STAROMESTKE NAMESTI

De wc in de hotelkamer spoelde nog steeds door, zoals hij de hele nacht daarvoor al had gedaan, en het water, dat uit de warmwaterkraan van het ligbad kwam, was nog steeds koud. Trudy keek zowel het een als het ander zorgelijk aan. Het geluid van de almaar doorspoelende wc had haar en haar man Dennis een groot deel van de nacht uit de slaap gehouden en zij wilde, om een beetje wakker te worden, dolgraag een bad nemen, maar het ging haar toch een beetje te ver om midden in de herfst in een koud bad te stappen. Dus liet zij het bad maar voor een klein deel vollopen. Over twee dagen zouden ze weer in Amsterdam terug zijn en dan zou zij gelegenheid te over hebben om weer een lange, warme douche te kunnen nemen.
Het hotel bevond zich in het Tsjechische Rez, een pittoresk dorpje aan de oever van de Moldau. Het was een langwerpig, wit gebouw en het bestond uit slechts twee verdiepingen. Hun hotelkamer keek uit op het dorpje, dat voor hun gevoel zo uit een verhaal van Tsjechow leek te zijn weggelopen; de andere kant van het hotel was naar de Moldau gekeerd. De directe omgeving van Rez was zeer aantrekkelijk. Het dorp lag in een bebost dal rond de rivier en kon slechts door een paar steile en kronkelende weggetjes worden bereikt. Het station, bestaande uit twee perrons en twee deerlijk vervallen wachthokjes aan weerszijden van de spoorlijn, lag aan de overkant van de Moldau.
De service in het hotel was vriendelijk, het eten in het restaurant was zeer voedzaam en toch ook wel zeer smakelijk en eigenlijk was alleen het gebodene in de hotelkamer niet om over naar huis te schrijven. De matras van het immense bed was aan de harde kant, de verwarming stond net een paar graden te hoog en het sanitair was, zoals hierboven al gememoreerd, van een bedroevende kwaliteit. Zij had er om die redenen ook wel een beetje spijt van, dat ze aan deze georganiseerde busreis hadden deelgenomen. Bij nader inzien had zij toch liever in een duur hotel in het centrum van Praag gezeten.
Het bad was inmiddels vol genoeg naar haar zin. Zij draaide de kraan dicht, deed haar ochtendjas uit, nam naakt op de rand van het bad plaats en begon zich kalmpjes te wassen. Haar gespetter trok de aandacht van haar man en het duurde niet lang, voordat hij, gekleed in een veelkleurige pyjama, op de drempel van de badkamer verscheen. Hij keek haar even glimlachend aan en richtte toen zijn aandacht op de toiletpot.
"Ik wil naar huis", zei hij steunend.
"Waarom, liefje?"
"Ik word helemaal gek van dat gelazer met die teringplee!"
"Ah, kom! Dat gaan we zometeen even melden aan de receptioniste en dan wordt het zo geregeld."
"Denk jij nou echt, dat ze in dit maffe, tweede-wereldland op zaterdag een loodgieter voor handen hebben?"
"O, shit! Daar heb ik even niet aan gedacht!"
"Ja, maar ik dus wel. En de gedachte, dat ik tot maandagavond niet zal kunnen poepen, jaagt mij dus echt de stuipen op het lijf."
"Nou, zeg! Er zullen echt wel andere wc's in dit hotel zijn."
"Ik help het je hopen."
"Ach, gossie! Wat ben je toch een somber jochie, af en toe!"
"Tja, maar dat komt ook door die darmkrampen tijdens die sightseeing van gisteravond."
"Zit je daar nog steeds over in?"
"Ja, ik dacht gisteravond echt, dat ik gek werd. Het was best wel beangstigend."
"Toch snap ik niet, waarom je gisteravond dat toilet in de bus niet durfde te gebruiken."
"Het zal wel verlegenheid zijn geweest."
"Ten opzichte van je medepassagiers?"
"Ja, het kwam voornamelijk door dat jonge stel uit Nijmegen."
"Waarom juist door hen?"
"Omdat dat grietje mij zo leuk lijkt te vinden. En omdat die arme jongen mij regelmatig heel boos aankijkt. Ik denk ook, dat ik gisteren juist daardoor zo in de stress ben geschoten."
Zij schoot in de lach, maar besefte tegelijkertijd, dat hij vermoedelijk gelijk had. Zijn aanwezigheid leek inderdaad een wat ontregelende invloed op het jonge echtpaar te hebben.
"Het is maar goed, dat zij je niet in die mooie pyjama kan zien", zei zij plagend.
"Ja, spot er maar mee!"
Zij haalde grinnikend haar voeten uit het badwater, stond op, greep een badhanddoek van het hotel van de wastafel en begon zich af te drogen. Hij bekeek dat toch alledaagse tafereeltje met een wat eigenaardige gelaatsuitdrukking.
"Wat is er?", vroeg zij lachend.
"Niets!"
"Heb je soms zin in seks?"
"Ja, eh... nee!"
"Dat is geen duidelijk antwoord."
"Ja, ik heb wel zin. En nee: ik heb geen zin, zolang die teringplee nog staat door te spoelen."
"Dat is jammer, want de bus vertrekt pas om negen uur naar Praag, dus we hebben best nog wel even tijd."
"Tja, zo ben ik nu eenmaal. Ik kan niet vrijen als ik over iets aan het tobben ben."
"Maar het is toch ontspannend?"
Daar reageerde hij niet meer op. Hij wierp weer een misprijzende blik op de toiletpot en Trudy legde zich bij het onvermijdelijke neer. Het zou er deze morgen niet meer van komen. Zij liep langs hem heen, verliet de badkamer en nam op het bed plaats om zich aan te kleden. Zij deed haar beha om, trok een slipje en een jarretellegordeltje aan en begon een zwarte nylonkous op te rollen.
"Neem jij wel een bad?", vroeg zij.
"Neuh."
"Waarom niet?"
"Omdat die klotekraan nog steeds geen warm water geeft."
"Dat valt mij van je tegen, hoor!"
Zij stopte haar linkervoetje in de kous, rolde hem af en maakte hem aan de twee jarretelles vast. Tijdens het oprollen van de andere kous kwam Dennis met natte haren de kamer binnenlopen. Hij keek kalm toe, hoe zij ook de andere kous aantrok.
"Ik heb er nooit aan kunnen wennen, dat je van die enge, fully-fashioned nylonkousen bent gaan dragen!", merkte hij op.
"Wat is daar zo eng aan?"
"De kouseboorden van die kousen zijn zo breed! Ze hebben iets... iets..."
"Geils?"
"Ja, dat ook! Maar ik zocht eigenlijk naar een ander woord. Ze hebben iets... intimiderends! Iets, wat mij telkens weer helemaal van mijn stuk brengt."
"Maar je vindt ze dus wel mooi!"
"Ja, hoor! Ze maken die mooie, goddelijke stelten van jou alleen maar mooier!"
Zij hield zich onderwijl met de laatste jarretelle bezig en liet haar vingers daarna liefdevol over die 'intimiderende, brede kouseboorden' glijden. Zij was, zoals altijd, zeer gevleid door zijn aandacht voor haar lichaam.
"Hm, zou je je ook niet eens aankleden?", vroeg zij grinnikend.
"Waarom?"
"Omdat ik van plan ben om nu naar de receptie te lopen!"
"Om je beklag om over die teringplee te doen?"
"Nee, om vriendelijk te vragen, of ze er iets aan kunnen doen. En als er wel op zaterdag een loodgieter voor handen is, zou het wel handig zijn als jij hier niet in je pyjama rondliep."
"Trek je, voor je weggaat, dan wel eerst even een jurk aan?", vroeg hij grinnikend.
"Ja, natuurlijk, imbeciel!"
"Ik ben blij dat te horen!"
Zij deed een greep naar de lange, zwarte jurk, die naast haar op het bed lag, trok hem over het hoofd en stapte in haar schoenen.
"Kom je snel terug?", vroeg hij, daarmee een van zijn favoriete stopwoorden gebruikend.
"Ik kom helemaal niet terug", antwoordde zij, terwijl zij van het bed opstond en naar de deur liep, "Want na mijn bezoek aan de receptioniste ga ik meteen ontbijten."
"Hee! Dat is geen gek idee! Dat ga ik zometeen ook doen."
Ook dat was een tamelijk melige opmerking, waarmee hij haar overigens wel een plezier deed. Die melige opmerkingen vormden meestal de afsluiting van een melancholische bui en het begon er nu op te lijken, dat hij de gevolgen van de lichtelijk traumatische sightseeing van gisteravond inderdaad te boven was.
Met die plezierige gedachte in het achterhoofd verliet zij de kamer en liep zij de lange gang in. Halverwege die trap lag de trap naar de begane grond en onderaan die trap bevond zich de piepkleine lobby, bestaande uit een vierkant tafeltje en zes lage, beige stoelen. Schuin tegenover die lobby was de receptie en die receptie werd nu door een gemoedelijke, zwartharige vrouw van Trudy's leeftijd bemand. Trudy stapte op de vrouw toe en viel meteen met de deur in huis:
"Goodmorning, we've had some trouble with our toilet, last night. We still have, as a matter of fact."
"O, yes!", antwoordde de receptioniste, "I know! I've heard it! It's must have been a terrible noise for you and your husband. But don't worry! In half an hour there will be a plumber to fix it."
"O, that's splendid!", zei Trudy, met een zucht van verlichting, "Thank you very much!"
"You're welcome!"
Trudy knikte de receptioniste vriendelijk toe en liep naar de ontbijtzaal. Daar had zij het rijk vooralsnog alleen. Zij liep naar de tafel, waarop de harde broodjes lagen, pakte er twee uit het mandje, schonk zich ook een kop koffie in en zocht haar favoriete plekje aan het einde van de ontbijtzaal op.
Zij had heel veel zin in deze dag. Zij was al jaren helemaal weg van Praag en zij vond het heerlijk om er weer een hele dag te kunnen doorbrengen. In 1992 waren zij en Dennis er voor het laatst geweest en de wat verlopen en verwaarloosde stad van toen was in de negen jaar daarna danig opgeknapt. Gisteren hadden ze al uren door de stad rondgezworven, voortdurend van terrasje naar terrasje hoppend en de ene foto na de andere makend.
Een voor een kwamen hun medereizigers binnen. De eerste ontbijters waren de heer en mevrouw Van Elswijk uit Nijmegen, de ouders van Melissa, het jonge meisje, waar Dennis daarnet op doelde. Mevrouw van Elswijk was een hartelijke, mollige vrouw met kort, geblondeerd haar; haar man was het sprekend evenbeeld van P.G. Wodehouse, een boomlange, bebrilde en vrijwel kale man, die, net als Wodehouse, een verwoede pijproker bleek te zijn. Ze groetten Trudy hartelijk, maar gingen toch aan een andere tafel zitten.
Een paar seconden later zag zij Dennis de ontbijtzaal binnenkomen, samen met mevrouw Weber, een bejaarde, alleenstaande vrouw uit Breda, de bekoorlijke Melissa, een bebrilde en welgevormde brunette, en haar knappe man Mark. De oude vrouw was Dennis iets aan het vertellen en Trudy vermoedde, dat hij dat vermoedelijk niet zo prettig vond. Het onderhouden van dit soort losse contacten was bepaald niet zijn sterkste kant. Gelukkig voor hem wist hij zich toch voor even van de vrouw los te scheuren. Hij wierp een paar broodjes en twee stukjes roomboter op een bord, schonk zichzelf een kop koffie in, liep naar Trudy toe, ging tegenover haar zitten en drukte op galante wijze een kus op haar lippen.
"Waar heb ik dat aan te danken?", vroeg zij lachend.
"Dat was je ochtendkus."
"O, jee! Dat is waar! Die is er door de consternatie over die teringplee helemaal bij ingeschoten."
"Wat zei de receptioniste?"
"Er is al een loodgieter onderweg."
"Dat meen je niet!"
"Dat meen ik wel!"
"Wel, dat heb je dan fantastisch snel geregeld."
"Ja, hè? Hij is vermoedelijk nu al zijn zegenrijke werk aan het verrichten."
"Oef, wat is dat een opluchting! Dat heb je echt heel goed gedaan!"
"Wat zeg je dan?"
"Dank je wel, lieve, snoezige Trudy!"
"Is dat alles?"
"Hm, nou vooruit dan maar."
Hij gaf haar nogmaals een kus, maar helaas werd hun plezierige tête à tête daarna verstoord, omdat mevrouw Weber naast Trudy kwam zitten.
"Eet smakelijk!", zei Trudy hartelijk.
"Dank je, kind!"
Trudy zag, dat Melissa en Mark zich bij het echtpaar Van Elswijk voegden en hoorde hoe ze vrijwel meteen in een verhitte, politieke discussie met Melissa's moeder verzeild raakten. Mevrouw Van Elswijk bleek om een onduidelijke reden de pest aan premier Wim Kok te hebben; haar dochter en schoonzoon probeerden haar daarvan af te helpen. Mevrouw Weber toonde geen interesse in de discussie en stak zonder noemenswaardige aanleiding een lang referaat over haar hondenmanie af.
Trudy slaagde erin om dat referaat aanvankelijk met perfect gespeelde belangstelling aan te horen, maar zij raakte de draad van het verhaal een beetje kwijt, toen de linkerhand van haar man onder haar jurk verdween. Zij keek hem even aan en zag, dat hij met een volstrekt neutrale gelaatsuitdrukking naar zijn bord staarde. Vermoedelijk wist hij zelf niet eens, wat zijn hand nu aan het doen was. Haar eerste opwelling was om de hand discreet weg te duwen; de tweede was om hem een venijnige schop tegen zijn schenen te geven. Uiteindelijk deed zij noch het een, noch het ander en liet zij hem rustig zijn gang gaan. Zij was allang een beetje moe van mevrouw Weber, die een tikje aan de egocentrische kant was en zichzelf een beetje te graag hoorde praten, en de amoureuze schelmenstreek van Dennis vormde een plezierige afleiding voor haar.
"Hebben jullie nog huisdieren?", vroeg mevrouw Weber, tijdens een kortstondig moment van belangstelling voor haar medemens.
"Een kater", antwoordde Dennis, toen Trudy's antwoord een beetje lang uitbleef, "Een lieve en zeer aanhankelijke kater."
"A propos: hoe was die sightseeing van gisteren eigenlijk?"
"Ach, die viel een beetje tegen. We zijn eigenlijk alleen maar om de oude stad heengereden. De mooiste plekken hebben we in ieder geval niet gezien."
"Zie je wel, het is maar goed, dat ik niet ben meegegaan."
Dennis bleef onderwijl Trudy's rechterdij strelen en het knisperende geluid, dat haar kous daarbij maakte, moest ook voor de anderen te horen zijn. Het scheen desondanks niet tot mevrouw Weber door te dringen, want zij kwebbelde weer rustig door, ditmaal over de reis, die zij eens met haar gestorven man door het Beierse Woud had gemaakt. Trudy vermoedde, dat Mark en Melissa wel door hadden, wat Dennis aan het doen was en het was voor het eerst, dat zij Mark breeduit zag glimlachen en Melissa ietwat somber voor zich uit zag kijken. Dennis hield onderwijl de conversatie met mevrouw Weber gaande en zo kabbelde het ontbijt plezierig voort.
Om vijf voor negen verlieten Dennis en Trudy de ontbijtzaal. Ze liepen naar hun kamer, waar het mankementje aan het toilet al verholpen bleek te zijn, trokken hun jassen aan en liepen naar de bus. Ze waren de eersten, die de bus binnengingen en hun vaste plaats opzochten, maar de andere passagiers volgden snel en om precies negen uur gooide Frank, de chauffeur uit Breda, zijn peuk weg en stapte ook hij de bus in. Hij sloot de deur, trok zijn jas uit en ging achter het stuur zitten, waar hij eerst zijn obligate welkomstwoorden de microfoon inslingerde en vervolgens iets over de plek vertelde, waar hij hen straks naar toe zou brengen: Hradcany, de Praagse burcht.
Trudy hoorde het wat soezerig aan en hoopte dat Frank een beetje tempo wilde maken. Zij wilde zo snel mogelijk in Praag zijn. Hij was inderdaad niet lang van stof. Het duurde maar even, voordat hij de motor startte en de bus aan de beklimming van de steile heuvels van Rez kon beginnen. Bij het ronden van de eerste haarspeldbocht keek Trudy even naar Dennis en zij zag meteen, dat hij weer een beetje bleek om de neus werd.
"Ben je nou nog steeds bang, dat Frank een keer een bocht mist?", vroeg zij.
"Ja, ik schijt weer bagger!"
"Letterlijk of figuurlijk?"
"Voornamelijk figuurlijk en ook een klein beetje letterlijk!"
"Echt?"
"Ach, het valt wel mee! Het zal wel overgaan als we eenmaal in Praag zijn. Dan hebben we Praag de hele dag voor onszelf."
"Hm, had jij nou ook niet veel liever in een duur hotel in Praag zelf gezeten."
"Ja, natuurlijk! Als je er goed over nadenkt, is het ook wel een beetje verwonderlijk, dat twee miljonairs aan zo'n eenvoudig en van luxe gespeend busreisje deelnemen."
"Ach, wat zeg je dat toch weer mooi!", zei zij, op een zoetsappig toontje.
Hij grinnikte wat voor zich heen, maar deed er verder het zwijgen toe. De bus had Rez inmiddels verlaten en reed door een saai, haast Nederlands aandoend landschap. De huisjes in de gehuchten, waar zij doorheen reden, waren kaal, lelijk en verwaarloosd. De stad kwam gelukkig al vrij snel in zicht. De buitenwijken zagen er ook bijzonder saai uit, maar zodra de Moldau in zicht kwam, werden de huizen mooier en mooier. Ditmaal staken ze de Moldau niet over. De bus bleef op de linkeroever rijden en stopte uiteindelijk op een parkeerplaats in een villawijk bij het Strahov-klooster.
De passagiers stapten uit en de meesten gingen vrijwel meteen op in de grote mensenmassa, die zich via het Pohorelec een weg naar de burcht baande. Alleen Dennis en Trudy bleven even bij dat trechtervormige pleintje dralen om wat foto's te maken.
"En?", vroeg zij, terwijl zij met een stralende glimlach in de lens van zijn fototoestel keek.
"Wat en?"
"Geen darmkrampen meer?"
"Nee, nu we weer op onszelf zijn, zijn ze als bij toverslag verdwenen."
"Het komt dus toch door die aardige medereizigers van ons."
"Ja, daar lijkt het wel op, hè? Ik begin ook heel erg tegen die ellenlange terugreis op te zien."
"Ach, het zal wel meevallen, jôh!"
"Ach, ja, laten we er maar het beste van hopen."
Hij stopte zijn fototoestel in zijn jaszak en vervolgens wandelden ze hand in hand in de richting van de burcht. Het was tamelijk koud, op deze vroege zaterdagochtend, maar de zon scheen uitbundig en zette de Gouden Stad ook daadwerkelijk in een gouden licht. Trudy genoot met volle teugen van de wandeling. Opnieuw viel het haar op, hoezeer de stad in de voorbije negen jaar was opgeknapt.
"Het is echt een sprookjesstad geworden, hè?", merkte Dennis op, "Het is nu een soort reuze-Efteling, maar dan met echte bewoners."
"Ja, Praag zou echt iets voor Anton Pieck zijn geweest."
"Dat denk ik niet."
"Waarom niet?"
"Anton Pieck vond een oud huis pas mooi als de muren vol barsten zaten en de verf helemaal, of gedeeltelijk was afgebladderd."
"Dat meen je niet!"
"O, jawel! Hij vond het helemaal niet prettig als een oud huis was opgeknapt. 'Het duurt meestal vijftig jaar, voor er weer een beetje sfeer in zit', zei ie altijd."
"Hm, dat valt mij van hem tegen."
"Tja, het vuile, verwaarloosde Praag van tien jaar geleden zou hem meer hebben aangestaan."
"Nou, ik ben het lekker niet met hem eens. Ik vind het Praag van 2001 veel mooier dan het Praag van 1992."
"Ik ook, mijn lief, ik ook!"
Op het Loretanske Namesti, een intiem pleintje, met het Loreta-heiligdom als voornaamste attractie, hielden ze even stil. Dennis haalde opnieuw zijn fototoestel tevoorschijn en nam dat Loreta-heiligdom van opzij in het vizier. Een grijzende man met een grote, rode schoudertas, die vermoedelijk op weg was naar het Loreta-heiligdom, bleef ook even stilstaan om Dennis zijn foto te laten maken, maar Dennis gaf hem genadiglijk toestemming om zijn weg te vervolgen. De man bedankte hem vriendelijk en werd vervolgens door Dennis op de gevoelige plaat vastgelegd.
"Wat brutaal van je om die man ongevraagd te fotograferen!", riep Trudy spottend.
"Ja, hè? Maar de foto is dankzij zijn aanwezigheid daarop een stuk leuker geworden."
"Ik blijf het een schandaal vinden."
"Goed, lieverd! Als je dat echt vindt, geef ik je hierbij toestemming om hem achterna te rennen en hem alsnog zijn toestemming te ontfutselen."
"Ik kan niet rennen als ik kousen draag."
"Waarom niet?"
"Omdat mijn lieve, kleine kousevoetjes dan voortdurend wegglijden en ook omdat mijn jarretelles dan misschien losschieten. En je weet, wat ik moet gaan doen als dat gebeurt."
"Ja, dat weet ik. Dus laat maar zitten."
Ze liepen verder over de Loretanska tot het Hradcanske Namesti en bewonderden de prachtige paleizen rondom dat plein.
"Zou je niet eens wat foto's maken?", vroeg zij.
"Dat heeft geen zin!", antwoordde hij, met een diepe zucht, "Hiervoor schiet mijn fotografeertalent simpelweg te kort."
"Waar slaat dat nou op? Je bent vakantiekiekjes aan het maken. Niemand zal je erop aanspreken als ze compositorisch niet helemaal juist zijn."
"Nee, dit is veels te mooi, allemaal. Ik word hier echt vreselijk moedeloos van."
"Ha! Wanneer ik dat meer gehoord?"
"Ja, ja, ik had er ook wel eens last van als ik jou aan het tekenen was."
"Als ik op, op mijn mooie kousen na, naakt op bed lag en ik je langzaam maar zeker het bed inlokte?"
"Je mag niet met mijn faalangst spotten, dom, dik seksslavinnetje van mij!"
"Goed, lieverd. Ik zal het niet meer doen. Zeg mij maar, wat je nu wilt gaan doen."
"Laten we de Koninklijke Route maar even aflopen."
"En daarna?"
"Daarna gaan we ergens koffie drinken en daarna gaan we kriskras door de stad zwerven, tot we dood- en doodmoe zijn."
"Goed, liefje."
Ze verlieten de burchtheuvel en verwisselden de wijk Hradcany voor de wijk Mala Strana, de meest lieflijke wijk van Praag. Ze daalden via Nerudova, een prachtige, steil aflopende straat, naar Mala Strana af.
"Mis je het tekenen eigenlijk niet?", vroeg zij, met een zekere aarzeling.
"Neuh..."
"Echt niet? Je hebt er toch eigenlijk altijd veel lol in gehad en je hebt echt heel erg veel talent."
"Nee, het is goed zo! Ik heb een heleboel tekeningen van jou gemaakt, waarop ik jouw bloei-jaren heb vereeuwigd en dat is meer dan genoeg voor mij."
"Toch heb je wel eens gezegd, dat je ook mijn lichamelijke aftakeling wilde gaan vastleggen."
"Dat klopt, maar daar was ik, voor ik met tekenen stopte, al van teruggekomen."
"Waarom?"
"Ach, het is gewoon een gevoelskwestie. Het tekenen was altijd een oefening in zelfdiscipline voor mij. Door jou te tekenen wilde ik mijzelf er van weerhouden om mij op elk vrij uurtje aan je goddelijke lichaam te vergrijpen. Maar nu we ouder worden, kan ik dat echt niet meer opbrengen."
"We zijn ook veel meer gaan vrijen, sinds jij met tekenen bent gestopt."
"Precies! En dat wil ik graag zou houden. Vanaf nu wil ik zo vaak en zo lang mogelijk met je vrijen en ik wil daarmee doorgaan, tot we er dood bij neervallen."
"Dat is mooi, schatje!", zei zij opgetogen, "Dat klinkt mij echt als muziek in de oren."
"Ik had ook niet anders verwacht", zei hij grinnikend.
Na enige minuten betraden ze het op een na mooiste plein van Praag: het Malastranska Namesti. Het hobbelige, met kinderkopjes geplaveide plein werd door vele oogverblindende barokpaleizen omringd; de al even fraaie Sint Nicolaasdom sneed het plein doormidden.
"Ik vraag mij af of Mala Strana niet de wijk is, waardoor Praag Amsterdam in schoonheid overtreft", zei Trudy.
"Nee, Amsterdam is toch mooier", zei Dennis, een tikje nukkig.
"Ben jij als geboren en getogen Amsterdammer wel de juiste persoon om daar een oordeel over te vellen?"
"Nee, niet echt."
"Waarom doe je dat dan?"
"Gewoon! Omdat ik zin heb om je tegen te spreken!"
"Wat is daar de lol van?"
"Ik zou het echt niet weten. Misschien om mijn zinnen een beetje te verzetten."
"Is dat nodig, dan?"
"Ja, die zinnen zijn namelijk een beetje van streek."
"Zou je iets duidelijker kunnen zijn?"
"Praag heeft iets ongehoord sensueels over zich. Het is een stad, waar je eeuwig de liefde zou kunnen bedrijven."
"We hadden echt een hotel in Praag moeten nemen, hè?", mompelde zij, met iets van wanhoop in haar stem.
"Ja, dat is zo! Maar dan waren we die kamer misschien wel helemaal niet meer afgekomen."
"Dat denk ik ook wel, ja", riep zij schaterend.
"Nee, dit is eigenlijk beter!"
"Vind je?"
"Ja, het is heel leuk om met jou aan mijn zijde door deze voluptueuze, weelderige stad te kunnen zwerven en onderwijl van je mooie heupen, dijen en billen te kunnen dromen. Ik kan mij op die manier op een hele plezierige manier opladen voor de vrijpartij van vanavond."
"Je hebt mijn mooie heupen, dijen en billen nu ook zeker heel duidelijk voor ogen, neem ik aan."
"Jawel, en omdat jij nu een mooie, lange jurk draagt, ben ik nu ook de enige, die ze ziet."
"En daar ben je dus heel erg gelukkig mee!"
"Ja, nou! Ik vind het heerlijk om dat deel van jou nu helemaal voor mijzelf te hebben."
"Ach, wat is het toch fantastisch om een vrouw van middelbare leeftijd te zijn!"
"Omdat je je daardoor gedwongen voelt om je buitenshuis wat minder sexy aan te kleden?"
"Ja, precies! Ik heb het dan wel altijd wel voor jou gedaan, maar ik besef, dat ik daarmee ook wel vaak de aandacht van andere mannen zal hebben getrokken."
"Dat denk ik ook wel, ja."
Ze waren het Malastranska Namesti inmiddels helemaal overgestoken en liepen nu via Mostecka naar de Karelsbrug. Eenmaal aan het einde van Mostecka gekomen liepen ze onder de brugtoren van Mala Strana door en daarna strekte de lange, eeuwenoude Karelsbrug zich voor hen uit. Het was bijzonder druk op de brug en ze vorderden slechts langzaam. Het uitzicht over de Moldau en de oude binnenstad was bijzonder fraai, maar Trudy had meer oog voor haar man. Nu hij zijn lange, zwarte winterjas droeg, deed hij haar een beetje aan Franz Kafka denken, althans aan het figuurtje van Kafka, zoals dat op de vele, in de stad verkrijgbare T-shirts was te zien. Bij die jas hield de gelijkenis overigens wel meteen op. Met zijn knappe gezicht, zijn lange, blonde haren en zijn rijzige gestalte had hij qua uiterlijk eigenlijk weinig met Kafka gemeen.
"Je ziet er weer veels te lekker uit, vandaag!", zei zij.
"Dank je!"
"Ik meen het, hoor!"
"Ik geloof je wel", zei hij, met een wat treiterig aandoende grijns.
"Ik heb best wel zin om zometeen een leuk treinritje te maken."
"Waarom?"
"Ik denk, dat zo'n treinritje de enige manier is om even een vluggertje te maken."
"In het toilet, bedoel je?"
"Ja!"
"Hm, daar zou ik mij maar geen illusies over maken als ik jou was."
"Waarom niet."
"Ik ben, zoals je weet, gisteren even in het toilet van dat Masarykovo-station geweest en dat was..."
"Geen onverdeeld genoegen?"
"Nee, en ik neem niet aan dat het toilet van de trein naar Kralupy veel schoner zal zijn."
"Waarom wil je per se naar Kralupy?"
"Ha! Jij hebt gisterochtend niet goed opgelet, toen Frank ons op dat Masarykovo-station uitlegde, hoe wij met de trein naar Rez konden gaan."
"De trein naar Kralupy is dus de trein naar Rez!"
"Ja."
"Maar wat let ons dan om na de voltooïng van de Koninklijke Route de trein naar Rez te nemen en ons voor de rest van de middag in onze hotelkamer terug te trekken?"
"Mijn ijzeren wilskracht."
"Sinds wanneer heb jij een ijzeren wilskracht?"
"Sinds vandaag. Ik wil in Praag blijven, tot de bus weer naar Rez vertrekt."
"En wil je al die tijd ook van mijn mooie heupen, dijen en billen blijven dromen?"
"Ja, ik wil die twee heerlijke bekers tot de laatste druppel leegdrinken. Het zal met afstand het langste voorspel uit ons huwelijk gaan worden."
"Maar als we met de bus naar Rez reizen, zijn we ook min of meer verplicht om in het restaurant van het hotel te gaan eten."
"Dat zijn we helemaal niet verplicht en dat moeten we ook als we nu al naar Rez reizen, maar als je dat echt wilt, zullen we het voorspel daar gewoon voortzetten. Alleen zal ik dan wel een beetje verder gaan dan ik vanochtend deed. En zeker als je zo vriendelijk wilt zijn om voor de maaltijd je slipje uit te trekken."
Zij bleef stilstaan, stampte even met haar rechtervoetje op de grond en wierp hem een vernietigende blik toe.
"Je bent echt een krankzinnige imbeciel, hè?", beet zij hem toe, "Ik bied je mijn goddelijke lichaam aan, omdat ik op hete kolen zit en je reageert daarop met een voorstel, dat het alleen maar erger voor mij maakt. Volgens mij ben je echt hartstikke gestoord! Ik zou je eigenlijk moeten laten opsluiten!"
"Kom nou maar mee. Dan gaan we in Stare Mesto een leuk souvenirtje voor je moeder kopen."
"Ja, praat er maar weer overheen."
Ze liepen verder over de brug, liepen onder de brugtoren van Stare Mesto door, staken het kleine Krizovnicke Namesti en de drukke Krizovnicka over en liepen Karlova in: een smal straatje, met vele bontgekleurde, renaissancistische en barokke huizen, dat door de terrasjes langs het immense Klementinum, voorheen een Jezuïetencollege, nu een museum, nog werd versmald.
Ze hielden even stil voor de etalage van een souvenirwinkeltje, maar ze konden daar niets van hun gading vinden en vervolgden welgemoed hun weg. Karlova ging uiteindelijk in het kleine, driehoekige Mala Namesti over en daarna waren ze nog maar een paar stappen van het mooiste plein van Praag verwijderd: het wonderschone Staromestke Namesti. Daar besloten ze om even wat te gaan drinken. Ze kozen voor een terrasje tegenover de zijgevels van het uit meerdere huizen bestaande stadhuis en het duurde niet lang, voordat ze beiden aan de bosbessenthee met honing en citroen zaten. Ze hadden vanaf deze plek een mooi uitzicht: ze zagen de Tynkerk ver boven de oude, achttiende eeuwse gevels aan de oostkant van het plein uitsteken en de toeristen bleven in groten getale lang hun terrasje voorbijschuifelen.
Na een poosje zag zij, dat Dennis over iets aan het peinzen was. Zij vroeg zich af, wat het kon zijn en zij vermoedde, dat hij weer over de terugreis zat te tobben.
"Wat denk je aan?", vroeg zij, terwijl zij hem even over zijn haren streelde.
"Aan Tum Tum", antwoordde hij, doelend op hun kat.
"Waarom?"
"Ik vroeg mij af, hoe het nu met hem gaat."
"Goed, natuurlijk! Mama is toch bij hem?"
"Ik mis hem."
"Ik ook, lieverd. Maar ik ben ervan overtuigd, dat mama goed voor hem zal zorgen."
"O, dat geloof ik best, maar ik mis hem toch."
"Je bent nog steeds geen echte vakantievierder, hè?"
"Nee, ik vind het heerlijk om te reizen, maarre..."
"Maarre wat?"
"Ik vind het nog steeds plezieriger om thuis te komen."
"Toch heb je ontzettend naar deze vakantie uitgekeken!"
"Ja, en ik zal er, als we eenmaal in Amsterdam terugzijn, ook met veel genoegen op terugkijken."
"De voorpret en de napret is fijner dan de vakantie zelf, bedoel je."
"Ja."
"Maar je wilt toch wel blijven reizen, hè?"
"Ja, hoor! Maar liever nooit meer met een georganiseerde reis."
"Dat beloof ik je, lieverd! Dat is toch wel een hele stomme vergissing van mij geweest."
"Ach, welnee! Laten we deze vakantie maar gewoon als een soort verkenningsvakantie beschouwen."
"Voor de Praag-vakanties in de toekomst?"
"Ja, want ik wil hier toch wel heel vaak terug blijven komen."
"Ik zou hier eigenlijk best wel een paar maanden per jaar willen wonen."
"Shit! Dat is eigenlijk best wel een lumineus idee!"
"Ja, hè?"
"Hoe stel je je dat dan voor?"
"Ik weet het eigenlijk niet. We kunnen het ons natuurlijk makkelijk veroorloven om een paar maanden per jaar in een Praags hotel te gaan zitten."
"Ja, dat is zo."
"Maar we zouden natuurlijk ook op zoek naar een appartementje kunnen gaan", zei zij, terwijl haar opnieuw een lumineus idee inviel, "Enne... dan zouden we Tum Tum misschien wel mee kunnen nemen!"
"O, wat een gaaf idee!"
"Maar ja, ik weet natuurlijk niet, of zoiets mogelijk is."
"Nee, maar we kunnen er natuurlijk wel van dromen. Enne... als Tsjechië over een paar jaar in de Europese Unie zit, zou die droom best eens werkelijkheid kunnen worden."
"O, wauw! Daar had ik niet eens aan gedacht!"
Ze vielen stil en Trudy mijmerde verder over het nieuwe toekomstperspectief. Dat appartementje, misschien ergens in een flatgebouw in het zuiden van Mala Strana, was inderdaad geen hersenschim. De enige rem was, behalve Tum Tum, hun verknochtheid aan hun familie. Haar moeder was zeventig, de broers van Dennis waren in de vijftig en zestig en het idee om die dierbaren tijdens hun levensavond voor een langere periode achter te laten, stond haar zeer tegen. Praag lag weliswaar op een paar uur vliegen van Amsterdam, maar zowel zij als Dennis had nog nooit in een vliegtuig gezeten en ze hadden elkaar ook beloofd om dat nooit te zullen doen.
De gedachte aan haar moeder deed nu ook in haar een gevoel van heimwee ontwaken.
"Hoe zou het eigenlijk met mama zijn?", vroeg zij.
"Goed, natuurlijk!"
"Waarom is dat zo natuurlijk?"
"Omdat zij eindelijk weer eens regelmatig met een lekkere vent naar bed gaat."
"Ja!", zei zij schaterend, "Zij is daardoor helemaal opgefleurd, hè?"
"Ja, nou!"
"Al blijft het natuurlijk vreemd, dat een vrouw van zeventig zich elke zondagavond door een gigolo laat verwennen."
"Dat is helemaal niet vreemd! Dat behoor je de normaalste zaak van de wereld te vinden."
"O, shit! Ik denk ineens aan iets raars."
"Wat dan?"
"Zou zij morgen die jongen bij ons thuis gaan ontvangen?"
"Misschien wel."
"Hm, ik weet niet, of ik dat wel een prettig idee vind."
"Hm, ik weet niet, of ik dat wel een prettig idee vind", bauwde hij haar na, "Wat maakt dat nou uit, dom, nuffig trutje dat je bent?"
"Vind je het dan geen raar idee, dat zij morgenavond met dat ventje in ons bed ligt?"
"Nee, als zij daarna de lakens verschoont, kan het mij echt niks verdommen."
Zij schoot opnieuw in de lach, maar zij zag daarna tot haar niet-geringe verbijstering, dat hij het meende.
"Jezus!", riep zij, met een mengeling van trots en irritatie, "Wat ben jij een vrijgevochten ventje geworden!"
"Nee, ik ben helemaal niet vrijgevochten. Ik ben een heel net, oppassend ventje, dat nooit buiten het potje pist en dat ook nooit zal doen, maar ik wens mij geen waardeoordeel aan te meten over mensen, die dat in de ogen van andere mensen wel doen."
"Die liberale instelling heb je volgens mij van Tsjechow gejat!"
"En van Carmiggelt!"
"En die zal die liberale levensinstelling ook wel van Tsjechow hebben gejat."
"Dat lijkt mij heel waarschijnlijk. Carmiggelt schijnt er een gewoonte van te hebben gemaakt om elk jaar de brieven van Tsjechow te herlezen en als je dat trouw elk jaar hebt gedaan, dan zul je inderdaad wel het een en ander van de levensinstelling van Tsjechow hebben overgenomen."
"Tja, dat denk ik ook wel ja."
Zij krabte even aan haar rechterkuit. Zij moest ineens aan een gesprek denken, dat ze tijdens hun vorige vakantie in Freiburg hadden gevoerd en het leek haar wel aardig om het voornaamste onderwerp van dat gesprek weer eens ter sprake te brengen.
"Maar jij had dus wel buiten het potje willen pissen als ik met een ander getrouwd was geweest", zei zij liefjes.
"Ja, dan wel!"
"Maar had je dan echt geen poging gedaan om mij van die ander af te pikken?"
"Neuh."
"Waarom niet?"
"Omdat dat heel erg egoïstisch van mij zou zijn geweest."
"Egoïstisch?"
"Ja, ik zou jou de liefde van die ander niet hebben willen ontzeggen."
"Maar je had dus wel een verhouding met mij willen hebben?"
"Ja, want ik had je ook mijn liefde niet willen ontzeggen."
Die laatste drie opmerkingen van hem brachten elk voor zich een kleine ontploffing in haar teweeg en de laatste opmerking sloeg haar voor even met stomheid.
"Maar had je er dan zelf geen andere vrouw bij willen hebben?", vroeg zij.
"Neuh...", antwoordde hij grinnikend, "Ik denk, dat ik aan jou mijn handen wel vol zou hebben gehad."
"Je bent hartstikke gek!"
"Waarom nou?", vroeg hij, met komisch opgetrokken wenkbrauwen, "Waar staat geschreven, dat vrouwen geen twee mannen mogen hebben?"
"Ik eh...", mompelde zij.
"Wat, lieverd?"
"Ik wil hier weg. Ik moet even een stukje lopen."
"Waar wil je heen?"
"Het maakt mij niet uit. Laten we eerst de Koninklijke Route maar even aflopen. Daarna zien we wel weer."
"Goed, lieverd. Dan doen we dat."
Hij wenkte de jeugdige ober en rekende met hem af. Trudy keek dat met een koortsig ogend gezicht aan. Bij het verlaten van het terras gaf zij hem een arm en klemde zij zijn arm vast tegen haar lichaam. Hij scheen wel te snappen, wat er door haar heenging en leidde haar zwijgend en met een minzaam glimlachje over het nog steeds overvolle Staromestke Namesti naar de Tynkerk, waar ze aan het laatste stukje van de Koninklijke Route begonnen.

BERT HARBERTS


Terug