LAZY DAY, SUNDAY AFTERNOON

Dennis ging op de rand van het bed zitten, viste zijn slipje en zijn T-shirt van de vloer en trok die kledingstukken gedachtenloos aan. Achter hem lag zijn vrouw Trudy te slapen, een blonde, mollige en goed geconserveerde schoonheid van vijfenveertig. Zij was vrijwel naakt; zij droeg slechts een wit jarretellegordeltje en twee bruine nylonkousen. Haar rechterkous zat nog aan de twee jarretelles vast; de linkerkous zat rond haar enkel gedrapeerd. Ze hadden een heerlijke en tamelijk lange nacht gehad en als gevolg daarvan hadden ze een flink gat in de dag geslapen. Het was namelijk al tien voor half twaalf.
Dennis stond van het bed op, greep zijn jeans van de vloer, verliet de slaapkamer, pakte schoon ondergoed en een badhanddoek uit de linnenkast op de gang en liep naar de douchecel. Het douchen verkwikte hem. Daar bleef het trouwens niet bij, want de gedachte aan zijn naakte vrouw in de slaapkamer wond hem alweer danig op. Hij bleef langer onder de douche staan dan gebruikelijk en hij vond het heerlijk om even ongestoord over dat heerlijke lijf en die prachtige kousebenen te kunnen dromen, maar uiteindelijk draaide hij de kranen toch maar dicht en begon hij zich af te drogen.
Na zich te hebben aangekleed, drentelde hij de keuken binnen. Hij schakelde het inbraakalarm uit, hetgeen hij elke keer weer als een zenuwslopende aangelegenheid ervoer, vulde een fluitketel met water en zette de fluitketel op het gas. Tijdens het wachten op het koken van het water vroeg hij zich af, wat hij vandaag zou gaan doen. Niets waarschijnlijk. Hij hoopte de komende dagen in ledigheid door te kunnen brengen. Bij voorkeur met het mijmeren over de zin en onzin van het leven. De rest van de tijd wilde hij vullen met eten, drinken, slapen en zo vaak en zo lang mogelijk met Trudy vrijen.
Zijn vrouw was inmiddels opgestaan en hij hoorde haar naar de douchecel lopen. Het water in de fluitketel kookte al en hij haastte zich om het gas uit te draaien en vervolgens twee smakelijke espresso's te fabriceren. Hij was er net op tijd mee klaar, want toen hij de kopjes op de tafel had gezet en aan die tafel was gaan zitten, kwam Trudy, naakt en met natte, gekamde haren, de keuken binnenlopen. Zij liep glimlachend naar hem toe, gaf hem zijn welverdiende ochtendkus en ging tegenover hem zitten.
"Dag, lieverd!", zei hij, "Goed geslapen?"
"Als een roos!"
"Ik ook! Maar ik was vannacht ook wel een beetje uitgeput na het vrijen."
"Meen je dat nou?"
"Ja, en eigenlijk heb ik nog steeds slaap. Ik hoop echt, dat ik vanmiddag nog even een dutje kan doen."
"Ach, jee! Heb ik mijn lieve ventje dan zo afgemat, vannacht?"
"Je mag mij geen ventje noemen, malle meid!"
"Waarom niet?"
"Omdat ik al sinds zes maanden vijfenveertig ben."
"Goed, liefje, ik zal het niet meer doen."
"Mooi zo!"
"En om het goed met je te maken, mag jij nu zeggen, welke kleren ik vandaag moet aantrekken!"
"Mag ik dat vandaag bepalen?"
"Ja!"
"Trek dan maar dat witte zomerjurkje, een paar bruine nylons en je witte gympen aan."
"Meer niet?"
"Nee, want als het te heet wordt om buiten te zitten, liggen we toch zo weer in bed."
"Goed, lieverd!", zei zij lachend.
Zij stond op en ging naar de slaapkamer om zich aan te kleden. Bij haar terugkeer in de keuken droeg zij inderdaad een wit zomerjurkje met korte mouwen, donkerbruine nylonkousen en hagelwitte gympen. Dennis had onderwijl de tafel gedekt en het echtpaar zette zich in een genoeglijk stilzwijgen aan het ontbijt.
"Hoe lang wil je hier blijven?", vroeg Dennis, na een poosje.
"Een weekje of zo."
"Ik vraag mij af, of Tum Tums oppas dat wel goed vindt", zei hij, doelend op hun kat en zijn schoonmoeder.
"Mama vindt het nog steeds heerlijk om op Tum Tum te passen. Wat haar betreft, blijven we de hele maand weg."
"En wil jij dat ook?"
"Ach, ja, dat lijkt mij eigenlijk wel leuk. Dit is echt een heerlijk plekkie om een paar seksweekjes door te brengen."
Hij deed er maar even het zwijgen toe. Zij was de afgelopen nacht al heel lief voor hem geweest en hij had haar ook nu het liefst meteen naar hun bed gedragen, maar het leek hem voor zijn zelfrespect beter om zometeen eerst even een uitstapje te maken.
"Zullen we na het ontbijt een stukkie gaan fietsen?", vroeg hij aarzelend.
"Ja, leuk!"
"Wil je dat echt?"
"Ja, het lijkt mij echt heel leuk! Ik wil in ieder geval even naar het dorp fietsen en daar dan even papa's graf bezoeken. Daar ben ik sinds zijn sterfdag niet meer geweest."
"Okay! Dan doen we dat."
Ze voltooiden hun ontbijt en daarna deed Dennis even de afwas. Trudy keek dromerig toe, met haar handen in haar schoot.
"Waar denk je aan?", vroeg Dennis.
"Nergens aan. Ik ben gewoon blij, dat ik leef en ik voel mij gewoon gelukkig."
"Dat is fijn, kindje!"
"Ik vind het alleen heel vreemd, dat ik over vijf maanden al zesenveertig word."
"Ja, we worden oud, lieverd."
"Ach, dat is ook maar betrekkelijk. Ik voel mij in ieder geval nog heel jong en ik denk, dat ik ook wel weet, hoe dat komt."
"Hoe komt dat dan?"
"Dat komt, denk ik, omdat we geen kinderen hebben."
"Dat zou kunnen."
"Eigenlijk heeft dat op mama ook wel een positieve uitwerking gehad."
"Omdat zij nooit oma is geworden, bedoel je?"
"Ja, zij was vast niet zo'n levensgenietster geworden als zij een kleinkind had gehad."
"Om van een achterkleinkind nog maar te zwijgen."
"Ja, Jezus! Je hebt gelijk! Als ik op mijn negentiende van een kind was bevallen, had dat kind nu allang zelf een kind kunnen hebben en dan waren we zelf dus allang opa en oma geweest."
"Tja, en dan had je het vast niet zo vreemd gevonden, dat je over vijf maanden al zesenveertig wordt."
"Dus kinderloos blijven is een manier om de voortgang van tijd te vertragen?"
"Ja, verdomd! Zou A.F.Th. zich daar wel bewust van zijn?"
"Ik zou het niet weten. Ik heb nog nooit een letter van hem gelezen."
"Tja, dat krijg je ervan als je aan roman-fleuves als 'Het Bureau' en 'A Dance to the music of time' verslingerd raakt. Je hebt gewoon niet meer de tijd om iets anders te lezen."
"Tja, en dat terwijl we toch al jaren aan het rentenieren zijn."
"Ach, misschien komt er nog wel eens van."
Hij hing de theedoek aan het haakje, ruimde de borden en het bestek op en sopte ook nog even het aanrecht af. Trudy zag zijn geredder goedkeurend aan, maar vond het toch nodig om hem met een "Schiet nou eens op, imbeciel!" tot een beetje haast aan te sporen. Dat hielp gelukkig wel. Dennis liet het schuursponsje voor wat het was, droogde zijn handen aan een kleine handdoek af en drentelde samen met haar naar de keukendeur. Voordat ze het huis daadwerkelijk verlieten, zette Trudy het inbraakalarm weer aan. Daarna liepen ze hand in hand naar het schuurtje, waar hun fietsen stonden.
Eenmaal op de fiets leek Trudy weer mijlenver weg te zijn. Hij bekeek haar met een mengeling van ontroering en verlangen. Die witte gympen gaven haar iets moederlijks en dat paste ook wel bij haar, want er huisde zowel een lief moedertje als een ondeugend meisje in haar. Beide verschijningsvormen waren hem overigens even lief. Hij hield met hart en ziel van het moedertje in haar en begeerde het ondeugende meisje met dezelfde kracht.
Bij de Marquetteweg aangekomen sloegen ze linksaf en reden ze verder door het Marquettebos. Hij keek even naar haar stevige benen en zag, hoe angstvallig zij haar knieën bij elkaar hield. Ook dat ontroerde hem. Niets, wat alleen aan hem toebehoorde, mocht ooit door een ander worden gezien en zo hoorde het natuurlijk ook.
"Wil je de komende week echt in bed doorbrengen?", vroeg hij.
"Ja, het schijnt nog wel een paar dagen warm te blijven, dus we hebben eigenlijk niet veel keus."
"Wat dacht je van 's ochtends fietsen, 's middags slapen en 's avonds vrijen."
"Dat lijkt mij een aardige tijdsindeling."
"Dat is mooi!"
"Maar ik wil zometeen ook nog een half uurtje in de tuin gaan vrijen."
"Waarom?"
"Omdat ik nog steeds een beetje geil ben!"
"Dat is een goede reden", zei hij grinnikend.
"En omdat ik nogal tegen de barbecue met mama opzie. Ik wil mij zometeen nog even een beetje ontspannen."
"Nou, zeg! Waar is dat nou weer voor nodig? Dat mens zorgt voor het vlees, de wijn en alle andere benodigdheden en zij is zelfs nog bereid om zelf de barbecue aan te steken. Wij hoeven er echt niks aan te doen."
"Je weet best, waarom ik daar tegenop zie."
"Omdat zij tijdens de barbecue de as van Kitty wil gaan verstrooien?", vroeg hij, doelend op de voormalige levensgezellin van zijn schoonmoeder.
"Ja, ik ben meestal niet op mijn best bij dat soort aangelegenheden."
"Ik ook niet, lieverd, maar we moeten toch maar even door de zure appel heenbijten."
Ze reden Heemskerk binnen en fietsten verder naar het kerkhof aan het Kerkplein, waar Trudy's vader sinds eenendertig jaar lag begraven. In de eerste achttien jaar na diens dood was Dennis nooit op die begraafplaats geweest, omdat Trudy er na haar verhuizing naar Amsterdam niet meer naar toe had durven gaan; in de daaropvolgende dertien jaar hadden ze het graf gemiddeld vijf keer per jaar bezocht.
Na hun aankomst op het Kerkplein bleek het daar vrij rustig te zijn. Op het terrasje voor de cafetaria van Arie Niesten zaten een paar toerrijders aan de koffie en het appelgebak. Voor de rest was het plein eigenlijk uitgestorven. Ze stalden hun fiets naast het toegangshek van het kerkhof, zetten ze voor de zekerheid toch maar op slot en betraden vervolgens het kerkhof.
Het graf van Trudy's vader lag vlak bij de ingang. De staande steen was pas op Trudy's kosten schoongemaakt; het perkje daarvoor werd al jaren door Conny, Trudy's moeder, verzorgd. Trudy liep naar het graf toe en ging daar even op haar hurken zitten. Dennis keek van een afstandje toe, ontroerd door de verstilde toewijding, die Trudy jegens haar overleden vader aan de dag legde.
Zij stond overigens al snel weer op. Voor zij zich omdraaide, raakte zij nog even de grafsteen aan en daarna voegde zij zich weer bij haar man. Tot zijn verbazing bleek zij in een verre van droevige stemming te zijn. Er zweefde zelfs een half verbaasde, half ondeugende glimlach rond haar mond.
"Vanwaar die glimlach?", vroeg hij.
"Dit was de eerste keer, dat ik het graf van papa heb bezocht, zonder dat ik een slipje en een beha aan had."
"Hè?", riep hij verbijsterd.
"Ja, jeetje! Ik mocht toch geen slipje en geen beha aantrekken van jou?"
"Dat heb ik helemaal niet gezegd!", riep hij, met weinig overtuiging.
"Je hebt gezegd, dat ik dit jurkje en bruine nylonkousen moest aantrekken en verder niets, omdat we zometeen toch wel weer in bed zouden belanden."
"Sinds wanneer neem jij alles, wat ik zeg, letterlijk?"
"Sinds vandaag. En aangezien jij dat ook altijd doet, zal dat vast tot veel hilarische scènes gaan leiden."
"Mooi is dat! Ik had je nog wel op een koffie met appelgebak bij Arie willen trakteren, maar daar zie ik nou maar van af."
"Heel verstandig! Je weet maar nooit, of die breedgeschouderde toerrijders iets ondeugends in de zin hebben."
"Precies! We gaan nu dus naar huis en tot het einde van de bebouwde kom wil ik voorop blijven fietsen."
"Goed, lieverd. Ik zal als een lief, zoet meisje aan je wiel blijven hangen."
"Dat is je geraden ook, geil serpent!"
"Wees maar blij, dat er nog geen jarretelle is losgesprongen!"
"Ah, toe!", riep hij, ineens een beetje gekweld, "Pest mij niet zo!"
Ze verlieten het kerkhof en liepen weer naar hun fietsen. Trudy trok inderdaad wel wat bekijks, toen ze op hun fiets stapten en Dennis kon pas opgelucht adem halen, toen ze weer door het Marquettebos fietsten en zij weer naast hem kwam rijden. Zij gaf hem de indruk, dat zij elk moment in een schaterlach zou kunnen uitbarsten, hetgeen vermoedelijk ook wel het geval was.
"Was het nou echt nodig om steeds voorop te blijven rijden?", vroeg zij.
"Ja, ik vond van wel", antwoordde hij prompt.
"O, wat is het toch heerlijk en geruststellend, dat je na al die jaren nog zo jaloers bent!"
"Ja, hè?"
"O, we moeten het zometeen echt even in de tuin gaan doen! Hier wil ik je echt voor belonen."
"Hee, zeg! Besef je eigenlijk wel, dat er op vijftien meter afstand van ons huisje een fietspad loopt en dat er naast onze achtertuin een wandelpad ligt?" "Dat kan mij niet schelen! Ik wil zometeen in de tuin met je vrijen en als de hele wereld dan wil meekijken, zal ik het alleen maar plezieriger vinden."
Hij dacht even na. Hij had ook wel weer zin in seks, maar voor een vrijpartij ten overstaan van een aantal fietsende of wandelende recreanten schrok hij een beetje terug.
"Ik wil zometeen wel iets in de tuin gaan doen...", begon hij.
"Maar?"
"Ik wil zelf liever gekleed blijven."
"Je wilt een tong- of een vingerklusje doen?"
"Ja, en je mag niet naakt zijn. Je mag alleen je jurkje een beetje optrekken."
"Hm, wat dacht je van een vingerklusje na het nuttigen van een kop koffie en een gevulde koek?"
"Hebben we dan nog gevulde koeken?"
"Ja, er liggen nog twee van gisteren in de koelkast."
"Jezus! Wat ben je weer gedisciplineerd, de laatste tijd!"
"Je dwaalt af, imbeciel! Je hebt nog geen antwoord op mijn oneerbare voorstel gegeven."
"Het is goed, liefje. Onder één voorwaarde!"
"Welke dan?
"Kitty moet erbij zijn."
"Jasses!", riep zij, met een wat verrast lachje, "Meen je dat?"
"Ja, het wordt de hoogste tijd, dat je je angst voor die urn een keer te lijf gaat."
"Hm, nou goed dan! Dan mag Kitty erbij zijn."
"Brave meid!"
Ze draaiden rechtsaf de Rijksstraatweg op en zagen hun huisje in de verte al liggen. Voor zijn gevoel was het al echt hun huisje, ook al huurden ze het op dit moment van Conny en zou het pas na Conny's dood echt in hun bezit komen. Ze hadden overigens geen grote plannen met het huisje. Het zou nooit meer dan een weekendhuisje voor hen worden.
Na hun aankomst bij het huisje zetten ze hun fietsen terug in het schuurtje en sloten ze dat schuurtje meteen weer af.
"Ga jij even koffie zetten?", vroeg zij, "Dan ga ik mij alvast in de tuin installeren."
"Goed, lieverd.
Zij liep met haar slepende en licht uitdagende tred naar het zitje in het midden van de tuin, ging op een van de tuinstoelen onder de enorme parasol zitten en begon haar gympen uit te trekken. Dennis zag het lachend aan. Zij wist, wat zij wilde en zij wist ook zeker, dat zij het zometeen zou krijgen.
Eenmaal in de keuken kon hij nog net op tijd het inbraakalarm uitzetten en daarna zette hij water op voor de koffie. Een korte inspectie van de koelkast leverde inderdaad twee gevulde koeken op. Hij legde ze op een bordje en vulde de kopjes alvast met de inhoud van de espresso-zakjes. Alle ingrediënten voor de komende picknick waren dus aanwezig. Op één na: de urn, en die mocht zeker niet ontbreken. Hij drentelde naar de huiskamer, waar de urn stond en plukte die urn, een onooglijk, grijs, stuk blik, van de schoorsteenmantel.
Bij zijn terugkeer in de keuken kookte het water. Hij goot het in de kopjes, deed in beide kopjes ook nog een schepje Natrena en zette tenslotte de kopjes, het bordje met de gevulde koeken en de urn op een dienblad.
"Koffie!", brulde hij, bij het betreden van de tuin.
Zij keek hem stralend aan, tot zij de urn naast de koffiekopjes zag staan.
"Jezus!", riep zij, zichtbaar geschokt, "Ik dacht, dat je daarnet een grapje maakte."
"Ik maak nooit grapjes. Ik zeg, wat ik denk, en ik doe, wat ik zeg. Dat weet je toch?"
Hij zette de kopjes en het bordje op het tafeltje neer en nam vervolgens de urn ter hand.
"Waar wil je haar hebben?", vroeg hij, met een wat ondeugende grijns.
"Niet in mijn zicht, alsjeblieft!"
"Okay! Okay!"
Hij zette de urn schuin achter haar op het gras en ging toen op de stoel tegenover haar zitten.
"Hè, gezellig!", zei hij.
"Je bent volslagen gestoord!", riep zij, terwijl zij lachend haar kopje ter hand nam.
"Wie wil er nou zo graag in de tuin vrijen?"
"Wie wil daar nou zo graag de as van de vriendin van zijn schoonmoeder bij hebben?"
"Eet je gevulde koek nou maar op!", zei hij grinnikend, "Hoe eerder ik aan de slag kan, des te beter het is. Het is nu nog niet zo druk op straat."
Die opmerking was voor Trudy het sein om haar gevulde koek in recordtempo naar binnen te schrokken; Dennis zag het lachend aan en nuttigde zijn versnapering op een meer bedaagde manier.
Hij genoot onderwijl van de aanblik van de rechthoekige tuin, die aan drie kanten door de bossen van het Noordhollands Duinreservaat werd omsloten. Aan de tuin zelf was na de dood van Kitty, de vorige eigenaresse van het huisje, niets meer gedaan. Dennis had zelf gisteren het gras gemaaid, maar de twee rozenperkjes aan weerszijden van de tuin leidden een zieltogend bestaan. Daar zou vermoedelijk ook geen verandering in komen. Hij en Trudy hadden nooit een tuin gehad en hij achtte de kans, dat hij die perkjes weer tot bloei zou kunnen brengen, minder dan nihil. Toch wilde hij wel een poging in die richting gaan wagen en misschien zou zijn schoonmoeder hem zometeen wel een paar nuttige tips kunnen geven.
"Hoe laat komt het oude paard?", vroeg hij, doelend op die schoonmoeder.
"Zij zou hier tussen een en twee uur zijn."
"Moeten we haar eigenlijk niet van het station afhalen? Die tassen met dat vlees en die andere spulletjes zullen best wel zwaar zijn."
"Nee, dat hoeft niet! Zij heeft mij beloofd, dat zij zometeen een treintaxi zal nemen."
"Weet je dat zeker?"
"Heel zeker!", antwoordde zij, terwijl zij het kopje met een klap op het tafeltje zette, "En zij zal misschien dus sneller voor onze neus staan dan ons lief is."
"Is dat een stille wenk?"
"Schiet nou maar op!"
"Waarmee?"
"Met datgene, wat je mij daarnet hebt beloofd."
"Okay, ik kom al!"
Hij liet zich van zijn stoel glijden, ging aan haar voeten zitten en zag, hoe zij haar jurk tot haar heupen omhoog trok.
"Nee, dit kan zo niet!", zei hij streng.
"Wacht nou maar af!"
Zij drapeerde de voorkant van haar jurk zo, dat haar schoot en haar bovendijen enigszins waren bedekt en dat kon zijn goedkeuring wel wegdragen.
"Slim!", bromde hij, "Zo heb ik wel volledig zicht op die fraaie benen van jou, maar de argeloze fietsers en wandelaars niet."
"Begin nou maar!"
Hij voldeed aan haar verzoek en begon haar rechtervoetje te strelen. Na al die jaren was hij nog steeds weg van de volmaakte fysionomie van dat lichaamsdeel, maar haar kuit was eigenlijk al even volmaakt.
"Let jij op nieuwsgierige fietsers?", vroeg hij.
"Dat is goed, maar als je eenmaal echt bezig bent, zul je het zelf moeten doen."
"Okidokie!"
Hij legde zijn kin op haar dijbeen en volgde de tocht van zijn vingers over haar bekoorlijke dij. De kouseboord sneed diep in het vlees van haar bovendij; de bovenste jarretelle van haar linkerkous was inmiddels losgeschoten.
"Was je echt jaloers, toen we daarnet op het kerkhof stonden?", vroeg zij.
"Ja, toch wel! Het idee, dat jij, zonder slipje, maar met die fully fashioned nylons om je mooie benen, in de buurt van een aantal gespierde mannen wilde gaan zitten, joeg mij toch echt de gordijnen in."
"Terwijl je toch heel goed wist, dat daar helemaal geen reden voor was en is."
"Ja, mijn lief! Geen man is beklagenswaardiger dan de man, die denkt, dat hij hoorntjes draagt."
"Ach, wat zeg je dat toch weer mooi!"
Hij begon grinnikend de onderkant van haar bovendij te strelen en aan haar mond ontsnapte het eerste gekreun.
"Daar zijn fietsers!", riep zij vervolgens.
Hij keek naar het fietspad en zag, dat zij gelijk had. Er fietste een bejaard echtpaar langs het huisje. Ze waren druk met elkaar aan het keuvelen en ze maakten niet de indruk, dat ze beseften, wat er in de achtertuin van dat bekoorlijke huisje gaande was. Toch trok hij even zijn hand terug.
"Wat doe je nou?", vroeg zij.
"Rustig! Het was maar een reflex."
"Wil je die reflexen even onderdrukken, alsjeblieft? Ik zit nu echt heel erg op hete kolen!"
"Hm, ben je eigenlijk van plan om zometeen luidkeels klaar te komen?"
"Dat maak ik zelf wel uit, imbeciel!"
"Hm, ik hoor het al! Ik zal er wel voor zorgen, dat het gebeurt als er niemand over het fietspad rijdt, of over het wandelpad wandelt."
"Fijn, lieverd! En wil je nu alsjeblieft doorgaan?"
"Okidokie!"
Hij wierp nogmaals een blik op haar prachtige kousebenen en al even aanbiddelijke heupen en billen en besloot om niet langer te talmen en maar meteen met het vingerklusje te beginnen. Dat viel in goede aarde bij zijn vrouw en in de minuten daarna zag hij haar opwinding snel groeien. Haar knie gleed af en toe langs zijn wang en haar poezelige kousevoetjes wreven voortdurend over het gras.
Hoewel hij natuurlijk wel degelijk van het klusje genoot, behield hijzelf een zekere afstandelijkheid tot het hele gebeuren. Hij vond het toch wel belangrijk, dat zijn ondeugende daad onopgemerkt bleef en bleef onderwijl dus met een half oog naar het fietspad en het wandelpadkijken. Om die reden moest hij een keer stoppen met die bezigheden. Dat oponthoud werd door een echtpaar met een klein kind veroorzaakt. Het drietal was vermoedelijk ergens uit een auto gestapt en liep nu tergend langzaam over het wandelpad naar de duinen.
"O, ga door!", kreunde Trudy, "Ga alsjeblieft door!"
"Even geduld, mijn lief", fluisterde hij, "Er wandelt een leuk, snoezig gezinnetje over dat klote wandelpad."
Om haar een beetje schadeloos stellen bleef hij haar rechterkuit strelen. Haar gezicht en haar haren waren inmiddels bezweet geraakt en ook haar kous voelde klam aan.
"Gaat het nog een beetje, mevrouw Harberts?", vroeg hij lachend.
"Ja, het is heerlijk!"
"Nog even en we gaan door."
"Zullen we zometeen van plaats wisselen?"
"Nee, ik hou het nog wel een poosje uit!", antwoordde hij, met een wat onzekere grijns.
"Goed, lieverd."
Het jonge gezin was snel uit het zicht verdwenen, zodat Dennis zijn vrolijke bezigheden kon hervatten. Het korte uitstel had haar blijkbaar zeer opgewonden, want zij kwam veel sneller klaar dan hij had verwacht. Hij zag dat bekende tafereel met gepaste trots aan. Gelukkig voor hem was er op dat moment ook geen enkele fietser of recreant te zien en hij kon er dus ongestoord van genieten.
In de minuten daarna kwam zij weer langzaam bij haar positieven. Zij zat nog steeds met opgetrokken jurk in de tuinstoel en zij gaf hem bij wijze van naspel nog steeds het volle zicht op haar o zo bekoorlijke kousebenen. Toch had hij meer oog voor haar gezicht. De half tedere, half moederlijke blik, waarmee zij naar hem keek, gaf hem namelijk een ongekend geluksgevoel en hij zou het huisje en de tuin eromheen voor altijd met die ene blik blijven associëren.
"Was het fijn?", vroeg hij, nogal ten overvloede.
"Ja, het was heerlijk! Dit moeten we trouwens meer op deze plek gaan doen."
"Dat is goed, hoor!"
Zij maakte de losgeschoten jarretelle zorgvuldig aan haar kous vast, duwde de zoom naar haar jurk naar beneden en nam een slok van haar koffie.
"He, wat vies!", riep zij uit, "Die koffie is hartstikke koud geworden!"
"Wil je nieuwe koffie?"
"Laat mij maar even nieuwe maken! Je hebt vandaag al genoeg gedaan."
"Ah, dat is lief van je!"
Zij zette de kopjes en het bordje met de koekkruimels op het dienblad en droeg het naar de keuken. Hij ging weer op zijn stoel zitten en liet zijn blikken kalm de tuin rondgaan, tot die blikken op de urn achter Trudy's stoel bleven rusten. Hij schrok zich meteen wezenloos, want hij was dat stomme ding even helemaal vergeten. Eigenlijk schaamde hij zich wel een beetje voor zijn idee om die urn als decorstuk voor hun erotische schermutselingen te gebruiken, maar aan de andere kant zag hij er ook wel weer de humor van in. Bovendien stond die urn er natuurlijk niet voor niets; zometeen zou de as wel degelijk door zijn schoonmoeder worden verstrooid.
Na een paar minuten kwam Trudy terug met twee kopjes espresso in haar handen. Zij reikte hem zijn kopje aan en ging weer op haar stoel zitten.
"Ik was net een beetje aan het piekeren over die domme streek met die urn!", zei hij.
"Ik vond het hartstikke leuk, jôh!", riep zij lachend, "Ik had echt het gevoel, dat zij daarnet aan het toekijken was en dat zij je voortdurend aan het vervloeken was."
"Ach, wat ben je toch een ondeugend meisje!"
"En dat was nog niet eens het ergste, wat ik vandaag heb gedacht."
"Wat was dan wel je ergste gedachte?"
"Dat was de gedachte, die ik had, toen ik zonder slipje aan bij het graf van papa knielde."
"Ik weet niet of ik die gedachte eigenlijk wel wil horen."
"Ik was namelijk hartstikke geil op dat ogenblik. Ik verbeeldde mij, dat papa op dat moment onder mijn jurk kon kijken en dat hij dus de mooie kousen, de mooie jarretelles en al die andere mooie dingen kon zien en ik hoopte daarom ook echt, dat je mij op het kerkhof zou nemen, zoals je mij daarnet hebt genomen. En dat hij dan natuurlijk vanaf het begin tot het einde zou moeten toekijken."
"Dat is een tamelijk ziekelijke gedachte!", zei hij gniffelend.
"Ja, hè? Maar dat met die urn was dus een leuk alternatief, want Kitty is natuurlijk ook heel erg gek op mij geweest."
"Ha! Vandaar dat je protesten niet zo gemeend klonken!"
"Tja, dat is waar. Maar het is helaas maar voor één keer geweest. Over een kwartiertje zal mama haar waarschijnlijk wel hebben uitgestrooid."
"Hm, eigenlijk ben ik daar ook helemaal niet zo blij mee."
"Waarom niet?"
"We hebben de laatste maanden alles weggegooid, wat aan Kitty herinnerde, tot aan haar eigengemaakte foto's en haar schilderijen aan toe, en ik ben een beetje bang, dat je moeder er spijt van zal krijgen als zij zich vandaag ook van die as ontdoet."
"Misschien heb je wel gelijk! Dat gevoel heb ik ook wel een beetje. Maar ik zie niet in, hoe we mama van haar voornemen kunnen afbrengen. Zij is daar heel resoluut over."
"Dat is waar."
"We hebben trouwens niet alle foto's van Kitty weggegooid."
"O, nee?"
"Nee, ik heb thuis nog een fotoalbum liggen, waarin foto's zitten, die Kitty van mama heeft gemaakt."
"Hè? Daar heb je mij niets van verteld!"
"Ik heb het album in maart in Kitty's flat gevonden. Toen we daar voor het eerst poolshoogte gingen nemen."
"O, ja? Waarom heb je mij dat fotoalbum dan niet laten zien?"
"Daar had ik een hele goede reden voor."
"Welke dan?"
"Ik heb je dat album niet laten zien, omdat er ook zes erotische foto's van mama in zaten. Foto's, waarop mama en Kitty mama's, favoriete fantasie aan het uitleven waren."
"Oh, meen je dat?"
"Ja!"
"Jezus! Zij heeft Kitty dus ook voor haar ondeugende karretje gespannen!"
"Ja, en het waren echt prachtige foto's, hoor! Je zag precies, wat ze aan het doen waren. De foto's lieten echt niets aan de verbeelding over.""
"Hm, heb je dat fotoalbum ook niet aan je moeder laten zien?"
"Nee, dat durf ik niet."
"Vanwege die zes foto's?"
"Ja, ik weet echt niet, of mama weet, dat die zes ondeugende foto's in dat fotoalbum zitten. Ik denk eigenlijk, dat Kitty dat fotoalbum vlak voor haar zelfmoord heeft samengesteld en dat zij die zes ondeugende foto's er bij wijze van wraak heeft tussen gestopt."
"Om je moeder op een gegeven moment in verlegenheid te brengen, bedoel je."
"Precies! En ik denk, dat we het bestaan van dat fotoalbum dus maar beter kunnen verzwijgen."
"Je hebt gelijk! Als je moeder er ooit naar vraagt, kunnen we er altijd nog mee op de proppen komen."
"Ja, en als zij dat niet doet, dan hebben we tenminste nog een prachtig fotoalbum van mama als zij eenmaal dood zal zijn."
"Wat wil je dan met die zes ondeugende foto's gaan doen?"
"Ik wil ze bewaren, zolang zij nog leeft en ze weggooien als zij dood is. Dat geheim moet maar met haar mee het graf ingaan."
"Heel verstandig!"
Op dat moment hoorde zij voetstappen op het pad langs het huisje. Het bleek, zoals te verwachten was, Conny te zijn. Zij was een stevige en elegant geklede vrouw van zeventig. Zij droeg een lange, grijze zomerjurk en bruine lakschoenen en zij had twee boodschappentassen bij zich.
"Hoi, mam!", riep Trudy.
"Dag, kindje!"
Conny zette de tassen naast Trudy's stoel neer, gaf haar dochter en schoonzoon drie kussen op de wang en ging met een diepe zucht op de derde stoel zitten.
"U bent toch niet met de bus gekomen, hè?", vroeg Trudy, met een bezorgd gezicht.
"Nee, liefje, ik heb een treintaxi genomen."
"Ha, gelukkig!"
"Wat zie je er trouwens verhit uit", zei Conny grijnzend.
"Hoe bedoelt u?", vroeg Trudy, een beetje nuffig.
"Je begrijpt best, wat ik bedoel! Je ziet er uit, alsof je daarnet seks heeft hebt gehad."
"O, dat heb ik ook!", zei Trudy, zonder blikken of blozen, "Enne... het was weer fantastisch!"
"Dat is fijn voor je, kindje!"
"Heb je nou wel een slipje aangetrokken?", vroeg Dennis, langs zijn neus weg.
"Nee, liefje, maar ik heb mij tijdens het koffie zetten wel een beetje opgefrist. Dus als mama straks een tukje doet, kun je weer lekker je gang gaan."
"Ik ben blij, dat te horen."
"Hee, ik zie dat je Kitty al klaar hebt gezet!", zei Conny, met een onverstoorbare gelaatsuitdrukking.
"Ja, we hebben haar net uit de kamer gehaald!", zei Trudy, een tikje bedeesd.
"Zal ik haar dan maar meteen gaan uitstrooien?"
"Wilt u het nu al doen?", vroeg Dennis geschokt.
"Ja!"
"Wilt u niet eerst een kop koffie nemen?", vroeg Trudy, "En er dan nog even over nadenken?"
"Nee, we kunnen het maar beter meteen doen, lijkt mij. Dan kunnen we daarna ongestoord gaan barbecueën."
"Goed, mam."
Conny stond op, nam de urn in haar beide handen en liep achter Trudy's stoel langs naar het grasveld tussen het huisje en het huisje, waar zij zonder veel omhaal de deksel van de urn draaide.
"Niet op mijn grasveld, alstublieft!", zei Dennis, met enigszins misplaatste joligheid, "Niet op mijn mooie, pasgemaaide grasveld."
"Je hebt gelijk, jongen!", zei Conny lachend, "Ik weet al een beter plekje."
Zij liep naar het rozenperkje aan de rechterkant van de tuin en bleef daar stilstaan. Daarna gebeurde er even niets. Conny keek beurtelings naar de urn en naar het rozenperkje, maar leek op het laatste moment toch nog door twijfel te zijn bevangen. Dennis was de eerste, die reageerde. Hij stond op en liep met ferme passen naar Conny toe; Trudy volgde even later, met zichtbare tegenzin. Toch nam zij als eerste het woord:
"Gaat het, mam?", vroeg zij, terwijl zij haar moeder even over de mollige rechterbovenarm streelde.
"Ik weet het niet, liefje", antwoordde Conny, na enige aarzeling, "Ik heb ineens het gevoel, dat ik het niet moet doen."
"Wilt u toch nog wat van haar bewaren?"
"Ja, in de laatste, twee maanden hebben we met zijn drieën alles weggegooid, wat haar dierbaar was, tot en met haar mooie schilderijen en foto's aan toe. En daar heb ik niet echt een slecht gevoel over, maar dit is een stapje te ver, geloof ik."
"Dat leek ons eigenlijk ook!", zei Trudy, met een blik van verstandhouding naar de bedremmeld toekijkende Dennis.
"Maar ik vind het zo vervelend voor jullie, dat jullie steeds met de aanblik van die urn zitten opgescheept als jullie hier zitten!"
"O, daar moet u niet mee zitten, oud paard!", zei Dennis, "We zijn er inmiddels allang aan gewend, hoor."
"Ja, Kitty hoort er gewoon bij", zei Trudy, met een ietwat ondeugende twinkeling in haar ogen.
"Wel, als het dan echt geen probleem voor jullie is..."
Zij draaide de deksel weer op de urn en zette de urn met trillende handen op de rand van het rozenperkje.
"Heel verstandig, mam!", zei Trudy resoluut.
"Ja, hè? Ik geloof ook, dat ik er goed aan doe."
"Ik weet het wel zeker, mam!"
"Goed, en laten we dan nu maar gaan barbecueën."
"Dat is een heel goed idee, mam! Ik help u wel even met de barbecue en de sausjes."
"En wat gebeurt er nu met de urn?", vroeg Dennis.
"Die mag jij zometeen weer op zijn oude plek terugzetten", antwoordde Trudy, met een nogal triomfantelijke grijns, "Mama en ik gaan nu samen even die hele zware barbecue uit het schuurtje halen en daarna trekken we ons met ons tweeën in de keuken terug."
"Dat is goed, kindje!", zei Conny, "Laten we maar snel aan de slag gaan."
Trudy gaf haar moeder een arm en liep met haar naar het huisje toe. Dennis keek hen hoofdschuddend na. Hij pakte de urn op, liep er mee terug naar het zitje, zette hem naast zijn stoel neer en liet zich met een zucht van verlichting in die stoel zakken. De beide dames hadden hem een zenuwslopend uurtje bezorgd, maar nu de rust was weergekeerd, stond niets zijn middagdutje in de weg. Dus sloot hij met een monter gemoed zijn ogen en het duurde daarna maar een paar minuten, voordat hij inderdaad in slaap was gesukkeld.

BERT HARBERTS


Terug


Amsterdam, 22 maart 2004. © Bert Harberts