JONG GELUK

Kirsten, een zwartharige en beeldschone economiestudente van vierentwintig, zat prinsheerlijk in de rozentuin achter het landhuisje in Noorddorp. Het was weliswaar niet haar huisje en haar tuin, maar zij kon er in haar hoedanigheid van huisbewaarster wel onbeperkt gebruik van maken. Op het tafeltje voor haar stond een stokoude laptop; daarnaast lag een ruwe versie van haar scriptie-in-wording. Hoewel zij van plan was geweest om vandaag flink aan die scriptie te werken, was zij na een uur ploeteren nog geen steek opgeschoten.
De reden daarvan was van relationele aard. Zij kampte aan de ene kant met een relatie, die zijn langste tijd eigenlijk wel had gehad en aan de andere kant met een ietwat, dwaze verliefdheid op een knappe jongen van zestien. De vergelijking tussen haar vriend Henry, een mollige, en nogal saaie, zesendertigjarige vertegenwoordiger uit Utrecht, en Teun, het engelachtige, jonge ventje, viel eigenlijk in alle opzichten in het nadeel van de eerste uit: Teun was liever, knapper, intelligenter en dus maar liefst twintig jaar jonger dan Henry. Kortom: zij had schoon genoeg van Henry en zij had heel veel zin om iets ondeugends met Teun te beginnen.
Ze kenden elkaar al vanaf zijn geboorte. Tot voor een jaar was hij haar buurjongen geweest, maar toen zij in februari 2000 het ouderlijk huis had verlaten, was zij al snel tot de ontdekking gekomen, dat zij haar knappe, beminnelijke buurjongen niet echt kon loslaten. Ze zagen elkaar meestal één keer per week en het initiatief ging altijd van haar uit. Die gezamenlijke uitstapjes werden ook ondernomen als Kirsten een vast vriendje of een vast vriendinnetje had. Die vaste vriendjes en vriendinnetje kwamen en gingen met een zekere regelmaat en zij had op dit moment, naast Henry, ook een aantal losse, lesbische relaties, maar het 'Vlindertje uit Heemskerk', zoals Kirsten zichzelf eens gekscherend had genoemd, had maar één vast plekje, waarnaar zij steeds weer terugkeerde en dat plekje werd door Teun ingenomen.
Zij beschouwde Teun eigenlijk al jaren als de enige persoon tegen wie zij alles kon zeggen. Na zijn zestiende verjaardag, nu iets meer twee maanden geleden, praatte zij ook heel vrijmoedig over haar wilde seksleven met hem. Omgekeerd was dat niet het geval, om de doodeenvoudige reden, dat Teun nog helemaal geen seksleven had. Kirsten had soms het gevoel, dat zijn intensieve omgang met haar hem hinderde om op dat gebied zijn vleugels uit te slaan, maar daar was zij dus niet zeker van. Als zij daar wel zeker van was geweest, had het niet zo veel uitgemaakt. Zij was echt niet van plan om hem los te laten, ook niet als dat goed voor hem zou zijn. Daar was hij toch net een beetje te lief en te knap voor.
De gedachte om een keertje met hem naar de bed te gaan speelde al langer door haar hoofd; het voornemen om Henry te dumpen en hem voor Teun in te ruilen was iets van de laatste weken. Normaal gesproken zou zij aan het einde van de zomer, als zij haar studie had voltooid, met Henry moeten gaan samenwonen. Dat hadden ze namelijk al lang geleden afgesproken. Toen was het een heel plezierig vooruitzicht voor haar geweest; nu was het een vooruitzicht, dat haar meer en meer begon tegen te staan. Ergens in haar achterhoofd bleef zij maar een stemmetje horen, dat op dreinende toon voortdurend dezelfde, uit drie woorden bestaande vraag uitsprak: "En Teuntje dan?"
Zij wist het antwoord natuurlijk al. Zij wilde helemaal niet meer naar Utrecht verhuizen en zij wilde al helemaal niet meer met Henry gaan samenwonen. Henry kon de boom in. Hij had niets, wat het verlies van Teun zou kunnen rechtvaardigen. Teun zou vermoedelijk ook een stuk flexibeler met haar erotische uitspattingen kunnen omgaan. Hij zou haar wel de geborgenheid van een vaste relatie kunnen bieden en haar tegelijkertijd in alle openheid de vrijheid kunnen gunnen om af en toe een beetje uit de band te springen.
Het leeftijdsverschil was geen punt voor haar. Zij zou hem heerlijk kunnen bemoederen, zoals zij dat altijd al had gedaan, en zij zou hem tegelijkertijd op een kalme manier in de liefde kunnen gaan inwijden. Over de wederkerigheid van haar gevoelens hoefde zij zich geen zorgen te maken. Zij had daarnet op het Burgemeester Nielenplein in Heemskerk een lang gesprek met zijn moeder gehad en die had haar onthuld, wat zij eigenlijk allang wist: dat hij al maanden verliefd op haar was.
Zijn moeder had haar gevraagd om hem zo snel mogelijk duidelijkheid te verschaffen. Kirsten was het met haar eens geweest. Haar belofte om vandaag nog met Henry te breken en om na het afronden van haar studie een relatie met Teun te beginnen had een verraste glimlach op zijn moeders gezicht teweeg gebracht. Zij had Kirsten ook haar zegen gegeven, op een lieve, wellevende manier, die Kirsten aan een scène uit ‘Mythe van een jeugd’ van Aart van der Leeuw deed terugdenken. De gedachte aan dat boek deed haar weerzin jegens haar scriptie nog toenemen. Niet omdat het zo’n prachtig boek was, maar omdat zij een sterk verlangen had om al haar studieboeken het raam uit te gooien en zich weer in al dan niet meeslepende fictieboeken te verdiepen. Zij had op dit moment zo genoeg van haar studie, dat zelfs het lezen van een roman van Arnon Grunberg een aanlokkelijk vooruitzicht voor haar was.
Op dat moment hoorde zij voetstappen op het tuinpad achter haar. Zij keerde zich om en zag Teun naderen. Zijn uiterlijk had inderdaad iets engelachtigs. Hij had een bijzonder knap gezicht, met goudblond haar, dat op zijn schouders hing en een lang, slank lichaam. Hij droeg een gitzwart T-shirt, blauwe jeans en vaalwitte gympen. De sokken ontbraken, zoals gewoonlijk. Kirsten was eigenlijk wel blij met zijn slonzige kledingstijl. Hij was zo al knap genoeg. Als hij zich ook nog eens goed zou gaan kleden, zou het mengsel wel eens te machtig voor haar kunnen worden.
"Dag, Teuntje!", riep zij, met een stralende glimlach.
"Dag, Kiki!"
"Wat lief, dat je weer voor mij komt opdraven!"
"Zit je weer vast met je scriptie?"
"Als een huis! Ik heb er helemaal geen zin meer in!"
"Wat kan ik voor je doen?"
"Je moet weer mijn mascotte zijn! Je moet weer kalmpjes naast mijn voeten gaan zitten en mij gewoon maar met je lieve aanwezigheid weer wat inspiratie inblazen."
Hij schoot in de lach, maar hij deed daarna toch maar, wat zij hem had gevraagd. Hij ging op op het gras zitten en trok meteen zijn gympen uit. Kirsten zag het lachend aan. Zelfs zijn voeten hadden iets engelachtigs. Ze hadden kleine, welgevormde tenen, een lage wreef en smalle, bijna vrouwelijke enkels.
"Wat ben je toch een mooi ventje geworden!", zei zij, met een licht overslaande stem.
"Dank je wel!", zei hij grijnzend.
"Is dat alles wat je te zeggen hebt?"
"Wat zou ik dan nog meer moeten zeggen?", vroeg hij, terwijl hij onmiskenbaar begon te blozen.
"Je mag het complimentje best wel terugkaatsen, hoor! Je zou bijvoorbeeld kunnen zeggen, dat ik een heel mooi grietje ben! Dat ik een heel knap gezicht heb en prachtige, volle borsten en hele mooie, stevige billen en dijen!"
"Maar dan ben je ook! En die heb je ook!"
"Hoe bedoel je?", vroeg zij huichelend.
"Je bent een heel mooi grietje en je hebt een heel knap gezicht! En prachtige, volle borsten! En hele mooie, stevige billen en dijen!"
"Waarom zeg je dat dan niet meteen?"
"Omdat ik daar veels te verlegen voor ben. En omdat je een vriendje hebt! En omdat je dat vriendje zaterdag weer zult zien!"
"Zul je mij missen als ik zaterdag en zondag weer bij Henry ben?", vroeg zij, op een pesterig toontje.
"Ja, heel erg!"
Kirsten beet op haar lippen om niet in een hysterische schaterlach uit te barsten. Dat ‘Ja, heel erg!’ had verdraaid veel van een liefdesverklaring weg en die maakte de beslissing om met Henry te kappen wel heel erg gemakkelijk.
"Wat vind je van mijn rokje?", vroeg zij, doelend op haar nieuwe, rode minirokje.
"Hij is mooi!", antwoordde hij, met een toonloze stem, "Heb je dat rokje speciaal voor Henry gekocht?"
"Welnee, malle jongen! Ik heb hem lekker voor mijzelf gekocht en voor jou, natuurlijk!"
"Zul je hem zaterdag dan niet dragen?"
"Nee, ik beloof je, dat Henry hem zaterdag niet te zien zal krijgen."
"Ik geloof er niks van!"
Hij had zijn ogen nu strak op haar benen gericht. Het ontroerde haar. Zij had ineens heel veel zin om hem uit zijn lijden te helpen, maar zij koos ervoor om de komende breuk met Henry nog maar even voor hem te verzwijgen. Zij spreidde haar benen een beetje en keek naar zijn reactie daarop. Die stelde haar bepaald niet teleur. Het was wel een beetje vreemd voor haar om haar verleidingskunsten op een jongen los te laten, die zij, toen hij nog een baby, een peuter en een kleuter was, regelmatig op schoot had gehad, maar zij had er in het geheel geen problemen mee.
"Henry wil nog steeds graag, dat ik na deze zomer bij hem kom wonen!", zei zij, met een ietwat gemene grijns.
"En wil jij dat ook?", vroeg hij, op een doffe toon.
"Nou, eigenlijk wil ik mijn vrijheid nog niet kwijt!", antwoordde zij, met gespeelde aarzeling, "En eigenlijk ben ik ook nog niet klaar met mijn grappige, seksuele experimentjes met mijn vriendinnetjes."
"Weet Henry daar nog steeds niks van af?"
"Nee, en ik ga het hem ook niet vertellen. Ik zou hem er vreselijk mee kwetsen. Hij zou er echt niets van begrijpen!"
"Wat een watje!"
"Wat zou jij dan in zijn plaats doen?", vroeg zij gniffelend.
"Niets!"
"Echt?"
"Echt! Ik vind de gedachte, dat jij af en toe met een meisje of een vrouw ligt te vrijen helemaal niet bedreigend. Ik word zelfs wel een beetje vrolijk bij die gedachte."
"Je hebt daar dan ook best wel een duidelijk beeld van, hè?"
"Ja, en daar geniet ik ook best wel van."
"You're a very naughty boy!", riep zij lachend.
"Maar ik vind het vooruitzicht, dat je na deze zomer met een dikke, door en door burgerlijke vertegenwoordiger uit Utrecht gaat samenwonen, dus wel bedreigend."
"En dat gaat dus niet meer gebeuren! Misschien vind ik na mijn studie wel een baan in het buitenland. In Brussel of zo. Of misschien wel in Limburg!"
"Dat zal Henry vast niet leuk vinden."
"Die stomme Henry kan het heen en weer krijgen!"
"En ik zal het trouwens ook niet leuk vinden als je in Brussel of in Limburg gaat wonen."
"Daar zal vast wel een mouw aan te passen zijn, lieve Teuntje. Dan kom je mij af en toe maar opzoeken."
"Daar heb ik dan vast geen geld voor."
"O, maar daar heb ik ook wel een oplossing voor, hoor! Dan krijg je dat reisgeld gewoon van mij."
"Echt?"
"Maar natuurlijk, Teuntje! Dan kom ik gewoon één keer in de twee weken naar Heemskerk en dan kom jij een keer in de twee weken op mijn kosten naar Maastricht of Brussel."
"Dus ik raak je nooit kwijt?", vroeg hij, ineens heel blijmoedig.
"Nee, je raakt mij nooit kwijt, lieve Teuntje. Ik zal er altijd voor je zijn als je mij nodig hebt! Dat weet je toch?"
"Ik weet het. Maar…"
"Maar wat?"
"Het lijkt mij eigenlijk te mooi om waar te zijn."
"Dat is het niet, lieve Teuntje!", zei zij, terwijl zij haar rechtervoetje even over zijn voeten liet glijden, "Ik kan je eigenlijk geen dag missen, laat staan, dat ik je helemaal los kan laten."
Zij zag, dat hij, behalve die vuurrode wangen, nu ook een flinke erectie had en die ontdekking betekende het definitieve doodvonnis voor haar relatie met Henry. Haar besluit stond vast, evenals haar handelwijze voor de komende avond. Zij had geen zin meer om morgen naar Utrecht te gaan en zij had ook geen zin meer om hem op te bellen. In plaats daarvan zou zij hem vanavond een vriendelijk ‘dump-mailtje’ gaan sturen. Even overwoog zij om hem nu maar meteen een vriendelijk ‘dump-sms’je’ sturen, maar dat leek haar wat al te cru.
"Ik heb trouwens een pikant nieuwtje voor je, lieve Teuntje!", zei zij.
"Wat dan?"
"Ik ga het uitmaken met Henry!"
Hij zei aanvankelijk niets, maar hij keek haar wel met open mond aan. Zij deed net, of zij het niet merkte. "Echt?", vroeg hij uiteindelijk, met een uitermate schorre stem.
"Ja, ik ga het vanavond al uitmaken."
"Via de telefoon?"
"Ja! Of anders met een mailtje."
"Waarom ga je het uitmaken?"
"Ach, ik vind hem gewoon te saai en het idee om over een paar jaar het leven met een saaie, sullige vertegenwoordiger te moeten delen, begint mij steeds meer tegen te staan. Hij vindt van mij, dat ik hem aan het lijntje houd, en dat ik mij de laatste tijd een beetje te sexy kleed.Kortom: ik erger mij aan hem, hij ergert zich aan mij en dus is het beter om uit elkaar te gaan."
Na die laatste opmerking sloeg zij haar benen op een langzame en nogal verleidelijke manier over elkaar. Hij had er totaal een oog voor, want hij leek op dat moment een diep, intens geluksgevoel te ervaren, dat volkomen nieuw voor hem moest zijn.
"Hoor je in je hoofd nu opeens allerlei, lieve vogeltjes zingen?", vroeg zij, met een spottend glimlachje.
"Ja, het zijn er een heleboel", antwoordde hij, met een nu hevig trillende stem, "Maarre... wat ga je nu doen?"
"Nu ga ik heel snel afstuderen! En onderwijl even bijkomen van de breuk met Henry."
"Wat bedoel je daarmee?"
"Ik wil even geen vaste relatie meer. In ieder geval niet, voordat ik die ellendige scriptie af heb."
"Ah", mompelde hij, met een mengeling van opluchting en teleurstelling.
"Ben je daar blij mee?", vroeg zij gniffelend.
"Ja, nou! Want ik ben echt heel blij, dat je na de zomer niet naar Utrecht gaat verhuizen."
"Had je dat heel erg vervelend gevonden?", vroeg zij, met iets wat verdacht veel op een brok in haar keel leek.
"Ja, ik was je verschrikkelijk gaan missen!"
"Ik jou ook, lieve Teuntje! Ik jou ook."
Ze wisselden even een blik van verstandhouding met elkaar uit en Kirsten gaf hem bij wijze van toegift een knipoog, die zijn geluksgevoel nog danig leek te versterken. Het was goed zo, dacht zij. Hij moest haar nog even de tijd en de ruimte gunnen om af te studeren, maar daarna zou het heus wel goed komen tussen haar en Teun. Daar was zij nu vast van overtuigd geraakt.

BERT HARBERTS


Terug


Amsterdam, 7 juli 2007. © Bert Harberts