COMPENSATIE

Het was een zonnige, warme zaterdagochtend, eind mei 1969. Marinus, een vriendelijke, eenenvijftigjarige onderwijzer met de uitstraling van een barse kolonel, zat al een poosje op zijn tuinstoel te suffen. Zijn tuin was jaren geleden met de tuin van zijn buren samengevoegd. Hij had dan ook een goed zicht op Trudy, zijn blonde, beeldschone buurmeisje van dertien, die in een hoog tuinstoeltje een boek zat te lezen. Zij droeg een zwart, nauwsluitend mini-jurkje en een roze panty. Dat nogal prikkelende ensemble had een wat verwarrende uitwerking op Marinus. Als hij haar niet van jongs af aan had zien opgroeien, had hij haar zeker twee, of misschien wel drie jaar ouder geschat.
Hij kende haar waarschijnlijk dan haar vader. Het meisje had vanaf de eerste klas van de lagere school in zijn klas gezeten en zij was al die jaren zijn oogappel geweest. Een modelleerling, die een grote intelligentie aan een uitzonderlijk lief karakter paarde. Een dromertje met moederlijke neigingen, een meisje, dat in de eerste twee schooljaren voortdurend de veters van haar medeleerlingetjes had gestrikt en dat de gewoonste zaak van de wereld had gevonden. Het nu aflopende schooljaar, het eerste zonder Trudy, had dan ook in het teken van de weemoed gestaan. Hij had haar, met andere woorden, vreselijk gemist.
Hij zag hoe Trudy haar mooie, lange benen strekte en haar poezelige kousevoetjes op het tuintafeltje legde. Haar jurkje was zo kort, dat een flink stuk van haar pantybroekje onder de zoom van het jurkje vandaan stak. Marinus moest erom lachen. Hij dacht daarbij met enig leedvermaak aan de ontregelende uitwerking, die Trudy op de mannen in haar omgeving had. Iets, waar met name haar vader regelmatig last van had. Die had het namelijk nogal moeilijk met het opgroeien van zijn dochter. De arme ziel kon het maar amper verdragen, dat Trudy nu al vele mannen en jongens het hoofd op hol joeg. Marinus behoorde daar niet toe, maar hij had een andere, zwakke plek, waar hij bij tijd en wijle flink mee worstelde.
Hij had een solitaire dag voor de boeg. Zijn vrouw was vanmorgen in alle vroegte, samen met hun dochter Kitty en hun schoonzoon Ronny, naar Groningen vertrokken. Zijn schoonmoeder was terminaal ziek en zijn vrouw en dochter en wilden haar laatste dagen met haar gaan doorbrengen. Dat vooruitzicht van een rustige dag kikkerde hem op. Het leek hem heerlijk om even geen vrouw en dochter om zich heen te hebben. De droevige reden van die afwezigheid bedrukte hem niet zo. Hij had al vijfentwintig jaar een enorme hekel aan zijn schoonmoeder. Hij apprecieerde haar enkel en alleen maar, omdat zij zijn vrouw ter wereld had gebracht en verachtte haar des te meer om het onbekende aantal genen, dat zij via zijn vrouw aan zijn soms nogal vitterige dochter had doorgegeven.
Op dat moment ging de telefoon. Marinus stond zuchtend op en liep op zijn sloffen zijn huis binnen. Hij zag op het laatste moment, dat Trudy hem een half bemoedigende, half stralende glimlach schonk, waardoor zijn tred ineens iets veerkrachtigs kreeg. Hij liep naar het dressoir in de huiskamer, waarop onder andere ook de telefoon stond, en nam de hoorn van de haak.
"Met Stol!", riep hij, op bulderende toon.
"Met mij!", zei Eveline, zijn vrouw.
"Dag, liefje! Zijn jullie er al?"
"Ja, we zijn behouden aangekomen."
"Mooi! Mooi! En hoe is het met oude..."
Hij maakte zijn zin toch maar niet af. Hij had zijn schoonmoeder bijna met zijn favoriete bijnaam aangeduid en dat leek hem onder de huidige omstandigheden wat al te cru, maar zijn vrouw wist maar al te goed, wat hij had willen zeggen.
"Met het oude lijk gaat het heel slecht!", vulde zij koeltjes aan, "Het is echt een aflopende zaak. De dokter geeft haar nog een paar dagen. Op zijn hoogst!"
"Zal ik dan toch ook maar die kant op komen?"
"Nee, doe dat maar niet!", was het ietwat paniekerige antwoord, "Je weet, hoe zij over je denkt en Kitty vindt het beter, dat zij je helemaal niet meer ziet. Wat haar betreft, hoef je alleen maar voor de begrafenis op te draven."
"Vind jij dat ook?", vroeg hij, hoorbaar aarzelend tussen opluchting en irritatie.
"Ik zou je er natuurlijk heel graag nu al bij willen hebben, maar Kitty en mama willen het nu eenmaal zo."
Hij wist eerst niet goed, wat hem aan dat antwoord zo 'godsgruwelijk' irriteerde. Een paar seconden later wist hij het wel. Het was dat schrijnende gebrek aan solidariteit, dat zijn vrouw jegens hem aan de dag legde. Vrouwen behoorden volgens hem in alle gevallen en onder alle omstandigheden rŁcksichtslos solidair met hun mannen te zijn en vrouwen, die dat niet waren, waren in zijn ogen geen echte vrouwen. Toch wist hij zijn irritatie over haar dociele houding jegens haar moeder en dochter voor haar verborgen te houden.
"Goed, liefje!", zei hij zuchtend, "Dan blijf ik maar gewoon hier!"
"Zorg je wel een beetje goed voor jezelf, de komende dagen?"
"Maak je over mij maar geen zorgen, meisje! Ik red mij wel. Ik ga niet voor mijzelf koken, maar ik zal heus wel zorgen, dat ik genoeg eet en genoeg vitamines binnenkrijg."
Hij hoorde op de achtergrond wat rumoer, dat hij moeiteloos herkende. Zijn schoonmoeder was ook op haar sterfbed weer op de kijftoer gegaan en hij wist maar al te goed, wie daarvan het slachtoffer was.
"Ik hang je maar op!", zei zijn vrouw, op een wat lusteloze toon.
"Goed, liefje!" zei hij, met een onderhuidse razernij, die hij maar nauwelijks kon intomen, "Doe het oude lijk maar de groeten van mij en geef haar ook maar een flinke pakkerd van mij. En zeg haar maar, dat ik hoop, dat zij een heel plezierig sterfbed mag hebben, waar zij nog heel lang van mag genieten."
"Dank je!", zei zijn vrouw, met iets wat toch echt op heimelijke instemming leek.
"Dag, lieverd!"
"Dag, lieve, ouwe brombeer van mij."
Hij hing op en beende, nog steeds briesend van woede, de tuin weer in. Hij haatte dat 'vieze, tandeloze monster', dat nu eindelijk op haar sterfbed lag en hij was kwaad op die 'domme, betweterige dochter' van hem, die vond, dat hij zijn plichten als echtgenoot maar beter kon verzaken, waardoor hij zijn vrouw tijdens een van de moeilijkste ogenblikken van haar leven niet kon bijstaan.
"Zijn er dan echt helemaal geen normale vrouwen op de wereld?", zei hij hardop, "Zijn ze dan echt allemaal van lotje getikt?"
"Wat zei je, buurman?", vroeg een bekende stem vanuit de andere tuin.
Het was Conny, de moeder van Trudy. Hij draaide zijn hoofd langzaam in haar richting en zag, hoe moeder en dochter hem vol mededogen aankeken. Dat deed hem buitengemeen veel goed. Al bracht de aanblik van de knappe, mollige Conny hem daarna wel weer op een andere manier uit zijn evenwicht.
In wezen was hij al verliefd op haar, sinds zij in 1954 met haar man in het huis naast het zijne was komen wonen. Toen was zij een wolk van een meid van drieŽntwintig geweest, nu was zij een prachtige matrone-in-wording van net achtendertig. Zij had een lief en nuchter karakter, maar straalde tegelijkertijd een sterke, haast dierlijke sensualiteit uit. Haar witte zomerjurkje was niet eens zoveel korter als dat van Trudy en zij zat er ook niet echt preuts bij. De aanblik van die heerlijke, mollige benen bezorgde hem een enorme erectie.
Wat haar aantrekkingskracht op hem nog danig vergrootte, was haar burgerlijke staat: zij was ongeveer een jaar geleden gescheiden van haar man, maar onderhield nog wel een liefdesrelatie met hem. Het was een liefdesrelatie, die van beide kanten bepaald niet monogaam was. Zijn vrouw had hem onlangs nog verteld, dat Conny zelfs een tweede, min of meer vaste relatie had. Haar ex-man kwam echter wel op de eerste plaats voor haar; die ander was slechts bijzaak voor haar. Als Marinus van Conny droomde en dat deed hij toch wel vrij regelmatig, dan droomde hij ook over de positie van die Tweede Man.
Hij was er zich pijnlijk van bewust, dat hij nog steeds geen antwoord op Conny's vraag had gegeven, maar het leek hem niet raadzaam om dat op een luidruchtige manier te doen. Hij schuifelde dus naar het tuinzitje van zijn buren, zich onderwijl gelukkig prijzend met zijn nogal wijde tuinbroek, en ging op de stoel zitten, die schuin tegenover die van Conny stond. Dat hij daardoor recht tegenover Trudy zat, deerde hem niet zo. Haar charmes waren een stuk makkelijker te weerstaan dan die van Conny.
"Je ziet er verhit uit, buurman!", zei Conny, met een wat mysterieus glimlachje.
"Ik ben een beetje boos!", zei hij.
"Op wie?", vroeg Trudy.
"Op de twee heksen in mijn leven."
"Je schoonmoeder en Kitty?", vroeg Conny gniffelend.
"Ja!"
"Wat hebben die twee, gemene heksen nou weer gedaan?"
"De een gaat godzijdank dood en de ander vindt, dat ik daar niet bij mag zijn."
"En dus moet Eveline het even zonder je stellen."
"Ja!"
"Het is wel een doetje, hŤ? Die vrouw van jou!"
"Ja, hŤ?"
Op dat moment ging de bel en Trudy sprong, terwijl zij de woorden "Daar is papa!" riep, meteen op van haar stoel. De twee volwassenen keken glimlachend toe, hoe het meisje het huis inrende om de deur open te doen.
"Zij gaat dit weekend met haar pappie op stap!", zei Conny.
"O, ja? "
"Ja, ze gaan aan de boemel in Maastricht."
"Waarom Maastricht?"
"Ach, het is een hele mooie, sfeervolle stad, waar het heel leuk winkelen en toeven is. Eigenlijk had hij liever met haar naar Parijs of Londen te gaan, maar die druiloor zit op het ogenblik een beetje krap in zijn geld. Ik eh... ga ze trouwens maar even uitzwaaien."
"Ja, en ik ga maar weer terug naar mijn eigen plekkie."
"Ben je nou helemaal belazerd?", riep zij, terwijl zij een beetje lui uit haar stoel overeind kwam, "Je zit net! En misschien kunnen we wel iets met zijn tweeŽn gaan ondernemen, dit weekend. We zijn alle twee alleen, dit weekend, dus..."
Na het uitspreken van die plezierige mededeling liet zij hem even alleen. Hij keek haar na, toen ook zij op haar blote voeten het huis binnenliep en bewonderde haar goddelijke kuiten met iets, wat verdacht veel op hoop leek. Hij wilde haar hebben, dit weekend, ook als hem dat zijn huwelijk zou kosten. Hij luisterde naar het heldere, maar net niet verstaanbare stemmetje van Trudy, herkende het gebrom van haar vader en hoorde uiteindelijk, hoe de portieren van een auto werden dichtgeslagen en hoe Conny met een luid 'Daaaag!' afscheid van haar dochter nam.
Terwijl Marinus in afwachting van Conny's terugkeer was, begon zijn hart ineens wat sneller te kloppen. Hij had het gevoel, dat hij hopeloos in de val zat. Na haar terugkeer ging Conny op de stoel zitten, waarop Trudy daarnet had gezeten en zij keek hem daarna een beetje vorsend aan.
"Had je eigenlijk plannen voor vandaag?", vroeg zij.
"Nee, niet echt!"
"Dus we kunnen echt samen wat gaan doen!"
"Ja!"
"Heb jij een leuk idee?"
"We zouden een stukje kunnen gaan fietsen en daarna zouden we ergens wat kunnen gaan eten."
"In een intiem restaurantje bij kaarslicht?"
"Als je dat wilt!"
Conny glimlachte, zonder daar echt op te reageren. Marinus voelde, hoe zijn hart in zijn keel klopte, maar hij was toch wel tevreden met zijn voorstel. Volgens hem was hij wel degelijk op de goede weg.
"Hoe lang ben je eigenlijk al verliefd op mij?", vroeg zij, alsof het de gewoonste zaak van de wereld was.
Hij keek haar verbijsterd aan en bracht vervolgens niet veel meer dan een reutelend geluid voort. Toch wist hij meteen, wat hij daarna moest antwoorden:
"Al heel lang!"
"Dat dacht ik al."
"Het is alleen niet zo, dat ik mij daarover ooit illusies heb gemaakt! Ik ben namelijk wel heel gelukkig getrouwd!"
"Maar je zou best met mij naar bed willen."
"Er is eigenlijk niets, wat ik liever zou willen!"
Zij schoot in de lach en spreidde haar benen daarbij een beetje. Hij kreeg het er niet echt makkelijker door.
"Denk je, dat ik dat ook wel zou willen?", vroeg zij.
"Ik weet het niet."
Zijn antwoord klonk een beetje schaapachtig en daar had hij onmiddellijk het land over. Hij had trouwens niet geweten, wat hij dan wel had moeten antwoorden.
"Ik droom er best wel vaak van", zei zij, "Ik zou best wel eens willen weten, hoe het is om met een echte man te vrijen."
"Je vindt Frans geen echte man?", zei hij, op een ineens heel blijmoedige toon.
"Hij gedraagt zich in bed, zoals hij zich in het dagelijks leven gedraagt."
"Als een watje?"
"Hm.... Ja, dat is eigenlijk wel de goede uitdrukking, ja! En ik heb nu eigenlijk wel een beetje behoefte aan iets rauwers en iets ruwers."
Marinus klapte helemaal dicht. Hij wist niet, wat hij daarop moest zeggen en was als de dood, dat hij iets verkeerds zou zeggen, waarmee hij alles zou kunnen verpesten.
"Ben je echt verliefd op mij?", vroeg zij, "Of is het vriendschap vermengd met een fikse dosis geilheid."
"Hoe bedoel je?", vroeg hij, om nog heel even tijd te winnen.
"Je weet best, wat ik bedoel. Als je echt verliefd op mij bent, kunnen we zometeen beter niet met elkaar naar bed gaan, omdat dat daarna nogal veel complicaties kan geven. Maar als je gewoon een maatje voor mij wilt zijn en ook na dit weekend van tijd tot tijd met mij naar bed wilt gaan, staat eigenlijk niets een gezellige vrijpartij in de weg."
"Ik weet niet, wat ik voor jou voel", zei hij, met een nu heel rood gezicht, "Het is geen liefde, geloof ik. Het is voor een groot deel vriendschap en voor een groot deel lust, maar ik kan je natuurlijk niet garanderen, dat die vriendschap en die lust niet in een enorme verliefdheid zal overgaan, als we met elkaar naar bed zijn geweest."
"Die garantie kan ik jou ook niet geven, lieve buurman van mij. Misschien loopt het bij mij dan ook wel helemaal uit de klauwen. Aan de andere kant zal dat aan het vrijen ook wel iets spannends geven. Het is altijd heel spannend als je iets doet, waarvan je niet weet, wat de gevolgen zullen zijn."
Ze zwegen even. Marinus zag, hoe Conny met een wat vage glimlach naar de tuintegels keek en hij vroeg zich af, wat haar volgende zet zou zijn.
"Denk je, dat je daarna geen schuldgevoelens zult hebben?", vroeg zij, zonder op te kijken, "Tegenover Eveline, bedoel ik."
"Ik weet het niet! Ik weet ook niet, wat ik moet denken. Ik kan, geloof ik, Łberhaupt niet meer denken. Ik kan alleen nog maar aan jou denken. Aan je heerlijke, zalige lijf, aan het gevoel dat ik zal hebben als ik je in mijn bed zal hebben en met je zal neuken."
"Ik weet zeker, dat ik geen schuldgevoelens naar Frans toe zal hebben."
"Echt niet?"
"Nee, en ook niet naar Kitty toe!"
"Kitty?" vroeg hij, een beetje wazig.
"Kitty is mijn andere liefde!", zei zij, heel kalm.
"Wat! Is Kitty... Is Kitty..."
"Zij is lesbisch, ja!"
"Maar zij is getrouwd!"
"Nog wel, ja."
Hij keek haar verbijsterd aan en moest ineens hevig naar adem happen. Conny keek hem een beetje spottend aan.
"En jij?", begon hij, met een ietwat krakende stem, "Ben jij ook lesbisch?"
"Nee, ik ben zo hetero als een vrouw maar zijn kan."
"Maar waarom heb je dan een relatie met die domme dochter van mij?"
"Uit lamlendigheid, vrees ik. Zij is vreselijk verliefd op mij en dat ontroert mij toch ook wel een beetje. En ook wel, omdat zij heel erg goed in bed is. Zij staat in ieder geval meer haar mannetje dan Frans. De seks met haar is in ieder geval veel lekkerder dan de seks met Frans."
"Ik weet niet, wat ik moet zeggen."
"Je bent toch niet jaloers op Kitty, hŤ?", vroeg zij, met een nogal ondeugende grijns.
"Nee... Nee... Dat geloof ik niet! Ik ben alleen maar blij, dat er naast Frans niet nog een man is."
Die opmerking bleek een voltreffer te zijn. Zij stond op, trok hem uit zijn stoel en leidde hem als een kind naar zijn huis. Eenmaal in huis nam hij het initiatief moeiteloos over. Hij liet haar stilstaan, bukte zich en slingerde haar daarna met een vloeiende beweging over zijn schouder. Zij schaterde het uit en gaf hem tijdens het bestijgen van de trap nog een paar laatste aanwijzingen: niet zoenen, niet lief zijn en gewoon maar even ongeneerd 'beuken'. Als in een roes droeg hij haar de slaapkamer binnen.
Een paar seconden later had hij haar al op zijn bed geworpen. Hij knoopte haar jurk van boven los, ontdeed haar in een recordtijd van haar beha, duwde de zoom van haar jurkje naar boven tot het rond haar heupen zat en sjorde haar slipje van haar billen. Waar het zijn eigen kleren betrof, beperkte hij tot het uittrekken van zijn sloffen, zijn tuinbroek en zijn onderbroek; daarna mocht hij eindelijk op dat heerlijke lijf kruipen, waarvan hij al zovele jaren had gedroomd.
Hij probeerde om nog wel aan iets van een voorspel te doen, maar hij penetreerde haar toch wel vrij snel. Het stoten gebeurde daarna vrijwel geruisloos. Ze zwegen allebei als bij afspraak en bij tijd en wijle wisselden ze alleen een vriendelijke glimlach met elkaar uit. Voor de rest was het alleen aan de veren in het bed te horen, dat er iets ondeugends op het bed gebeurde. Hij was er zich toch wel van bewust, dat hij haar nam, zoals hij een hoer zou hebben genomen; het uitkleden had zelfs iets van een inleiding tot een verkrachting weg gehad. Die gedachten deerden hem niet. Dit was iets, wat ze allebei wilden en over de manier waarop hadden ze vooraf ook al overeenstemming bereikt.
Zij ontdeed hem onderwijl van zijn T-shirt, zonder dat hij dat het stoten daarvoor hoefde te onderbreken. Hij was haar daar dankbaar voor. Hij wilde het liefst voor altijd in haar blijven en dit zalige neuken voor altijd laten doorgaan. Niets was meer belangrijk voor hem. Zijn vrouw, zijn dochter, zijn vrienden, zijn baan, zijn twee mooie huizen, niets deed er meer toe. Behalve dan dit heerlijke, goddelijk mooie lijf dat zich zo gewillig naar de nukken van het zijne schikte.
Voor het oog waren ze nog steeds twee vrienden, die elkaar uit genegenheid een ietwat ondeugende vriendendienst bewezen, want er werd niets gezegd, wat op het tegendeel zou kunnen duiden. Ook toen Marinus het stoten even onderbrak, bleven ze hardnekkig zwijgen, alsof ťťn simpel woord van een van hen de magie van dit moment zou kunnen verbreken. Hij hield haar onderwijl stevig in zijn o zo sterke armen geklemd. Hij probeerde om niet aan de vele, weinig opwindende nachten met Eveline te denken, maar deed het uiteindelijk toch. Het vonnis over die nachten liet zich vervolgens raden: op deze zonnige zaterdagochtend vond niets minder dan het hoogtepunt van zijn leven plaats. Alles was perfect. Al zijn zintuigen werkten op volle toeren en vulden zijn geheugen met gewaarwordingen, die later tot heerlijke herinneringen zouden uitgroeien: Conny's ademhaling, de geur van haar zweet, haar natte haren op het kussen van Eveline, de gordijnen, die nog steeds waren gesloten, het steeds luider wordende straatrumoer, het gekwetter van de kinderen van zijn andere buren, de vermanende stem van zijn andere buurvrouw. Niemand zag hen, niemand wist, wat ze hier aan het doen waren en niemand zou dus weten, dat hij haar op dit moment op een heerlijke manier aan het neuken was.
Toen hij het stoten hervatte, was hij weer zijn oude heerszuchtige zelf. Hij bleef hautain zwijgen, maar hoorde wel, hoe zij steeds vaker en steeds luider begon te kreunen. Hij fantaseerde over de mogelijkheid dat ze het dit weekend ook nog eens in de tuin van zijn huisje in Noorddorp konden doen. Er was eigenlijk niets, wat die mogelijke, tweede vrijpartij in de weg stond. Hun dierbaren waren voor dit weekend allemaal naar een uithoek van Nederland vertrokken en Trudy zou waarschijnlijk pas in de loop van zondag thuiskomen. Maar eigenlijk wilde hij liever, dat ze vandaag en een groot deel van de zondagochtend in dit bed zouden blijven liggen. Hij had nog lang niet genoeg van haar genoten en hij wilde haar nog lang niet laten gaan.
Hij genoot ook van haar gekreun. Soms had hij het gevoel dat zij zich voor de vorm aan zijn ijzeren greep probeerde te ontworstelen en ook dat wond hem danig op. Hij had haar echt helemaal in zijn macht. Hij zou haar zelfs kunnen afranselen als hij daar zin in had gehad. Helaas voor hem kwam hij nogal onverwacht klaar. Het voelde bijna als een anti-climax aan. Hij had het graag nog even uitgesteld. Conny stopte met kreunen, toen zij merkte, dat hij was klaargekomen. Hij trok zich uit haar terug en keek met iets van spijt naar haar heerlijke lijf.
"Was het fijn?", vroeg hij een beetje onzeker.
"Ja, lieverd! Het was heerlijk! Jij bent ook veel beter dan Frans!"
"Blijf je vandaag bij mij?"
"Als het mag."
"Als het mag? Je moet vandaag bij mij blijven! Ik zal echt helemaal gek worden als je straks naar je eigen huis teruggaat. Ik wil niet eens, dat je vandaag het bed verlaat."
"Dus ik ben vandaag je gevangene?", vroeg zij giechelend.
"Ja, morgenmiddag zal ik je echt wel laten gaan, maar vandaag en morgenochtend blijf je hier en blijf je in dit bed liggen."
"En je wilt hier ook na het weekend mee doorgaan?"
"Ja, natuurlijk!"
"Ik ook, hoor! Maar als Trudy, Frans, Eveline en Kitty weer terug zijn, zal het voor ons wel wat moeilijker worden om een afspraakje te maken."
"Daar vinden we wel wat op! Vergeet niet, dat ik twee huizen heb en dat Eveline en ik heel vaak een dag apart doorbrengen."
"Je hebt gelijk!", riep zij lachend, "En zolang Kitty met Ronny getrouwd blijft, kan zij ook niet al teveel beslag op mij leggen."
"Precies! En als je het ooit aan mij vraagt, zal ik onmiddellijk van Eveline gaan scheiden, hoor!"
Daar reageerde zij niet op. Marinus keek naar haar mooie, stralende gezichtje en besefte ineens, dat hij reddeloos verloren was. Al dat geklets van daarnet over met lust vermengde vriendschap was de grootst mogelijke onzin. Hij wist nu al, dat hij zich nooit aan hun stilzwijgende afspraak zou kunnen houden. Hij zou tot zijn dood met hart en ziel van dit ondeugende, en levendige vrouwtje blijven houden, hij zou tot zijn dood naar haar blijven verlangen en dat hevige, nooit volledig te bevredigen verlangen naar haar zou tot zijn dood als een doem over zijn leven blijven hangen.

BERT HARBERTS

Voor At (en voor Tine natuurlijk!)


Terug


Amsterdam, 20 december 2008. © Bert Harberts