ZES FOTO'S

De stoptrein naar Uitgeest stopte in Heemskerk en Trudy en haar man Dennis begaven zich naar de uitgang. Trudy, gekleed in een bruin, leren jackje, een wit zomerjurkje, bruine fully-fashioned nylonkousen en bruine laarsjes, liep een beetje voorzichtig, want zij had al sinds twee weken de nodige problemen met haar linkerknie. Die problemen had zij overigens zelf veroorzaakt. Zij was een paar weken geleden, na een pauze van bijna een jaar, weer met joggen begonnen en zij had zich daarbij niet al te zeer om spierversterkende strekoefeningen bekommerd.
Voor die onachtzaamheid moest zij nu een hoge prijs betalen. Een kort onderzoek van de fysiotherapeute had uitgewezen, dat haar kniegewrichten zeer instabiel waren en de fysiotherapeute had haar in bedekte termen min of meer verboden om nog langer te blijven joggen. Daar had zij zich inmiddels bij neergelegd. Dennis, ook al zo'n fanatieke jogger, had zich solidair met haar verklaard en was eveneens met joggen gestopt. Ze hadden afgesproken om zich voortaan tot het maken van lange wandelingen te beperken, maar voor ze daaraan konden beginnen, moest zij eerst de ontsteking in haar knie laten genezen.
Omdat ze zich al een paar dagen stierlijk verveelden, hadden ze vanochtend besloten om een van hun twee Heemskerkse huizen te bezichtigen. Tot voor een jaar waren die huizen het eigendom van Kitty, de levensgezellin van Trudy's moeder, geweest. Kitty had op 5 februari 2000 echter zelfmoord gepleegd en een maand later had Trudy's moeder, Kitty's, enige erfgename, de huizen voor een zacht prijsje aan haar gefortuneerde dochter en schoonzoon verhuurd. Ze hadden er uit lamlendigheid een jaar lang niet naar omgekeken, maar een paar dagen geleden hadden ze met Trudy's moeder afgesproken, dat ze het flatje in de komende weken zouden gaan leegruimen.
Ze stapten de trein uit en liepen naar de uitgang van het station. Bij het oversteken van de spoorbaan maakte Dennis een nogal schokkende opmerking:
"Waar zou Kitty zijn?"
"Hoe bedoel je?"
"Ik vraag mij al de hele tijd af, waar je moeder de urn met Kitty's as heeft neergezet."
"O, shit!", zei zij, met iets van wanhoop in haar stem, "Daar heb ik helemaal niet aan gedacht!"
"Zij heeft ons toen toch gezegd, dat zij de urn in afwachting van de verstrooïng in de flat zou zetten?"
"Ik weet het, lieverd, maar dat was ik dus allang weer vergeten."
"Vind je het heel erg vervelend?"
"Moewah, ik vind het wel een beetje eng."
"Zullen we de urn zometeen naar het huisje in Noorddorp brengen? Over een maandje gaan we de as daar toch verstrooien. En dan kunnen we de flat gaan ontruimen, zonder dat zij ons 'op de vingers kijkt.'"
"Maar dat is zeker drie kilometer lopen, lieverd! Dat red ik op dit moment echt niet."
"Kitty's fiets staat toch nog in de box? Als ik op de fiets stap, ben ik er in een minuut of twintig."
"Nee, alsjeblieft niet, zeg! Dan moet ik meer dan een halfuur in mijn eentje in haar flat gaan zitten."
"Tja, dat lijkt mij ook niet echt leuk."
"Hm, als die aanblik van dat blikkie mij echt teveel wordt, kunnen we natuurlijk gewoon een taxi naar het huisje nemen!"
"Ach, ja, natuurlijk!"
Ze liepen inmiddels over het kleine stationsplein en passeerden de in het stationsgebouw gevestigde supermarkt. Het was tamelijk warm voor een dag in maart. Trudy had zo het gevoel, dat ze vandaag niet al te veel zouden gaan doen en dat ze misschien wel heel snel in bed zouden belanden.
"Zullen we de koelkast van de flat een beetje gaan vullen?", vroeg hij.
"Dat is geen gek idee. Een restaurant is hier in geen velden of wegen te bekennen. Dus als we hier de hele dag willen blijven, zullen we voor ons eigen eten moeten zorgen."
"Precies!"
Ze gingen de supermarkt binnen, eigenden zich een winkelwagentje toe en begonnen aan een wandeling langs de schappen, waarbij Dennis het wagentje voortduwde en Trudy her en der wat levensmiddelen uit de schappen bijeengaarde. Het lopen ging haar niet makkelijk af. Haar knie begon toch weer op te spelen.
"O, verdikkie!", zei zij zachtjes voor zich heen.
"Wat is er, mijn lief!"
"Ik heb weer een beetje pijn in mijn arme knietje!"
"Wil jij het wagentje duwen?", vroeg hij grijnzend, "Dan kun je een beetje leunen."
"Ben je nou helemaal belazerd! Dan is het net, alsof ik achter een rollator loop."
"Nou, en wat dan nog? Dat is nu eenmaal ons voorland als we allebei stokoud willen worden."
"Ja, maar..."
"Niks 'Ja maar...'! Je neemt nu het wagentje over en zometeen, als we in de flat zijn en Kitty uit het zicht hebben gezet, zal ik je arme knietje wel weer met die fijne 'Aspercreme' insmeren."
"Maar dat geeft misschien een vlek op mijn mooie kous!"
"Ja, Jezus! Dan had je maar een lange broek aan moeten doen."
"Ach, lieverd, wat ben je toch weer streng voor mij!"
Hij drukte het karretje in haar handen, waarvoor zij hem in stilte toch wel dankbaar was, en gooide daarna twee pakken closetpapier van Edet in het wagentje. Een groot pak van vier rollen met dubbelzijdig papier en een pakje met vochtig toiletpapier.
"Je bent heel wat van plan!", zei zij plagend.
"Een huis is geen huis als er niet flink kan worden gepoept."
"Wil je er vandaag al blijven?"
"We moeten eerst maar eens zien, hoe het er uitziet. En daarna misschien een beetje gaan opruimen."
"Hm, aan meehelpen met dat opruimen zal ik vandaag wel niet toekomen."
"Dat had ik al begrepen, ja!", zei hij grinnikend.
"Nou, zeg! Ik kan het toch ook niet helpen, dat mijn lieve, welgevormde knietje zo'n pijn doet?"
"Nee, lieverd! En eigenlijk ben je best wel snoezig als je een beetje ziekjes bent."
"Ik ben helemaal niet ziekjes", riep zij, zichtbaar gevleid door die laatste aanhankelijkheidsbetuiging, "Ik heb alleen maar een beetje last van mijn knie. Enne... ik zal er niet meer over klagen, hoor."
Ze begaven zich naar de kassa en Trudy bekeek datgene, wat ze hadden gekocht. De oogst was alleszins bescheiden: een witbrood, een pakje Becel, hagelslag, een pakje gesneden en belegen Maasland-kaas, een fles Sisi Light, een potje espresso-koffie van Nescafé en het al eerder genoemde closetpapier. Ze waren, zoals hierboven gememoreerd, meervoudig miljonair, maar dat was nog steeds niet aan hun uitgavenpatroon af te lezen. Het kon haar niet veel schelen. Ze hadden gewoon geen zin in uitspattingen van welke aard dan ook.
Dennis rekende af en deed de boodschappen in een plastic tasje. Zij keek dat met een benauwd gezicht aan. Zij zag een beetje op tegen de confrontatie met de flat en de stoffelijke resten van de voormalige bewoonster. Eigenlijk kon die hele flat haar gestolen worden. Zij had heel veel zin om het huisje in Noorddorp in gebruik te gaan nemen; de flat vormde echter een groot en irritant blok aan haar been. Toch was er niet aan de komende confrontatie te ontkomen.
"Ga je mee?", vroeg Dennis.
"Het moet maar, hè?"
Ze verlieten de supermarkt en liepen naar het vierkante flatgebouw, dat op het station en de spoorbaan uitkeek. Ze gingen het flatgebouw binnen, namen de lift naar de derde verdieping en stonden al voor de ingang van de flat van 'Kitty Stol', voordat Trudy het goed en wel besefte. Dennis stak kalm de sleutel in het slot, opende de deur en ging naar binnen. Trudy volgde hem schuchter.
Ze gingen de huiskamer met aanpalende keuken binnen en keken nieuwsgierig in het rond. Recht voor hen stond de ronde, houten eettafel, links daarvan stonden, haaks op elkaar, twee bruin-leren driezitsbanken en een ronde salontafel. Tegen de ene wand stond een wandmeubel met planten, een tv en een stereo/hifi-installatie en aan de wand daartegenover hingen wat schilderijen van Kitty. De kamer zag er heel opgeruimd en schoon uit.
"Je kunt wel zien, dat mama hier pas is geweest", zei zij voldaan, toen Dennis de keuken was ingelopen.
"Ja, dat malle mens heeft zelfs de koelkast schoongemaakt!"
Hij deed de stekker van de koelkast in het stopcontact, zette hem aan en begon hun levensmiddelen in de koelkast te zetten. Trudy keek onderwijl nogmaals de kamer rond. Zij zocht de urn met Kitty's as, maar kon hem niet vinden. Dat maakte haar een beetje onrustig.
"Ik kan Kitty niet vinden", murmelde zij voor zich uit.
Dennis sloot de koelkast en kwam overeind, waarbij hij haar een wat medelijdende blik toewierp.
"Ik weet, waar zij staat!", zei hij.
"Waar dan?"
"Je moeder is zo lief geweest om de urn op een niet in het oog lopende plaats neer te zetten."
"Waar dan?", herhaalde zij geagiteerd.
Hij liep naar de vensterbank en schoof een van de vele planten opzij. Daar stond inderdaad de urn, een rond, ijzeren stuk blik van tamelijk grote omvang. Trudy drentelde huiverend naar Dennis toe en bekeek de urn met een wat gepijnigde gelaatsuitdrukking. "Heb je aan mama gevraagd, waar de urn stond?", vroeg zij zacht.
"Ja, zij begreep ook meteen, dat het niet zo'n leuke aanblik voor ons moest zijn en zij heeft ook aan mij gevraagd om de urn vandaag nog naar het huisje te brengen."
"Laten we dat maar zo snel mogelijk doen!"
"Goed, lieverd! Maar zullen we eerst maar even een kop koffie gaan drinken?"
"Hm, nou vooruit dan maar!"
Hij liep weer naar de keuken, vulde een fluitketel met water, zette hem op het gas en nam alvast twee kopjes uit het keukenkastje boven de gootsteen. Er ging, zoals altijd, iets rustgevends van zijn bewegingen uit, maar Trudy merkte, dat haar ogen steeds weer op het blikje bleven rusten.
"Waarom ga je niet even zitten?", vroeg hij vriendelijk.
"Ik durf het niet!", antwoordde zij kleintjes.
"Het is echt heel eng, hè?"
"Ja, nou! Ik heb haar meerdere malen vervloekt, het afgelopen jaar, en nu is zij dus echt wraak aan het nemen."
"Heb je het gevoel, dat zij er nog steeds is?"
"Precies! En dat zij ons nu aan het bespieden is."
"Tja, dat gevoel heb ik ook wel een beetje."
"O, gelukkig!"
Zij drentelde weer naar hem toe en ging zo dicht mogelijk naast hem staan. Dennis zag het even glimlachend aan. Daarna sloeg hij zijn armen rond haar middel en trok hij haar tegen zich aan. Dat deed haar buitengemeen veel goed. Zij streelde de slanke onderarmen rond haar buik en voelde zich ineens weer heel geborgen.
"Eigenlijk zouden we nu gewoon een potje moeten gaan vrijen!", zei hij, terwijl hij eerst een kus op haar kruintje en daarna een kus op haar rechteroor drukte.
"Ja, lekker op de vloer! En dan met dat beschuitblikje naast ons."
"Ja, lekker vrijen op de vloer, met de as van een dode lesbienne als talisman."
"Wat let ons eigenlijk?"
"Wat dacht je van respect voor de ex-levensgezellin van je moeder?"
"En de voormalige minnares van mijn vader niet te vergeten."
"Ja, ja! Zij heeft een bewogen leven achter de rug, die malle Kitty Stol."
"Tja, het was mij d'r eentje."
"Goed, we gaan hier dus niet vrijen, vandaag."
"Dat weet ik nog niet! Maar we gaan in ieder geval eerst dat beschuitblikje wegbrengen."
"Met een taxi, dus!"
"Ja, het zal haar laatste tocht gaan worden, voordat zij zal worden verstrooid."
"Hoe zullen we dat ding eigenlijk meenemen?"
"In dat boodschappentasje, natuurlijk!"
"Nee, dat kan niet! We moeten zometeen wel enig decorum in acht gaan nemen."
"Ik vind alles prima, als ik hem maar niet hoef te dragen."
"Haar, zul je bedoelen."
"Dit is niet het goede moment om de taalpurist uit te hangen!", riep zij lachend.
"Goed, lieverd! Ik zal haar wel dragen. Het is maar een klein stukje."
Het water begon te koken en hij liet haar los om de kopjes te kunnen volschenken. Zij keek een beetje gespannen toe.
"Misschien moeten we ook maar wat gaan eten!", zei hij monter.
"Dat is goed. Dek jij dan eerst de tafel maar!"
"Ben je nog steeds bang voor dat beschuitblikkie?"
"Ja. En je hoeft mij echt niet te zeggen, dat ik mij aanstel."
"Je stelt je helemaal niet aan, malle meid! Bij mij lopen ook nog steeds de rillingen over de rug."
"Echt?"
"Ja, natuurlijk. Zonder jou had ik hier echt niet naartoe durven gaan. Door de nabije aanwezigheid van dat lekkere, warme lijf van jou kan ik de nabije aanwezigheid van dat blikkie wel verdragen, maar ik zou de inhoud van dat blikkie toch het liefst over de veranda mieteren."
"Hm, het kan natuurlijk zijn, dat we ons allebei aanstellen."
"Tja, we hebben in ons leven natuurlijk al de nodige sterfgevallen meegemaakt. We zouden er dus al een beetje aan gewend moeten zijn."
"Maar dit is natuurlijk wel de eerste keer, dat we op een nogal rare manier met de stoffelijke resten van de overledene worden geconfronteerd."
"Ja, dat is waar."
Hij opende het keukenkastje weer, haalde daar twee borden uit, zette ze op een dienblad en begon daarna ook de inhoud van de koelkast op dat dienblad te stapelen. Er was niets aan hem te merken, wat ook maar enigszins op innerlijke onrust wees.
"Toch ben je volgens mij helemaal niet bang!", zei zij, "Je zegt alleen maar, dat je bang bent om mijn gevoelens een beetje te ontzien."
"Zou je het prettig vinden als ik daar 'ja' op zei?"
"Hm, ik geloof het wel, ja. Ik vind het heel prettig, dat ik nu op voluit je kan leunen en dat ik erop kan rekenen, dat je zometeen niet gillend weg zult rennen."
"Ik vind het inderdaad helemaal niet eng", zei hij, terwijl hij lachend het dienblad opnam en naar de tafel liep.
"Echt niet?"
"Echt niet! Maar ik kan mij wel voorstellen, dat jij er wel bang voor bent. Het heeft toch iets lugubers."
"Dat heeft het zeker!"
Hij liep naar de keuken terug, opende een laadje naast de gootsteen en haalde daar twee messen uit.
"Laten we eerst maar even gaan eten", zei hij kalm.
"Goed, lieverd."
"Waar wil je zitten? Met je rug naar de vensterbank of aan de andere kant?"
"Liever aan de andere kant."
Ze liepen naar de tafel, namen aan tafel plaats en begonnen zwijgend te eten. Haar blikken dwaalden regelmatig naar de vensterbank af, maar langzaam, heel langzaam begon zij aan de nabije aanwezigheid van de urn te wennen.
"Anderhalf jaar geleden leefde zij nog", zei Dennis peinzend.
"Ja, dat is waar."
"Toen was zij een nog mooie en jong uitziende vrouw van vijfenvijftig en nu is er alleen nog maar een hoopje as van haar over."
"Vond je haar echt mooi?"
"Ja, zij was een echte, klassieke schoonheid."
"Dat was zij inderdaad ook wel. In haar jonge jaren leek zij sprekend op Jennifer Connelly, dat filmsterretje, dat onder andere in 'The Hot Spot' speelde. Kitty was ook absoluut het mooiste meisje van het dorp."
"Dat geloof ik graag."
"En hopeloos verliefd op mama."
"En je vader dus!"
"Nee, zij was helemaal niet verliefd op papa. Zij heeft papa alleen maar verleid, omdat mama, dat zo graag wilde."
"Dat meen je niet!"
"O, ja, dat meen ik wel! Mama vond het wel leuk om regelmatig met Kitty te stoeien, maar zij vond het aan de andere kant toch ook wel een beetje gênant en zij had het idee, dat Kitty's verliefdheid op haar wel over zou gaan als zij eindelijk eens met een leuke vent naar bed zou gaan. En omdat mama toch niet de illusie had, dat papa haar zijn hele leven trouw zou blijven, leek het haar wel handig om papa voor dat karretje te spannen."
"Maar Kitty's verliefdheid ging dus niet over."
"Nee, Kitty bleef bij mama terugkomen, ook toen zij voor een paar jaar een verhouding met papa kreeg en ook toen zij later met een wat onnozel ventje was getrouwd. En toen papa zelfmoord had gepleegd, was zij echt binnen no time van dat ventje gescheiden."
"En je moeder?"
"Heeft zich die aanbidding al die jaren maar laten aanleunen."
"En is drie jaar geleden dus ook met Kitty gaan samenwonen."
"Tja, en toen is het, volgens mij, dus echt helemaal fout gelopen. Toen kwam uit, dat mama eigenlijk helemaal niet lesbisch is en dat papa dertig jaar na zijn dood nog steeds op de eerste plaats staat."
"Hetgeen Kitty uiteindelijk dus teveel werd."
"Ja."
"Jezus! Wat een vreselijk, triest leven heeft dat mens geleid!"
"Ja, dat is zo."
Ze aten zwijgend verder en voor het eerst sinds de dood van Kitty voelde Trudy iets van deernis voor de overledene in zich opkomen. Tot nu toe was zij alleen maar razend op Kitty geweest, omdat Kitty zich uitgerekend op de dertigste sterfdag van haar vader 'van kant had gemaakt', maar nu kon zij daar zelfs wel iets van begrip voor opbrengen.
"Zij is voor jou altijd wel lief en aardig geweest, hè?", vroeg hij.
"Ja, vanaf mijn geboorte tot haar dood. Ik realiseer mij nu ook, dat zij altijd deel van mijn leven heeft uitgemaakt. Eerst als het mooie buurmeisje, dat altijd voor mij klaarstond, daarna als de attente en hondstrouwe vriendin van mama. De periode, dat ik haar heb gekend, heeft ook veel langer geduurd dan de periode, dat ik mijn vader heb gekend."
"Dat is waar."
Zij nam haar kopje ter hand en nam een slokje van de koffie. Dennis keek onderwijl een beetje verstrooid naar zijn bord.
"Waar denk je aan?", vroeg zij.
"Ik peins een beetje over de aard van de relatie tussen je moeder en Kitty."
"Hoe bedoel je?"
"Ik heb nooit kunnen uitmaken wie van de twee de dominante rol in de relatie speelde."
"Wie van de twee het haantje was, bedoel je?"
"Ja."
"Dat was Kitty natuurlijk!"
"Echt?"
"O, ja! Mama zat echt onder de plak bij haar."
"Hm, over het algemeen zijn het de mannen, die bij de vrouwen onder de plak zitten."
"'Onder de plak zitten' is misschien niet de juiste omschrijving, maar geloof mij nou maar: Kitty was toch echt het haantje in de relatie."
"Hm, dat was uit haar uiterlijke verschijning anders niet op te maken. Ik kan mij niet heugen, dat ik haar zelfs maar in een broek heb zien rondlopen. Zij kleedde zich over het algemeen net zo vrouwelijk als je moeder."
"Dat is zo en ik heb haar inderdaad ook niet anders gekend. En toch was zij dus echt het haantje. Als ik mama mag geloven, speelde zij die rol ook in de verhouding met papa."
"Is dat echt zo?"
"Mama zegt het en ik geloof ook wel, dat zij gelijk heeft."
"Het was een fascinerend mokkeltje, die Kitty Stol van jullie."
"Zij was niet van mij", riep zij, een tikje geagiteerd, "Zij was van mama en papa! En ik ben al helemaal niet lesbisch!"
"Maar je bent wel een haantje", zei hij, een beetje meesmuilend.
"Precies! Dus we hadden toch niet bij elkaar gepast!"
"Ik ben blij dat te horen."
Hij keek over zijn schouder naar de schilderijen, die aan de muur hingen en maakte een klakkend geluid met zijn tong.
"Wil je moeder echt, dat we die schilderijen bij het grof vuil neerzetten?", vroeg hij.
"Ja, alles moet weg. Zij wil deze flat alleen maar aan ons blijven verhuren als we alles weggooien, wat van Kitty en haar is geweest."
"Toch is het zonde van die schilderijen!"
"Hm, mama heeft, toen zij hier een paar dagen geleden was, al een paar schilderijen weggegooid."
"Meen je dat?"
"Ja, het waren de schilderijen, waar zij zelf op stond."
"O, wat zonde! Dat waren veruit de beste schilderijen van Kitty!"
"Ja, dat vond ik ook, maar mama heeft ze toch weggegooid."
"Je moeder is een cultuurbarbaar!"
"Misschien... Maar zij zal er wel een goede reden voor hebben gehad."
"Ze waren te confronterend, bedoel je."
"Ja, uit die schilderijen viel heel goed op te maken, hoeveel Kitty van mama heeft gehouden en ik denk, dat mama daar nooit meer aan herinnerd wil worden."
"Heeft zij dat ook zo gezegd?"
"Nee, niet met zoveel woorden."
"O, arme Kitty!"
"Je hebt echt met haar te doen, hè?"
"Ja, ik word er echt een beetje depressief van."
"Ja, ik eigenlijk ook wel een beetje."
"Hm, misschien moeten we ook maar over iets anders gaan praten."
"Goed, lieverd", zei zij opgelucht, "Waar wil jij dan wel over praten?"
"Over wat we vandaag met deze flat gaan doen."
"We gaan vandaag gewoon helemaal niets met de flat doen! We gaan zometeen Kitty naar haar laatste rustplaats begeleiden en daarna gaan we lekker weer naar huis. Ik kan hier nou toch niks doen en ik heb dus echt geen zin om in mama's en Kitty's bed te gaan vrijen."
"We gaan haar toch niet verstrooien, hè?"
"Nee, dat is mama haar taak. Dat moet zij over zes weken op de barbecue gaan doen."
"Jezus! Dit is wel een heel langdurige begrafenisplechtigheid aan het worden!"
"Ach, het heeft wel iets. Zij heeft eerst een jaar in haar flat gestaan, de komende weken zal zij nog even in haar huisje staan en daarna volgt de verstrooïng."
"Zij kan ons daarboven in ieder geval niet verwijten, dat we niet zorgvuldig met haar stoffelijke resten omspringen."
"Nee, dat kan zij zeker niet."
Hij stond op en begon de tafel af te ruimen. Zij liep hem ditmaal niet achterna; zij was haar angst voor de urn inmiddels kwijtgeraakt. Zij kwam moeizaam overeind en strompelde naar de vensterbank, waar zij de urn opnieuw in ogenschouw nam. Het had slechts een simpele inscriptie: 'Kitty Stol, 1944-2000; de letters waren zwart en scheefloos. Die twee jaartallen intrigeerden haar en brachten vele herinneringen in haar naar boven. De meest pregnante herinnering dateerde van een avond in oktober 1961, toen zij haar moeder en Kitty had betrapt, toen die in een achterkamertje in haar ouderlijk huis aan het vrijen waren. De aanblik van die twee naakte vrouwenlichamen met die vier, mollige en ineengestrengelde kousebenen had haar zeer geintrigeerd en zij was er eigenlijk wel van overtuigd, dat haar eigen ongeneeslijke kousenmanie op die avond was ontstaan.
"Waar denk je aan?", vroeg hij, terwijl hij de schone borden weer in het keukenkastje zette.
Trudy keerde zich naar hem om en voelde ineens haar knie weer opspelen. Zij moest moeite doen om het niet uit te schreeuwen van de pijn, maar zij slaagde er niet in om die pijn voor haar man te verbergen.
"Jezus!", riep hij uit, "Heb je nou nog steeds last van je knie?"
"Ja, het gaat maar niet over."
"Ha, het wordt dus weer tijd voor je Aspercreme!"
"Moet dat echt?"
"Ja, dat moet echt! Ga als de sodemieter op de bank zitten!"
"Welke bank?"
"Die tegen de muur staat."
"Waarom die?"
"Omdat de zon daarop schijnt en omdat ik daar dus het makkelijkst onder je jurkje kan kijken. Nou, goed?"
"O, zeg dat dan meteen", zei zij grijnzend.
Zij liep naar de bank toe om zich op een bevallige manier op die bank neer te kunnen zetten, maar haar knie werkte opnieuw niet mee, en zij plofte op de bank neer, alsof zij er doorheen wilde vallen. Dennis zat daar in het geheel niet mee.
"Brave meid!", zei hij, "En wil je nu even je kous losmaken?"
"Doe het zelf maar."
"Ik peins er niet over."
"Waarom niet?"
"Omdat ik dan niet voor mijzelf kan instaan."
"En wat dan nog?"
"We hebben eerst nog een droeve plicht te vervullen, lieverd."
"Je wilt gewoon niet, dat Kitty je op je vingers kijkt."
"Daar zit ook wel een zweem van waarheid in."
"Je bent een mispunt! Maar goed, ik zal je je zin maar geven."
Zij sloeg de zoom van haar jurkje omhoog, maakte eerst de ene en daarna de andere jarretelle los en liet de kous tot beneden haar knie zakken.
"Is het zo goed?", vroeg zij, met een geniepig glimlachje.
"Prima!"
Hij haalde een gele tube uit haar tas, draaide het dopje van de tube, smeerde een flink stuk van de witte zalf op zijn linkerwijsvinger en begon de zalf over de binnenkant van haar knie uit te smeren. Het voelde weldadig warm aan, maar toch stak het haar een beetje, dat hij haar knie op een zo klinische en zakelijke manier behandelde.
"Je gedraagt je als een hele suffe fysiotherapeut!", riep zij.
"Ik wil alleen maar, dat je knie snel beter wordt!", zei hij een beetje verongelijkt.
"Dat doet niet ter zake. Mijn prachtige, mooie benen hebben er recht op om op elk moment van de dag bewonderd en geliefkoosd te worden."
"Alles op zijn tijd, mijn lief."
"Het is echt om Kitty, hè?"
"Ja, haar nabije aanwezigheid berooft mij geheel en al van mijn libido."
"Het is fraai, hoor!"
Hij schroefde het dopje weer op de tube en Trudy haalde haar kous weer op. Dat schouwspel wilde hij zich schijnbaar toch niet laten ontgaan. Hij keek glimlachend toe, hoe zij de kous weer aan de jarretelles vastmaakte en Trudy begon meteen weer wat hoop te krijgen.
"Kun je het goed zien, zo?", vroeg zij pestend.
"Ja, hoor!"
"Oei, wat heb je weer een hongerige blik in je ogen!"
"Dat klopt, want niets is zo smakelijk dan de aanblik van jouw mooie bovendijen, vooral nu je van die mooie, fully-fashioned nylons draagt."
"Hm, Kitty kon soms ook wel eens zo hongerig naar mijn benen kijken", zei zij, toen de jarretelles na enig tijdrekken weer aan de kous vastzaten.
"Meen je dat?", vroeg hij schaterend.
"Ja, jôh! Het was soms best wel gênant, hoor! Want er waren soms momenten, dat het water haar uit de mond leek te lopen."
"Hm, en wat deed je daar dan aan?"
"Niets, natuurlijk! Ik deed net, of ik het niet merkte. Wat had ik er anders aan kunnen doen? Ik ging ook niet verzitten, of zo. Ik was echt als de dood, dat ik haar in verlegenheid zou brengen."
Daar reageerde hij niet op en hij liet zijn handen een beetje gedachteloos over haar kousen glijden.
"Hm, heb je eigenlijk geen zin om wraak op haar te nemen?", vroeg zij liefjes.
"Hoe dan?"
"Door nu in Kitty's bijzijn even een vingerklusje bij mij te doen."
"O, wat ben je toch een gemene manipulante!", riep hij lachend.
"Ja, hè?"
"Maar laten we dat maar niet doen!"
"Hè, wat jammer nou! Maar het mag best, hoor!"
Zij besefte maar al te goed, dat hij wel degelijk in tweestrijd verkeerde en zijn greep op haar dijen werd ook wat sterker. Maar uiteindelijk overwon het gezonde verstand.
"Zullen we nu maar snel gaan?", vroeg hij, toen hij haar benen had losgelaten.
"Als jij dat echt per se wenst", was het nuffige antwoord.
"Ja, dat wens ik per se! En ik wil ook, dat jij nu een taxi belt!"
"Waarom ik?"
"Omdat jij een mobieltje en ik een ongeneeslijke telefoonfobie heb."
"Hm, eigenlijk zouden we nu even snel een blitse lijkwagen en een al even blitse volgauto moeten huren."
"Ja, dat vind ik ook!", zei hij, terwijl hij grinnikend de tube weer in haar tas stopte, "Maar als het je niet lukt om dat op stel en sprong te regelen, mag het ook wel een taxi zijn."
"Goed, dan zal ik het eerst maar eens bij de taxistandplaats op het Burgemeester Nielenplein proberen."
"Prima, dan ga ik eerst even een plasje plegen!"
Hij stond op en liep naar het toilet. Trudy pakte haar mobieltje uit haar tas, toetste het nummer van de bovengenoemde taxistandplaats in en wachtte tot de telefoon werd opgenomen. Tijdens het wachten viel haar oog op een fotoalbum, dat op een naast de bank staand salontafeltje lag. Zij nam het op en begon het door te bladeren. Het was een soort familiealbum, waarin overigens alleen foto's van haar moeder zaten. Ze waren vrijwel allemaal in de Heemskerkse huizen genomen en het landhuisje in Noorddorp voerde daarbij de boventoon.
Zij moest het bladeren door het fotoalbum even onderbreken, toen aan de andere kant van de lijn de hoorn van de haak werd genomen en zij een vrouwelijke stem de woorden 'Taxistandplaats Burgemeester Nielenplein' hoorde uitspreken. Zij vertelde de vrouw, waar zij naar toe moest rijden en stopte, toen het gesprek was beëindigd, het mobieltje weer in haar tas. Daarna sloeg zij weer een bladzijde van het plakboek om en schrok zij zich wezenloos. De laatste twee pagina's van het fotoalbum bevatte namelijk zes erotische foto's van een tamelijk schokkende aard. Haar hart sprong haar in de keel en haar eerste opwelling was om het boek door de kamer te slingeren. Toch deed zij dat uiteindelijk niet. Eén voor één nam zij de foto's in zich op en zij kwam al snel tot de conclusie, dat zij de foto's uitermate opwindend vond.
Zij wist, wat voor fantasie op deze foto's werd uitgeleefd en zij bewonderde haar moeder en Kitty om de inventiviteit, waarmee ze die nogal groteske fantasie had vormgegeven. Zij slaagde er ook in om de foto's te dateren. Ze waren vermoedelijk in het begin van de jaren tachtig gemaakt. Haar moeder moest ongeveer vijftig zijn geweest. Zij vroeg zich af, wie deze foto's in het album had geplakt. Was het Kitty geweest? En was haar moeder hiervan op de hoogte geweest? Of wist haar moeder nergens van en had Kitty de foto's vlak voor haar zelfmoord in het boek geplakt in de hoop haar moeder daarmee op een voor haar onplezierig moment in verlegenheid te kunnen brengen? Op dat moment kwam Dennis de kamer weer binnenlopen en hoorde zij vrijwel tegelijkertijd de bel gaan.
"Dat is de taxi al!", zei hij blijmoedig.
Zij knikte, sloeg zwijgend het fotoalbum dicht en liet het in haar tas glijden. Het leek haar beter om haar ontdekking nog even voor zichzelf houden. Zij wist nog niet goed, hoe zij ermee om moest gaan en zij wilde zichzelf even de tijd gunnen om daar goed over na te denken. Bovendien was zij er zich terdege van bewust, dat ze Kitty op een waardige wijze naar haar laatste rustplaats moesten begeleiden. Dat kostte haar echter meer moeite dan zij had verwacht, want toen Dennis met een ernstig gezicht de urn met Kitty's as ter hand nam, moest zij heel erg haar best doen om niet in een hysterische lachbui uit te barsten. Uiteindelijk wist zij zich wel te beheersen.
"Gaat het?", vroeg zij, met een ietwat schijnheilige gelaatsuitdrukking.
"Ja, maar laten we maar gauw gaan. Het is toch geen prettige last om te dragen."
"Goed, lieverd."
Ze verlieten de flat en liepen in een kalme tred naar de lift.

BERT HARBERTS


Terug


Amsterdam, 3 maart 2004. © Bert Harberts