TOEKOMSTMUZIEK

Op een zondag in april vatte Danny het plan op om een dagje naar Maastricht te gaan. Zijn vrouw Carry stemde daarmee in en een half uur later reisden ze naar Maastricht af, waar ze rondom het middaguur aankwamen. Het werd een plezierig uitstapje, dat aanvankelijk voor een groot deel op een terrasje op het Vrijthof werd doorgebracht. Het was daar tamelijk druk, maar Danny had slechts oog voor zijn van gezondheid blakende echtgenote. De manier, waarop zij zich naar hem had toegekeerd, drukte ook niets anders dan behaagzucht uit. Hij keek naar dat korte, zwarte jurkje, hij bewonderde haar mollige, zwartgekousde benen en betreurde ineens de grote afstand tussen Maastricht en hun woonplaats aan de andere kant van de spoorlijn. Misschien was het toch beter geweest als ze thuis waren gebleven.
Na een poosje rekende hij af. Ze verhieven zich van hun stoelen en begonnen aan het vervolg van hun wandeling door de stad. Hij wist niet goed, waar hij nu heen wilde gaan, maar ze verzeilden al snel in het gerestaureerde Stokstraatkwartier, het buurtje met de mooie, oude huizen en de nauwe, met klinkers beklede straatjes, dat door De Dikke Man in een van zijn columns op een briljante wijze van zijn grandeur was ontdaan. Toch kon hij het buurtje wel waarderen, dit in tegenstelling tot zijn, over haar pijnlijke voeten klagende echtgenote. Haar schoenmaat lag tussen de zevenendertig en de achtendertig in en bij de recente aankoop van deze schoenen had de ijdelheid het weer eens van het gezonde verstand gewonnen. Hij zag het getreuzel en het gepruts met die schoenen overigens welwillend aan; zijn tolerantiegrens, waar het Carry betrof, lag torenhoog.
Toen zij voor de derde keer op een stoepje was gaan zitten om zich voor even van haar schoenen te kunnen verlossen, ging hij dan ook welgemoed naast haar zitten. Zij wierp hem een korte, wat spottende blik toe, maar staarde daarna weer in wazige verten. Hij herkende die blik; meestal was die blik de voorbode van een idiote of ondeugende streek. Ook nu leek zij iets in haar schild te voeren en hij was razend benieuwd naar wat dat zou blijken te zijn. Om haar een beetje op te porren beet hij even in de schoudervulling van haar jasje; een wandaad, die hem op een fikse oorvijg kwam te staan. Hij incasseerde de bestraffing, zonder morren en een minuutje later slenterden ze verder door de Stokstraat.
Aan het einde van die Stokstraat liet hij haar verder de route bepalen en zij koos voor de route over de eeuwenoude Sint Servaasbrug, oftewel de terugkeer naar het station. Zij zette er flink de pas in; hij kon haar slechts met moeite bijhouden.
Bij hun aankomst in het stadsdeel Wyck stak zij de straat over. Over de reden daarvan tastte hij in het duister, tot zij, zonder iets te zeggen, hotel 'Beaumont' binnenliep. Hij liep haar grinnikend achterna en wilde, eenmaal bij de receptie aangekomen, al naar voren stappen om de nodige formaliteiten te vervullen. Maar dat was dus niet meer nodig: die kon zij ook wel voor haar rekening nemen.
Hij keek naar het boodschappentasje in zijn hand - met haar handtasje de enige bagage, die ze bij zich hadden - en zag, hoe er op het knappe, hoekige gezicht van de blonde receptionist een gemene grijns verscheen. Danny grijnsde vrolijk terug. De situatie deed hem aan een oude hit van Smokey Robinson denken en hij wist de mooiste zinnen van die hit moeiteloos uit zijn geheugen op te diepen "I don't care, what they think about me, I don't care what they say. I don't care about anything else, but being with you, being with you, being with you..."
In de lift naar de tweede verdieping besloot hij om het stilzwijgen maar eens te verbreken. Hij koos voor een vraag, die niet anders dan als een open deur kon worden beschouwd:
"Heb je hier een speciale bedoeling mee?"
"Niet echt! Ik wil je alleen maar even voor mijzelf hebben."
"Dus het gaat je niet om de seks?"
"Nee, ik wil vanavond pas neuken. Nu wil ik je alleen maar dicht bij mij hebben en een beetje lief voor je zijn."
"Is daar een speciale reden voor?"
"Misschien omdat ik mij een beetje zorgen over je maak."
"Waarom?"
"Omdat het op je werk zo rot gaat."
"Dat is toch geen reden om je zorgen te maken."
"Jawel, want je hebt je daar in Houten, zoals je zelf al eens zei, 'twee jaar lang de pleuris gewerkt' om het bedrijf tot een succes te maken en dat is allemaal dus toch op een flinke teleurstelling uitgelopen, nu ze daar in Houten de boel gaan opdoeken en jij dus weer in Amsterdam gaat werken."
"Hm, ik kan daar wel mee leven, hoor. Het is gewoon een kwestie van de juiste prioriteiten stellen. Jij staat op nummer 1, 2 en 3, mijn muziek staat op nummer 4 en 5 en het werk staat op nummer 6. En over de nummers 1 tot en met 5 heb ik absoluut niets te klagen, hoor."
"Wel, in dat geval heb ik er dan nog twee redenen bijgekregen om vandaag een beetje lief voor je te zijn."
"Dat is goed, liefje."
Ze waren inmiddels op de tweede verdieping aangekomen en liepen naar hun kamer, die aan de straatkant bleek te liggen. Carry ging op de rand van het bed zitten en trok met een zucht van verlichting haar schoenen weer uit. Danny liep naar het venster om nog even naar buiten te kunnen kijken.
"Wat doen we vanavond met het tandenpoetsen?", vroeg hij.
"Je moet voor het eten maar even naar de Edah in het station lopen."
"Wil je vandaag niet meer de stad ingaan?"
"Nee, die rotschoenen zijn mijn voeten langzaam aan het vermoorden en als we hier in het hotel gaan eten, kan ik ze tijdens het eten tenminste snel weer uitdoen."
"Dat is slim van je."
"Ja, hè?"
Hij liep naar haar toe, knielde bij haar neer, nam haar rechtervoetje ter hand en keek naar de 'wond' op haar hiel. Die bleek wel mee te vallen. Vlak boven het hielstukje van de kous was een flinke blaar te zien, maar die blaar was nog niet aan het bloeden. Hetzelfde gold ook voor haar andere hiel.
"Wat is de diagnose?", vroeg zij lachend.
"Het is niet ernstig, maar ik schrijf je wel enige uren bedrust voor."
"Dat is mooi."
"En ik zal bij de Edah straks ook wat jodium en pleisters voor je kopen."
"Ah, dat is lief van je. Maar nu ga ik dus eerst even een beetje uitrusten."
Zij trok haar jasje uit, legde dat op de stoel naast het bed en vlijde zich languit en met gesloten ogen op het bed neer. Dat leverde een wel heel aantrekkelijk tafereeltje op, waarmee hij zich even geen raad wist. Toch wist hij daarna wel, wat hem te doen stond. Hij liep naar de televisie, zette die aan en kroop ook het bed op. Dat viel in goede aarde bij haar. Zij keerde zich om en nestelde zich, nog steeds met gesloten ogen, in zijn armen.
"Waarom heb je de televisie aangedaan?", vroeg zij, met een nu heel slaperig stemmetje.
"Om even wat afleiding te hebben", was het eerlijke antwoord.
"Waarom?"
"Omdat de aanblik van jou mij nogal in verwarring bracht."
"Hoezo?"
"Omdat je erbij lag als een pin-up uit de jaren vijftig. En omdat je er daardoor toch wel weer heel erg lekker uitzag."
"Meen je dat nou?"
"Ja."
"Zullen we dan maar wel gaan neuken?"
"Nee."
"Ben je daar echt zeker van?"
"Ja, natuurlijk ben ik daar echt zeker van! Ik bedoel maar..."
"Het mag best, hoor!"
"Nee, joh! Ik vind het prima zo! En dan vooral omdat dit rustige samenzijn mij een beetje aan mijn Skanderborg-vakantie in '75 doet denken."
"Toen je met die mooie, voluptueuze Française in dat mooie blokhutje aan dat Deense meer vertoefde?"
"Ja, precies!"
"Leek zij echt zo op mij?"
"Ja, het enige verschil waren de jeugdpuistjes op haar gezicht. Voor de rest was eigenlijk alles hetzelfde. Zelfs de kleur van de kousen was hetzelfde."
"Hm, ik vind het maar niks, dat jij daar zo'n dromerig gezicht bij trekt."
"Waarom zou ik dat niet doen?", vroeg hij plagend, "Ik heb in '75 een leuk, sexy meisje ontmoet, waarop mijn latere vrouw zou gaan lijken. En dat mijn latere vrouw op dat moment een lief, onschuldig meisje van tien was, maakt die wetenschap er alleen maar leuker op."
"Ach, jee! Toen jij met die Française aan het rollebollen was, lag ik dus nog in mijn Schiebroekse bedje onder mijn ABBA- en Bony M-posters te slapen."
"Jemig! Meen je dat echt?"
"Wat, lieverd?"
"Dat van die posters."
"Ja, dat meen ik wel degelijk! Ik was een fanatieke fan van ABBA en Bony M. Sindsdien is mijn muzieksmaak er gelukkig wel wat op vooruit gegaan, maar toen was ik er echt idolaat van."
"Hm, voorzover het ABBA betreft, kan ik dat eigenlijk best wel billijken. En zeker als ik aan dat verrukkelijke kontje van Agnetha denk."
"Gore seksist die je bent!"
"En bovendien heb ik ook een heel groot zwak voor dat prachtige 'Dancing Queen'."
"Hoe komt dat?"
"Dat heeft te maken met het moment, waarop ik het voor het eerst hoorde. Ik hoorde het namelijk voor het eerst in augustus 1976 en dat gebeurde in een bos bij Lohals, een plaatsje op het Deense eiland Langeland."
"En hoe gebeurde dat dan?"
"Ik hoorde het via de radio van een geparkeerde auto, waar ik langs liep."
"Ha! En waarom heeft dat toen zo'n onuitwisbare indruk op je gemaakt?"
"Omdat ik er ineens heel vrolijk van werd en er ook heel erg vrolijk van bleef. Voor ik 'Dancing Queen' hoorde, was ik een beetje depressief geweest, maar in de uren en dagen daarna begon ik mij steeds beter te voelen."
"Meen je dat nou?"
"Ja, dat meen ik. Het horen van 'Dancing Queen' was ook een soort aankondiging."
"Hoe bedoel je dat?"
"Drie dagen later ontmoette ik Jenny voor het eerst", antwoordde hij, doelend op een van zijn exen, "En zoals je weet, was en is dat een rasechte dansfreak."
"O", zei zij koeltjes.
"En dat was dus echt een hele belangrijke ontmoeting voor mij."
"Waarom?"
"Omdat zij mij van mijn verdriet over mijn eerste liefde verloste. In de twee jaar daarvoor had ik, ondanks een paar leuke ontmoetingen, zoals met die mollige Française, voortdurend over die kapotgelopen, eerste liefde lopen treuren. En in die week vond ik dus eindelijk een nieuwe liefde door wie ik die eerste liefde wel kon vergeten. En daarom heb ik 'Dancing Queen' dus altijd met die eerste ontmoeting met Jenny geassocieerd."
"Dat staat je mooi!"
"Ja, hè?", zei hij grinnikend, "Maar nu ik weet, dat jij een echte ABBA-fan bent, associeer ik het nu ook met jou, hoor."
"Ik ben blij dat te horen."
Zij maakte zich voor even van hem los, deed een greep naar de afstandsbediening van de televisie en begon te zappen, tot zij The Box had gevonden. Het was hun favoriete muziekzender, maar op dit moment had hij er niet zo bar veel belangstelling voor. Hij liet zijn ogen opnieuw over haar mooie benen glijden en vroeg zich af, of hij zich vanmiddag echt zou kunnen beheersen. Zijn blik werd onmiddellijk opgemerkt.
"Waarom kijk je zo benauwd?", vroeg zij, terwijl zij zich weer tegen hem aanvlijde.
Hij wist niet zo snel, wat hij daarop moest antwoorden en kwam na enig nadenken met een antwoord, dat volstrekt niet met de waarheid overeen kwam:
"Ik voelde ineens een razende jaloezie opkomen jegens al die mannen, die ooit met jou naar bed zijn geweest."
"Al die mannen?", klonk het verbaasd, "Het zijn er toch echt maar drie geweest, hoor."
"Tja, maar dan mag ik er toch wel jaloers op zijn?"
"Dat mag!", antwoordde zij, zichtbaar vertederd, "Maar ik heb je al heel vaak gezegd, dat ze geen van drieën in jouw schaduw konden staan."
"Vertel eens wat meer over ze."
"Wel, de eerste was dus Kenneth, mijn Surinaams vriendje van de HAVO, met wie ik een half jaar verkering heb gehad. De tweede was Patrick, die knappe, blonde jongen van de Pedagogische Academie, met wie ik acht maanden verkering heb gehad. En de derde heb je wel eens ontmoet. Dat was Harry, de Leidse bon-vivant/annex hotelmanager, met wie ik drie maanden verkering heb gehad."
"Zijn ze wel een beetje lief voor je geweest?", vroeg hij lachend.
"Ja, dat wel. Het was leuk om met ze om te gaan, het was fijn om met ze naar bed te gaan, maar het was het gewoon net niet helemaal. Voor geen van hen heb ik ooit gevoeld, wat ik voor jou voel."
"Dat is mooi!"
"Mag ik uit die instemmende reactie opmaken, dat je niet meer jaloers bent?"
"Dat mag je."
"Zeker weten?"
"Zeker weten! Het valt met die jaloezie ook wel mee, hoor! Ik heb eigenlijk meer problemen met mijn schuldgevoelens over al die keren, dat ik nog met je vermaledijde voorgangster naar bed ben geweest."
"Na onze eerste ontmoeting, bedoel je?"
"Ja."
"O, maar dat hebben we toch ook al lang uitgepraat?"
"Tja, dat is wel zo, maar..."
"Niks maar.... Jij bent na onze eerste ontmoeting met Tanja naar bed blijven gaan, omdat zij zich anders misschien van kant had gemaakt en als zij dat echt had gedaan, hadden wij ons leven lang met een schuldgevoel rondgelopen. Ik heb dus echt niet het gevoel, dat je mij toen ontrouw bent geweest."
"Hm, ik blijf mij daar toch niet helemaal lekker onder voelen."
"Hm, je verwacht toch hopelijk niet van mij, dat ik een aantal keren vreemd zal gaan om jou van je volstrekt irreële schuldcomplex te verlossen?"
"Nee, zeg! Alsjeblieft niet!"
"Goed, zo!"
"Want dat hoeft namelijk niet meer."
"Waarom niet?"
"Omdat je mij al zeker honderd keer ontrouw bent geweest."
"Hè? Wat bedoel je daar in godsnaam mee?"
"Je bent mij ontrouw geweest, tijdens al die keren, dat we tijdens het neuken de fantasie van 'The Mask' uitleefden. Als jij dus een blinddoek droeg en jij je dus inbeeldde, dat jij een naakte, Canadese actrice en ik haar niet-zo-charmante, gemaskerde echtgenoot was."
"O, mijn god!", zei zij, ineens heel rood wordend, "Je hebt gelijk! Dat was ik dus even helemaal vergeten."
"Ja, maar ik dus niet!", riep hij uitgelaten, "En ik heb dus echt geen schuldgevoelens meer over al die keren, dat ik met Tanja naar bed heb moeten gaan."
"O, wat ben jij gemeen!"
"Ja, hè?"
"Oh, jee! Dat moeten we dus echt nooit meer doen!"
"Ha! Dat moeten we dus juist wel blijven doen! Besef je dan niet, wat voor een voorrecht het is om onder die omstandigheden met je te kunnen neuken?"
"Ik kan mij daar inderdaad wel iets bij voorstellen, ja", antwoordde zij, met een begrijpelijke aarzeling.
"Precies! En als het de volgende keer gebeurt, mag je je dus absoluut niet schuldig voelen. Leef je maar lekker in onze fantasie uit en laat mij daar met volle teugen van mee genieten."
"Ik weet echt niet, of ik dat nog wel kan."
"Natuurlijk kun je dat wel! En als je er onverhoopt problemen mee hebt, moet je maar even tegen jezelf zeggen, dat je mij er een groot plezier mee doet."
"Zullen we het dan nu maar meteen proberen?"
"Nee!", was het ferme antwoord, "Je hebt je mij daarnet gezegd, dat je vanmiddag niet wilt neuken en daar hou ik mij dus aan."
"Het een hoeft het ander toch niet uit te sluiten? Als je straks bij de Edah ook even een soort van blinddoek scoort, zouden we het vanavond kunnen doen."
"Nee, ik heb vandaag niet zo'n zin in die malle fantasie van ons."
"Goed, liefje!", zei zij, zich even op de lippen bijtend, "Dan doen we het wel een andere keer."
Hij had het gevoel, dat zij zich over dat aandringen een beetje schuldig voelde en streelde haar even over haar dij. Het was een kalme, van passie gespeende liefkozing, die hem een stralende glimlach opleverde.
"Het is heel goed, dat je binnenkort weer in Amsterdam zult werken", murmelde zij voor zich heen.
"Waarom?"
"Omdat je dan een uur later van huis weggaat en een uur eerder thuiskomt."
"Dat is inderdaad heel prettig."
"Ja, hè? Dat zijn echt van die uurtjes, waarin ik jou en 'The Mask' aan jullie gerief kan laten komen."
"Ja, nou!", zei hij grinnikend, "En dat zullen we vast wel prettig vinden."
"O, dat geloof ik graag. Ik heb mij dan ook heilig voorgenomen om jullie na je overplaatsing gedurende een paar weekjes in alle opzichten van dienst te zijn."
"Hoe bedoel je?"
"In de eerste maand na je overplaatsing zullen jullie mij alle twee na elke werkdag naakt op de bank aantreffen en dan zullen jullie alles met mij mogen doen, wat jullie leuk en fijn vinden."
"Ah, dat is lief van je."
Hij streelde haar over haar blonde haren, waarin hier en daar al wat grijs zichtbaar was, en had ineens een 'happy-attack' zonder weerga. Hij had het toch wel jammer gevonden, dat de 'Houten-periode' op een mislukking was uitgedraaid, maar er stond nu toch wel iets heel leuks tegenover...

BERT HARBERTS


Terug


Amsterdam, 9 mei 2002. © Bert Harberts