DE PENALTY VAN PANENKA (REPRISE)

Het was een stralende, maar niet al te warme augustusdag in het jaar 2001. Kirsten Stol hing neuriŽnd haar tas om het stuur van haar mooie, zwarte Oma-fiets, duwde de fiets vervolgens met krachtige hand over het trottoir en ging eenmaal aan het einde van dat trottoir soepeltjes en elegant op het zadel zitten. Zij was een wolk van een meid van vierentwintig. Zij had een prachtig gezicht, met grote, bijna koolzwarte ogen en omlijst door lange, zwarte haren, een al even prachtig, ietwat mollig lichaam, met stevige borsten, lange, stevige benen en kleine, mooi gevormde voeten. Haar kleding deed aan haar sexy uitstraling bepaald geen afbreuk: zij droeg een kort, wit zomerjurkje en witte, open schoenen, met tamelijk hoge en doorzichtige hakken.
Volgens haar familie en vrienden leek zij, evenals haar overleden tante Kitty, sprekend op Jennifer Connelly, de actrice uit 'Hot Spot' en 'A Beautiful Mind'. Dat oogverblindende uiterlijk was ook niet zonder gevolgen gebleven: het had haar al bijzonder veel vriendjes en vriendinnetjes opgeleverd. Zij was biseksueel, opnieuw in navolging van die tante Kitty, maar in tegenstelling tot die wat onevenwichtige tante Kitty, maakte zij daar volstrekt geen geheim en al helemaal geen probleem van.
Behalve door haar uiterlijk en seksuele geaardheid was zij ook nog op een andere manier aan tante Kitty verbonden. Zij woonde al meer dan anderhalf jaar in de Heemskerkse huisjes van tante Kitty's weduwe. Oorspronkelijk waren het flatje in flatgebouw De Spaer Weijt en het zomerhuisje in Noorddorp in het bezit van tante Kitty geweest; na haar overlijden, op 5 februari 2000, waren die huizen dus in het bezit van tante Kitty's weduwe gekomen. Die weduwe woonde echter in Amsterdam en zij keek niet veel naar de huizen om en na verloop van tijd had Kirsten met veel plezier de rol van huisbewaarster op zich genomen.
Dit waren overigens haar laatste weken in Heemskerk. Op 1 oktober zou zij in Maastricht gaan werken en het ICT-bedrijf, dat haar in dienst had genomen, was al bezig om haar van woonruimte in Maastricht of omgeving te voorzien. Tot haar verhuizing zou zij echter nog in Heemskerk blijven relaxen. Zij had in juni haar economie-studie aan de Amsterdamse Vrije Universiteit voltooid en zij was anderhalve maand na de uitreiking van haar bul nog steeds in een feeststemming.
Ook op deze prachtige ochtend bruiste zij van levenslust. Zij fietste de wijk Zuidbroek uit en zette daarna luid zingend koers naar het oude centrum van Heemskerk. Zij was op weg naar het landhuisje in Noorddorp, waar zij, zoals gewoonlijk, de rest van de dag wilde gaan doorbrengen. Eigenlijk had zij helemaal geen haast, maar haar vreugde en voldoening over het voltooien van haar scriptie, het afstuderen en het snelle vinden van een baan zorgden er voor, dat zij zich in een flink tempo voortbewoog. Haar daarnet nog zo zorgvuldig gefŲhnde haren wapperden daarbij in de wind en de zoom van haar jurkje kroop langzaam omhoog, maar noch het een, noch het ander kon haar deren. Het leven was mooi en vrijwel volmaakt, zelfs nu zij al een poosje geen vaste partner meer had.
Binnen een paar minuten bereikte zij de Gerrit van Assendelftlaan en reed zij, zonder haar tempo te vertragen, het oude dorp binnen. Het oude huis van haar reeds lang overleden oud-oom en oud-tante, dat zij daarna passeerde, werd al sinds een poosje gerenoveerd. Twee van de op de bouwplaats aanwezige bouwvakkers floten haar na en voegden haar ook een wat ontuchtige opmerking toe. Een echte reactie bleef eigenlijk achterwege. Zij wierp het tweetal een zeer ironische blik toe, maar zij fietste daarna gewoon verder.
Eenmaal op het Burgemeester Nielenplein aangekomen besloot zij om een kop koffie in de snackbar aan de andere kant van de kerk te nemen. Zij stapte af, plaatste de fiets in de standaard bij het toegangshek van het kerkhof, deed hem op slot en drentelde de cafetaria binnen, waar het niet bepaald druk was. Er zat maar ťťn klant op een van de leren banken langs de rechterwand: een knappe, blonde jongen van een jaar of zestien. De jongen leek sprekend op de jonge Bjorn Andresen, de blonde, Poolse jongen, die in de film 'Death in Venice' het hoofd van Dirk Bogarde op hol had gebracht, en hij deed diens rustige, ietwat engelachtige uitstraling alle eer aan, want hij zat op dit moment heel kalm in een boek te lezen.
Kirsten kende de jongen al vanaf zijn geboorte: het was Teun, de buurjongen van haar ouders. Zij had vanaf haar negende regelmatig als babysit voor hem gefungeerd en in de jaren daarna waren ze steeds de beste maatjes gebleven. In het laatste jaar was ook hij smoorverliefd op haar geworden, maar hij liet dat slechts bij uitzondering en dan alleen nog op een ongeŽvenaard slome en lijzige manier blijken.
"Wat mag het zijn, Kirsten?", vroeg de vriendelijke serveerster.
"Een espresso, graag!"
Tijdens het wachten op de espresso keek Kirsten vanuit haar ooghoeken naar Teun, maar hij bleef stug in zijn boek doorlezen, zonder enige interesse in haar te tonen.
"Hier is je espresso, Kirsten!", zei de serveerster, terwijl zij het kopje op de toonbank zette.
"Dank je!"
Kirsten betaalde de koffie, deed een suikerklontje in haar kopje, liep al roerend naar Teun toe, zette het kopje op de tafel neer en ging tegenover hem zitten.
"Hi, Teun!", zei zij vriendelijk.
"Hi, Kiki!", antwoordde hij, terwijl hij licht blozend van zijn boek opkeek.
Dat koosnaampje dateerde nog uit hun babysit-tijd. Als peuter had hij haar naam nooit goed kunnen uitspreken en hij had van dat geliefde 'Kiki' nooit afstand kunnen doen.
"Wat ben je aan het lezen?", vroeg zij.
"De laatste 'Harry Potter'."
"Lees jij dat nog?", vroeg zij, op een ietwat plagende toon.
"Jawel! Waarom zou ik dat niet mogen lezen?"
"Omdat het een kinderboek is."
"Niet waar!", was de nukkige reactie, "'Harry Potter' is voor alle leeftijden."
"Hm, moet je zo langzamerhand eigenlijk geen echte boeken gaan lezen? Voor je school, bedoel ik."
"Dat doe ik ook! Ik ben voor mijn Nederlandse lijst bijvoorbeeld ook een paar boeken van Louis Couperus aan het lezen."
"Is dat wat?"
"Jawel, die zijn ook heel goed!'Extaze' is bijvoorbeeld een prachtboek!"
"Maar natuurlijk niet zo leuk als 'Harry Potter'."
"Nee, niet zo leuk als 'Harry Potter'."
Kirsten wierp haar jonge vriendje een nogal vertederde blik toe en verplaatste haar benen, waardoor hun knieŽn tegen elkaar bleven rusten. Hij deed net, alsof hij het niet merkte; hij deed zelfs een poging om verder te lezen. Toch kon zij aan hem zien, dat hij het gelezene niet meer in zich op kon nemen. Uiteindelijk gaf hij het maar op. Hij sloeg het boek dicht en schoof het naar haar toe.
"Hier!", zei hij, met een hele zwartgallige gelaatsuitdrukking, "Verbrand het maar!"
"Ben je nou helemaal betoeterd!", riep zij verbijsterd, "Waarom zou ik zo'n mooi boek willen verbranden?"
"Je vindt het toch niet goed, dat ik het lees?", riep hij, ineens weer heel onzeker.
"Dat was maar een grapje, malle jongen! Als jij graag 'Harry Potter' wilt lezen, dan moet je dat vooral blijven doen."
"Nee, je hebt het nu voor altijd voor mij verpest! Ik kijk nu nooit meer een 'Harry Potter'-boek in."
"Dat meen je toch niet, hŤ?"
"Dat meen ik wel! Vanaf nu ga ik alleen nog maar echte boeken lezen!"
"Ah, nee! Dat meen je niet! Zo heb ik het helemaal niet bedoeld."
Hij schoot in de lach. Het was een kort, schamper lachje, maar zij werd er wel door gerustgesteld.
"Dat weet ik toch wel, gekke Kiki!", zei hij, "Ik plaag je ook alleen maar. Als je straks weggaat, ga ik heus wel weer verder lezen, hoor!"
"Ja, maar ik ga nog lang niet weg!"
"Dat hoeft ook niet!"
"En als ik wegga, wil ik eigenlijk, dat je met mij meegaat."
"O, ja? Waar ga je dan naartoe?"
"Naar het weekendhuisje in Noorddorp."
"Wat gaan we daar dan doen?"
"De plantjes van mijn huisbazin water geven."
"En daar moet eh... mag ik bij helpen?"
"Nee, daar moet je mij bij helpen. Dat is een hele verantwoordelijke klus, die ik eigenlijk niet alleen aankan."
"Dat is het natuurlijk ook!"
"Ja, hŤ? En als we daarmee klaar zijn, dan gaan we gezellig saampjes in de tuin zitten en daar wil ik dan zien, dat je weer verder in je 'Harry Potter' gaat lezen."
"Ik kan helemaal niet lezen als jij erbij bent. Daar ben je namelijk veels te mooi voor!"
"Nou, dan doe je maar net alsof!", zei zij, zijn complimentje luchtig negerend.
"Waarom?"
"Omdat ik niet wil weten, dat je door mij nooit meer een 'Harry Potter'-boek zult lezen."
"Omdat je je dan schuldig gaat voelen?"
"Precies! Je gaat straks dus maar lekker zitten faken, dat je 'Harry Potter' nog steeds hartstikke leuk vindt. En als je dat niet doet, ga ik heel hard huilen."
"Hoe hard?"
"Heel erg hard! En als er dan fietsers voorbijrijden, roep ik tegen ze, dat je voortdurend in mijn dikke armen zit te knijpen."
"Goed, gekke Kiki! Ik zal straks net doen, of ik 'Harry Potter' nog leuk vind."
"Ach, wat ben je toch een lief, braaf jongetje!", zei zij, terwijl zij in ťťn teug haar kopje leegdronk.
"Is dat een compliment?"
"Ja, en het is welgemeend!", antwoordde zij, met een parelend lachje, "Je bent het allerliefste, allerbraafste jongetje van de hele wereld."
"O, dank je wel!"
"En dat terwijl je op papier toch eigenlijk een puberende etterbak zou moeten zijn, die elke dag achter de meiden aan zou moeten zitten."
"Ach..."
Zij was nu een beetje op gevaarlijk terrein gekomen, maar de plaaggeest in haar was sterker dan het lieve vriendinnetje, dat zij altijd voor hem was geweest.
"Heb je nou al een meissie?", vroeg zij.
"Nee, nog niet!", antwoordde hij, op een wel hele lijzige toon, "Jij wel?"
"Nee, ik ook niet", antwoordde zij, terwijl zij hem in stilte om zijn snedige repliek bewonderde, "En ik heb op het ogenblik ook geen jochie!"
"Vind je dat niet naar?"
"Welnee, malle jongen!", antwoordde zij, terwijl zij de druk op zijn knieŽn nog wat opvoerde, "Maar als ik eenmaal mijn draai in Maastricht heb gevonden, zal de liefde heus wel weer een keertje om de hoek komen kijken."
Hij bloosde weer eens, zoals altijd als ze het over haar roerige liefdesleven hadden. Dat ontroerde haar in hevige mate. Zij had ineens heel veel zin om die ellenlange haren uit zijn gezicht weg te strijken en hem die allereerste kus te geven, waar hij een poosje naar uitkeek. Uiteindelijk deed zij dat toch maar niet. Er zou zometeen waarschijnlijk wel een betere gelegenheid komen.
"Wil jij nog wat drinken?", vroeg zij.
"Nee, ik heb vandaag al genoeg Cola Lights gedronken."
"Wel, dan kunnen we nu dus naar het huisje gaan fietsen."
"O, maar ik ben helemaal niet met de fiets!"
"Waarom niet?", vroeg zij, op een licht verwijtende toon.
"Ach, ik had gewoon zin om even te lopen!"
"Wel, dan kruip je maar bij mij achterop! Of beter: dan ga jij maar lekker fietsen en dan kruip ik achterop. Het is niet zo heel ver, dus dat hou ik wel vol."
"Goed! Kan mijn boek in jouw tas? Ik heb namelijk geen tas bij mij."
"Ja, natuurlijk!", zei zij, terwijl zij het boek in haar tas liet glijden.
Ze werkten zich met enige moeite achter de tafel vandaan, namen afscheid van de serveerster en verlieten de snackbar. Pas toen ze naar de fiets liepen, kwam Teun naast haar lopen.
"Hoe wil je rijden?", vroeg hij, "Via het bos over de Marquettelaan? Of via de Oosterweg?"
"Via de Oosterweg, natuurlijk! Dat is veel korter."
"Ja, maar de route over de Marquettelaan is mooier!"
"Niks mee te maken! Het is mijn fiets, ik moet achterop zitten, dus ik bepaal de route."
Zij haalde de fiets van het slot, trok hem uit de standaard, klapte de piepkleine voetenstandaards naar beneden en reikte hem het stuur aan.
"Hier!", zei zij gniffelend, "Wees er voorzichtig mee! Zometeen vertrouw ik mijn leven helemaal aan jou toe. En dat is een hele grote verantwoordelijkheid, want als we door jouw toedoen zometeen onder een vrachtwagen komen, ben ik voor niets afgestudeerd en dat zou zonde zijn."
"Ja, dat zou zeker zonde zijn!"
Ze staken eerst het Burgemeester Nielenplein over en Teun stapte pas op de fiets, toen ze bij het begin van de Marquetteweg waren aangekomen.
"Ben je er klaar voor?", vroeg hij.
"Ga maar rijden. Ik spring er wel op."
Teun bracht de fiets in beweging en Kirsten sprong handig op de bagagedrager. De fiets slingerde even, maar daarna had hij hem volledig onder controle.
"Nou, dat gaat best wel goed, hŤ?", vroeg zij lachend, terwijl zij naar de onderkant van het zadel greep en haar schoenen op de voetenstandaards plaatste.
"Ja, maar je bent best wel zwaar!", antwoordde hij moeizaam.
"Ach, je redt het wel!"
Terwijl ze over de door vele villa's omzoomde Marquetteweg reden, probeerde Kirsten haar uiterlijke verschijning een beetje te fatsoeneren. Zij hield haar benen zo dicht mogelijk bij elkaar en zij trok de zoom van haar jurkje zo veel mogelijk naar beneden. Vanochtend had zij even overwogen om een paar nylons aan te trekken; nu was zij blij, dat zij die nylons achterwege had gelaten.
Ze kruisten onderwijl de Bachstraat en de Mozartstraat en verlieten de bebouwde kom van Heemstede. Het bos, waar ze daarna doorheen reden, behoorde tot het Marquette-landgoed. Even verderop lag het kruispunt, tussen de Marquettelaan, de verlengde Marquettelaan, de Oosterweg en de toegangslaan naar het Kasteel Marquette.
"Weet je echt zeker, dat je via de Oosterweg wilt rijden?", vroeg hij.
"Heel zeker! Met dit korte jurkje kan ik ook maar beter niet door een donker bos gaan rijden. Ik draag een heel klein tangaslipje vandaag en ik heb daarnet al van een paar bouwvakkers te horen gekregen, dat mijn billen heel erg mooi zijn."
"Maar ik ben toch bij je!", riep hij, een tikje verontwaardigd.
"Dat is waar, schatje! En daar ben ik ook heel erg blij mee! Maar rijd toch maar via de Oosterweg."
Het was voor het eerst sinds hun kindertijd, dat zij hem met 'schatje' aansprak en zij had het gevoel, dat het hem bepaald niet onverschillig liet. Zijzelf ervoer haar 'slip of the tongue' ook niet als vervelend, meer als een bevrijding. Het zou straks ook zeker niet bij een kus blijven. Hij moest vannacht maar bij haar blijven slapen. Zij had hem nu wel lang genoeg laten wachten.
Ze passeerden de kruising en reden inderdaad verder over de Oosterweg. Eerst nog langs de rand van het landgoed, daarna door een ietwat stoffig akkerland, afgewisseld door een paar kapitale bungalows en een sportpark.
"Ik vind het helemaal niet leuk, dat je over een maand in Maastricht zult zitten", zei hij, nog steeds worstelend met zijn ademhaling.
"Zul je mij erg gaan missen?", vroeg zij, met een gemene grijns.
"Ja, het is veel te ver weg! Enne... ik vind het ook niet leuk, dat... dat..."
"Dat ik daar in Limburg misschien wel een nieuwe liefde zal vinden?"
"Ja, dat ook! Maar als het gebeurt, hoop ik wel, dat het een meissie zal zijn."
"Omdat je dan minder jaloers zult zijn?" "Ja."
"Ach, wat is het leven toch moeilijk voor een lief, onzeker jochie van zestien!", riep zij schaterend.
"Ja, we zijn allemaal stapelgek op jou! Je vrienden zijn stapelgek op je, je vriendinnen zijn stapelgek op je, ik ben stapelgek op je en je nieuwe vriendje of vriendinnetje in Limburg zal natuurlijk ook stapelgek op je zijn."
Het was een heuse liefdesverklaring. Een onhandige, van enige bezitsdrang gespeende liefdesverklaring, maar hij trof doel, zoals de 'Penalty van Panenka' eens doel had getroffen. Toch reageerde zij er niet meteen op.
Ze reden inmiddels Noorddorp binnen en zagen het weekendhuisje al liggen. Het was een mooi, witgeschilderd en idyllisch gelegen huisje. Een perfect decor voor de ontknaping van een nieuw vriendje. Dat voornemen kwam zeker niet uit medelijden of altruÔsme voort. Zij was echt dol op hem en zij verlangde al maanden naar dat tengere, jonge lijf van hem.
"Weet je eigenlijk wel zeker, dat je een meissie wilt hebben?", vroeg zij, op een nogal luchtige toon.
"Natuurlijk weet ik dat zeker!"
"Hm, volgens mij zou je met dat engelachtige uiterlijk van jou ook heel veel jongens en mannen kunnen krijgen."
"Ik wil helemaal geen jongens en mannen."
"Je bent een smerige egoist!", riep zij, op een hele valse treitertoon, "Ieder mens zou zijn of haar lichaam aan ieder mens moeten geven, die daarom vraagt. En het geslacht zou dan helemaal niet belangrijk mogen zijn."
Hij ontweek het pesterijtje op een elegante manier. Op de manier, zoals Richard Pryor in zijn gloriejaren een slang zou hebben ontweken.
"Ik ben geen egoÔst", zei hij, "Ik ben alleen maar verstandig. En er is echt niets lelijkers dan een mannenlichaam."
"Vind je je eigen lichaam dan ook lelijk?"
"Ach, dat niet! Maar..."
"Maar wat?"
"Ik ben ook nog wel heel erg jong!"
"That's so true!", riep zij, met melige nadruk.
Ze reden het erf van het huisje op en Kirsten liet zich met een zucht van verlichting van de bagagedrager glijden. Terwijl Teun de fiets op de standaard zette, keek Kirsten even om zich heen. Een blik op de planten in de tuin leerde haar, dat ook die planten veel water nodig zouden hebben. Zij moest dus maar snel aan de slag gaan. Zij liep naar de tuindeur, die toegang tot de keuken bood, en rommelde in haar tas op zoek naar de sleutels.
"Ga maar vast in de tuin zitten, Teuntje!", zei zij, "Dat water geven kan ik echt wel in mijn eentje."
"Goed."
"En hier is je 'Harry Potter'", zei zij, terwijl zij met een effen gelaatsuitdrukking het boek aan hem overhandigde.
"Dank je!"
Hij slenterde met het boek in zijn knuist de tuin in, nog steeds onwetend van het nieuws, dat zijn rustige leventje volledig omver zou gaan gooien. Toch leek hij ineens iets zelfbewusts in zijn tred te hebben; iets, wat zij tot nu toe nog nooit bij hem had waargenomen.
Zij had de sleutel inmiddels uit haar tas opgediept en opende de deur. Op dat moment weerklonk een onheilspellend gezoem uit het beige gekleurde apparaatje, dat naast de keukendeur hing en als inbraakalarm dienst deed. Kirsten toetste snel de code, Kitty46, in en daarna kon zij zich met de planten in het huis gaan bezig houden. Zij schopte haar schoenen uit, vulde een enorme gieter, die al op de gootsteen klaarstond, met water en begon op haar blote voeten aan een tocht langs de planten, die zij al meer dan anderhalf jaar in leven wist te houden. In die anderhalf jaar had zij zondermeer een band met die planten opgebouwd, hetgeen haar nu een beetje begon te bedrukken. Zij wist niet goed, wat er mee zou gaan gebeuren als zij eenmaal in Maastricht zou zitten. Deze planten waren zonder uitzondering allemaal nog van tante Kitty geweest en als de planten het na haar vertrek niet zouden redden, dan...
Verder kwam zij niet. Zij wilde deze prachtige dag niet bederven door te lang over de dood na te denken.
Na haar ronde door het huis keerde zij terug naar de keuken om de gieter nogmaals met water te vullen. Teun zat op een van de twee stoelen in het zitje onder de parasol en keek een beetje dromerig voor zich uit. Zijn boek lag dichtgeslagen op het tafeltje.
Zij wist nog niet goed, hoe zij hem duidelijk moest maken, dat hij vanavond met haar naar bed zou mogen gaan. Die mededeling moest hij volgens haar op een hele terloopse manier te horen krijgen, maar zij wilde er ook niet te lang mee wachten, want zij wilde hem ruimschoots de tijd geven om zich daarop voor te bereiden.
Zij liep met de gieter in de hand de tuin in en begon aan de rondgang langs de planten. Tijdens die rondgang door de tuin, die aan het bos van het Noordhollands Duinreservaat grensde en door een groen, bijna manshoog hek daarvan werd afgegrendeld, liet zij zich kalm door Teun bewonderen. Zij genoot met volle teugen van die onverdeelde aandacht van haar vriendje-in-spť.
"Hoe is het met je papa en je mama?", vroeg zij.
"Goed, ze maken deze week een reisje door TsjechiŽ."
"Wat leuk!"
"Ja, ze maken een soort kastelentocht. Het heeft iets met Unesco te maken, geloof ik.
"Zij maken dus een tochtje langs de Tsjechische kastelen, die op de Werelderfgoedlijst van Unesco staan."
"Ja, dat was precies, waar ze het voor hun vertrek over hadden!"
"Leuk! Waarom ben je eigenlijk niet meegegaan?"
"Ik had er geen zin in. Ik wilde gewoon lekker thuis blijven."
"Dus je bent deze week voor het eerst alleen thuis!"
"Ja!"
"Vind je het leuk?"
"Moewah... Het valt mij eigenlijk best wel een beetje tegen. Ik voel mij 's avonds soms best wel eens een beetje eenzaam."
"Hm, zou je deze week dan bij mij willen logeren?"
"Ja, dat is goed!", antwoordde hij, terwijl hij opeens weer hevig begon te kleuren.
"Okay! Dat is dan afgesproken!"
Toen zij alle planten van een flinke scheut water had voorzien, ging zij op de andere stoel in het zitje zitten. Zij trok de zoom van haar jurkje daarbij wat omhoog, zodat haar dijen vrijwel helemaal zichtbaar werden en bereidde zich in gedachten al voor op het toedienen van de genadeklap.br> "Je hoeft vanavond niet meer op de bank te slapen, hoor!", zei zij.
"Wat bedoel je?", vroeg hij, met een ietwat overslaande stem.
"Ik wil, dat je vannacht bij mij in bed slaapt", antwoordde zij, alsof het de gewoonste zaak van de wereld was.
"Echt?"
"Ja, echt! Ik wil je vannacht echt in mijn bed hebben. Enne... we zullen ons dan ook echt niet tot slapen gaan beperken, hoor!"
"Meen je dat?"
"Ja, ik wil vanavond met je vrijen. Het kan zijn, dat we het hier gaan doen, het kan zijn, dat we naar de flat gaan, maar het zal vanavond toch echt gaan gebeuren!"
"Ah."
"Mits jij dat natuurlijk ook graag wilt!", zei zij, bij wijze van laatste pesterijtje.
"Ja, natuurlijk wil ik dat ook! Alleen..."
"Alleen wat, schatje?"
"Hoop ik niet, dat het bij deze ene keer en deze ene week zal blijven."
"Nee, schatje! Dat zal heus niet gebeuren. Ik weet, dat je heel veel van mij houdt, en ik hou ook heel veel van jou en ik zal er voor je zijn, zolang als je mij nodig hebt."
"Dat is mooi!", mompelde hij.
"Prima!", riep zij, terwijl zij een beetje bruusk opstond, "En nu we dat eindelijk geregeld hebben, ga ik maar even een lekker koppie koffie voor ons zetten."
Voor zij van hem wegliep, deed zij dan toch dat ene ding, dat zij daarnet in de snackbar had nagelaten: zij streelde hem even met een heel teder gebaar over zijn haren. Het liet hem bepaald niet onberoerd, maar daarna rende zij giechelend naar de keuken. Die eerste kus zou tijdens het koffiedrinken wel aan bod gaan komen.

BERT HARBERTS


En dit... is de echte Penalty van Panenka


Amsterdam, 24 september 2006. © Bert Harberts