WEEMOED

Het was een wat kille, tweede kerstdag, zes uur in de avond. Carry, een knappe, mollige blondine van drieëndertig, reed met haar Peugeot 206 het erf achter de boerderij op en stopte voor de deur van een reusachtige stacaravan. De caravan stond aan de achterzijde van het erf, schuin tegenover de kleine boerderij. De linkerkant van het erf was door een rij coniferen afgezet, tussen de boerderij en die coniferen lag een glad, rechthoekig grasveld met wat bloemenperkjes eromheen en recht tegenover de caravan lag de dijk, die de dorpjes Burgerbrug en Sint Maartensbrug met elkaar verbond.
Carry wekte haar man Danny, een knappe, blonde man van drieënveertig, uit een vage sluimering door hem even over zijn wang te strelen. Hij zag er nogal moe uit, maar voor de rest leek hij, ondanks de recente dood van zijn moeder, in een wat lacherige stemming te verkeren. De reden daarvan was de caravan. De avond daarvoor hadden ze die geheel onverwacht van Danny's vader cadeau gekregen en vanmiddag hadden ze in een opwelling besloten om hun nieuwe bezit maar eens te gaan inspecteren.
Ze pakten hun weekendtassen van de achterbank, bestegen het trapje naar de deur en betraden, nadat Danny de deur had geopend, de caravan. Direct na hun binnenkomst in de caravan knielde Danny bij de butagaskachel neer om hem aan te steken. Carry keek onderwijl glimlachend om zich heen. Zij was hier al heel vaak geweest en het interieur kwam dus heel vertrouwd op haar over. Links van de deur was een zithoek met drie, haaks op elkaar staande banken, een grenenhouten salontafel en een kastje met daarop een nogal antiek ogende televisie en een draagbare radio, rechts lag een van alle gemakken voorziene keuken en een, uit twee banken en een formicatafel opgebouwd keukenzitje. Achter dat keukenzitje bevond zich het toilet en daar weer achter lag een ietwat te kleine slaapkamer, waarin eigenlijk alleen maar een tweepersoonsbed stond.
Ze zouden hier een kleine week blijven, maar ze hadden niet al teveel levensmiddelen bij zich. Ze zouden de maaltijden in 'De Brug', het café van Burgerbrug, gaan gebruiken en ze zouden mogelijk één of twee keer bij tante Marie, hun, in de boerderij woonachtige hospita, gaan eten. Veel plannen hadden ze niet voor de komende week. Een dagje Schagen, een dagje Schoorl en een dagje Bergen, daar zou het bij blijven en voor de rest van de dagen zou het bed in de slaapkamer vermoedelijk wel de voornaamste attractie van Burgerbrug en omgeving blijken te zijn.
De kachel brandde inmiddels en Danny en Carry begonnen zich zwijgend van hun jassen en sjaals te ontdoen. Carry voelde zich zeer op haar gemak en Danny bekeek haar met een blijmoedige glimlach. Hij had daar alle reden toe, want zij zag er uitermate lief uit. Zij droeg een wit, wollen jurkje, zwarte nylonkousen en korte, zwarte laarsjes en zij straalde nogal duidelijk uit, dat zij dat leuke ensemble niet al te lang wilde aanhouden. Hij scheen zich met moeite van die lieflijke gestalte te kunnen losscheuren, maar het lukte hem toch. Hij liep naar het keukengedeelte, pakte een pak koffie uit het keukenkastje en vulde de fluitketel met water. Carry zag dat glimlachend aan; hij had iets vertederends over zich als hij zijn libido onder controle probeerde te houden. Zij ging op de bank zitten, schopte haar laarsjes uit en voelde even de sterke aandrang om zich verder uit te kleden. Uiteindelijk overwon het gezonde verstand. Ze moesten zometeen nog even een beleefdheidsbezoekje aan hun hospita brengen en het was dus niet verstandig om meteen al het bed in te duiken.
Het duurde niet lang, voordat de koffie klaar was. Hij liep met twee mokken in de handen naar haar toe, overhandigde haar een van de mokken en zeeg met een vaag ondeugende glimlach aan haar voeten neer. Ze dronken daarna kalm van hun koffie, ieder met hun eigen gedachten. Af en toe keek zij naar zijn gezicht, op zoek naar een teken van rouw. Dat was er niet op te zien: aan niets was te merken, dat hij precies een week geleden zijn moeder had verloren. Haar overlijden was overigens niet onverwacht gekomen. In de herfst van 1993 had zij twee zware hartinfarcten gehad en in de vijf jaren daarna was zij langzaam verder afgetakeld.
Danny had het doodsbericht kalm opgenomen. In de daaropvolgende dagen was hij zijn vader zeer tot steun geweest en hij had samen met Carry alle regelingen met betrekking tot de begrafenis voor zijn rekening genomen. Die kalme houding tijdens een grote crisis intrigeerde haar zeer. Voor hun eerste ontmoeting in maart 1990 had hij een paar keer een hevige, geestelijke inzinking gehad en hoewel hij zich in de afgelopen jaren steeds beter was gaan voelen, was de langzame aftakeling van zijn moeder toch een voortdurende bron van zorg voor Carry geweest. Het gevoel van weemoed over het verlies van haar schoonmoeder werd door het sterke gevoel van opluchting over Danny's kalme gemoedstoestand dan ook danig getemperd.
Danny had zijn koffie vrij snel opgedronken en vlijde zijn hoofd op haar benen neer. Zij ervoer dat als heel plezierig. Over de aard en kwaliteit van hun huwelijk had zij bepaald niet te klagen. Hij was een oppassende en tevens zeer hartstochtelijke man, die het leven voor haar tot een al acht jaar durend feest maakte. Lol trappen, lekker eten, en veel seks was zijn devies en ze leefden daar ook naar. Die Bourgondische levensstijl had haar toch al niet zo slanke figuurtje bepaald niet onberoerd gelaten, maar dat bleek gelukkig voor haar slechts koren op zijn molen te zijn. Zijn passie bleef zowel ongeremd als exclusief van aard en met zowel met het een als het ander was zij bijzonder gelukkig.
In de beginjaren van hun huwelijk had zij nog wel naar een kind verlangd; nu was dat verlangen door toedoen van een, op dit punt meesterlijk trainerende Danny allang weggeëbd. Zij had vermoedelijk ook nooit een goede moeder kunnen zijn. Het instinct om zich voor te planten had zij wel degelijk; het instinct om voor het product daarvan te zorgen ontbrak bij haar. Of hetzelfde ook voor Danny gold, wist zij eigenlijk niet. Hij zou, ondanks zijn meermalen geuite twijfels daarover, waarschijnlijk een fantastische vader zijn geweest. Hij hield veel van haar neefjes en nichtjes, de niet al te goed opgevoede kinderen van haar twee oudere zusters, en hij kon verbazend goed met ze omgaan. Als ze bij hen logeerden, kon hij urenlang met ze spelen en ravotten, maar hij kon ze, als dat nodig was, ook ongenadig op hun nummer zetten. Ze pikten het van hem en hij was dan ook met afstand hun lievelingsoom. Toch was de drang om zelf zwanger te raken nooit sterk genoeg geweest. Nu zou het er ook nooit meer van komen. Zij wilde hem met niemand meer delen, zelfs niet met een kind van henzelf.
Haar gedachten dwaalden daarna weer naar de caravan af. Ze hadden al de hele dag over de caravan gepraat, maar ze wisten nog steeds niet, wat ze ermee moesten gaan doen. Zolang Danny's vader nog leefde, was het verkopen van de caravan volstrekt uit den boze. De keus lag dus tussen verhuren en zelf in gebruik nemen. Danny gaf de voorkeur aan de eerste optie, met het argument: "Waarom zouden we in een caravan gaan kamperen als we een flatje in Zandvoort met uitzicht op zee hebben?"; Carry wilde er dolgraag zelf iets mee gaan doen.
"Wanneer heeft je vader deze caravan eigenlijk gekocht?", vroeg zij.
"In '72."
"Je komt hier dus al meer dan zesentwintig jaar."
"Ja, ik ben hier heel vaak alleen geweest. Om in de winter de boel een beetje schoon te houden en zo. Maar ik heb hier ook wel heel vaak met een vriend of een vriendin gezeten."
"Met wie ben je hier dan allemaal geweest?"
"De eerste was Hans!", antwoordde hij, doelend op een van zijn beste vrienden.
"Hans?"
"Ja, Hans en ik hebben ons in juni '72 twee weken lang aan de edele kunsten van het bollen pellen en het bollen rooien gewijd en in die twee weken woonden we dus hier."
"O, wat leuk!"
"Ach, leuk?"
"Was het dan niet leuk?"
"Moewah... Laat ik het zo zeggen: het was heel leuk om hier met Hans te logeren, het was heel leuk om elke morgen voor dag en dauw op te staan en op onze brommers naar de boerderij te rijden, het was heel leuk om 's avonds in het café te gaan biljarten en daar een beetje keet te trappen, maar het werk zelf? Nee, dat was niet echt een succes."
"Waarom niet!"
"Omdat ik het niet kon", antwoordde hij grijnzend, "Ik was te onhandig en niet sterk genoeg voor het bollen rooien, ik was te langzaam met het bollen pellen en ik kreeg dus voortdurend op mijn lazer van de bollenboer."
"En Hans?"
"Die bracht er ook niet veel van terecht. Al was hij toch net iets handiger dan ik. En ondanks zijn tengere gestalte ook wat sterker, vreemd genoeg."
"Het was dus geen succes, die eerste baan van jou?"
"Nee, we hebben na twee weken roemloos de aftocht geblazen."
"Zijn jullie ontslagen?"
"Nee, we hebben ontslag genomen. We waren al uitgeput na dat bollenrooiweekje en toen we eenmaal door de onverbiddelijke boer tot bollenpellers waren gedegradeerd, werden we door onze collega-bollenpelsters voortdurend voor schut gezet."
"Hoe?"
"Doordat ze veel en veel productiever waren. We verdienden als bollenpellers eigenlijk helemaal niets meer. We moesten tante Marie ook wat betalen voor het eten, dat we van haar kregen, en als we dat schappelijke kostgeld hadden afgedragen, hielden we haast niets meer over."
"En dus..."
"Hebben we na twee weken zinloos ploeteren onze biezen gepakt en zijn we een illusie armer naar Amsterdam teruggekeerd."
"En met welke dames heb je hier gezeten?"
"Met Loes, Ine, Gabriëlle, Jenny en Tanja."
"Ook met Jenny?", vroeg zij, doelend op de huidige vriendin van Hans.
"Ja."
"Was het leuk met haar?"
"Ja!"
"Ben je met haar ook wezen bollen pellen?"
"Nee!", antwoordde hij grinnikend, "Met haar heb ik hele andere dingen gedaan."
"Ben je hier vaak met haar geweest?"
"Ja, eigenlijk wel! Alles bij elkaar toch wel vele weken. Jenny heeft hier zelfs de tijd van haar leven gehad. Zij heeft er soms nog wel eens over."
"Wat was er zo bijzonder aan?"
"Misschien omdat dit ons eigen vakantieadresje was. Wij zaten hier altijd als pa en ma in het buitenland op vakantie gingen."
"Wat hebben jullie hier gedaan?"
"O, van alles. Jenny vond het bijvoorbeeld heerlijk om in de tuin te werken, de meeste planten in de tuin zijn namelijk nog door Jenny geplant, en ik vond het heerlijk om haar daarmee bezig te zien."
"Je liet haar dus het werk doen?"
"Ja, daar kwam het eigenlijk wel op neer. Ik zat meestal maar wat te lezen of op mijn gitaar te tokkelen."
"Hoe waren de nachten?"
"Kalm!"
"Kalm?"
"Ja, ik had een hele rustige, seksuele relatie met haar. Zij vond het heel leuk om mij in bed op alle mogelijke manieren ter wille te zijn, maar voor haar was seks zeker geen levensnoodzaak. Zij was dus zeker niet zo'n wild katje als jij."
"Meen je dat nou?"
"Ja, zo zat en zit zij nu eenmaal in elkaar."
"Maar je was dus wel heel erg verliefd op haar?"
"Ja, natuurlijk! Zij is natuurlijk heel lief en aanhankelijk. Voeg daarbij het gezicht van een lief, braaf nonnetje en het voluptueuze lichaam van een volmaakte pin-up en je hebt een combinatie, die elke man stapelgek kan maken."
"Is dat ook met jou gebeurd?"
"Ja, dat is met mij ook gebeurd."
"Hoeveel tijd zat er eigenlijk tussen jouw relatie met haar en die met Hans?"
"Heb ik je dat nooit verteld?"
"Nee, op de een of andere manier hebben we het daar nooit over gehad. En Hans en Jenny zijn er eigenlijk ook niet erg spraakzaam over."
"Er zat geen tijd tussen", antwoordde hij aarzelend, "Zij is van mijn bed in dat van Hans overgestapt. Oftewel: Hans heeft haar op slinkse wijze van mij afgepikt."
"Ah, nee!", riep zij verbijsterd, "Dat meen je niet!"
"Ik meen het wel! Het klinkt nogal melodramatisch, maar het is dus echt zo gegaan!"
"Hoe is dat precies gebeurd?"
"Het is met een slippertje begonnen. Hij heeft haar op een avond een keer versierd en een week later is zij bij hem ingetrokken."
"O, wat verschrikkelijk gemeen!"
"Nee, dat is eigenlijk niet waar", zei hij peinzend, "Althans niet, waar het Jenny aangaat. Het is tussen ons niet stukgelopen, omdat zij niet van mij hield, het is tussen ons stukgelopen, omdat zij teveel van mij hield. Zij heeft mij later verteld, dat haar schuldgevoelens over dat ene slippertje zo sterk waren, dat zij simpelweg niet meer met mij verder kon. Zij heeft mij een keer verteld, dat zij ook alleen maar bij Hans is ingetrokken om mij ervan te doordringen, dat ik haar helemaal moest vergeten. 'Ik wilde, dat je mij ging haten!', waren haar letterlijke woorden."
"Hoe... hoe heb je dat allemaal in godsnaam opgevat?"
"Nou", antwoordde hij grinnikend. "Om je de waarheid heb ik dat aanvankelijk nogal slecht opgevat. Ik ben er zelfs zwaar overspannen van geraakt."
"Echt?"
"Ja, echt! Ik ben drie keer overspannen geweest en de laatste en zwaarste inzinking hebben Hans en Jenny veroorzaakt."
"Hoe heb je hen dat ooit kunnen vergeven?", vroeg zij diep verontwaardigd.
"Ik weet het niet. Toen ik weer een beetje de oude was, ben ik een halfjaar razend op ze geweest, maar op een goede dag was mijn woede ineens weg en heb ik ze op een avond gewoon maar opgebeld."
"Hoe ging dat?"
"Ik kreeg eerst Hans aan de lijn en na een wat aarzelend begin met wat wederzijds gestotter deed ik maar net, of er niks aan de hand was en waren we al snel weer hevig aan het ouwehoeren. De avond daarna ben ik, met de lp 'Layla' van Derek & The Domino's als ondeugend cadeautje, bij ze op visite gegaan."
"Hoe verliep dat weerzien met Jenny?"
"Leuk! Ik eh... kreeg een flinke pakkerd van haar. Zij was ongelooflijk blij om mij te zien en het werd echt een moordavond. Sindsdien zijn Hans, Jenny en ik gewoon weer de beste vrienden. Ik misgun Hans zijn geluk ook niet. Zijn eerste huwelijk was echt een regelrechte ramp, zijn scheiding was een nog grotere ramp en ik kan mij heel goed voorstellen, dat die zachtmoedige en o zo hartelijke Jenny een te grote verleiding voor hem was."
"Hm, ik blijf die verzoenende houding van jou toch heel opmerkelijk vinden. En dan druk ik mij nog heel gematigd uit."
"Ik denk, dat die houding een familietrekje is", zei hij lachend, "Er lopen in mijn familie nog wel meer mannen rond, die heel vriendschappelijk omgaan met de mannen, die er met hun exen vandoor zijn gegaan."
"En je voelt helemaal geen rancune meer jegens die twee?"
"Geen spoortje. Ik heb er ook geen reden toe. Ik ben er uiteindelijk ook beter van geworden."
"Dank je!", zei zij lachend.
Er viel een korte stilte. Zijn opmerkelijke verhaal over Hans en Jenny had haar danig geëmotioneerd. Opnieuw voelde zij de aanvechting om hem naar de slaapkamer te sleuren en opnieuw kon zij die met veel moeite weerstaan. Zij streelde hem wel even over zijn haren, in de hoop hem daarmee tot wat ondeugender daden te bewegen. Dat mocht echter niet baten; hij bleef heel stilletjes aan haar voeten zitten. Dat gebrek aan dadendrang kon haar niet erg bekoren.
"Wil jij even de straalkacheltjes in de slaapkamer aanzetten?", vroeg zij, "Dan is het lekker warm als we zometeen naar bed gaan."
"Dat is een heel goed idee!", sprak hij, met een aandoenlijk enthousiasme.
Terwijl hij de daad bij het woord voegde, zag zij door de raam van de caravan een oude vrouw naderen. Zij herkende haar onmiddellijk: het was hun hospita. Zij zag nogal op tegen dat komende bezoekje van de praatgrage tante Marie, maar de gedachte aan de daaropvolgende beloning was aanlokkelijk genoeg om de opkomende onlustgevoelens over dat bezoekje in de kiem te smoren. Danny kwam gelukkig weer heel snel uit de slaapkamer tevoorschijn.
"Branden ze?", vroeg zij.
"Ja, ik heb ze alle twee op stand twee gezet. Als we naar bed gaan, zal het net een sauna zijn!"
"Mooi! We krijgen overigens visite van onze hospita."
"Leuk!"
De deur ging open en hun hospita schuifelde langzaam de caravan binnen. Tante Marie was een pronte vrouw, die er voor haar leeftijd bijzonder goed uitzag. Haar grijze haar was achterovergekamd en zij droeg een nette, grijze, wollen japon en een dik, zwart vest. Het enige, waaraan haar hoge leeftijd werkelijk was af te lezen, was de wandelstok, waarmee zij zich wat gemakkelijker kon voortbewegen.
Danny liep zonder iets te zeggen op de bedroefd kijkende vrouw toe. Hij omhelsde haar op hartelijke wijze en probeerde haar vervolgens naar een van de banken te begeleiden. Tante Marie bleef evenwel op de deurmat staan.
"Nee, laat maar, jongen", zei zij vriendelijk, "Als ik ga zitten, moet je mij zometeen ook weer helpen opstaan. En ik ga toch zo weer weg."
"Wilt u echt niet even gaan zitten?", vroeg Carry, een tikje huichelachtig.
"Nee, dank je, kind! Ik krijg zometeen de kinderen en de kleinkinderen op visite. Ik wil eigenlijk alleen maar weten, hoe het met jullie gaat."
"Ach, het gaat nu wel weer een beetje", antwoordde Danny, "Het is een heel emotioneel weekje geweest, maar we hebben het goed doorstaan."
"Hoe is het gebeurd?"
"Zij heeft de mooiste dood gehad, die je maar kunt hebben. Zij is zondagavond tijdens haar dutje na het eten overleden. Zij heeft nog even lekker gegeten en nog even twee lekkere glazen wijn gedronken, zij heeft nog even gepoept, zij is even op bed gaan liggen en daarna was het ineens afgelopen."
"Zij heeft dus niet geleden?"
"Nee, zij is gewoon in de dood weggegleden."
"Hoe is het met je vader?"
"Naar omstandigheden goed. We hebben hem vanavond op zijn uitdrukkelijk verzoek naar huis teruggebracht en toen we hem verlieten, was hij redelijk goed te spreken."
"O, wat moet er niet door die arme man zijn heengegaan, toen hij je moeder dood in bed aantrof?"
"Ja, dat is toch wel een vreselijke schok geweest!", beaamde Danny, "Hij had gelukkig de tegenwoordigheid van geest om ons meteen te bellen en wij waren er eigenlijk vrij snel bij."
"Wat was nou de doodsoorzaak?"
"Zij was gewoon op. Zij is tot op de dag van haar dood nog redelijk helder van geest gebleven, maar het lichaam wilde gewoon niet meer. Het is eigenlijk nog een wonder, dat zij de zesenzeventig heeft gehaald."
"Hoe was de begrafenis?"
"Heel rustig. Er waren een aantal familieleden en er waren een paar vrienden. Meer niet."
"En Jenny en Hans?", vroeg tante Marie lachend.
"Ja, die waren er ook. En Tanja ook trouwens. Ik vond het heel attent van Jenny en Tanja, dat ze er waren. Ik vond het heel fijn, dat ze mama nog niet waren vergeten."
"En terecht, natuurlijk."
"Ja, precies! Er waren ook heel veel bloemen, omdat zij daar natuurlijk veel van hield, maar verder waren er geen plichtplegingen, zoals gezang of ellenlange toespraken."
"Heeft je vader ook niet bij het graf gesproken?"
"Nee, dat heb ik gedaan."
"Jij?"
"Nou, het was geen echte toespraak, hoor! Gewoon een paar woordjes over hoeveel zij voor mij heeft betekend."
"Het was echt prachtig, tante Marie!", zei Carry, "Jenny, Tanja en ik hebben stevig staan janken, toen hij was uitgesproken."
"Dat is mooi!", zei tante Marie aangedaan, "Ik had er overigens heel graag bij willen zijn."
"Had een van uw zoons of kleinzoons u dan niet kunnen brengen?", vroeg Danny vriendelijk.
"Ach, het had misschien wel gekund, maar ik wilde ze daarmee niet lastig vallen. Zij hebben het zo al druk genoeg."
"Nou, ja! Pa was in ieder geval heel blij met uw kaart en die paar welgemeende woordjes van medeleven daarop. Ik moest u ook zijn hartelijke groeten overbrengen."
"Dank je, jongen. Doe hem maar de hartelijke groeten terug!"
"Ik zal het doen, hoor."
"Denk je echt, dat hij de komende dagen een beetje goed door zal komen."
"Dat denk ik wel. We zullen hem in ieder geval elke dag bellen en met Oud en nieuw komt hij natuurlijk gezellig bij ons logeren."
"En op de lange termijn?"
"Ik denk, dat hij het wel zal redden. Hij is zelf nog heel gezond en ook heel erg actief. Het klinkt heel naar, maar het zou mij niks verbazen als hij in de komende maanden weer helemaal opleeft."
"Hoe bedoel je?", vroeg Carry.
"Ik denk, dat hij weer helemaal de actieve man wordt, die hij was, voordat mama zo ziek werd. Ik denk, dat hij weer als een gek gaat wandelen en weer als een gek gaat fietsen. Ik zie hem zelfs nog wel een paar mooie reisjes naar het buitenland maken."
"Ik help het je hopen!", zei tante Marie.
"Ik weet het eigenlijk wel zeker, tante Marie", zei hij ferm, "Maakt u zich over hem nou maar geen zorgen. Hij is natuurlijk heel treurig om de dood van mama, maar hij is zeker nog niet levensmoe."
"En wat gaat hij met de caravan doen?"
"Die heeft hij gisteren van de hand gedaan."
"Nee, dat meen je niet! Heeft hij hem nu al verkocht?"
"Nee, hoor! Die goeie, ouwe lobbes heeft hem aan ons gegeven."
"Dat meen je niet?"
"Ja, dat meen ik wel."
"En wat gaan jullie ermee doen?"
"We hebben net besloten om hem te houden", antwoordde Carry lachend, "En als u ons als uw nieuwe onderhuurders wilt accepteren, dan zullen we hem dus nog vele jaren als ons vakantieadresje gaan gebruiken."
"Is dat echt waar?", vroeg tante Marie aan Danny.
"Eh... ja", was het aarzelende antwoord.
"Ja", zei Carry, "We zijn, sinds we in Zandvoort wonen, nooit meer lang op vakantie geweest en dat gevoel begonnen we toch wel een beetje te missen. Het lijkt ons dus heel leuk, om in de zomermaanden hiernaartoe te gaan. We denken erover om in ieder geval van mei tot september elk weekend hier te gaan te zitten. En dan natuurlijk ook de vakanties in de wintermaanden."
"O, wat ben ik daar blij mee!", riep tante Marie, met een zeer verrukte gelaatsuitdrukking.
"Betekent dat, dat de caravan nog een poosje op het erf mag blijven staan?", vroeg Danny lachend.
"Natuurlijk, malle jongen. Jullie mogen hier blijven, zolang als jullie dat willen en ik zal zwart op wit laten vastleggen, dat de caravan ook na mijn dood op het erf zal kunnen blijven staan."
"Ah, dat is lief van u."
Er viel een korte stilte. Tante Marie scheen wel te voelen, dat het echtpaar liever alleen wilde zijn en nam met een vage glimlach de deurknop ter hand.
"Ik ga er weer vandoor!", zei zij.
"U weet zeker, dat u niet een kopje koffie wilt?", vroeg Danny.
"Ja, jongen! Ik wou jullie alleen maar even zien. Ik ben echt heel blij, dat jullie de caravan zullen houden en ik hoop, dat ik jullie weer heel snel zal zien."
"Wat dacht u van morgen?", vroeg hij lachend.
"Blijven jullie hier vannacht slapen?", was haar verbaasde wedervraag.
"Ja, we hebben nu twee weken vakantie en we zullen dus zeker een paar dagen hier blijven. Waarschijnlijk wel tot Oud en nieuw."
"O, wat vreselijk gezellig!", riep zij opgetogen, "Maar hebben jullie dan misschien zin om zometeen ook op visite te komen?"
"Nou, als u het niet erg vindt, blijven we vanavond liever in de caravan", antwoordde hij, "We zijn een beetje moe van de emoties van de laatste week en gaan er vanavond heel vroeg in. Maar morgenochtend zullen we zeker op de koffie komen, hoor!"
"Ha! Daar zal ik jullie aan houden!"
"Dat mag! U kunt echt op ons rekenen!"
"Goed, kinderen! Dan zie ik jullie morgen bij de koffie."
"Tot morgen, tante Marie!", riep Carry, "Veel plezier vanavond en doe ze allemaal de groeten."
"Ik zal het doen, hoor."
Zij verliet de caravan en liep op een redelijk kwieke manier naar de boerderij terug. Ze keken haar glimlachend na.
"Zullen we maar meteen naar bed gaan?", vroeg zij, "Als de lichten uit zijn, zal een tweede uitnodiging waarschijnlijk wel achterwege blijven."
"Ja, laten we dat maar doen, hè?"
"Wil je het zometeen overigens wel een beetje kalm aan doen?"
"Waarom?"
"Ik wil eigenlijk niet, dat mijn gegil en gekreun tot in het huis te horen zal zijn."
"Goed, liefje", zei hij grinnikend, "Ik zal mij zometeen wel een beetje beheersen."
"Anders wachten we gewoon met vrijen, tot de visite weer weg is."
"Dat kan ook. We hebben alle tijd van de wereld en zoals je er vanavond uitziet, zal het wachten op de seks zeker net zo leuk zijn als de seks zelf."
"Ah, dank je! Maar ik denk wel, dat ik alleen mijn jurkje uittrek en dat jurkje ook maar even onder handbereik houd. Ik acht de kans, dat we worden gestoord en opnieuw voor een-in-het-geheel-niet-gewenste visite zouden worden uitgenodigd, eigenlijk wel vrij groot."
"Dat is goed, liefje."
Ze poetsten hun tanden in het keukentje en trokken zich vervolgens in het warme en schaars verlichte slaapkamertje terug. Het uitkleden nam niet zoveel tijd in beslag. Danny trok zijn jeans, zijn trui en zijn sokken uit en dook met een zucht van verlichting onder de dekens; Carry beperkte zich, zoals al aangekondigd, tot het uittrekken van haar jurkje. Voor zij in bed stapte, controleerde zij haar kousen op de aanwezigheid van ladders of andere ongerechtigheden. Zij deed dat grondig en secuur, trok de kousen en passant nog wat strakker om haar benen en deed tenslotte ook iets onduidelijks met de vier jarretelles. Het was een heus toneelstukje, dat Danny met een wat dromerig gezicht aanzag, maar uiteindelijk kroop zij toch ook onder de dekens. Danny trok haar onmiddellijk naar zich toe.
"Wil je de caravan echt zo graag gaan gebruiken?", vroeg hij, met een spottend lachje.
"Ja! En nu komen we er echt niet meer onderuit, mannetje."
"Ja, dat heb je daarnet heel slim aangepakt."
"Ben je daar boos om?"
"Nee, het is wel goed, dat we de knoop hebben doorgehakt."
"We moeten er natuurlijk wel van alles aan gaan veranderen."
"Wat dan?"
"Ik wil hem schilderen, ik wil hem opnieuw meubileren en ik wil een nieuw bed kopen. Het moet natuurlijk wel echt onze caravan gaan worden."
"Waarom wil je hem eigenlijk zo graag houden?"
"Is dat dan niet overduidelijk?"
"Nee."
"Het is gewoon een kwestie van jaloezie. Je hebt hier met je grootste ex-liefde gezeten en ik wil, voordat deze caravan definitief naar de schroothoop gaat, nog uitgebreid in haar voetsporen gaan treden."
"En de tuin?", vroeg hij lachend.
"De tuin moet helemaal anders. Elk spoor van Jenny moet in het komend jaar met wortel en tak worden uitgeroeid. Daar heb ik dus ook een paar uitgesproken ideeën over."
"Ik ben razend benieuwd", zei hij droogjes.
"Ik neem aan, dat je nu definitief overstag bent?"
"Ja, ik zie het helemaal zitten. En het is niet alleen om jouw belofte aan tante Marie maar ook om mijn Burgerbrug-herinneringen aan Jenny. Want toen ik jou daarnet in je ondergoed en je mooie nylons door dit kamertje zag banjeren, had ik een heus déjà-vugevoel. Alles aan jou deed mij ineens weer heel sterk aan haar denken."
"Vond je dat prettig?", vroeg zij met een iel stemmetje.
"Ja, toch wel! Omdat ik nu heel goed besef, dat die weken met Jenny in Burgerbrug het voorspel zijn geweest voor wat mij in de komende maanden en jaren te wachten zal staan. En dat is een heel prettig gevoel, dat kan ik je wel vertellen."
"Ik snap het, liefje!", zei zij lachend.
Na het uitspreken van die laatste woorden begon hij kalm haar linkerbovendij te strelen. Aanvankelijk bleven zijn vingers rond die bovendij hangen, daarna daalden ze langzaam af en passeerden ze haar knie en kuit, tot ze uiteindelijk bij haar voetje waren aanbeland. Dat o zo poezelige kousevoetje van haar leek hem zeer te interesseren. Het werd van alle kanten geliefkoosd en vertroeteld. Tot het moment, waarop zijn vingers weer aan de terugweg begonnen en na een uitgebreide ontdekkingstocht over haar been weer bij haar bovendij terecht kwamen.
Zij liet hem rustig zijn gang gaan. Hij had, zoals zij dat zelf altijd noemde, 'een van zijn speelse buien' en er was vanzelfsprekend geen enkele reden om hem tot de orde te roepen. Zij kende dit talmen voor het vrijen maar al te goed. Het was een altijd weer heel geslaagde poging om dat zalige gevoel van verwachting nog even te rekken.
Zij vroeg zich wel af, hoe hij zich straks zou gaan gedragen. Soms was hij uitermate teder en attent in bed, soms was hij tamelijk wild en hoewel hij in het eerste geval het meest zichzelf was, had zij geen voorkeur voor het een of het ander: hij was in beide verschijningsvormen met geen mogelijkheid te weerstaan. Hij had zich inmiddels weer van haar voetje meester gemaakt. Hij deed daar niet echt iets bijzonders mee, maar wat hij er wel mee deed, was opwindend genoeg om haar toch al niet zo sterke weerstandsvermogen danig te ondermijnen.
"Mag ik je overigens vragen, waar je nu eigenlijk mee bezig bent?", vroeg zij liefjes.
"Ik tel mijn zegeningen."
"Wat zijn die dan?"
"Ik ben gezond van geest, lijf en leden, ik heb jou voor twee weken voor mijzelf en ik heb de eerste, echte crisis in mijn leven glansrijk doorstaan."
"Dat zijn inderdaad drie goede redenen om je gezegend over te voelen."
"Ja, hè? Ik heb mij jarenlang als een uitermate, kwetsbaar poppetje gedragen, ik heb jarenlang om onduidelijke redenen last van depressies gehad en ik ben maar liefst drie keer overspannen geraakt, omdat een dom wicht ineens en ten onrechte het gevoel had, dat zij op mij was uitgekeken. Maar op het moment, dat het er werkelijk toe deed, op het moment, dat mijn vader voor het eerst mij nodig had in plaats van andersom, heb ik niet versaagd. Ik heb zonder enige moeite mijn eigen verdriet opzij kunnen zetten en ik heb hem ook echt op alle mogelijke manieren bij kunnen staan. Daar ben ik uitermate trots op. Het kan best zijn, dat ik de komende dagen een terugslag zal gaan krijgen, dat het verdriet om het verlies van mama mij alsnog in haar greep zal krijgen, maar de voldoening over mijn houding in de afgelopen week kan niemand mij meer afnemen."
"Je hebt gelijk. En als het verdriet alsnog toeslaat, dan moet je maar voor ogen houden, dat zij niet voor niets heeft geleefd."
"Zeg dat wel! Ik heb van haar ook alles gehad, wat zij mij kon geven. Mijn leven, 'the sweetest gift I never can repay', een gedegen opvoeding, haar goede zorgen op de momenten, dat ik ziek was, haar geestelijke steun op de momenten, dat ik het niet meer zag zitten. Maar toch zal ik haar juist daarom natuurlijk verschrikkelijk gaan missen. Haar zachtheid, haar zorgzaamheid, haar wijsheid, haar vermogen om op de juiste moment de juiste woorden te zeggen. Dat ben ik nu allemaal voorgoed kwijt. En ik begin nu pas te beseffen, hoe groot en hoe onherstelbaar dat verlies is."
Zij zag ineens, hoe moeilijk hij het had. Even twijfelde zij over hetgeen haar te doen stond, maar uiteindelijk deed zij het enige, wat zij kon doen en trok zij hem met zachte hand over zich heen.
Dat was precies, wat hij nodig had. Het duurde dan ook niet lang, voordat hij zijn verdriet eindelijk de vrije loop kon laten. Het schokte haar niet; zij had zich in de afgelopen dagen terdege op dit moment voorbereid. Terwijl zij hem als een kind in slaap begon te wiegen, drong het in een flits tot haar door, dat dit ook het meest gelukkige moment in haar leven was.

BERT HARBERTS


Terug


Amsterdam, 14 november 1999. © Bert Harberts