ZUS!
Het was een zwoele zaterdagmiddag, even over halfzes. Bus C reed de hoek om en de zeventienjarige Conny keek door het raam om te zien of Fritsje bij de eindhalte stond. Fritsje was haar tien jaar jongere buurjongetje op wie zij dit weekend zou passen. Haar en zijn ouders waren eerder die dag voor een kort vakantietripje naar de camping in Bakkum vertrokken. Hij was door zijn Engelse ziekte heel vaak moe en hij had er de voorkeur aan gegeven om dit weekend bij Conny te blijven. Dat verzorgen van Fritsje zou geen moeilijke opgave voor Conny worden, want zij was dol op hem. Ze hadden na zijn geboorte in het tweede oorlogsjaar veel lief en leed met elkaar gedeeld. Het rustige en vroegwijze ventje, dat aan het einde van de hongerwinter een paar weken op het randje van de dood had gezweefd, kon absoluut geen kwaad bij haar doen.
BERT HARBERTS
| Terug |
|
Amsterdam, 11 januari 2007. © Bert Harberts