DIALOOG IN EEN KROEG

Daan en ik zaten op een zonnige zondagmiddag in 'De Propeller', de oude stamkroeg van mijn vader aan de Papaverweg in Amsterdam-Noord. Het was vrij stil voor een zondagmiddag, maar we waren niet de enige klanten: aan de andere kant van het café waren twee jonge mannen van een jaar of vijfentwintig aan het biljarten. Achter de bar stond een lange, forsgebouwde barkeeper een paar glazen af te drogen en Daan en ik zaten aan het enige tafeltje bij het raam.
Uit de luidsprekers van de vier, stokoude 'Wharfedale'-boxen klonk 'Longer' van Dan Fogelberg. Het verraste mij om dat o zo zoetgevooisde nummer uitgerekend hier in de oude stamkroeg van mijn vader te horen. Ik herkende het ook onmiddellijk, want ik had al jaren een zwak voor dat nummer. Er zat namelijk een hele dierbare, amoureuze herinnering aan vast: een herinnering aan een tafereel, dat zich achttien jaar geleden in de kantine op mijn werk had afgespeeld. De herinnering bracht mij ook nu weer danig van mijn stuk.
"Heb jij eigenlijk ooit een normale vrouw ontmoet?", vroeg ik.
"Eh... is dat een retorische vraag?", vroeg Daan lachend.
"Eigenlijk wel, hè? Ik ben er nu echt helemaal zeker van, dat vrouwen en gezond verstand twee volstrekt onverenigbare grootheden zijn. Ze zijn echt allemaal hartstikke gek! Alle grote problemen in mijn leven, en dat zijn er dus heel veel geweest, zijn echt allemaal door vrouwen veroorzaakt."
"Daar kan ik mij wel iets bij voorstellen, ja."
"Maar toch..."
"Toch wat?"
"Heeft die malle Dan Fogelberg eigenlijk best wel gelijk."
“Wat zegt ie dan?"
“Niets is belangrijk, behalve de liefde! Dat zingt ie, althans in dit liedje."
“Zingt ie dat echt?"
“Op een wat besmuikte manier, ja. De omschrijving die ik gebruik, is mijn persoonlijke vertaling van de titel van een film, die ik dertig jaar geleden heb gezien."
“Welke film was dat dan?"
“Dat was 'L'important, c'est d'aimer'. Romy Schneider speelde de hoofdrol en het was een hele dramatische en hele schokkende film. De titel is mij dus ook altijd bijgebleven."
“Waar ging ie over?"
“Als ik het mij goed herinner, ging ie over een hele aardige en aimabele nietsnut, die zijn vrouw aan een ander verliest en aan het einde van de film zelfmoord pleegt."
“Ach, gut!", mompelde Daan, een beetje geschokt.
“Tja, ik zei toch, dat ie een tikje dramatisch was?"
“Hm, ik hoef hem in ieder geval niet te zien."
“Dat hoeft ook niet!", zei ik, op sussende toon.
“Kunnen we het niet over iets anders hebben?"
“Waarover dan?"
“Iets vrolijks! Iets waar ik om kan lachen."
“Zullen we het dan maar even over mijn liefdesleven hebben?", vroeg ik grinnikend.
“Graag!"
“Dat is goed, maar ik heb er eigenlijk niets nieuws over te melden."
"Waarom begin je er dan over?"
"Ik weet het eigenlijk niet. Misschien omdat ik het de laatste maanden zo klote vind, dat ik in amoureus opzicht al zo lang in de schijnwerpers sta. Dat mijn liefdesleven dus al twintig jaar lang hét favoriete gespreksonderwerp is van én mijn familie, én mijn collega's, én mijn vrienden!"
"Vind je dat echt vervelend?", vroeg Daan lachend.
"Mensonterend is een beter woord! Ik ben het gewoon hartstikke zat, dat die stomme mokkels telkens weer zo'n enorme puinhoop in mijn leven aanrichten!"
"Is dat echt zo?"
"Ja, maar er valt, geloof ik, weinig tegen te doen. Ik wil het liefst, dat ik op een zonnige zaterdagochtend in alle rust samen met mijn lief en haar dochtertje aan haar keukentafel kan ontbijten, zonder dat iemand daar van af weet of zonder dat iemand daarover een mening heeft. Ik wil het liefst, dat ik op een regenachtige zondagochtend met mijn lief in mijn, door Elisabeth en Anna Maria in elkaar gezette bed kan vrijen, zonder dat iemand daar van af weet of zonder dat iemand daarover een mening heeft, maar ik weet nu, dat ik daarmee een utopie najaag. Op elke romance van mij staan echt tientallen schijnwerpers gericht."
"En dat is dus een probleem voor je?"
"Ja, dat is een groot probleem voor mij, want al die romances zijn tot nu toe telkens weer ten overstaan van al mijn dierbaren mislukt. Al mijn exen zijn er allemaal in geslaagd om iedereen in mijn omgeving over hun liefde voor mij in te lichten en ze zijn er tegelijkertijd ook allemaal in geslaagd om mij daarbij in het ongewisse te laten."
"En daar word je dus toch echt wel een beetje moedeloos van?"
"Jawel, want het is dus echt geen pretje om telkens weer ten overstaan al mijn dierbaren voor schut te worden gezet. En dat is dus ook de reden, dat ik tijdens mijn romances telkens weer de anonimiteit probeer te zoeken. Die ik dus telkens niet vind."
“Heb je eigenlijk alweer iemand op het oog?", vroeg Daan, met een wat geniepige grijns.
"Ik heb al jaren iemand op het oog", antwoordde ik, na een korte aarzeling.
"Al jaren?"
"Ja, we draaien al negentien jaar om elkaar heen, zonder dat we in staat zijn om op elkaars avances in te gaan."
"Hoe komt dat?"
"Door mij, denk ik. Ik geloof, dat zij mij heel lief en heel aantrekkelijk vindt, maar ik heb ook iets over mij, iets kwetsbaars en tegelijkertijd ook iets donkers en iets sinisters, wat haar telkens weer afschrikt."
"Hoe kom je daar nu weer op?"
"Omdat twee van mijn exen mij dat hebben verteld! En wat zij hebben gezien, hebben ook hun opvolgsters gezien. Je kunt gewoon te goed aan mij afzien, dat ik heel veel heb meegemaakt en daar knappen ze volgens mij steeds weer op af."
"Daar zit wat in!"
"Toch zit ik al jaren te hopen, dat mijn lief een keer haar angst voor mij overwint en een keer zelf het initiatief neemt. Daar droomde ik laatst ook van. Ik droomde, dat zij mij uitnodigde voor een etentje bij haar thuis. Voor een kaasfondue, met haar en haar dochtertje. En ik droomde ook, dat ik en dat dochtertje de grootste pret hadden omdat we voortdurend onze stukjes brood in de pan lieten vallen."
"En wat gebeurde er toen?", vroeg Daan, met ironisch opgetrokken wenkbrauwen.
"Niets! Na het eten hebben we een spelletje Risk gespeeld en toen we het dochtertje naar bed hadden gebracht, ben ik naar huis gegaan en werd ik wakker."
"Wat een brave droom!"
"Ja, dat was het zeker!"
"Wie geeft mij de garantie, dat die droom echt zo braaf was?"
"Die geef ik! Het enige wat ik verder nog droomde, was, dat zij een kort, rood-zwart gestreept mini-jurkje en een zwarte panty droeg. Maar meer ook niet!"
"En jullie zijn in je droom dus niet in bed beland?"
"Nee, en daar ben ik echt waanzinnig trots op! Dat is ook wel het voordeel van het ouder worden. Dan worden ook je amoureuze dromen een stuk rustiger en poëtischer."
"Hm, hoe lang denk je eigenlijk met dat rond draaien door te gaan?"
"Wel, het antwoord op die vraag zit ook al in een film, zij het in een wat recentere film dan 'L'important, c'est d'aimer'!"
"Welke film is dat dan weer?"
"'The Mexican', met Brad Pitt en Julia Roberts! Ergens aan het einde van die film vraagt Julia aan Brad, wanneer twee mensen, die veel van elkaar houden, met hun relatie moeten kappen, als blijkt dat ze die relatie niet van de grond kunnen krijgen en Brad antwoordt dan, een beetje verbaasd, maar zonder aarzeling: 'Never!'"
"Dat is een duidelijk antwoord!"
"Ja, hè? Julia was er ook heel blij mee!"
“Hoe oud is jouw Julia eigenlijk? Hoe ziet zij eruit? Wat zijn haar maten?"
“Dat zeg ik lekker niet!"
“Hee!", riep Daan lachend, "Als het nou toch wat wordt met dat grietje, hou je er dan toch je mond over?"
"Tegenover jou in ieder geval wel!"
"Waarom tegenover mij wel?"
“Je ligt in scheiding, jochie!', antwoordde ik, op een nogal pesterig toontje, "En jouw vrouw is er ook al met een ander vandoor. Als er een is tegenover wie ik niet over mijn mogelijke, prille geluk mag praten, ben jij het wel."
“Ah, dat is lief van je, Brad!", zei Daan, met een goedmoedige grijns.
“Vleien helpt niet!", zei ik, nu ook lachend, "Als het echt wat wordt met dat grietje, zal ik het heus wel van de daken schreeuwen, maar tot die tijd kan ik maar beter even mijn mond over haar houden."
“Hm, zal ik dan nog maar een biertje voor ons bestellen?"
“Ik dacht, dat je het nooit zou vragen!"
Daan stond op om bij de blonde barkeeper zijn bestelling te plaatsen en Dan Fogelberg werd onderwijl door Rick Astley afgelost. Diens onvoorstelbaar vrolijke 'She wants to dance with me', daterend uit de herfst van dat verrukkelijke jaar 1988, oftewel de periode waarin ik mijn lief voor het eerst had ontmoet, was opnieuw een muzikale voltreffer zonder weerga. Tot op de dag van vandaag geloof ik namelijk nog steeds, dat het uiterst bekoorlijke dienstertje in de videoclip een allesbeslissende rol heeft gespeeld bij het ontluiken van de romance met mijn lief. Wachtend op mijn biertje kwam ik tot de ontdekking, dat ik mijn voeten maar moeilijk stil kon houden. Ik was opeens in een dusdanig vrolijke stemming, dat ik het liefst op het tafeltje was geklommen om met het nummer mee te kunnen dansen. Dat liet ik toch maar achterwege; er zijn van die dingen, die je als bijna tweeënvijftigjarige maar beter niet kunt doen en dansen op een tafeltje in een kroeg was helaas een van die dingen.

BERT HARBERTS

Voor Marjon, natuurlijk!


Amsterdam, 18 oktober 2007. © Bert Harberts