SOCCERMAN

Het was de oudejaarsavond van het jaar 1999, even voor half tien. Wendy Harberts stond voor het aanrecht in de keuken van haar huis in Holysloot en strooide neuriënd een flinke hoeveelheid suikerpoeder over haar zelfgebakken oliebollen heen. Zij was een knappe, mollige vrouw van vierendertig, met korte, lichtblonde haren, zij droeg een zwart, wollen mini-jurkje, haar benen waren kousloos en om haar ranke rechterenkel hing een smal, gouden kettinkje.
Van geboorte was zij Friezin. Zij was in Leeuwarden geboren, als de oudste dochter van vrijzinnig-gereformeerde ouders, en zij had daar een heerlijke jeugd gehad, waaraan zij nog regelmatig met weemoed terugdacht. Na het behalen van haar gymnasiumdiploma was zij het huis uitgegaan. Zij was in Groningen gaan studeren - eerst een jaar rechten en daarna een bibliotheekopleiding - en was daar ook op kamers gaan wonen. Hoewel zij tot op de dag van vandaag een innig contact met haar ouders en haar zusje onderhield, had zij zich door de jaren heen toch wel een beetje van het milieu van haar ouders losgemaakt. In haar tienerjaren had zij zich eigenlijk in vrijwel niets van haar seculiere leeftijdsgenoten onderscheiden. Op haar zeventiende had zij haar eerste vriendje gehad met wie zij na enig aarzelen ook naar bed was gegaan en het was in de jaren daarna zeker niet bij dat ene vriendje gebleven.
Na het voltooien van haar opleiding was zij naar Amsterdam-Noord verhuisd, waar zij een baan als cheffin van een bibliotheekfiliaal had gevonden. Niet lang daarna had zij daar ook een flatje gekocht. In de daaropvolgende zeven jaar had zij in dat flatje een aantal keren met een jongeman samengewoond, maar de enige permanente medebewoners in dat flatje aan de Jisperveldstraat waren haar vele dieren geweest. Het had tot haar dertigste geduurd, voordat zij zich definitief aan een man had kunnen hechten. Dat was dan wel meteen met afstand de meest begeerde man van Nederland geweest: de knappe, toen negendertigjarige Maarten Harberts, de topvoetballer-in-ruste. Ze waren in september 1995 getrouwd en hun huwelijk kon niet anders dan gelukkig worden genoemd. Ze gingen geheel in elkaar op en vormden met hun twee zoontjes van vier en een tweetal dementerende katten een hecht gezinnetje.
De avond was tot nu toe rustig verlopen. Ze hadden geen visite en ervoeren dat niet als een gemis. Maarten zat in de huiskamer met de dommelende Yaran op schoot; in een slaapkamer op de eerste verdieping was hun andere zoon Jelle in een diepe slaap verzonken. Wendy was inmiddels klaar met de oliebollen en liep met de schaal naar de huiskamer. Zij zag, dat Maarten naar een videoband zat te kijken. Het was de videoband met het integrale verslag van de WK-finale in 1974. Zij zette de oliebollen op de salontafel neer en ging met een wat droevig glimlachje op de bank voor het raam zitten. Omdat zij de videoband al zeker vijf keer had gezien, had zij nu het liefst naar de voorstelling van Youp van 't Hek willen kijken, maar zij legde zich toch zonder morren bij zijn andere keuze neer.
Zij nam een oliebol van de schaal en keek met een vage glimlach naar haar man en het blonde, licht gebronsde ventje op zijn schoot. Yaran was niet haar eigen kind. Hij was het kind van Maarten en een ex-vriendin van Maarten. Jelle was iets ouder dan Yaran, twee weken om precies te zijn, en de geboortes van de twee kinderen in de winter van 1996 waren een van de grootse mediagebeurtenissen van dat jaar geweest. In de twintig jaar na de WK-finale had Maarten twintig jaar een uitermate saai privéleven geleid; na de breuk met zijn vriendin Sandy was hij tot zijn grote verdriet niet meer uit de pagina's van de roddelpers weggeweest. Wendy had de daarmee gepaard gaande problemen stoïcijns doorstaan. Die problemen waren dan ook van voorbijgaande aard geweest. Aan de vooravond van haar huwelijk met Maarten had Michelle, de jeugdige moeder van Yaran, haar relatie met Maarten verbroken en na de geboorte van Yaran had zij hem ook de voogdij over het kind geschonken. Een en ander had zich in een grote harmonie voltrokken. Yaran bracht eens in de veertien dagen een zaterdag bij Michelle door; de rest van de tijd woonde hij in Holysloot, bij zijn vader, zijn pleegmoeder en zijn hoogst aimabele stiefbroertje.
Wendy hield net zo veel van Yaran als van Jelle en zij trok Jelle in geen enkel opzicht voor. Al dient hierbij wel te worden gezegd, dat Maarten eigenlijk als de zorgouder in het gezin fungeerde. Wendy had haar baan aangehouden en liet de verzorging van de twee kinderen voornamelijk aan Maarten over. Hij was daar bijzonder goed in: hij was een liefhebbende vader, die zijn zoons met vaste en soms strenge hand opvoedde. Noch Wendy, noch Michelle had enige reden tot klagen, waar het die opvoeding betrof.
De wedstrijd was inmiddels begonnen en Maarten kwam bij zijn eerste balcontact nogal prominent in beeld. Ineens besefte zij maar al te goed, waarom hij tijdens zijn carrière regelmatig als de voetballende Robert Redford was betiteld. Zij keek naar die knappe Vikingkop met die lange, blonde haren en die dromerige oogopslag, zij bewonderde dat atletische lichaam en zij kwam opnieuw tot de onontkoombare conclusie, dat hij ook toen al iets onweerstaanbaars had gehad. Nu, vijfentwintig jaar later, had hij eigenlijk niets van die charmes verloren. Hij had nog steeds een knap gezicht en zijn lichaam was nog steeds dat van een atleet. Zijn haar was weliswaar iets korter en iets grijzer dan voorheen en de rimpels bij zijn ogen waren door de jaren heen wat dieper geworden, maar die milde verouderingsverschijnselen deden aan zijn imago van 'De vriendelijkste macho van Nederland' in het geheel geen afbreuk.
Het verslag van de voetbalwedstrijd vorderde inmiddels gestaag. Zij zag weer, hoe Maarten in die eerste helft langzaam uit zijn schulp was gekropen. Zij zag zijn onvermoeibare geknok op het middenveld, zij zag zijn dartele en gevaarlijke rushes vanuit de tweede lijn, zij zag, hoe zijn zelfvertrouwen met de minuut was gegroeid, zij zag, hoe hij steeds frivoler was gaan voetballen en hoe zijn fameuze sleep- en schaarbewegingen steeds meer in aantal waren toegenomen.
Zij zag ook, hoe hij daar in stilte van zat te genieten. Met zijn armen stevig om Yaran heengeslagen keek hij toe, hoe zijn 'finest hour' weer langzaam gestalte begon te krijgen. Zij merkte, dat de altijd zo actieve Yaran in een diepe slaap was gesukkeld en nam hem, zonder iets te zeggen, van Maarten over. Hij beantwoordde die geste met een dankbare blik en werd het volgende moment weer helemaal door de wedstrijd opgeslokt. Zij zag het hoofdschuddend aan. Het duurde echter niet lang, voordat verslaggever Herman Kuiphof de rust aankondigde en Wendy nam daarna meteen de gelegenheid te baat om Yaran naar zijn bedje te brengen.
Zij liep met Yaran in haar armen de trap op, ging de kinderkamer binnen, legde Yaran in zijn bedje en dekte hem toe. Nu de beide kinderen sliepen en in hun bedje lagen, leek niets een gezellige jaarwisseling in de weg te staan. Om die reden besloot zij om zich maar om te kleden. Zij verwisselde het jurkje, haar beha en haar slipje voor een zwart, doorschijnend nachthemd en daalde daarna met een peinzend gezicht de trap af. Beneden gekomen zag zij, dat Maarten inmiddels op de vloer zat en op een wat afwezige manier een oliebol zat te eten. Zij liep naar hem toe, ging tussen zijn benen zitten en nestelde zich gniffelend in zijn armen. Gedurende de rest van de wedstrijd zouden ze elkaar niet meer loslaten.
Vlak na dat begin van de tweede helft kwam een moment, waartegen Wendy een fikse weerzin koesterde: een shot van de verzamelde Nederlandse spelersvrouwen, met Sandy, Maartens ex-vriendin, als de meest in het oog lopende schoonheid. Ook nu ging er een rilling van afschuw door haar heen. Voor die diepgewortelde haat jegens haar voorgangster had zij overigens een hele goede reden: in mei '98 had Sandy een vermoedelijk serieus bedoelde moordaanslag op haar gepleegd. Wendy had die moordaanslag op het nippertje overleefd, maar de herinnering aan die gruwelijke gebeurtenis was nog lang niet vervaagd.
Na een poosje ging zij toch weer helemaal in de wedstrijd op en zag zij, hoe Maarten in de zestigste minuut zijn allereerste goal in het toernooi had gescoord. Die eerste goal was die wonderbaarlijk mooie volley van buiten het strafschopgebied geweest. De van zijn rechterwreef vertrekkende poeier had zonder meer eeuwigheidswaarde gehad en de impact van die goal had ook na vijfentwintig jaar dus niets van zijn kracht verloren. Hij kreunde even voor zich heen, balde zijn vuisten en keek vervolgens zichtbaar ontroerd naar de festiviteiten op het veld.
Het viel haar nu voor het eerst op, dat hij toen zo beheerst had gejuicht. Hij was niet in extase weggelopen. Hij was stil blijven staan, met de armen in de lucht gestoken en zijn gelaatsuitdrukking was slechts een mengeling van ongeloof en vreugde geweest. Nu leek hij veel meer geraakt te zijn dan toen. Zijn ogen werden vochtig en hij moest een paar keer hevig slikken. Zij streelde hem even over de rug van zijn hand om hem een beetje tot bedaren te brengen, iets, waar zij ook wel vrij snel in slaagde. Het viel haar nu voor het eerst op, dat hij toen zo beheerst had gejuicht. Hij was niet in extase weggelopen. Hij was stil blijven staan, met de armen in de lucht gestoken en zijn gelaatsuitdrukking was slechts een mengeling van ongeloof en vreugde geweest. Nu leek hij veel meer geraakt te zijn dan toen. Zijn ogen werden vochtig en hij moest een paar keer hevig slikken. Zij streelde hem even over de rug van zijn hand om hem een beetje tot bedaren te brengen, iets waar zij ook wel vrij snel in slaagde.
Een kwartier later was het moment aangebroken, waarop Maarten het definitieve vonnis over de Duitsers had geveld. Tien minuten na Maartens eerste doelpunt had Piet Keizer uit een vrije trap keihard de paal geraakt. Vijf minuten later had de oude meester het karwei aan zijn jonge discipel overgelaten. Maarten had wel gescoord, en wel op de manier zoals Keizer dat zelf al zo vaak had gedaan: met een effectvolle trap van zijn linkervoet had hij de bal in de korte hoek gekruld.
Zijn daaropvolgende juichritueel was zo mogelijk nog soberder geweest dan dat van een kwartier daarvoor. Gedurende een paar luttele seconden had hij, met een vuist in de lucht en een laconieke grijns op de lippen, in stilte van zijn succes mogen genieten, daarna was het onvermijdelijke gebeurd en was hij door zijn ploeggenoten onder de voet gelopen. Ditmaal had Maarten zijn emoties wat beter onder controle en keek hij met dezelfde laconieke grijns van toen naar de feestelijke beelden. Wendy bezag de taferelen met een al even nuchtere glimlach, tot het moment, waarop zij opnieuw een glimp van haar uitzinnig juichende voorgangster had opgevangen en de glimlach als bij toverslag van haar gezicht verdween.
De wedstrijd was ondertussen het laatste kwartier ingegaan. Het was het fameuze kwartiertje, waarin Oranje de kapotgespeelde Duitsers had vernederd en zich met gepaste arrogantie aan de prachtigste staaltjes van gallery-play had bezondigd. Maarten keek het vertederd aan, in afwachting van die laatste seconden van de wedstrijd, waarin dat laatste en allermooiste doelpunt was gevallen.
Eerst was er die laatste aanval van de Duitsers geweest, daarna die lukraak weggeschoten bal van Rijsbergen naar de linkerkant van het veld, vervolgens de briljante balaanname van Maarten, en tenslotte dan die onnavolgbare solo langs vier Duitsers en het moment, waarop hij zich een vrij veld had verschaft en van veertig meter afstand die fantastische en doeltreffende lob op het doel van Maier had losgelaten.
Het was veruit het mooiste moment uit zijn voetbalcarriere geweest en de hernieuwde confrontatie daarmee leek hem danig uit het veld te slaan. Ook Wendy toonde zich aangedaan. De aanblik van die piepjonge Maarten, die na de voltooïng van zijn kunststukje met de handen voor het gezicht op zijn knieën was gezakt en vervolgens door al zijn ploeggenoten en alle reservespelers was omhelsd, had na al die jaren nog steeds iets hartverwarmends.
"Zou je mij kunnen zeggen, hoe je je op dat moment voelde?", vroeg zij.
"Ik voelde mij als een negentienjarig ventje, dat zich realiseerde, dat de hele wereld naar hem keek en aan zijn voeten lag."
"Was dat een lekker gevoel?"
"Ja, toch wel!", antwoordde hij, met een zachte stem, "Een paar maanden daarvoor waren mijn ouders verongelukt en dit was het eerste moment, waarop hun dood voor even totaal uit mijn gedachten was verdwenen."
Het vervolg van de band vertoonde beelden van de uitreiking van de beker en de ereronde op het veld. Maarten had zich tijdens die plechtigheden weer helemaal in de hand gehad. Hij had een en ander met een vage glimlach over zich heen laten gaan en had zich tijdens de ereronde slechts tot meelopen en een enkel wuifgebaar beperkt.
Een paar minuten later was het moment te zien, waarop hij, met natte haren en in zijn nette pak, met Sandy was herenigd. Zijn huidige vrouw zag die nogal stevige omhelzing met een zuur gezicht aan, maar kon haar nieuwsgierigheid omtrent het vervolg van die omhelzing toch niet bedwingen.
"Is zij die avond bij je blijven slapen?", vroeg zij.
"Ja, het was een teder weerzien. Op het moment, dat de anderen het na dat verdomde banket op een zuipen zette, was ik al lang en breed met Sandy bezig."
"Was het plezierig?", vroeg zij koeltjes.
"Ja, nou!", antwoordde hij, met een effen gezicht, "Zij was bijzonder lief en gewillig en we werden uiteindelijk maar drie keer door lallende ploeggenoten gestoord."
"Oh, jee! Wat is er toen dan gebeurd?"
"O, niets! We hebben alleen maar drie keer de inhoud van een halve champagnefles over ons heen gehad."
"Hm, kinky!"
"Ja, nou! Maar ook wel heel erg lekker. We hebben die nacht vreselijk veel lol gehad. Van alle nachten, die ik met haar heb doorgebracht, was die nacht toch wel de leukste. En in tegenstelling tot de anderen hebben we daarna toch nog een flink aantal uren kunnen pitten."
"En hoe heb je die waanzinnige huldigingen van de dag daarna ondergaan?"
"Eigenlijk heel bewust. Ik ben eigenlijk geen moment in een roes geweest. Ik vond, dat ik mij, met het oog op de recente dood van mijn ouders, niet aan opzichtig feestvertoon te buiten mocht gaan."
"Vandaar dus die melancholische glimlach, waarmee je het allemaal onderging."
"Ja, als ik er aan terugdenk, dan weet ik nog steeds niet, hoe ik mij in die vierentwintig uur na de finale goed heb kunnen houden. Aan de ene kant was er dat ongelooflijke gevoel van blijdschap. Aan de andere kant was er dat doffe gevoel van wanhoop, omdat mijn ouders het niet meer mee hadden kunnen maken."
"Dat is inderdaad verschrikkelijk jammer geweest!"
"Ja, hè?"
"En hoe verliepen de dagen daarna?"
"Leuk! Sandy en ik hebben ons de daaropvolgende weken in ons flatje aan de Jisperveldstraat opgesloten en daar hebben we twee weken lang..."
"Flink de beest uitgehangen?"
"Ja, want tijdens die twee heerlijke weekjes kwam de roes alsnog. Ineens was er dat besef, dat ik wereldkampioen was en dat ik daar zelf een groot aandeel in had gehad. Dat gevoel is eigenlijk ook nooit meer weggëebd."
"Je voelt je dus nog steeds wereldkampioen?"
"Ja, in mijn ogen zijn we de wereldkampioenen van de eeuw. Alle spelers waren van wereldklasse: Van Beveren, Suurbier, Rijsbergen, Jansen, Krol, Neeskens, Van Hanegem, Rep, Cruijff, Rensenbrink, Keizer, er zat er echt geen enkele dissonant tussen. De teams van Brazilië uit de jaren '58, 62 en '70 benaderen ons nog het dichtst, maar voor de rest is er geen enkel team geweest, dat qua spel en uitstraling in onze schaduw kan staan."
"Is het eigenlijk niet zo, dat je veel te vroeg hebt gepiekt?"
"Hoezo?"
"Dat is toch wel duidelijk? Je hebt op je achttiende het hoogste bereikt, wat een voetballer kan bereiken. Het kan toch niet anders, dat al die andere successen altijd in de schaduw hebben gestaan van die eerste, grote prijs."
"Nee, dat is niet zo. Die tweede wereldtitel met Oranje, de Europese titel met Oranje en die krankzinnige, lange glorieperiode met Ajax, met die zeven Europacups op rij, zijn mij net zo dierbaar als die wereldtitel. Maar ik besef natuurlijk wel, dat alleen die eerste WK-finale mijn carrière heeft bepaald. Als die wedstrijd ook maar iets anders was verlopen, dan had ook mijn carrière en erelijst er heel anders uitgezien. Dankzij die wedstrijd en het zelfvertrouwen, dat ik daarin heb opgedaan, heb ik bij Ajax geen finale meer verloren. Dankzij die voetbalwedstrijd heb ik meer prijzen behaald dan betere voetballers als Cruijff, Maradona en Van Basten en dankzij die wedstrijd ben ik dan wel niet tot de beste, maar wel tot een van de meest succesvolle voetballers aller tijden uitgegroeid." "Nee, dat is niet zo. Die tweede wereldtitel met Oranje, de Europese titel met Oranje en die krankzinnige, lange glorieperiode met Ajax, met die zeven Europacups op rij, zijn mij net zo dierbaar als die wereldtitel. Maar ik besef natuurlijk wel, dat alleen die eerste WK-finale mijn carrière heeft bepaald. Als die wedstrijd ook maar iets anders was verlopen, dan had ook mijn carrière en erelijst er heel anders uitgezien. Dankzij die wedstrijd en het zelfvertrouwen, dat ik daarin heb opgedaan, heb ik bij Ajax geen finale meer verloren. Dankzij die voetbalwedstrijd heb ik meer prijzen behaald dan betere voetballers als Cruijff, Maradona en Van Basten en dankzij die wedstrijd ben ik dan wel niet tot de beste maar wel tot een van de meest succesvolle voetballers aller tijden uitgegroeid."
"Met welke voetballer was je eigenlijk te vergelijken?"
"Ach, wat moet ik daar nou op antwoorden? Ik was een wat zonderlinge combinatie tussen Gianni Rivera en Johan Neeskens. Ik was een intelligente en een creatieve voetballer met een groot spelinzicht en een fantastische techniek en ik had op de goede momenten ook de power en de niet te stuiten wil om te winnen. Als het moest, kon ik heel dominant en geconcentreerd zijn en won ik vrijwel elke wedstrijd, die ik wilde winnen. Maar soms, op zwoele lente-avonden, als ik met Ajax in de Meer tegen Volendam speelde en we met 4-0 voor stonden, kon het wel eens voorkomen, dat ik een paar minuten wegdroomde."
"Waar dacht je dan aan?"
"O, van alles! Aan de finale van '74, of aan mijn eerste gewonnen Europacupfinale met Ajax, maar soms ook aan Sandy en aan de ondeugende streken, die zij soms uithaalde."
"Wat voor streken waren dat?"
"Er waren soms dagen, waarop zij urenlang naakt in ons achtertuintje zat te zonnen, ook als op het weiland daarnaast een boer aan het werk was, en ik kon tijdens zo'n allang besliste wedstrijd soms minutenlang staan mijmeren over de manier, waarop het zonlicht dan door haar mooie, blonde haren speelde."
Zij keerde zich naar hem om en wierp hem een nogal misprijzende blik toe; een blik, die hij met een wat verlegen grijns beantwoordde.
"Heb jij er achteraf eigenlijk nooit spijt van gehad, dat je om Sandy nooit op die avances van die vele stille aanbidstertjes bent ingegaan", vroeg zij.
"Nee, daar heb ik nooit spijt van gehad. Ik heb nooit ergens spijt van gehad, ik ben volmaakt tevreden met alles, wat ik door de jaren heen heb gedaan en nagelaten."
"Ik kan het haast niet geloven. Je bent jarenlang een heus sekssymbool geweest - en eigenlijk ben je dat nog - en je hebt dus echt kansen in overvloed gehad."
"Toch is het zo. Ik heb absoluut geen spijt van mijn trouw aan Sandy. Ik heb daar ook geen reden voor: zij is, op het einde na, in alle opzichten een goede vrouw voor mij is geweest."
"Maar zij is in die periode wel een aantal keren vreemd gegaan en zij is uiteindelijk toch bij je weggegaan." "Ja, dat is waar. Maar als zij niet bij mij was weggegaan, dan had ik jou en Michelle nooit ontmoet en dan waren Jelle en Yaran nooit geboren. Dus over die breuk met haar, hoe rampzalig die eerst ook was, kan en mag ik geen enkele rancune meer voelen.""
"Wat heb je eigenlijk erger gevonden? De dood van je ouders of de breuk met Sandy?"
"De breuk met Sandy."
"Waarom?"
"Omdat dat een melodrama was in plaats van een drama. De dood van mijn ouders was een verschrikkelijke dreun, maar toen had ik Sandy nog en kon ik elke nacht veilig in haar armen wegkruipen. Toen ook zij uit mijn leven wegviel en ik bovendien opnieuw een portie ranzige publiciteit van de ergste soort over mij heen kreeg gestort, lag mijn leven pas echt in duigen."
"Toch kan ik maar moeilijk geloven, dat je die breuk erger hebt gevonden dan het verlies van je ouders."
"Zo zit ik nu eenmaal in elkaar. Ik geloof, dat het een familietrekje is. Met het verlies van dierbaren kunnen wij Harbertsen aardig omgaan, mits het niet om onze vrouw gaat. Met het verlies van onze vrouw komen we pas echt in de problemen. We zijn rasechte knuffelberen en we kwijnen heel snel weg als we ons niet meer als zodanig kunnen gedragen."
Zij keek hem ironisch aan, maar gaf hem stilzwijgend gelijk. Hij had iets buitengemeen aanhankelijks in zijn houding jegens haar. Toch was er nog wel één ding, dat haar een beetje dwarszat.
"Hoe denk je nu over haar moordaanslag op mij", vroeg zij.
"Die moordaanslag is de enige reden, waarom ik haar uiteindelijk wel ben gaan haten", antwoordde hij kalm.
"Denk je, dat zij had doorgezet als jij niet ten tonele was verschenen?"
"Ik denk het niet, maar..."
"Maar wat?"
"Ik ben er dus niet voor de volle honderd procent zeker van."
"Ik ook niet. Toen het gebeurde, had ik het gevoel, dat ik ten dode was opgeschreven, maar het kan natuurlijk zijn, dat zij er uiteindelijk toch voor was teruggeschrokken."
"Laten we het daar maar op houden, hè?"
"Vind je het nog steeds een goede zaak, dat we haar niet hebben laten vervolgen?"
"Ja, ik denk, dat we daar heel verstandig aan hebben gedaan. Het heeft ons in ieder geval een heleboel melodramatische publiciteit bespaard. Wat mij betreft, had zij levenslang in de bak mogen verdwijnen, maar dit is eigenlijk veel beter. Zij is de stad weer uit, zij heeft ons beloofd, dat zij hier nooit meer naartoe zal komen en dat zij nooit meer de publiciteit zal zoeken. Nee, lieverd, maak je daar maar geen zorgen meer over. Zij is nu echt definitief uit ons leven verdwenen. Daar ben ik vast van overtuigd."
"Ik help het je hopen!", zei zij, met een rauwe stem, "Maar als zij hier nog een keer voor de deur staat, schiet ik haar toch echt overhoop."
Zijn reactie daarop was aandoenlijk: hij nam haar nog wat steviger in zijn armen en begon op een onnavolgbaar tedere wijze aan haar rechteroorlel te knabbelen. Zij liet zich dat voldaan welgevallen. Zij wist nu vrijwel zeker, dat ze zometeen wel in bed zouden belanden. Als het aan haar lag, zou die seks ditmaal niet zonder gevolgen blijven. Aan het begin van de avond had hij haar onthuld, dat de wetenschap, dat ze vanaf morgen in de eeuw zouden leven, waarin ze zouden gaan sterven, hem nogal deprimeerde en het vooruitzicht op nieuw kroost zou hem vast wel op gaan beuren.
"Zou je het leuk vinden als ik binnenkort weer eens stiekem met de pil zou stoppen?", vroeg zij lachend.
Hij schrok zichtbaar en aarzelde even met antwoorden. Iets, wat op zichzelf dus ook al een antwoord was.
"Mag ik dat zwijgen als een ontkennend antwoord opvatten?", vroeg zij, met een zachte stem.
"Ik geloof het wel. Op zich vind ik de gedachte hoogst aantrekkelijk. Maar aan de andere kant vind ik mijzelf te oud om nu nog aan een derde kind te beginnen."
"Te oud? Man, je bent nog niet eens vijfenveertig!"
"Dat is waar, maar als het meezit, zal ik in oktober dus wél vijfenveertig worden en ik zal dus eenenzestig zijn als die kleine zestien zal worden en dat is nou niet bepaald de geschikte leeftijd om met weerbarstige pubers om te gaan. Met Jelle en Yaran zal dat waarschijnlijk al moeilijk genoeg worden."
"Hm, is dat je laatste woord?"
"Ja, ik denk het wel."
"Goed, liefje! Dan houden we het bij twee."
"Ah, prima!"
"Misschien is het ook wel beter zo. Nu de jongens wat groter zijn en binnenkort naar de kleuterschool gaan, krijgen we eindelijk wat tijd voor onszelf. En dat is natuurlijk ook wel weer leuk."
"Precies! We krijgen bijvoorbeeld weer wat meer tijd voor ons dagelijkse potje seks."
"O, dus daar word je zo langzamerhand niet te oud voor?"
"Nee, natuurlijk niet", antwoordde hij, met oprecht klinkende verontwaardiging.
"Echt niet?"
"Nee, echt niet! Ik heb in het geheel geen klachten over ons seksleven en ik wil daar in de komende veertig jaar met veel plezier mee doorgaan."
"Mag ik uit die wens afleiden, dat je niet meer bang voor de dood bent?"
"Ja, de angst voor de dood is helemaal weg."
"De wetenschap, dat we zometeen in de eeuw zullen leven, waarin we zullen gaan sterven, doet je niets meer?"
"Nee, ik heb op deze avond aardig met mijzelf in het reine gekomen. Ten eerste ben ik nu heel blij, dat ik deze eeuw waardig en in goede gezondheid ga afsluiten en daardoor zal ik de overgang naar het jaar 2000 ook als een gigantische opluchting gaan ervaren. Ik heb er het hele jaar tegenop gezien, maar nu het zover is, heb ik echt het idee, dat mijn beste jaren nog zullen gaan komen."
"Daar ben ik eigenlijk wel zeker van!"
"Ja, hè? Ik ben helemaal tot rust gekomen en ik voel mij ook erg voldaan over mijzelf. Ik ben er vreselijk trots, dat ik het jaar 2000 heb gehaald, want dat is dus echt niet zo vanzelfsprekend geweest als het lijkt, ik ben er vreselijk trots op, dat ik met jouw hulp over het verlies van Sandy ben heengegroeid, ik ben er vreselijk trots op dat ik in de afgelopen vier jaar helemaal in mijn eentje twee kleine koters heb verzorgd en ik ben gek op het malle, zorgeloze leventje, dat we nu leiden. En als het zometeen 2000 is, wil ik nog maar één ding: daar rustig en zo lang mogelijk mee doorgaan. Dat de dood misschien een beetje dichterbij is gekomen, is niet erg. De gedachte aan de dood 'is like a shot in the arm' voor mij. Ik heb in mijn leven twee keer het gevoel gehad, dat ik de dood in de ogen keek en dat heeft altijd weer een hele levenslustige periode tot gevolg gehad. Zo'n periode is nu ook weer aangebroken. Op dit moment is het leven weer fantastisch: ik ben gezond, knap, rijk en gezegend met veel levenservaring, ik kan op een fantastische voetbalcarrière terugkijken, ik heb een lekker wijf met wie het zalig vrijen is, ik heb twee schatten van kinderen en ik doe alleen maar dingen, die ik leuk vind. Waar moet ik nou in godsnaam over klagen?"
"Nergens over!"
"Nee, hè?"
"En om die conclusie te bezegelen, moeten we nu maar lekker naar bed gaan."
"Wil je niet liever eerst de jaarwisseling afwachten?"
"Nee, laten we het meteen maar gaan doen. De band is afgelopen, er is toch niets meer op tv en ik kan het woord millennium echt niet meer horen!"
"Okay!"
Hij stond op, greep haar bij haar middel, en wierp haar met verbazingwekkende handigheid over zijn schouder.
"Wat ga je doen?", vroeg zij schaterend.
"We gaan die mooie seksscène uit 'The Postman always rings twice' weer eens naspelen. Een betere manier om het jaar 2000 in te luiden is er niet."
"Heb je daarom drie flessen champagne in huis gehaald?", vroeg zij droogjes.
"Precies! Ik vind het altijd heel leuk om Jack Nicholson na te spelen, maar bij deze gelegenheid wil ik het beter doen dan hij."
"Ruig, maar toch met een vleugje distinctie?"
"Ja, precies! Deze nacht moet een combinatie van mijn leukste nachten met Sandy en mijn leukste nachten met jou gaan worden."
"Goed, liefje", zei zij, met een ineens stralende glimlach.
Hij liep met haar naar de keuken, wierp haar met een briljant geacteerde nonchalance op de keukentafel neer en begon zijn voornemen met veel bravoure uit te voeren. Toen hij haar had uitgekleed en zij het eerste straaltje champagne over haar borsten voelde lopen, waren Sandy en dat eventuele, derde kind voor even uit haar gedachten verdwenen.

BERT HARBERTS


Terug


Amsterdam, 16 januari 2000. © Bert Harberts