DRIE CADEAUTJES

Het gezelschap tijdens de housewarmingparty in het huis van Ghislaine Harberts en Tom Middelkoop aan het Amsterdamse Kastanjeplein bestond voornamelijk uit buren en vrienden. De inbreng van de familie bleef die avond beperkt tot eerst een kort bezoek van Gerda en Ronald, de moeder en pleegvader van Ghislaine, en daarna een iets langer bezoek van Dennis, haar jongste oom, en diens vrouw Trudy. Gedurende het eerste half uur hadden Dennis en Trudy wel wat aanspraak met de buren; daarna namen de vele vrienden van het jonge paar het heft stevig in handen en nam het echtpaar niet meer aan de vaak luidruchtige conversatie deel. Trudy had daar in het geheel geen problemen mee. Zij had een dromerig karakter en kon zich moeiteloos in zichzelf terugtrekken. Dennis had er zo op het oog wel wat problemen mee. Hij had een wat gekwelde gelaatsuitdrukking en op zijn voorhoofd waren wat zweetdruppeltjes te zien.
Hoewel hij door de jaren heen aardig over zijn verlegenheid was heengegroeid, stak die karaktereigenschap bij dit soort gelegenheden toch wel vaak de kop op. Die verlegenheid, waar het grote gezelschappen betrof, zat overigens in de familie. Zijn drie oudere broers waren er nog veel erger aan toe dan hij en meden die grote gezelschappen dan ook als de pest. Hijzelf probeerde die angst nog zoveel mogelijk te lijf te gaan, maar nu leek hij die strijd toch te gaan verliezen. Ghislaine, een lief, blond meisje van zesentwintig, leek wel te merken, dat hij uit zijn doen was en begon hem over zijn literaire voorkeuren uit te horen. Die bleken niet helemaal met de hare overeen te komen. Dennis was een verwoed prozalezer; Ghislaine las voornamelijk poezië. Zij besloot het gesprek door hem haar laatste aanwinst, een dichtbundel van Marina San Giorgi, ter lening aan te bieden en Dennis beloofde haar plechtig de dichtbundel te zullen gaan lezen.
Het feest begon daarna pas goed op gang te komen. De conversatie werd nog wat luidruchtiger, de grappen werden wat scabreus van aard en de vrienden verhoogden de feestvreugde nog door aan een wat ondeugende versie van het spelletje 'Hints' te beginnen. Dat was de genadeklap voor Dennis. Hij boog zich naar Trudy over en fluisterde haar de woorden "Zullen we nu maar als de sodemieter weggaan?" in haar oor. Zij stemde onmiddellijk toe. Het begon nu ook voor haar een beetje te wild te worden. Ze stonden op en liepen naar de gang, waar Ghislaine en Tom hen op vriendelijke wijze uitgeleide deden.
Eenmaal op straat, op weg naar de halte van tram 9, de tram, die hen naar het Centraal Station zou gaan brengen, zag Trudy haar man weer helemaal opleven.
"Gaat het weer een beetje, meneer Harberts?", vroeg zij lachend.
"Ja, hoor!"
"Ik had anders best nog wel even met dat spelletje Hints willen meedoen."
"Ik geloof er niets van."
"Ach, waarom kan ik je nou nooit eens wat op de mouw spelden?"
"Omdat ik je al bijna dertig jaar ken."
"Dat is een goed argument."
"En steekhoudend."
"Ja, wijsneus! Het is ook steekhoudend."
Het had gesneeuwd tijdens hun verblijf in Ghislaines huis en ze liepen voorzichtig naar de halte toe. Het was vreemd om zo laat in het jaar, het was 4 maart, nog door de sneeuw te lopen, maar het had natuurlijk ook wel iets knus.
"Heb je het toch een beetje leuk gevonden?", vroeg zij, toen ze zonder kleerscheuren deLinnaeusstraat hadden bereikt.
"Ach, ja! Het viel allemaal wel best wel mee. Ik had eigenlijk op iets veel wilders gerekend. Dit was niet echt een party, meer een feestje. Ik had ook veel meer jonge mensen verwacht. In dit gezelschap van die oudere jongeren vielen we eigenlijk niet eens op."
"Ja, dat is zo! En dat vond ik eigenlijk best wel prettig."
"Maar ik blijf dit soort feesten natuurlijk wel een verschrikking vinden."
"Waarom dan, jochie?"
"Omdat ik bij dit soort gelegenheden altijd als een bekoorlijk muurbloempje moet fungeren. Ik kan niet lang staan, vanwege die aanleg voor spataderen, ik kan mij door die zachte stem niet goed verstaanbaar maken en ik ben ook nog eens dodelijk verlegen."
"Daar heb je nog steeds last van, hè?"
"Ja, en het lijkt wel of het de laatste jaren steeds erger wordt. Vroeger kon ik in een groot gezelschap nog wel redelijk meepraten, maar als ik mij nu in een groot gezelschap bevind, klap ik meteen dicht."
"Heb je enig idee, hoe dat komt?"
"Dat komt door ons zalige, rustige leventje, denk ik. Vroeger, toen ik nog dagelijks als journalist werkte, kwam ik ook dagelijks onder de mensen. Nu gaan er vele dagen voorbij, waarop ik alleen jou zie en aangezien ik mij in die situatie volmaakt gelukkig voel, begin ik de omgang met mijn onbekende medemens als een volstrekt overbodige last te ervaren."
"Is dat niet een beetje gevaarlijk aan het worden?"
"Niet als jij de negentig haalt en mij dus ruimschoots gaat overleven."
"Duizendmaal dank voor deze welgemeende heilwens, mijn lief, maar ik hoop nog steeds, dat we tegelijkertijd zullen gaan."
"Ik hoop het ook, liefje!", zei hij lachend, "Ik hoop het ook."
"Toch begrijp ik nog steeds niet goed, waarom je steeds meer last van je verlegenheid krijgt. Het is waar, dat je het grootste deel van je tijd alleen met mij doorbrengt, maar je komt ook nog steeds regelmatig onder de mensen. Je werkt nog steeds regelmatig als freelancejournalist en je neemt nog steeds regelmatig interviews af. En dat zijn toch heel vaak interviews met hele bekende Nederlanders."
"Dat heeft er eigenlijk niet zo veel mee te maken. Als ik iemand interview is het contact met die ene persoon in de eerste plaats heel zakelijk en ik kan mij dan, en zeker als ik mij goed heb voorbereid, ook heel gemakkelijk staande houden. Maar het is toch iets heel anders om tijdens een feestje een aardig gesprekje met wildvreemde mensen aan te knopen. Ik kan dat ook niet. Ik kan niet goed over ditjes en datjes praten. Ik wil toch altijd graag de diepte in. Dat zal ook wel een vorm van beroepsdeformatie zijn."
"Toch ouwehoer je mij regelmatig het oren van het hoofd!"
"Ja, maar jij bent dan ook mijn enige, echte wederhelft, mijn lief. Jij en ik zijn, ook wat het ouwehoeren betreft, volledig op elkaar ingesteld. Ouwehoeren met jou is net zo makkelijk als ouwehoeren met mijzelf."
"Hetgeen je gelukkig dus nooit meer doet."
"Tja, dat heb je er nu wel voorgoed bij mij uitgeramd."
"Ja, dat is een van de dingen, waar ik heel erg trots op ben. En nu krijg je daar ook gewoon de kans niet meer voor."
"Omdat je nu altijd bij mij in de buurt bent?"
"Precies!"
"Tja, dat is waar. En daar voel ik mij, zoals ik al zei, heel erg gelukkig door."
Ze waren inmiddels bij de halte aangekomen. Gelukkig voor hen hoefden ze niet zo lang op de tram te wachten. Ze stapten in en gingen op een duozitplaats achter een van de deuren zitten. Na het vertrek van de tram gaf zij hem een arm en begon hij aandachtig in de dichtbundel te lezen. Gedurende een paar minuten keek zij over zijn schouder mee; daarna verloor zij haar aandacht voor de dichtbundel en begon zij een beetje te dagdromen.
Die dromen waren onverbloemd erotisch van aard. Dat was niet zo opmerkelijk als het leek. In normale omstandigheden hadden ze allang in bed gelegen. Nu moest zij daar nog zeker een half uur op wachten. Zij vond het ook maar niks, dat zij voor haar doen nogal truttig was gekleed. Zij had een sterke voorkeur voor het dragen van tamelijk korte jurkjes of rokjes en zij had een hele grote verzameling van zwarte en bruine nylonkousen in haar kledingkast liggen, maar nu droeg zij een niet al te korte, zwarte jurk en een zwarte panty onder haar winterjas.
Die nogal conservatieve kledingkeuze was uit een dreigement van Dennis voortgevloeid. Hij had haar zelfs min of meer verboden om 'in het kort' naar het feest te gaan. Hoewel zij hem op een wat vileine toon voor 'preutse, ouwe zak' had uitgescholden, had zij uiteindelijk glimlachend bakzeil gehaald. Hij had natuurlijk ook wel gelijk gehad. Eigenlijk begon zij nu toch echt een beetje te oud te worden om zich buitenshuis in minirokjes of mini-jurken te vertonen. Zij liep ook al een poosje met het plan rond om haar garderobe met een aantal gedistingeerde, lange jurken aan te vullen en het zou er binnenkort toch maar eens van moeten komen. Binnenshuis zou alles bij het oude blijven en omdat ze een groot deel van hun tijd thuis doorbrachten, zou zij toch nog heel vaak in een sexy tot zeer sexy outfit kunnen blijven rondlopen.
Over wat zij na hun thuiskomst zou gaan aantrekken, hoefde zij niet al te lang na te denken: zij zou zich na de korte douche tot een paar donkerbruine nylonkousen beperken. Zij had nog een paar oude kousen liggen, waar al een paar kleine ladders in zaten en die kousen zouden, tezamen met een oude, rode kouseband en een versleten jarretellegordeltje, een ensemble gaan vormen, waarmee zij zonder zorgen aan een wild nachtje kon gaan beginnen.
Toch was zij er niet helemaal zeker van, of ze zometeen wel meteen naar huis konden gaan. Eigenlijk wilde zij ook nog wel even naar haar moeder toe. Daar had zij ook wel een goede reden voor: haar moeder had een maand geleden haar levensgezellin verloren en dit was eigenlijk de eerste avond geweest, waarop ze niet even bij haar langs waren gegaan. Zij had daar toch een vaag schuldgevoel over. Haar moeder had de zelfmoord van haar vriendin, precies dertig jaar na de zelfmoord van Trudy's vader, op een redelijk rustige manier verwerkt, maar Trudy maakte zich nog steeds wel wat zorgen over de gemoedstoestand van haar moeder.
De tram reed nu over het Rokin. Over een paar minuten zouden ze bij het Centraal Station aankomen. Als zij een besluit wilde nemen over die visite aan haar moeder, moest zij dat eigenlijk nu doen. Toch twijfelde zij nog een beetje. Zij had ook wel zin om maar gewoon naar huis te gaan. Dennis, die zijn boek inmiddels had dichtgeslagen, zou de knoop maar moeten doorhakken. Gedurende de gehele tramrit had hij geboeid in de dichtbundel zitten lezen; nu keek hij een beetje ontdaan voor zich uit. Het had er alle schijn van, dat de gedichten van Di Giorgio een tere snaar bij hem hadden geraakt.
"Is het wat?", vroeg zij.
"Ja, het is heel aangrijpend."
"Waar gaat het over?"
"Over het leven."
"Zou je wat duidelijker kunnen zijn?"
"Het zijn autobiografische gedichten over een vrouw van in de veertig, die aan terminale kanker lijdt en uit elke dag, die haar nog rest, zoveel mogelijk levensvreugde weet te persen."
"Is zij dood?"
"Ja, zij is een paar jaar geleden overleden."
"Zijn het ook mooie gedichten?"
"Sommige wel, sommige niet! Maar in dit geval is de inhoud natuurlijk belangrijker dan de vorm."
"En die inhoud is?"
"Dat het leven boven alles een heel kostbaar geschenk is, waar men heel zorgvuldig mee om moet gaan en waar tot op het laatste moment intens van genoten moet worden."
"Ik geloof, dat Kitty daar een beetje anders over dacht!", zei zij, doelend op de overleden vriendin van haar moeder.
"Tja, zelfmoord is en blijft natuurlijk een doodzonde."
"Dat is een boude bewering, maar ik ben het er hartgrondig mee eens. En zeker waar het Kitty betreft."
"Ja, hè? Euthanasie is natuurlijk een wat ander verhaal, hoewel ik daar ook mijn bedenkingen over heb, maar het idee, dat een kerngezond mens de hand aan zichzelf slaat, is eigenlijk onverdraaglijk. Dat gevoel had ik al na de zelfmoord van Adriaan Venema en ik had het nog wat sterker na de zelfmoord van Kitty. En helemaal toen bleek, dat zij die zelfmoord, net als Venema, al vanaf weken van tevoren had gepland."
"Ja, dat is nog het gemeenste van alles geweest. Dat is echt een verschrikkelijke dreun voor mama geweest."
"Ja, hè? Het idee, dat zij het op de een of andere manier misschien toch nog had kunnen voorkomen, zal nog heel lang door haar hoofd blijven spelen. En misschien had Kitty het ook wel niet gedaan als zij een dag voor haar daad deze dichtbundel had kunnen lezen."
"Ha, Kitty en poëzie!", riep zij schamper, "Die trut is nooit verder gekomen dan de vervolgverhalen in de 'Libelle'."
"Tja, erg belezen was zij niet."
"Om over haar intelligentie nog maar te zwijgen."
"Dat zit ook wel een kern van waarheid in!", zei hij grinnikend.
"Maar misschien zouden we dit boek wel aan mama in bruikleen kunnen geven."
"Ben je dan bang, dat zij Kitty's voorbeeld zal gaan navolgen?"
"Nee, dat niet! Maar misschien krijgt zij daardoor toch weer wat van haar levenslust terug."
"Dat is niet zo'n gek idee."
"Maar het is natuurlijk wel Ghislaines dichtbundel."
"Ik denk niet, dat Ghislaine daar een probleem van zal maken. Ik kreeg niet de indruk, dat zij sterk aan dit boek is gehecht."
"Nee, ik eigenlijk ook niet."
"Ach, we geven het exemplaar gewoon aan je moeder en gaan dan op zoek naar een nieuw exemplaar voor Ghislaine. En als we dat vinden, mag je moeder het houden en als we het niet vinden, vragen we het over een paar maanden gewoon weer terug."
"Afgesproken."
De tram stopte voor de oostelijke zij-ingang van het Centraal Station. Het echtpaar schuifelde met hun medepassagiers naar de uitgang, stapte uit en liep naar de taxistandplaats bij de andere zij-ingang. Daar kwam Trudy met het voorstel, waarover zij al een poosje aan het piekeren was:
"Zullen we nog even bij mama langs gaan?"
"Dat is goed, liefje. Het is pas kwart voor tien, dus zij is vast nog niet naar bed."
"Ik wil niet zo lang blijven, hoor!"
"Waarom niet?"
"Omdat ik eigenlijk het liefst meteen naar huis en meteen naar bed wil gaan."
"Ach, jee! Zit mijn lieve meisje weer eens op hete kolen?"
"Ja!", zei zij, met een teemstemmetje, "En dat is allemaal jouw schuld."
"Wat heb ik nou weer gedaan?"
"Nou, ja! Schuld is misschien wat te sterk uitgedrukt. Je bent er de oorzaak van. Zoals je daar eigenlijk altijd de oorzaak van bent."
"Ach, wat een heerlijk compliment!"
"Ja, hè?"
"Wel, in dat geval zal ik vanavond weer geheel tot je beschikking staan!"
"In elke gedaante, die ik wens?"
"Heb je dan weer speciale wensen voor vanavond?"
"Ja, ik wil weer eens de nuffige schooljuffrouw met de speciale, geheime sekswensen spelen. Je weet wel, die nuffige schooljuffrouw van een jaar of achtenveertig, die een vlinderbril en van die fleurige, wijde bloemetjesjurken draagt."
"Ha! En dan moet ik zeker weer die verlegen, zeventienjarige leerling spelen, die na zijn wekelijkse bijlesuurtje die speciale, geheime sekswensen moet gaan inwilligen."
"Precies! Die rol is je ook echt op het lijf geschreven, hoor!"
"Goed, kindje! Maar laten we eerst maar eens even een taxiritje gaan maken."
"Goed, liefje!", zei zij lachend.
Ze waren bij de taxistandplaats aangekomen en stapten in de voorste taxi, die door een nors voor zich uit kijkende man van Surinaamse afkomst werd bestuurd.
"Waar wilt u naartoe?", vroeg hij.
"Naar de Heggerankweg, in Noord!", antwoordde Dennis.
De chauffeur knikte en reed met een redelijk grote snelheid weg. Trudy knoopte haar jas open. Het leek haar wel plezierig om haar man alvast een blik op haar mooie benen te gunnen. Om die reden trok zij daarna ook even de zoom van haar jurk omhoog, zogenaamd om te controleren, of de rode kouseband nog wel op de juiste plek rond haar linkerdij zat. Dat bleek inderdaad het geval te zijn: de kouseband zat enige centimeters onder de boorden van haar kousebroekje en stak fel tegen de zwarte kous af. Met de controle-actie had zij ook Dennis' aandacht weer gevangen en tot haar grote genoegen zag zij weer die vertrouwde, hunkerende blik in zijn ogen verschijnen.
"Bevalt het je?", vroeg zij liefjes.
"Heel erg!"
"Zullen we maar niet naar mama gaan en meteen naar huis gaan?"
"Nee, dat wil ik niet."
"Waarom niet?"
"Ik wil eerst naar je moeder gaan, omdat zij dat beetje aandacht van ons meer dan verdient. En ook omdat ik mij een beetje zorgen over haar maak."
"Dat moet je niet doen."
"Waarom niet?"
"Omdat dat niet normaal is. Normale mannen maken zich geen zorgen over hun schoonmoeders. Normale mannen laten hun schoonmoeders altijd links liggen."
"Ja, dat is zo! Maar ik ben dus geen normale man en je moeder is geen normale schoonmoeder."
"Dat is in beide gevallen meer dan waar."
"Ik ben nu eenmaal heel erg gesteld op haar. En zij heeft in de afgelopen dertig jaar toch wel degelijk als mijn derde moeder gefungeerd."
"Ik geloof, dat zij dat zelf ook wel zo voelt."
"Ja, hè? Mijn echte moeder is gestorven, mijn tweede moeder is uit mijn leven weggevallen, toen zij de relatie met mijn vader verbrak, maar je moeder...."
"Is gebleven."
"Precies! En daarom is mij er veel aan gelegen om haar door deze donkere periode heen te helpen. Ik wil haar toch echt stokoud zien worden."
"Ik ook, liefje. Ik ook."
Ze reden over de Prins Hendrikkade en zagen schuin van links van hen het groene, feeëriek verlichte 'Nemo'-museum liggen. Tijdens het gesprek had Dennis zijn rechterhand op haar linkerdij gelegd. Zij vroeg zich af, of het daarbij zou blijven, of dat die hand een zwerftocht over haar been zou beginnen, maar hij leek vooralsnog niets ondeugends in de zin te hebben. Pas toen de taxi met grote snelheid de IJtunnel inreed, begon de hand wat strelende bewegingen te maken. Zij zag het voldaan aan en de wat stiekeme intimiteit van de liefkozing deed haar verbeelding weer helemaal op hol slaan.
Het duurde niet lang, voordat zijn hand onder haar jurk was verdwenen. Hij passeerde de kouseband en zakte daarna af naar de onderkant van haar bovendij. Zij vond dat uitermate plezierig, maar zij deed net, of zij het niet merkte. Het draaide namelijk, zoals dat zo vaak tussen hen het geval was, op een heuse wedstrijd uit. Hij wilde, dat zij hem op discrete wijze tot de orde riep en zij wilde hem zo lang mogelijk zijn gang laten gaan. Hij toonde zich daarbij van zijn hoffelijke zijde: hij beperkte zich slechts tot haar bovendij. Toch vond zij het uitermate opwindend om met gespreide benen op de achterbank van een taxi te zitten. Het had iets schaamteloos en uitdagends en hoewel zij even paar keer flink op haar tanden moest bijten om niets van haar opwinding te laten blijken, wist zij de wedstrijd uiteindelijk toch in haar voordeel te beslissen.
Om precies tien uur stopte de taxi voor het huis van haar moeder aan de Heggerankweg. Dennis rekende af, waarbij hij zoals gewoonlijk een veel te grote fooi gaf en daarna liepen ze naar het huis van Trudy's moeder, een vierkamerwoning op de eerste verdieping. De lamp in de woonkamer brandde en aan de lichtblauwe gloed bij het raam was te zien, dat de televisie aanstond. Trudy's moeder stond hen bovenaan de trap op te wachten, met een wat vaag glimlachje op haar gezicht.
Zij was een grijze, mollige vrouw van net negenenzestig, maar zij zag er zeker tien jaar jonger uit. Zij droeg een zwarte jurk en zwarte nylonkousen en zij leek in niets op een vrouw, die al vier jaar van haar AOW en pensioen genoot. Zij was, behalve een goed geconserveerde vrouw, ook een tamelijk rijke vrouw. Zij had in 1997 een kapitale bungalow van haar schoonmoeder geërfd, die zij nog datzelfde jaar voor een vorstelijk bedrag had kunnen verkopen en ook de erfenis van Kitty was haar inmiddels toegevallen. Die erfenis bevatte, behalve een flink geldbedrag, ook wat onroerend goed: een driekamerflat in de Heemskerkse wijk Zuidbroek en een pittoresk landhuisje in Noorddorp, een buurtschap ten noorden van Heemskerk.
"Wat komen jullie doen?", vroeg zij grinnikend, toen haar dochter en schoonzoon de trap hadden beklommen en in het portaal stonden.
"We komen een kop koffie halen!", antwoordde Dennis.
"En we komen natuurlijk even kijken, hoe het met u gaat", vulde Trudy aan.
"Hm, ik dacht, dat jullie op zaterdagavond altijd vroeg naar bed gingen."
"Ja, maar we blijven ook niet lang, hoor!", zei Dennis lachend.
"Ik ben blij, dat te horen!", zei zijn schoonmoeder gniffelend.
Terwijl Trudy's moeder naar de keuken liep om koffie te zetten, liep het echtpaar de woonkamer binnen. Het was een rechthoekig en nogal strak gemeubileerd vertrek, waarin veel planten stonden. Dennis plofte op de bank naast de deur neer en Trudy drentelde even door de kamer heen, waarbij zij al snel een interessante ontdekking deed. Tot vandaag had er namelijk een jeugdportret van Kitty aan de schoorsteenmantel gehangen, maar dat portret had haar moeder inmiddels weggehaald.
"De foto van Kitty is weg", zei zij, op gedempte toon.
"Ik zie het. Ben je daar ook zo blij om?"
"Ja, het is een goed teken."
"Dat denk ik ook wel, ja."
Haar moeder kwam binnen met een dienblad, waarop drie koffiekopjes en een schoteltje met drie gevulde koeken stonden en zette dat dienblad op het salontafeltje tussen de beide banken neer.
"Ha, lekker, mam!", zei Trudy.
Haar moeder reikte hen de koffie en de gevulde koeken aan en ging op de bank tegenover Dennis zitten en Trudy plofte op de leren stoel neer, die schuin naast de bank van Dennis stond.
"Hoe was het feestje bij Ghislaine?", vroeg Trudy's moeder.
"Leuk!", antwoordde Trudy, "U moet nog de groeten van haar hebben."
"O, wat aardig! Was het een mooi huis?"
"Ja, en ze wonen ook in een mooi, gedistingeerd straatje."
"Dat is fijn voor haar!"
"Zij heeft trouwens een leuk cadeautje voor u meegegeven", zei Trudy, met een knipoog naar Dennis.
"O, ja! Wat dan?"
"Een dichtbundel van ene Marina San Giorgi! Volgens Dennis schijnen er echt een paar hele goede gedichten in te staan."
"Wat leuk!"
"Ja, hè!", zei Trudy, onderwijl het boek uit Dennis' jaszak vissend.
"Willen jullie haar namens mij hartelijk bedanken?", vroeg zij, terwijl zij het boek van Trudy aanpakte, "Een beetje afleiding kan geen kwaad in deze dagen."
"We zullen het doen, hoor!", zei Dennis kalm.
"Hoe gaat het nou verder met u?", vroeg Trudy aan haar moeder.
"Goed!", was het montere antwoord, "Ik begin al aardig aan mijn solitaire leventje te wennen."
"Dat is mooi."
"Heeft u vandaag nog wat leuks gedaan?", vroeg Dennis, alvorens hij een hap uit zijn gevulde koek nam.
"Neuh, ik heb een beetje in het winkelcentrum gewinkeld en een beetje nagedacht."
"Heeft u nog wat leuks gekocht?", vroeg Trudy, met volle mond.
"Drie paar nylons."
"Behoort dit paar daar ook toe?"
"Ja, en ik ben er heel tevreden mee!", zei Trudy's moeder, terwijl zij haar jurk omhoog trok en een flink stuk van haar stevige dijbeen toonde.
"Ze staan u goed, mam!", beaamde Trudy.
"Dank je! Ik had ook echt weer eens zin om nylons te dragen. Eigenlijk heb ik nooit goed aan die nare panty's kunnen wennen."
"Ik ook niet, mam!", zei Trudy lachend.
Ze zwegen even en dronken van hun koffie. Trudy keek daarbij met een vaag geluksgevoel naar haar moeder. Voor haar leeftijd zag zij er nog steeds waanzinnig goed uit, die malle moeder van haar, en Trudy besefte maar al te goed, dat haar daarmee een hoopvolle blik in haar eigen toekomst werd vergund.
"Denkt u eigenlijk, dat u vanaf nu alleen zult blijven?", vroeg Dennis.
"Nee, lieverd!", antwoordde Trudy's moeder lachend, "Ik denk, dat ik nog wel iemand op mijn weg zal vinden. Misschien niet nu, en misschien zal het pas gebeuren als ik in het bejaardentehuis zit, maar dat er nog iemand in mijn leven zal komen, staat wel vast voor mij."
"Ach ja!", riep Trudy uit, "Als u een beetje uw best doet, heeft u binnen de kortste keren een nieuwe vriendin. Iemand, die er zo goed uitziet als u, kan eenvoudig niet alleen blijven."
"Hm, mag het ook een vriend zijn?", vroeg haar moeder liefjes.
"Meent u dat?"
"Nou, ik ben wel weer eens toe aan een leuke vent", antwoordde haar moeder grinnikend, "Ik heb dertig jaar om je vader getreurd en dat is wel genoeg geweest."
"O, wat goed, mam! O, ik hoop echt, dat u snel een leuke man zult vinden!"
"Ik hoop het ook, liefje. Ik hoop het ook."
"Dat zal best wel lukken, hoor!", zei Dennis, "En het zal vast geen oude vent van in de tachtig gaan worden."
"Denk je?"
"Ik weet het wel zeker! Voor een vrouw zoals u kan geen enkele vlotte zestiger zich veilig wanen."
"Dank je, Dennis!", riep Trudy's moeder schaterend, "Dat is een heel lief compliment!"
"Graag gedaan, hoor!"
De conversatie viel weer even stil en het drietal leek geheel in hun eigen gedachten verzonken te zijn geraakt.
"Ik heb vanmiddag een raar telefoontje gehad", hernam Trudy's moeder.
"Wat voor telefoontje was dat dan?", vroeg Trudy.
"Het was een telefoontje van het crematorium."
"Wat hadden ze dan te melden?"
"Dat ze vanochtend het lichaam van Kitty hebben gecremeerd en dat ik maandag de urn met de as kan komen ophalen."
"Wat raar, dat ze daar zo lang mee hebben gewacht!"
"Ja, hè? Maar het schijnt wettelijk verplicht te zijn."
"Deed het u wat?"
"Ja, het ontroerde mij toch wel. Het is toch raar, dat dat lichaam, dat ik zo goed kende en waarvan ik toch wel heel veel heb genoten, er helemaal niet meer is."
"Tja, dat kan ik mij heel goed voorstellen."
"Wat gaat u met die as doen?", vroeg Dennis, met een wat peinzende gelaatsuitdrukking.
"Ik weet het nog niet. Daar heeft Kitty eigenlijk nooit wat over gezegd. Ik voel er eerlijk gezegd niet zo veel voor om de urn op mijn schoorsteen te zetten."
"Dat lijkt mij ook niet zo leuk!", mompelde Trudy.
"Ik denk, dat ik de urn maandag maar naar de flat in Heemskerk breng en dat ik de as over een paar weken in de tuin van het huisje in Noorddorp ga verspreiden. Ik denk, dat zij zoiets wel leuk zou hebben gevonden."
"Dat lijkt mij heel verstandig, mam!", zei Trudy.
"Zou u het prettig vinden als we bij het verspreiden van die as aanwezig zijn?", vroeg Dennis.
"Ja, lieverd! Dat zal ik heel erg prettig vinden. Dat is toch niet iets, wat je graag in je eentje doet."
"Heeft u nog een voorkeur voor een dag?"
"Ik zit aan 13 mei te denken."
"Haar verjaardag, dus."
"Ja, en volgens mij valt die dit jaar op een zaterdag."
"Dat lijkt mij ook precies de goede dag voor zo'n plechtigheid."
"Waarom?"
"Omdat een zaterdag iets luchtigs en iets lichts heeft. Daardoor zal het een stuk makkelijker zijn om daarna tot de orde van de dag over te gaan."
"Dat is waar."
"En als het weer op die dag een beetje meezit, kunnen we daarna nog even gezellig gaan barbecueën."
Het was een wat gewaagde opmerking, maar hij viel in goede aarde. Zijn schoonmoeder en zijn vrouw barstten in lachen uit en Trudy kon de verleiding niet weerstaan om haar man weer een schop tegen zijn linkerscheenbeen te geven.
"Au!", riep hij, "Hee, hou daar nou toch een keer mee op!"
"Eigen schuld!", zei zij, "Dan moet je maar niet zulke schandalige opmerkingen maken."
"Hm, ik krijg je straks nog wel."
"Dat weet ik, liefje!", zei zij, onderwijl haar rechtervoetje op zijn knie leggend, "En daar zit ik mij ook heel erg op te verheugen."
"O, shit!", zei hij, terwijl hij op een wat omzichtige wijze de schoen van haar voet verwijderde, "Ik zit er weer aan vast, hè?"
"Dat denk ik wel, ja! Je zult vanavond weer flink aan de bak moeten."
"Hm... Nou, vooruit dan maar."
"Maar voor je wat gaat doen, wil ik, behalve de bloemetjesjurk, ook een paar ouwe kousen aantrekken."
"Dat is goed, lieverd. Maar het hoeft natuurlijk niet."
"Hee! Daar zeg je zowat! Met een panty is het misschien ook wel leuk."
"En misschien nog wel leuker."
"Ja, ik zie het al helemaal voor mij", zei zij lachend, "Nou, ja, anders doen we het gewoon twee keer. Dan krijg je eerst een leuke bijles met de panty en daarna een leuke bijles met de kousen."
"O, ik kan haast niet wachten", zei hij grinnikend.
"Hm, ik zal maar niet vragen, wat jullie van plan zijn", zei Trudy's moeder, met licht opgetrokken wenkbrauwen.
"Nee, doet u dat maar niet, mam!", antwoordde hij, een tikje vermoeid, "U zou er waarschijnlijk zeer door geschokt zijn."
"Goed, jongen."
Hij streelde Trudy's voetje met een wat verstrooid aandoende tederheid en zijn geliefde echtgenote zag dat glimlachend aan. Het was zo langzamerhand tijd om naar huis te gaan. Zij was helemaal gerustgesteld, waar het de gemoedstoestand van haar moeder betrof en zij wilde eigenlijk nog maar één ding van haar weten.
"Zeg, mam?", begon zij.
"Ja, kind?"
"Heeft u de flat en het huisje in Heemskerk eigenlijk al te koop aangeboden?"
"Nee, daar zie ik maar van af."
"Wilt u dan in Heemskerk gaan wonen?"
"Nee, ik zit voorlopig wel goed hier. Maar als ik nog eens ga verhuizen en die kans wil ik zeker niet uitsluiten, dan zal ik zeker niet naar Heemskerk gaan verhuizen."
"Waarom wilt u die huizen dan houden? U kunt er op dit moment echt gigantisch veel geld voor krijgen."
"Omdat ik dat geld niet meer nodig heb. Ik heb nu al veel meer geld dan ik in mijn leven nog kan opmaken."
"Ja, jeetje! Dat geldt voor ons ook, maar als wij zo'n buitenkansje zouden krijgen, zouden we hem toch echt met beide handen aangrijpen."
"Precies! En als ik er niet meer ben, krijgen jullie die kans dus ook."
"Bedoelt u, dat..."
"Ja, dat bedoel ik. Die huizen zijn voor jullie. En ze zijn nu al voor jullie. Ik wil er eigenlijk niets meer mee te maken hebben."
"O, mam! Doe niet zo gek! Dat kan ik echt niet accepteren, hoor."
"Dat zul je wel moeten", zei haar moeder glimlachend, "Je krijgt die huizen van mij. Of je ze wilt, of niet. En als ik eenmaal dood ben, mag je ze alsnog gaan verkopen."
"Jezus, mam! Dat meent u niet!"
"Dat meen ik wel!"
"Zeg jij nou ook eens wat?", riep Trudy tegen haar kalm voor zich uit kijkende man.
"Dank u wel, mam!", was de droge repliek.
"Geen dank, jongen!", zei Trudy's moeder lachend.
"Ah, nee!", riep Trudy ontzet, "Dat meen je niet!"
"Jawel, lieverd!", zei hij kalm, "Dat meen ik wel. Ik denk, dat we de cadeautjes van je moeder gewoon moeten accepteren."
"Ja, maar we hebben al zoveel van oma gehad."
"Ja, dat weet ik! Maar we hoeven die flat en dat huisje ook niet van je moeder te krijgen: we gaan ze gewoon van je moeder huren."
"Dat is een fantastisch idee, Dennis!", riep zijn schoonmoeder lachend uit, "En ik zal jullie daarbij echt niet het vel over de oren trekken, hoor!"
"Hm, zullen we dan nu maar meteen de huurprijs per maand gaan vaststellen?"
"Ha! Jij wilt het ijzer smeden, als het heet is."
"Dat spreekt toch vanzelf?"
"Hm, wat dacht je van tweehonderd gulden?"
"Per huis?"
"Nee, voor twee huizen, natuurlijk!"
"Als het per huis is, ben ik uw man."
"Is dat niet een beetje teveel?"
"Nee, het is natuurlijk veel te weinig, maar vierhonderd gulden per maand lijkt mij een zinvol compromis."
"Afgesproken!", zei zijn schoonmoeder, zonder er verder nog over na te denken, "Ik zal jullie poen vanaf nu reikhalzend tegemoet gaan zien."
Trudy had de conversatie lamgeslagen aangehoord, maar wist, dat zij het onderspit had gedolven. Zij stond op, liep naar haar moeder toe en omhelsde haar.
"Ben je er dan toch wel een beetje blij mee?", vroeg haar moeder, zichtbaar ontroerd.
"Ik ben er heel blij mee, mam", antwoordde Trudy, terwijl zij weer op haar stoel ging zitten, "Ik vind nog steeds, dat u hartstikke gek bent, maar ik ben er echt heel erg blij mee."
"Betekent dat, dat ik niet meer naar die huizen hoef om te zien."
"Ja, natuurlijk!", antwoordde Dennis lachend, "Trudy en ik gaan alle spulletjes van Kitty er zo snel mogelijk uitgooien en daarna gaan we de huizen geheel naar onze smaak inrichten."
"Dat is mooi! Want tegen dat opruimen heb ik toch wel heel erg opgezien."
"Dat hoeft dus niet meer, oud paard! Dat gaan wij doen. En dat gaan we dus ook heel snel doen. En we gaan beginnen met de flat."
"Heb je daar soms plannen mee?", vroeg Trudy, een tikje achterdochtig.
"Ja, ik heb er inderdaad hele leuke plannen mee."
"Wat voor plannen dan?"
"Die flat wordt ons speciale seksplekje. Het wordt de plek, waar we vanaf nu samen 'iemand anders' kunnen zijn, waar we samen 'vreemd kunnen gaan', waar we samen ons seksleven spannend kunnen houden. Met andere woorden: de flat wordt dat ene speciale plekje, waar we vanaf nu al jouw wilde, seksuele fantasieën werkelijkheid laten worden."
"O, wat een briljant plan!"
"Ik wist wel, dat ik je daarmee blij zou maken."
"En het huisje?"
"Het huisje zal dat lieve, landelijke weekendhuisje gaan worden, waar we al dertig jaar naar verlangen. En daar zullen we, als we echt helemaal zijn uitgeraasd, heel kalm en heel gelukkig, heel erg oud gaan worden."
Ook die woorden klonken haar als muziek in de oren. Zij gleed weer van haar stoel af, kroop naar hem toe, nam zijn hoofd tussen haar handen en gaf hem een lange, liefdevolle kus. Die had hij ook meer dan verdiend. Hij was er, in een paar minuten en met een paar goedgekozen woorden, in geslaagd om haar leven een volstrekt nieuwe wending te geven en daar was zij hem vanzelfsprekend heel erg dankbaar voor. Op zijn beloning zou hij dan ook niet lang hoeven wachten.

BERT HARBERTS


Terug


Amsterdam, 2 juni 2002. © Bert Harberts