CARAVAN OF LOVE

In de warme zomer van 1999 brachten Danny en Carry hun vakantie in het Noordhollandse Burgerbrug door. Ze hadden daar een stokoude caravan staan, waarin het nog steeds goed toeven was. De caravan was tot voor kort van zijn ouders geweest en Danny was in de afgelopen maanden weer zeer aan dat 'gammele bakbeest' gehecht geraakt.
Op zijn eerste vakantiedag werd Danny om tien uur wakker. Hij bleek het caravanbed voor zich alleen te hebben. Hij stond op, liep naar het keukentje, waste zich, poetste zijn tanden en trok een schoon slipje, een schoon, rood T-shirt en een oude spijkerbroek aan. Carry was, zoals hij al verwachtte, in de tuin bezig. Zij droeg een wit T-shirt en een kort, wit rokje. Zij zat op haar knieŽn aan de linkerrand van de tuin en leek geheel door haar werkzaamheden in beslag genomen te zijn. In de afgelopen maanden had zij alle planten in de tuin door nieuwe exemplaren vervangen en niet omdat die oude planten door zijn ouders waren geplant, maar door Jenny, de vroegere plantengek uit zijn vriendinnenbestand.
Zij was al een poosje bezig om alle sporen van Jenny uit zijn leven weg te wissen en dat verwarde hem een beetje. Hij besefte, dat zij zich nog steeds niet helemaal zeker van hem voelde en hij had om die reden soms een hevig medelijden met haar. Toch kon hij die onzekerheid niet bij haar wegnemen, hoe graag hij dat ook wilde. Hij was nu eenmaal een bijzonder knappe man, die elke dag weer aan vele verleidingen bloot stond. Veel meer dan die verleidingen koelbloedig weerstaan en haar zoveel mogelijk in bed trekken kon hij niet doen.
Hij vulde de fluitketel met water, zette die op het gas en ging aan het keukentafeltje zitten. Carry merkte hem onmiddellijk op. Zij kwam overeind en liep glimlachend naar de caravan toe. Haar gezicht zat vol zwarte vegen en het T-shirt en het rokje waren ook niet al te schoon meer. Bij haar binnenkomst wierp hij haar dan ook een quasi-misprijzende blik toe.
"Jezus!", riep hij, "Wat zie jij er smerig uit?"
"Dank je!", antwoordde zij, alvorens zij hem een kus gaf, "Dat is een teken, dat ik vanochtend hard heb gewerkt."
Zij ging tegenover hem zitten en wierp hem een opgeruimde blik toe.
"Wat heb je vandaag dan allemaal gedaan?", vroeg hij.
"Ach, niet veel eigenlijk. Ik heb alleen maar de laatste plantjes van Jenny vervangen."
"Wat heb je daarmee gedaan?"
"O, niks. Ik heb ze gewoon in een vuilniszak gedaan."
"Wat saai!"
"Saai?"
"Ja, natuurlijk! Je had ze toch op zijn minst kunnen verbranden."
"Hee, dat is een goed idee!", riep zij, met een doodernstig gezichtje, "Misschien kan ik dat straks nog wel even doen."
Hij keek haar een beetje onthutst aan. Hij had het gevoel, dat zij het meende en vond dat toch wel een beetje zorgwekkend worden.
"Toen jij gisteravond aan het joggen was, heb ik Jenny maar weer eens gebeld", zei zij peinzend.
"O, ja? Hoe was het met haar?"
"Goed", antwoordde zij zuinigjes.
"Ai! Hoor ik daar nog steeds wat boosheid in je stem over de manier, waarop zij mij destijds voor Hans heeft gedumpt?"
"Ja, natuurlijk!"
"Waarom dan?"
"Omdat het zo'n walgelijk clichť is om er met de beste vriend van je man vandoor te gaan!"
"Hans is niet mijn beste vriend, maar buiten dat bevind ik mij in goed gezelschap."
"Wie dan?"
"Wat dacht je van George Harrison? Diens Patty liet zich toch maar mooi door de Heilige Clapton inpalmen. En Harrison is desondanks toch maar mooi Claptons boezemvriend gebleven."
"Dat bevestigt alleen maar mijn mening over haar."
"Ach, jee! Wat vervelend nou! En zij heeft je nog wel een keer het leven gered."
"Ja, en dat is ook de enige reden, waarom ik de vriendschap met haar en Hans niet heb opgezegd."
"Brave meid! Het is natuurlijk ook een hele goede reden om heel erg aardig voor haar te blijven."
"Tja, dat is zo. Maar dat aardig-zijn kost mij dus toch wel de nodige moeite."
"Het is je niet aan te zien", zei hij galant, "Je bent altijd even aardig voor ze als je voor onze andere vrienden bent."
"Ha! Dan schuilt er misschien toch wel een goede actrice in mij."
"Dat denk ik ook wel, ja."
Zij krabde met een peinzende gelaatsuitdrukking aan haar elleboog en schoot toen in de lach.
"Ik moet je trouwens nog iets leuks vertellen!", zei zij.
"Vertel maar op!"
"Lang geleden heeft Jenny een keer voorgesteld om nog een keer met jou naar bed te laten gaan."
Hij schrok hevig. Dit was volkomen nieuw voor hem, maar hij was er niet helemaal zeker van, of hij hierover wel het naadje van de kous wilde weten.
"Wat bedoel je in godsnaam?"
"O, dit dateert nog uit de tijd, dat je ook nog met Tanja samenwoonde. Jenny had, zoals je weet, een bloedhekel aan Tanja en wilde eigenlijk alles op alles zetten om haar uit je buurt te krijgen."
"Waarom?", vroeg hij zwakjes.
"Omdat zij vond en vindt, dat jij en ik bij elkaar hoorden en horen en omdat zij vond, dat Tanja haar rechten op jou had verspeeld."
"Vanwege dat ene slippertje van haar?"
"Precies! Ik denk overigens, dat Tanja's slippertje haar schuldgevoelens over haar eigen breuk met jou danig heeft versterkt. Al is het alleen maar omdat zij natuurlijk heel goed weet, dat zij jou met die breuk op het randje van de afgrond had gebracht."
"En dus..."
"Wilde zij nog een keer met je naar bed. Bij voorkeur op een avond, dat Tanja zou werken en zij wilde het per se zo draaien, dat Tanja het te weten zou komen. Zij zou jullie dus moeten betrappen als jullie aan het neuken waren."
"Waarom wilde Jenny, dat Tanja ons zou betrappen?
"Omdat Tanja zich eens had laten ontvallen, dat zij het niet zou pikken als je het ook met een derde vrouw zou doen. Toen Jenny dat hoorde, kwam zij dus vrijwel onmiddellijk met dat ondeugende plannetje op de proppen."
"En hoe reageerde jij daarop?"
"Welwillend."
"Welwillend?"
"Ja, natuurlijk!"
"Waarom is dat natuurlijk?"
"Ten eerste had ik er alles voor over om Tanja bij je weg te krijgen en ten tweede wist ik toen nog helemaal niet, dat Jenny jou voor Hans in de steek had gelaten en dat zij dus iets had goed te maken. Ik zag het als een vriendinnendienst en heb dus enthousiast meegedaan aan het ontwerpen van het scenario en het plannen van de dag, waarop het zou moeten gebeuren."
Hij hapte naar adem. De argeloosheid, waarmee zij dit opmerkelijke verhaal opdiste, had zonder meer iets sinisters.
"Hoever waren jullie daarmee?", vroeg hij.
"We waren ermee klaar. We wisten, wat Jenny moest gaan doen en de dag stond al vast."
"Welke dag was dat?"
"De laatste donderdag van september '92. Oftewel: de eerste donderdag na onze memorabele vakantie in Kopenhagen."
"En wat zou er op die dag zijn gebeurd?"
"Wel, Jenny heeft je nooit de sleutel van je toenmalige huis teruggegeven en op die dag zou zij daar misbruik van hebben gemaakt, want op die dag zou je haar na je thuiskomst naakt op je bank hebben aangetroffen."
"Naakt?"
"Nou, ja! Zij was, geloof ik, wel van plan om een paar mooie nylons aan te trekken. Maar meer ook niet."
"Ik... ik weet niet, wat ik moet zeggen."
"Dat kan ik mij levendig voorstellen."
"Zou Hans het te weten zijn gekomen?"
"Hij wist er al van af."
"HŤ?", riep hij verbijsterd uit.
"Ja, Jenny heeft hem toentertijd van de noodzaak van het een en ander overtuigd."
"O, shit! Arme Hans!"
"Tja, Jenny had en heeft er aardig de wind onder."
"En jullie waren er zeker van, dat ik ook daadwerkelijk met haar naar bed zou gaan?"
"Nee, dat waren we niet. We hielden wel rekening met de mogelijkheid, dat je zou weigeren. Maar ik weet nu dus zeker, dat je niet had geweigerd."
"Waarom?"
"Omdat je tijdens die vakantie in Kopenhagen een lief, Zweeds vrouwtje hebt opgepikt, waar je in Stockholm een flink aantal keren mee naar bed bent geweest."
"Tja, dat kan ik moeilijk ontkennen."
"Heb je enig idee, hoe je op de aanblik van een naakte Jenny had gereageerd?"
Hij dacht daar luttele seconden over na en kwam toen met een hele eerlijke verklaring:
"Op een blijmoedige manier, denk ik. Ik denk ook, dat je gelijk hebt. We waren zeker in bed beland en ik had er ook zeer van genoten."
"Echt?", vroeg zij, met een wat nuffige gelaatsuitdrukking.
"Zeker weten! En vooral als ik de achterliggende reden van die visite had geweten."
"Tja, die had je dus wel te horen gekregen."
"Ik ben blij dat te horen."
"Betreur je het eigenlijk niet een beetje, dat de visite niet heeft plaatsgevonden?"
"Nee, dat niet."
"Echt niet?"
"Echt niet. Dat lieve, Zweedse vrouwtje heeft mij toen op een briljante wijze van Tanja verlost. Als ik Jenny nu naakt op onze bank zou aantreffen, zou ik haar meteen en zonder pardon over de veranda gooien."
"Zo mag ik het horen."
Hij trok haar gezicht naar zich toe en drukte een kus op haar voorhoofd.
"Je bent lief!", fluisterde hij.
"Jij ook!"
"En je bent ook hartstikke gek!"
"Waarom?"
"Omdat je nu echt alle plantjes van Jenny met wortel en tak hebt uitgetrokken en uitgeroeid."
"Ik ben helemaal niet gek!", zei zij, een tikje gepikeerd, "Alleen maar heel erg jaloers en eigenlijk ook heel erg bang."
"Waarom?"
"Omdat jij zo schandelijk jong en knap blijft en ik langzaam oud en lelijk begin te worden."
"Mens, we schelen tien jaar en..."
"Precies! En dat is nou precies, wat ik bedoel! Ik ben een vrouw van vierendertig en zie er ook uit als een vrouw van vierendertig en jij bent een man van drieŽnveertig en ziet er nog steeds uit als een ventje van achtentwintig."
"Overdrijf je nou niet een beetje?", was zijn wat zwakke repliek.
"Nee, ik overdrijf niet en je weet heel goed, dat ik gelijk heb."
"Je wordt helemaal niet oud."
"Ik word wel oud. Ik ben echt 'over the hill'. Nog even, en dan kijk je helemaal niet meer naar mij om."
Omdat hij daarop niets meer wist te zeggen, ging hij dus maar tot daden over. Hij stond op, greep haar bij de arm, draaide het gas onder de fluitketel uit en trok haar de slaapkamer in. Zij stribbelde zeker niet tegen. Zij liet zich ruggelings op bed vallen, trok zelf het T-shirt, de beha en het rokje uit en nam hem vervolgens in een houdgreep, die hem bijna de adem benam. Helaas voor hen werden zij daarna gestoord: door een aarzelend geklop op de buitendeur.
"O, shit!", siste zij, "Dat zal die ellendige tante Marie wel weer zijn."
Zij doelde op hun hospita, een oude vrouw van tegen de negentig, en Danny vermoedde, dat zijn vrouw gelijk had. Tante Marie had hen al vaker op dit soort momenten gestoord.
"Stil maar!", zei hij lachend, "Ik zal haar wel even wegbonjouren. Ik ben zo terug."
Hij wierp een laatste blik op haar o zo aanlokkelijke borsten en glipte de slaapkamer uit. Hij had al snel door, dat tante Marie niet de ongenode gast was. Er stond namelijk een bekende auto op het erf: de Saab van Hans en Jenny.
"Het zijn Hans en Jenny", riep hij.
Daar kwam geen duidelijke reactie op, maar het had er alle schijn van, dat zij daar danig de smoor over in had. Hij schoot in de lach, opende de deur en zag alleen Jenny op het opstapje staan. Dat was bepaald geen nare ontdekking voor hem, want zijn voormalige vriendin vormde een alleszins plezierige aanblik. Zij had een knap, goed geconserveerd gezicht met regelmatige gelaatstrekken, en een mollig figuurtje. Zij droeg een grijs jurkje, haar kousloze benen waren stevig en lichtgebruind en haar kleine voeten waren in bruine lakschoenen gehuld.
"Goeiemorgen!", zei hij.
"Kom ik gelegen?", vroeg zij, een beetje verlegen.
"Ja, hoor!", antwoordde hij grinnikend, "Carry en ik stonden net op het punt om lekker te gaan vrijen, maar dat kan echt wel even wachten. Dus kom gezellig binnen!"
Zijn gaste scheen niet precies te weten, wat zij van die onthulling moest denken. Zij stapte met een wat onzekere gelaatsuitdrukking de drempel over en liet zich vervolgens met een onmiskenbaar genoegen door haar ex omhelzen.
"Hoe is het met jullie?", vroeg hij.
"Goed! En hoe is met jullie?"
"Prima! We zitten hier nu al de hele vakantie en we hebben het hier vreselijk naar ons zin."
"Dat kan ik mij voorstellen!", zei zij, met een wat weemoedige blik in haar ogen.
Hij merkte die blik natuurlijk meteen op en dacht er somber het zijne van. Carry, die ondertussen ook de slaapkamer had verlaten, leek zich echter van niets bewust te zijn.
"Ha, die gekke Jenny!", riep zij, op blote voeten naar Jenny lopend.
"Hoi, Carry!", zei Jenny, "O, jee! Jullie waren dus echt bezig!"
"Ja, dat is zo, maar we waren nog niet echt begonnen, hoor", zei hij grijnzend.
"Hou jij je mond nu maar", zei Carry, terwijl zij hem een liefkozende blik toewierp, "Ga maar liever koffie zetten."
"O, goed."
Hij liep naar het keukentje en zag vanaf die plek, hoe de twee vrouwen elkaar met een hartelijkheid kusten, die in geen enkel opzicht gekunsteld aandeed. Terwijl hij dat zo aanzag, was hij ervan overtuigd, dat Jenny zeer op Carry was gesteld en dat die gevoelens toch wel wederzijds moesten zijn.
"Waar is Hans eigenlijk?", vroeg hij.
"Hans is sinds gistermiddag op werkweek met zijn klasje", antwoordde Jenny glimlachend, "En ik voelde mij een beetje eenzaam, dus ik dacht van 'Hee, laat ik Danny en Carry maar eens op gaan zoeken'."
"Leuk, jŰh! Ik vind het altijd veel leuker als mensen onaangekondigd op bezoek komen."
"Ja, ik ook!"
De beide dames verlieten de caravan en gingen in de tuin zitten. Staande voor het aanrecht bleef Danny vanuit het openstaande keukenraampje naar de twee vrouwen kijken. Hij had het sterke gevoel, dat hem deze ochtend nog iets raars stond te wachten, maar hij had geen idee, wat dat zou kunnen zijn.
Een paar minuten later voorzag hij de dames van een espresso en nam hij zelf op de derde tuinstoel plaats. Hij was de enige, die in de schaduw zat; de twee dames tegenover hem koesterden zich in de zon. Hij voelde zich een beetje soezerig en staarde gedachteloos voor zich uit, tot hij uiteindelijk door Carry in het gesprek werd betrokken.
"Heb jij de laatste tijd nog last van flirtende, zwangere vrouwen gehad?", vroeg zij.
"Flirtende, zwangere vrouwen...", antwoordde hij aarzelend, "Eh... nee! Sinds ik in Houten werk, is mij dat niet meer overkomen."
"Echt niet?"
"Nee, echt niet!"
"Is je dat vaak overkomen, Danny?", vroeg Jenny lachend.
"Zes keer maar."
"Toe maar!"
"Ja, Jenny, het is echt waar", zei Carry, met een mengeling van trots en ergernis, "Toen hij nog in Amsterdam werkte, heeft hij een van die grietjes daar zelfs zo gek gekregen, dat zij hem negen maanden lang achterna heeft gelopen."
"Je meent het!", riep Jenny, met iets wat ook al verdacht veel op trots leek.
"Nou, achternagelopen is ook een wat sterk woord", protesteerde hij, "Ik zag haar heel vaak in de kantine als ik daar ook zat en in de laatste weken voor haar zwangerschapsverlof zat zij daar elke dag op het tijdstip, dat ik daar ook zat, maar of je dat nu achternalopen kunt noemen..."
"Heb je enig idee, waar je die belangstelling van die zwangere vrouwen aan te danken hebt?", vroeg Jenny lachend.
"Ze zullen wel een goede vader in mij zien", antwoordde hij, met een veelbetekenende blik op Carry.
"Ha, ik denk het niet!", hoonde zij, "Ze zullen wel een leuk soort minnaar in je zien. Zo'n type met wie je na het neuken gezellig over de kinderen kunt bomen."
"Ach, jee!", zei hij, een beetje spottend, "Meen je dat nou?"
"Ik weet het wel zeker."
"Ach, wat een vreselijke teleurstelling is dat nou toch! Nou heb je verdorie mijn hele dag verpest."
"Er blijkt in ieder geval wel uit, dat je een hele bijzondere man bent!", zei Jenny lachend.
"Dank je!", zei hij galant.
"Ha, hij is wel meer dan dat!", zei Carry, met een ietwat lugubere grijns.
"Wat is hij dan?", vroeg Jenny.
"Hij is de vleesgeworden ontucht. Het type man, waar elke getrouwde man de meest verschrikkelijke nachtmerries over heeft. En terecht natuurlijk: hij is zonder meer in staat om elk gelukkig huwelijk om zeep te brengen. En hij hoeft er niet eens veel moeite voor te doen."
"En dat terwijl ik zo'n braaf, voorkomend en monogaam ventje ben", zei hij, een tikje verongelijkt.
"Ik ben blij om dat weer eens te horen."
"Waarom?"
"Omdat ik Jenny daarnet een ondeugend geheimpje heb verklapt."
"Welk ondeugend geheimpje?"
"Ik heb haar verteld, dat ik jou over haar snode plannetje heb ingelicht."
"Welk snood plannetje?", vroeg hij, tegen beter weten in.
"Dat plannetje uit '92 om jou definitief uit de klauwen van Tanja te verlossen."
"O, dat plannetje", zei hij, terwijl hij Jenny een wat onzekere blik toewierp.
"Ja, dat plannetje!", riep Carry giechelend.
"Heb je Jenny ook verteld, hoe ik daarop zou hebben gereageerd?", vroeg hij voorzichtig.
"Nee, daar was ik nog niet aan toegekomen. Dat mag je nu zelf doen."
Hij begon te blozen en wierp zijn vrouw een hele vuile blik toe. Pas toen hij het stralende gezicht van Jenny zag, begreep hij, hoe de vork werkelijk in de steel zat.
"Zij plaagt je maar, hoor!", zei Jenny, met een warme stem, die hem de rillingen over de rug deed lopen, "Zij heeft mij daarnet al in geuren en kleuren verteld, hoe je daarop zou hebben gereageerd en ik voel mij daar heel gevleid en ook heel gelukkig om."
"O, werkelijk?"
"Ja, natuurlijk! Ik hou heel veel van Hans, maar als Carry ooit voortijdig komt te overlijden, zal ik van de ene dag op de ander bij hem weggaan en bij jou intrekken."
"Meen je dat?", vroeg hij hijgend.
"Ja, lieverd!", was het hartelijke antwoord, "Dat meen ik! Als Carry jou ooit nog door het noodlot wordt afgenomen, zal ik er voor je zijn. En dan zal ik ook nooit meer bij je weggaan."
"Weet Hans dat?"
"Ja, en hij zal mij ook laten gaan, als het ooit zover komt. Hij weet, dat ik altijd van je ben blijven houden en hij accepteert dat."
"Hebben... hebben jullie dit soms ook met elkaar afgesproken?", vroeg hij aan Carry.
"Ja, natuurlijk!", antwoordde zij, met een bemoedigende glimlach, "Ik wil gewoon zeker weten, dat je niet de zee inloopt als ik ooit uit je leven wegval. En Jenny is natuurlijk de beste garantie om dat te voorkomen."
Hij keek van hen weg en wierp een wezenloze blik op de tuin, die Carry in de laatste maanden zo grondig onder handen had genomen. Hij wist niet meer, wat hij moest denken of voelen, hetgeen hem door de dames gelukkig niet werd kwalijk genomen. Ze stuurden het gesprek zonder moeite een andere richting op en lieten hem verder met rust.

BERT HARBERTS


Terug


Amsterdam, 30 april 2002. © Bert Harberts