ZATERDAGOCHTEND

Het was een koude zaterdagochtend, de eerste van februari 2001. Carry stapte haar bad uit en begon zich kalmpjes en in alle rust af te drogen. Zij zou vandaag de hele dag alleen zijn. Haar man Danny was vanochtend om zeven uur naar zijn werk in Amsterdam vertrokken en zou pas om een uur of drie thuiskomen. Hij werkte al sinds een jaar op elke zaterdag en hij was ter compensatie op elke maandag vrij. Zijzelf werkte sindsdien van dinsdag tot en met vrijdag. Haar werkdagen bedroegen altijd minimaal negen uren en vaak ook wel meer dan die negen uren en de gevolgen van die korte, gecomprimeerde werkweek laten zich raden: zij was op zaterdag meestal bekaf en tot weinig activiteiten in staat.
Inmiddels had zij zich naar behoren afgedroogd. Zij stopte de badhanddoek in de wasautomaat, graaide haar kleren bijeen en verliet de badkamer. Het was heerlijk warm in huis. Danny had de thermostaat bij zijn vertrek op tweentwintig graden laten staan en zij vond het ook niet nodig om de temperatuur in huis te verlagen.
Het betreden van haar, brede L-vormige huiskamer gaf haar elke ochtend weer een vaag, maar onmiskenbaar geluksgevoel. De huiskamer had namelijk een fantastisch uitzicht. Hij keek uit op de zee en de boulevard van Zandvoort en ook op de hoge Bouwes-flat. Zij liep naar het venster, met de kleren nog steeds voor haar borst geklemd, om te kijken, hoe het weer was en ontdekte vervolgens tot haar grote verrassing, dat het vannacht had gesneeuwd. En flink ook, want er lag een dik pak sneeuw op straat.
"O, wat leuk!", mompelde zij voor zich heen.
Het was nog niet druk op straat, maar iedere verkeersdeelnemer bewoog zich moeizaam voort. De auto's ploegden zich stapvoets door de bruine smurrie van sneeuw en strooisel heen en de voetgangers ploegden zich nog iets langzamer door de maagdelijk witte sneeuw heen. Carry genoot van die aanblik, vooral omdat zijzelf vandaag lekker thuis kon blijven. Toch hield zij dus wel van de winter, zoals Danny van de herfst hield, en zij dacht even aan haar jeugd in Rotterdam-Schiebroek terug, toen zij in de winter met haar twee oudere zussen in de sneeuw had gespeeld.
Uiteindelijk won de honger het van de misplaatste nostalgie en nam zij het koene besluit om zich maar een beetje aan te kleden en om daarna even te ontbijten. Zij wilde zich niet helemaal aankleden, omdat zij toch niet weg zou gaan, maar zij wilde net genoeg kleren aantrekken om zich geen slonzige naturiste te hoeven voelen.
Zij legde de stapel kleren op de bank voor het raam, ging er zelf naast zitten en viste als eerste kledingstuk een zwart tangaslipje uit de stapel. Eigenlijk was het een beetje te klein voor haar, maar zij was niet het type, dat daar lang bij stilstond. Zij trok het aan, koos vervolgens voor het zwarte jarretellegordeltje en trok dat ook aan.
Het elastiek van het gordeltje sneed diep in het vlees van haar buik, heupen en rug. Dat was de zoveelste indicatie van haar gestegen lichaamsgewicht in de laatste weken en de volgende indicatie kwam snel: toen zij een paar zwarte nylonkousen aantrok. Zij had daarbij enige moeite om de kousen aan de jarretelles vast te maken en zij nam zich voor om maar weer eens een poosje te gaan lijnen.
Het omdoen en vastmaken van de ietwat te kleine, zwarte beha ging haar iets makkelijker af dan het aantrekken van de kousen en daarna had zij voor haar gevoel wel genoeg aandacht aan haar garderobe besteed. Zij trok nog wel een witte ochtendjas aan, maar gedurende de rest van de dag wilde zij niet meer naar haar uiterlijk omkijken.
"En dan ga ik nu een lekker, koppie koffie voor mijzelf zetten!", riep zij, terwijl zij opsprong en vervolgens naar de keuken huppelde.
Eenmaal in de keuken liep zij snel naar het fornuis. Zij nam een fluitketel ter hand, vulde die met water, stak een van de gaspitten van het kookstel aan en zette de fluitketel op de brandende gaspit. Tijdens het dekken van de tafel was het idee om te gaan lijnen alweer snel naar de achtergrond verdwenen.
"Ach, wat maakt het ook uit!", mompelde zij, "Over een maand ben ik al 36!"
Het water in de fluitketel kookte al snel en zij draaide meteen het gas uit. Zij haalde de pot Moccona en een mok uit het keukenkastje, schepte twee flinke theelepels Moccona in de mok en schonk de mok vervolgens voor minder dan de helft vol. Op dat moment begon haar mobieltje te rinkelen. Zij zette de mok op de tafel neer, ging op een stoel zitten, haalde het mobieltje uit de zak van de ochtendjas, zag op het schermpje, dat het Danny was en drukte op het 'ontvang'-knopje.
"Dag, Aap!", zei zij amicaal.
"Dag, Snoes!"
"Wat kan ik voor je doen, Aap?"
"Niks! Ik wil alleen maar weten, wat je aan het doen bent."
"Ik ben prinsheerlijk aan het ontbijten."
"Jemig! Ben je nu pas aan het ontbijten?"
"Hoezo 'nu pas'? Het is pas negen uur!"
"Dat is waar."
"En wat ben jij eigenlijk aan het doen?"
"Ik ben de Trouw van vandaag aan het archiveren."
"Jeetje! Dat had ik toch niet achter je gezocht!"
"Ik ben anders al twee jaar de enige echte Trouw-archivaris, Snoes!"
"Dat is waar!"
"En kom niet aan Trouw!", riep hij, "Want dan kom je aan mij!"
"Schreeuw niet zo!"
"Dat maak ik zelf wel uit, dom wicht!"
"Ga je mond spoelen!"
"Hm, ik vind het eigenlijk helemaal niet zo netjes van je, dat je mij voortdurend met mijn eigen stopwoorden doodgooit!"
"Goed, lieverd! Ik zal je niet meer plagen."
"Zeg mij maar liever wat je aan hebt! Dan kan ik vandaag weer lekker over je dromen!"
"Eh, ik heb om te beginnen dus een veels te klein, zwart behaatje aan!"
"Hoe klein precies?"
"Mijn prachtige, volle borsten puilen er bijna aan alle kanten overheen. Mijn tepels zijn net niet te zien, maar het scheelt eigenlijk maar weinig."
"Zo hoort het ook, Snoes! Die lieve, snoezige tepels van jou zijn alleen maar voor mijn ogen bestemd."
"Alleen maar voor je ogen bestemd?", vroeg zij gniffelend.
"Nou, ja! Je weet wel, wat ik bedoel!"
"Ja, ik weet heel goed, wat je bedoelt."
"Ja, dat geloof ik graag! Maar ga nu maar verder met je opsomming."
"Wel, ik draag dus ook een zwart tangaslipje, waar mijn dikke billen aan alle kanten overheen puilen."
"Zo hoort het ook!"
"En voor de rest draag ik dus een zwart, strak zittend jarretellegordeltje en zwarte nylonkousen."
"Yummie!"
"En daaroverheen mijn nieuwe, witte ochtendjas."
"Ach, jee! Wat zonde nou!"
"Waarom is dat zonde?"
"Ach, die nieuwe, witte ochtendjas verstoort een beetje het lieflijke beeld van het veels te kleine, zwarte behaatje, het zwarte tangaslipje, het zwarte, strak zittende, jarretellegordeltje en die zwarte nylonkousen."
"Als je liever hebt, dat ik vrijwel naakt in de keuken ga zitten, dan wil ik hem best wel uittrekken, hoor!"
"Nee, doe dat maar niet!"
"Waarom niet?"
"Omdat er op deze tijd van de dag namelijk heel veel galerijlopers over de galerij lopen."
"Dat zijn dan meestal wel onze aardige buurtjes!"
"Dat dondert niet! Ik wil niet, dat ze jou in het veels te kleine, zwarte behaatje, het zwarte tangaslipje, het zwarte, strak zittende jarretellegordeltje en die zwarte nylonkousen zien rondlopen."
"Ach, jee! Is mijn beminnelijke dekhengstje ineens een beetje jaloers aan het worden?"
"Ik ben helemaal niet jaloers! Ik weet alleen maar, hoe het hoort! En als een vrouw een veels te klein, zwart behaatje, een zwart tangaslipje, een zwart, strak zittend jarretellegordeltje en zwarte nylonkousen draagt, mag zij die alleen maar aan haar man laten zien."
"Is dat een wet van Meten of Persen?"
"Nee, dat is geen wet van Meden of Perzen, dom wicht! Dat is simpelweg een kwestie van etiquette!"
"Etiketten?"
"Etiquette!"
"Je mag mij geen etiketten opplakken."
"Etiketten opplakken?", vroeg hij wazig.
"Ja, je doet net, alsof ik een exhibitioniste ben! Iemand, die dolgraag haar veels te kleine, zwarte behaatje, haar zwarte tangaslipje, haar zwarte, strak zittende jarretellegordeltje en haar zwarte nylonkousen aan haar aardige buurtjes wil showen."
"Ik zeg helemaal niet, dat je je veels te kleine, zwarte behaatje, je zwarte tangaslipje, je zwarte, strak zittende jarretellegordeltje en je zwarte nylonkousen dolgraag aan onze aardige buurtjes wilt showen. Ik zeg je alleen maar, dat je je veels te kleine, zwarte behaatje, je zwarte tangaslipje, je zwarte, strak zittende jarretellegordeltje en je zwarte nylonkousen alleen maar aan mij mag showen."
"En niet omdat je jaloers bent, maar omdat je weet, hoe het hoort."
"Precies! Heb je trouwens zin om hiernaartoe te komen?"
"Wil je dat echt?"
"Ja, ik mis je! Ik wil een beetje met je kletsen en een beetje naar je gluren."
"Je wilt een potje met mij neuken in de Tafeltenniskamer, zul je bedoelen!"
Hij schoot onbedaarlijk in de lach en het duurde even, voordat hij zich weer een beetje onder controle kreeg.
"Zo kan ie wel weer!", hernam hij.
"Hoe kan ie wel weer?"
"Hm, het zou inderdaad wel leuk zijn om het een keer op de tafeltennistafel te doen."
"Ja, dat heb je al vaker gezegd", zei zij, op een nogal moederlijke toon, "En ik wil je daarin ook best wel ter wille zijn..."
"Maar?"
"Maar dan moeten we hem wel eerst uitklappen, hoor! En daarna op de vloer neerleggen. Volgens mij is dat kreng echt niet stevig genoeg. En vooral niet als jij het op je heupen krijgt."
"Nou, dan ga je toch bovenop liggen."
"Hee! Dat is een idee!"
"Dus je komt hier naartoe?"
"Ja, lief, geil Apie van mij, ik kom naar je toe!"
"Hoe laat? Hoe laat?"
"Hoe laat wil je mij daar hebben?"
"Eh, kom maar tegen tween. Dan zal ik wel zo'n beetje klaar zijn met de krant."
"Goed, lieverd! Ik zal er zijn."
"Je bent geweldig!"
"Ja, dat weet ik!"
"Maar ik ga nu ophangen, want anders ben ik niet op tijd klaar met mijn werk."
"Goed, Aap! Ik ben over een paar uurtjes bij je."
"Doei!"
"Doei!"
Hij verbrak de verbinding en zij liet het mobieltje gniffelend in haar jaszak glijden. Hij was en bleef een ondeugende jongen, die knappe en sexy echtgenoot van haar.
Terwijl zij twee croissantjes met boter besmeerde, dacht zij nog even over het lichtelijk, scabreuze telefoongesprek na. Zij vond het eigenlijk toch wel plezierig om er straks nog even uit te gaan. Zij wist alleen nog niet, hoe zij straks naar Amsterdam zou reizen: met de auto of met de trein. Gezien de weersomstandigheden leek de keus niet al te moeilijk te zijn. De keus voor de trein was des te meer te billijken, omdat deze avond misschien wel op een stapavondje zou gaan uitdraaien. Als ze samen in Amsterdam waren, aten ze namelijk altijd bij 'Mei Wah', hun favoriete stamchinees in Amsterdam-Noord, en meestal plakten ze daar, na een kort bezoek aan Danny's vader, ook een rondje Leidseplein aan vast.
Maar een seksueel intermezzo in de Tafeltenniskamer op die derde verdieping van de Parool-toren zou ook vandaag wel achterwege blijven, vreesde zij. De reden daarvan was simpel: Danny's zaterdagcollega's hadden een iets langzamer werktempo dan hij. Ze waren dus meestal wat langer met hun werk bezig dan hij en het terugtrekken in de Tafeltenniskamer voor een andere bezigheid dan een potje tafeltennis was onder die omstandigheden natuurlijk 'not done'.
Het zou natuurlijk best een keer kunnen lukken, dacht zij, als Danny zelf een paar uur later zou beginnen. Zij zou het er straks met hem over hebben, want het idee om in een volledig lege kantoortoren seks met hem te hebben sprak haar toch wel aan. De kans op ontdekking was ook nihil. Ze zouden alleen iets van een wat al te overijverige portier te duchten kunnen hebben en gezien Danny's, amicale verhouding met de PCM-portiers zou zelfs een ontdekking door zo'n portier niet zo'n probleem hoeven zijn.
De croissantjes waren snel verorberd en ook haar mok was alweer leeg. Zij stond op en zette water op voor een tweede kop. Tijdens het wachten op het koken van het water liep een van de beminnelijke buurtjes langs haar keukenraam, een oudere man van tegen de zeventig. Hij stak een hand op, toen hij nieuwsgierig door haar keukenraam keek en haar bij het fornuis zag staan en zij was blij, dat zij Danny's advies had opgevolgd en haar ochtendjas had aangehouden.
Terwijl zij daarover stond te mijmeren kwam het lumineuze idee in haar op om de tafel maar weer af te ruimen. Zij wilde de rest van de ochtend maar liever in bed doorbrengen en dan was het wel prettig om te weten, dat de keuken helemaal schoon was. Zij ruimde dus de tafel af, stopte de etenswaren weer in de koelkast, waste haar bord en haar mes af en borg dat bord en dat mes tenslotte weer op in respectievelijk het keukenkastje en het laadje onder de gootsteen.
Zij hield wel van dit soort huishoudelijke karweitjes. Zij en Danny deelden die karweitjes ook op een bijna broederlijke wijze. De balans sloeg ietwat naar Carry door, omdat zij veel beter kon koken dan Danny en dat koken nam zij dus vrijwel elke avond voor haar rekening. Daar treurde zij niet echt over. Danny kon een fantastische stamppot andijvie maken, maar meer gastronomische talenten had hij niet. Carry had die dus wel en haar specialiteit, vegetarische lasagna, zonder champignons, stelde Danny's specialiteit verre in de schaduw.
De fluitketel deed weer datgene, waarnaar hij ooit was vernoemd, en Carry haastte zich om zichzelf een tweede mok koffie in te schenken. Tijdens dat inschenken hoorde zij, hoe er iemand op het raam tikte. Zij wierp een blik over haar schouder en zag, dat het Jorris was, haar zevenjarige buurjongetje. Het enige, wat van hem zichtbaar was, was zijn goudblonde haardos, maar Carry herkende hem natuurlijk onmiddellijk. Zij drentelde naar de voordeur en trok hem open.
"Dag, malle Jorris!", zei zij vriendelijk.
"Dag, tante Carry!", riep hij, terwijl hij haar om de hals vloog en haar twee nogal natte kussen op de beide wangen gaf.
"Kom maar gauw binnen, want het is veels te koud buiten!"
Hij glipte naar binnen en Carry deed snel de deur weer dicht.
"En... wat kom je doen?", vroeg zij.
"Even met mijn ouwe auto's spelen."
Hij doelde daarmee op zijn verzameling van peperdure oldtimers, die Danny door de jaren heen voor hem had gekocht. Hij en Carry hadden regelmatig als babysitters voor Jorris gefungeerd en ze hadden voor de aardigheid tamelijk veel, en dus ook tamelijk duur speelgoed voor hem aangeschaft.
"Blijf je lang?", vroeg zij lachend.
"Nee, want ik ga straks met mama naar Nijmegen-oma", antwoordde hij, vanzelfsprekend doelend op een in Nijmegen woonachtige grootmoeder.
"Dan is het goed, want ik ga straks ome Danny van zijn werk afhalen."
"O, dat is niet erg. Mama komt mij zo halen."
"Wel, kom er dan maar in! Je weet, waar ze liggen."
Hij rende de huiskamer binnen, naar het plekje tussen de verandadeur en het wandmeubel, waar zijn speelgoed lag uitgestald. Carry keek het even aan, zag, dat hij zijn oldtimers heel handig uit de berg speelgoed viste en liep toen de keuken weer in om haar koffie op te halen.
"Wil je wat drinken?", vroeg zij, op blrende toon aan haar jonge gast in de huiskamer.
"Nee, dank u!", antwoordde hij, eveneens op blrende toon.
Zij lachte even voor zich heen, nam de mok ter hand en liep naar de slaapkamer, waar zij even op de lage stoel voor het raam ging zitten. Voorzichtig nippend aan haar koffie keek zij naar buiten, waar de lucht nog even grijs en de straten nog even wit en bruin waren als daarnet.
Weer gingen haar gedachten even terug naar haar jeugd, naar de dagen toen zij samen met haar zusjes in de sneeuw had gespeeld. Als het jongste kind in een gezin met drie dochters had zij eigenlijk wel een zorgeloze jeugd gehad. De andere drie vrouwen in het gezin hadden haar vanaf haar geboorte tot het moment, waarop zij het huis uitging, grenzeloos bemoederd, waarbij alleen de strenge, stugge, maar ook hele wijze vader voor wat tegenwicht had gezorgd. Zij was hem daar tot op de dag van vandaag dankbaar voor. Hij had er waarschijnlijk in zijn eentje voor gezorgd, dat zij geen vervelend, en deerlijk verwend nest was geworden.
Zij trok haar benen op en plaatste haar hielen op de rand van de stoel, waardoor haar ochtendjas openviel. Zij liet het maar zo. De kans, dat een eventuele voorbijganger omhoog zou kijken en een glimp van haar fraaie kousebenen zou opvangen, was klein in haar ogen. Zij keek opnieuw naar buiten, nam ook de hoge Bouwes-toren even in ogenschouw en speelde in gedachten even met de mogelijkheid van een gluurder-van-grote-hoogte. Die gedachte wond haar niet op; zij was inderdaad geheel van exhibitionistische neigingen gespeend. Zij zat dolgraag op deze stoel, omdat ze het heerlijk vond om ook in de herfst en de winter naar de boulevard en de zee te kijken, niet omdat zij het leuk vond om eventueel bekeken te worden.
Jorris kwam de slaapkamer binnenlopen en Carry schoot meteen in de lach. Zij wist precies, wat hij haar wilde gaan vragen. Het verzoek om met de auto's te mogen spelen was namelijk slechts een dekmantel geweest voor wat hij werkelijk wilde gaan doen.
"Mag ik even 'Diggeren'?", vroeg hij, doelend op een stokoud computerspelletje, dat Danny al sinds jaren op hun pc had staan.
"Ga je gang", antwoordde zij, terwijl zij op de pc in de hoek van de kamer wees, "Je weet, hoe het werkt."
"Dank u wel!"
Hij klom op Danny's bureaustoel, zette de pc aan, omzeilde het al opgestarte Windows heel handig door de pc in de DOS-modus te herstarten en had het spelletje vervolgens in een ommezien gevonden en opgestart. Carry zag het lachend aan en plukte vervolgens een wit pluisje van haar rechterkous. Zij vroeg zich af, of zij straks nog even een tukje zou kunnen doen. Zij hoopte eigenlijk van wel. Het zou vanavond best wel laat kunnen worden en zij voelde zich niet al te fit.
Toch wilde zij Jorris niet wegsturen. Zij was stapelgek op hem en hij kon al jaren geen kwaad bij haar doen. Vooral sinds hij vijf jaar geleden door een nalatigheid van haar bijna van de veranda was gevallen. Hij was toen twee geweest en Carry vermoedde, dat hij tegenover zijn ouders nooit iets over dat voorval had losgelaten. Hij kon het zich vermoedelijk ook niet meer herinneren, maar het bleef aan Carry knagen, dat zij het voorval nooit aan zijn ouders had opgebiecht.
"Ben je hiernaartoe gekomen om Danny nog even uit de 'High Scores' te werken?", vroeg zij.
"Ja, en het is bijna gelukt!"
"Goed zo! Dat zal hem misschien wat bescheidener maken."
"Denkt u, dat hij de 'High Scores' weer zal weggooien als hij er niet meer instaat?"
"Ik ben bang van wel, lieverd. Ik denk, dat je morgen weer helemaal opnieuw kunt beginnen."
"Leuk!"
Zij glimlachte en keek weer even naar buiten. Aan de overkant van de straat zag zij een donkere man voorbijlopen, die haar vaagjes aan Kenneth, haar eerste vriendje, deed terugdenken. Zij had voor Danny slechts drie vriendjes gehad en de jaren '80, oftewel de periode, waarin zij die vriendjes had gehad, beschouwde zij als het onzekere, ietwat ongelukkige interbellum tussen haar gelukkige jeugd en haar gelukkige huwelijk.
De twee Rotterdamse vriendjes uit haar school- en studietijd en het ene vriendje uit haar 'Amsterdamse' periode konden de vergelijking met Danny ook in geen enkel opzicht doorstaan. De drie jongens hadden zich alle drie nooit anders dan lief en voorkomend tegenover haar gedragen, maar Carry had van alle drie ook het gevoel gekregen, dat haar aantrekkingskracht op hen toch voornamelijk van fysieke aard was geweest. Met geen van hen had zij ook maar iets van een geestelijke verwantschap gevoeld, zoals zij die met Danny wel voelde.
Danny's verleden vertoonde ook veel overeenkomsten met het hare. Hij had als enig kind net zo'n zorgeloze jeugd gehad als zij en ook hij had een wat onzekere en ietwat donkere periode tussen zijn jeugdjaren en zijn huwelijk gekend. Zijn interbellum had zelfs vijf jaar langer geduurd. Ze waren, kortom, twee verdwaalde zondagskinderen geweest, die elkaar na een hele lange zoektocht toch nog hadden gevonden.
Vanachter de pc stak ineens een woest gejuich op en dat kon maar op n ding duiden.
"Is het gelukt?", vroeg zij, een tikje ten overvloede.
"Ja, Danny zit niet meer in de 'High Scores'!", antwoordde hij, op een onvervalste jubeltoon.
"Geweldig!"
Hij liet zich van zijn stoel glijden en stormde op haar af om de tweede, welverdiende knuffel van die dag in ontvangst te nemen. Na die knuffel knoop hij onmiddellijk bij haar op schoot.
"Oei, wat ben je zwaar aan het worden!", riep zij.
"Echt niet!"
"Echt wel! Nog even en dan weeg je zwaarder dan ome Danny!"
"Zit hij dan ook wel eens bij u op schoot?"
"Nee, lieverd!", antwoordde zij lachend, "Daar is hij toch echt te groot voor! Ik zit wel eens bij hem op schoot en dat is natuurlijk ook veel leuker!"
Zij trok hem nog wat dichter naar zich toe, omdat hij op de klemmetjes van haar jarretelles was gaan zitten en gaf hem nog maar eens een knuffel. In de afgelopen jaren had zij veel van haar moederlijke tederheid op hem kunnen richten, veel meer dan op haar wat klierige neefje en nichtjes. Daarin zou vermoedelijk ook geen verandering meer komen. Zij was zelf niet in staat om kinderen te baren en de gedachte aan een eventuele adoptie had zij inmiddels ook laten varen. Zij was ook niet geschikt voor het moederschap, zoals haar beide, oudere zussen dat ook niet waren.
Jorris keek onderwijl een beetje dromerig voor zich uit. Zijn linkerhandje rustte daarbij op haar linkerknie. Hij scheen het niet in het geheel niet als iets raars te beschouwen, dat hij bij een schaars geklede buurvrouw op schoot zat. Hij was ook wel wat gewend, want zijn moeder was dus wel een overtuigd naturiste.
Op dat moment ging de bel. Jorris kwam meteen tot leven. Hij gleed van haar schoot af en hij deed dat op een nogal wilde manier, waardoor een van de jarretelles van haar rechterkous losschoot.
"Daar is mama!", riep hij blijmoedig, terwijl hij al halverwege de deur was, "We gaan nu naar Nijmegen-oma!"
"Krijg ik vandaag geen afscheidskussen van je?", vroeg zij, terwijl zij de jarretelle weer aan de kous vastmaakte.
"O, ja!"
Hij rende naar haar toe, gaf haar opnieuw twee, natte zoenen op haar wangen, maar was daarna de kamer al uit, voordat zij er erg in had. Zij stond op om Marjet, haar buurvrouw, te begroeten, maar de voordeur sloeg alweer dicht, voordat zij het portaal had kunnen bereiken.
"O, jee!", mompelde zij, "Die hadden wel erg veel haast!"
Ze keerde op haar schreden en naar haar slaapkamer terug. Eenmaal in die slaapkamer aangekomen deed zij de televisie aan en trok zij haar ochtendjas uit. Zij had weliswaar geen slaap meer, maar niets weerhield haar ervan om nog een paar uurtjes in bed te blijven luieren. Zij kroop onder het behaaglijke dekbed, greep naar de afstandsbediening en begon welgemoed te zappen.
Helaas voor haar werd er op dat moment opnieuw gebeld. Zij slaakte een diepe zucht, deed de televisie uit, legde de afstandsbediening weer op het nachtkastje, gooide het dekbed van haar af en deed een greep naar haar ochtendjas. De gedachte om ditmaal niet voor Jorris open te doen kwam wel degelijk in haar op, maar dat nog steeds sluimerende schuldgevoel over zijn bijna-ongeluk was sterker dan haar luiheid. Zij stond dus op, trok de ochtendjas aan, knoopte hem dicht, stapte na enige aarzeling ook maar even in haar roze muiltjes en slofte weer naar de voordeur.
Ditmaal was het echter niet Jorris, die voor haar deur stond. Ditmaal was het de donkere man, die zij daarnet op straat had zien lopen. En ditmaal zag zij ook, dat hij wel degelijk die beminnelijke schim uit het verleden was. Hij was zichtbaar ouder geworden en hij was nu, in tegenstelling tot hun schooltijd, onberispelijk gekleed, maar hij was toch onmiskenbaar haar allereerste liefde.
"Kenneth?", vroeg zij zwakjes.
"Hi, Carry!", zei hij, met een wat onzekere glimlach.
"Wat leuk om je weer terug te zien!", zei zij, nog steeds met een niet al te vaste stem.
"Vind je dat werkelijk, of..."
"Ja, natuurlijk vind ik het leuk om je terug te zien! Ik ben er alleen heel erg verbaasd over. Kom binnen!"
Terwijl hij ietwat aarzelend binnentrad, tobde zij meteen al over twee vragen. De eerste was de vraag, hoe hij in godsnaam aan haar adres was gekomen en de tweede was de vraag, hoe hij op de galerij was beland. Als hij de bel bij de ingang had gebruikt, was zij voor haar gevoel niet verplicht geweest om hem binnen te laten en dan had zij dat waarschijnlijk ook niet gedaan. Het antwoord op de tweede vraag was waarschijnlijk simpeler dan het antwoord op de eerste. Zij vermoedde, dat hij het gebouw was binnengeglipt, toen Marjet en Jorris het gebouw hadden verlaten.
Zij had inmiddels zijn jas aangenomen en aan de kapstok gehangen en zij ging hem daarna zwijgend voor naar de woonkamer. Ze hadden elkaar noch gekust, noch een hand gegeven, hetgeen Carry toch wel enigszins in verlegenheid bracht.
"Ik heb je adres van Elisabeth", zei hij, doelend op haar oudste zuster.
"Werkelijk?", vroeg zij, terwijl zij haar woede daarover met de grootst mogelijke moeite probeerde te verbergen.
"Ja, zij staat gelukkig nog steeds onder haar eigen naam in het telefoonboek van Rotterdam."
"Ja, zij heeft ook nooit de naam van haar man willen aannemen."
"Tja, daar valt ook wel wat voor te zeggen."
"Maar ga toch zitten!", zei zij, wijzend op een ietwat oude stoel, die haaks op driezitsbank langs de wand stond.
"Prima!"
Zijzelf ging wel op die bank zitten en zij droeg er daarbij terdege zorg voor, dat haar ochtendjas dicht zat en hij dus zo weinig mogelijk van haar lichaam kon zien.
"Vind je het vervelend, dat ik zo onaangekondigd bij je binnen ben komen vallen?", vroeg hij.
"Nee, hoor! Wil je trouwens koffie?"
"Nee, jh! Ik blijf ook niet zo lang. Ik ben op doorreis naar een beurs in Amsterdam, en ik ben hier alleen maar, omdat ik wel eens wilde weten, hoe het met je gaat."
"Met mij gaat het goed, hoor!"
Zij keek stuurs voor zich uit en dacht vol walging aan haar zuster, die haar op een dergelijke, misselijke manier in verlegenheid had gebracht. Elisabeth, wier eigen huwelijk al jaren op springen stond, had kunnen weten, dat zij het bezoek van Kenneth in het geheel niet op prijs zou stellen.
"En hoe gaat het met jou?", vroeg zij.
"Prima! Ik heb de laatste jaren uitstekend geboerd. Ik heb vorige week zelfs mijn tweede kledingzaak in Vlaardingen geopend."
"Mooi!"
"En wat doe jij?"
"Ik werk als onderwijsinspectrice in Haarlem en omstreken."
"En dat gaat goed?"
"Ik mag niet klagen. Ik verdien meer geld dan Danny en ik kunnen opmaken en het werk geeft veel minder stress dan het voor de klas staan."
"Dus je bent echt onderwijzeres geworden."
"Ja, maar niet zo lang, hoor! Ik heb alles bij elkaar maar drie jaar voor de klas gestaan."
"En hoe staat je privleven ervoor?"
"Wel, ik ben dus al acht jaar heel gelukkig getrouwd!"
"Echt?"
"Ja, echt! Hij is de liefste, de knapste en de meest sexy man, die je je maar voor kunt stellen!"
"Ik hoorde van Elisabeth anders wel een heel raar verhaal over hem."
"Wat voor verhaal?", vroeg zij, met een nauwelijks verborgen weerzin.
"Dat hij niet meteen met zijn vorige vriendin heeft gebroken, toen hij jou had ontmoet."
"Dat klopt! Maar dat heeft hij op mijn nadrukkelijk advies dus niet gedaan. Die vorige vriendin was namelijk niet een van de evenwichtigsten en zij heeft een paar keer met zelfmoord gedreigd, als hij bij haar weg zou gaan. We hebben dus met trouwen gewacht, totdat zij het met hem had uitgemaakt."
"En ik hoorde ook van Elisabeth, dat hij ook nog heel even een derde vriendin heeft gehad."
"Dat klopt ook, maar dat was een vluchtpoging van hem, omdat hij die toestand met die vorige vriendin niet meer aankon. Die derde vriendin heeft ook echt als een breekijzer gefungeerd. Zij is maar even in beeld geweest en een paar maanden later was zijn vorige vriendin ook opgehoepeld. En toen... ja toen had ik hem eindelijk echt helemaal voor mijzelf."
"Ik snap het! "
Carry hapte naar adem en was het liefst hard weggelopen. Deze onverwachte aanslag op haar gelukkige en rustig voortkabbelende leventje viel haar rauw op haar dak. Zij begon ook heel bang te worden. Niet voor Kenneth, maar voor de gnante situatie, waarin zij door haar zusje was beland.
"Hebben jullie kinderen?", vroeg hij.
"Nog niet", antwoordde zij, na een korte aarzeling, "Maar we werken er wel aan."
Zij zag zijn gezicht even betrekken en haar woede jegens Elisabeth keerde daardoor met verdubbelde kracht terug. Dat zij al jaren jaloers was op het gelukkige huwelijk van haar jongste zusje, was nog tot daar aan toe, maar dat zij daadwerkelijk een poging deed om dat gelukkige huwelijk te ondermijnen, was toch echt een stap te ver in haar ogen. Onderwijl besefte zij maar al te goed, hoe sexy zij er onder haar ochtendjas uitzag en zij besefte tegelijkertijd ook, dat die ochtendjas haar pogingen om Kenneth zo snel mogelijk de deur uit te werken ten zeerste zou bemoeilijken. Het was dus de hoogste tijd voor een nogal voor de hand liggende list.
"Vind je het erg als ik mij nu even ga aankleden?", vroeg zij koeltjes, "Ik moet zometeen namelijk weg."
"Welnee, liefje! Kleed je maar gauw aan!"
"Dank je!", zei zij afgemeten.
Zij stond op, liep met een iets te grote boog om Kenneth en de salontafel heen en rende daarna naar haar slaapkamer, waar zij heel snel haar mobieltje uit haar jaszak haalde en zij met trillende vingers het nummer van Danny's werk intoetste.
"Met Danny!", klonk het vrolijk.
"Dag, lieverd!", zei zij, met gedempte stem, "Met mij! Sorry, dat ik je stoor, maar ik zit ineens vreselijk in de knoei!"
"Wat is er aan de hand?", vroeg hij geschrokken.
"Ik heb onverwachts en geheel ongewild bezoek gekregen."
"Van wie?"
"Van Kenneth!"
"Je eerste liefde? Dat knappe, Surinaamse ventje uit Vlaardingen?"
"Ja!"
"Jemig! Hoe komt die nou opeens in Zandvoort verzeild?"
"Hij wilde mij weer eens zien en toen schijnt hij dat takkewijf van een Elisabeth gebeld te hebben en die heeft hem ons adres gegeven. Enne... volgens heeft zij hem waarschijnlijk ook gezegd, dat ik op zaterdag altijd thuis ben en dat jij er op zaterdag dus nooit bent."
"Denk je dat echt?"
"Ja, dat is echt wat voor haar! Zij heeft hem ook de verhalen over die malle exen van jou opgedist, dus zij zal dat feitje van jouw permanente zaterdagdienst ook wel niet voor hem verzwegen hebben."
"Oei, wat ben ik blij, dat ik geen zuster heb!", riep hij schaterend.
"Vind je het dan niet vreselijk gemeen van haar?", vroeg zij, terwijl zij ineens heel vrolijk begon te worden.
"Ja, lieverd! Maar haar snode plannetje zal niet lukken, hoor!"
"Want je vertrouwt mij toch wel, h?"
"Natuurlijk vertrouw ik je, mal wicht!"
"Maar wat moet ik nou doen?", vroeg zij, toch weer een beetje hulpeloos.
"Dat is heel simpel, Snoes! Sta hem vriendelijk te woord en probeer hem zo snel mogelijk het huis uit te werken."
"Ja, dat wil ik natuurlijk ook. Ik weet alleen niet, of mij dat lukt. Dat eerste zal na dit vrolijke telefoongesprekje misschien wel lukken, maar dat tweede..."
"Hm, ik kan je met dat tweede misschien wel helpen."
"Hoe dan?"
"Ik bel je zometeen terug en dan kun jij tegen hem zeggen, dat ik ziek ben geworden en dat je mij uit Amsterdam moet komen ophalen."
"O, lieverd, dat is briljant! Doe dat maar! Maar geef mij even de tijd om mij aan te kleden en om hem daarna nog heel even te woord te staan."
"Afgesproken! Ik bel je zo."
"Ik tel de minuten! En ik hou van je! Nee, dat is veels te zwak uitgedrukt! Ik aanbid en kus de grond, waarop je loopt!"
"Jemig! En dat terwijl ik schoenmaat 46 heb! Hee, ik bel je zometeen! En... don't worry! Ik hou ook heel erg van jou!"
"Dank je, lieverd! Tot zo!"
"Doei!"
"Doei!"
Ze braken gelijktijdig het gesprek af en Carry trok daarna snel de ochtendjas uit. Zij keek daarbij even in de grote spiegel langs het bed, maar de aanblik van haar prachtige, poezelige lichaam en die mooie kousen maakte haar nog onrustiger dan zij al was.
"O, wat moet ik nou in godsnaam aantrekken?", prevelde zij, terwijl zij haar klerenkast opengooide, "Mijn jeans hoef ik niet te proberen, daar ben ik op dit moment te dik voor! Maar wat dan?"
Zij koos uiteindelijk voor de wijde en tamelijk lange, wijnrode jurk, die zij gisteren ook op haar werk had gedragen. Zij trok de jurk over haar hoofd, knoopte hem tot aan de smalle kraag helemaal dicht en streek hem, staande voor de spiegel, nog een beetje glad.
"Zo moet het maar!", zei zij, tegen haar spiegelbeeld.
De jurk verhulde vrijwel al haar uiterlijke attracties, behalve die mooie nylons, die zij meestal alleen voor Danny droeg. Even overwoog zij om de nylons door een panty te vervangen, of gewoon maar uit te trekken, maar daar was geen tijd meer voor: zij had Kenneth eigenlijk al te lang alleen gelaten. Zij pakte het mobieltje uit de zak van haar ochtendjas en keerde vervolgens naar haar ongewenste gast terug.
"Sorry, dat ik zo lang wegbleef", zei zij, op een redelijk vriendelijke toon, "Ik wist niet goed, wat ik aan moest trekken."
"Je hebt een perfecte keus gemaakt!"
"Dank je", zei zij, ineens weer op een veel koelere toon.
Zij liep weer met een grote boog om haar gast en de salontafel heen, voor zij op de bank ging zitten, en legde het mobieltje op de salontafel neer. Zij was toch weer een beetje bang geworden; voor haar gevoel kon zij haar afkeer van Kenneth steeds moeilijker voor hem verborgen houden.
"Hoe laat moet je weg?", vroeg hij, met een blik, waaruit nu wel enig schuldbewustzijn viel af te lezen.
"Over een kwartiertje!", antwoordde zij, "Danny zit op dit moment met een knallende koppijn op zijn werk en als het te erg wordt, belt hij mij op en ga ik hem ophalen."
"Ik snap het!"
"Ik heb echt vreselijk met hem te doen!", lispelde zij, zonder hem aan te kijken, "Hij heeft er wel vaker last van, zie je."
"Je bent echt heel erg gek op hem, h?"
"Ja, hij is mijn Grote Liefde! Zonder hem zou ik niks waard zijn."
"Dat is mooi! Als je zo iemand hebt, wordt het leven ineens een stuk plezieriger."
"Ben jij eigenlijk getrouwd?"
"Ja, al tien jaar!"
"Hebben jullie kinderen?"
"Twee. En de derde is op komst."
"Zijn jullie gelukkig met elkaar?"
"Ja, zij is af en toe wel een beetje dominant en achterdochtig, maar een betere vrouw en moeder is er echt niet te vinden."
"Dan moet je maar heel zuinig op haar zijn", zei zij, zonder haar sarcasme te verbergen.
"Dat ben ik ook, liefje!", zei hij, met een begripvolle glimlach, "Dat ben ik ook!"
Op dat moment begon Carry's mobieltje weer te rinkelen. Zij pakte hem op en rende naar de slaapkamer, waar zij onmiddellijk op het 'ontvangknopje' drukte.
"Dag, Aap!", zei zij.
"Hi, liefie!", antwoordde hij vrolijk, "Hee, ik ben ineens ongelooflijk ziek geworden en je moet mij onmiddellijk op komen halen!"
"Ik kom er aan, lieverd!"
"Succes, liefie! En als hij problemen maakt, zeg je hem maar, dat ik zijn kop van zijn romp zal schroeven als ie ook maar n vinger naar je uitsteekt."
"Afgesproken!"
"Goed, Snoes! Tot zo!"
"Dag, Aap! Tot zo!"
Zij drukte op het knopje 'verbreken' en drentelde naar Kenneth terug.
"Zou je het heel erg vinden om nu weg te gaan?", vroeg zij, nu wel weer vriendelijk.
"Gaat het niet goed met hem?"
"Nee, ik moet hem echt zo snel mogelijk ophalen. Ik moet zometeen nog even naar de wc, maar daarna stap ik heel snel in mijn auto en ga ik hem meteen ophalen."
"Ik snap het, liefje!"
Hij stond meteen op en drentelde achter haar aan. Zij ging hem voor naar het portaal, opende de deur en vroeg zich daarbij af, hoe zij in godsnaam afscheid van hem moest nemen. Kenneth hielp haar gelukkig uit de brand. Hij greep haar kalm bij de polsen en drukte toen een broederlijke kus op haar voorhoofd.
"Dag, liefje!", zei hij, "Het ga je goed! Veel geluk in je verdere leven met Danny! En als jij en Danny een keer in Vlaardingen zijn, mogen jullie gerust een keer langskomen!"
"Dat zullen we dan zeker doen", zei zij, met een mengeling van ontroering en iets wat verdacht veel op een heel licht schuldgevoel leek.
Hij stapte over de drempel en zij zwaaide hem uit, tot hij door de deur van het trappenhuis was verdwenen. Luttele seconden later had zij de deur dichtgegooid en lag haar mobieltje weer in de palm van haar linkerhand. Danny nam meteen weer op.
"Hi, liefie!", zei hij, met een kalme, liefdevolle klank in zijn stem, "Is hij weg?"
"Ja, hij is weg! Maar ik sta echt te trillen op mijn benen!"
"Is hij zonder problemen weggegaan?"
"Ja, jh! Hij zei mij op de valreep nog, dat hij heel gelukkig was getrouwd en twee drie kinderen had en hij heeft mij bij het vertrek alleen maar een kus op mijn voorhoofd gegeven."
"Oh, dus we hebben ons zorgen om niks gemaakt?"
"Ja, waarschijnlijk wel. Maar ik ga zometeen wel even met die kutzuster van mij bellen! Dit ga ik haar echt gigantisch betaald zetten!"
"Nee, doe dat maar niet, jh! Daar komt alleen maar gedonder en ruzie van. Zusjes zijn nu eenmaal zusjes! En die zijn soms heel erg jaloers op elkaar."
"Hoe kom jij als enig kind aan die wijsheid?"
"Hihihi! Die wijsheid heb ik opgedaan tijdens een achtjarig huwelijk met een mooi, snoezig, mollig mokkeltje, dat helaas twee, als Eucalypta vermomde, oudere zussen heeft."
"Maar ik mag van jou dus geen ruzie met haar maken?"
"Natuurlijk mag je van mij ruzie met haar maken, maar het hoeft dus niet. En het zou natuurlijk ook niet zo leuk voor je moeder zijn."
"Ach, wat een lief, wijs ventje ben je toch! Ik stap nu meteen in de auto en kom zo snel mogelijk naar je toe."
"Nee, doe dat ook maar niet! Het is hartstikke koud en hartstikke glad buiten en ik heb liever, dat je weer in je bedje kruipt."
"Maar wat moet ik dan doen als hij terugkomt?"
"Dan doe je gewoon niet open! En als hij nog steeds bij de flat rondhangt, als ik thuiskom, ram ik hem gewoon het ziekenhuis in."
"Zonde' dolle'?", vroeg zij, daarmee een nogal cynische piraat uit 'Asterix' citerend.
"Zonde' dolle'!"
"En weet je het echt zeker, dat ik thuis mag blijven?"
"Heel zeker! Ga maar lekker naar bed. En ga in je veels te kleine, zwarte behaatje, je zwarte tangaslipje, je zwarte, strak zittende jarretellegordeltje en je zwarte nylonkousen maar lekker maar de televisie kijken. Kortom: ga maar lekker uitrusten en ga je tijdens het uitrusten maar vast voorbereiden op de avond en de nacht van je leven."
"Maar ik wil je zo graag zien!"
"Dat weet ik, liefje! En ik wil jou ook graag zien! Maar als je nu naar Amsterdam komt, komen we gegarandeerd in de Tafeltenniskamer terecht en dan komen we daar de rest van middag ook echt niet meer uit. En dan ben ik maandag dus waarschijnlijk mijn baantje kwijt."
"En dus..."
"Moet jij nu maar lekker naar bed gaan en mij de gelegenheid geven om nog een paar uurtjes over je te dromen."
"Goed, Apie! Ik zal het doen!"
"Prima! Dan zie je mij vanmiddag wel weer arriveren."
"Tot vanmiddag, lief, wijs Apie van mij!"
"Doei!"
"Doei!"
Ze verbraken weer op het hetzelfde moment deverbinding en daarna sjokte zij met een hele zware tred naar de slaapkamer terug. Na het betreden van die slaapkamer ontdeed zij zich meteen van haar jurk en haar muiltjes en na enig aarzelen trok zij ook haar beha en haar slipje maar weer uit. Bij nader inzien wilde zij toch liever heel lang gaan slapen om vanavond zo fit mogelijk te zijn.
Het slipje en de beha vielen op de vloer naast het bed neer en daarna keek zij weer even in de spiegel naast het bed: naar dat 'mooie, snoezige, mollige mokkeltje', dat vrijwel naakt en met blozende wangen op de rand van dat bed zat. De aanblik van haar mooie lichaam en haar mooie kousen bracht haar nu wel tot rust. Zij was doodmoe en nog steeds een beetje rillerig, maar zij en Danny hadden de onverhoedse aanval op hun burcht met vereende krachten afgeslagen en de beide aanvallers waren er onverrichter zake en met de staart tussen de benen vandoor gegaan.

BERT HARBERTS


Terug


Amsterdam, 1 september 2006. © Bert Harberts