ZUTPHEN

Het perron op het Arnhemse station was vrijwel leeg. Trudy, gekleed in een wit colbertje, een korte, zwarte jurk en zwarte nylonkousen, drentelde met een vrolijk gezicht over het perron heen en weer. Zij was dan ook in een opperbeste stemming. Zij was net van een kortstondig griepje hersteld en zij verheugde zich zeer op het komende nachtje, dat zij en haar man Dennis in Zutphen zouden gaan doorbrengen. De reden van dat bezoek was min of meer van zakelijke aard. Dennis, een freelance-journalist, was voor zijn wekelijkse column op zoek naar inspiratie en hij wilde wel eens weten, hoe het was om op een zondag in een stad door te brengen, waar van een koopzondag nog geen sprake was. Wat ze die dag in Zutphen konden gaan doen, was haar nog niet helemaal duidelijk. Ze kenden Zutphen vrij goed, maar ze waren er nog nooit op zondag geweest en zij had zo het gevoel, dat, behalve de winkels, ook de musea en de kroegen gesloten zouden zijn.
Dennis bekeek haar gedrentel met een brede grijns om de mond. Dat was bepaald niet onrechte, want zij zag er bijzonder lief en sexy uit. Zij dacht daar zelf een beetje anders over. In de laatste maanden was zij nogal wat aangekomen en twee weken geleden, bij het overschrijden van de vijfentachtig kilo, had zij zich afgevraagd, of het misschien toch wel verstandig zou zijn als zij binnenkort maar weer eens met lijnen en joggen zou beginnen.
Het was er tot nu toe niet van gekomen en voor Dennis hoefde zij het al helemaal niet te doen. Haar macht over hem had juist in de laatste maanden iets hypnotiserends gekregen. Elke ochtend, als zij zich onder zijn ogen aankleedde, kon hij die ogen niet van haar afhouden. Het omhangen en vastmaken van de beha, het aantrekken van het slipje, het omhangen van het jarretellegordeltje, het aantrekken van de kousen, het vastmaken van die kousen aan de jarretelles, het aantrekken van het rokje of het jurkje, hij registreerde elke handeling met nerveus knipperende ogen en hij leek zich elke ochtend weer tot het uiterste te moeten beheersen om haar niet weer hjet bed in te sleuren.
Om kwart voor tien reed de trein het station binnen. Het was een oude, gele en enigszins smerige 'hondekop' en hij was niet echt vol. Het eerste-klasse compartiment en de drie eerste-klassecoupé's waren zelfs leeg. Ze kozen voor een niet-rokencoupé en installeerden zich op de beide raamplaatsen. De trein vertrok vrijwel meteen. Trudy nam een boek uit haar tas, 'Jane Austen, a life' van Claire Margolin en Dennis keek even met een wat hunkerende blik naar haar benen. Daarna bleef hij echter hardnekkig uit het raam kijken. Dat nam zij hem niet echt in dank af.
"Hee, heb ik daarvoor nou zo'n kort jurkje aangetrokken?", vroeg zij pesterig.
"Wat bedoel je daar nou weer mee?", was zijn schijnheilige wedervraag.
"Je weet best, wat ik bedoel."
"Tja, ik weet alleen niet, wat ik daar nou op moet zeggen?"
"Dat valt niets op te zeggen."
"Behalve dan dat het niet netjes is om in het openbaar naar de vorstelijke benen van je vrouw te kijken."
"Waarom zou dat niet netjes zijn?"
"Omdat dat tegen alle etiquettevoorschriften indruist."
"Wel, laten we om te beginnen dan maar eens de openbaarheid van een lege treincoupé ter discussie gaan stellen."
"Wil je dat echt?"
"Ja, natuurlijk wil ik dat echt, imbeciel! We zitten in een bijna lege trein, in een volstrekt lege coupé, dus als jij je aan de aanblik van mijn vorstelijke benen wilt verlustigen, is er niemand, maar dan ook niemand, die daar aanstoot aan kan nemen."
"En jij denkt dat ik - als ik uit het raam kijk - die vorstelijke benen niet voor ogen heb?"
"Wat bedoel je daar nou weer mee?"
"Daarmee bedoel ik, mijn lief, dat je nooit, maar dan ook nooit uit mijn gedachten bent. En dat geldt zeker ook voor je vorstelijke benen!"
Zij schonk hem een half moederlijke, half verleidelijke glimlach, waarmee zij hem waarschijnlijk al helemaal gek maakte, en plantte vervolgens haar rechtervoetje op het stukje bank tussen zijn benen.
"Waar is dit goed voor?", vroeg hij, met iets wanhopigs in zijn stem.
"Dit is mijn meest geliefde verleidingstrucje", was het wat kokette antwoord.
"Je meent het?"
"Ja, dat meen ik."
"En waarom is dit je meest geliefde verleidingstrucje?"
"Omdat dit typisch een geval is van: 'In die Beschränkung zeigt sich der Meister.'"
"Ik geloof, dat ik wel begrijp, wat je bedoelt."
"Ja, hè? Als ik dat 'mooie, welgevormde voetje' van mij in je kruis had geplant, was het effect lang niet zo sterk geweest."
"Nee, dat was een beetje overdone geweest", zei hij, terwijl hij met beide handen haar fraai gevormde kuit begon te strelen.
"Precies! En dat heb ik hiermee dus kunnen vermijden. Je bent weliswaar aan de ketting gelegd en je lot is bezegeld, maar tot het moment waarop we onze hotelkamer betreden, heb je nog wel wat bewegingsvrijheid."
"Mag ik hieruit opmaken, dat je je over de uitgaansmogelijkheden in Zutphen niet al teveel illusies maakt?"
"Neuh, niet echt. Maar daar heb ik in het geheel geen problemen mee, hoor! Er zijn genoeg leuke dingen, die we op onze hotelkamer kunnen gaan doen."
"Zutphen is anders helemaal niet zo'n geijkt plaatsje om..."
"Je vrouw weer eens helemaal suf te neuken?"
"Dat wilde ik helemaal niet zeggen!", riep hij, diep verontwaardigd.
"Maar je denkt het wel. En je denkt het al gedurende de hele reis."
"Nou, goed! Een beetje gelijk heb je wel."
"Dat is mooi, lieverd. Ik zal je straks dan ook graag op alle mogelijke manieren ter wille zijn."
"Dat had je, geloof ik, beter niet kunnen zeggen."
Twintig minuten later reed de trein over de IJsselbrug bij Zutphen. Rechts van de brug was de monumentale IJsselkade van Zutphen te zien; links doemde een haveloos ogende fabriek van Reesink op. Ze stonden op, verlieten hun coupé en liepen naar het balkon.
"Wat gaan we doen?", vroeg hij, "Gaan we meteen naar het hotel? Of zullen we nog even ons favoriete wandelingetje door de stad gaan maken."
"Het maakt mij niet uit, liefje. Als het aan mij ligt, gaan we meteen naar het hotel, maar als jij nog even rond wilt neuzen, dan vind ik dat ook goed."
"Zullen we dat dan maar doen? Als we nu meteen naar het hotel gaan, dan komen we gegarandeerd onze hotelkamer niet meer uit."
"Tja, daar zit wat in. En als we dat doen, dan heeft dat reisje naar Zutphen ook weinig zin gehad."
"Precies. Laten we dus maar eerst eens even naar dat ielige cafetariaatje aan de IJsselkade lopen."
"Dat is goed, liefje."
Ze verlieten de trein en het station en liepen via de stationsbuurt naar het oude centrum. Het was heel rustig op straat. Ze zagen slechts één fietser en twee of drie auto's voorbijrijden. Ze drentelden het oude, hooglijk pittoreske centrum in, wandelden de kronkelende Turfstraat en Kleine Hofstraat door en hielden stil, toen ze bij de kruising van de Groenmarkt, de Houtmarkt en de beide Hofstraten waren aangekomen. De Groen- en de Houtmarkt waren twee brede, in elkaar overlopende straten, waar het even wat drukker bleek te zijn. Op de stoep voor de tamelijk hoge Wijnhuistoren drentelde een mooi, zwartharig meisje rond en op het terrasje van pizzeria 'La Venezia' zat een Turkse man met een verveelde gelaatsuitdrukking voor zich uit te staren.
"Wil je nog steeds de hele stadswandeling gaan maken?", vroeg zij.
"Ja, laten we dat maar doen. Het zal voor mijn column ook wel goed zijn, denk ik."
"We zijn er niet toe verplicht, hoor!"
"Dat weet ik, maar ik wil het toch wel graag doen. Je weet hoe ik ben: eerst het werk en dan het meisje."
"Hm, volgens mij stromen er een heleboel Gereformeerde genen door je bloed."
"Nee, hoor! Dat zijn mijn Nederlands-Hervormde genen."
"Je meent het?"
"Ja, dat meen ik! Mijn communistische opa is in zijn jonge jaren zelfs ouderling bij de Nederlands-Hervormde kerk geweest."
"Ah, vandaar dat je soms zo verschrikkelijk kuis bent."
"Dat denk ik ook wel, ja!", zei hij lachend.
Zij liepen de Groenmarkt op, ieder in hun eigen gedachten verzonken. Na een paar minuten bereikten ze het einde van die Groenmarkt en daarna liepen ze verder door de Marschpoorstraat naar de IJsselkade, waar zich 'Eethuis De Kade' bevond, een uit twee ronde huisjes bestaande cafetaria aan de oever van de IJssel. Dennis ging aan een tafeltje bij het raam zitten en Trudy liep naar de toonbank, waar zij bij de, wat verlegen reagerende kelner twee koffie en vier witte broodjes ham bestelde.
Het duurde een paar minuten, voor zij zich met de koffie en de broodjes bij haar man kon voegen, maar toen het eindelijk zover was, nam een sterk geluksgevoel bezit van haar. Tijdens het wachten op hun bestelling had zij hem weer even op een zo objectief mogelijke manier staan observeren en het was haar daarbij opnieuw niet ontgaan, hoe knap hij nog was. Er lag ook een zeer vredige gelaatsuitdrukking op zijn gezicht. Het was net, alsof hij met iets in het reine was gekomen en zij vroeg zich af, wat dat zou kunnen zijn.
Gedurende een poosje zaten ze zwijgend te eten en te drinken. Op de rivier was al even weinig leven te zien als op straat. Het water kabbelde rustig voort en onderaan de oever lag een oude, verveloze sleepboot, die weemoedig aan een roemruchter verleden leek terug te denken.
"Wat een heerlijk, saai plekje is dit toch!", zei hij.
"Ja, nou! Het doet je echt naar wat exotischer plekken verlangen."
"Welke plekken?" "Ik wil weer naar Praag, of naar Florence, of naar Sint Petersburg!" "Tja, misschien moeten we nu maar eens gaan nadenken, waar we volgend jaar naartoe zullen gaan."
"Volgend jaar?", riep zij, met een plagerig lachje, "Als we willen, kunnen we morgen al vertrekken."
"Nee, dat kan niet."
"Waarom niet?"
"Dan krijgen we problemen met het asiel."
"Met het asiel? Waarom?"
"Toen ik in juli Tum Tum uit het asiel haalde, heb ik de dame van het asiel moeten beloven, dat we dit jaar niet met vakantie zouden gaan."
"Waarom?"
"Dat is nogal wiedes, hè? Je moet zo'n stomme kat een beetje de tijd gunnen om aan zijn nieuwe baasjes te wennen. En als je dan na drie maanden al op vakantie gaat, raakt dat acclimatiseringsproces natuurlijk helemaal verstoord."
"Zo! En dus heb jij, zonder overleg met mij te plegen, zomaar toegezegd, dat we dit jaar niet op vakantie zullen gaan."
"Ja, natuurlijk! Ik ben de man in ons huisgezin en de man beslist."
"Zo! Dus als ik met alle geweld dit jaar naar het buitenland met vakantie wil, moet ik maar alleen gaan?"
"Dat zou je toch niet willen, hè?", vroeg hij, met een ineens wat angstig gezicht.
"Nee, alleen zou het niet erg gezellig zijn."
"Oei! Gelukkig maar!"
"Maar ik zou natuurlijk wel een keer alleen met mama op stap kunnen gaan."
"Dat meen je niet!"
"Waarom zou ik dat niet menen? Mama wordt volgend jaar zeventig, en zij is nu nog heel flink, maar over een paar jaar kan dat allemaal wel heel anders zijn. Het is nu of nooit, wat mij betreft."
Daar had hij even geen antwoord op en hij keek heel even heel beteuterd voor zich uit. Tot hij door een lang aanhoudende schaterlach van zijn vrouw uit zijn lijden werd verlost.
"Geloofde je nou echt, dat ik je binnenkort in je eentje in Amsterdam zou gaan achterlaten?", vroeg zij.
"Nee, ik geloofde echt, dat je mij binnenkort samen met Tum Tum in Amsterdam zou gaan achterlaten."
"Je bent gek!", zei zij, zijn hand grijpend, "Ik ga al over mijn nek als ik er alleen maar aan denk. Laat staan, dat ik het echt zou doen."
"Ah, dan is het goed."
Zij keek hem wat onzeker aan. Het leek erop, alsof hij haar toch niet helemaal geloofde en zij sloeg op een wat geagiteerde manier haar benen over elkaar.
"Toch is het misschien wel een leuk idee om je moeder mee te nemen, als we binnenkort weer eens op vakantie gaan", opperde hij tactvol.
"Vind je dat echt?", vroeg zij, met een ineens weer stralend gezichtje.
"Ja, joh! Het is toch een hartstikke, leuk mens? En zij is, na alles, wat zij in februari heeft meegemaakt, eigenlijk wel aan een verzetje toe."
"Ja, hè? Zij heeft zich na de dood van Kitty heel kranig gehouden, maar ik heb toch wel het idee, dat zij af en toe heel erg eenzaam is."
"Tja, het is natuurlijk niet niks als je voor de tweede maal in je leven je levensgezel door zelfmoord verliest."
"Precies!"
"Dus laten we maar snel een keer aan haar vragen, of zij volgend jaar met ons op vakantie wil gaan."
"Waar zullen we dan naartoe gaan?"
"Wat dacht je van een kort stedentripje naar Praag? Het lijkt mij wel weer eens leuk om op een terrasje aan het prachtige Staromestke Namesti te zitten en daar een bosbessenthee met honing en citroen te drinken."
"Dat lijkt mij ook heel leuk! En ik wil ook wel weer eens over de prachtige Karluvmost kuieren. Om van de bestijging van de prachtige Nerudova naar het al even prachtige Hradcanske Namesti nog maar te zwijgen."
"Precies! De vraag is alleen, of we je moeder daarmee een plezier zullen doen."
"O, ja! Zij zal Praag zeker heel erg leuk gaan vinden! Daar is zij volgens mij nog nooit geweest! Wanneer zou je willen gaan?"
"In maart of zo. Als het daar nog niet zo bloedgeslagen heet is."
"En zullen we dan met de trein of met de touringcar gaan?"
"Dat mag je moeder gaan bepalen. Zij mag bepalen, wanneer we gaan, hoe we gaan en als we daar eenmaal zijn, mag zij ons een paar dagen gezellig op sleeptouw gaan nemen."
"Echt?"
"Ja, echt! Ik wil haar er absoluut bij hebben. Voor haarzelf en voor ons."
"Hoezo voor ons?"
"Omdat we de kunst van het-lekker-op-vakantie-gaan helemaal verleerd zijn en als we die kunst weer aan willen leren, kunnen we volgens mij best wel enige hulp gebruiken."
"Je hebt volkomen gelijk! Als wij echt zeker willen weten, dat we volgend jaar naar Praag zullen gaan, dan zullen we mama mee moeten vragen."
"Wel, dat is dan afgesproken."
"Dat is goed. Maar wat doen we dan met Tum Tum? Tot nu toe draaide mama er steeds voor op als we een kattenoppas nodig hadden."
"Nou, zeg! Ik heb toch nog twee gepensioneerde broers, die kunnen inspringen?"
"Denk je echt, dat je Arie of Peter zo gek krijgt?"
"Wel ja, jôh! Dat willen ze best."
"Wel, laten we dan maar zo snel mogelijk de kogel door de kerk jagen."
"Goed, liefje."
Daarna vielen ze even stil. Zij had heel veel zin om naar het hotel te gaan, maar aan de andere kant vond zij het ook wel plezierig om nog wat verder te mijmeren. Het was uiteindelijk Dennis, die het stilzwijgen verbrak:
"Zullen we maar opstappen?"
"Dat is goed, liefje."
Hij stond op, zette de borden en de koffiekopjes op de toonbank en liep weer naar hun tafeltje terug. Trudy keek onderwijl een beetje dromerig voor zich uit; haar rechtervoetje danste daarbij vrolijk op en neer.
"Kom je mee?", vroeg hij lachend.
"Maar natuurlijk!"
Ze groetten de twee jeugdige kelners achter de toonbank, verlieten de cafetaria en begonnen aan de wandeling naar de Groenmarkt.
"Je zat er daarnet weer schandalig sexy bij!", zei hij, op een half beschuldigend, half plagerig toontje.
"In de cafetaria?"
"Ja, het enige, wat niet te zien was, was je slipje. Het viel mij nog mee, dat die twee kelnertjes niet helemaal op tilt sloegen."
"Ach, dan zullen ze het wel niet gezien hebben."
"Laten we het hopen. Het is al erg genoeg, dat ik het moest zien."
"Ah, jôh! Stel je niet zo aan! Je hebt toch wel eens vaker een kouseboord, een jarretelle en een bloot stukje bovendij van mij gezien?"
"Dat is waar. Maar ik vind het maar niks als ik het gevoel heb, dat andere mannen dat ook kunnen zien."
"Maar dat is nu toch niet gebeurd?"
"Dat is waar, maar het had wel kunnen gebeuren."
"Ach, wat een snoezig, jaloers ventje ben je toch!"
"Ja, en daar schaam ik mij lekker helemaal niet voor."
"Dat hoef je ook niet, liefje. Dat hoef je ook niet."
"Ha! Dat zou er nog bij moeten komen!"
"Hm, zou je het eigenlijk prettig vinden als ik wat vaker langere rokken en jurken zou gaan dragen?"
"Ja, en nee."
"Wat bedoel je daar nou weer mee?"
"Ik vind het heerlijk als je dit soort niemendalletjes draagt als we thuis zijn en de deur niet uitgaan, maar ik zou het inderdaad wel prettig vinden als je voortaan altijd iets langere rokken en iets langere jurken zou gaan dragen als we wel de deur uitgaan."
"Dat is goed, liefje!", zei zij vertederd, "Het is ook wel goed voor mij. Ik ben nu ver over de veertig en het is misschien wel verstandig om mijn kleding daaraan aan te passen als we ons onder de mensen begeven."
"Ah, dat is lief van je!"
"Heb je nog meer kledingwensen?"
"Zoals wat?"
"Nou, een andere kleur nylons bijvoorbeeld?"
"Nee, hoor! Ik ben wel tevreden met die bruine en die zwarte nylons van je. Dat zijn de kleuren, die het best bij je passen."
"Geen witte? Geen rode? Geen groene? Geen blauwe? Geen paarse? Geen fantasiedessins? Geen naadnylons? Geen Fully Fashioned Nylons?"
"Fully Fashioned wat?"
"Fully Fashioned Nylons! Dat zijn van die hele mooie en ook hele ouderwetse naadnylons, die hele brede kouseboorden hebben en die je met maar liefst zes jarretelles omhoog moet houden. Als je ze leuk vindt, kan ik ze zo via internet bestellen!"
"Hè, jasses! Nee, alsjeblieft niet!"
"Waarom niet?"
"Omdat ik dat soort kousen helemaal niet leuk en mooi vind en omdat ze niet bij je passen. Je hebt je gelukkig nooit veel opgemaakt, je hebt nooit extravagante kleren gedragen en je hebt altijd hele simpele kousen gedragen en daar hoeft, wat mij betreft, echt geen verandering in te komen."
"Goed, liefje."
Eenmaal aan het einde van de Groenmarkt gekomen, sloegen ze rechtsaf de Hofstraat in. Dat was zonder meer een charmant straatje, met oude, mooi geconserveerde huizen, maar aan het einde van de straat zagen ze ook een nieuw, enigszins detonerend pand tussen die mooie huizen staan: een gifgroene uitloper van het nieuwe stadhuis, dat in het hoek van de Kuiperstraat en de Hofstraat was neergeplant. Ze besteedden er niet echt veel aandacht aan en wandelden verder over de Gravenmarkt en het Kerkhof. Dat Kerkhof, een mooi, door de Sint Walburgiskerk gedomineerd plein, leek aan het begrip 'zondagsrust' een geheel nieuwe dimensie te verlenen.
"Denk je nou echt, dat je uit deze dooie boel genoeg inspiratie voor een column kunt zult kunnen peuren?", vroeg zij grinnikend.
"Natuurlijk wel!"
"Hoe denk je dat te kunnen doen?"
"Door Zutphen-op-zondag als metafoor voor het voorportaal van de dood te portretteren."
"Toe maar!"
"Ja, voor minder doe ik het niet, hoor!"
"Denk je, dat de Zutphenaren je dat in dank zullen afnemen?"
"Dat hangt er van af, of ze die column in grote getale zullen gaan lezen."
"Laten we er nou eens vanuit gaan, dat hij door één redelijk erudiete Zutphenaar wordt gelezen."
"Dan zal die ene redelijk erudiete Zutphenaar waarschijnlijk geen reden tot klagen hebben."
"Dus je gaat er een positieve column van maken?"
"Dat kon toch niet anders? Ik vertoef op dit moment in een mooi, oud stadje, het is een mooie, grijze en droefgeestige zondagochtend en mijn mooie, lieve en gewillige vrouwtje vertoeft aan mijn zijde. Ik bedoel maar... Daar kan toch niets anders dan een mooie, poëtische column uit voortvloeien?"
"Je gaat het dus ook weer over mij hebben?"
"Natuurlijk ga ik het ook weer over jou hebben!"
"Dan zou je eigenlijk ook weer een naakttekening van mij moeten maken. En zeker als je de column ook op onze succesvolle website gaat zetten. Naast een column over mij hoort natuurlijk altijd een naakttekening van mij te staan."
"Hee, dat is een leuk idee!"
"Wel, laten we dat dan maar zometeen gaan doen! Ik heb wel weer eens zin om een uurtje voor je te poseren."
"Hee, en de seks dan?", vroeg hij, een tikje humeurig.
"Ja, wat is daarmee?", vroeg zij liefjes.
"Wat is daarmee? Wat is daarmee? Dat is het toch wel het toppunt! Je loopt mij verdomme al de hele reis op alle mogelijke manieren op te geilen en nu we bijna bij ons reisdoel zijn aanbeland, blijk ik eerst nog zo'n stomme tekening te moeten maken."
"Ja, gemeen, hè?"
"Ja, je bent een smerig, doortrapt loeder!"
"Nou, ja! Anders doen we eerst toch even een vluggertje?"
"Dat zou dan het eerste vluggertje in dertig jaar zijn", zei hij zwartgallig.
"Ja, Jezus! Ik kan het toch ook niet helpen, dat ik zo'n zalig, mooi lijf heb?"
"Dat is waar", zei hij, op verzoenende toon.
Ze liepen via de Proosdijsteeg naar de Zaadmarkt en daar merkten ze, dat het langzaam toch wat drukker op straat begon te worden. Een van de voorbijgangers was een jonge vader met zijn zoontje op de arm, die het echtpaar een vrolijke, en zelfs wat samenzweerderige blik toewierp. Het viel overigens alleen Trudy op. Zij keek naar de man om en tikte Dennis daarbij op de arm.
"Wat is er?", vroeg hij.
"Er is iets met die vent, die daar loopt", antwoordde zij, terwijl zij naar de man wees.
"Wat dan?"
"Hij wierp ons daarnet een hele rare blik toe."
"Wat voor een blik?"
"Ja, Jezus! Het klinkt heel stom, maar het was net, alsof hij ons kende."
"Ah, dat meen je niet!"
"Dat meen ik wel!", kraaide zij uit, "Misschien is dat wel een van de bezoekers van onze website geweest!"
"Zou je denken?"
"Tja, als jij in negen maanden met die website tienduizend bezoekers trekt, dan is de kans volgens mij niet zo heel erg klein, dat je een van die bezoekers een keer tegenkomt."
"O, shit!", zei hij, met een langzaam wat rood wordend gezicht, "Meen je dat?"
"Ja, natuurlijk meen ik dat. Ik heb je in december al gezegd, dat je het helemaal gaat maken met die tekeningen en ik ben blij, dat ik zo snel gelijk heb gekregen."
"Ik word beroemd!", mompelde hij, "I'm gonna be fuckin' famous!"
"Daar ziet het wel naar uit, ja!", zei zij droogjes.
"Shit, als dit zo doorgaat, komt er nooit meer een tekening uit mijn handen!"
"O, gossie! Begint mijn lieve kunstenaartje een beetje nerveus te worden?"
"Ja, dit begint echt een tikkeltje uit de hand te lopen."
"Tja, als dit je lot is, zul je het niet kunnen ontlopen."
"Als ik beroemd word, dan heb ik dat natuurlijk wel aan jou te danken."
"Waarom?"
"Het is jouw prachtige lichaam, dat zoveel bezoekers naar die website trekt."
"Ja, precies! En ik verkeer daardoor al maanden in de zevende hemel!"
"Meen je dat echt?"
"Ja, natuurlijk, lief imbecieltje van mij. Ik ben je muze, zowel waar het de columns als de tekeningen betreft en ik weet nu, dat je daar vreselijk mee succes mee hebt. Daar kan ik toch niet anders dan dolgelukkig om zijn? Als ik op mijn sterfbed zal liggen, zal ik tegen mijzelf kunnen zeggen, dat ik niet voor niets heb geleefd en dat mijn leven op een prachtige manier is vastgelegd. Wat kan ik dan in godsnaam nog meer verlangen?"
"Tja, wat moet ik daar nou aan toevoegen?"
"Niets, behalve dan dat je vreselijk trots op jezelf bent."
"Overdrijf je nou niet een beetje?"
"Nee, ik overdrijf niet! Je bent namelijk op een hele leuke, en ook op een hele pure manier met je kunst bezig. Je beoefent je kunst puur om de kunst zelf, zonder concessies te doen aan trends, kunststromingen en de al dan niet relevante mening van anderen. Het kost je niets, je verdient er niets mee, je pusht jezelf op geen enkele manier, je staat op geen enkele manier in het nieuws, maar je hebt er toch ongelooflijk veel succes mee. Nou, dan heb je dus een heleboel redenen om heel erg trots op jezelf te zijn."
"Tja, misschien heb je wel gelijk", zei hij lachend.
"Natuurlijk heb ik gelijk!", zei zij, terwijl zij haar arm rond de zijne legde en hem tegen zich aantrok, "En om dat feit te vieren, mag jij kiezen, wat we zometeen in het hotel het eerst gaan doen."
"Waaruit mag ik dan kiezen?"
"We gaan natuurlijk én heel lang vrijen én heel lang tekenen, maar jij mag de volgorde uitkiezen."
"O, dan wil ik eerst gaan tekenen."
"Dat is goed! Maar je mag het ook omdraaien! Of eerst heel lang vrijen, dan heel lang tekenen en dan nog eens heel lang vrijen."
"Jezus! Je bent echt door het dolle heen, hè?"
"Ja, ik voel mij echt vreselijk gelukkig, vandaag!"
"Dat is mooi, kindje!"
Ze liepen over de Houtmarkt, passeerden de pizzeria weer en sloegen opnieuw de Hofstraat in. Ditmaal zouden ze dus wel naar het, aan de Gravenmarkt gelegen hotel gaan. Bij het naderen van dat hotel verbrak Trudy het stilzwijgen:
"Ik heb zometeen een verrassing voor je."
"Wat voor een verrassing?"
"Een leuke verrassing! Ik denk, dat je zometeen een gat in de lucht zult springen."
"Vertel het mij nu dan maar."
"Nee, ik zeg het je pas, als we op onze hotelkamer zijn."
"Je bent toch niet zwanger, hè?", vroeg hij, met iets van onrust in zijn stem.
"Nee, liefje! Wees maar niet bang! Ik ben niet zwanger! En gelukkig maar, want daar ben ik nu toch echt te oud voor."
"Dat is een pak van mijn hart."
"Dat kan ik mij levendig voorstellen. Nee, geloof mij nou maar: het is echt een hele leuke verrassing."
"Wat is het dan?"
"Nee, ik zeg het je nog niet. Je moet echt nog even geduld hebben. Ik wil het je pas vertellen als ik naakt op het bed zit en jij je potloden en je schetsboek weer ter hand hebt genomen."
"Hm, dit zal trouwens de eerste tekening gaan worden, sinds je weer..."
"Zo lekker mollig bent geworden?"
"Ja, precies! Heb je daar geen problemen mee?"
"Neuh, dat lijkt mij zelfs wel leuk. Er staan al genoeg slanke 'Trudy's' op de website."
"Dat is waar."
"Hoe wil je mij zometeen hebben?"
"Naakt, natuurlijk!"
"Met kousen of zonder kousen?"
"Doe maar weer eens met."
"In welke houding?"
"In kleermakerszit op het voeteneind van het bed!"
"Dat is goed. Ga je eerst nog foto's van mij maken?"
"Dat zou ik best wel willen, maar ik ben mijn fototoestel vergeten mee te nemen."
"Ach, wat ben je toch een verschrikkelijke oen! Dus het wordt echt een langdurig poseermiddagje?"
"Daar ziet het wel naar uit."
"Nou, ja! We hebben natuurlijk ook de avond en de nacht nog."
"Precies!"
Inmiddels waren ze aan het eind van de Hofstraat gekomen. Ze passeerden het stadhuis en liepen naar het hotel, het in een zestiende-eeuws kasteel gevestigde 'Zutphen Museumhotel'. Ze waren toch wel enigszins geïmponeerd door het hotel. Het was een prachtig monument, dat 'Huize van den Kasteele', en om dat monumentale patriciërshuis uit de zeventiende eeuw stond een al even prachtig, monumentaal hek.
Het interieur, waarin het verleden en het heden hand in hand gingen, bleek minstens zo aantrekkelijk te zijn. Hun kamer, die zij twee weken geleden al hadden gereserveerd en betaald, bevond zich echter in de nieuwe vleugel van het hotel. De langwerpige kamer oogde dan ook modern. Het bed stond haaks op de rechtermuur. In de linkerhoek naast het venster stond een bureau; voor het venster stonden twee leren stoelen, met daartussen een piepklein salontafeltje. Op het bed, waarop Trudy op een wat verstrooide manier plaatsnam, lag een hagelwitte sprei. Aan het voeteneind van het bed stond een televisiemeubel met een televisie en een videorecorder. De badkamer bevond zich rechts van de deur.
"Wat jammer, dat we niet zo'n antieke Hanzekamer hebben genomen!", prevelde zij voor zich heen, "Dit soort kamers kun je ook in een willekeurig hotel in Rotterdam vinden."
"Dat is waar. Maar die antieke Hanzekamer was vandaag nu eenmaal niet voor handen. En als we wel zo'n kamer hadden gekregen, had ik er toch geen oog voor gehad."
"Is dat een stille wenk?"
"Ja, kleed je maar snel uit!", antwoordde hij, met een wat kinderlijk aandoende gretigheid, "Ik wil meteen aan de slag."
"Goed, lieverd."
Terwijl Dennis in een van de stoelen van het zitje ging zitten en met een vrolijke glimlach zijn tekengerei uit zijn tas haalde, ontdeed Trudy zich heel bedaard van haar kleren. Zij hing het jurkje en het colbertje in de klerenkast en de beha en het slipje verdwenen in haar tas.
"Waar dacht je aan, toen we daarnet in de cafetaria zaten?", vroeg zij.
"Wat bedoel je?"
"Toen ik bij de toonbank op de broodjes stond te wachten, keek je heel tevreden voor je uit en ik vraag mij dus al een hele tijd af, waar je op dat moment aan dacht."
"Ik dacht aan jou, natuurlijk! Aan hoe je er op dit moment uit zou zien, aan het moment, waarop ik je in mijn armen zou kunnen nemen en aan het zalige, ongecompliceerde neuken, dat daarop zou gaan volgen."
"En wat denk je nu aan? Nu ik, met alleen mijn kousen nog aan, voor je sta."
"Nu denk ik aan de volgende minuten en aan de vraag, of ik mij zal kunnen beheersen."
"En denk je, dat je daarin zult slagen?"
"Ik weet het echt niet. Ik wil het wel, maar ik moet er toch wel erg veel moeite voor doen."
"Dus ik kan maar beter op alles voorbereid zijn."
"Dat denk ik ook wel, ja!"
"Goed, liefje. Ik merk het zo wel."
Zij borg ook de tas in de kast op en daarna bleef zij een poosje met haar handen op haar rug naar haar spiegelbeeld in de kastspiegel staan kijken. Daar genoot zij nogal van en zij kon via de spiegel zien, dat zij niet de enige was.
"Kun je het goed zien?", vroeg zij plagend.
"Ja, hoor!", was het argeloze antwoord, "Je ziet er fantastisch uit."
"Mijn billen zien er fantastisch uit, zul je bedoelen."
"Kom, kom, niet zo bescheiden! Je benen zijn ook van absolute wereldklasse, hoor!"
"Wat is er dan zo mooi aan?"
"Alles! De vorm, de strak zittende kousen, de onberispelijk recht zittende kouseboorden, de jarretelles, die zo'n mooi spoor door het vlees van je dijen en heupen trekken. Het geheel ziet er zeer appetijtelijk uit."
"Dus ik mag mijn kousen niet losmaken?"
"Doe dat straks maar", antwoordde hij, na een korte aarzeling, "Misschien is het voor een tweede tekening wel leuk, als je kousen wat losser om je benen zitten."
"O, ja! Dat lijkt mij ook heel leuk!"
Zij ging uiteindelijk toch in kleermakerszit op het bed zitten. Er lag daarbij een allerliefst blosje op haar wangen en zij wreef met trage gebaartjes over haar kousen.
"Is het zo goed?", vroeg zij.
"Ja, je ziet er echt vreselijk lekker uit."
"Ben ik toch niet een beetje te dik geworden?"
"Nee, integendeel!", antwoordde hij grinnikend.
"Wel, dan is dit de goede gelegenheid om je het leuke nieuwtje te verklappen."
"Wat is het dan?"
"Ik heb besloten om niet meer te gaan joggen en niet meer te gaan lijnen."
"Waarom?", vroeg hij verbaasd.
"Omdat ik er geen zin meer in heb. Als ik weer ga joggen, zal het weer vele weken gaan duren, voordat ik een beetje redelijke conditie heb en voor dat lijnen geldt natuurlijk hetzelfde. Kortom: ik ben dat eeuwige gevecht om toch maar vooral jong, mooi en slank te blijven gewoon meer dan zat. Over een maand zal ik de middelbare leeftijd hebben bereikt en ik wens mij daarnaar te gaan gedragen. Vanaf nu wil ik op geen enkele manier meer de pretentie hebben, dat ik de eeuwige jeugd heb."
"Dat klinkt goed!", zei hij glimlachend.
"Dus het kan je goedkeuring wegdragen?"
"Ja, natuurlijk!", beaamde hij, vol vuur, "Ik vind je echt veel mooier, zo!"
"Dat heb ik de laatste maanden ook wel gemerkt, ja", zei zij droogjes.
"Ik vind het alleen wel jammer, dat we niet meer samen zullen gaan joggen."
"Hm, ik denk, dat dat voor jou misschien ook wel beter is."
"Waarom?"
"Omdat het voor ieder mens wel goed is, als hij elke dag een uurtje voor zichzelf heeft. We zijn nu al drie jaar onafscheidelijk en ik geniet daar echt met volle teugen van, maar dat ene dagelijkse, solitaire joggingstochtje mag ik je toch echt niet misgunnen."
"En bovendien zul je ook tijdens dat joggen geen seconde uit mijn gedachten zijn."
"O, daar twijfel ik niet aan!", zei zij lachend, "Dus je bent het er echt mee eens?"
"Ja, ik vind het prima als je blijft, zoals je nu bent, en ik zal het ook prima vinden als je net zo dik als je moeder wordt. Het is jouw lichaam en jij moet je daarin lekker voelen."
"O, zo dik als mijn moeder zal ik wel niet worden, hoor! Ik blijf om gezondheidsredenen wel letten op wat ik eet en zolang jij mij, wat de seks betreft, blijft verwennen, zoals je dat in de afgelopen negenentwintig jaar hebt gedaan, zal dat gewicht van mij echt wel op een redelijk peil blijven."
"O, met de seks zit het echt wel goed, hoor! Ook in de komende dertig jaar zullen de seksloze dagen zeer zeldzaam blijven."
"En je blijft mij ook regelmatig tekenen?"
"Ja, ik blijf je tekenen tot je een vrolijk, dik, oud besje bent geworden."
"Dat is ook de bedoeling van de website, hè? Dat je ook mijn lichamelijke verval gaat vastleggen."
"Precies! En aangezien we heel oud zullen gaan worden, zal dat ook echt wel gaan gebeuren."
"En je wilt deze middag nog steeds tekenend gaan doorbrengen?"
"Ja, natuurlijk!", zei hij grinnikend, "Dat is toch net zo lekker als seks?"
"Dat is waar!", beaamde zij, met een doodernstig gezichtje.
Ze vielen stil. Dennis legde de potloden en het schetsboek op zijn schoot, maar hij scheen de aanblik van Trudy zo plezierig te vinden, dat hij het opnieuw vastleggen van haar schoonheid nog maar even uitstelde. Zijn model had daar in het geheel geen problemen mee. Zij speelde even met de bovenste jarretelle van haar linkerkous, friemelde even aan het teenstukje van haar rechterkous en verdween vervolgens, zonder dat hij het merkte, in een spannende en gekke droomwereld, waarin het bijzonder prettig toeven was.

BERT HARBERTS


Terug


Amsterdam, 24 december 2001. © Bert Harberts