FAMILIEPERIKELEN

In de eerste seconden na haar ontwaken was Carry een beetje in de war. Zij wist eigenlijk niet meer wat voor dag het vandaag was, zaterdag of zondag, maar uiteindelijk drong het tot haar door, dat het nog steeds zaterdag 3 februari 2001 was, dat het inmiddels vijf over drie in de middag was en dat zij eerder die dag haar eerste liefde over de vloer had gehad.
Dat bezoek, onaangekondigd en niet-gewenst, was door haar oudste zuster Elisabeth gearrangeerd: zij had Kenneth haar adres gegeven. Hij was gelukkig niet lang gebleven. Dankzij een paar wijze en verstandige adviezen van haar man Danny had Carry haar ex-vriendje snel de deur kunnen uitwerken en zij had door die wijze houding van haar man ook geen gigantische ruzie met Elisabeth gemaakt. Toch voelde zij, zelfs na vijf uur slapen, ineens weer een enorme woede jegens Elisabeth opkomen. Eigenlijk vond zij, dat die brutale, door Elisabeth veroorzaakte inbreuk op haar rustige privéleventje niet onbestraft mocht blijven.
Zij gooide het dekbed van zich af en ging op de rand van het bed zitten. Zij was vrijwel naakt; rond haar middel zat een zwart jarretellegordeltje en op haar kleine voeten hingen twee afgezakte, zwarte nylonkousen. Even overwoog zij om de kousen weer op te halen en aan de jarretelles vast te maken, maar daarna besloot zij om zich eerst maar even een beetje op te frissen. Zij stond op en drentelde met een niet al te vaste tred naar de badkamer, waar zij een washandje ter hand nam en het slaapzweet van haar lijf verwijderde. Zij had niet zo veel zin om een bad of een douche te nemen. Danny kon elk ogenblik thuiskomen en zij wilde hem daarna meteen het bed intrekken.
Haar kwaadheid jegens Elisabeth wilde onderwijl maar niet wijken. Het leek haar het verstandigste om het bezoek van Kenneth maar gewoon voor haar zusjes te verzwijgen. Dat was volgens haar de enige manier om een ruzie te vermijden en na die alleszins, wijze beslissing voelde zij de woede daarna toch weer langzaam wegzakken.
Zij droogde zich af, hing de handdoek weer aan het haakje en liep naar haar slaapkamer terug. Daar oefende het omgewoelde bed even een flinke aantrekkingskracht op haar uit, maar uiteindelijk wist zij de aanvechting om nog even verder te slapen uit haar hoofd te zetten. In plaats daarvan ging zij op de rand van het bed zitten om haar kousen op te halen en aan de jarretelles vast te maken. Zij deed dat kalm en secuur. Elke handeling was er op gericht om haar rustig te houden totdat Danny thuis zou komen. Dan zouden alle remmen wel losgaan en zou zij haar woede jegens Elisabeth wel definitief van zich af kunnen zetten.
Toen haar kousen eindelijk aan de jarretelles vastzaten, deed zij een greep naar haar ochtendjas. Zij was van plan om eerst maar eens naar de keuken te gaan en daar een pak wijn open te trekken. Zij moest en zij zou echt helemaal tot rust komen, ook als zij zich daarvoor 'helemaal klem moest zuipen.' De gedachte aan de wijn kikkerde haar meteen al helemaal op. Zij trok de ochtendjas aan, gordde hem losjes dicht en rende naar de keuken.
Eenmaal in de keuken liep zij doelbewust op haar koelkast af, waarin zich tot haar verrassing een voor driekwart gevuld pak 'Liebfraumilch' bevond. Zij nam een wijnglas uit het keukenkastje, liep met het wijnpak en het glas naar de grote keukentafel, zette het wijnpak en het glas op de tafel neer en ging op een van de stoelen zitten.
Buiten begon het al een beetje te schemeren. Het had vannacht gesneeuwd en de takken van de twee oude, iepen in de straat waren nog steeds met een dikke laag sneeuw bedekt. Die aanblik gaf haar een heus 'Dickens'-gevoel. Er was in deze keuken weliswaar geen knapperend, open haardvuur aanwezig, maar de thermostaat van de centrale verwarming stond op tweeëntwintig graden en de temperatuur in de keuken zou ook voor een van een jachtpartij teruggekeerde Samuel Pickwick uiterst behaaglijk zijn geweest.
Intussen begon de wijn haar van binnen te verwarmen. Zij knoopte haar ochtendjas van beneden helemaal los en zij streek even over haar kousen. Zij voelde zich ook wel een beetje geil worden. Gelukkig voor haar kon Danny nu elk moment thuiskomen. Zij haalde haar mobieltje uit de zak van haar ochtendjas en toetste het nummer van zijn werk in. De telefoon aldaar ging vijf keer over, voordat zij op het 'afbreek'-knopje drukte en het nummer van zijn mobieltje intoetste. Ditmaal kreeg zij vrijwel meteen gehoor:
"Dag, Snoes!", klonk het monter.
"Dag, Grote Liefde van mij!"
"Hee, dat is een nieuw koosnaampje!", kraaide hij uit.
"Ja, en hij komt je meer dan toe, hoor!"
"Ah, dat is lief van je! Enne... je beseft toch zeker wel, dat jij natuurlijk ook mijn Grote Liefde bent, hè?"
"Jawel! En geloof mij nou maar: dat is een weelde, die ik heel goed kan dragen."
"Dat is een buitengemeen, geruststellende mededeling! Je zou ze namelijk de kost moeten geven, die dat niet kunnen."
"Doel je op mijn voorgangsters?"
"Op alle acht, ja! Ze konden er alle acht namelijk geen jota van."
"Waarvan?", vroeg zij, een beetje wazig.
"De weelde van mijn eigenlijk-niet-eens-zo'n-Grote-Liefde dragen!"
"O, wat ben je weer buitengemeen tactvol vandaag!"
"Ja, hè?"
"Ze waren er trouwens gewoon te lui voor!"
"Wie was waar te lui voor?"
"Je acht exen, oftewel mijn acht voorgangsters. Die waren gewoon te lui om je eigenlijk-niet-eens-zo'n-Grote-Liefde te dragen."
"You are so damn right, my dear! Het draaide bij die stomme mokkels namelijk alleen maar om de beeldvorming. Domme, lelijke macho's wilden ze hebben! Geen lieve, knappe watjes! Dat geldt trouwens voor bijna alle mokkels. Zo gauw ze een man zoals ik vinden, een man die aan alle kanten deugt en die zich goed in vrouwen kan inleven, slaan ze op de vlucht. Dan weten ze ineens niet meer, hoe ze zich moeten gedragen."
"Ja, precies! Dus ze waren dus nog stekeblind ook. Ze zagen wel het gevoelige, kwetsbare poppetje in jou, maar niet het vrolijke, sterke, veerkrachtige mannetje, dat daarachter zit."
"Ja, en dat is dus allemaal aan dat gedachtegoed van die eikels van een Charles Darwin en Richard Dawkins te danken geweest. Die stomme mokkels hebben zich gewoon teveel laten meeslepen door dat stompzinnige geleuter over de noodzaak voor vrouwen om voor de voortplanting altijd naar het mannetje met de sterkste genen te zoeken."
"Je hebt groot gelijk! Het wordt dus echt de hoogste tijd, dat we, behalve de muffe, stinkende lijken, ook het muffe, stinkende gedachtegoed van die Darwin en die Dawkins bij de vuilniszak gaan zetten."
"Die eikel van een Dawkins is helaas nog niet dood!"
"Dat is inderdaad jammer! Maar mag ik hem uit jouw naam dan wel een paar hele, irritante ziektes toewensen."
"Dat mag je! Ik hoop zelf, dat ie snel de ziekte krijgt, die Stephen Hawking ook heeft, en dat niemand daarna zijn onzinnige hersenspinsels zal willen opschrijven."
"Onder die fatwa wil ik ook wel mijn handtekening zetten, hoor!"
"Dank je wel, Snoes! En voor die stomme mokkels heb ik trouwens ook een leuke fatwa in gedachten."
"Vertel op!"
"Die zullen na mijn dood natuurlijk allemaal in de hel gaan belanden!"
"Dat klinkt goed!"
"Waar ze in een geluiddicht kamertje zullen worden opgesloten, waar ze tot in de eeuwigheid naar ‘Mandy’ van Barry Manilow zullen moeten luisteren."
"Maar dat is een heel mooi nummer!"
"Voor jou wel, Snoes! Maar jij hebt mij nooit weggestuurd en die stomme mokkels wel! En voor hen zal het dus een kwelling zonder weerga zijn, waar ook nooit meer een einde aan komt."
"Ik snap het, Aap! Het is een hele mooie fatwa en ik hoop, dat ie ooit mag uitkomen."
"Dank je wel, Snoes!"
"Waar zit je eigenlijk op dit ogenblik?"
"Op dit ogenblik zit ik in de trein."
"En waar bevindt die trein zich?"
"Die rijdt nu het o zo pittoreske stationnetje van Overveen uit."
"Dus je bent er zo?"
"Als God het wil, dan ben ik er zo, ja!", zei hij gniffelend.
"Ik tel de seconden."
"Mogen het ook een paar minuten zijn?"
"Nee, ik wil je heel snel, heel dicht bij mij hebben. Ik wil, dat je die afschuwelijke Kenneth en die afschuwelijke Elisabeth zo snel mogelijk uit mijn geheugen wist. En ik wil dus, dat je mij zometeen even lekker een flinke beurt geeft."
"Ach, wat is dat nou toch weer een buitengemeen, prozaïsche opmerking van je! Dat valt mij zeer van je tegen!"
"Ik zit er anders heel poëtisch bij, hoor!"
"Vertel op!"
"Wel, ik zit dus met een glas wijn aan de keukentafel. Ik draag alleen maar een ochtendjas en een paar, zwarte nylonkousen en die ochtendjas zit van boven weliswaar helemaal dicht, maar is van onderen helemaal opengevallen."
"Ach, jee! Ik zie het helemaal voor mij!"
"Ik neem aan, dat je innerlijke camera nu onder de tafel hangt?", vroeg zij liefjes.
"Ja, dus laten we maar snel ophangen!"
"Waarom?"
"Omdat ik even geen zin in telefoonseks heb."
"Je prefereert het echte werk?"
"Ja, natuurlijk prefereer ik het echte werk!"
"Okay, Aap, dan hangen we nu op. En dan ga ik het hier nog wat romantischer maken dan het al is."
"Tot zo, Snoes!"
"Tot zo!"
Ze verbraken de verbinding en Carry verhief zich van haar stoel om haar belofte jegens haar echtgenoot na te komen. Veel had dat overigens niet om het lijf. Zij was alleen maar van plan om alle kaarsen in de woonkamer aan te steken en om zichzelf in een lieve, afwachtende pose op een van de banken te installeren. Zij drentelde de huiskamer binnen, liep naar het lage wandmeubel, waar een doosje lucifers lag, en begon aan een rondgang langs de kaarsenstandaards. Het waren er maar twee, ieder met twee kaarsen, een op het wandmeubel en een op de salontafel tussen de banken en de televisiestoel, zodat zij haar klusje vrij snel had voltooid. Daarna restte haar niets anders dan het uittrekken van de ochtendjas en het plaats nemen op de bank langs het raam.
Zij liet de ochtendjas van haar schouders glijden, vouwde hem netjes op en legde hem op de vloer, in het kleine hoekje tussen de bank langs het venster en het bank langs de lange muur. Helaas voor haar moest zij de ochtendjas meteen al weer oprapen, omdat haar mobieltje begon te rinkelen. Zij zeeg op de bank langs het venster neer en viste het mobieltje weer uit de jaszak van haar ochtendjas.
De verwachting dat Danny de beller was, werd wreed verstoord: het was Elisabeth. Die ontdekking maakte haar meteen weer razend en zij besefte maar al te goed, dat het komende telefoongesprek op een knallende ruzie zou gaan uitdraaien. Gedurende een paar seconden overwoog zij om niet op te nemen, maar uiteindelijk drukte zij toch op het 'ontvang'-knopje.
"Dag, lief, snoezig zusje van mij!", riep Elisabeth, met haar o zo irritante blijmoedigheid.
"Dag, Elisabeth", was het koele antwoord, "Wat kan ik voor je doen?"
"Nou, om te beginnen, kun je mij vertellen, hoe de visite van die lieve, knappe Kenneth is afgelopen."
Carry haalde een paar keer diep adem. Zij zocht nog steeds koortsachtig naar een manier om die onvermijdelijke ruzie te vermijden, maar het was tevergeefs. De woede-eruptie kwam toch en bleek door haar aarzeling nog krachtiger te zijn geworden dan zij had gevreesd:
"Waar heb jij godverdomme de gore moed vandaan gehaald om die stomme lul mijn adres te geven? Wat ben jij godverdomme voor een godvergeten teringtrut? Wat geeft jou godverdomme het recht om in het gelukkige huwelijk van je zusje te stoken?"
"Hee, zeg! Hou jij een beetje je gemak? We hebben het echt voor je eigen bestwil gedaan, hoor!"
"We? Weet mama hier dan ook van?"
"Ja, en Loesje ook!", antwoordde Elisabeth, doelend op de middelste zuster, "Wij hebben alle drie namelijk al heel lang het gevoel, dat je veels te vast aan Danny vastzit en wij vinden dat, met het oog op zijn onevenwichtige en labiele karakter, dus heel erg gevaarlijk!"
"Zo! Vinden jullie dat?"
"Ja!"
"Wel, als jullie daar echt zo over denken, dan wil ik jullie alle drie dus nooit meer zien!"
"Doe niet zo gek, Car! Daar meen je echt helemaal niks van!"
"Ik meen het wel! Jullie hebben mij vandaag iets onvergeeflijks geflikt en dat jullie te stom zijn om dat in te zien, maakt de zaak alleen maar erger. Ik wil jullie echt nooit meer zien. Jullie kunnen, wat mij betreft, alle drie doodvallen!"
Zij nam het mobieltje van haar oor en slaagde er in om met een hevig trillende wijsvinger de verbinding te verbreken.
"Dit gebeurt niet echt!", prevelde zij, terwijl zij het mobieltje op de salontafel legde, "Ik droom dit! Dit kan echt niet waar zijn."
Zij stond op en begon door de kamer te ijsberen. Zij wist eigenlijk wat niet, wat haar razender maakte: de domme actie van haar moeder en haar zusters, de reden van die domme actie, of de arrogantie, waarmee Elisabeth die domme actie had goedgepraat. Eigenlijk was iedere reden op zich natuurlijk al erg genoeg om voorgoed met het drietal te breken en zij was ook vast van plan om zich nooit meer met het drietal te verzoenen.
Met die gedachte in haar achterhoofd rende zij terug naar de keuken. Zij herinnerde zich, dat zij de wijn op de keukentafel had achtergelaten en als zij in haar huidige gemoedstoestand ergens behoefte aan had, dan was het wel een alcoholische versnapering. Een straffe borrel zou haar woede misschien nog wat sneller hebben kunnen temperen, maar die had zij in haar hele leven nog nooit gedronken, dus zij moest het met de wijn doen.
Bij het betreden van de keuken kwam de herinnering aan het vredige, Pickwick-gevoel van daarnet weer even bovendrijven. Bij nader inzien leek het haar eigenlijk ook wel prettig om nog even in de keuken te kunnen zitten. Zij nam dus weer aan de keukentafel plaats en schonk nog een keer haar wijnglas vol. Zij was er zich slechts vaaglijk van bewust, dat zij dat in een vrijwel naakte toestand deed. De mogelijke belangstelling van 'galerijlopers' bracht haar echter niet van de wijs; zij was zo over haar toeren, dat zij die mogelijke belangstelling maar op de koop toe nam.
Zij nam een slok van haar wijn en probeerde even niet aan de drie dames te denken. Vanuit de huiskamer was echter weer het gerinkel van haar mobieltje te horen. Zij liet hem maar even rinkelen. Het zou haar moeder of een van haar zussen kunnen zijn, maar op dit moment wilde zij geen van hen te woord staan. Het gerinkel, dat na een minuut alweer stopte, irriteerde haar echter zo, dat zij toch maar weer opstond en met het glas wijn in de hand naar de woonkamer terugliep.
Het eerste wat zij daar deed, was het checken van de gemiste oproep op haar mobieltje: het bleek inderdaad Elisabeth te zijn geweest. Zij legde het mobieltje weer op de salontafel neer en ging, nog steeds met het glas wijn in de hand, op de bank langs de lange wand zitten. Zij nam zich voor om haar chronische problemen met haar moeder en zusters niet meer voor Danny verborgen te houden. Hij moest nu maar eens weten, hoe het vrouwelijk deel van zijn schoonfamilie over hem en hun huwelijk dacht.
Op dat moment hoorde zij, hoe hij zijn sleutel in het slot van de voordeur stak en die deur vervolgens opende. Carry hoorde de geluiden van zijn binnenkomst met gemengde gevoelens aan. Haar handen vielen op haar schoot en zij klemde haar benen dicht tegen elkaar aan. Zijn binnenkomst in de huiskamer had niets triomfantelijks. Zij kon aan zijn gezicht zien, dat hij zich nogal onzeker voelde. Die aanblik ontroerde haar meer dan haar lief was.
"Dag, Snoes!", zei hij, met een zachte, nauwelijks hoorbare stem.
"Dag, Aap!"
Hij gaf haar een kus en ging voor haar voeten op zijn knieën zitten. Zij had het sterke vermoeden, dat hij iets liefs wilde gaan zeggen, maar dat hij de woorden niet over zijn lippen kon krijgen. In plaats daarvan legde hij zijn armen langs haar benen en drukte hij een kus op zowel haar buik als haar beide bovendijen.
"Ik hou van je!", prevelde hij voor zich heen.
"Ik hou ook van jou!"
"O, mijn God! Ik zou je het liefst op een altaar willen leggen en je voor de rest van je leven als een godin willen aanbidden."
Zij beet op haar lippen en streelde hem even over zijn lange, blonde haren. Zij had ineens helemaal geen zin meer om hem over het telefoongesprek met Elisabeth in te lichten, maar zij besefte maar al te goed, dat er niet aan te ontkomen was.
"Ik heb je goede raad daarnet in de wind geslagen!", zei zij.
"Hoezo?"
"Ik heb Elisabeth daarnet verrot gescholden."
"Echt?"
"Ja, ik heb het echt niet gewild en ik had mij echt voorgenomen om haar een poosje te negeren, maar zij belde mij zelf op en toen zij mij op een hele, vrolijke toon vroeg, of ik het leuk met Kenneth had gehad, ontplofte ik."
"Vroeg zij dat echt?", vroeg hij, met een hele schorre stem.
"Ja, en toen kwam er al heel snel uit, dat het ideetje om Kenneth op mijn dak te sturen niet alleen van Elisabeth afkomstig was. Het kwam ook uit de koker van mama en Loesje."
"Wat?!?"
Zijn uitroep ging haar door merg en been. Zij zag ook een rilling door zijn lijf gaan en hij zag ineens lijkbleek.
"Ze vinden het maar niks, dat jij en ik zo gelukkig zijn!", vervolgde zij snel, "Ze vinden jou te onevenwichtig en te labiel en ze vinden, dat ik er voor de zekerheid dus maar een minnaar bij moet nemen."
"Heeft zij dat echt zo gezegd?"
"Nee, dat niet. Maar als je één en één bij elkaar optelt, kom je toch echt tot twee."
"Ik weet niet, wat ik zeggen moet!", bracht hij er moeizaam uit.
"Je hoeft ook niks te zeggen, malle jongen! Ik wil nooit meer wat met ze te maken hebben. En ik ga maandag meteen een geheim telefoonnummer nemen en een nieuw mobieltje kopen. Dan weet ik tenminste zeker, dat ik nooit meer wat van ze hoor."
"En je vader?"
"Die... Die bel ik maandag wel op zijn werk. Ik weet zeker, dat hij partij voor ons zal trekken, maar als dat niet zo is, dan wil ik hem ook nooit meer zien."
"Jezus! Wat een toestand!"
Zij streelde hem opnieuw over zijn haren en gaf hem vervolgens een kus. Zijn wangen gloeiden alsof hij koorts had. Zij wist best, wat hem dwarszat en zij besefte al snel, wat zij daartegen moest doen.
"Besef je eigenlijk wel hoeveel lieve en fantastische vrienden we hebben?", vroeg zij.
"Ja, maar om zomaar met je familie breken..."
"We hebben Dennis, we hebben Trudy, we hebben Maarten, we hebben Wendy, we hebben Hans, we hebben Jenny, we hebben Randy en we hebben Rinie! Acht vrienden, die stapelgek op ons zijn! En met elke vriend of vriendin hebben we duizend keer meer gemeen dan met mama, Elisabeth en Loesje bij elkaar."
"Als je echt met je familie wilt breken, dan..."
"Ik wil niet met ze breken, lieverd! Ik moet met ze breken. Ze hebben ons iets geflikt, wat echt onvergeeflijk is."
Op dat moment rinkelde haar mobieltje voor de tweede keer. Carry keek er naar, nam zich voor om hem maar weer te laten rinkelen, maar voelde zich door haar betoog tegen Danny zo gesterkt, dat zij de confrontatie met haar moeder en zusters nu wel aandurfde. Zij deed een greep naar het mobieltje, drukte op het 'ontvangknopje' zonder op het schermpje te kijken, zette het mobieltje tegen haar oor en zei op ferme toon:
"Met Carry!"
"Ben je verdomme nou helemaal gek om zo tegen Elisabeth te keer te gaan!", riep haar moeder, op een diep verontwaardigde toon, "Het is door jouw toedoen ineens een verschrikkelijke toestand hier. Je zusters zijn allebei hier, ze zijn allebei in tranen en je vader is kwaad weggelopen. En dat allemaal omdat jij hysterisch bent geworden, omdat wij drieën iets voor je geregeld hebben, dat toch echt voor je eigen bestwil is."
Carry hapte even naar adem, maar pikte uit de stroom van mededelingen alleen die mededeling eruit, die zij als hoopgevend beschouwde.
"Waarom is papa kwaad weggelopen?", vroeg zij.
"Hij is razend op Elisabeth, omdat zij heeft geprobeerd om jou weer met Kenneth in contact te brengen! En omdat Loesje en ik dat hebben goedgevonden, is ie ook heel erg kwaad op ons."
"Oh, meent u dat?", vroeg zij schaterend.
"Daar mag je helemaal niet om te lachen, dom kind!"
"Ik maak zelf wel uit, waar ik om lach, domme moeder! Ik ben namelijk heel blij, dat ik tenminste nog één familielid heb, dat niet volslagen van lotje is getikt."
"Ik verbied je om zo over mij en je zusters te praten."
"U heeft mij niks meer te verbieden", zei Carry koeltjes, "Ik ben godzijdank al achttien jaar volwassen en leid al achttien jaar mijn eigen leven en ik pik het dus niet als mijn moeder en zijn zuster mijn leven proberen te verwoesten."
"Je weet niet wat je zegt!"
"Ik weet heel goed wat ik zeg. Ik vergeef het jullie nooit en ik ga nu tegen u zeggen, wat ik daarnet ook al tegen Elisabeth heb gezegd: ik wil jullie nooit meer zien. Jullie kunnen, wat mij betreft, alle drie doodvallen."
Zij verbrak de verbinding en zette het mobieltje ook maar meteen uit.
"Zo, daar kunnen ze het mee doen!", riep zij voldaan, "En die vaste telefoon moet natuurlijk ook uit."
Zij stond op, huppelde naar het wandmeubel, waar die vaste telefoon stond en trok gniffelend het snoer uit het stopcontact. Daarna keerde zij zich naar Danny om. Zijn gezicht was nog steeds lijkbleek, maar hij had nu wel de gelaatsuitdrukking van een terdoodveroordeelde, die net gratie heeft gekregen.
"Zo, en nu gaat mammie haar lieve, knappe mannetje in bad stoppen!", zei zij.
"Wat bedoel je?", vroeg hij, met een nog steeds hele schorre stem.
"Wat ik zeg! Ik ga het bad vol laten lopen. En als het vol is, stop ik jou erin. En als jij er eenmaal inzit, stap ik zelf ook het bad in en dan gaan we samen een pak 'Liebfraumilch' leeg drinken."
Zij keerde zich om en rende naar de badkamer, waar zij onmiddellijk de kranen van het bad opendraaide en ook maar meteen een flinke scheut badschuim in de badkuip wierp.
"Heb je je al uitgekleed?", vroeg zij, op een blèrende toon.
"Nog niet helemaal."
Zijn stem klonk niet van veraf, hetgeen niet zo verwonderlijk was, omdat hij vrijwel op hetzelfde moment met het pak wijn en twee wijnglazen de badkamer binnendrentelde. Hij had zich inmiddels wel van zijn sweater, zijn jeans, zijn sokken en zijn schoenen ontdaan. Carry zag zijn staat van ontkleding goedkeurend aan. Het was niet het enige, wat zij goedkeurend aanzag, want hij maakte ook een volslagen hulpeloze indruk op haar. Het krankjorume melodrama, dat zich in het laatste kwartier had voltrokken, scheen hem totaal van zijn stuk te hebben gebracht. Het was dus de hoogste tijd om hem een beetje te kalmeren. Zij ging op de rand van het bad zitten, greep hem bij zijn onderarm en trok hem naar zich toe.
"Hoe is het nou?", vroeg zij.
"Ik heb het ineens vreselijk koud!", antwoordde hij, terwijl hij opnieuw voor haar op zijn knieën ging zitten, "Ik ril echt over al mijn leden."
"O, arm, lief mannetje van mij!", zei zij ontroerd.
Zij drukte zijn hoofd tegen haar buik en kuste hem op zijn kruintje, dat tot haar grote voldoening nog geen enkel spoor van kaalheid vertoonde, zoals niets in zijn uiterlijke verschijning zijn leeftijd verraadde. Hij had op zijn vijfenveertigste zowel het gezicht als de haardos van een man van vijfendertig.
Zij wiegde zijn gezicht nog even in haar armen en vroeg zich daarbij heel prozaïsch af of zij hem op deze avond nog tot een gezellig potje neuken zou kunnen verleiden. Zij was daar eigenlijk niet al te optimistisch over. Als hij haar voor de afrekening met haar moeder en zusters al voor eeuwig op een altaar had willen leggen, dan zou hij na die afrekening misschien nog wel iets verheveners voor haar in petto hebben.
Dat bleek overigens alleszins mee te vallen, want toen zij zijn greep op zijn hoofd liet verslappen, zochten zijn lippen en tong zich een weg naar beneden en hij ging daarmee door tot die lippen en tong zich een weg door haar schaamhaar baanden. Dat verraste haar, maar zij liet hem rustig zijn gang gaan. Voor even althans, want toen zij tot de ontdekking kwam, dat het waterpeil in de badkuip hoog genoeg was, trok zij zijn hoofd op een ietwat te wilde manier van zich af.
"Stopt daar eens mee!", zei zij, een tikje ten overvloede.
"Waarom?"
"Omdat het bad vol is."
"Nou, en wat dan nog? Ik was net zo lekker bezig!"
Carry was echter niet te vermurwen. Zij liet zich giechelend in het water vallen en trok haar man al vallend met zich mee. Ze stoeiden even met elkaar voor ze de meest comfortabele houding vonden, maar uiteindelijk kon Carry, met haar rug tegen zijn borst en met een gelukzalige gelaatsuitdrukking, aan haar derde glas wijn nippen.
"Gaat het nou weer een beetje?", vroeg zij.
"Ja, hoor! Ik heb het niet meer koud meer, maar ik ben nu zo moe, dat ik tot dinsdag in bed wil blijven liggen."
"Met mij erbij, neem ik aan."
"Ja, natuurlijk wil ik jou erbij hebben."
"En ik mag hopen, dat je het bed daarbij niet alleen als een altaar en mij niet alleen als een godin zult beschouwen?"
"Nee, we zullen heus wel gaan neuken, hoor!"
"Ik ben blij, dat te horen."
Hij sloeg zijn armen rond haar middel en trok haar nog wat dichter tegen zich aan. Het benam haar even de adem, maar na een paar seconden verslapte zijn greep weer een beetje. Zij zag nu pas, dat zij haar kousen nog aanhad. Haar knieën staken net boven het wateroppervlak uit en werden op dit moment nog door een wolk van zeepsop omkranst.
"Als ik nu Elisabeth zeg, waar denk je dan aan?", vroeg zij.
"Dan komen er twee, hele schunnige woordjes in mij op, maar die zijn dus niet voor die lieve, schattige oortjes van jou bestemd."
"Jeetje! Welke woordjes zijn dat dan wel niet?"
"Je zult ze nooit van mij te horen krijgen!"
"Waarom niet?"
"Omdat ik de ruzie tussen jou en dat drietal niet erger wil maken dan het al is."
"Waarom zou je die ruzie niet erger willen maken?"
"Omdat jouw lieve, snoezige solidariteit met mij daar de oorzaak van is. Het is om mij, dat je ruzie met dat drietal hebt gekregen, dus een beetje terughoudendheid van mijn kant is in deze wel op zijn plaats."
Zij vlijde haar hoofd tegen zijn schouder en glimlachte voldaan voor zich heen. Hij had zichzelf alweer aardig onder controle gekregen. Zij dronk onderwijl rustig van haar wijn en liet zich al even rustig door hem liefkozen. Ze hadden samen al vele gelukkige momenten beleefd, maar zij vermoedde, dat dit samenzijn in hun bad zeker in de 'Top 3 van Gelukkige Momenten' terecht zou gaan komen.
"Toen je daarnet met je moeder belde, hoorde ik je iets over je vader zeggen", hernam hij aarzelend.
"O, ja!", riep zij enthousiast, "Dat had ik je nog niet verteld, hè? Volgens mama is hij razend om dat geintje met Kenneth geworden en is hij kwaad weggelopen."
"Echt waar?"
"Ja, en ik ben echt hartstikke trots op hem!"
"Zei je daarom tegen je moeder, dat hij de enige van het stel is, die niet volkomen van lotje is getikt?"
"Ja, papa deugt! En hij zal altijd blijven deugen."
"De hele situatie doet mij eigenlijk wel een beetje aan 'Pride and Prejudice' denken. Een maffe moeder en drie maffe zusters tegenover twee verstandige dochters en een verstandige vader, die alle drie dol zijn op elkaar en telkens weer een verstandig front vormen om de gevolgen van de idiote capriolen van de anderen in goede banen te kunnen leiden."
"Ja, het is alleen jammer, dat ik geen lieve, verstandige zuster als Jane heb."
"Die heb je wel! Je hebt er zelfs vier en je hebt daarnet al hun namen genoemd."
"Dat is waar!", riep zij lachend.
"Maar ik ben trouwens wel benieuwd, waar je vader nu heen is."
"Naar Hoek van Holland, denk ik. Dat doet ie wel vaker als ie ruzie met mama heeft. Dan gaat ie daar lekker een uurtje uitwaaien. En na dat uurtje keert ie meestal geheel verfrist en geheel in zichzelf gekeerd bij mama terug." "Praten je ouders hun ruzies eigenlijk wel eens uit?"
"Ben je mal! Daar is mijn moeder te dom en mijn vader te verstandig voor."
"Net als meneer en mevrouw Bennet!", zei hij grinnikend.
"Yep! Net als meneer en mevrouw Bennet. En die debielige zusters van mij praten hun vele ruzies met hun echtgenoten dus ook nooit uit."
"Dat kan ik mij levendig voorstellen!"
"En hebben vandaag dus een serieuze poging gedaan om ruzie in mijn huwelijk te veroorzaken."
"Hm, vinden die debielige zussen van jou mij echt zo labiel en onevenwichtig?"
"Ja, joh! En dat is echt niet van de laatste jaren, hoor! Ik heb dat soort opmerkingen al vanaf het begin van ons huwelijk te horen gekregen."
"Oh, meen je dat?"
"Ja, ik heb het je nooit durven vertellen, maar..."
"O, dat had je best wel mogen doen, hoor! Dan had ik je op mijn beurt kunnen vertellen, dat ze mij allebei wel eens een 'lichtelijk oneerbaar voorstel' hebben gedaan."
"Dat meen je niet!"
"Dat meen ik wel!"
"Wat hebben ze dan gezegd? En wanneer?"
"Ze hebben mij op een gegeven moment verteld, dat ze het niet zo nauw met de huwelijkstrouw namen en dat ik daar best wel een keer misbruik van zou mogen maken. En ze deden dat voorstel, vrijwel gelijktijdig, in de zomer van 1993."
"Vlak na onze trouwdag dus!"
"Tja, ik heb ze natuurlijk meteen te verstaan gegeven, dat ik in het geheel geen misbruik van ze wenste te maken en volgens mij is het tussen mij en hen daarna nooit meer helemaal goed gekomen."
"O, wat een gemene loeders!", riep zij, met gepaste razernij, "Dat voortdurende gestook tegen jou! Dat geintje met Kenneth! Dat is dus echt allemaal alleen maar uit hun jaloezie voortgekomen!"
"Ja, en volgens mij hebben ze je domme moeder dus ook voor hun karretje weten te spannen."
"O, nee! O, godverdomme! Wat zijn het toch een smerige teven!"
"Ssst...", fluisterde hij in haar oor, "Kalm maar! Wat ze vandaag hebben willen bereiken, hebben ze niet bereikt. Integendeel: ze hebben ons huwelijk alleen maar sterker gemaakt. En daarvoor moeten we ze misschien wel heel erg dankbaar zijn."
"Je gaat hun daden toch niet goedpraten, hè?", vroeg zij verontwaardigd.
"Nee, schatje, ik zal hun daden nooit goedpraten en als jij ze nooit meer wil zien, dan hoef je ze ook nooit meer te zien. Het enige wat ik nu doe, is mijn zegeningen tellen. En dat zijn er dus heel veel!"
"En je grootste van die vele zegeningen is?"
"Mijn grootste zegening is natuurlijk het heuglijke feit, dat ik nu samen met mijn lieve, standvastige en hondstrouwe vrouwtje in bad lig en dat ik straks de hele avond met haar mag gaan vrijen."
"De hele avond? Mag het ook nog een flink stuk van de namiddag zijn?"
"Dat mag, maar dan zullen we nu het bad moeten verlaten."
"Prima! Laten we dat dan maar gauw doen! Het water begint toch al een beetje koud te worden."
Zij dronk haar glas leeg, stond op en stapte het bad uit. Danny leek dat zeer betreurenswaardig te vinden. Hij bekeek haar mollige, naakte lijf, met die prachtige, stevige borsten, en die heerlijke, mollige kousebenen met een mengeling van pijn en verlangen. Het bleef ook niet bij die hunkerende blik. Hij liet zijn slanke linkerhand daarna heel langzaam over haar billen en dijen glijden en straalde ineens van oor tot oor.
"Je bent echt om op te vreten!", mompelde hij.
"Jij ook!", zei zij glimlachend, "En ik wil je dan ook heel snel in naakte toestand in de slaapkamer zien."
Om het goede voorbeeld te geven rende zij zelf meteen naar de slaapkamer om zich af te drogen. Zij wilde ook heel even alleen zijn, want de onthulling van Danny over de 'lichtelijk oneerbare voorstellen' van Elisabeth en Loesje had haar toch weer razend gemaakt. Nu rilde zij zelf van top tot teen en wilde zij het liefst heel snel onder de wol kruipen.
"O, ik wil ze echt nooit meer zien!", prevelde zij voor zich heen.
Zij pakte een enorme, groene badhanddoek uit de kast en begon zich op een nogal fanatieke manier droog te wrijven. Zij kwam pas een beetje tot rust, toen Danny naakt en afgedroogd de slaapkamer betrad. Hij stiefelde met een wat peinzende gelaatsuitdrukking op het bed af en kroop vervolgens kalmpjes onder het dekbed.
"Ik heb er een beetje spijt van!", zei hij.
"Waarvan, lieverd?"
"Van mijn onthulling over die 'lichtelijk oneerbare voorstellen'! Daar had ik mijn kop over moeten houden. Eerst zit ik te beweren, dat ik de ruzie tussen jou en die drie Eucalypta's niet erger wil maken dan ie al is en dan maak ik, alleen maar om wraak te nemen, ineens een opmerking, waarmee ik die ruzie toch nog erger maak."
Zijn eerlijkheid ontroerde haar. Zij gooide de handdoek op de vloer, kroop ook onder het dekbed en nestelde zich met een zucht van verlichting in zijn armen.
"Ik ga je een moeilijke vraag stellen", zei zij, "En daar wil ik een eerlijk antwoord op."
"Dat eerlijke antwoord zul je vanzelfsprekend krijgen."
"Het is echt een hele moeilijke vraag, hoor!"
"Stel hem maar!"
"Als ik het van jou laat afhangen of ik mij ooit nog met Elisabeth en Loesje zal verzoenen, wat zou jij dan het liefste willen?"
"Ha! We gaan dus nu honderd jaar terug in de tijd en ik ben jouw heer en meester en jij bent mij op elk moment van de dag gehoorzaamheid verschuldigd."
"Precies! Wat zou dan je beslissing zijn?"
"Dan zou ik het je verbieden om nog langer met ze om te gaan."
"Zou je dat nu ook willen doen?"
"Nee, daar heb ik het recht niet toe. Jij moet nu gaan doen, wat jou het beste lijkt. Als ik tegen jou zeg, dat je je zusters en je moeder een gigantische schop onder hun uitgezakte achterwerken moet geven, dan doe ik jou en ook hen tekort. Dan negeer ik zesendertig jaar van oprechte zuster- en moederliefde, dan ga ik voorbij aan het feit, dat de doorsnee mens een feilbaar, egocentrisch of zelfs egoïstisch wezen is, dan ga ik voorbij aan het feit, dat de doorsnee mens daardoor in elke relatievorm altijd wel een keer verschrikkelijk tekort schiet of zelfs gigantisch over de schreef gaat. Jij moet nu en in de komende tijd gaan uitmaken of je zusters dit keer te ver over de schreef zijn gegaan en of je relatie met hen onherstelbaar is vernield. Dat kun alleen jij uitmaken! En niemand anders! Dat ik in mijn egoïsme hoop, dat je ze nooit meer zult willen zien, mag voor jou niet de doorslag geven."
"En wat moet ik in de komende dagen doen?"
"Laat ze maar een paar weken sudderen. Wees maar een poosje onbereikbaar voor ze. En wat je vader betreft: bel hem maandag op en spreek ergens met af. We hebben maandag toch vrij; we hebben dus alle tijd om voor een paar uurtjes naar Rotterdam te gaan."
"En wat moet ik dan tegen hem zeggen?"
"Zeg hem dat je natuurlijk nog steeds van hem houdt, maar zeg hem ook, dat je razend op je moeder en je zusters bent. En dokter dan samen met hem de juiste strategie uit. Hij zal daar vast wel een paar, wijze dingen over kunnen zeggen."
"Goed, lieverd! Ik zal eerst maar eens een dagje gaan nadenken."
Zij gaf hem een kus en gooide hem vervolgens met een haast achteloos gebaar op zijn rug. Ze hadden nu wel lang genoeg gepraat naar haar zin.
"Wat ga je doen?" vroeg hij lachend.
"The time for talking is over, now it's time to act."
"O, jeetje! Als jij Alexander Haig gaat citeren, zal ik maar snel mijn mond houden!"
Hij had gelijk, want na een paar minuten besteeg zij hem, zonder zich aan een al te lang voorspel te hebben bezondigd. Zij bepaalde vervolgens ook zelf het tempo, dat overigens niet al te hoog lag. Zijn passieve houding verwonderde haar intussen wel een beetje. Hij streelde haar kousen en bovendijen en hij kneep af en toe in haar borsten en billen, maar voor de rest liet hij haar het werk doen.
Na een poosje raadde zij de achterliggende gedachte achter die passiviteit, want dat relaxte neuken deed precies datgene, wat de wijn had nagelaten: het bracht haar volkomen tot rust. Toch moest zij op dat moment alweer stoppen met haar plezierige bezigheden: de bel van de voordeur rinkelde namelijk.
"Shit!", riep zij, terwijl zij abrupt bleef stilzitten, "Dat zal toch niet..."
"Het zal Jorris wel zijn", zei hij, doelend op hun zevenjarige buurjongetje.
"Nee, dat kan niet! Die is niet thuis, vandaag!"
Ze zwegen even. Haar handen bleven onderwijl op zijn buik rusten, alsof zij bang was, dat hij weg wilde lopen. Juist op het moment dat zij verder wilde gaan, rinkelde de bel opnieuw. Ditmaal klonk hij harder en doordringender.
"O, godverdomme!", riep zij woedend, "Lazer op! Alle drie! Ik wil jullie alle drie nooit meer zien!"
"Laat mij maar even kijken", zei hij.
"Goed."
Zij liet zich van hem afglijden en ging met een kloppend hart op haar rug liggen. Danny deed onderwijl een greep naar zijn ochtendjas, die over de leuning van een stoel hing.
"Wat ga je doen als dat drietal voor de deur staat?", vroeg zij.
"Dan zal ik tegen ze zeggen, dat ze moeten ophoepelen en dat we verder willen gaan met onze eh... dinges interrupted."
"Ja, zeg ze dat maar!", riep zij giechelend.
Hij trok zijn ochtendjas aan, gordde hem dicht en glipte onder het uitspreken van de woorden 'Back before you know it!' de slaapkamer uit. Nu zij erover nadacht, besefte zij, dat haar moeder en haar zusters helemaal niet voor de deur konden staan. Zij had haar moeder twintig minuten geleden nog aan de telefoon gehad en haar moeder had haar vanuit haar huis in Rotterdam gebeld. Het duurde overigens niet lang, voordat Danny in de slaapkamer terugkeerde. Er lag een ondeugende grijns op zijn gezicht en hij viel ook meteen met de deur in huis:
"Sta op en trek wat aan!"
"Wie staat er dan voor de deur?"
"Het is je vader en hij staat niet voor de deur, want ik heb hem vanzelfsprekend al binnengelaten."
"Is papa daar?", vroeg zij, terwijl zij met een ruk overeind kwam.
"Ja! Je moet je dus meteen aankleden! Ik ga mij nu ook aankleden en dan ga ik snel wat pizza's voor ons drieën halen."
"Goed!"
Zij zwaaide haar benen over de rand van het bed en raapte een rood jurkje van de vloer, dat zij vanochtend tijdens het bezoekje van Kenneth had gedragen.
"Hoe ziet hij eruit?", vroeg zij, het jurkje onderwijl over haar hoofd trekkend.
"Verhit! En hij is heel ongerust over je. Hij is een uur geleden al uit Rotterdam vertrokken."
"O, god! Ik ga meteen naar hem toe!"
Zij stond van het bed op, verliet de slaapkamer en rende naar de huiskamer. Haar vader, een boom van een vent van vierenzestig, zat op de bank voor het raam, maar kwam onmiddellijk overeind, toen zijn jongste dochter op haar kousevoeten naar hem toe rende.
"Papa!", schreeuwde zij uit.
"Dag, kindje!", murmelde hij.
Zij vloog hem om de hals en begon vervolgens te huilen. Haar vader leek al even geëmotioneerd te zijn, maar hij had zichzelf net wat beter onder controle. Hij ging weer op de bank zitten en trok Carry vervolgens maar even op schoot. Dat deed haar tamelijk veel goed.
"O, kindje, kindje!", fluisterde hij, "Wat heb ik met je te doen!"
"Wat weet u allemaal?", vroeg zij, door haar tranen heen.
"Alles! Ik weet, wat die drie,domme teringtrutten je vandaag geflikt hebben en ik heb daarnet in de auto van je moeder je reactie daarop gehoord."
"En wat vindt u daarvan?"
"Ik vind, dat je groot gelijk hebt. En ik ben zo razend over, wat die drie, domme teringtrutten met je gedaan hebben, dat ik er serieus over nadenk om nu toch echt bij je moeder weg te gaan."
"Meent u dat?"
"Ja, kindje! De maat is vol! Dit is de zoveelste, domme teringstreek van die drie, domme teringtrutten en dat zij nu mijn enige, lieve, normale dochter te pakken hebben genomen, is echt een beetje teveel van het goede. Als jij met ze breekt, breek ik ook met ze."
"Danny vindt, dat ik er nog wel even goed over na moet denken."
"Dat pleit voor hem, maar ik vrees, dat ie zich nu toch echt een beetje te lief opstelt. Dit was een hele, gemene aanslag op je huwelijk en je levensgeluk en dat mag niet onbestraft blijven."
"O, maar dat vindt hij ook, hoor! Maar hij wil mij, wat dat betreft, niets opdringen."
"O, maar daar heb ik zelf dus helemaal geen scrupules over, hoor! Jij gaat met ze breken en ik ga met ze breken. Ik wil die drie, achterlijke gladiolen nooit meer zien. Ik ga maandag mijn advocaat opzoeken en ik ga daarna zo snel mogelijk dat flatje in Hoek van Holland kopen, dat ik al zo lang op het oog heb."
"Gaat u dat echt doen?"
"Ja, en ik heb het ze daarnet in de auto ook al gezegd. Ik ga vanavond al niet meer terug naar Rotterdam."
"Wilt u dan de komende dagen hier blijven slapen?"
"Ach, ik weet niet of dat nou wel zo verstandig is..."
"Natuurlijk is dat verstandig, pa!", riep Danny opgewekt, terwijl hij geheel gekleed de kamer betrad, "U denkt toch niet, dat we u de komende dagen in een hotel zullen laten slapen?"
"Papa is zo kwaad op het drietal, dat ie wil gaan scheiden!", zei Carry tegen hem, "En hij wil heel snel een flatje in Hoek van Holland gaan kopen."
"O, wat goed! Dan moet ie tot zijn verhuizing maar hier blijven wonen."
"Als jullie dat echt willen...", begon Carry's vader.
"Ja, dat willen we echt, pa!", zei Danny, terwijl hij zich omdraaide en naar de voordeur liep, "En om dat unanieme besluit te vieren ga ik nu drie overheerlijke pizza's voor ons halen."
"Voor mij een ‘Quattro Formaggi’, Danny!", zei Carry's vader.
"Komt voor elkaar, pa!"
"En ik wil een ‘Luigi’!", kraaide Carry uit.
"Komt voor elkaar, Snoes!"
"En dan ga ik nu een lekker, koel biertje voor papa halen", riep zij, terwijl zij van haar vaders schoot gleed.
"En dat sla ik ook niet af."
"En morgenmiddag gaan we bij de Hema in het dorp alvast wat schoon ondergoed voor u kopen."
"Goed, kindje! Steek mij morgen maar helemaal in het nieuw!"
"En tot die tijd laten we de telefoons lekker uitstaan, zodat we door niemand kunnen worden gestoord."
"Dat lijkt mij ook al een goed plan. Maar ga nu maar snel een biertje voor je oude vader halen. Ik verga echt van de dorst."
"Ik ga al!"
Zij rende naar de keuken en zag, hoe Danny met een grijnzend gezicht de voordeur uitliep. Eenmaal in de keuken besefte zij met de nodige voldoening, dat zij niet de enige was, die even een time-out nodig had, waar het haar moeder en zusters betrof. Haar vader was daar zo mogelijk nog meer aan toe. Zij was vast van plan om hem die time-out ook te gunnen en zij hoopte vurig, dat hij daar met volle teugen van zou gaan genieten.

BERT HARBERTS


Terug


Amsterdam, 11 februari 2007. © Bert Harberts