gaf, dat hij er overheen zweefde. Zij ging hem voor naar de huiskamer en wees hem met een gelispeld "Gaat u zitten!" een plek op de bank aan. Hij ging met een zekere aarzeling zitten.
"Eh, Randy slaapt nog steeds", begon zij, opnieuw geÔmponeerd door zijn inderdaad bijzonder imponerende verschijning, "Maar ik ga hem nu even wakker maken."
"Heel vriendelijk van u, mevrouw."
Zij rende in de richting van de wenteltrap, hield zich een beetje beschaamd in, maar rende toen toch met twee treden tegelijk de wenteltrap op.
Haar geliefde echtgenoot verkeerde nog steeds in dromenland. Zij keek even naar de lange, smalle gestalte onder het witte laken en het knappe, smalle gezicht en de lange, verwarde, zwarte haren boven dat laken, maar daarna sprong zij met een zekere lenigheid op het bed. Zij ging op haar knieŽn zitten en begon hem woest heen en weer te schudden. Hij was meteen wakker...
"Hee!", schreeuwde hij, "Laat dat alsjeblieft!"
"Niks 'Laat dat alsjeblieftí!", zei zij hardvochtig, "Je moet opstaan, want je ex-butler zit beneden op je te wachten."
"Dat meen je niet!"
"Dat meen ik wel! Hij is net gearriveerd en hij heeft iets zakelijks met je te bespreken. Iets, wat jij tot nu toe voor mij hebt verzwegen."
"O, shit!", zei hij, terwijl hij gapend overeind kwam en op zijn ellebogen begon te leunen.
"Ja, zeg dat wel! En aangezien je mijn trouwe compagnon, mijn gulle geldschieter en mijn lieve, snoezige echtgenoot bent, ben ik er echt heel verbaasd over, dat je dat voor mij hebt verzwegen."
"Het had ook een verrassing moeten zijn", zei hij, een tikje mismoedig, "En ook een soort huwelijkscadeau."
"Wat voor verrassing? Wat voor huwelijkscadeau?"
"Ik eh... ga nu eindelijk mijn huis in Canterbury verkopen."
"Oh, meen je dat?", vroeg zij, blij verrast.
"Ja! En Meisner gaat als tussenpersoon fungeren. Hij gaat het allemaal regelen, zodat ik de komende maanden niet naar Engeland hoef te gaan."
"O, wat geweldig! Oh, dat is echt het mooiste huwelijkscadeau, dat je mij kunt geven!"
"Ik dacht ook wel, dat je dat leuk zou vinden."
Om haar dankbaarheid voor dit mooie cadeau kracht bij te zetten, ging zij schrijlings op zijn schoot zitten. Zij wierp hem daarbij een intens geile blik toe, die hem niet geheel onberoerd leek te laten.
"Ja, en er is trouwens ook al een bod op het huis binnengekomen", vervolgde hij, met een niet al te vaste stem.
"Van hoeveel?", vroeg zij, zonder veel interesse.
"Drie miljoen euro!"
"Wat! Drie miljoen euro?"
"Ja, en als de koop doorgaat, is dat geld helemaal voor jou!"
"Wat?!?"
"Dat geld is helemaal voor jou! Je mag ermee doen, wat je wilt. Ik heb al genoeg geld."
"Ben jij... Ben jij... Ben jij van plan om mij een huwelijkscadeau van drie miljoen euro te geven?"
"Ja, is dat niet genoeg?"
"Ja, natuurlijk is dat genoeg, idioot!"
"Ik ben blij, dat te horen. En mag ik dan nu even opstaan en mijn oude butler gaan begroeten?"
"O, Meisner!", riep zij verschrikt, "O, ik heb hem al veels te lang alleen gelaten! O, wat ben ik toch een kluns!"
Zij liet zich van het bed afglijden en rende naar de wenteltrap. Zij gleed daarbij even uit, maar zij wist haar evenwicht nog net te bewaren en slaagde er ook in om daarna met een zekere waardigheid de trap af te dalen.
Eenmaal beneden wachtte haar echter een nieuwe schok, want Meisner had zijn colbertje uitgetrokken en over een keukenstoel gehangen en was met opgestroopte hemdsmouwen de afwas van gisteravond aan het wegwerken. Hij deed het alsof het de gewoonste zaak van de wereld was, maar Rinie wist niet, hoe zij het had en kon zich volstrekt geen houding geven. De snelle komst van Randy bracht gelukkig uitkomst. Hij had alleen zijn ochtendjas aangetrokken en kwam slechts een vijftiental seconden na haar de trap aflopen.
"Meisner!", riep hij, zichtbaar aangedaan.
"Goedemorgen, meneer", antwoordde Meisner, terwijl hij kalm zijn handen aan de theedoek afdroogde.
Randy liep op zijn voormalige butler af en sloot hem zonder enige plichtplegingen in zijn armen. Meisner toonde zich op zijn beurt ook heel aangedaan door het weerzien met zijn voormalige werkgever, maar slaagde er toch in om niet helemaal uit zijn butlerrol te vallen.
"Het spijt mij, dat ik u met mijn vroege komst heb wakker gemaakt, meneer!"
"Dat geeft toch niet, Meisner!", zei hij, terwijl hij Meisner losliet, "Ik had allang op moeten zijn."
Rinie keek de hereniging tussen het tweetal een beetje bedremmeld aan. Vanaf het moment, dat zij Meisner voor de deur had zien staan, had haar leven ineens heel veel van een ritje in een achtbaan weg en die gewaarwording was vanzelfsprekend heel enerverend. Het leek haar ook het beste om het tweetal maar even alleen te laten.
"Ik ga even naar de Spar!", riep zij, met een licht overslaande stem.
"Waarom?", vroeg Randy verbaasd.
"Ik moet nog wat vlees halen voor de barbecue van vanavond."
"Wil je dan niet bij de bespreking zijn, die je tot een miljonaire zal gaan maken?"
"Nee! Nee! Regelen jullie dat maar!"
"Goed, liefje! Maar kom snel terug, want ik heb nog een paar andere verrassingen voor je."
"Goed!", zei zij, met een wat benauwd gezicht.
Zij pakte haar boodschappentas, die zoals altijd onder de kapstok stond, stapte in een paar witte schoenen met half-hoge hakken, opende de deur en verliet het huis, zonder te groeten.
Eenmaal buiten haalde zij diep adem en dubde zij even over de vraag, of zij zou gaan lopen, of gaan fietsen. De Spar bevond zich op een halve kilometer van haar huis, aan de overzijde van het Havenrak, dus voor elke mogelijkheid was wel wat te zeggen. Als zij zou gaan wandelen, zou zij wat meer tijd hebben om over de laatste ontwikkelingen na te denken; als zij zou gaan fietsen, zou haar nieuwsgierigheid naar Randy's, andere verrassingen sneller worden bevredigd. Zij koos uiteindelijk voor de fiets.
Zij hing de tas om het stuur, haalde de fiets van het slot en stapte op. Zij vermoedde, dat zij in haar korte rokje wel wat bekijks zou trekken, maar dat moest dan maar. Gelukkig voor haar was het vrij stil op straat en kwam zij slechts twee kleuters tegen. Zij kende dat tweetal: ze waren de kinderen, die zij in gedachten altijd 'Dennis the Menace en zijn vriendinnetje' noemde. Zij passeerde de fotogenieke kleuters, die haar vrolijk toezwaaiden en vervolgens in een dichtbegroeide tuin verdwenen, peddelde verder door de Erven, reed over de Raadhuisbrug, passeerde de Hervormde Kerk en sloeg toen rechtsaf het straatje in, dat naar het Havenrak was genoemd.
Honderd meter verderop stond de Spar. De plek waar zij zoals gewoonlijk haar fiets neerzette, het pad naast de Spar, dat naar het nieuwere gedeelte van het dorp leidde, was gelukkig nog vrij. Zij zette de fiets op slot, haalde de boodschappentas van het stuur en drentelde naar de winkel. "Ik ben zometeen miljonaire!", schoot het ineens door haar heen. De definitieve bevrijding van 'Canterbury', die soms grijze, soms licht-zwarte wolk, die in de afgelopen jaren van tijd tot tijd over haar leven en haar huwelijk had gehangen, was al heerlijk geweest, maar die drie miljoen euro was natuurlijk een niet te versmaden bonus voor haar. Zij was gek op geld en zij vond het vanzelfsprekend fantastisch om ineens zo'n omvangrijk kapitaal tot haar beschikking te hebben.
Zij betrad de winkel, deed een greep naar een winkelwagentje en stiefelde daarna goedgemutst op de vleesafdeling af. Het was niet druk in de winkel, zoals op elke ochtend. Zij laadde haar winkelwagentje vol met vleeswaren, groette de zestienjarige dochter van de filiaalhouders, die met een vriendin in het kantoortje zat te lanterfanten, en bleef bij de banketafdeling nog even rondhangen. Dit was natuurlijk bij uitstek de gelegenheid om haar man en zijn ex-butler voor hun goede daden te belonen. Na ampele overwegingen koos zij voor een kleine slagroomtaart.
Zij rekende af bij Cassandra, de vriendelijke en bebrilde filiaalhoudster, pakte haar boodschappen in em verliet de winkel. Na het sluiten van de deur keek zij even naar haar huis aan de overkant van het meertje. Zij zag, dat haar man samen met zijn gast op de steiger stond en dat het tweetal met een paar hutkoffers in de weer was. Die ontdekking alarmeerde haar een beetje. Randy had haar dan wel een paar verrassingen in het vooruitzicht gesteld, maar de aanblik van die hutkoffers had op de een of andere manier toch wel iets sinisters. Ze waren natuurlijk uit het huis in Canterbury afkomstig en ze zouden naar alle waarschijnlijkheid de spullen van Anneke bevatten.
Met een nogal snel kloppend hart rende zij naar haar fiets terug. Zij hing de tas om het stuur, haalde de fiets weer van het slot en begon met een ferme pedaaltred aan het ritje naar haar huis. De volle tas aan het stuur leverde vooral bij het sturen enige navigatieproblemen op, maar zij slaagde er toch in om de vaart erin te houden en zij had maar een paar minuten nodig om haar huis te bereiken.
Op dat moment zag zij pas de kleine auto staan, waarmee Meisner van Canterbury naar Broek in Waterland was gereden. Eigenlijk vond zij het heel frappant, dat hij zo vroeg in Broek in Waterland was gearriveerd en zij vroeg zich af, hoe laat hij vanochtend uit Engeland was vertrokken.
Ze zette haar fiets weer op slot, nam de tas ter hand en betrad enigszins bezweet haar huis. Randy en Meisner stonden nog steeds op de steiger. Ze keken zwijgend over het zonovergoten meertje uit en Rinie besloot om eerst maar eens haar tas uit te pakken. Zij legde het vlees in de koelkast en zette de doos met de ietwat verfomfaaide taart op de keukentafel neer. Even twijfelde zij nog over wat zij zou gaan doen; daarna nam zij de taart weer in haar handen en droeg zij hem op een wat plechtstatige manier naar de steiger.
"Er is taart!", zei zij, een tikje ten overvloede.
"O, wat lief van je!", zei Randy glimlachend.
"Dat is heel vriendelijk van u, mevrouw", zei Meisner plechtig, "Als u het mij toestaat, zal ik die taart nu meteen even gaan aansnijden."
Hij nam, zonder op een antwoord te wachten, de taart van de verblufte Rinie over en droeg hem weer het huis binnen.
"In drie gelijke stukken, Meisner!", riep Randy hem grinnikend na.
"Dat is heel vriendelijk van u, meneer."
"En zet meteen nog maar wat koffie."
"Tot uw dienst, meneer."
Rinie keek hem met een verbijsterde blik na en liet zich vervolgens door Randy in een van de tuinstoelen duwen.
"Wat gebeurt er vandaag toch allemaal?", prevelde zij voor zich heen.
"Wel, ten eerste gaat de verkoop van het huis in Canterbury dus door! Ik heb het bod geaccepteerd en ik ga Meisner zometeen schriftelijk toestemming geven om namens mij het huis in het Canterbury te verkopen."
"En dat betekent?" "Dat jij nu een meervoudig miljonaire bent." "O, dank je wel!" "Daar zal het overigens niet bij blijven, want ik heb nog wel wat meer onroerend goed in Engeland, zoals een groot landgoed in Chilham, en dat gaat binnenkort ook de verkoop in." "O, ja?", mompelde zij, een tikje uit het veld geslagen.
"En natuurlijk gaat ook die opbrengst, die waarschijnlijk een veelvoud zal zijn van de opbrengst van het huis in Canterbury, linea recta naar jouw bankrekening."
"Ik eh... weet niet, wat ik zeggen moet!"
"Je mag er mee doen, wat je wilt!", vervolgde hij, op een levendige toon, "Je mag het op een spaarrekening zetten, je mag het over de balk gooien en je mag er dus ook ťťn of tien nieuwe cafť's van kopen. Daar zal ik je dus helemaal vrij in laten."
"Dank je, lieverd. Maar ik denk, dat ik het maar lekker op mijn spaarrekening ga zetten. Ik heb eigenlijk niet zo veel zin meer om een horeca-imperium op te bouwen."
"Echt niet?", vroeg hij lachend.
"Nee, we moeten met die ene kroeg al hard genoeg werken om hem een beetje winstgevend te krijgen."
"Dat is waar."
"En we zouden hem pas echt winstgevend kunnen krijgen als we Mo zouden ontslaan."
"En dat wil je dus niet?"
"Nee, dat wil ik niet en zeker niet nu hij een kind heeft en Atie net is ontslagen."
"Je hebt groot gelijk, hoor!"
Zij keek hem verwachtingsvol aan, in de hoop, dat hij snel zou onthullen, wat voor andere verrassingen hij voor haar in petto had, maar tot haar verdriet draaide hij, wat dat betreft, een beetje om de zaak heen.
"Ik ga vanavond een beetje schoon schip maken", zei hij, wijzend op de twee koffers.
"Wat zit daar dan in?"
"In deze twee koffers zitten mijn persoonlijke bezittingen, die al die tijd in het huis in Canterbury hebben gelegen."
"Zoals wat bijvoorbeeld?"
"Zoals bijvoorbeeld de fotoalbums met de foto's van de eerste achtendertig jaar van mijn leven."
"O, wat gaaf! Dan zal ik eindelijk eens zien, hoe je er als klein jochie uitzag!"
"Ja, dat klopt! Maar je zult in die fotoalbums dus ook foto's van mij en Anneke gaan aantreffen."
"Dat is niet erg!", zei zij, ineens heel ontroerd.
"Echt niet?"
"Echt niet! Daar moet ik maar tegen kunnen. En ik denk, dat het ook wel goed voor jou is als jezelf weer eens met de tastbare herinneringen van je vorige leven confronteert. En daar hoort Anneke dus ook bij."
"Dat denk ik ook wel."
Zij legde haar handen rond haar knieŽn en wierp hem een dolverliefde blik toe. Het liefst zou zij naakt aan zijn voeten zijn neergevallen.
"Wel, en dan kom ik nu bij mijn laatste verrassing!", vervolgde hij.
"En die is?"
"Ik heb Meisner weer als butler in dienst genomen."
Haar mond zakte open van verbazing, maar eigenlijk kon dat nieuwtje er ook nog wel bij.
"Oh, meen je dat?", vroeg zij.
"Ja, ik heb hem tien jaar geleden bij zijn pensionering dan wel twee miljoen pond netto meegegeven, maar hij heeft mij tijdens onze telefoongesprekken van de laatste weken verteld, dat hij in die tien jaar een beetje is vereenzaamd en dat hij dolgraag weer aan de slag wil."
"En toen heb je dus toegeslagen."
"Daarnet, ja. Vind je het vervelend? Hij heeft mij ook gezegd, dat hij best wel in de kroeg wil meedraaien, dus we zouden binnenkort ook een keer een maandje op vakantie kunnen gaan."
"O, dat zou fantastisch zijn! Dan kunnen we eindelijk naar Lugano gaan, dan kunnen we eindelijk een tochtje langs de Italiaanse RiviŤra gaan maken en dan kan ik eindelijk met eigen ogen gaan zien, hoe sprookjesachtig mooi Portofino is."
"Dus je gaat akkoord?"
"Natuurlijk ga ik akkoord, idioot!"
"Prima! Dan ga ik hem dat nu zeggen en daarna ga ik ook nog wat papieren met hem uitwisselen. Ga jij maar alvast de koffers openen, dan kunnen we die straks bij de koffie gezellig uit gaan pakken."
"Goed, schatje!"
Hij stond op en liep het huis binnen. Zij keek hem glimlachend na. Terwijl zij daarna op een wat steelse manier de twee mannen observeerde, die tegenover elkaar aan de eettafel gingen zitten, maakte zij kalm de balans van deze stralende ochtend op: Randy had haar advies ter harte genomen en had vrijwel alle banden met Canterbury doorgesneden, hij had haar in ťťn moeite door tot meervoudig miljonaire gebombardeerd en als klap op de vuurpijl had hij ook nog eens de beste butler van de wereld in dienst genomen, zodat haar toch al vrolijke leventje nog zorgelozer zou worden dan het al was en ze eindelijk weer eens op vakantie zouden kunnen gaan.
Die balans kon dus niet anders dan bijzonder positief worden genoemd. Zij nam zich dan ook voor om hem vanavond op een luisterrijke manier te gaan belonen voor alles, wat hij vandaag voor haar had gedaan. Het belangrijkste ingrediŽnt voor die beloning zou zij vandaag via de post ontvangen. Een paar dagen geleden had zij op internet vijf, fully fashioned nylonkousen besteld en dit was natuurlijk een uitgelezen gelegenheid om die mooie kousen op hem uit te proberen.

BERT HARBERTS


Terug


Amsterdam, 8 september 2006. © Bert Harberts