KATHARSIS

Conny stapte onder de douche vandaan, draaide de kranen dicht en begon zich met een grote badhanddoek af te drogen. Vijf uur in de middag was een vreemd tijdstip om een douche te nemen, maar zij en Fritsje, een vroegere buurjongen van haar, hadden een nogal heftige middag achter de rug. Ze hadden in de afgelopen uren op alle mogelijke manieren seks gehad en dat had haar een beetje van de wijs gebracht. Nu leek de rust in dat kale, sfeerloze flatje aan de rand van de gloednieuwe Bijlmermeer eindelijk te zijn teruggekeerd. Voorlopig althans. Zij had met Fritsje afgesproken, dat zij tot de volgende avond bij hem zou blijven en die vierentwintig uren zou zij waarschijnlijk toch wel voor een groot deel bij hem in bed gaan doorbrengen.
Het was een wat vreemd vooruitzicht voor een weduwe van eenenveertig, maar een onafhankelijke toeschouwer zou Fritsje groot gelijk hebben gegeven. Zij was een knappe, goed geconserveerde brunette met een mooi gezichtje, een zeer aanlokkelijk, ietwat mollig lijf, lange, stevige benen en opmerkelijk kleine voeten. Tijdens het afdrogen bekeek zij dat lijf, die benen en die voetjes dan ook met het nodige welbehagen. Een en ander vloeide uit een vorm van narcisme voort, die bij Trudy, haar beeldschone dochter van zestien, nog wat sterker was ontwikkeld, hetgeen voor Conny telkens weer een bron van vermaak was.
Zij begon haar lange haren te kammen en dacht weer aan Trudy. Zij had eigenlijk wel zin om haar even te bellen. Trudy logeerde met haar vriendje Dennis bij Conny's schoonmoeder in Castricum en Conny wilde Trudy even laten weten, dat zij vandaag niet thuis zou slapen. Als het even kon, wilde zij de gebeurtenissen van vanmiddag en het bestaan van haar nieuwe vriend wel voor haar dochter verborgen houden. Trudy had veel verdriet gehad om de zelfmoord van haar vader, nu twee jaar geleden, en Conny wist niet zeker, of zij al over de mogelijkheid van een tweede vader wilde gaan nadenken.
Na het kammen legde zij de badhanddoek op de wasautomaat. Zij vroeg zich af, of het zin had om zich aan te kleden. Haar kleren lagen overigens over het hele huis verspreid. Haar gympen stonden in de woonkamer bij het tweezitsbankje, haar verpleegsteruniform lag daarnaast en haar beha, haar slipje, haar jarretellegordeltje en haar nylonkousen lagen in de slaapkamer. Zij verliet de badkamer en ging eerst maar eens op zoek naar een telefoon. Zij vond hem al snel: hij hing in het korte stukje van de L-vormige huiskamer, schuin tegenover de badkamerdeur. Zij nam de hoorn van de haak, belde het huis van haar schoonmoeder en kreeg tot haar verbazing meteen haar innig geliefde dochter aan de lijn.
"Met het huis van Alida Schouws!", riep zij, met haar heldere stemmetje.
"Dag, malle Trudy!", zei zij.
"Hai, gekke mam!"
"Hoe is het daar?"
"Gezellig! We zijn in afwachting van de maaltijd en Dennis is al twee uur met Oma aan het schaken."
"Wat lief van hem!"
"Dat is helemaal niet lief van hem! Hij hakt haar voortdurend in de pan en hij weigert om haar ook maar één keer te laten winnen."
"Dat is juist lief van hem, dom wicht! Dat betekent, dat hij haar als een volwaardige tegenstandster behandelt en niet als een zielig, oud dametje, dat moet worden ontzien."
"Hm, dat is natuurlijk wel zo, maar ik vind het wel irritant, dat hij constant van die irritante juichgebaren maakt, als hij oma weer eens mat heeft gezet."
"Bemoei je d'r niet mee!" riep Dennis, vanaf het strijdtoneel.
"Dat maak ik zelf wel uit, achterlijke imbeciel!", blèrde Trudy terug.
"Jullie hebben het dus wel gezellig met zijn drietjes!", zei Conny droogjes.
"Ja, hoor! En u? Redt u het vanavond wel een beetje in uw eentje?"
"Ja, hoor, meisje! Ik ben alleen een beetje moe, na die zware nachtdienst van vannacht. Dus ik denk, dat ik er vanavond maar weer eens vroeg inga."
"Wel eerst een lekker glaasje port drinken, hoor!"
"Ik zal het doen, lieve dochter van mij."
"Prima! Ha, het eten komt eraan. Ik ga u ophangen, want het ruikt weer erg lekker, allemaal."
"Goed, liefje! Eet smakelijk! En doe ze allebei de groeten van mij."
"Ik zal het doen! Doei!"
Conny hing glimlachend op; de kans dat haar lieve, attente dochter vanavond naar haar huis zou bellen, was minder dan nihil. Trudy wist, dat Conny tijdens het omschakelen van een nacht- naar een dagdienst vaak hondsmoe was en zij zou haar dus heus wel met rust laten. De weg was dus vrij om de rest van de avond en een groot deel van de zondag in het gezelschap van Fritsje door te brengen.
Zij sloeg de hoek om en kreeg toen meteen haar knappe, nieuwe vriendje in het oog. Hij zat prinsheerlijk op de veranda, gekleed in een blauw T-shirt en blauwe jeans. Zij liep zonder aarzeling naar hem toe. Ze bevonden zich op de tiende verdieping en ze hadden geen buren, omdat het flatje van Fritsje zich tussen het einde van de flat en het trappenhuis bevond; niemand zou dus zien, dat zij naakt op de veranda zou zitten. Neuriënd liep zij de veranda op, waar Fritsje al een tweede tuinstoel had neergezet. In het voorbijgaan streelde zij hem even over zijn haren; daarna plofte zij welgemoed op de tweede tuinstoel neer.
"Heb je net met je dochter gebeld?", vroeg hij lachend.
"Ja, zij heeft het heel gezellig met haar oma en haar vriendje!"
"Heb je verteld, waar je bent?"
"Neuh, dat was niet nodig."
"Hoe oud is zij eigenlijk?"
"Zestien!", antwoordde zij lachend, "En zij is beeldschoon! Dus denk maar niet, dat je haar ooit te zien krijgt!"
Hij keek haar verrast aan, maar hij bleek heel goed tussen de regels door te kunnen lezen. Zijn repliek was dan ook van een zeldzame schoonheid:
"Wie wil er nou een klein, mager kuikentje hebben als er thuis een heerlijke, malse kip rondscharrelt?"
Zij schoot in de lach, maar toch wrikte er iets voor haar gevoel. In haar ogen was hij eigenlijk nog steeds, wat hij eenentwintig jaar geleden was geweest: een lief, mooi jochie van negen jaar, dat op alle mogelijke manieren moest worden verwend en vertroeteld. Toch was zij wel degelijk zijn grote liefde, ook al hadden ze elkaar eenentwintig jaar niet gezien. Een paar uur daarvoor had hij haar verteld, dat hij dankzij haar liefde en goede zorgen de hongerwinter had overleefd en dat hij eerder dit jaar om haar van zijn vrouw was gescheiden.
"Ik voel mij toch een beetje raar!", zei zij.
"Door het leeftijdsverschil?"
"Ja, en ook omdat ik je nog steeds niet als een minnaar kan zien."
"Ik weet niet, of ik dat eigenlijk wel wil."
"Nou, ik wil het dus wel!, riep zij, "Want wat de seks betreft, heb je mijn man ver achter je gelaten. Ik heb in die vier uur met jou meer genoten dan in de zeventien jaar met mijn man."
"En toch zie je mij niet in de eerste plaats als je minnaar", zei hij blozend.
"Ja, ik blijf je toch vooral als een soort petekindje zien."
"Dat vind ik niet erg, hoor!"
"Echt niet?"
"Nee, ik vind het niet erg, dat je mij niet als je minnaar ziet. Ik zie je namelijk ook niet als mijn minnares."
"Hoe zie je mij dan?"
"Als.... Als..."
"Nou, zeg het maar!"
"Ik kan er even geen naam voor bedenken."
Zij huiverde even, niet omdat zijn antwoord haar had geschokt, maar omdat zij het een beetje koud begon te krijgen.
"Wil je naar binnen?", vroeg hij.
"Neuh!", was het niet al te overtuigende antwoord.
"Ha! Volgens mij wil je wel naar binnen!"
"Alleen als jij dat ook wilt."
"Zullen we anders ergens wat gaan eten?"
"Waar wil je dan heen?"
"We zouden even naar Abcoude kunnen rijden. Daar zitten een paar hele leuke restaurantjes!"
"O, nee! Daar ben ik echt te moe voor!"
"Wat wil je dan, Etterbak Conny?"
"Gewoon een boterham! Het is vandaag zaterdag en dat is de dag, waarop normale mensen een eenvoudige, doch voedzame broodmaaltijd nuttigen. En daarna wil ik gewoon weer naar bed."
"Okidokie! Dan ga ik nu meteen een lekkere boterham voor je smeren!"
"Doe dat! En besmeer er ook een paar voor jezelf."
Hij liep grinnikend de kamer binnen en na een volgend windvlaagje volgde zij zijn voorbeeld. Zij liep met een lome tred naar de keuken. Hij stond bij het aanrecht en hij was inderdaad een paar boterhammen aan het smeren. De keuken zag er wat moderner uit dan de rest van het huis en hij was, net als de badkamer, ook zeer schoon. Zij nam aan de vierkanten tafel plaats, met haar gezicht naar het keukenraam gekeerd en luisterde met ingehouden adem naar wat rumoer in het aangrenzende trappenhuis. Als degenen, die zich nu in het trappenhuis bevonden, zometeen de verkeerde richting zouden inslaan, zouden ze haar naakt aan de keukentafel kunnen zien zitten. Dat gebeurde uiteindelijk dus niet.
"Waar dacht je eigenlijk aan, toen ik je vanmiddag in mijn armen nam?", vroeg zij.
"Aan onze jeugd, natuurlijk! En aan al die jaren daarna. Aan al die keren, dat ik in die verschrikkelijke oorlogsjaren in je armen had mogen inslapen. Aan al die keren, dat ik met je prachtige benen en je mooie kousen had mogen spelen. Aan al die keren, dat ik stiekem naar je prachtige borsten had gegluurd als je in mijn bijzijn je beha had aan- of uitgetrokken. Aan dat prachtige moment op die avond in september 1948, toen je mij op een hele serieuze toon had verteld, dat je later best wel met mij wilde gaan trouwen. Aan al die nare, sombere, Conny-loze jaren. Aan de krankzinnige vreugde, die ik voelde, toen ik vanochtend zomaar ineens je telefoonnummer in het telefoonboek vond. Aan de krankzinnige vreugde, die ik voelde, toen ik je aan de lijn had en je jezelf meteen maar uitnodigde. Aan de krankzinnige vreugde, die ik voelde, toen je vanmiddag voor mijn deur stond. Kortom: het voelde meteen heel vertrouwd aan! Alsof we eindelijk iets deden, wat we allang hadden moeten doen."
"Ja, het voelde inderdaad heel goed. En ook heel erg relaxed."
"Dat is mooi!"
Hij reikte haar een bord met twee boterhammen met kaas en een glas melk aan en ging tegenover haar zitten. Zij begon meteen met smaak te eten.
"Ik realiseer mij ineens iets!", zei zij.
"Wat dan?"
"Dat ik in mijn leven een heleboel relaties ben aangegaan, die ik beter had kunnen vermijden en dat ik de enige relatie, die er wel toe deed, heb verbroken."
"Met wie had je die relatie?"
"Met jou! Ik heb in 1951 je laatste brief heel bewust niet beantwoord, omdat ik in de dagen daarvoor smoorverliefd op mijn man was geworden."
"Ah."
"Daar kun je beter niet zo luchtig over doen, schatje! Ik heb door die keuze een verschrikkelijke puinhoop van mijn leven gemaakt! Mijn huwelijk is mislukt, ik heb twee keer seks met een getrouwde man gehad, ik heb tien jaar lang een lesbische verhouding gehad, terwijl ik helemaal niet lesbisch ben en dat was volgens mij allemaal niet gebeurd als ik je tweede brief wel had beantwoord."
"Ik weet niet, wat ik zeggen moet!"
"Hm, mag ik je een gewetensvraag stellen?"
"Ja, natuurlijk!"
"Vind je, dat ik nooit met mijn man had moeten trouwen?"
"Hoe bedoel je?"
"Had je liever gehad, dat ik met trouwen had gewacht, tot ik met jou had kunnen trouwen?"
"Nee."
"Waarom niet?"
"Daar zijn een aantal redenen voor te bedenken. Ik denk, dat de belangrijkste reden je dochter is. Die was niet geboren als je tot je zesentwintigste op mij had gewacht. Maar ik had je ook niet bij je man willen weghouden als jullie haar niet hadden gehad."
"Waarom niet?"
"Omdat ik vermoed, dat hij vreselijk veel van je gehouden heeft. En dat je ook vreselijk veel van hem gehouden hebt en dat je dat nog steeds doet."
"Hij is anders wel vaak vreemd gegaan."
"Maar dat heb jij goed gevonden!"
"Hoe weet je dat?"
"Omdat je zelf vanmiddag hebt gezegd, dat je alleen maar van hem bent gescheiden, omdat hij dan wat makkelijker vreemd zou kunnen gaan."
"Ja, dat klopt! Ik heb ook al heel vroeg in ons huwelijk tegen hem gezegd, dat hij van mij best vreemd zou mogen gaan."
"Waarom in godsnaam?"
"Ik heb gewoon nooit het idee gehad, dat ik zo'n knappe, sexy man helemaal voor mijzelf kon hebben."
"Besef je eigenlijk wel, hoe knap en hoe sexy je zelf bent?"
"Soms!", antwoordde zij, een beetje besmuikt.
"Ik denk, dat je elke man had kunnen krijgen, die je had willen hebben en als je ze eenmaal had gekregen, had je ze ook nooit meer kwijt hoeven raken."
"Je denkt dus, dat ik ook mijn man helemaal voor mijzelf had kunnen hebben."
"Ja, dat denk ik echt! Maar ik weet niet, of je daarmee zijn zelfmoord zou hebben kunnen voorkomen."
"Ik denk het niet! Sterker nog: ik weet zeker van niet. Hij heeft in zijn afscheidsbrief geschreven, dat hij niet meer verder wilde leven, omdat hij het zo verschrikkelijk vond om Trudy volwassen te zien worden."
"Dat klinkt een beetje..."
"Ziekelijk!", vulde zij aan.
"Ik wilde eigenlijk 'zielig' zeggen."
"Maak er toch maar 'ziekelijk' van. Dat woord dekt de lading toch wat beter, hè?"
Hij knikte en wierp haar een ernstige blik toe. Zij dacht weer terug aan de dag, waarop haar man zelfmoord had gepleegd en voelde zich een beetje neerslachtig worden.
"Het ergste was Trudy!", mompelde zij.
"Hoe bedoel je?"
"Dat zij de laatste dierbare was, die hem in leven heeft gezien. Dat zij zijn afscheidsbrief in ontvangst heeft moeten nemen, dat zij heeft moeten leren leven met het feit, dat hij twintig minuten na hun laatste afscheid al dood was. Dat kan ik hem allemaal maar moeilijk vergeven. En zij was zo blij, toen zij mij die brief overhandigde! Zij liep echt te huppelen, toen zij die brief van de schoorsteen haalde. Ze hadden de zondag ervoor namelijk een beetje ruzie gehad. En die ruzie had hij dus op het allerlaatste moment weer bijgelegd. En tja, toen ik de brief las en las, wat hij op dat moment dus al had gedaan, voelde ik de grond onder mij wegzakken. Ik ben echt nog nooit zo in paniek geweest!"
"Wat heb je toen gedaan?"
"Ik wist op het allerlaatste moment een smoes te bedenken. Ik zei tegen Trudy, dat haar vader een romantisch etentje met mij wilde hebben en ik heb haar gevraagd, of zij voor een paar uurtjes naar de buren wilde gaan, omdat ik niet wilde, dat zij alleen thuis zou zijn. Die buren bleken godzijdank thuis te zijn en toen zij weg was, heb ik meteen de politie en de brandweer gebeld."
"Waarom de brandweer?"
"Hij had in een begeleidend briefje bij zijn afscheidsbrief geschreven dat hij zich zou gaan verdrinken, en hij was ook zo lief geweest om bijna de exacte plek aan te geven."
"En toen?"
"Toen werd ik opgehaald door twee politieagenten, die mij pijlsnel naar de bewuste plek brachten en toen we daar aankwamen, zag ik zijn sjaal, zijn colbertje en zijn mooie winterjas op het gras liggen en wist ik genoeg. Tien minuten later kwam de brandweer en de duikers hadden hem daarna heel snel gevonden. Ze hoefden zelfs niet eens te duiken, want die stommeling had zich verdronken op een plek, waar zelfs een kleuter had kunnen staan."
"O, wat verschrikkelijk!"
"Tja, het identificeren was al geen pretje, maar dat karweitje viel volkomen in het niet, bij wat ik daarna moest doen."
"Het nieuws aan Trudy overbrengen."
"Ja, telkens als ik aan dat moment terugdenk, schiet ik vol."
Zij begon inderdaad te huilen. Het was een aanblik, die Fritsje niet veel goed leek te doen, maar hij deed het enige, wat hij kon doen: haar handen in de zijne nemen en er het zwijgen toe doen.
"Zij nam het niet goed op", vervolgde zij, met een ietwat doffe stem, "Nee, zij nam het helemaal niet goed op. Zij stortte echt helemaal in, toen ik het haar vertelde. Ik ben heel lang, heel bang geweest, dat ik haar ook zou gaan verliezen. Anderhalf jaar heeft zij als een ziek, bang vogeltje thuis gezeten. Anderhalf jaar! En alleen maar omdat die stompzinnige randdebiel zich zo nodig van kant moest maken! O, God, wat ben ik kwaad op die eikel! Als hij niet dood was, zou ik hem alsnog kunnen vermoorden!"
"Hoe is het nu met haar?"
"Heel goed!", zei zij, met een langzaam doorbrekende glimlach, "Zij is helemaal opgebloeid. Zij heeft vorig jaar een heel lief vriendje opgeduikeld, die helemaal stapel op haar is en die zij nooit meer zal kwijtraken."
"Ben je daar echt zeker van?"
"Ja, daar ben ik echt zeker van! Hij is haar wederhelft! Die gaan nooit meer uit elkaar. Hij zal nooit vreemdgaan en hij zal zichzelf nooit van kant maken. Kortom: hij zal alles voor haar zijn, wat haar vader niet voor mij en voor haar is geweest."
"Waarom denk je dat?"
"Omdat hij eigenlijk nu al volwassen is! Hij is amper zestien, maar je kunt hem, omdat hij een heleboel nare dingen heeft meegemaakt, nu al een echte man noemen."
"Waar kun je dat aan zien?"
"Aan de manier waarop hij met haar omgaat. Hij is lief, zorgzaam en zit, zo op het oog, vreselijk onder de plak bij haar, maar dat is allemaal maar schijn. Eigenlijk is hij degene, die aan het roer staat, maar hij doet het op een manier, die zij niet ziet. En hij is daarmee, zonder dat zij het beseft, haar opvoeding aan het voltooien. Op een manier, die mijn man en ik nooit hadden kunnen klaarspelen."
"Dat is mooi!", zei Fritsje glimlachend.
"Maar je kunt het vooral zien aan de manier, waarop hij haar in zijn eentje uit dat hele diepe dal heeft gehaald, en daarmee ook mij en mijn schoonmoeder. Hij verscheen opeens in haar leven, toen zij al heel lang verschrikkelijk in de put zat en vanaf dat moment leefde zij op en vanaf het moment, dat ze verkering kregen, begon zij uit te groeien tot wat zij nu is: een hele lieve, hele knappe meid van zestien, die weer volop van het leven geniet en daarbij ook nog eens een heel bloeiend seksleven heeft."
"Hoe zou je man daarover hebben gedacht als hij nog leefde?"
"Ik denk, dat hij gek van jaloezie was geworden", riep zij grinnikend, "En ik had hem daarmee aan één stuk door lopen pesten."
Ze vielen even stil en Conny dacht met verbazing aan haar relaas van daarnet en hoe daarin voor het eerst wat haatgevoelens jegens haar man waren geslopen. Tot nu toe waren haar gedachten over hem vooral door medelijden getekend geweest en zij vroeg zich af, wat die omslag had veroorzaakt. Was het alleen maar die vrolijke middag met Fritsje geweest? Of was het de wetenschap, dat zij, net als Trudy, eindelijk een man had gevonden, waarop zij zou kunnen steunen? Die laatste gedachte deed haar opnieuw glimlachen.
"Je bent lief!", zei zij, ineens weer helemaal oplevend.
"Waarom?"
"Omdat je mij daarnet zo geduldig hebt aangehoord. Het heeft mij echt ontzettend opgelucht!"
"Graag gedaan!"
"En ik vind het ook helemaal niet erg meer, dat je een lief, knap en piepjong broekie van eenendertig bent!"
"Echt niet?"
"Nee! En ik vind het ook helemaal niet erg, dat je zo vreselijk goed in bed bent en dat ik, wat seks betreft, nog heel veel van je kan leren!"
Zij zag, dat er ineens een hevige schok door hem heen ging. Zijn mond viel wagenwijd open en hij sloeg zijn handen even voor zijn gezicht.
"Wat is er?", vroeg zij verbijsterd.
"Je lijkt echt op Connie!", antwoordde hij, terwijl hij zijn handen weer op de tafel legde.
"Welke Conny?"
"Lady Constance Chatterley uit 'Lady Chatterley's Lover' van D.H. Lawrence."
"Is dat niet dat beruchte seksboek, dat heel lang verboden is geweest?", vroeg zij, met komisch opgetrokken wenkbrauwen.
"Het is veel meer dan dat! Het is een literair meesterwerk zonder weerga."
"En ik lijk op de hoofdrolspeelster?"
"Ja! Je bent net zo lief, net zo mooi en net zo goed in bed als zij."
"Je meent het!"
"Ja, ik meen het! En ik kan het weten, want ik heb het boek al zeker vier keer gelezen."
"Had je het boek eigenlijk ook vier keer gelezen als de hoofdpersoon geen Connie had geheten?", vroeg zij, met een wat geniepige grijns.
"Nee, maar dan had ik dus een hele mooie leeservaring gemist. Want het is echt een fantastisch boek, hoor!"
"En vandaag heb je de theorie van dat fantastische boek dus in de praktijk gebracht."
"Voor een groot deel wel, ja. Op een klein detail na..."
"Wat ontbrak er dan aan?"
"Het boshutje in het bos, waar de boswachter uit het boek zijn adellijke dame verleidt."
"Ach, gut!", riep zij, gierend van het lachen.
"Ja, spot er maar mee!", mompelde hij, "Als ik je in zo'n hutje had mogen nemen, was ik echt volmaakt gelukkig geweest."
"Hm, als je echt zo graag in de bossen met mij wilt vrijen, kunnen we morgen wel gezellig een uurtje in de duinen bij Heemskerk gaan vrijen."
"Waarom in Heemskerk?"
"Omdat ik daar toch weer een keer naartoe moet gaan om het graf van die stommeling te verzorgen."
"Ha! Je wilt dus eerst naar het graf van je man toe en daarna met mij naar de duinen om een lekker potje te neuken."
"Ja, ik weet een heel leuk plekje in het Noordhollands Duinreservaat, waar ik ook wel eens met mijn man heb liggen vrijen. Het is daar echt heel idyllisch, hoor! Je ligt daar midden in de bossen, maar je hebt ook een heel mooi uitzicht op de mooie, uitgestrekte duinpan, die daarachter ligt.
"Hm, het idee spreekt mij eigenlijk wel aan, ja."
"Mij ook wel", beaamde zij, een beetje meesmuilend, "En als je daar niet genoeg aan hebt, zouden we in de komende weken voor een weekendje een huisje bij 'Sporthuis Centrum' kunnen gaan huren."
"Zou je dat echt willen?", stamelde hij.
"Ja, natuurlijk, lieverd! Mits je mij natuurlijk wel het hele weekend met 'Mylady' aanspreekt!"
"Als jij samen met mij een weekendje in een boshutje van 'Sporthuis Centrum' wilt gaan zitten, wil ik je ook wel met 'Koninklijke Hoogheid' aanspreken."
"Of met 'Uwe Heiligheid'?"
"Wat je maar wilt!"
"Ze schijnen ook kleuren-tv's in die hutjes te hebben."
"Ha! Je denkt toch niet, dat we in dat hutje naar de televisie gaan kijken hè?"
"Ook niet als het een kleuren-tv is?"
"Nee, dat kreng gaat niet aan!"
"En als ik hem toch aanzet?"
"Dan ga je over de knie! Dan krijg je een ongelooflijk pak slaag!"
Zij schoot in de lach en stond van haar stoel op. Zij had ineens ontzettend veel zin om als een lief, maar ondeugend schoolmeisje bij hem op schoot te kruipen. Uiteindelijk deed zij dat ook maar. Zij nam schrijlings op zijn schoot plaats en voelde, hoe hij zijn armen rond haar middel sloeg en haar dicht tegen zich aan trok. Zijn greep was zo stevig, dat haar borsten tegen zijn T-shirt werden platgedrukt. Zij genoot ervan. Al doende wist hij de beelden van die gruwelijke februariavond in Heemskerk weer naar haar geheugen terug te duwen. Zij zou ze nooit helemaal kunnen vergeten, maar ze waren tijdens dit gesprek aan de keukentafel voor een groot deel van hun kracht ontdaan.

BERT HARBERTS


Terug


Amsterdam, 5 december 2008. © Bert Harberts