POPCONCERT

De hotelkamer van het Rotterdamse hotel Central keek op een troosteloze binnenplaats uit. Terwijl Dennis aan het bureau voor het venster zat en zag, hoe zijn vrouw Trudy zich langzaam en met de nodige tegenzin aankleedde, was op de achtergrond het televisieverslag van een bergetappe uit de Tour de France te horen. Het betrof de Koninginnerit van de Tour van 1996, een loodzware etappe met een aankomst in het Spaanse Pamplona. Het verslag liep op zijn eind, de beslissing in de etappe was allang gevallen; Bjarne Riis had Miguel Indurain opnieuw helemaal zoek gereden en Dennis, een fanatieke Indurain-fan, voelde zich daar zeer treurig om.
Een reden temeer om zijn blikken maar weer op zijn vrouw te richten. Die verschafte hem toch wel heel veel troost. Zij had een, voor haar veertig jaren, uitermate knap gezichtje met halflang, blond haar, zij was lang en mollig en zij was nog steeds uitermate sexy.
Dennis was benieuwd, wat zij aan ging trekken. De keus leek tussen chic en sportief te gaan. Op de stoel naast het bed lagen het zwarte jurkje en de zwarte nylonkousen, die zij die morgen had aangehad, op het bed lagen een blauwe spijkerbroek, een blauw spijkerjackje en een wit T-shirt en op de vloer stonden een paar bruine, lage lakschoenen en een paar smetteloos witte gympen.
Het verblijf in deze Rotterdamse hotelkamer, waar ze de hele middag hadden liggen vrijen, was overigens slechts een voorproefje voor een ander festijn: een popconcert in de Kuip. Hij had er niet veel zin in en keek met een gevoel van weemoed toe, hoe Trudy het T-shirt, het spijkerpakje en de witte gympen aantrok en tenslotte met een moederlijke glimlach de dekens recht trok.
"Ga je mee?", vroeg zij.
"Het moet maar, h?"
"Ach, het duurt maar een paar uurtjes", sprak zij monter, "En als we hier terug zijn, gaan we gewoon weer lekker verder met vrijen."
"Ha, daar hou ik je aan!", zei hij grinnikend.
Ze verlieten het hotel en liepen zwijgend, maar in een goede stemming naar het station. Tijdens die wandeling over het Weena keek hij opnieuw met welgevallen naar zijn o zo jeugdig ogende vrouw. Zij floot lustig voor zich heen en zij had een ietwat slepende tred, waarmee zij hem telkens weer aan een perfect geconserveerde Sue Lyon deed denken.
Na hun aankomst in het station reisden ze met een speciale trein naar de Kuip, waar hen een grote verrassing wachtte. De toeloop voor het concert, die van de sinds twee jaar herenigde Eagles, bleek veel groter te zijn dan ze hadden verwacht: de rijen voor de toegangspoorten van de Kuip waren vele meters lang. Dennis en Trudy zagen die rijen een beetje moedeloos aan en gingen daarna in afwachting van rustiger tijden bij de afrastering zitten.
Naarmate de tijd vorderde, werden de rijen voor de toegangspoorten eerder langer dan korter. Dennis bekeek ze met een mengeling van trots en ergernis. Trots om de grote belangstelling voor 'zijn groepie', ergernis omdat die mensenmassa hem mogelijk van een zitplaats zou beroven. Simpelweg achteraan sluiten was echter geen optie voor hem; hij had een aanleg voor spataderen en kon dus niet lang staan.
Vanuit het stadion was nog net het laatste nummer van de groep uit het voorprogramma horen. Welke groep het precies was, wist hij niet, maar het gebodene klonk weinig hoopgevend, waar het de kwaliteit van de geluidsinstallatie betrof.
Buiten het stadion begon de sfeer steeds vrolijker te worden; in een van de rijen werd zelfs aan een stuk door een Feyenoord-yell geproduceerd. Aangezien Dennis Amsterdammer van geboorte was en daar ook nog steeds woonachtig was, hoorde hij het een beetje benauwd aan. Trudy liet zich er niets aan gelegen liggen. Zij keek nogal dromerig voor zich uit en koesterde zich in het avondzonnetje.
Uiteindelijk leken de rijen toch wat korter te worden. Dennis stond aarzelend op, overzag de rijen en kwam vervolgens tot een hoopgevende conclusie: de rij voor de meest linkse toegangspoort leek met de minuut te slinken. Hij tikte Trudy op de arm en trok haar zwijgend overeind.
De voortvarendheid, waarmee hij haar daarna door de mensenmassa's heen zeulde, kwam hem duur te staan: hij kwam in botsing met een man, die zich plotseling omdraaide en daarbij een roze-gekleurd waterijsje op de revers van zijn jasje platdrukte. De man nam het verlies van zijn lekkernij filosofisch op; hij liep weg, zonder ook maar iets van een excuus te uiten. Dennis ontstak echter in woede en moest door zijn vrouw met een kalm uitgesproken "Rustig, jij!" tot de orde worden geroepen. Dat lukte haar gelukkig wel. Hij bleef even staan mokken, maar de zorgzame manier waarop zij met haar zakdoek de vlek op zijn jasje te lijf ging, had uiteindelijk een bijzonder rustgevende uitwerking op hem.
"Er schuilt best wel een lief huisvrouwtje in jou!", zei hij grijnzend.
"Ja, h? Het is alleen zo jammer, dat ik zo weinig de gelegenheid krijg om het te tonen."
"O, wat een gemeen loeder ben je toch!", zei hij, zonder verder op die aantijging in te gaan.
Tijdens het babbelen hadden ze zich bij de kortste rij aangesloten. De snelheid, waarmee de bezoekers voor hen werden binnengelaten, viel hen inderdaad wel mee. Het duurde niet lang, voordat ze het stadionterrein konden betreden en ze op zoek naar hun bezoekersvak konden gaan.
Ze vonden dat vak zonder moeite: ze bleken op de tribune recht voor het podium te zitten en zochten een plek bovenaan de tribune uit. Het veld was onderwijl al volgestroomd. Met een publiek, dat varieerde van piepjong tot middelbaar. Er waren groepen van dertigers, van veertigers, maar dus ook complete gezinnen en jongere paartjes van om en nabij de twintig.
"Heb je er nu wel een beetje zin in?", vroeg Trudy lachend.
"Ja, het zijn de helden uit mijn jeugd en ik vind het ook om die reden echt fantastisch, dat ze weer bij elkaar zijn."
"Bij de meeste critici kunnen ze overigens maar weinig goed doen."
"Ach, ieder mens heeft recht op een eigen mening, mits die mening niet als een absolute waarheid wordt verkondigd, maar naar mijn bescheiden mening hebben die critici dus ongelijk. Elke song van hen vertolkt het levensgevoel van henzelf en van een complete generatie, elke song vertelt over een facet uit hun eigen leven en van hun eigen persoonlijkheid, in elke song zit de samenbundeling van hun vakmanschap, dat ieder van hen in de afgelopen dertig jaar heeft opgebouwd en elke song, hoe commercieel ook, is dus een geniaal kunstwerkje op zich."
"Jij vindt ze dus ook commercieel?"
"Ja, maar is dat zo erg? Het is waar: ze zijn altijd commercieel en vrijwel nooit vernieuwend bezig geweest, maar die laatste aspecten zijn alleen belangrijk voor al hun critici. Voor al die in hun eigen azijn verzuurde pseudo-intellectuelen, die, koste wat het kost, hun eigen stompzinnige meningen aan miljoenen andersgezinden willen opdringen. Voor al die nitwitten, die er over het algemeen precies dezelfde stompzinnige meningen op na houden als die leeghoofdige en politiek-correcte stommelingen uit de grachtengordel."
"Welke leeghoofdige en politiek-correcte stommelingen?", vroeg zij onvoorzichtig.
"Die stommelingen, die vanuit hun ivoren torentjes al jaren moord en brand schreeuwen over de vulgarisering in de kunsten. De stommelingen, die geilen op alles, wat 'in' is en neerkijken op alles, wat 'uit' is. De stommelingen, die weglopen met alles, wat naar vernieuwing riekt. De stommelingen, die meeheulen met kapitaalkrachtige projectontwikkelaars en die dus vinden dat het prachtige centrum van Amsterdam moet worden platgegooid, omdat het kitsch en niet meer van deze tijd is. De stommelingen, die vinden dat het prachtige interieur van de Stadsschouwburg mag worden vernield, omdat het niet voldoet aan de eisen van het hedendaagse toneel, waar dus alleen die happy few belang in stelt. Dat soort stommelingen dus!"
"Draaf je nou niet een beetje door?"
"Helemaal niet! Vernieling vermomd als vernieuwing! Daar staan zij voor en daar zijn ze allemaal op uit!"
"Je wordt oud, jh."
"Dat is niet waar! Ik ben nog lang niet oud en ik ben ook niet conservatief of tegen de vooruitgang of tegen de moderne kunst. Ik walg alleen maar van alles, wat naar elitevorming riekt. Er mag mijns inziens op geen enkele kunstuiting worden neergekeken, alleen maar omdat de schepper ervan er veel succes mee heeft. En verder wil ik alleen maar, dat het goede uit het verleden te allen tijde en onder alle omstandigheden wordt gerespecteerd. En dat geldt voor alles, wat met kunst en cultuur te maken heeft. Dat geldt voor het historische centrum van Amsterdam, dat geldt voor de werken van Tsjechow en dat geldt ook..."
"Voor de muziek van de Eagles?"
"Ja, precies."
Zijn laatste woorden vielen samen met de opkomst van de groep. Het was een ontroerend moment voor hen, al konden ze door de grote afstand en het niet-functionerende videoscherm vrij weinig van de groepsleden zien. Het deerde hen niet. Vanaf de eerste tonen van 'Hotel California' was al duidelijk, dat er van een slechte geluidsinstallatie helemaal geen sprake was: de muziek, zoals die nu uit de luidsprekers kwam, bleek van cd-kwaliteit. Dennis hoorde het verpletterd aan en zong de meest typerende regels uit 'Hotel California', "'Relax!', said the nightman. 'We are programmed to receive. You can check out any time, you like, but you can never leave...'", met volle overgave mee.

BERT HARBERTS


Terug


Amsterdam, 2 september 1997. © Bert Harberts