DE BARKEEPER

Het meertje, middenin de dorpskom van Broek in Waterland, lag er kalm bij. Het was een grijze dinsdagmiddag, midden september, en Randy keek vanuit zijn huiskamer over het meertje uit. Zijn vrouw Rinie zat op de bank, verdiept in de nieuwste AvantgdGarde en met een kop koffie onder handbereik. Ze hadden vandaag vrij. Ze bezaten al jaren een cafť in Durgerdam, maar dinsdag was de dag, waarop hun barkeeper het cafť in zijn eentje mocht runnen.
Het echtpaar had twee dagen geleden, op negen september, in alle rust hun driejarig huwelijksfeest gevierd en had gisteren de hele dag in bed doorgebracht. Dat kon eigenlijk wel een familietraditie worden genoemd. Tien september was de sterfdag van Anneke, de eerste, in 1993 gestorven vrouw van Randy, en Rinie was er altijd zeer op gebrand om Randy op die dag in bed te houden. Dat doel had zij ook dit jaar weer bereikt; ze waren vanmiddag pas rond het middaguur het bed uitgekomen en Randy zag er, zelfs na een langdurige douche en een stevig ontbijt, nog steeds een tikje verkreukeld uit.
Hij en Rinie scheelden tweeŽntwintig jaar in leeftijd en op dagen zoals deze was hij zich terdege van dat verschil bewust. Anneke was vijf jaar ouder geweest dan hij en om de een of andere reden had hij zich met dat verschil wat meer op zijn gemak gevoeld. In seksuele zin was er niet zo veel verschil tussen Anneke en Rinie te ontdekken. Ook Anneke was in bed een doortastende en veeleisende dame geweest en zij had vrijwel elke avond en nacht het uiterste van hem gevergd. Of zij dat op de dag van vandaag was blijven doen als zij was blijven leven, betwijfelde Randy. Zij zou nu eenenvijftig zijn geweest en zij had nu waarschijnlijk midden in de overgang gezeten.
Maar in plaats van een vrouw in de overgang had hij nu dus een knap, kittig vrouwtje van vierentwintig tot zijn beschikking. Hij wierp haar een liefhebbende blik toe en bewonderde haar lange, rode japon. Het was een zijden, 'off-schoulder'-japon, die haar stevige schouders en armen onbedekt liet. Onder die japon droeg zij rode schoenen met hoge hakken, maar die waren bijna niet zichtbaar: de japon reikte vrijwel tot aan de vloer. De rest van haar uiterlijke verschijning oogde al even smaakvol. Haar lange, donkerblonde haren hingen tot over haar schouders, zij had zich vrijwel niet opgemaakt - zij had alleen wat lippenstift opgedaan - en rond haar hals zat een eenvoudige, maar charmante kralenketting.
Hij had eigenlijk geen idee, waarom zij deze outfit had aangetrokken. Ze hadden geen plannen om uit te gaan en zouden de rest van de dag vermoedelijk thuisblijven. Zij merkte, dat hij naar haar keek, en legde het tijdschrift naast zich neer.
"Wat vind je van mijn jurk?", vroeg zij, met een stralende glimlach.
"Hij is prachtig!"
"Dank je! Hij was erg duur!"
"Dat kan mij niks verdommen! Hij staat je fantastisch!"
"Ach, wat is het toch heerlijk om een ouwe, steenrijke vent als echtgenoot te hebben!"
"Ach, wat is het toch heerlijk om een jong, geil meisje als echtgenote te hebben!"
Het was een tamelijk onvoorzichtige opmerking voor een man, wiens genitaliŽn nog steeds wat beurs aanvoelden, maar gedane zaken nemen nu eenmaal geen keer en hij beantwoordde haar zwoele blik met een wat schaapachtige grijns.
"Vind je mij echt zo geil?", vroeg zij.
"Welnee, malle meid!", antwoordde hij, met ware doodsverachting, "Je bent al jaren de braafheid zelve."
"Ik heb anders best wel zin om weer naar bed te gaan."
"Je bent gek!", riep hij, met iets van wanhoop in zijn stem, "We hebben gisteren al de hele dag in bed gelegen."
"Dat is toch geen reden om vandaag niet de hele dag in bed te liggen?"
"Maar waarom heb je dan zo'n mooie jurk aangetrokken?"
"Nou, en wat dan nog? Jurken kunnen te allen tijde worden uitgetrokken."
"Ja, maar wil ik helemaal niet!"
"O, als je met alle geweld wilt, dat ik hem tijdens het vrijen aanhoud, dan mag dat ook, hoor. Het heeft wel iets decadents, vind ik."
"Vind je dat dan niet zonde van die jurk?"
"Nee, hoor! Want dan koop ik morgen wel weer een nieuwe."
Terwijl zij dat zei, trok zij de jurk iets omhoog, zodat haar stevige, welgevormde kuiten en haar schoenen zichtbaar werden, en Randy besefte, dat het beleg op zijn vesting alweer was begonnen. Op dat moment zag hij echter een mogelijke uitweg en hij besloot om die kans met beide handen aan te grijpen.
"Ik wil je eerst gaan fotograferen?", zei hij.
"Waarom?"
"Omdat je er echt vreselijk lekker uitziet."
"Kunnen we dan niet beter meteen gaan..."
"Nee, ik wil dit vastleggen! Voor later! Als ik over dertig jaar ver in de zeventig ben en jij ver in de vijftig, wil ik je kunnen terugzien, zoals je nu bent."
"Hm, dat is misschien wel een leuk plan."
"Natuurlijk is dat een leuk plan! Ik ga meteen mijn fototoestel halen."
Hij rende via de wenteltrap naar boven, ging hun slaapkamer binnen en haalde zijn fototoestel uit de bovenste la van zijn bureau. Het toestel, een 'automaatje' van het merk Canon, was al acht jaar oud. Hij had het in 1993 in Basel gekocht, toen hij na de zelfmoord van Anneke een langdurige reis door Europa had gemaakt en hij was er door de jaren heen zeer aan gehecht geraakt.
Met het toestel in de hand geklemd keerde hij naar de huiskamer terug, waar hij tot de ontdekking kwam, dat zijn geliefde echtgenote zichzelf een glas rode wijn had toebedeeld. Om het gedistingeerde plaatje compleet te maken, had zij ook nog een paar zwarte, suŤde handschoenen aangetrokken en hield zij haar langwerpige glas op een half bevallige, half uitdagende manier in de hand. Hij zag, dat zij haar jurk nu tot vlak boven haar knieŽn had opgetrokken en hij begon al een beetje aan het welslagen van zijn afleidingsmanoeuvre te twijfelen. Toch besloot hij om er maar het beste van te maken. Hij ontdeed het fototoestel van zijn leren hoesje, knielde voor haar neer en drukte zonder al teveel plichtplegingen af.
"Hoe zou het met Mohammed en Atie zijn?", vroeg zij, doelend op haar ondergeschikte en diens hoogzwangere vrouw.
"Ik weet het niet, liefje."
"Ik heb zo'n idee, dat Atie op dit moment aan het bevallen is."
"Waarom?"
"Ik heb hem net proberen te bellen in het cafť, maar hij nam niet op."
"O, jee! Meen je dat? Heb je hem ook thuis proberen te bellen?"
"Ja, maar daar neemt hij dus ook niet op."
"Mooi is dat! Dan moeten we straks misschien toch gaan werken!"
"Ja, ik ga het over een uur nog een keer proberen en als ik dan weer niks te horen krijg, moeten we maar naar Durgerdam gaan."
"Dat is goed, liefje."
"Hm, ik hoop maar, dat alles goed met Atie gaat!"
"Ik hoop maar, dat alles goed met Mo gaat!"
"Ja, hij was de laatste dagen wel erg nerveus, hŤ?"
"Tja, ik geloof echt, dat hij gek zou worden als er iets mis zou gaan."
"Ja, hij is echt hartstikke gek op Atie!"
"Ja, nou! Zonder Atie had hij allang weer op zijn Hamburgse universiteit gezeten en dan had hij nu waarschijnlijk op het punt gestaan om als ingenieur in CaÔro te gaan werken."
"Tja, wat een korte vakantie in Amsterdam al niet voor gevolgen kan hebben."
"Daar kan ik flink over meepraten, ja!"
"Tja, jullie zitten in hetzelfde schuitje, hŤ?"
"Ja, koningin van mijn ziel, Mo en ik hebben allebei in Amsterdam de ware liefde gevonden."
"Dat is waar, maar Mo is voor Atie wel een beetje verder gegaan dan jij voor mij."
"In welk opzicht dan?"
"Jij hebt je geloof niet voor mij opgegeven."
"Dat is onzin, lieverd!", zei hij beslist, "Mo is nog steeds op en top een moslim, hij belijdt zijn geloof alleen maar op een hele relaxte manier. Als je niet meer dagelijks in de moskee komt, ben je echt nog geen afvallige, hoor."
"Dat is waar."
"En een man, die zich door zo'n mooi, sexy meisje als Atie heeft laten inpalmen, moet zijn geloof natuurlijk ook wel op een relaxte manier gaan belijden."
"Precies! Een echte man moet op elk moment in zijn leven de juiste prioriteiten weten te stellen."
Zij trok haar jurk nog wat verder omhoog, waardoor een flink stuk van haar linkerdijbeen zichtbaar werd. Hij schoof een beetje naar rechts, zodat hij dat half ontblote been goed in het vizier kreeg en maakte zijn tweede foto. De derde foto was een close-up van het been; daarna keek hij naar het tellertje op zijn toestel om te zien, hoeveel foto's hij nog kon maken.
"Hoeveel heb je nog?", vroeg zij.
"Nog vijf."
"Oei, dan moeten de volgende foto's maar een beetje ondeugender zijn!"
Zij zakte wat onderuit en trok haar jurk omhoog tot haar benen helemaal zichtbaar werden. De aanblik van die prachtige, mooie benen deed hem wankelen op zijn grondvesten. Als ze zometeen echt naar de kroeg zouden moeten gaan, zou zij hem wel eens tot het plegen van een vluggertje kunnen dwingen en hij betwijfelde ten zeerste, of hij aan die wens zou kunnen voldoen.
Zij had vermoedelijk heel goed door, wat er door hem heenging. Zij legde haar handen in haar nek, liet haar benen nog wat verder uit elkaar gaan en keek hem heel uitdagend aan. Hij drukte snel af, maar de volgende pose was al even verontrustend: met de ellebogen op haar knieŽn en met de handen onder de kin wierp zij hem een liefkozende blik toe, die hem al bijna helemaal murw sloeg.
Opnieuw drukte hij af en opnieuw drukte de volgende pose hem dieper in de problemen. Zij sloeg haar onderarmen om haar kuiten en trok haar benen langzaam van de vloer. Zij liet haar kin daarbij op haar borst rusten, maar omdat zij wat omhoog keek, slaagde zij er toch in om recht in de lens te kijken. Die blik, waarmee zij hem zowel streelde als uitdaagde, vormde de genadeslag voor Randy.
"Ik ga toch voor de bijl, hŤ?", vroeg hij, met een schorre stem.
"Dat denk ik wel, ja."
Hij drukte af en hoorde op dat moment een bekend geluid: de pruttelende motor van de bromfiets van Mo.
"Daar is Mo!", riep zij opgewonden.
Zij zette haar voeten weer op de vloer, liet zich van de bank afglijden en rende naar de voordeur. Randy slaakte een zucht van verlichting. Hij legde het fototoestel op de salontafel, stond op en keek vervolgens toe, hoe zijn vrouw hun barkeeper om de hals vloog.
"O, wat fantastisch!", riep zij.
Randy drentelde naar het tweetal toe en zag, dat Mo er minstens zo verfomfaaid uitzag als hij.
"En...", vroeg Randy.
"We hebben een dochter!", antwoordde Mo, met een gelukzalige grijns.
"Gefeliciteerd, kerel!", zei Randy, terwijl hij Mo een hand gaf.
"Dank u wel!"
"Is alles goed gegaan?"
"Ja, het heeft alleen vreselijk lang geduurd."
"Hoelang heeft het precies geduurd?"
"Vanochtend om zeven uur zijn de weeŽn begonnen en om een uur is Soraya geboren."
"Dat is pas twee uur geleden!"
"Ja, en daarna ben ik meteen op mijn brommertje gestapt en hiernaartoe gereden om u te vragen, of ik vandaag vrij kan krijgen."
"Waarom heb je in godsnaam niet even gebeld?"
"Omdat ik er even uit moest en ook omdat ik u dit wilde brengen."
Mo overhandigde Randy een plastic tasje van de plaatselijke kruidenier, waarin een rol beschuit en een pakje met roze en witte muisjes van 'De Ruyter' zaten.
"O, wat vreselijk aardig van je!", zei Rinie lachend, "En het is ook nog eens precies de goede soort!"
"Ja, dat heeft Atie mij nog gezegd! Dat ik per se roze en witte muisjes moest kopen."
"Dat heb je goed gedaan, hoor!"
"Ja, en ga nu maar weer snel naar haar terug!", vulde Randy grinnikend aan.
"En de zaak dan?"
"De zaak is de komende dagen onze verantwoordelijkheid. Jij gaat nu met betaald zwangerschapsverlof en je komt pas terug als Atie weer helemaal op de been is."
"Weet u dat zeker?"
"Ja! Ga als de sodemieter naar je vrouw en dochter terug. We willen je de eerstkomende weken niet meer zien!"
"Nou, goed dan! Dan ga ik maar weer snel weg."
Hij liep naar zijn brommertje terug, trapte de motor aan en reed na een laatste wuifgebaar het laantje uit. Na zijn vertrek leek zowel Randy als Rinie een beetje met hun figuur verlegen te zijn.
"Wat zullen we gaan doen?", vroeg zij.
"We gaan nu beschuit met muisjes eten!", antwoordde hij resoluut.
"Wil je echt niet liever nog een half uurtje in bed doorbrengen?"
"Nee, we hebben nog een vermoeiende werkdag voor de boeg. Dat vrijen komt vannacht wel."
"Maar..."
Ditmaal duldde hij echter geen tegenspraak. Hij liep met het plastic tasje in de hand naar de koelkast in de aangrenzende keuken, pakte daar het botervlootje uit en liep naar de eettafel, waar hij welgemoed het cadeautje van Mo begon uit te pakken. Rinie bezag dat tafereeltje met een wat vage glimlach, maar schoof uiteindelijk ook aan tafel aan.

BERT HARBERTS


Terug


Amsterdam, 31 augustus 2003. © Bert Harberts